Hoe kunnen funderingspalen worden aangebracht in de grond?

Als men besluit om een bouwwerk op een bepaalde ondergrond te plaatsen is het belangrijk dat men de draagkracht van de ondergrond goed bestudeerd. Dit kan doormiddel van een bodemonderzoek gebeuren. Er moet een goede balans zijn tussen het gewicht en de krachten die het bouwwerk uitoefent op de ondergrond. Als de ondergrond onvoldoende draagkrachtig is zal men op een kunstmatige wijze de draagkracht van de ondergrond moeten verbeteren. Voor grote bouwwerken zoals woningen, fabrieken en utiliteit zal men over het algemeen kiezen voor het aanbrengen van heipalen. Deze paalfundering wordt in de grond geheid tot een draagkrachtige bodem is bereikt. Heien is echter slechts één manier om paalfunderingen aan te brengen. Er zijn nog verschillende andere manieren.

Verschillende manieren om paalfunderingen aan te brengen
Het aanbrengen van paalfunderingen kan op diverse manieren gebeuren. De keuze van de methode is afhankelijk van de draagkracht van de bodem, het gewicht van het bouwwerk en de materialen die gebruikt kunnen en mogen worden.

  • Heien is een voorbeeld van grond verdringende werkzaamheden. Hierbij wordt een massieve paal de grond in geslagen. Meestal maakt men gebruik van een hei-installatie met een hei of trilblok. De grond onder de heipaal wordt niet weggenomen maar wordt juist aangeduwd en opzij geduwd. Deze grondverdringing zorgt er voor dat de paal stevig vast komt te zitten in de bodem. Heien zorgt voor veel geluidshinder en  trillingshinder voor de omliggende gebouwen. Deze trillingen kunnen zo hevig zijn dat er zelfs schade ontstaat aan de gebouwen die in de buurt van de hei-installatie staan.
  • Als men gebruik maakt van palen met een holle doorsnede en palen zonder gesloten voet wordt er slechts weinig grond verdrongen tijdens het heien. Deze methode zorgt voor minder trilschade voor de omgeving. Een nadeel van deze methode is dat juist door de geringe grondverdringing en de holle palen er minder draagkracht ontstaat.
  • Door grond te verwijderen met een grondboor kan men een diep gat maken. Dit gat kan men vervolgens voorzien van een (stalen) buis. Indien nodig kan de stalen buis verder de grond in worden geslagen of gedrukt. Vervolgens kan men de buis van wapening voorzien en volstorten met beton. Indien nodig kan men tijdens het betonstorten de stalen buis weer omhoog halen zodat deze eventueel hergebruikt kan worden. Deze methode van het verwijderen van grond zorgt er voor dat er geen of nauwelijks trillingen optreden voor de omgeving. Een nadeel is echter wel dat de grond nauwelijks verdicht.

Voor wie is de opleiding Deskundig Leidinggevende Projecten DLP bestemd?

In Nederland is het water en de bodem niet overal even schoon. In sommige gevallen zullen werkzaamheden uitgevoerd moeten worden in een verontreinigde bodem of in verontreinigd water. De wet en regelgeving in Nederland heeft bepaald dat deze werkzaamheden volgens bepaalde voorschriften uitgevoerd moeten worden. Het toezicht op de werkzaamheden dient te worden gedaan door een Deskundig Leidinggevende Projecten (DLP). Deze dient continue aanwezig te zijn bij de werkzaamheden. Voordat iemand een Deskundig Leidinggevende Projecten is zal hij of zij daarvoor een opleiding moeten volgens bij een gecertificeerde instelling. De opleiding duurt over het algemeen een paar dagen. Hieronder is meer informatie weergegeven over de doelgroep en de inhoud van de opleiding Deskundig Leidinggevende Projecten.

Doelgroep Deskundig Leidinggevende Projecten
De doelgroep voor de opleiding DLP bestemd is breed. Over het algemeen nemen leidinggevenden aan de opleiding deel. Hierbij kan gedacht worden aan toezichthouders en projectleiders. Daarnaast volgen ook uitvoerders, werkvoorbereiders, milieudeskundigen en veiligheidsadviseurs de opleiding DLP. De leidinggevenden die de opleiding DLP volgen hebben over het algemeen in de praktijk met regelmaat te maken met projecten in of rondom een verontreinigde bodem of verontreinigd water. Ook machinisten die werken op een kraan kunnen de opleiding volgen omdat ze graafwerkzaamheden kunnen verrichten in vervuilde grond. Verder nemen zelfs archeologen deel aan de opleiding omdat ook deze mensen regelmatig in verontreinigde grond werkzaamheden kunnen uitvoeren als ze opgravingen verrichten.

In welke sectoren is een DLP werkzaam?
In de vorige alinea zijn een aantal verschillende functies genoemd van mensen die een opleiding Deskundig Leidinggevende Projecten moeten volgen voor de uitoefening van hun functie. Deze mensen werken echter bij verschillende bedrijven in verschillende sectoren. Deze sectoren zijn zeer divers. Hier volgt een kleine opsomming van sectoren waar DLP-ers werkzaam kunnen zijn:

  • Kabelbedrijven en leidingbedrijven (beheerders en aannemers)
  • Bouwbedrijven
  • GWW bedrijven Grond-, weg- en waterbouwbedrijven
  • Bodemonderzoekbureaus
  • Bodemsaneerders
  • Archeologische bureaus

Inhoud van de opleiding DLP
Het opleidingsniveau voor de opleiding DLP is mbo. Deelnemers dienen minimaal over dit opleidingsniveau te beschikken wanneer ze aan de opleiding deelnemen. Tijdens de opleiding komt een uitgebreide theorie aan de orde waarbij onder andere wordt ingegaan op de verantwoordelijkheden en risico’s die  verbonden zijn aan werken in verontreinigd water of een verontreinigde bodem. Er wordt informatie verstrekt over de verschillende partijen die betrokken zijn bij bodemsanering en welke verantwoordelijkheden deze partijen hebben. Het BRL 7000 en protocol 7001 komt aan bod en de wateronderzoeknormen en bodemonderzoeknormen ook. Daarnaast wordt uitleg gegeven over de interpretatie van deze normen. De hoofdlijnen van de volgende wetten en besluiten komen aan bod:

  • Wet bodembescherming (Wbb)
  • Waterwet (Wtw)
  • Arbeidsomstandighedenwet (arbowet)
  • Wet milieubeheer (Wm)
  • Besluit en regeling bodemkwaliteit (Bbk/Rbk)
  • Activiteitenbesluit

Verder worden relevante onderdelen van de standaard RAW bepalingen benoemd. De bodem kan ook verontreinigd zijn door asbest. Dit asbest moet herkend worden voordat men met de werkzaamheden gaat beginnen. Daarom wordt in de opleiding DLP ook aandacht besteed aan asbestherkenning. Ook over de overige soorten water- en bodemverontreinigingen krijgt de deelnemer informatie.  Verder worden de eigenschappen van de verschillende verontreinigingen benoemt en wordt aangegeven hoe men hiermee om dient te gaan. De maatregelen die door de DLP-er moeten worden genomen worden in de opleiding op een praktische manier besproken.

Het gasmeten wordt theoretisch besproken en daarnaast wordt aangegeven welke apparaten daarvoor gebruikt moeten worden. De werking van de apparatuur wordt behandelt en de meetstrategie komt aan de orde. Verder leert de deelnemer tijdens de opleiding DLP welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden bij bepaalde soorten verontreiniging. Tijdens de opleiding wordt aangegeven hoe de beschermingsmiddelen werken en hoe ze gebruikt moeten worden. Het opstellen van een V&G-plan komt zowel met betrekking tot de ontwerpfase en uitvoeringsfase aan de orde. Ook het gebruik van een logboek voor het werken in een verontreinigde bodem of verontreinigd water wordt geleerd.

Geldigheid DLP
Na afloop van de opleiding DLP moet de deelnemer een examen volgen. Dit examen kan bestaan uit multiple-choice vragen en vragen die worden gesteld over een omschreven casus. Het examen moet met een voldoende resultaat worden behaald. Het succesvol behalen van het examen zorgt er voor dat de deelnemer een DLP certificaat krijgt. Dit certificaat is vijf jaar geldig. Na het aflopen van het certificaat dient de persoon een herhalingscursus DLP te volgen. Door het behalen van de herhalingscursus wordt het eerder behaalde DLP certificaat weer geldig.