Wat is een koolstofmonoxidemelder of CO-melder?

Een koolstofmonoxidemelder is een detectiesysteem en alarmsysteem waarmee de aanwezigheid van koolmonoxide in een ruimte kan worden waargenomen en waarmee tevens een alarmsignaal wordt afgegeven als de stof gedetecteerd wordt. Een koolmonoxidemelder wordt ook wel een koolmonoxidemelder genoemd. Dit komt omdat de stof die door dit alarmsysteem wordt waargenomen zowel koolstofmonoxide als koolmonoxide wordt genoemd. Er zijn op de markt verschillende koolmonoxidemelders en koolstofmonoxidemelders beschikbaar. Er is echter veel discussie over de kwaliteit van deze melders. Als je van plan bent om een koolstofmonoxidemelder te kopen is het verstandig om je van te voren goed te informeren.

Wat is koolmonoxide of koolstofmonoxide?
Koolstofmonoxide is een giftig gas! Bij inademing van dit gas komt de stof in het bloed terecht en hecht zich vast aan het zuurstoftransport-eiwit hemoglobine in rode bloedcellen. Tijdens dit proces wordt het zuurstofgas (O2) verdrongen. Koolstofmonoxide heeft namelijk een 240 maal zo groot vermogen om zich vast te hechten aan hemoglobine dan zuurstof. Daardoor wordt zuurstof verdrongen in het bloed en zal men na korte duur overlijden bij inademing van koolmonoxide.

De brutoformule van koolstofmonoxide is CO. Koolstofmonoxide is een polaire anorganische verbinding van koolstof en zuurstof. Koolstofmonoxide ontstaat onder andere bij onvolledige verbranding van koolstof en andere fossiele brandstoffen zoals aardgas. Het is een kleurloze gasvormige stof en kan daardoor niet visueel worden waargenomen door een mens. Bovendien kan men koolmonoxide niet proeven en is deze stof reukloos waardoor de stof ook niet geroken kan worden. Mensen kunnen koolstofmonoxide dus niet waarnemen. Daarom is men afhankelijk van systemen die deze stof wel kunnen detecteren en melden zoals een koolmonoxidemelder.

Kolendamp
Koolmonoxide werd in het verleden ook wel kolendamp genoemd omdat men vroeger gebruik maakte van steenkool als brandstof voor de verwarming van huizen en andere gebouwen. Als men de rook van de verbrande kolen niet goed afvoert door bijvoorbeeld schoorstenen kan de rook en daarmee de koolmonoxide blijven hangen in de ruimte. Daardoor kunnen mensen blootgesteld worden aan koolmonoxide en dat is levensgevaarlijk! Vroeger stierven er mensen aan deze kolendamp doordat schoorstenen verstopt waren of slecht werden onderhouden. Ook bij de verbranding van aardgas in kachels en geisers kan koolmonoxide vrij komen. In slecht geventileerde ruimtes kan dit levensgevaarlijke situaties opleveren.

Koolstofmonoxidevergiftiging
Als men koolstofmonoxide via de luchtwegen binnenkrijgt loopt men ernstig gevaar. Zoals in een aantal alinea’s hiervoor is benoemd hecht koolstofmonoxide zich 240 keer beter aan hemoglobine dan zuurstof. Omdat hemoglobine een eiwit is dat zuurstof transporteert zullen de bloedbanen bij inademing van koolmonoxide steeds minder stuurstof kunnen transporteren. Zelfs bij een lage concentratie van koolstofmonoxide in de lucht kan er veel koolstofmonoxide in de bloedbanen terechtkomen. Er zullen dan zeer spoedig vergiftigingsverschijnselen optreden. Dit is de zogenaamde koolstofmonoxidevergiftiging. De eerste symptomen van koolstofmonoxidevergiftiging zijn hoofdpijn en duizeligheid. Ook zal men vermoeid worden en misselijk. Als men langer aan de stof koolmonoxide wordt blootgesteld zal het bloed te weinig zuurstof naar de hersenen kunnen transporteren. Daardoor krijgt men te maken met zuurstofgebrek in de hersenen. Dit zorgt er voor dat men bewusteloos raakt en uiteindelijk zal sterven. Dit proces kan echter zeer snel verlopen. Als men bijvoorbeeld slaapt in een ruimte waarin koolstofmonoxide aanwezig is kan men in zeer korte tijd komen te overlijden. Er zijn door de jaren heen veel van deze tragische ongevallen geweest in Nederland en andere landen. Vaak had dit te maken met te weinig ventilatie in een ruimte waarin een installatie stond die een fossiele brandstof verbrandde. Deze verbrandingsinstallatie kan bijvoorbeeld een cv-ketel, een kolenkachel of een geiser zijn. Daarom worden geisers en ketels regelmatig gecontroleerd.

Koolstofmonoxidevergiftiging voorkomen
Koolstofmonoxidevergiftiging kan men in de meeste gevallen voorkomen. Het voorkomen van koolstofmonoxidevergiftiging begint bij het veilig en vakkundig plaatsen van ketels en andere systemen waarbij verbranding optreed.

Ook moet men goed weten dat men geen vuur of verbranding laat plaatsvinden in een afgesloten ruimte. Brand veroorzaakt namelijk ook koolstofmonoxide. Daarom moet men als men een open haard gebruikt er voor zorgen dat de rook en andere zichtbare en onzichtbare (zoals koolstofmonoxide) gassen worden verwijderd. Dit kan door gebruik te maken van een goed ventilatiesysteem in combinatie met een schoorsteen. Een schoorsteen is een afvoerkanaal en moet voldoende ‘trek’ hebben. Dit houdt in dat het afvoerkanaal de rook en gassen moet wegtrekken naar buiten.

Immers bij verbranding van fossiele brandstoffen kan koolstofmonoxide vrij komen. Een ketel en andere aardgasinstallaties moeten door een ervaren installateur worden opgehangen. Deze monteurs werken bij gecertificeerde installatiebedrijven. Naast het plaatsen van deze installaties is het belangrijk dat de ketels regelmatig worden onderhouden en gecontroleerd. Het wordt aanbevolen om verbrandingstoestellen ieder jaar te laten controleren.

Ook door een goed onderhouden maar verkeerd gemonteerde cv ketel kan koolmonoxide in de ruimte worden uitgestoten. Daarom is het verstandig om bij elke cv ketel in ieder geval één koolmonoxidemelder te plaatsen. Dit moet ook bij andere mogelijke bronnen van koolmonoxide. Het is belangrijk dat men in dit proces wel de juiste volgorde hanteert. Men moet dus eerst zorgen voor een veilige installatie van verbrandingstoestellen en als extra veiligheidsmiddel koolstofmonoxidemelders plaatsen. Als men start men een onverantwoorde installatie van verbrandingstoestellen neemt men onaanvaardbare risico’s. Zelfs wanneer men koolstofmonoxidemelders zou plaatsen compenseert men daarmee niet de onveilige situatie die ontstaat door het aanbrengen van een onveilige verbrandingsinstallatie zoals een onjuist aangesloten cv-ketel of een slecht onderhouden cv-ketel.

Hoe werkt een koolstofmonoxidemelder?
Een koolstofmonoxidemelder is niet hetzelfde als een rookmelder. Een koolstofmonoxidemelder of co-melder meet de hoeveelheid koolstofmonoxide in de lucht en meet daarnaast de blootstellingsduur. Daarvoor is de co-melder uitgerust met een sensor die een speciale gel bevat. Deze gel bevat onder andere zwavelzuur als elektrolyt. Wanneer de sensor wordt blootgesteld aan hogere concentraties koolmonoxide dan ontstaat een chemische reactie. Een co-melder geeft een alarmsignaal (geluidssignaal) af wanneer het koolmonixideniveau bijna op een gevaarlijk niveau terecht komt. Veel co-melders geven eerst een zogenaamd vooralarm. Dit vooralarm zorgt er voor dat mensen de tijd hebben om zo snel mogelijk het huis te verlaten en baby’s, kinderen en mensen die slecht kunnen lopen te redden. Als de concentratie koolmonoxide blijft stijgen in de ruimte zal op een gegeven moment het hoofdalarm afgaan.

Waar koop je een koolstofmonoxidemelder?
Het aanschaffen van een koolstofmonoxidemelder dient weloverwogen te gebeuren. Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van alarmsystemen en detectiemiddelen. Op de website van www.technischwerken.nl kunnen we daarom niet ingaan op de vraag: “wat is de beste koolstofmonoxidemelder?”. Het antwoord op deze vraag is namelijk lastig te geven. Daarom is het belangrijk dat men een koolstofmonoxidemelder koopt bij een erkend bedrijf. Men dient een nieuwe melder te kopen en dient zich te houden aan de installatievoorschriften die zijn aangegeven op de verpakking van de melder. Er zijn verschillende merken en vormen die op internet worden besproken. Experts geven hun reactie op de kwaliteit van diverse koolstofmonoxidemelders. Deze reacties maken duidelijk wat de kwaliteit van de melders is. Het wordt aanbevolen om deze zogenaamde reviews of testresultaten te lezen. Uiteindelijk moet niet de prijs maar juist de kwaliteit de doorslaggevende factor zijn bij de keuze voor een koolstofmonoxidemelder.

Waar plaats je een koolstofmonoxidemelder?
De aanschaf van een kwalitatief goede koolstofmonoxidemelder is belangrijk maar men moet deze melder ook goed installeren. Daarvoor zijn een aantal tips. Hieronder staan een aantal tips over het plaatsen van een koolstofmonoxidemelder:

  • Plaats een koolstofmonoxidemelder in de buurt van elk verbrandingsapparaat zoals een cv-ketel of geiser.
  • De melder moet niet te dicht worden geplaatst in de buurt van kookapparatuur of een gootsteen.
  • Verder moet een koolstofmonoxidemelder in een stofvrije ruimte worden geplaatst.
  • Zorg er voor dat de ruimte rondom de koolstofmonoxidemelder vrij is. Er moet dus geen kast gordijn of ander object tegen of dicht bij de melder worden geplaatst.
  • Een koolstofmonoxidemelder is effectief bij een temperatuur die niet lager is dan -4,4 graden Celsius en hoger is dan 37,8 graden Celsius. De temperatuur in een ruimte moet daarom hier tussen liggen.
  • Plaats deze koolstofmonoxidemelder op ongeveer 1,5 meter hoogte.
  • Zorg er voor dat kinderen en huisdieren zoals honden en katten er niet aan kunnen komen.

Wat leer je in een opleiding projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties?

Ontruimingsalarminstallaties worden in verschillende gebouwen geïnstalleerd en worden gebruikt om in noodsituaties de aanwezige mensen in een gebouw zo snel en ordelijk mogelijk naar een veilige plek te begeleiden. Ontruimingsalarminstallaties maken gebruik van verschillende signalen. Als gebruik wordt gemaakt van tonen spreekt men ook wel over B-systemen. Ontruimingsalarminstallaties die gebaseerd zijn op gesproken woord worden ook wel A-systemen genoemd. Er zijn ook systemen die werken met een draadloos ‘stil alarm’ waarmee een bepaalde groep personen in een gebouw gewaarschuwd kunnen worden.

Dit kan bijvoorbeeld gebeuren doormiddel van verschillende attentiepanelen in bepaalde zones van een gebouw, zoals kantoorruimten, verdiepingen of een bewakingsafdeling. Via een persoonlijke ontvanger zoals bijvoorbeeld een pieper kunnen ook specifieke mensen in een gebouw een alarmmelding krijgen. Er is een grote diversiteit aan ontruimingsalarminstallaties daarom dient een projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties over een brede kennis te beschikken met betrekking tot het projecteren en ontwerpen van installaties. Daarom is theoretische en technische kennis over ontruimingsalarminstallaties en bijbehorende normen van groot belang. Deze kennis leert een deelnemer in de opleiding projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties.

De norm NEN 2575
In de norm NEN 2575-1:2012 nl staan eisen met betrekking tot de kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties. Ook de richtlijnen voor het ontwerp en de installatie van ontruimingsalarminstallaties zijn hierin beschreven. De eerste versie van de NEN 2575 is verschenen in het jaar 2000. In 2004 is een aangepaste versie uitgebracht door wijzigingen in de Europese wetgeving en technologische ontwikkelingen in draadloze alarmering. De NEN 2575 bestaat uit vijf delen:

  • Deel 1:  algemeen
  • Deel 2: geluidalarminstallatie type A
  • Deel3: geluidalarminstallatie type B
  • Deel 4: stiltealarminstallatie, draadloos
  • Deel 5: stiltealarminstallatie met attentiepanelen

Doelstelling van de NEN 2575 is het bieden van duidelijke richtlijnen waarmee installaties kunnen worden geïnstalleerd in en buiten gebouwen waarmee mensen op een veilige en ordelijke manier naar een veilige plek kunnen worden geleid tijdens brand en andere noodsituaties.

Inhoud opleiding projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties
De NEN 2575 norm biedt richtlijnen en duidelijke kaders aan de werkzaamheden voor een projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties. Daarom komt deze norm tijdens de opleiding aan ruimschoots aan bod. In de cursus leert een deelnemer zelfstandig ontruimingsalarminstallaties te ontwerpen en te projecteren conform de voorschriften zoals deze beschreven zijn in de NEN 2575 en de NEN 2654-2. De theoretische en praktische kennis die nodig is met betrekking tot brandveiligheid en de technische aspecten van ontruimingsalarmering worden eveneens behandelt in de opleiding.

Opleidingen op het gebied van ontruimtingsinstallaties worden vaak in een aantal specifieke richtingen gegeven. Deze richtingen zijn verbonden aan de vijf delen waaruit de NEN 2575 bestaat. Zo zijn er in de opleiding de volgende richtingen.

  • Richting 1: Projecteringsdeskundige luidalarm type A. In dit deel leert een deelnemer ontruimingsalarminstallaties te installeren, opleveren en daarnaast te onderhouden. Verder leren deelnemers geluiddrukniveaumetingen uit te voeren en metingen te verrichten met betrekking tot spraakverstaanbaarheid. Ook is er aandacht voor het opstellen van een Programma van Eisen, energievoorziening en netwerkconfiguraties.
  • Richting 2: Projecteringsdeskundige luidalarm type B. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan het opstellen van een Programma van Eisen, energievoorziening, geluid, netwerkconfiguraties en het installeren van ontruimingsalarminstallaties en het opleveren en onderhouden daarvan.
  • Richting 3: Projecteringsdeskundige draadloze stilalarminstallaties. Hierbij komen de hierboven genoemde opleidingsonderdelen aan bod en worden daarnaast specifieke installatietechnische aspecten behandelt met betrekking tot draadloze stilalarminstallaties.
  • Richting 4: Aanvulling projecteringsdeskundige OAS spraakverstaanbaarheid. Deze aanvulling is bedoelt voor monteurs die hun diploma’s hebben behaald voor medio 2013. De aanvulling is belangrijk omdat de technologische ontwikkelingen er voor zorgen dat monteurs meer kennis nodig hebben om hun werkzaamheden aan moderne installaties uit te voeren. Tijdens deze aanvulling wordt ingegaan op spraakverstaanbaarheid en de manier waarop spraakverstaanbaarheid gemeten kan worden. Daarnaast dient ook een verslag van de metingen te worden gedaan.

Welke loopbaanmogelijkheden heb je met de opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties?

De opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties is bestemd voor werknemers die gecertificeerde brandmeldinstallaties aanleggen en controleren. Deze werknemers zijn over het algemeen werkzaam bij branddetectiebedrijven en installatiebedrijven. Volgens de CCV Certificatieschema’s (Regeling Brandmeldinstallaties 2011) dient elk branddetectiebedrijf tenminste één Installatiedeskundige Brandmeldinstallaties in vast dienstverband te hebben. Deze medewerker moet minimaal gedurende het desbetreffende brandmeldproject in dienst zijn bij het branddetectiebedrijf. Deze Installatiedeskundige Brandmeldinstallaties dient over een geldig diploma te beschikken. De opleiding wordt echter ook wel gevolgd door elektromonteurs en technici die meer kennis willen verkrijgen over over alles wat met brandmeldinstallaties te maken heeft.

Vereiste vooropleiding
Voor de aanvang van opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties is het belangrijk dat iemand over voldoende werk- en denkniveau beschikt. Een basiskennis op het gebied van elektrotechniek is een belangrijke vereiste. Dit kan bijvoorbeeld door een MBO-opleiding Elektrotechniek, MTS elektrotechniek of Technicus Sterkstroominstallaties (TSI). Een gelijkwaardig diploma als de hiervoor genoemde zou ook een geschikte  vooropleiding kunnen zijn. Dit dient overlegd te worden met het opleidingsinstituut waar de opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties wordt gegeven. Ook langdurige aantoonbare werkervaring met het aanleggen van brandmeldinstallaties kan er voor zorgen dat iemand aan de opleiding kan beginnen.

Inhoud opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties
De opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties duurt gemiddeld ongeveer drie dagen en is bedoelt om de deelnemers de theoretische en praktische aspecten te leren van het kader waarbinnen een installatiedeskundige werkzaam is. Daarbij komen ook de normen en voorschriften aan de orde. Een voorbeeld hiervan is de NEN-2535.

Binnen de opleiding wordt informatie aan de deelnemers gegeven over de grondbeginselen brand. Er wordt aangegeven hoe een brand zich kan uitbreiden en hoe rook zich kan verspreiden. De risico’s van brand worden benoemd en daarnaast is er aandacht voor brandpreventie. De Regeling Brandmeldinstallatie komt aan bod en de werkingsprincipes van brandmelders en elektronische branddetectie worden uitgelegd. Daarbij wordt aangegeven hoe de brandmeldinstallatie is opgebouwd en hoe deze geïnstalleerd moeten worden.

Na afloop van de cursus volgen de deelnemers het  examen Installatiedeskundige Brandmeldinstallaties. In dit examen wordt het inzicht en de kennis van de deelnemers getoetst. Als de deelnemers het examen halen ontvangen ze het diploma Installatiedeskundige Brandmeldinstallaties.

Wat kun je met de opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties
Deelnemers hebben na afronding van de opleiding algemene kennis over het ontstaan en de ontwikkeling van brand en bijbehorende rookverspreiding. De deelnemers weten welke branddetectiemiddelen er zijn en hoe deze geïnstalleerd moeten worden. Ook zijn ze op de hoogte van de componenten waaruit brandmeldsystemen bestaan. Aan brandmeldsystemen zijn strenge normen verbonden. In deze normen is onder andere vermeld aan welke eisen brandmeldinstallaties moeten voldoen. Door de kennis over deze normen kunnen installatiedeskundigen in de praktijk veilig en technisch deugdelijk brandmeldinstallaties aanleggen en de werking daarvan controleren.

Werk in de Brandmeldinstallaties
Met een diploma installatiedeskundige brandmeldinstallaties heeft iemand zijn of haar meerwaarde op de arbeidsmarkt vergroot. Met name elektrotechnische bedrijven en installateurs zoeken regelmatig naar nieuwe werknemers die kennis hebben over specifieke beveiligingsinstallaties waaronder brandmeldinstallaties. Met een diploma installatiedeskundige brandmeldinstallaties heeft een werkzoekende meer kans op werk in de installatietechniek.