Olie-embargo tegen Iran leidt tot hogere olieprijs

Het olie-embargo dat Europa tegen Iran wil uitgeroepen kan een nadelig effect hebben op de prijs van olie. De Europese Unie wil vanaf 1 juli 2012 een olieboycot opleggen aan Iran. De reden hiervoor is dat het land zich zou bezig houden met de ontwikkeling van atoomwapens. Iran beantwoord dit dreigement met een tegen dreigement. Zo wil Iran de uitvoer van Olie naar Europa stopzetten.

De secretaris-generaal van het oliekartel OPEC, Abdullah al-Badri, heeft maandag op een energiecongres aangegeven dat de prijzen voor olie door deze ontwikkelingen kunnen stijgen. ”Dit zal de bewegelijkheid van de oliemarkt vergroten, dat lijdt geen twijfel. Voor een bepaalde periode zal er een opwaartse druk bestaan”, aldus Al-Badri.

Abdullah al-Badri gaf aan dat een olieboycot niet de beste manier is om Iran onder druk te zetten. Er moet volgens hem een dialoog plaatsvinden en geen dreiging.

Samenwerking tussen collega’s belangrijk

Dat samenwerking tussen collega’s belangrijk is voor het succes van het bedrijf is al geruime tijd bekend. Nu is ook duidelijk dat eenzaamheid van een werknemer geen goed effect heeft op de productiviteit van een organisatie. In The New York Times stond een artikel van professor Barsade en Ozcelik van de California State University over dit onderwerp. Veel mensen denken dat eenzaamheid voornamelijk een persoonlijk probleem is van de werknemer.

Nu blijkt dat eenzaamheid ook een probleem is voor een organisatie. Uit de studie door de professor is uitgevoerd is gebleken dat de werkproductiviteit vermindert wanneer een werknemer eenzaam is. Voor het onderzoek zijn in totaal 650 werknemers benaderd.

Ook voor mensen die collega’s moeten missen die ontslagen zijn wordt eenzaamheid als een probleem ervaren. De economische crisis en mogelijke bezuinigingen hebben daardoor dus ook een effect op het personeel dat wel zijn of haar baan kunnen behouden. Natuurlijk speelt in deze situatie ook onzekerheid over eigen positie een rol.

Meer bedrijfsfeesten zouden geen oplossing zijn aldus onderzoeker Ozcelik. Het gaat niet om grote bijeenkomsten: “Alleen zijn te midden van een groep kan uitputtend werken. Meer feestjes geven gaat deze groep mensen niet helpen”.

Een persoonlijke band met collegas is echter wel van doorslaggevend belang voor het resultaat van een organisatie. Persoonlijke aandacht en een mogelijkheid om een mening ergens over te geven terwijl er ook echt daadwerkelijk geluisterd wordt. Hoewel deze momenten tijd kosten zullen ze uiteindelijk een positief effect hebben op het resultaat.

Dit was natuurlijk al bekend. Het onderzoek is echter wel bijzonder omdat het zich met name richt op eenzaamheid. De beste remedie blijkt persoonlijke aandacht te zijn. Dit lost echter niet alleen het gevoel van eenzaamheid op. Het zorgt er ook voor dat werknemers meer betrokken kunnen en mogen zijn.

Nieuw breed akkoord over flexarbeid?

In de jaren 90 werd een akkoord gesloten over de flexarbeid waarin de regels omtrent de inzet van flexwerkers werd vastgelegd. De afspraken werden toen vastgelegd tussen werkgevers, de vakbond en de uitzendbureaus in de uitzendbranche. Dit gebeurde in samenwerking met toenmalig FNV-bestuurder Lodewijk de Waal. De regeringspartij het CDA geeft aan dat het verstandig is om in het licht van de huidige ontwikkelingen weer tot een overleg te komen tussen de werkgevers en werknemers over de inzet van flexkrachten.

Volgens Eddy van Hijum, CDA-Tweede Kamerlid, zijn er op dit moment veel verschillende plannen die gemaakt zijn door de betrokkenen. Volgens hem zou er meer eensgezindheid moeten komen. Daarom moet een breed akkoord worden gesloten tussen de betrokken partijen.

Het kabinet is op dit moment bezig met het ontwikkelen van plannen om medewerkers langer op tijdelijke basis te laten werken. Hier is nog niet iedereen enthousiast over. Ik denk dat het op zich niet verkeerd is om medewerkers langer tijdelijk in te laten lenen door bedrijven. Bedrijven gaan momenteel vrij moeilijk over tot het bieden van bepaalde tijd of vaste contracten. Contracten brengen namelijk risico’s met zich mede. Uitzendkrachten en gedetacheerd personeel bieden dan een oplossing.

Oneerlijke concurrentie voor Nederlandse werknemers en bedrijven

De gemiddelde loonsverhoging die in 2011 is afgesproken komt op 1,75 procent. Dit is minder dan de inflatie. Toch zijn de werkgevers niet geheel gerust onder deze verhoging. De werkgeversvereniging AWVN geeft het volgende aan met betrekking tot de verhoging ”forser dan met het oog op de economische onzekerheid verwacht zou mogen worden”. Veel CAO’s blijken nog niet vervangen te zijn door nieuwe. In een evaluatie van het cao-jaar 2011 geeft de AWVN aan: ”Vakbonden en werkgevers lijken in veel gevallen geen haast te hebben”. De economische situatie en de problemen in de pensioenen zouden er voor zorgen dat veel CAO’’s nog niet zijn vervangen. Van de 550 CAO’s die afliepen in 2011 bleken aan het einde van december slechts 150 te zijn vervangen. Zonder het vervangen van de CAO blijft de oude CAO nog van kracht.

De werkgevers in Nederland hebben het niet makkelijk. Ook in de techniek krijgen ze te maken met de gevolgen van de recessie. De concurrentie van lage loon landen wordt hierdoor alleen maar groter. Landen die goedkoop kunnen produceren worden voor consumenten aantrekkelijker ook wanneer de kwaliteit van de Nederlandse bedrijven beter is. Op een gegeven moment kan men namelijk niet meer datgene voor een product of een gebouw betalen wat het de Nederlandse producent kost.

Een belangrijke kostenpost voor bedrijven zijn de loonkosten. Het klinkt natuurlijk mooi om alle werknemers een salarisverhoging te geven. Veel werkgevers zouden daar ook geen problemen mee hebben wanneer ze de kosten in hun producten kunnen doorberekenen. Maar dat is nu juist het probleem. In de vervoersector en transport worden tegenwoordig al Polen en andere Oost-Europese medewerkers ingezet die lagere lonen hebben. Ook in de metaal kom je regelmatig Poolse samenstellers en lassers tegen. Deze werken in de meeste gevallen voor minder geld dan de Nederlandse werknemers.

Het gevolg is dat Nederlandse werknemers op straat komen te staan. Dit komt juist doordat ze hogere salarissen hebben. Daarom moet Europa een eerlijk beleid hebben naar al de burgers in Europese lidstaten. Het kan niet zo zijn dat medewerkers over de grenzen het werk voor Nederlandse werknemers in beslag gaan nemen omdat Nederlandse werknemers te duur zijn. Daarnaast draagt Nederland bovendien ook nog behoorlijk wat geld aan de EU af om de Zuid en Oost-Europese landen er bovenop te helpen. Zo gaat Nederland natuurlijk ten gronde.

Europese Unie maakt plannen tegen jeugdwerkloosheid

De Europese Unie is bezig met het ontwikkelen van plannen om de jeugdwerkeloosheid in Europa tegen te gaan. De economie moet door de plannen worden bevorderd en er moeten meer banen worden gecreëerd. Dow Jones Newswires heeft hierover een document in handen dat is beschreven door de Europese Raad.

Er worden een aantal mogelijkheden genoemd om de werkeloosheid tegen te gaan. Zo zouden er leningen moeten worden verstrekt aan kleine bedrijven. Deze leningen worden verstrekt door de EU-fondsen en moeten worden gebruikt door stages, scholing en training te bevorderen. Volgens het plan van de EU zouden lidstaten met verhoudingsgewijs hoge jeugdwerkloosheid aanspraak kunnen maken op ‘grootschalige ondersteuningsprogramma’s’.  Dit zou er toe moeten leiden om de jeugd weer aan het werk te krijgen en van een toekomst te voorzien. Landen met een hoge jeugdwerkeloosheid zitten met name in het Zuiden van Europa zoals Spanje.

Ook zouden kleine bedrijven meer moeten kunnen lenen door een  verhoging van de leencapaciteit van de Europese Investeringsbank.

Als ik dit zo in het nieuws lees dan krijg ik de indruk dat de creditcrisis met nieuwe kredieten moet worden opgelost. Dat lijkt me niet een oplossing maar een vooruitduwen van de problemen. Wanneer de kosten voor bedrijven verlaagd zouden worden komen oplossingen meer in zicht. Lagere belastingen of een lagere grondprijs van de gemeente om een bedrijfspand neer te zetten zou wel een stuk meer helpen denk ik.

Werkgelegenheid in Nederland in vergelijking tot Spanje

Nederland heeft het verhoudingsgewijs goed voor elkaar met betrekking tot de werkgelegenheid. Ondanks de crisis zijn de cijfers met betrekking tot de werkeloosheid nog lang niet zo schrikbarend als bij andere Europese landen. Zo las ik vandaag, 27 januari 2012, een bericht dat het percentage werklozen in Spanje in 2011 een 22,85 procent van de beroepsbevolking was.

 

Dit percentage is het hoogste in 17 jaar voor Spanje. De Spaanse overheid gaf vrijdag aan dat in totaal 5,27 miljoen Spanjaarden zonder werk zit. Dit percentage is het hoogste van alle geïndustrialiseerde landen. Met name jonge mensen zouden veel zonder werk zitten in Spanje. Dit is natuurlijk funest voor een land dat aan de economie moet werken.

Jongeren zijn voor veel bedrijven het beste en soms het enige middel tegen vergrijzing. Andere oplossingen zijn kostbaarder en meestal tijdelijk zoals het inhuren en inlenen van personeel. Daarnaast hebben jongeren juist wanneer ze van school komen direct behoefte aan mogelijkheden om hun theorie in praktijk te brengen. Wanneer deze mogelijkheden uitblijven kunnen ze niet de link tussen opleiding en werk leggen en lopen ze de kans dat hun opleiding na verloop van tijd achterhaald is.

In Nederland hebben wat dat betreft redelijk weinig te klagen. Wat wel opvalt is dat ouderen moeilijk aan het werk kunnen komen. Deze mensen hebben vaak een salaris opgebouwd en zijn daardoor kostbaar voor werkgevers. Daarnaast willen bedrijven ook liever niet investeren in mensen die na een paar jaar met pensioen gaan. Hier heeft de Nederlandse overheid echter belastingtechnisch voordelen op bedacht namelijk de premiekortingen voor oudere werknemers. Deze zorgen voor een kostenbesparing voor werkgevers.

Verder zorgt Nederland met leerwerktrajecten dat jongeren school en werk kunnen combineren. Het nadeel is echter dat bedrijven vaak weinig mogelijkheden hebben om de leerlingen echt in te werken omdat dit juist capaciteit kost in plaats van oplevert. De Nederlandse overheid is redelijk goed op weg maar er moeten nu structurele oplossingen worden geboden. Het doemscenario Spanje is voorlopig nog niet in beeld. Laten we hopen dat we de gevolgen van Spanje niet als Nederlanders moeten betalen.

Kinderopvang 2012 en tweeverdieners

Werkende ouders met kinderen krijgen het in 2012 zwaarder dan in 2011. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat ze meer moeten betalen voor hun kinderen wanneer deze naar de opvang gaan. De stijging van de kosten voor de kinderopvang is voor veel gezinnen met tweeverdieners erg moeilijk op te lossen. Veel huishoudens zijn van twee inkomstenbronnen afhankelijk om hun hypotheek en andere woonlasten te kunnen betalen. Het is daardoor geen optie om 1 ouder thuis te laten om op de kinderen te passen.

Alternatieven voor kinderopvang
Verder zorgt deze situatie er voor dat starters op de woningmarkt misschien toch wat langer gaan nadenken over de aanschaf van een woning. Misschien is het wel verstandiger om te gaan huren zodat 1 van de 2 ouders op de kinderen kan passen en de andere volledig gaat werken. Er zijn helaas ook al berichten dat de huur dit jaar ook omhoog gaat. Tja, dan sta je met de rug tegen de muur wanneer je kinderen hebt of wilt. Een laatste oplossing zou nog kunnen zijn dat je terugvalt op je familie. De meeste ouders willen niet afhankelijk zijn van hun familie. Daarnaast moeten ‘opa’ en ‘oma’ ook maar zin en tijd hebben om op te passen. De strengere regels voor het oppassen op iemand anders zijn of haar kinderen zorgen ook nog voor de nodige drempels.

Kinderen en de economie
Kinderen zijn overigens erg belangrijk voor de economie. De huidige vergrijzing moet worden opgevangen. Ouders zouden daarom moeten worden gestimuleerd om kinderen te hebben. Daarnaast zorgen de toekomstige werknemers natuurlijk voor een jarenlange inkomstenbron voor de belastingdienst.

De FNV doet onderzoek
De FNV heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de stijgende kosten voor de kinderopvang bij ouders. Vier op de tien overwogen toen om minder te gaan werken. In totaal zou ongeveer 15 procent er over nadenken om te stoppen met werken. In navolg op dit eerdere onderzoek wil de FNV een nieuwe peiling houden over wat de gezinnen nu daadwerkelijk hebben gedaan.

Faillissementen in 2011 gedaald

Het aantal faillissementen van 2011 was ongeveer gelijk aan het aantal in 2010. Het gaat hierbij zowel om natuurlijke personen als om bedrijven. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft dit donderdag 26 januari 2012 bekend gemaakt. Volgens de cijfers zijn er opvallend veel horecaondernemingen onder de failliete bedrijven. Het aantal van horecaondernemingen zou met 28 procent zijn toegenomen.

Het aantal bedrijven dat failliet is gegaan is over de hele lijn iets afgenomen. De afname was 1 procent ten opzichte van 2010. de bedrijfstak vervoer, communicatie en opslag hadden het verhoudingsgewijs redelijk goed. Hun aandeel in de failliete bedrijven was met 14 procent gedaald.

Het aantal natuurlijke personen dat in 2011 failliet werd verklaard nam helaas toe. De toename van failliete particulieren was 2 procent ten opzichte van 2010. Het hoogste aantal faillissementen was in 2010. Toen waren het meer dan 10.000 faillissementen die werden uitgesproken.

Nu zijn de faillissementen de afgelopen 2 jaar ligt gedaald. Dat is toch een hoopvol teken voor 2012.

Vermogen Nederlanders daalt

Het vermogen van de bevolking van Nederland neemt de laatste jaren behoorlijk af. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is over de gehele lijn het vermogen van de Nederlanders 12 procent gedaald. De daling van het vermogen heeft voor een groot deel te maken met een daling van de huizenprijzen. Een gemiddeld vermogen van een Nederlands Huishouden bedroeg op 1 januari 2011 ongeveer € 29.000,-. Dit was het jaar daarvoor ongeveer € 33.000,-.

De huizenprijzen dalen. Dit hadden veel mensen niet voor mogelijk gehouden. Investeren in een woning werd gezien als een relatief veilige belegging. De huizenprijzen konden alleen maar omhoog? Nu dringt langzamerhand de waarheid door dat ook huizen niet aan de economische crisis ontkomen. Mensen die een beleggingshypotheek hebben of een aflossingsvrije hypotheek zijn nu aan de verkeerde kant van de streep wanneer hun huis in waarde daalt.

De overheid van Nederland zou in 2012 drastisch aan de slag moeten met de huizenmarkt. De huizenmarkt zit op slot. Dit is ook slecht voor de bouwsector. Bouwbedrijven krijgen minder opdrachten en zullen daardoor moeten inkrimpen.

Zelfstandigen zonder personeel vaak slecht verzekerd

Zelfstandigen zonder personeel zijn vaak handenvol geld kwijt aan verzekeringen. Vooral de verzekering voor arbeidsongeschiktheid draagt flinke kosten met zich mee. Daarom is ongeveer 60 procent van de zzp’ers gedeeltelijk of helemaal niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Ongeveer een derde van de ondernemers heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een WIA-verzekering afgesloten.

Deze informatie kwam maandag 23 januari 2012 naar voren uit een onderzoek van Wijzer in geldzaken. Het onderzoek werd uitgevoerd op initiatief van het ministerie van Financiën. De doelstelling van het onderzoek is de consument te informeren over geldzaken. In totaal werden 780 zzp’ers tussen de 18 en 64 jaar voor het onderzoek benadert. Deze waren minimaal 15 uur per week werkzaam zijn als zelfstandig ondernemer.

Een deel van de zelfstandigen zonder personeel geeft aan dat ze kunnen terugvallen op hun partner. Daarnaast is er een groep van vijfentwintig procent die aangeeft dat ze zelf voldoende privévermogen hebben om eventuele kosten van arbeidsongeschiktheid te kunnen afdekken.

De bouw en de economie

De milde winter van 2011-2012 zorgt er voor dat veel bouwprojecten door kunnen lopen. De economie is echter nodig toe aan een opleving. De slechte berichten in het nieuws zorgen er voor dat veel investeerders terughoudend zijn met hun plannen. Daarnaast zijn de banken kritisch bij het verstrekken van kredieten. Hiervan ondervinden zowel particulieren als bedrijven de nadelige gevolgen. Er worden minder huizen en bedrijfspanden gebouwd.

Ondanks de milde winter is de vorst van de economische crisis in deze periode bijzonder hevig. Het is jammer dat er nu een neerwaartse spiraal dreigt op te treden. Wanneer banken geen geld verstrekken zal er minder geïnvesteerd worden. Wanneer investeringen uitblijven krijgen bouwbedrijven het moeilijker. De kans bestaat dat er nog meer bouwbedrijven failliet worden verklaard. Hierdoor komen er nog meer mensen op straat te staan.

De werkloze bouwvakkers zorgen er voor dat er meer geld vanuit de WW moet worden beschikbaar gesteld. Hierdoor gaat er nog meer geld van de overheidsschatkist naar mensen die afhankelijk zijn van een uitkering. De overheid zal nog meer moeten bezuinigen. Dat is weer slecht voor het economische klimaat en de cirkel is weer rond.

Website technisch werken in ontwikkeling

De website van Technisch Werken heeft de laatste tijd alleen op het gebied van nieuws en nieuwe vacatures de nodige aanvullingen laten zien op internet. Dit houdt niet in dat de ontwikkeling van de website stilstaat. De website is nog in ontwikkeling. Er wordt achter de schermen hard gewerkt aan een duidelijke lay-out en een heldere indeling.

Ook zullen er binnenkort naast vacatures ook profielen van beschikbare werknemers op komen te staan. Dit zijn werknemers die zich hebben ingeschreven bij het uitzendbureau en aangeboden willen worden aan werkgevers. De profielen komen in een lijst te staan die door de werkgevers bekeken kunnen worden.

Het is de bedoeling dat beschikbare technische werknemers uit Noord Nederland worden aangeboden. Om het overzicht transparant te houden worden een aantal verschillende categorieën gehanteerd bij het plaatsen van de profielen op de website. Deze categorieën zullen in eerste instantie de volgende zijn:

  • Elektrotechniek
  • Installatietechniek
  • Werktuigbouwkunde
  • Overige profielen

Getracht wordt om iedere werkdag de beschikbare werknemers door te nemen zodat een actueel aanbod op de site aanwezig blijft. Dit aanbod kan door de grillige markt regelmatig wisselen. Daarom is het belangrijk om het aanbod regelmatig te bekijken op internet. Dit is voor werkgevers en werknemers van belang.

Technische markt is geven en nemen tussen werkgever en werknemer

Het begin van 2012 begint in de techniek redelijk rustig. Bedrijven zijn erg afwachtend over wat de economie de komende tijd zal brengen. Investeringen zijn op dit moment juist nodig om de markt op gang te houden. Niet alleen investeringen in nieuwe technische ontwikkelingen zijn van groot belang. Ook ontwikkeling en scholing van personeel is voor een bedrijf een goede investering. Personeel is in de huidige ontwikkelingen loyaler dan in een markt met een grote economische vooruitgang.

In een markt met een grote economische groei gaat personeel vaak om zich heen kijken naar nieuwe uitdagingen en financiële vooruitgang door werkgevers op te zoeken die meer te bieden zouden kunnen hebben. In de huidige markt blijven personeelsleden die voor deze zaken gevoelig zijn liever afwachten tot de tijden beter worden. Er kunnen natuurlijk duidelijke afspraken worden gemaakt met personeelsleden over opleidingen en werkzekerheid. Bedrijven kunnen in de huidige markt personeel nog beter aan hun binden.

Zeker in het noorden van Nederland is de mentaliteit dat mensen verhoudingsgewijs langer bij een werkgever zitten wanneer deze hen goed behandeld. Daarom kan een werkgever op dit moment een enorme slag maken door personeel door een slechte periode heen te helpen en daarbij een beroep te doen op hun inzet wanneer de tijden weer beter worden. Het is een beredenering: als wij je nu aan het werk houden blijf je dan ook wanneer andere bedrijven je proberen weg te ‘kopen’?

Het personeelsbeleid van bedrijven zou deze dagen prima kunnen worden aangepast naar een personeelsbeleid dat gericht is op de lange termijn. Dit is voordelig voor werkgevers en werknemers. Hierbij valt ook te denken aan het werven van nieuwe leerlingen zoals de zogenoemde BBL-ers die werken en naar school gaan.

Ontwikkeling personeel belangrijk voor de techniek

Gecombineerde technische functies zijn op dit moment interessant voor werkgevers. Verschillende werkgevers in de Werktuigbouwkunde zijn op zoek naar medewerkers die breed ingezet kunnen worden in het bedrijf. Bedrijven moeten flexibel kunnen inspelen op de markt. Dit heeft ook gevolgen voor de eisen die ze stellen aan hun personeel.

Zowel uitvoerend personeel als middenkaderpersoneel krijgt te maken met het toenemende eisenpakket van werkgevers. Zo moeten lassers vaak ook als allround constructiebankwerker kunnen worden ingezet en naast lassen ook kunnen tekening lezen en samenstellen.

Tekenaars moeten kunnen werkvoorbereiden en calculeren. Daarnaast wordt vaak van tekenaars verlangt dat ze verschillende tekenprogrammas beheersen zoals AutoCAD en Inventor. Ook programmas als SolidWorks en SolidEdge kommen regelmatig op vacatures voor. Daarnaast wordt tekenen met name in de machinebouw steeds meer in 3D programmas gedaan. Tekenaars moeten zich door deze ontwikkelingen voortdurend blijven scholen.

Verder moeten bedrijven investeren in innovatie. Ze moeten nieuwe producten bedenken om in de markt mee te kunnen blijven doen. China en andere landen staan klaar om eenvoudige kopieën te maken van Europese producten. Daarom zal Europa een technische voorsprong moeten blijven hebben om niet te worden ingehaald door landen die goedkoop kunnen produceren.

Naast bedrijven moeten ook technische scholen gericht zijn op het ontwikkelen van nieuwe innovatieve technische oplossingen en machines. Wanneer alleen wordt ingegaan op bestaande technische oplossingen zullen studenten nooit de creatieve geest ontwikkelen die in Nederland en de rest van Europa nodig is om de concurrentie met andere grote landen en economieën aan te gaan.

Olieprijzen en de technische sector

De wereldeconomie is afhankelijk van olie. Met name de opkomende economieën zoals China en Brazilië zorgen er voor dat er meer vraag is naar olie. De stijgende vraag zorgt voor een stijgende olieprijs. Daarnaast zijn er nog de politieke aspecten van de wereld die er voor zorgen dat de olieprijs niet stabiel blijft maar voortdurend stijgt en daalt. De olieboycot met Syrië is daar een voorbeeld van. In het verleden gebeurde dit ook wel met Irak.

De oorlog in Libië zorgde eerder al voor een daling van de olieproductie. De opstand zorgde er voor dat de productie zo goed als stil was komen te liggen. Nu zou de productie weer redelijk op niveau zijn in het Noord- Afrikaanse land. De Italiaanse energiemaatschappij Eni geeft aan dat de olieproductie weer op het oude niveau is van voor de opstand. De topman Paolo Scaroni gaf zaterdag 21 januari aan dat de productie momenteel 260.000 vaten olie per dag is. Voor de opstand was de olieproductie 270.000 vaten olie per dag.

De situatie lijkt in Libie nu weer redelijk hersteld maar dat bied geen garanties voor een verlaging van de olieprijs. Veel olie komt uit het Middenoosten. Dit is een uiterst instabiel gebied. Het Westen is afhankelijk van de olie uit het Middenoosten. Het Middenoosten is afhankelijk van het geld van het Westen en de import van voedsel. Deze samenwerking verloopt zeker niet altijd vlekkeloos. De spanningen hebben regelmatig geleid tot oorlogen en economische problemen.

De technische sector is net als vele andere sectoren voor een belangrijk deel afhankelijk van olieprijzen. We hopen tegen beter weten in op stabiliteit in het Middenoosten. We zullen zien wat de olieprijzen worden de komende tijd. We kunnen er toch niet veel aan veranderen.

Agrarische sector doet het goed

Hoewel de laatste tijd vrijwel alleen maar negatieve economische berichten te vinden zijn, komen er af en toe toch gelukkig wat positieve berichten in het nieuws. Met de agrarische sector in Nederland lijkt het behoorlijk goed te gaan. Zo is de totale waarde van de export van agrarische producten vorig jaar gestegen naar 73 miljard euro. Dit is een stijging van 9 procent. Dit bleek uit de nieuwste handelscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Landbouw Economisch Instituut (LEI). Afgelopen vrijdag 20 januari werden de cijfers bekendgemaakt op een grote landbouwbeurs in Berlijn genaamd de Grüne Woche.

Daling koopkracht Nederlandse werknemers

De koopkracht van de Nederlandse bevolking zal de komende tijd verder dalen. Het Nibud, het Nationaal instituut voor Budgetvoorlichting, heeft dit met berekeningen aangetoond. De daling van de koopkracht zou zelfs nog sterker zijn dan op de Prinsjesdag werd aangegeven. Hoewel de brutolonen bruto iets stijgen gaat niemand er in Nederland netto op vooruit. Een koopkrachtdaling zou volgens het Nibud rond de 1 tot 2 procent zijn. Dit scheelt een huishouden soms tot 100 euro of meer per maand. De daling van de koopkracht heeft voor een deel te maken met de stijging van de premie voor de zorgverzekeraar. Deze premie is ongeveer 6 procent gestegen. Deze stijging is hoger uitgevallen dan eerder werd aangenomen op Prinsjesdag.

Gemiddeld zijn daarnaast de brutolonen van de werknemers slechts met 1,75 procent omhoog gegaan in plaats van de 2 procent die werd verwacht. De inflatie is daarnaast ook opgelopen waardoor het gat nog groter wordt. Voor werknemers is de situatie er dit jaar niet beter op geworden. Uitkeringsgerechtigden hebben het overigens nog moeilijker. Bij bezuinigingen op uitkeringen kunnen ze niets anders doen dan de gevolgen aanvaarden. Werknemers hebben in sommige gevallen nog een werkgever waarmee ze in onderhandeling kunnen over hun salaris.

Bedrijven hebben op dit moment echter nog niet veel duidelijkheid over de economische ontwikkelingen en kunnen daardoor vaak geen uitspraak doen over eventuele salarisverhogingen. De economische berichten in het nieuws beloven nog weinig verandering in de economische situatie in Nederland en de rest van Europa.

Pensioenen in de metaalsector

De komt weer slecht nieuws uit de wereld van de pensioenen. De PME is een fonds dat belegd voor werknemers van grote bedrijven. Voorbeelden hiervan zijn de bedrijven Draka, DAF en Stork. Het fonds bracht naar buiten dat bijna 2 miljoen werknemers en gepensioneerden te maken kunnen krijgen met een verlaging van hun pensioen. Dit zal op 1 april 2013 gebeurden wanneer de dekkingsgraad aan het einde van 2012 nog niet in orde is. Het gaat hier met name om bedrijven in de metaalsector.

De verwachte daling van de pensioenen zal ongeveer 6 tot 7 procent zijn. Dit zou een nettobedrag van 10 tot 20 euro per maand kosten voor de gepensioneerden. De gevolgen van deze korting op de pensioenen kunnen worden ondervonden door bijna 2 miljoen pensioengerechtigden. Dit is een enorm aantal mensen. Het is in Nederland nog niet eerder voorgekomen dat zoveel mensen te maken zouden krijgen met een korting op hun pensioen.

Dit vind ik een buitengewoon slechte ontwikkeling. Hardwerkende werknemers te maken met slechte vooruitzichten op hun pensioen. Daarnaast krijgen ook gepensioneerden te maken met een korting. Het is niet verwonderlijk dat veel werknemers langer willen en moeten doorwerken. Echter is de metaalsector niet bepaald een sector waar je langer dan je 65ste zou moeten willen werken. Behalve natuurlijk wanneer je een aansturende functie hebt of een functie op kantoor als tekenaar, calculator of werkvoorbereider.

In het uitvoerende werk zoals bij constructiebankwerkers, lassers, samenstellers enzovoort is 65 jaar een goede leeftijd om te genieten van een welverdiend pensioen. De vraag blijft dat of er wel een acceptabel bedrag wordt uitgekeerd.

Bouwsector in moeilijkheden in 2012 door teruglopende woningbouw

Nico Rietdijk, directeur van de vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers (NVB), heeft woensdag 18 januari 2012 gewaarschuwd dat in 2012 de bouw te maken krijgt met nog grotere problemen dan de afgelopen tijd. Volgens hem zou de politiek van Nederland moeten ingrijpen anders gaan verschillende gerenommeerde bouwbedrijven failliet en komen er duizenden bouwvakkers en ander personeel uit de bouw op straat te staan.

De politiek zou vooral moeten ingrijpen in de woningmarkt. Volgens Rietdijk is de situatie in de woningmarkt op het gebied van nieuwbouwwoningen heel nijpend. In 2011 werden nog 21.000 nieuwbouwwoningen verkocht. Dit jaar wordt verwacht dat het aantal nieuwbouwwoningen dat verkocht gaat worden gaat dalen tot 12.000. Er is een duidelijke dalende lijn te zien. In 2010 werden namelijk nog 26.000 woningen verkocht.

Rietdijk ziet de problemen vooral bij de verstrekkers van hypotheken. Deze bedrijven zijn erg terughoudend met het verstrekken van hypotheken. Deze terughoudendheid zorgt er voor dat 20 tot 30 procent van de kopers van een nieuwbouwwoning de financiering niet sluitend krijgt en daardoor van de koop moet afzien. De toezichthouders zijn volgens hem veel te streng bij het verstrekken van hypotheken. Soepeler regels zouden de huizenmarkt weer in beweging kunnen brengen. Hij ziet geen oplossing in het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Dit is overigens wel de oplossing die je veel in het nieuws hoort de laatste tijd.

Met name de oppositie van de Nederlandse politiek vormt een blok die zich voor de aanpassing van de hypotheekrenteaftrek uitspreekt. Het is echter nog onduidelijk wat al die partijen precies willen aanpassen aan de hypotheekrenteaftrek.

Beroepspraktijkvorming Monitor

Uit een rapport van de Beroepspraktijkvorming Monitor (BPV) 2011 is gebleken dat er momenteel nog te weinig afstemming tussen student het bedrijf en het MBO is wanneer een student wordt geplaatst bij een leerbedrijf. Voor dit rapport werden de resultaten gemeten van de afspraken die in 2009 zijn gemaakt tussen het ministerie van Onderwijs, de MBO Raad en werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Het blijkt lastig te zijn om voor studenten een geschikte stageplaats te vinden. Het is niet duidelijk welke taken een leerbedrijf precies heeft naar de studenten en naar het MBO. Studenten vinden het moeilijk om een goede keuze te maken voor een leerbedrijf of stageplaats. Dit komt omdat ze lastig aan goede informatie kunnen komen om een keuze te maken.

Ook het aantal stageplaatsen is niet altijd even goed afgestemd op het aantal studenten die een plaats zoekt.