NEN 4400-2 norm en het SNA keurmerk

In Nederland zijn niet alleen Nederlandse uitzendbureaus, aannemers en onderaannemers actief. Er zijn ook buitenlandse ondernemingen die personeel beschikbaar stellen in Nederland of die werk aannemen in Nederland. De EN 4400-2 norm is een norm die in Nederland is ingevoerd en die eisen stelt aan uitzendbureaus, uitleners, aannemers en onderaannemers die in Nederland werknemers arbeid laten verrichten. De EN 4400-2 norm is gericht op de wet en regelgeving omtrent de afdracht van belastingen en sociale premies door de genoemde ondernemingen. Ook is deze norm gericht op de controle of bedrijven zich wel houden aan de voorschriften en regels die gelden op het verrichten van arbeid in Nederland.

Waarom een NEN 4400-2 certificaat?
Uitzendbureaus en andere organisaties die voldoen aan de eisen van de NEN 4400-2 kunnen na een audit het NEN 4400-2 certificaat ontvangen. Daarmee kunnen deze ondernemingen duidelijk aantonen dat ze zich aan de benodigde wet en regelgeving houden. Voor de arbeidsmarkt is het NEN 400-2 certificaat en de bijbehorende norm ook belangrijk. Als ondernemers en aannemers, als ze buitenlandse krachten inzetten, alleen zaken doen met organisaties die voldoen aan deze norm wordt de kans op misstanden en uitbuiting verkleind.

Arbeidsmigranten
Werknemers uit bijvoorbeeld MOE-landen, zoals Polen, worden ook wel arbeidsmigranten genoemd. Deze werknemers reizen naar andere landen om daar arbeid te verrichten. Volgens de overheid dienen deze arbeidsmigranten gelijkwaardig te worden behandeld als Nederlandse werknemers die hetzelfde werk uitvoeren. Toch is er in de praktijk helaas vaak niet sprake van equal pay. In plaats van equal pay worden uitzendkrachten uit bijvoorbeeld MOE-landen dikwijls onderbetaald. Door equal pay in te voeren worden veel werknemers uit MOE-landen veel duurder voor opdrachtgevers in Nederland.

Wie voert de NEN 4400-2 norm uit?
De controle met betrekking tot NEN 4400-2 norm wordt sinds juli 2014 uitgevoerd door Stichting Crossborder Labour Inspection Body deze organisatie wordt in de praktijk vaak aangeduid met CLIB. Deze stichting controleert ondernemingen op basis van de naleving van de NEN 4400-2. Tijdens een controle of audit worden door de CLIB verschillende zaken gecontroleerd:

  • de onderneming en de tenaamstelling daarvan;
  • de aard van de activiteiten van de onderneming;
  • de personeelsadministratie;
  • de loonadministratie;
  • de financiële administratie;
  • de inleenconstructies, doorleensituaties en uitbesteding  van werk door de onderneming.

CLIB voert periodieke controles uit bij ondernemingen op basis van de NEN 4400-2. De hiervoor genoemde onderwerpen zijn voor een groot deel vastgelegd in wetten en regels zoals de volgende wetten: Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid (WAGA) en de Wet Allocatie Arbeidskrachten door intermediairs (WAADI). De controleur die namens de CLIB de audit voor de NEN 4400-2 uitvoert zal goed op de hoogte moeten zijn van deze wetten en moet ook weten hoe deze wetten worden vertaald in de bedrijfsvoering van de uitzendondernemingen die hij of zij auditeert.

Wat wordt bedoelt met de bouwfraude of bouwfraudezaak?

De bouwfraude of de bouwfraudezaak is een term die verwijst naar de periode waarin tussen 1990 en 2000 in Nederland onregelmatigheden zijn opgetreden bij de aanbestedingsprocedures van overheidsprojecten. De bouwfraude gaat vooral over de geheime prijsafspraken tussen bouwbedrijven. Deze geheime prijsafspraken zorgden er voor dat er oneerlijke concurrentie plaatsvond in de bouwsector bij aanbestedingen van de overheid. De mogelijke misstanden bij de aanbestedingen van de overheid zijn in 2002 onderzocht.  Dit gebeurde doormiddel van een parlementaire enquête.

De kern van de bouwfraudezaak
De overheid deed voor onder andere wegenbouwprojecten en de aanleg van tunnels aanbestedingen. In plaats van een eerlijke concurrentie tussen aannemers werden er echter bij de offertes tussen de aannemers onderlinge afspraken gemaakt.  De aannemers verdeelde de opdrachten van de overheid onder elkaar terwijl die openbaar aanbesteed moesten worden. De aannemer die de opdracht verkreeg moest aan de overige concurrenten in ieder geval de kosten vergoeden die gemaakt werden voor het opstellen en uitbrengen van de offerte. De afspraken tussen de aannemers werden gemaakt door regelmatig een vergadering te houden. Naast de onderlinge afspraken tussen de aannemers werden ook in een aantal gevallen ambtenaren gefêteerd of in sommige gevallen omgekocht.

Omvang van de bouwfraudezaak
De omvang van de bouwfraudezaak is groot. In totaal zouden 344 Nederlandse bouwbedrijven zich schuldig hebben gemaakt aan fraude. Het daadwerkelijke aantal bouwbedrijven dat zich met fraude zou hebben ingelaten kan veel hoger liggen. Niet alle gevallen van fraude kunnen namelijk bewezen worden. De bouwbedrijven waarbij fraude werd geconstateerd zijn op 11 februari 2005 met de regering overeengekomen dat er een schadevergoeding door de schuldige bedrijven moet worden betaald. Deze gezamenlijke schadevergoeding werd vastgesteld op 70 miljoen euro.

Ook tegenwoordig wordt bij aanbestedingen en twijfel over de toekenning van opdrachten door de overheid nog regelmatig teruggedacht aan de bouwfraudezaak. Daarom hoort men ook nu nog het woord bouwfraude.