Bouwend Nederland verliest leden

Bouwend Nederland is een organisatie waarbij bouwbedrijven en infrabedrijven van Nederland zijn aangesloten. Maxime Verhagen is de voorzitter van deze organisatie. Bouwend Nederland heeft verschillende speerpunten die ze hanteert voor haar lobby in de bouwbranche. Deze speerpunten gaan over onderwerpen die nauw verbonden zijn met de infra en de bouw. Bouwend Nederland wil met deze speerpunten een gezond klimaat bewerkstelligen voor de bouw en een vermindering van regels die voor de bouw en infrawereld beklemmend kunnen werken.

De belangenorganisatie Bouwend Nederland heeft het niet makkelijk om in een economisch slechte tijd haar belangen door te voeren in de markt. Een aantal deelnemers van Bouwend Nederland zijn ontevreden over de crisisaanpak die Bouwend Nederland tot nog toe heeft laten zien. Het betreft hierbij twee deelnemers VolkerWessels en Heijmans. Om hun onvrede te onderstrepen hebben ze hun ze per 1 januari 2015 hun lidmaatschap opgezegd.

VolkerWessels en Heijmans willen op hun beslissing terugkomen wanneer voorzitter Maxime Verhagen een aantal veranderingen doorvoert. Het nieuws over het opzeggen van het lidmaatschap van deze twee grote bedrijven kwam naar buiten op donderdag 24 oktober 2013. De woordvoerder van VolkerWessels gaf hierbij aan dat ze een branchevereniging willen die beter aansluit bij de verwachtingen en wensen van het bedrijf. Heijmans liet namens een woordvoerder weten dat Bouwend Nederland meer oog moet hebben voor ondernemerschap en sneller moet reageren in de markt.

Informatiebijeenkomst Stimuleringsmaatregelen voor de 55plus

Op 1 oktober gaf minister Asscher het startsein aan het ‘Actieplan 55plus’. Doelstelling: binnen 2 jaar 22 duizend 55 plussers aan een baan helpen! Hiervoor stelt de minister 67 miljoen beschikbaar aan stimuleringsmaatregelen. Intermediairs kunnen recht hebben op een Scholingsvoucher voor de 55plus kandidaat en/of een Plaatsingsfee! Het UWV heeft een speciale informatiebijeenkomst over Stimuleringsmaatregelen voor de 55plus. Hieronder staat de uitnodiging weergegeven voor intermediairs.

Uitnodiging
Datum en tijdstip: maandag 4 november van 14:00 uur – 16:00 uur
Waar: Congrescentrum HanzePlaza, Protonstraat 16, Groningen.

Programma
14.00 uur Welkomstwoord
14.10 uur Inspiratie: wat doet een netwerkbijeenkomst met een werkzoekende?
14.40 uur Stimuleringsmaatregelen 55plus: plaatsingsfee en scholingsvoucher
15.10 uur Pauze
15.20 uur Convenant: geef vorm aan samenwerking
16.00 uur Afsluiting

Aanmelden
Wanneer een uitzendbureau interesse heeft om bij deze bijeenkomst aanwezig te zijn moet deze zich aanmelden vóór 31 oktober 2013 bij het UWV.

UWV Werkbedrijf
Werkgeversservicepunt Arbeidsmarktregio Groningen
Eendrachtskade Z.Z. 2
9726 CW Groningen

Vakbonden overleggen opnieuw over cao grootmetaal

Sinds 20 september 2013 houden metaalmedewerkers in de grootmetaal in verschillende metaalbedrijven stakingen voor gunstiger arbeidsvoorwaarden. De stakingen worden gehouden op maandag en vrijdag. maandag 21 oktober 2013 hebben metaalbewerkers in verschillende steden van Nederland gestaakt in metaalbedrijven die onder de cao grootmetaal vallen.

Overleg hervat
Dinsdag worden de onderhandelingen over de cao grootmetaal door de vakbonden hervat. Eerder dit jaar, op 11 oktober, hadden de vakbonden met de werkgevers al een cao-akkoord behaald over de kleinmetaal. De stakingen in de grootmetaal gingen door.

FNV
De FNV gaf maandag aan dat het overleg dinsdag met de werkgevers wordt hervat. De werkgevers zijn volgens de bond in beweging gekomen door de stakingen. Medewerkers in de metaal willen onder andere loonsverhoging ontvangen en meer invloed hebben op het indelen van de werktijden.

Werkgevers organisatie FME-CWM
De werkgevers organisatie FME-CWM reageert positief. De organisatie vindt het goed nieuws dat de onderhandelingen met de vakbonden worden hervat. De stakingen zijn slecht voor bedrijven en de werkgelegenheid in de sector. De werkgeversorganisatie stond altijd open voor overleg aldus een woordvoerster van de FME-CWM.

Omvang van de grootmetaal
De grootmetaal telt in Nederland 150.000 werknemers. Onder de grootmetaal vallen verschillende bedrijven in de techniek. Voorbeelden van bedrijven die onder de grootmetaal kunnen vallen zijn de vliegtuigbouw, machinefabrieken, scheepsbouw en bedrijfswagenbouwers.

Reactie Technisch Werken
Het is begrijpelijk dat werknemers graag tegen goede arbeidsvoorwaarden werkzaamheden willen verrichten. Door de gevolgen van de economische crisis draaien veel bedrijven in de metaal echter slecht of minder goed. Hierdoor hebben bedrijven minder financiële middelen om aan de wensen van hun werknemers tegemoet te komen. De vraag blijft staan of deze crisistijd een handig moment is om werkgevers onder druk te zetten. Verschillende werknemers kiezen er toch voor om te blijven werken. Deze keuze is begrijpelijk. Loyaliteit en solidariteit met de werkgever is in een crisistijd belangrijk om de sfeer van de werkvloer naar de werkgever goed te houden. Dit werkt ook andersom. Als de economie weer aantrekt kan er weer geëist worden en kunnen werknemers weer om betere arbeidsvoorwaarden vragen. Een harde aanpak van werknemersorganisaties zou in deze crisistijd wel eens meer stuk kunnen maken dan heel.

Groene stroom vormt bedreiging voor energiebedrijf

Groene stroom is sterk in opmars. Niet alleen in Nederland maar vooral ook in buurland Duitsland. In Duitsland wordt door de aanleg van nieuwe windmolenparken zoveel groene stroom opgewekt dat er een overschot aan opgewekte energie dreigt te ontstaan. Elektrische stroom kan niet worden opgeslagen en daarom moet naar een oplossing worden gezocht om deze energie te distribueren. Dit transport van elektrische stroom zal vermoedelijk niet alleen binnen Duitsland plaatsvinden.

Prijs van groene stroom
Ook Nederland zal in de toekomst meer groene stroom van Duitsland ontvangen. De prijs van Duitse groene stroom is daarnaast veel lager dan stroom die door Nederlandse energieleveranciers wordt aangeboden. Elektriciteit is in Duitsland goedkoper dan in Nederland. Hierdoor kunnen Duitse bedrijven goedkoper produceren wat de concurrentiepositie van Duitse bedrijven versterkt ten opzichte van bijvoorbeeld Nederland.

Nederlandse bedrijfsleven afhankelijk van stroom
Het Nederlandse bedrijfsleven heeft belang bij goedkope energie of deze nu ‘groen’ is of niet. Bedrijven hebben elektrische energie nodig om machines in beweging te houden en computers te laten werken. Zonder elektriciteit kunnen de meeste bedrijven de deuren sluiten. Hoe goedkoper de energie is hoe lager deze productiekosten zijn voor een bedrijf. Het bericht over goedkope groene stroom wordt door veel bedrijven met gejuich ontvangen. Dat deze stroom ook nog ‘groen’ is zorgt voor veel bedrijven voor een leuke bijkomstigheid. Hierdoor kunnen ze ook nog stappen maken op het gebied van milieuverantwoord of maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toch is niet elke bedrijvensector in Nederland tevreden over de ontwikkelingen met betrekking tot groene stroom. De energiebedrijven raken door de goedkope groene stroom in financiële moeilijkheden. De bedrijven kunnen niet tegen de stuntprijzen van groene stroom op concurreren.

Groene stroom is niet continue
Daarnaast is groene stroom niet continue aanwezig. Er zijn periodes dat er weinig windkracht en zonlicht is waardoor het opwekken van groene stroom niet een hoog rendement heeft. Energiebedrijven vangen deze tekorten op door in energiecentrales fossiele brandstoffen om te zetten in stroom. Door het gebruik van fossiele brandstoffen is men minder afhankelijk van de weersomstandigheden en kan men, mist er een voortdurende aanvoer is van fossiele brandstoffen, continue elektrische stroom produceren. Wanneer energiecentrales vanwege groene stroom minder fossiele brandstoffen om gaan zetten zorgt dit er voor dat de productie van deze centrales afneemt. Energiecentrales kunnen zelfs overwegen om te sluiten omdat de productie te gering is om rendabel te zijn.

Energiebedrijven in problemen
Het probleem met betrekking tot de daling van de productie van energiecentrales vindt niet alleen in Nederland plaats. maandag 21 oktober 2013 melde PwC dat energiebedrijven in Europa zich zorgen maken over de ontwikkelingen op het gebied van groene stroom. PwC is een accountantsbedrijf en deed onderzoek naar energiebedrijven uit 35 landen. Hiervoor werden 53 bestuurders van verschillende energiebedrijven benadert.

Uitkomst onderzoek PwC over energiebedrijven
Van de 53 ondervraagde bestuurders van energiebedrijven gaf negentig procent aan dat de traditionele verdienmodellen van energiebedrijven in de toekomst niet meer haalbaar zijn. Bedrijven zullen in de toekomst meer zelfstandig energie produceren en verkopen. Dit komt doordat bedrijven steeds vaker investeren in zonnepanelen om daarmee stroom voor eigen gebruik op te wekken. Daarnaast investeren bedrijven ook in windenergie door het plaatsen van windmolens. Hierdoor besparen bedrijven energiekosten maar lopen energiebedrijven ook inkomsten mis. Door dit gemis aan inkomsten kan niet meer geïnvesteerd worden in energiecentrales. Hoewel deze centrales vervuilender zijn dan groene stroom zorgen deze centrales wel voor een continuïteit. Schommelingen die ontstaan in zonne-energie en windenergie kunnen niet langer worden opgevangen. Het gevolg zou kunnen zijn dat bepaalde delen van Nederland of andere landen tijdelijk zonder stroom komen te zitten. Dit worden ook wel black-outs genoemd. Volgens PwC moet de sector van energiebedrijven zichzelf aanpassen. De vraag is of ze daar nog voldoende tijd voor hebben.

Reactie van Technisch Werken
De ontwikkelingen van groene stroom zijn goed nieuws voor de natuur en zorgen er voor dat het leefklimaat door een dalende luchtvervuiling verbetert. Op dit moment is men in Nederland en vele Westerse landen nog afhankelijk van vervuilende kolencentrales of andere systemen waarin fossiele brandstoffen worden omgezet in elektrische energie. Dit is natuurlijk goed voor energiebedrijven die daardoor verzekerd zijn van een bepaalde afname. Wanneer deze afname daalt door het toenemende gebruik van groene stroom is dit voor deze bedrijven een kwalijke ontwikkeling.

Het grote probleem is echter niet het voortbestaan van de energiecentrales. Deze zullen langzamerhand toch plaats moeten maken voor groene stroom. De kern van het probleem is: ‘hoe kunnen we elektrische energie opslaan?’ Wanneer antwoord gegeven kan worden op deze vraag kan een overschot aan groene stroom worden opgeslagen voor periodes dat de natuur het even laat afweten om voldoende wind en zonlicht ter beschikking te stellen.

Wanneer technici zich gaan inzetten om antwoord te geven op de vraag: ‘hoe kunnen we elektrische energie opslaan’ kan daarmee gestreefd worden naar één van de grootste doorbraken op het gebied van energietechnologie. Een uitdaging die veel technici moet aanspreken.

Woning isoleren, wie gaat dat betalen?

Nederland gaat langzaam maar zeker meer werk maken van verantwoord ondernemen en het zorgvuldig gebruiken en verbruiken van onze energiebronnen. De aanpak vindt plaats vanuit twee richtingen. Ten eerste moet meer duurzame energie worden opgewekt vanuit energiebronnen zoals zonlicht en wind. Daarnaast wil men de verspilling van energie tegen gaan.

Auto’s moeten zuiniger worden en de vervuiler betaald. Dat is een nieuwe koers van de overheid. Daarnaast wil de overheid de burger helpen om te besparen op energiekosten. Wanneer de burgers minder energie verbruiken wordt niet alleen hun beurs maar ook het milieu bespaard.

Geld probleem bij woning isoleren
Hoe kun je het aantrekkelijk maken voor burgers om in een economische crisis geld te investeren in het isoleren van hun woning? Minister Stef Blok voor Wonen heeft in samenwerking met twee banken een plan bedacht dat antwoord moet geven op deze vraag. Minister Blok heeft samen met de banken een energiebespaarfonds gevuld. Dit werd bekend gemaakt door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Met het energiebespaarfonds kunnen burgers een financieel steuntje in de rug krijgen om investeringen te doen waarmee hun woning energiezuiniger wordt.

Fonds voor woningisolatie
De opzet van het energiebespaarfonds draait om het verstrekken van een lening aan woningbezitters die hun woning willen isoleren. In het fonds is een bedrag van 300 miljoen euro aanwezig. Dit bedrag is tot stand gekomen door een investering van de Rabobank (175 miljoen euro), de ASN Bank (50 miljoen euro) en het Rijk (75 miljoen euro). De rente waar tegen de woningbezitters kunnen lenen bedraagt tussen de drie en drie-en-een-half procent. De bedragen die geleend kunnen worden variëren van  2.500 tot 250.000 euro. Daarnaast hebben de leningen een maximale looptijd. Deze looptijd kan volgens de huidige plannen maximaal zeven of maximaal tien jaar zijn.

Waarvoor kan het energiebespaarfonds worden gebruikt?
Het isoleren van een woning kan op verschillende manieren gebeuren. Zo kan isolatiemateriaal in of achter muren worden aangebracht. Ook het isoleren van daken is mogelijk met het energiebespaarfonds. Dubbele beglazing aanbrengen en kozijnen vervangen voor energiezuinige kozijnen zijn ook mogelijkheden die een huizenbezitter kan aanwenden om van de lening gebruik te maken.

Reactie van Technisch Werken
Investeren in energiebesparing is een verstandige zaak. Het zorgt er voor dat de voorraad fossiele brandstoffen minder snel opraakt. Daarnaast zorgt het gebruik van duurzame energie, die gebaseerd is op zonlicht en wind , er voor dat de energievoorraad onbeperkt is.

Het isoleren van een woning is zowel goed voor de bewoners als voor het milieu. De vraag blijft of het verstandig is om daar geld voor te lenen. Nederland heeft wereldwijd per hooft van de bevolking verhoudingsgewijs de hoogste schuldenlast. Dit heet in belangrijke mate te maken met ons hypotheeksysteem. In tijden van economische crisis is het voor veel mensen moeilijk om aan hun afbetalingsplicht te voldoen.

Het aangaan van nieuwe leningen moet voorzichtig gebeuren en niet impulsief. De overheid zou er goed aan doen om van te voren berekeningen te maken voor de woningbezitters die aanspraak willen maken op het energiebespaarfonds. Wanneer een besparingsmaatregel goed wordt ingevoerd kan deze zichzelf terugverdienen en houdt de woningbezitter na het aflossen van de schuld in de toekomst meer geld over.

Overheid wil invloed vergroten in staatsbedrijven

Op vrijdag 18 oktober kwam opmerkelijk nieuws uit Den Haag. Minister Dijsselbloem van Financiën wil dat de overheid meer inspraak krijgt in staatsbedrijven. Volgens hem moeten bedrijven zoals Schiphol en ABN Amro de staat eerder betrekken bij beslissingen op strategisch niveau. Ook de Gasunie moet als staatbedrijf gehoor geven aan het besluit van minister Dijsselbloem.

Wat zijn staatsbedrijven?
Men spreekt van staatsbedrijf of overheidsbedrijf wanneer het bedrijf in handen is van de overheid of de overheid groot aandeelhouder is van het bedrijf. Staatsbedrijven komen in verschillende politiek systemen voor, van communistische tot kapitalistische systemen en van totalitaire tot democratische regeringsvormen. Een staatsbedrijf is meestal om een bepaalde reden in handen van een overheid. Vaak gaat het om essentiële functies die door het bedrijf in de economie worden vervuld. Zo heeft Schiphol een belangrijke logistieke functie voor Nederland. De Gasunie heeft op het gebied van energie een belangrijke rol. Uit bijna elk staatsbedrijf is te herleiden wat het belang daarvan is voor de Nederlandse maatschappij.

Belang van gas en elektriciteit voor Nederland
Gas en elektriciteit zijn zeer belangrijk voor het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse huishoudens. Deze energiedragers of energiebronnen zijn van dusdanig groot belang dat veel bedrijven en huishoudens er niet zonder kunnen. De overheid heeft daarom besloten dat de Gasunie en Tennet in handen van de staat blijven. Het belang van de gasnetten en elektriciteitsnetten is eenvoudigweg te groot om het uit te besteden of te verkopen aan commerciële bedrijven. Het functioneren van de Nederlandse maatschappij hangt voor een groot deel af van de kwaliteit van deze energienetten.

Invloed van de overheid op gas en elektriciteit
Vanaf 1 januari 2014 wil de overheid eerder betrokken worden bij grote beslissingen van staatsbedrijven. De drempel waarbij de overheid moet worden geraadpleegd bij een beslissing wordt omlaag gebracht. Ook bij het benoemen van bestuurders, commissarissen en andere belangrijke functies van staatsbedrijven wil de overheid meer betrokken worden. De overheid wil met het vergroten van haar invloed er voor zorgen dat er capabele bestuurders worden aangenomen dat er verantwoord met het geld van de Nederlandse burgers wordt omgegaan.

NS en Schiphol
De Nederlandse  Spoorwegen (NS) en Schiphol vormen met hun belangrijke logistieke functie een sleutelpositie in de mobiliteit van Nederlandse goederen en personenvervoer per spoor en in de lucht. Ook op dit gebied moeten de Nederlanders verzekerd zijn van kwaliteit en veiligheid. Daarom wil minister Dijsselbloem dat deze bedrijven ook nog geruime tijd in staatshanden blijven.

Reactie Technisch Werken
Het is begrijpelijk dat de overheid haar burgers wil garanderen dat ze op een veilige en verantwoorde wijze worden bediend van energie en de mogelijkheid om zich per spoor of in de lucht te verplaatsen. Het is niet meer dan vanzelfsprekend dat de overheid wil weten wat er met het geld van de burgers gebeurd wanneer dat wordt geïnvesteerd in staatsbedrijven. Torenhoge bonussen die worden toegekend aan bestuurders, zonder dat die duidelijke resultaten  hebben geboekt, vormen een doorn in het oog voor veel mensen. Wanneer naast het toekennen van hoge bonussen ook ontslagen volgen voor lager personeel is de maatschappelijke verontwaardiging groot. Staatsgeld komt zo in de verkeerde handen terecht. Wie controleert de bestuurders en is verantwoordelijk voor het aannamebeleid? Ik kan me goed voorstellen dat Dijsselbloem hierop invloed wil uitoefenen. Daarnaast is het goed dat de bedrijven niet in commerciële handen vallen. Het elektriciteitsnet is nu vrijwel op alle plekken in Nederland aanwezig. Ook commercieel minder aantrekkelijke plaatsen zoals kleine dorpen of verspreide boerderijen zijn voorzien van elektriciteit en gas. Deze netwerken moeten onderhouden worden. Een commercieel bedrijf zou de keuze kunnen maken om deze minder rendabele regio’s af te stoten maar de overheid kan dat niet. Dit is ook van toepassing op het openbaar vervoer dat door de Nederlandse Spoorwegen wordt geboden.

Consumentenvertrouwen stijgt

Binnen de techniek zijn veel bedrijven die actief zijn in de maakindustrie. In de maakindustrie worden producten vervaardigd voor verschillende afnemers waaronder de detailhandel die de producten verkoopt aan consumenten. Voor de maakindustrie is het daarom goed nieuws dat het consumentenvertrouwen aan het stijgen is.

Vrijdag 18 oktober 2013 melde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het consumentenvertrouwen in oktober de hoogste stand heeft bereikt in meer dan twee jaar. Het consumenten vertrouwen verbeterde daarmee ten opzichte van september 2013.

Volgens het CBS zien de consumenten de komende twaalf maanden de economische situatie minder somber in dan voorheen het geval was. Op alle onderdelen waarop het consumentenvertrouwen is beoordeeld werd vooruitgang geboekt. Zo werd het economisch klimaat als beter beoordeeld maar ook was de het consumenten vertrouwen ten opzichte van het afgelopen jaar positiever.

Het klimaat om grote aankopen te doen wordt door consumenten ook positiever beoordeeld. Daardoor stijgt de koopbereidheid voor grotere aankopen. Dit zou goed nieuws kunnen zijn voor de woningbouw. De bouw kan wel een steuntje in de rug gebruiken in deze tijd. Toch wil minister Henk Kamp van Economische Zaken nog geen conclusies aan deze rapport over het consumentenvertrouwen verbinden.

Reactie van Technisch Werken
Het is uitstekend nieuws dat het vertrouwen van consumenten stijgt. De vraag is natuurlijk of dit vertrouwen ook wordt omgezet in daden. Uiteraard draait de markt om emoties en is consumenten vertrouwen een belangrijke basis voor het doen van aankopen. De koopkracht is echter ook een aspect waar rekening mee gehouden moet worden. Wanneer de koopkracht stijgt en het consumentenvertrouwen verbetert ontstaat de ideale mix voor een verbetering van de economie. Op dit moment is deze ideale mix nog niet aanwezig omdat de koopkracht niet stijgt. Daarnaast verlenen banken moeizaam kredieten aan bedrijven en particulieren. Hierdoor zullen investeringen niet snel worden gedaan. Jonge techneuten die innovaties hebben ontwikkeld op een technische universiteit kunnen in de praktijk al moeizaam aan geld komen om hun plannen te realiseren. Dit terwijl de kenniseconomie verlangd dat er geïnvesteerd wordt in nieuwe technologieën.

Deze investeringsmentaliteit moet in Nederland veranderen. De kenniseconomie vraagt om investeringen. Zonder investeringen zal de kenniseconomie niet naar een hoger niveau worden gebracht. Niet alleen de overheid moet meer de focus leggen op de kenniseconomie ook het bedrijfsleven moet bereid zijn om investeringen te doen.

Schijnconstructies met arbeidsmigranten

De schijnconstructies die op de arbeidsmarkt ontstaan tussen bedrijven en arbeidsmigranten moeten worden aangepakt. Hierover wil minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken afspraken maken met zijn buitenlandse collega’s. Asscher gaat binnenkort naar Polen toe om met dat land afspraken te maken over de arbeidsmigratie. Dit heeft hij op donderdag aangekondigd in een gesprek met de Tweede Kamer.

Eerder had Asscher al afspraken gemaakt met Bulgarije en Roemenië. Lodewijk Asscher benadrukt het belang van afspraken tussen lidstaten over de arbeidsmigratie. Er moeten volgens hem aparte afspraken met lidstaten worden gemaakt omdat Brussel nog niet doordrongen is van de nadelen die arbeidsmigratie voor bepaalde landen met zich meebrengt. Brussel moet de schaduwkant van de arbeidsmigratie op de agenda zetten zodat er in Europees verband afspraken over gemaakt kunnen worden.

Malafide uitzendbureaus
Lodewijk Asscher is bang dat malafide uitzendbureaus de positie van arbeidsmigranten gaan uitbuiten om er zelf beter van te worden. Deze zouden volgens hem cao-afspraken ontwijken. Daarnaast zouden arbeidsmigranten de positie van Nederlandse werknemers kunnen verdringen. Nederlandse arbeidskrachten krijgen meer concurrentie door arbeidsmigranten met gemiddeld lagere lonen. De lonen en cao-afspraken tussen Nederlandse werknemers en bedrijven kunnen onder druk komen te staan.

Vrije verkeer van personen
Lodewijk Asscher benadrukte in de Tweede Kamer dat hij geen tegenstander is van arbeidsmigratie en het vrije verkeer van personen binnen Europese landen. Dit vindt hij een “belangrijke pijler” voor Europa. Hoewel Lodewijk Asscher de arbeidsmigratie wil aanpakken door overleg met verschillende landen zijn er partijen die dat niet genoeg vinden. De SP wil dat de arbeidsmigratie zoveel mogelijk wordt beperkt.

Reactie van Technisch Werken
De arbeidsmigratie vormt op dit moment al een probleem in een aantal technische sectoren. Er zijn verschillende technische bedrijven waar laaggeschoold technisch werk wordt uitgevoerd zoals assemblage van eenvoudige constructies en machines. Ook zijn er in Nederland veel bedrijven waarbij eenvoudige lasprocessen en posities worden gehanteerd op de werkvloer. Binnen die bedrijven zijn regelmatig Polen en Hongaren aanwezig om de werkzaamheden uit te voeren. De reacties en ervaringen van bedrijven met deze arbeidsmigranten is wisselend. Het personeel in de metaalbranche is echter verontrust. Er zijn in Nederland verschillende metaalarbeiders hun werk kwijtgeraakt door arbeidsmigranten die lagere lonen verdienen dan hun Nederlandse collega’s.

Het geld wat door deze arbeidsmigranten wordt verdiend komt meestal niet in de Nederlandse economie terecht maar wordt gestuurd naar de landen waar de arbeidsmigranten vandaan komen. De Nederlandse overheid en het Nederlandse bedrijfsleven loopt door deze gang van zaken geld mis. Ook de twijfelachtige manier waarop sommige arbeidsmigranten in aanmerking kunnen komen voor een uitkering baart zorgen. Verschillende documentaires op televisie hebben aangetoond  dat het voor arbeidsmigranten en andere buitenlanders die uit de EU komen relatief eenvoudig is om in Nederland een uitkering aan te vragen terwijl men binnen afzienbare tijd weer naar het thuisland vertrekt. De uitkering blijft doorlopen en de staatskas van Nederland wordt leger zonder dat het geld in eigen land wordt besteed. Een dubbel verlies dus.

De overheid doet er verstandig aan om de risico’s van arbeidsmigratie goed onder ogen te zien. Daarnaast moet het voor bedrijven financieel even aantrekkelijk zijn om Nederlandse arbeidskrachten aan te nemen als buitenlandse. Buitenlandse arbeidskrachten moeten doormiddel van wettelijke bepalingen evenveel gaan verdienen als hun Nederlandse collega’s. Dan zijn we benieuwd hoeveel bedrijven arbeidsmigranten aan het werk zetten.

Malafide uitzendbureaus worden aangepakt met boetes

Het kabinet wil uitzendbureaus die de Nederlandse wet en regelgeving aan hun laars lappen keihard aanpakken. Minister Asscher van Sociale Zaken schrijft aan de Tweede Kamer dat malafide uitzendbureaus nog harder aangepakt zullen worden dan tot op heden het geval is geweest. Er is meer dan 90 miljoen euro aan boetes en naheffingen opgelegd aan malafide uitzendbureaus het afgelopen anderhalf jaar.

Sommige malafide uitzendbureaus kiezen er voor om hun uitzendbureau failliet te laten gaan wanneer ze een boete opgelegd krijgen. Na verloop van tijd starten ze een nieuwe uitzendonderneming en gaan de malafide praktijken gewoon door. Deze werkwijze is het kabinet een doorn in het oog. Daarom zullen ook eigenaren en leidinggevenden van verkeerde uitzendbureaus persoonlijk een boete moeten kunnen krijgen. Het kabinet zoekt naar mogelijkheden om dit in de wet vast te leggen.

Daarnaast wil het kabinet voorkomen dat doormiddel van faillissementen boetes worden ontlopen. Oude boetes moeten ook aan nieuwe bedrijven worden opgelegd wanneer deze door dezelfde eigenaren zijn opgericht. Wanneer een uitzendbureau daarnaast regelmatig de regels negeert moet deze eerder failliet kunnen worden verklaard zodat de praktijken eerder worden beëindigd.

Inspectie SZW inspecteert uitzendbureaus
De Inspectie SZW inspecteert uitzendbureaus en bedrijven op het naleven van regels. De afgelopen anderhalf jaar heeft de Inspectie SZW ongeveer 700 bedrijven en 600 uitzendbureaus geïnspecteerd. In bijna dertig procent van de gevallen was er sprake van één of meerdere overtredingen van de wet en regelgeving.

Volgens minister Asscher moeten ook de gegevens van bedrijven die in de fout zijn gegaan openbaar worden gemaakt. op deze manier kunnen werkgevers en werkzoekenden gewaarschuwd worden voor malafide uitzendbureaus. De vraag is of dit in de wet geregeld kan worden. Omdat er regelmatig misstanden ontstaan bij uitzendbureaus die buitenlanders aan het werk hebben heeft minister Asscher ook internationale afspraken gemaakt met Roemenië, Polen en Bulgarije. De landen moeten elkaar ondersteunen bij het uitwisselen van gegevens. Op die manier kunnen uitzendbureaus beter in de gaten worden gehouden en misstanden eerder worden aangepakt.

Autobranche boos over nieuwe afspraken begrotingsakkoord

Het kabinet heeft haar begrotingsplannen na overleg met de oppositie bijgesteld. Hoewel de nieuwe plannen in Nederland over het algemeen goed worden ontvangen is niet iedereen blij. De autobranche geeft aan dat de nieuwe begrotingsplannen van het kabinet in strijd zijn met afspraken die eerder zijn gemaakt over de autobelastingen. De RAI Vereniging, de Bovag en de VNA vinden dat de overheid zich onbetrouwbaar opstelt in deze situatie.

De lastenverlichtingen die zijn vastgelegd in het begrotingsakkoord dat de regeringspartijen VVD en PVDA met de oppositiepartijen D66, SGP en ChristenUnie hebben gesloten zorgt er voor dat het geld ergens anders vandaag gehaald moet worden. Hoger autobelastingen is het gevolg. De aanschafbelasting van auto’s, de BPM, gaat omhoog. Vanaf 2015 moet dat de regering 200 miljoen extra geld opleveren. Ook wordt de wegenbelasting ingevoerd voor zeer zuinige auto’s. Deze auto’s waren tot voor kort wegenbelastingvrij. Met de invoering van deze maatregel hoopt het kabinet 250 miljoen euro binnen te halen. De accijnsverhogingen op diesel en lpg gaan daarnaast ook door.

USG People en de dag van de duurzaamheid 2013

USG People vindt duurzaamheid belangrijk. Tien oktober 2013 was het de landelijke Dag van de Duurzaamheid. In het kader hiervan organiseerde USG People  allerlei activiteiten op haar hoofdkantoren in Almere. Collega’s van USG People werden op de Dag van de Duurzaamheid  in de hal verwelkomd door de speciaal daarvoor aangestelde MVO-ambassadeurs. Tijdens het welkomstmoment werden  tips genoemd over een gezond en vitaal leven.

40 Collega’s van USG People ontvingen een heerlijke stoelmassage en er werd een samenwerkingsovereenkomst met Stichting Lezen en Schrijven getekend. Tijdens de lunch konden deelnemers  van alles te weten komen over het duurzaamheidsbeleid van USG People bij de stands in de bedrijfsrestaurants. Tot slot werd de winnaar bekendgemaakt van de Sustainable People Challenge en deden maar liefst 13 sportievelingen mee aan de USG People Trappenrace.

Ook op USG People vestigingen van diverse werkmaatschappijen werd aandacht besteed aan de Dag van de Duurzaamheid. Zo organiseerde Start People in Limburg bij een van hun grote klanten een rondetafelbijeenkomst over duurzaamheid waar circa 15 klanten aanwezig waren. In Noord-Brabant bracht een belteam de groene flexmedewerker nog eens extra onder de aandacht bij de klanten van USG People.

Toyotafabriek roept busjes terug

Toyota heeft in Noord-Amerika een grote terugroepactie. Vanwege problemen met de automatische schakeling roept de autoproducent ongeveer 694.000 auto’s terug naar de fabriek. Het gaat hierbij om het Toyotaminibusjes van het type Sienna die in de Toyotafabriek in de Amerikaanse staat Indiana zijn gefabriceerd. De Sienna’s waar de problemen zijn ontstaan  zijn geproduceerd tussen 2004 en 2005. Ook de Sienna’s die zijn geproduceerd tussen 2007 en 2009 vertonen dezelfde problemen.

Donderdag 26 september 2013 heeft Toyota de beslissing bekend gemaakt. Het technische probleem bij de Sienna’s is een probleem met de automaat. Wat er precies mis mee is wordt in het nieuwsbericht niet genoemd. Wel staat er bij dat de auto’s kunnen gaan rollen. Ook wordt er genoemd dat er twee gevallen zich hebben voorgedaan waarbij mensen gewond zijn geraakt. Volgens Toyota wordt teruggeroepen in de Verenigde Staten. Het gaat daarbij om 615.000 busjes. In Duitsland worden 300 minibusjes teruggeroepen en de rest in Canada en Mexico.

Met Werk Nieuws

In maart 2013 is Met Werk, met een klein team, van start gegaan. Binnen een aantal maanden is Met Werk gegroeid naar 12 enthousiaste medewerkers. Met Werk opereert landelijk en is nog steeds groeiende. Hieronder lees je wat ze doen en op welke wijze ze kunnen samenwerken met de werkmaatschappijen van USG People. Immers, ook voor jou heeft Met Werk belang!


Met Werk

Met Werk is een samenwerkingsverband tussen de Nederlandse werkmaatschappijen Start People, Creyf’s Uitzendbureau, Unique en USG Restart. Met Werk houdt zich bezig met de duurzame uitstroom van werkzoekenden naar de reguliere arbeidsmarkt en richt zich op uitkeringsinstanties, die verantwoordelijk zijn voor de uitkeringen. De doelstelling van Met Werk is het terugdringen van het aantal mensen wat een uitkering ontvangt.

Gemeenten – hoe werkt het?

Vanuit USG People wordt er een projectmedewerker bij een gemeente gestationeerd. De projectmedewerker brengt het WWB-bestand in kaart, plant intakegesprekken met de kandidaten en plaatst deze uit. Dit kan via allerlei kanalen; via het netwerk van werkmaatschappijen van USG People, maar ook via andere uitzendorganisaties.

Op dit moment loopt er een zestal projecten bij gemeenten, dit zijn:

  • Gemeente Apeldoorn
  • Gemeente Amersfoort
  • Gemeente Arnhem
  • Gemeente Doetinchem
  • Gemeente Breda
  • Gemeente Tilburg

Nieuw: UWV 55-plus project
Volgens de meest recente cijfers van het CBS is de werkloosheid in de afgelopen maanden opnieuw toegenomen. Vooral werkzoekende 55-plussers krijgen in de huidige economie nog maar nauwelijks kansen op de arbeidsmarkt. Om deze groep te ondersteunen bij het vinden van een baan start Met Werk een project gericht op 55-plussers. De doelstelling is om de komende twee jaar minimaal 2.500 werkzoekenden in deze leeftijdscategorie die nu een uitkering ontvangen weer aan werk te helpen.

Binnenkort gaan zij vanuit USG People minimaal 2.500 werkeloze 55-plussers via alle werkmaatschappijen aan een baan helpen. Met Werk gaat dit coördineren en faciliteren.

Hoe komt Met Werk aan het aanbod van kandidaten

  • Met Werk bezoekt netwerkbijeenkomsten en speeddate-sessies die het UWV regionaal voor 55-plussers organiseert. Uiteraard kunnen alle werkmaatschappijen hier ook zelf naar toe. Tijdens de netwerkbijeenkomsten proberen zij zoveel mogelijk 55-plussers te vertellen over Met Werk en hen te mobiliseren om zich in te schrijven.
  • Aanbod van werk.nl halen (site van het UWV waar je je inschrijft voor o.a. een uitkering).

Bemiddeling

Kandidaten kunnen zich aanmelden via de site op de website van 55plusnetwerk. Deze website is te vinden in google. Met Werk gaat aan de slag om zoveel mogelijk kandidaten te bemiddelen op de vacatures die in het systeem GUS vermeld staan. Op die manier kunnen ze de kandidaat met vacature aanleveren bij de betreffende vestiging.

Hypotheekschuld aflossen

Het Nibud heeft een boek uitgebracht op woensdag 25 september 2013. Dit boek gaat over het signaleren en oplossen van hypotheekproblemen. Volgens het Nibud is het belangrijk dat problemen met de betaling van een hypotheek zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd. Hierdoor kunnen de problemen nog in een vroeg stadium worden opgelost. Als dat niet gebeurd wordt de kans op financiële problemen steeds groter voor de mensen die een hypotheek moeten aflossen. Er komen volgens het BKR (Bureau Krediet Registratie) steeds meer huizen in moeilijkheden met het betalen van hun hypotheekschuld.

Hypotheek onder water
De problemen omtrent het aflossen van hypotheken ontstaan bijvoorbeeld omdat de opbrengst van beleggingshypotheken tegenvalt. Ook een aflossingsvrije hypotheek kan voor problemen zorgen wanneer een huis bij de verkoop minder opbrengt. Volgens het Nibud staat meer dan vijfentwintig procent van de huizen ‘onder water’. Wanneer een huis figuurlijk ‘onder water’ staat houdt dat in dat de hypotheek hoger is dan de waarde van het huis. Bij het verkopen van het huis hebben huiseigenaren dan een restschuld. Deze restschuld kan door de nationale hypotheekgarantie onder bepaalde voorwaarden worden overgenomen.

Werkloosheid en scheidingen
Ook werkloosheid en scheidingen zorgen voor problemen. Wanneer een inkomen in het gezin wegvalt wordt het aflossen van een hypotheek bij de meeste huishoudens een probleem. Het Nibud geeft in haar boek verschillende tips om de problemen die met het aflossen van een hypotheek gepaard gaan op te lossen. Er wordt onder andere ingegaan op sparen, aflossen, vermogensoverdracht en het oversluiten van een hypotheek.

Overleg
Daarnaast geeft het Nibud aan dat banken en andere hypotheekverstrekkers meer overleg moeten hebben met de hypotheeknemers. Door goed contact met elkaar te houden kan tijdig op problemen worden geanticipeerd. Daardoor kunnen grotere problemen in de toekomst worden voorkomen. Hoe eerder een oplossing wordt geboden hoe beter.

Lonen stijgen beperkt

De lonen in Nederland stijgen beperkt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft dinsdag 24 september 2013 cijfers bekend gemaakt over de loonstijging in Nederland. Volgens het CBS zijn de cao-lonen inclusief bijzondere beloningen het afgelopen kwartaal 1,3 procent gestegen ten opzichte van de hoogte van de lonen in 2012. In deze salarisverhogingen zijn onder andere toeslagen en eindejaarsuitkeringen verwerkt omdat deze onder bijzondere beloningen vallen. Een loonstijging in crisistijd lijkt natuurlijk mooi. Je zou bijna vermoeden dat de koopkracht zou stijgen per hoofd van de bevolking maar deze stijging komt echter onder de inflatie uit. Het is volgens het CBS al het derde jaar dat de inflatie hoger is dan de loonstijging.

Inflatie
Het tweede kwartaal van 2013 kwam de inflatie uit op 2,7 procent. Met een stijging van de lonen met 1,3 procent hebben mensen minder te besteden. Het CBS heeft voor haar conclusie 64 procent van de cao’s gebruikt. Een groot deel van de werknemers in Nederland vallen onder een cao. In totaal zijn dat ongeveer acht van de tien medewerkers.

Reactie Technisch Werken
De koopkracht neemt af. Uit de gegeven van het CBS blijkt dat werknemers minder stijgen in hun salaris ten opzichte van de inflatie. Met de nieuwe maatregelen van het Kabinet in het verschiet zal de koopkracht het komende jaar niet stijgen. Daarmee bereikt het Kabinet het tegenovergestelde van wat ze wil bereiken. Mensen zullen namelijk zuiniger gaan leven. De uitgaves worden beperkt en met name de aanschaf van luxe goederen wordt uitgesteld. Ook de aanschaf van woningen wordt beperkt. Wanneer mensen meer bestedingsruimte hebben kunnen ze ook meer geld gaan investeren. Met de huidige plannen wordt dat moeilijk.

VVD onder vuur door achterban

De VVD wordt door haar aanhang belaagd met boze reacties op haar website. Er staan op dit moment meer dan 770 reacties op een artikel waarin de miljoenennota wordt toegelicht. Met name de heffingskorting is veel VVD-ers een doorn in het oog. Deze heffingskorting is met name nadelig voor de hogere inkomens. Het gaat hierbij om mensen die meer dan 55.991 euro bruto per jaar verdienen. Voor deze groep gaat de heffingskorting in stappen verdwijnen. Uiteindelijk mogen mensen die boven deze inkomensgrens uitkomen niet langer een bedrag 2001 euro aftrekken van hun inkomstenbelasting.

Reacties op website VVD
De reacties op de site van de VVD zijn behoorlijk heftig. Een aantal mensen heeft in hun reactie aangegeven dat ze hun lidmaatschap op de VVD gaan opzeggen. Ook zijn er mensen die zeggen nooit meer op de VVD te gaan stammen. Eerder dit jaar aan het begin van september verschenen er op de website van de VVD ook al boze reacties. Een aantal VVD-ers had toen al vermoedens over de kabinetsmaatregelen die op de planning stonden. Dit kwam omdat de kabinetsmaatregelen waren toen al een beetje uitgelekt.

VVD partijtop stelt gerust
De VVD heeft toen geprobeerd de leden gerust te stellen. Er werd toen aangegeven dat er op Prinsjesdag duidelijk zou worden dat het allemaal wel mee zou vallen voor de mensen die een hoger inkomen hebben. Er zou volgens de partijtop niet worden genivelleerd.

Sociaal akkoord blijft staan?

Jeroen Dijsselbloem de Nederlandse minister van Financiën staat voor het eerder gesloten sociaal akkoord. Hij is het niet eens met de partijen in de Tweede Kamer die het akkoord willen veranderen. Het CDA  en D66 willen het sociaal akkoord veranderen. VVD-fractieleider Halbe Zijlstra en VVD-minister Henk Kamp van Economische Zaken gaven aan dat het akkoord niet ‘heilig’ is. Volgens hen moet over de uitwerking gesproken worden. Ook  Jeroen Dijsselbloem geeft aan dat in de uitwerking van het sociaal akkoord nog zaken op elkaar afgestemd kunnen worden. De kern moet volgens hem echter blijven staan. Dit zijn de afspraken over ontslagrecht en WW.

miljoenennota voor 2013
De miljoenennota voor 2013 is opgemaakt. Maar Jeroen Dijsselbloem staat open voor suggesties van de partijen in de oppositie. Volgens hem zijn er op dit moment alleen maar suggesties genoemd die geld kosten. Voor deze suggesties werd geen dekking genoemd. Zo zorgt de oproep om meer geld in het onderwijs te steken zorgt voor een stijging van de kosten voor de overheid. Ook het besteden van meer geld in de lastenverlichting voor gezinnen zorgt er voor dat de begroting niet meer sluitend is.

Reactie: Technisch Werken
Wanneer de begrotingsrichtlijn wel ‘heilig’ is kan er natuurlijk nauwelijks wat geïnvesteerd worden in de toekomst van Nederland. Daarnaast zullen de lastenverzwaring en de bezuinigingen er de komende jaren voor zorgen dat mensen nog minder geld uit gaan geven. Ook bij de mensen thuis wordt dus ‘bezuinigd’. Hierdoor komt de economie verder tot stilstand. Mensen geven geld uit aan producten die noodzakelijk zijn. Luxegoederen worden niet meer aangeschaft. Ook de huizenmarkt wordt door extra bezuinigingen niet in beweging gebracht. Dit is ook slecht voor de bouw.

Uitzendbureaus in touw voor korte projecten

De markt komt na de bouwvak 2013 moeizaam op gang. Er komen wel aardig wat aanvragen binnen maar het draait hierbij veelal om korte projecten. Bedrijven stellen de vraag naar flexwerkers zo lang mogelijk uit. Dit doen ze door projecten over een langer tijdsbestek uit te smeren. Hierdoor kunnen ze hun eigen personeel goed aan het werk houden.

Overwerk
Wanneer er pieken ontstaan in de productie kiezen veel bedrijven er voor om hun eigen personeel te laten overwerken. Tot de crisis was het gebruikelijk om personeel de keuze te geven of ze deze uren uitgekeerd kregen of dat ze deze in het kader van ‘tijd voor tijd’ konden opsparen. Tegenwoordig komt het regel matig voor dat bedrijven personeel verplichten om ‘tijd voor tijd’ op te sparen. Deze uren kunnen, in tegenstelling tot het verleden, niet naar eigen wens en voorkeur door de medewerker worden opgenomen.

Tijd voor tijd
Bedrijven verplichten tegenwoordig steeds meer personeelsleden om in ‘rustige’ periodes hun opgespaarde ‘tijd voor tijd’ uren op te nemen. Dit is voor personeel  niet een ideale situatie. Toch heerst er onder veel personeelsleden het besef dat bedrijven dit doen omdat ze geen keuze hebben. Daarom gaan personeelsleden met deze regeling akkoord.

Overwerk niet altijd een oplossing
Toch komt er een moment dat overwerk niet meer met eigen personeel kan worden uitgevoerd. Bedrijven kunnen onder druk staan van klanten om snel te leveren. De leveringstijden kunnen dan niet worden uitgesmeerd maar moeten drastisch worden ingekort. Wanneer er dan ook nog personeelsleden op vakantie zijn of in de ziekte zitten heeft een bedrijf een flink probleem.

Werk uitbesteden
Bedrijven staan in die situatie voor de keuze, zet ik extern personeel in of besteed ik werk uit. In het laatste geval nemen ze een onderaannemer in de arm om de klus te klaren. Een bekende onderaannemer die vaker klussen heeft gedaan voor het bedrijf is dan een goede optie omdat kwaliteit dan verzekerd is. Een onderaannemer moet echter wel de mogelijkheid en de tijd hebben om het werk binnen de gestelde tijd en voor de gewenste kwaliteit te leveren.

Flexwerkers
Een andere optie is om flexwerkers of zzp’ers in te zetten. Hierdoor blijft het bedrijf goed zicht houden op de werkzaamheden die onder direct toezicht gebeuren. Bedrijven hebben volop keuze uit uitzendbureaus. Er is op dit moment behoorlijk wat kundig personeel beschikbaar. Omdat bedrijven vaak pas op het laatste moment personeel inlenen is het belangrijk dat personeel zonder lange inwerkperiode aan de slag kan. Het maken van een goede ‘match’ tussenpersoneel en bedrijf is daarom erg belangrijk. Specialistische uitzendbureaus kunnen aan deze vraag beter voldoen dan reguliere uitzendbureaus. De prijs van specialistische uitzendbureaus is echter vaak wel hoger.

Korte projecten
Wanneer de ervaren uitzendkrachten worden ingezet is de duur van het project echter alsnog kort. De piek in de productie moet effectief worden weggewerkt. Tijd voor inwerken is er nauwelijks en fouten worden niet getolereerd. Ondanks dat nemen veel uitzendkrachten deze korte klussen aan. Ze hebben geen keuze helaas. Bedrijven kunnen eenvoudigweg geen beloftes maken voor werk langer dan 6 maanden. De schaarse bedrijven die zich wel deze uitspraken kunnen veroorloven krijgen vaak een enorme hoeveelheid  rechtstreekse sollicitanten en worden bestookt door uitzendbureaus.

Metaalarbeiders staken

De Nederlandse groot- en kleinmetaal bevat ongeveer  475.000 arbeidsplaatsen .Op dit moment, vrijdag 20 september 2013, wordt er gestaakt bij verschillende metaalbedrijven in Nederland. Het gaat om ongeveer 1750 metaalarbeiders. De stakingen vinden plaats bij een aantal grote metaalverwerkende bedrijven zoals DAF, VDL Nedcar, Heerema, Damen en IHC Merwede. De stakingen waren eerder al aangekondigd maar zijn nu ook daadwerkelijk van start gegaan. De vakbonden FNV Metaal en CNV Vakmensen gebruiken de stakingen om hun ongenoegen kenbaar te maken over de vastgelopen cao-onderhandelingen in de metaalsector.

Stakers
De metaalarbeiders willen met hun stakingen de druk op de werkgevers vergroten. Ze willen onder andere meer loonsverhoging. Daarnaast willen de metaalarbeiders ook een mogelijkheid hebben om 32 uur per week te werken. In juni werd ook al stakingen gehouden voor deze eisen. Toen namen 2.500 metaalarbeiders deel aan de stakingsactie.

FNV
De onderhandelaars van de FNV gaven aan: ”Werknemers gaan niet zomaar staken, zij zijn het zat dat werkgevers steeds meer eenzijdig verslechteringen door willen drukken en ze willen invloed houden op hun werktijden. Na jaren van achteruitgang in koopkracht, is een normale loonontwikkeling broodnodig. Daar is in de metaal ruimte voor”. De FNV geeft in hun reactie duidelijk aan dat ze in de metaalsector voldoende mogelijkheden zien om de loonkosten te laten stijgen.

Werkgevers in de metaal
De werkgeversvereniging FME-CWM is het niet eens met deze stelling. De vinden de stakingen onverantwoord. De werkgeversvereniging gaf aan: ”De vakbonden onderkennen de economische situatie niet. Met zeker een derde van de bedrijven in de sector gaat het momenteel niet goed.” Het lijkt er op dat de partijen niet nader tot elkaar komen.

Reactie Technisch Werken:
De onvrede van de metaalarbeiders is begrijpelijk. De vraag is natuurlijk of het terecht is om de werkgevers verantwoordelijk te stellen voor de moeilijke positie waarin de metaalbranche is geraakt. Het gaat in Nederland moeizaam met de metaalbranche. Uit mijn eigen ervaring weet ik dat verschillende metaalbedrijven echt moeten vechten om hun ‘hoofd boven water te houden’. De rek is er bij veel bedrijven uit. Ik denk dat het geen onwil is van werkgevers om geen loonsverhoging te bieden. Bedrijven houden onder aan de streep nauwelijks geld over. Gedwongen ontslagen komen regelmatig voor. Is dit nu een verstandige tijd om stakingen te houden? In het Noorden van Nederland wordt er voor zover ik weet nog niet gestaakt. Ik hoop dat dit ook niet gebeurd.

Werkloosheid daalt

De werkloosheid wordt minder volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens het CBS is de werkloosheid in de maand augustus 2013 gedaald naar 8,6 procent. De daling is niet heel groot. In juli 2013 was de werkloosheid nog 8,7 procent. Het verschil is maar een tiende procent. Een enorme daling is het dus niet. Er zijn in augustus 2013 nog altijd 683 duizend personen werkloos van de Nederlandse beroepsbevolking.

Jongeren aan het werk
Het tiende procent waarmee de werkloosheid is gedaald komt nog altijd neer op elfduizend personen. Met name jongeren zijn meer aan het werk gegaan. Volgens econoom Senne Janssen van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de daling onder de werkloosheid bij jongeren te maken met het seizoenseffect.

Seizoenseffect
Dit seizoenseffect keert ieder jaar terug. In de maand juli stijgt de werkloosheid onder jongeren. Een maand later, in augustus, daalt de werkloosheid weer. Volgens het CBS was dit seizoenseffect in 2013 sterker dan andere jaren. Dit had voor een belangrijk deel te maken met de gunstige weersomstandigheden. Door het mooie weer bloeide de horeca op. Hierdoor konden veel jongeren werk vinden in horecagelegenheden.

Opleiding
Daarnaast solliciteerden ook minder jongeren dit jaar. Dit heeft te maken met de kansen die ze voor zichzelf inschatten op de arbeidsmarkt. Jongeren kiezen er voor om langer te studeren. Het aantal aanvragen bij HBO-opleidingen en universiteiten is ook gegroeid aldus het CBS.

Reactie Technisch Werken
De werkloosheid is een beetje gedaald. Een echte daling is pas merkbaar op langere termijn. Ook het feit dat leerlingen en studenten na het afronden van hun studie er voor kiezen om verder te studeren zorgt er voor dat de cijfers over de daling van de werkloosheid niet helemaal transparant zijn.