Wat is een steiger?

Steigers zijn tijdelijke constructies die worden opgebouwd uit steigerplanken en steigerpijpen en worden geplaatst om bijvoorbeeld werkzaamheden aan gevels, bouwwerken, constructies en plafonds uit te voeren. In de praktijk worden steigers vaak tegen een bouwwerk aan geplaatst maar men kan ook steigers opbouwen in een gebouw zelf. Hierbij kan men denken aan rolsteigers die men gebruikt in de industrie of utiliteitsbouw. Steigers die aan de buitenkant van een bouwwerk worden aangebracht worden meestal in verschillende fasen opgebouwd. Naarmate de bouw vordert en het gebouw hoger wordt zal ook de steiger hoger worden. Het bouwen van steigers is het werk van specialisten.

Gecertificeerd steigerbouwer
Met steigers kunnen ernstige ongelukken gebeuren als de steigers veilig en niet constructief stevig zijn gebouwd. Het bouwen van staande stalen steigers moet daarom door ervaren gespecialiseerde steigerbouwers worden gedaan. Systeemsteigers moeten voldoen aan de eisen zoals die zijn beschreven in de NEN 2770. De gespecialiseerde steigerbouwers dienen in bezit te zijn van een certificaat steigerbouwer A of een certificaat steigerbouwer B. Het eerstgenoemde certificaat, steigerbouwer A, is voor uitvoerende steigermonteurs.

Het certificaat steigerbouwer B is voor eerste steigermonteurs. Deze steigermonteurs dragen meer verantwoordelijkheid en hebben meer kennis en ervaring. Daardoor kunnen ze goede instructies geven aan de personen die in bezit zijn van steigerbouwer A. Naast deze certificaten dienen steigerbouwers ook in bezit te zijn van de Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers/ VGM Checklist Aannemers (VCA). Dit is een algemeen veiligheidscertificaat dat bij veel bouwprojecten verplicht wordt gesteld door de aannemer.

Er is een verschil tussen Basis VCA voor uitvoerende werknemers en een VOL VCA dat bestemd is voor leidinggevenden. De letters VOL staan in de afkorting ‘VOL VCA’ voor Veiligheid Operationeel Leidinggevende. Het behalen van een VCA certificaat is belangrijk omdat steigerbouwers niet alleen moeten weten hoe ze veilig een steiger moeten opbouwen en afbreken, ze moeten ook weten welke algemene veiligheidsregels op de bouwplaats aan de orde komen zodat ze zo veilig mogelijk kunnen werken.

Kaarthouder op steigers
Staande stalen steigers moeten verplicht door ervaren steigerbouwers worden opgebouwd. Dat is een belangrijke richtlijn met betrekking tot de veiligheid. Het is natuurlijk ook belangrijk dat inzichtelijk wordt gemaakt dat een steiger daadwerkelijk veilig is. Daarvoor moet op elke staande stalen bouwsteiger een steigerkaarthouder worden geplaatst. Deze steigerkaarthouder moet op ooghoogte worden aangebracht en duidelijk zichtbaar zijn. Het spreekt voor zich dat de steigerkaarthouder stevig vast moet worden gemaakt aan de steiger. Steigers mogen alleen worden betreden als er een groene steigerkaart in de steigerkaarthouder is geplaatst. In de volgende alinea staat meer informatie over de steigerkaart.

Steigerkaart
De steigerkaart geeft belangrijke informatie met betrekking tot de veiligheid van de steiger. Zo kan men op een steigerkaart lezen of een steiger mag betreden worden of niet. Ook staat er op een steigerkaart wat iemand wel en niet mag doen op de steiger. Verder staat er op de steigerkaart wat de maximale belastingcapaciteit is van de steiger. Als een steiger gecontroleerd is geweest is dit ook vermeld op de steigerkaart.

Als er schade aan een steiger is veroorzaakt waardoor bijvoorbeeld een plank is gebroken of verwijderd dan is de steiger onveilig en moet men de steiger verlaten. Dit houdt in dat de groene steigerkaart moet worden verwijdert. In dat geval komt een rood/witte steigerkaart tevoorschijn. Op deze kaart staat dat de steiger niet betreden mag worden. Men mag de steiger dan pas weer beterden wanneer een steigerbouwer A of een steigerbouwer B de steiger weer vakkundig heeft gemaakt en er na controle weer een groene steigerkaart in de steigerkaarthouder is geplaatst.

Verschillende soorten steigers
Naast de staande stalen steigers die in de voorgaande alinea’s als uitgangspunt is gehanteerd zijn er nog verschillende andere soorten steigers. Zo zijn er:

  • enkele steigers,
  • dubbele steigers,
  • daksteigers,
  • hefsteigers,
  • gevel- en metselsteigers,
  • schraagsteigers,
  • trappentorens,
  • rolsteigers.

Enkele en dubbele steigers kunnen traditioneel worden uitgevoerd met steigerpijpen en losse koppelingen. Een andere optie is dat deze steigers worden uitgevoerd als systeemsteiger. Systeemsteigers bevatten vaste maten en elementen. Systeemsteigers worden over het algemeen uitgevoerd als dubbele steiger.

Veilig werken met een ladder

Een ladder in gereedschap om mee te klimmen en bestaat uit twee stijlen met daartussen een aantal dwarsregels die ook wel sporten worden genoemd. Er zijn verschillende soorten ladders de werknemers op de bouw en in de techniek gebruiken. We noemen een aantal voorbeelden:

  • De enkele ladder deze bestaat uit één deel en kan niet verlengd worden.
  • De opsteekladder is een ladder waarbij men 2 ladderdelen of 3 ladderdelen uit elkaar kan schuiven. Dit kan men tot de gewenste werkhoogte is bereikt. De opsteekladder bevat haken aan de ladderdelen waarmee deze vastgeklemd kunnen worden aan de rest van de ladder zodat een stevig geheel ontstaat. Opsteekladders worden alleen tegen een gevel gebruikt.
  • Reformladders lijken op opsteeklassers alleen hebben reformladders een stabiliteitsbalk en een soort scharnierpunt. Daardoor kan deze ladder worden opengeklapt. Een ketting of veiligheidsband zorgt er voor dat de ladder niet verder openklapt kan worden dan een bepaald punt. Een reformladder hoeft in tegenstelling tot een opsteekladder niet beslist tegen een object aan te worden geplaatst en kan uit zichzelf staan.

Het gebruik van ladders
Hoewel er verschillende soorten ladders bestaan is de Arbowetgeving toch duidelijk over het gebruik er van. De Arbowet wil het gebruik van ladders namelijk zoveel mogelijk beperken. Het gebruik van ladders brengt namelijk meer risico’s met zich mee dan het gebruik van een steiger of hoogwerker. Daarom is het gebruik van een ladder niet toegestaan als er op een werkplek een ander arbeidsmiddel aanwezig is waarmee men op hoogte kan werken. Het is echter niet altijd mogelijk om een steiger te plaatsen bijvoorbeeld omdat er te weinig ruimte is. In dat geval kan de werkgever na beoordeling van de werksituatie besluiten om een ladder in te zetten als klimgereedschap.

Ladders zijn in tegenstelling tot een hoogwerker of een steiger geen stabiele constructies. Ook als men de ladder stevig neerzet is het niet te vergelijken met een steiger. Dit komt onder andere omdat de sporten vrij smal zijn en omdat een werknemer zichzelf altijd met minimaal één hand moet vasthouden aan de ladder en dus nauwelijks bewegingsvrijheid heeft. Daarnaast moet een werknemer ook zijn of haar balans houden op de ladder en kunnen er niet of nauwelijks gereedschappen worden meegenomen op een ladder. Als men dat wel doet wordt het werken op een ladder alleen maar onveiliger. Om deze redenen is een ladder geen werkplek maar een klimgereedschap om bij een werkplek te komen.

Keuren van ladders
Het gebruik van ladders brengt risico’s met zich mee. Deze risico’s zijn verbonden aan het gebruik van de ladders men moet er echter zeker van zijn dat de ladder veilig is en geen (technische) mankementen bevat. Als een ladder mankementen bevat is het gebruik van een ladder nog gevaarlijker en daarom is het verboden om een kapotte ladder te gebruiken. Ladders dienen voordat men deze klimgereedschappen gebruikt gecontroleerd te worden. Het is wettelijk verplicht om ladders ieder jaar te laten keuren. Dit houdt in dat een ladder jaarlijks geïnspecteerd worden. Dit gebeurd aan de hand van een inspectielijst.

Veilig gebruiken van een ladder
Gebruik allereerst alleen ladders die gekeurd zijn en die geen beschadigingen bevatten die de constructieve stevigheid van de ladder in gevaar brengen. bovendien is het van belang dat de ladder schoon is. Hiermee wordt niet bedoelt dat de ladder er altijd als nieuw moet uitzien maar dat de ladder geen vet of klodders cement moet bevatten omdat men daarover kan uitglijden. Naast deze tips die men zelf eenvoudig kan uitvoeren doormiddel van een controle zijn er nog een aantal belangrijke tips voor het veilig werken met een ladder. Deze tips staan in de alinea’s hieronder.

Tips voor he plaatsen van een ladder
Het neerzetten van een ladder wordt helaas nog vaak te vlug gedaan. Men heeft de focus op het werk dat gedaan moet worden en zet de ladder zo snel mogelijk op de grond om vervolgens snel op de ladder te klimmen. Dat is niet alleen onverstandig het is ook nog gevaarlijk. Ze een ladder daarom zorgvuldig neer en let daarbij op de volgende punten:

  • Ze de ladder neer op een harde ondergrond dus geen zachte drassige ondergrond waarin de ladder kan wegzakken.
  • Plaats de ladder tegen een stevige constructie dus niet tegen een buigzame, flexibele dakgoot.
  • Brog de ladder tegen omvallen door een ladderstopper te gebruiken.
  • In een fabriek mag de maximale lengte van een lader 7 meter zijn.
  • Zorg er voor dat de ramen en deuren waar de ladder voor geplaatst is niet open kunnen.
  • Tegen een buitengevel mag een ladder maximaal tien meter lang zijn.
  • Plaats de ladder onder een hoek van 75 graden.
  • Een ladder moet geplaatst worden met een minimale overlengte van 1 meter. Dit houdt in dat de ladder minimaal 1 meter moet uitsteken over de dakrand.
  • Zorg dat de ladder minimaal 2,5 meter maar liever 3 meter uit de buurt staat van geïsoleerde delen die onder spanning staan.
  • Zorg er voor dat er voldoende ruimte is om op de ladder te komen en om er af te komen.

Tips voor het gebruik van de ladder
Het contoleren van de ladder en het plaatsen daarvan zijn belangrijke aspecten waarmee je het veilig werken met een ladder kunt bevorderen. Uiteraard moet je ook veilig werken met een ladder daarvoor volgen hieronder een aantal tips:

  • Gebruik alleen een ladder als er geen andere veiliger klimgereedschappen zijn.
  • Gebruik nooit een ladder boven windkracht 6!
  • Ga nooit met meer dan 1 persoon op een ladder staan.
  • Verplaats de ladder als je ergens niet bij kunt, ga nooit reiken omdat je dan uit balans kunt raken.
  • Als je toch moet reiken zorg er dan voor dat je niet verder reikt dan 1 armlengte en dat je daarbij de voeten op de ladder houd en met je andere hand de ladder stevig beethoudt.
  • Draag geen gladde schoenen maar schoen met een goed en schoon profiel zodat je niet kunt uitglijden op de sporten.
  • Je mag niet langer dan twee uur op een ladder werken.
  • Onderhoud de ladder goed en houdt deze schoon.
  • Klim altijd met je gezicht naar de lader toe.
  • Ook bij het naar beneden klimmen houd je het gezicht of de buik in de richting van de ladder.
  • Zorg er voor dat je altijd drie contactpunten hebt met een ladder bijvoorbeeld 2 voeten en 1 hand.

Wat is werken op hoogte?

Werken op hoogte is het uitvoeren van werkzaamheden op een hoogte van 2,50 meter of meer. In de Arbowet is vastgelegd dat werkzaamheden die vanaf een hoogte van 2,50 op meer worden uitgevoerd werkzaamheden op hoogte zijn. Werkzaamheden die worden uitgevoerd op daken vallen over het algemeen onder werk op hoogte. Men kan hierbij denken aan het plaatsen van zonnepanelen op daken. Daarnaast zijn er ook andere werkzaamheden die op daken uitgevoerd worden zoals het aanbrengen van dakbedekking. Ook aan de zijkant van een constructie of gebouw kunnen werkzaamheden op hoogte worden verricht. In de techniek en bouw voeren werknemers dagelijks werkzaamheden op hoogte uit. Daarom is het belangrijk om bij de gevaren van werken op hoogte stil te staan en daarbij te kijken wat men kan doen om de risico’s van werken op hoogte te beperken en te beheersen.

Valgevaar
Bij het werken op deze hoogte kan sprake zijn van een valgevaar. Als dat het geval is zal een bedrijf er alles aan moeten doen om de werkplek veilig te maken en de kans op vallen weg te nemen. Dit houdt in dat een bedrijf verschillende maatregelen zal moeten treffen. Een bedrijf heeft daarbij de keuze uit een aantal opties zoals een veilige: stijger, bordes of werkvloer. Daarnaast zijn het aanbrengen van stevige leuningen en het gebruik van valbeveiliging in de vorm van een harnas en valgordels belangrijke op het risico op vallen te beperken.

Risico Inventarisatie en Evaluatie
Bedrijven dienen in hun Risico Inventarisatie en Evaluatie ook de risico’s met betrekking tot het werken op hoogte te beschrijven. Het belangrijkste risico is het valgevaar oftewel het vallen van hoogte. Een ander risico is het vallen door een opening in de werkvloer of dak. Men kan daarnaast ook getroffen worden door vallend voorwerp. Verder zorgt het werken op hoogte mogelijk voor een langere en moeilijker vluchtweg in geval van calamiteiten. Al deze aspecten dienen te worden genoteerd in een Risico Inventarisatie en Evaluatie.

Veilig werken op hoogte: daken
In de inleiding werd aangegeven dat er verschillende situaties zijn waarop werknemers kunnen werken op hoogte. Het gaat te ver om alle arbeidsomstandigheden en werksituaties te benoemen van werken op hoogte. Daarom beperken we ons hier tot het benoemen van veiligheidsmaatregelen die bedrijven zullen moeten treffen als werknemers op hoogte werken op zowel hellende als platte daken. De volgende veiligheidsrichtlijnen vormen belangrijke basisrichtlijnen:

  • Loop niet op daken die niet stevig genoeg zijn om het gewicht van een menselijk lichaam te dragen. Indien wel over deze daken gelopen moet worden zal men deze daken eerst moeten verstevigen doormiddel van bijvoorbeeld loopplanken. Deze loopplanken zullen bij de dragers van het dak moeten worden geplaatst. De planken zullen op maximaal veertig centimeter afstand van elkaar aangebracht moeten worden. Vanaf de ladder of trap dient in ieder geval één van deze loopplanken rechtstreeks kunnen worden bereikt.
  • Er dient een deugdelijke, stevige valbeveiliging te worden aangebracht rondom de werkplek als deze op 2,50 meter hoogte of hoger is. Deze beveilig kan er op verschillende manieren worden gerealiseerd. Een veilige constructie is het plaatsen van dakrandbeveiliging. Dit zijn stevig bevestigde hekwerken met een hoogte van minimaal 1 meter en zijn geplaatst rondom de randen van het dak. Een andere optie is het plaatsen van speciale steigers die hekwerken bevatten of relingen. Daarnaast kan men ook veilige hoogwerkers gebruiken.
  • Weersomstandigheden vormen een factor waar zeker rekening mee moet worden gehouden. Denk hierbij aan regen, wind, sneeuw en vorst. Door een hoge windkracht kan men van het dak worden afgeblazen of uit balans worden gebracht. Vorst en sneeuw kan ook zorgen voor gladheid met alle mogelijke gevaren van dien.
  • Openingen in het dak dienen zo snel mogelijk professioneel te worden gerepareerd of te worden afgezet op een goede manier zodat niemand in de gaten en openingen kan vallen.
  • Het werken met een railsysteem met vanggordel of een veiligheidsharnas wordt ook vaak gedaan. Hierbij draagt de werknemer een speciaal harnas met een kabel er aan vast zodat de werknemer als hij of zij ten val komt niet verder kan vallen dan de lengte van de kabel. Een veiligheidsharnas wordt in de praktijk meestal in combinatie met andere veiligheidsmaatregelen genomen.
  • Zorg er voor dat het dak zo netjes mogelijk en schoon mogelijk wordt gehouden. Met andere woorden laat geen materialen en gereedschappen op het dak liggen zodat struikelen, uitglijden en verstappen wordt voorkomen.

Voorkom struikelen, uitglijden en verstappen op de werkplek

Op elke werkplek komen risico’s voor. Deze risico’s kunnen ernstig en minder ernstig zijn dit is afhankelijk van de arbeidsomstandigheden, de sector, gereedschappen, materialen en stoffen waarmee men werkt. Bedrijven geven in een Risico Inventarisatie en Evaluatie aan met welke risico’s werknemers te maken (kunnen) krijgen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden en hun aanwezigheid binnen het bedrijf. Deze de risico’s die beschreven zijn in de Risico Inventarisatie Evaluatie zijn bedrijfsgebonden.

Struikelen, uitglijden en verstappen
Naast de risico’s die van toepassing zijn op de specifieke arbeidsomstandigheden van het bedrijf zijn er ook algemene risico’s die op de werkplek van alle bedrijven aan de orde kunnen komen. Een voorbeeld van deze algemene risico’s zijn struikelen, verstappen en uitglijden. Deze risico’s komen bij veel bedrijven aan de orde in een Risico Inventarisatie en Evaluatie daarom is het de moeite waard om een aantal tips weer te geven waarmee het risico op struikelen, uitglijden en verstappen kan worden verkleind en de veiligheid van werknemers kan worden verbeterd op dit gebied.

Risico’s wegnemen
Er zijn drie verschillende manieren waarop men de risico’s op de werkvloer kan beperken als het gaat om het voorkomen van struikelen, verstappen en uitglijden. We noemen de volgende drie:

  • Een belangrijk preventiemiddel is zorgen dat het gebouw en de werkplek zo is ontworpen dat de gangpaden breed zijn en dat de vloer stroef is zodat uitglijden normaal gesproken niet mogelijk is. Zorg daarnaast voor duidelijke markeringen en zorg er ook voor dat de vloer geen gaten, kieren of oneffenheden bevat. Ook is het belangrijk dat er binnen het gebouw voldoende verlichting aanwezig is zodat het personeel goed kan zien waar ze lopen.
  • Orde en netheid is ook een belangrijke factor. Zorg er voor dat er geen materialen en losse voorwerpen op de werkvloer blijven liggen. Een schone werkplek voorkomt veel risico’s. Naast materialen moeten er ook geen vetten, grind, ijs en andere materialen over de vloer liggen waar men over kan uitglijden. Ook een te glad opgepoetste vloer kan voor uitglijdgevaar zorgen.
  • Verder is het oplossen van opgemerkte gevaren ook een effectief middel om de werkplek veiliger te maken. Zodra er rommel ligt of als er sprake is van een beschadigde vloer kan men deze problemen oplossen. Dit kan men zelf doen of men kan experts inschakelen. Daarnaast zal men gevaarlijke plekken moeten afzetten zodat ongelukken kunnen worden voorkomen.

Naast de hierboven genoemde maatregelen kunnen werknemers tijdens het uitvoeren van hun werk ook de risico’s verkleinen door maatregelen te nemen. De volgende tips lijken misschien simpel maar kunnen ongelukken voorkomen:

  • Niet rennen of springen op de werkplek.
  • Op de veilige gangpaden blijven lopen.
  • Draag S3 veiligheidsschoenen met een goed profiel.
  • Loop niet onder een ladder door of op andere gevaarlijke plaatsen.

Keuringen voor hijsmiddelen en hefmiddelen

Hijskranen moeten gekeurd worden. Volgens het Warenwetbesluit machines artikel 6d moet elke hijskraan ieder jaar worden gekeurd. Voor hijskranen met een keuringsplicht zal bepaalde documentatie aanwezig moeten zijn in de kraan zodat men kan controleren of de kraan tijdig is gekeurd en of men aan de verplichtingen heeft voldaan. De volgende documentatie is verplicht:

  • Hijstabel met grafiek: waarin staat welk gewicht over welke afstand mag worden verplaatst. Hiermee kan de machinist van de kraan berekenen hoe er veilig gehesen kan worden.
  • Kraanboek: hierin is genoteerd wat voor type kraan het is en op welke datum de jaarlijkse keuringen zijn geweest en welke onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd.
  • Certificaten en keuringsbewijzens van hijskabels, lieren, hijsmasten, het hijsjuk en de kettingen: dit zijn materialen die voor het hijsen worden gebruikt en dienen eveneens gekeurd te zijn. Deze dienen een keuringsdatum te bevatten.

Uiteraard dient een machinst ook voldoende ervaring te hebben om het hijsmiddel te gebruiken. De machinist dient in bezit te zijn van een hijsbewijs dat ook wel TCVT bewijs wordt genoemd. De afkorting TCVT is van de stichting Toezicht, Certificering, Verticaal Transport. Naast een hijsbewijs heeft de machinist een geneeskundige verklaring nodig die is afgegeven door een erkende Arbodienst. Ook een persoonlijk registratieboek waarin de ervaring van de machinist is weergegeven zal een machinist bij zich moeten hebben voordat hij gaat werken met het hijsmiddel. Daarnaast bevat het registratieboekje ook informatig oever de hiervoor genoemde onderwerpen. In het registratieboek staat de volgende informatie:

  • Hoeveel ervaring de kraanmachinist heeft
  • Met welke soorten soorten hijswerktuigen de kraanmachinist heeft gewerkt
  • Geneeskundige verklaringen van de bediener van de hijswerktuigen.

Wat is de ATEX 153 richtlijn (voorheen ATEX 137)?

Vanuit de ATEX 137 waren bedrijven als verplicht om een ExplosieVeiligheidsDocument (EVD) op te stellen. Deze verplichting blijft gehandhaafd in de ATEX 153 richtlijn. De benaming ATEX 137 was een andere naam die gehanteerd werd de richtlijn 1999/92/EG. Deze naam is nu veranderd in de ATEX 153. Het getal 153 is ontleend aan de hoofdstukken uit het Europese Verdrag van Lissabon.

Doel en toepassing van de ATEX 153 richtlijn
Het doel van de ATEX 153 richtlijn is het maken van een veilige werkomgeving door het voorkomen van risico’s in explosieve atmosferen. De ATEX 153 richtlijn gaat over het voorkomen van de ontwikkeling van een explosieve atmosfeer. Omdat een explosie plaatsvindt op basis van een ontsteking is de ATEX 153 richtlijn ook gericht op het vermijden van ontsteking en ontstekingsbronnen. Ook is de richtlijn gefocust op de beperking van de schadelijke effecten van een explosie en de toepassing van apparatuur op explosiegevaarlijke werkplekken. De ATEX richtlijnen zijn van toepassing op alle bedrijven waarin gewerkt wordt met ontvlambare gassen en vloeistoffen of met fijn stof omdat in deze bedrijven een gevaarlijke explosieve atmosfeer ontstaan.

ExplosieVeiligheidsDocument (EVD)
Zoals in de inleiding is genoemd vormt de verplichting van het ExplosieVeiligheidsDocument (EVD) een belangrijk onderdeel van de ATEX 137. Dit ExplosieVeiligheidsDocument moet een aantal verplichte onderdelen bevatten. Deze verplichte onderdelen zijn:

  • Er moet een indeling zijn van gevarenzones, deze moet actueel zijn. Dit houdt in dat deze indeling niet ouder mag zijn dan vijf jaar.
  • De stofeigenschappen moeten vastliggen.
  • Ook de totstandkoming van de zones voor stof- en/of damp- en gasexplosiegevaar moeten zijn vastgelegd.
  • De (mogelijke) ontstekingsbronnen en de beoordeling van de risico’s daarvan moeten zijn vastgelegd.
  • Er moet inzichtelijk zing gemaakt hoe de risicobeoordeling van de ontstekingsbronnen heeft plaatsgevonden.
  • De getroffen maatregelen moeten daadwerkelijk worden uitgevoerd en geborgd. Deze borging moet inzichtelijk zijn.

Wat is de ATEX 114 richtlijn (voorheen ATEX 95)?

Apparatuur die bestemd is voor een toepassing in een explosiegevaarlijke omgeving en na 20 april 2016 op de markt is gebracht zal moeten voldoen aan de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU). De letters ATEX zijn een afkorting en staan voor de Franse benaming “ATmosphère EXplosible. In de ATEX 114 zijn richtlijnen beschreven die bedrijven moeten opvolgen om aan de essentiële gezondheidseisen en veiligheidseisen (EHSR’s) te voldoen. Dit zijn specifieke richtlijnen voor zowel elektrische apparaten als niet-elektrische apparaten die worden gebruikt op locatie waar stof- of gasexplosiegevaar kan optreden. In het Besluit Explosiegevaarlijk materiaal is de ATEX 114 opgenomen.

Doel en toepassing van de ATEX 114 richtlijn
De ATEX 114 biedt transparantie en zorgt er voor dat een vrij verkeer van explosieveilige producten tussen Europese lidstaten eerlijk verloopt. Bedrijven die in Europa producten, apparaten en  beveiligingssystemen aanschaffen die onder de ATEX 114 richtlijn vallen kunnen er vanuit gaan dat deze producten aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voldoen.

ATEX richtlijnen zijn dus van toepassing op alle bedrijven waar gewerkt wordt met ontvlambare gassen, ontvlambare vloeistoffen of met fijn stof. In deze bedrijven kan een explosief mengsel en  gevaarlijke explosieve atmosfeer ontstaan en daarom moet men de speciale richtlijnen van de ATEX 114 opvolgen. Deze richtlijnen zijn overigens niet alleen van toepassing op grote industriële  bedrijven maar ook op andere bedrijven waar brandbare stoffen worden opgeslagen of verwerkt. Samengevat is de ATEX 114 richtlijn van toepassing op: 

  • Fabrikanten van materiaal dat gebruikt wordt in een explosiegevaarlijke omgeving.
  • Het distribueren en importeren van apparatuur die moet worden gebruikt op explosiegevaarlijke plaatsen.
  • Het gebruiken en in gebruik nemen van Elektrische  en niet-elektrisch materialen en apparatuur in een explosiegevoelige omgeving.

Wat doe je bij brand?

Brand is een ongewild vuur en zorgt meestal voor risico’s voor zowel mensen, dieren, gebouwen en het milieu. Het is belangrijk dat men weet hoe men moet handelen bij brand omdat de gevolgen van een brand voor een groot deel te maken hebben met hoe men op een brand reageert. Een aantal aspecten zijn van belang. Iemand die een brand opmerkt moet:

  • Zorgdragen voor zijn of haar eigen veiligheid.
  • De brand melden en alarm slaan.
  • Mensen in de omgeving waarschuwen.
  • Indien mogelijk ramen en deuren sluiten.
  • Zichzelf en anderen in veiligheid brengen.
  • De brand blussen als dat mogelijk is.

Richtlijnen voor het blussen van een brand?
De volgende richtlijnen zijn van belang als men een brand gaat blussen.

  • Zorg voor je eigen veiligheid en de veiligheid van andere mensen.
  • Kies het juiste blusmiddel voor het type brand (A,B,C,D of F brand).
  • Richt blusmiddelen op het brandende voorwerp en niet op de vlammen.
  • Blijf alert, als het vuur gedoofd lijkt kan het weer oplaaien.
  • Als de brand niet onder controle gekregen kan worden zal men zichzelf in veiligheid moeten brengen.

Hoe vlucht je veilig weg voor een brand?
Vluchten klinkt makkelijk maar dat is het in feite niet. Ook voor het vluchten dient men een aantal veiligheidsinstructies op te volgen om de kans op overleven te vergroten:

  • Gebruik de aanwijzingen op borden (nooduitgang, vluchtroute en verzamelplaats). Volg ook de mondelinge instructies van hulpdiensten.
  • Gebruik de trap en nooit de lift. Een lift kan vastlopen.
  • Bij brand vlucht je het veiligste dwars in de windrichting.
  • Ga naar de verzamelplaats en meld je daar bij de verantwoordelijke (leidinggevende)

Veilig werken met een vorkheftruck

Een vorkheftruck is een combinatie van een hefmiddel en transportmiddel en wordt voortbewogen doormiddel van een elektromotor of een verbrandingsmotor. Vorkheftrucks worden in veel logistieke bedrijven gebruikt maar ook in andere bedrijven die magazijnen bevatten. Een vorkheftruck bevat twee lange lepels die uitermate geschikt zijn voor het vervoeren van goederen die op pallets staan. Deze twee lepels zorgen voor een gevorkte vorm waar de vorkheftruck haar naam aan dankt. In magazijnen worden vaak elektrisch aangedreven vorkheftrucks gebruikt. Buiten gebruikt men vaak grotere vorkheftrucks die voorzien zijn van een verbrandingsmotor en lasten kunnen tillen tot een gewicht van tien ton.

Gevaren bij het werken met vorkheftrucks
Heftrucks worden veel gebruikt maar dat zorgt er niet voor dat het eenvoudig is om deze transportvoertuigen te besturen. In een magazijn kunnen allemaal risicovolle factoren aanwezig zijn waardoor het werken met een vorkheftruck gevaren met zich meebrengt. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de risico’s van het bedrijf moeten benoemen en daarbij moeten aangeven hoe de risico’s bestreden kunnen worden in een plan van aanpak. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf ook de risico’s moeten beschrijven omtrent de interne transportmiddelen zoals heftrucks. We noemen een aantal veelvoorkomende gevaren en ongelukken die te maken hebben met het verkeerd gebruiken van vorkheftrucks:

  • Kantelen van het voertuig.
  • Vallen of kantelen van de lading.
  • Aanrijden van personen en constructies.
  • Schade aan heftruck en goederen door roekeloos gebruik.
  • Inademen van uitlaatgassen van de dieselmotor bij het werken in een afgesloten ruimte.

Een belangrijk deel van de risico’s kan worden voorkomen door het in acht nemen van veiligheidsaspecten zoals voldoende kennis over het veilig werken met heftrucks en de technische specificaties van de heftruck. Deze twee onderwerpen zijn in de volgende alinea’s beschreven.

Heftruck certificaat
Er zijn een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor het werken met een vorkheftruck. De bestuurder moet bijvoorbeeld minimaal 18 jaar zijn.
Vanaf 16 jaar mag iemand wel op een heftruck rijden als jde persoon daarvoor deskundig is opgeleid en onder toezicht staat van een verantwoordelijke persoon zoals een leidinggevende.

Het is belangrijk dat de bestuurder van de heftruck voldoende ervaring heeft en op de hoogte is van de bediening van de heftruck. Doormiddel van het behalen van een heftruckcertificaat of certificaat veilig werken met een vorkheftruck kan een (aankomend) bestuurder van een heftruck de belangrijkste (veiligheids-) richtlijnen en instructies leren die nodig zijn voor het dagelijks werken met vorkheftrucks. Een heftruckcertificaat zou men kunnen beschouwen als een soort rijbewijs voor heftrucks. Veel bedrijven stellen een heftruckcertificaat verplicht als een werknemer tijdens de werkzaamheden gebruik moet maken van een heftruck.

Een cursus voor een heftruckcertificaat wordt door een erkend opleidingsinstituut gehouden. Deelnemers moeten de heftruckcursus afronden met een examen. Bij het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het heftruckcertificaat. Met het heftruckcertificaat kan de heftruckchauffeur aantonen dat hij of zij over de basisvaardigheden beschikt om veilig een heftruck te kunnen besturen. Uiteraard dient de heftruckchauffeur hetgeen hij of zij geleerd heeft in de heftruckcursus ook toe te passen in de praktijk. Alleen een heftruckcertificaat biedt geen garantie voor veilig werken de houding, motivatie en concentratie van de heftruckchauffeur is zeer belangrijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Werklastdiagram vorkheftruck
Ook zal de bestuurder op de hoogte moeten zijn van de technische specificaties van de heftruck en moeten weten wat de maximale last is die een heftruck kan heffen en verplaatsen. Veel informatie kan de heftruckchauffeur vinden op de typeplaat van de heftruck en de werklastdiagram. De werklastdiagram maakt voor de heftruckchauffeur inzichtelijk of een bepaalde last veilig en verantwoord door de heftruck kan worden opgetild en vervoerd. Op de werklastdiagram staat naast het maximale hefvermogen ook de maximale hefhoogte aangegeven. Daarnaast geeft de werklastdiagram informatie over de stabiliteit van de vorkheftruck.

Veiligheidsrichtlijnen voor werken met een vorkheftruck
Hiervoor zijn een aantal belangrijke aspecten benoemd met betrekking tot het veilig werken met een vorkheftruck. Er zijn echter ook nog een heleboel regels als het gaat om veilig werken met vorkheftrucks. We noemen een aantal belangrijke:

  1. Iedere dag moet voor de start van de werkzaamheden met de heftruck zal de heftruck aan de hand van een checklist moeten worden gecontroleerd. Als de heftruck in technisch goede staat is en veilig is kan men deze gebruiken.
  2. Heftrucks moeten voorzien zijn van een claxon voor het geven van een waarschuwingsgeluid. Ook dient de heftruck voorzien te zijn van een uitneembare sleutel zodat niet iedereen de heftruck kan gebruiken. De plaats van de bestuurder dient beschermd te zijn door een stevige kooi en daarnaast moet de bestuurder gebruik maken van een veiligheidsgordel.
  3. Zorg dat je de veiligheidsregels opvolgt. Kijk ook naar de waarschuwingsborden en afgezette zones. Rijd langzaam met de heftruck door paden waarop personeel zich te voet verplaatst.
  4. Een heftruck is bestemd voor 1 persoon en meerijden van andere personen is niet toegestaan tenzij er een extra stoel is aangebracht op de heftruck.
  5. Met de heftruck mag men niet hijsen tenzij er een speciale hijsvoorziening is gemonteerd op de heftruck.
  6. Er mogen geen personen worden opgehesen met de heftruck. Het staan op de lepels van een heftruck is verboden. Ook wanneer personen op een pallet gaan zitten mogen ze beslist niet met een heftruck worden verplaatst. Het naar boven hijsen van personen mag alleen met een goedgekeurde werkbak.
  7. Een heftruck moet onbelast geparkeerd worden. De moet op de vloer liggen en de mast van de heftruck moet iets voorover hellen.
  8. Zorg er voor dat de opgetilde lasten niet op mensen kunnen vallen. Daarom moet de last niet boven mensen worden getild en getransporteerd.
  9. Snel optrekken en abrupt remmen moet worden vermeden.
  10. Rijd zoveel mogelijk in rechte lijnen en verander niet plotseling van richting met of zonder lading.
  11. In het geval een heling moet worden opgereden met een heftruck dan moet deze heling altijd opwaarts vooruit gereden worden. Bij het naar beneden rijden van een helling moet men achteruit rijden. Dan bevind de last zich dus aan de achterzijde van de heftruck om kantelen van de last te voorkomen.
  12. Het is verboden mobiel te bellen, sms-en en te app-en terwijl men rijd met de heftruck.
  13. Zorg dat je voldoende zicht hebt tijdens het heftruckrijden. Als de last het zicht belemmerd moet men niet vooruit rijden maar juist achteruit om voldoende zicht te blijven houden.
  14. Als een last bestaat uit opgestapelde objecten of materialen dan moeten deze in een stevig verband zijn opgestapeld.
  15. Het contragewicht aan de achterkant van de heftruck mag niet verzwaard worden.

Stappenplan evacuatie

Wanneer er sprake is van een noodsituatie en er een evacuatiesignaal wordt gegeven moeten de volgende stappen worden ondernomen: 

1. Stop direct met werken.

2. Volg de instructies van de opdrachtgever of leidinggevende op.

3. Ga naar een veilige verzamelplaats, deze is benoemd in het evacuatieplan.

4 Gebruik een veilig trappenhuis en geen lift, een lift kan vastlopen.

5. Evacueer indien mogelijk dwars op de windrichting en weg van de bron van het gevaar.

6. Meld je aan bij aankomst op de verzamelplaats.

Bedrijven kunnen in een bedrijfsnoodplan specifieke richtlijnen hebben opgenomen over wat werknemers en andere aanwezigen op de werkplek of binnen een bedrijf moeten doen in geval van nood. Leidinggevenden dienen de inhoud van het bedrijfsnoodplan te kennen en ook operationele en tijdelijk werknemers moeten een bedrijfsnoodplan ontvang als ze het werkterrein betreden. Dit zijn meestal hele korte maar duidelijke en volledige instructies die voorzien zijn van symbolen.

Evacuatieplan bekend maken aan uitzendkrachten
Ook uitzendkrachten dienen op de hoogte te zijn van het evacuatieplan van de opdrachtgever die hen heeft ingeleend om uitzendwerkzaamheden te verrichten. De uitzendkracht moet net als het overige personeel weten welke waarschuwingsmiddelen er zijn en welke vluchtwegen kunnen worden gebruikt. Ook de verschillende soorten alarmen dienen bij de uitzendkracht bekend te zijn evenals de algemene richtlijnen die een uitzendkracht moet opvolgen in geval van noodsituaties. Mocht er een noodoefening zijn of brandoefening dan moet een uitzendkracht daarvan ook op de hoogte worden gebracht.

Wat is SSVV of Stichting Samenwerken voor Veiligheid?

SSVV is een afkorting die staat voor Stichting Samenwerken voor Veiligheid en is een onafhankelijke organisatie die onder andere het VCA-systeem beheert. Binnen deze onafhankelijk stichting zijn alle partijen vertegenwoordigd die bij het VCA-systeem zijn betrokken. Dit zijn onder andere petrochemische bedrijven. Doormiddel van kennis en opleiding wil deze stichting de veiligheid op de werkvloer bevorderen. Veel ongelukken kunnen namelijk worden voorkomen door de veiligheidsrichtlijnen te kennen en daarnaar te handelen. Voor dit doeleinde heeft de SSVV een speciale opleidingsgids ontwikkeld, daarover kun je in de volgende alinea’s meer lezen.

SSVV Opleidingen Gids
Vanuit de SSVV wordt een zogenaamde SSVV Opleidingengids aangeboden. Deze opleidingsgids bevat zogenaamde SOG opleidingen waarbij de letters SOG staan voor SSVV Opleidingen Gids. De SSVV opleidingsgids is bedoelt om informatie te verstrekken aan opdrachtgevers en opdrachtnemers over risicovolle werkzaamheden, risicovolle arbeidsomstandigheden en werkomgevingen waar risico’s zich kunnen voordoen. Onder opdrachtgevers en opdrachtnemers vallen aannemers, onderaannemers, uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Daarnaast biedt de SSVV opleidingengids informatie aan gecertificeerde instellingen met betrekking tot de eisen waaraan de toetsing dient te voldoen. De SSVV opleidingengids maakt daarnaast duidelijk voor welke werkzaamheden en activiteiten in de petrochemische sector aanvullende opleidingen en examinering verplicht is. De examens zullen moeten worden afgelegd bij een SOG-examencentrum dit is een opleidingscentrum dat door de SSVV is erkend.

Verschillende VCA / VCU certificaten voor bedrijven en werknemers

VCA-certificering is bedoeld voor bedrijven die actief zijn in verschillende sector waar risicovolle werkzaamheden op de werkvloer worden verricht. Naast de werkzaamheden kunnen ook de werkomgeving en de arbeidsomstandigheden risico’s met zich meebrengen. Men kan hierbij denken aan bedrijven die actief zijn in de petrochemische sector, de industrie, bouw en elektrotechniek. In al deze sectoren worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Het VCA is een algemeen veiligheidscertificaat dat voor meerdere sectoren wordt gebruikt. VCA is een afkorting die staat voor VGM Checklist Aannemers. Hierbij staat de afkorting VGM voor staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Deze drie aspecten krijgen aandacht als men een VCA certificaat wil behalen.

Verschillende VCA certificaten
Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Het soort VCA certificaat heeft te maken met de verantwoordelijkheid van de werknemer of leidinggevende op de werkplek. Zo is er voor leidinggevenden een VCA VOL. De afkorting VOL staat voor Veiligheid Operationeel Leidinggevende. 

Voor uitvoerende krachten is er een basis VCA of diploma basisveiligheid VCA. Ook voor uitzendondernemingen er een speciale VCA certificering genaamd VCU, omdat uitzendondernemingen als intermediair functioneren en geen direct toezicht hebben op de werkzaamheden van het uitzendpersoneel. Uitzendkrachten die werkzaam zijn voor uitzendbureaus dienen echter wel in het bezit te zijn van een VCA als de opdrachtgever of de inlener dat vereist. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over VCU en VIL VCU.

VCU en VIL VCU
VCU staat voor Veiligheids- en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties (en detacheringbureaus). Intercedenten dienen in bezit te zijn van een VIL VCU. De afkorting VIL VCU staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden / Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. In feite bestaat de afkorting VIL VCU dus uit twee afkortingen die we voor de duidelijkheid even in twee korte rijtjes hebben neergezet:

  • Veiligheid voor
  • Intercedenten en
  • Leidinggevenden

 

  • Veiligheid, gezondheid en milieu
  • Checklist
  • Uitzendorganisaties

Intercedenten, leidinggevenden en andere interne werknemers van uitzendorganisaties die VCU gecertificeerd zijn dienen in bezit te zijn van een VIL VCU certificaat.

Tot zover de VCA certificering voor werknemers en uitzendorganisaties. Voor reguliere bedrijven zijn er echter ook verschillende soorten VCA certificaten. Deze worden in de alinea hieronder benoemd onder het kopje VCA bedrijfscertificaten.

VCA bedrijfscertificaten
In totaal zijn er drie verschillende VCA bedrijfscertificaten die door bedrijven in de techniek en de bouw kunnen worden behaald. Dit zijn dus bedrijfsgebonden VCA certificaten. We noemen ze hieronder:

  • VCA*
    Dit certificaat bevat één ster. Dit VCA niveau is gericht op de directe VGM- zorg bij de activiteiten die plaatsvinden op de werkvloer. Dit VCA certificaat met één ster is voor bedrijven die minder dan 35 werknemers aan het werk hebben en daarnaast geen hoofdaannemer zijn in hun bedrijfsactiviteiten.
  • VCA**
    Dit VCA certificaat bevat twee sterren. Het is een zwaarder VCA certificaat dan VCA*. Naast de hierboven genoemde aspecten worden bij VCA** ook de veiligheidsstructuren en veiligheidssystemen binnen het bedrijf van de aannemer beoordeeld. VCA met twee sterren is een certificering die bestemd is voor organisaties met meer dan 35 werknemers in dienst en bedrijven die ook als hoofdaannemer actief zijn. Ook als ze minder van 35 werknemers in dienst hebben en hoofdaannemerschap in als bedrijfsactiviteit hebben zullen de bedrijven moeten beschikken over VCA**.
  • VCA-P
    Dit is een speciaal VCA certificaat voor de petrochemie. Bij VCA-P staat de letter P voor petrochemie oftewel de petrochemische sector. Het VCA-P certificaat is bestemd voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in de petrochemische sector. Dit is de sector waar olie en gas worden gewonnen en verwerkt tot producten. VCA-P is in feite een VCA certificaat met een extra aanvulling gericht op de risico’s van het werken in de petrochemische sector.

VCO certificering
Een VCA certificering die misschien wat minder bekend in de oren zal klinken is de VCO. De afkorting VCO staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Opdrachtgevers. Dit maakt tevens het doel duidelijk van het VCO certificaat. De VCO-certificatie is namelijk bedoelt voor opdrachtgevers die opdrachten vertrekken aan VCA gecertificeerde bedrijven of bedrijven die VCA gecertificeerd zouden moeten zijn. Doormiddel van VCO wordt aan opdrachtgevers de verplichting opgelegd om zorg te dragen voor de juiste voorwaarden en omstandigheden voor VCA-gecertificeerde aannemers en de uitzendkrachten die voor deze aannemers werken.

De uitzendkrachten die voor VCU- gecertificeerde uitzendorganisaties opdrachten uitvoeren zullen voor een opdrachtgever veilig hun werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren en ook hun gezondheid mag tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden niet geschaad worden. Een opdrachtgever is echter lang niet altijd VCA gecertificeerd omdat niet alle opdrachtgevers zelf actief werkzaamheden als aannemer uitvoeren in de bouw. Een particulier kan bijvoorbeeld ook opdracht geven om een bouwproject te laten uitvoeren, datzelfde geldt bijvoorbeeld voor een overheidsinstelling, school of een financieel bedrijf. Deze opdrachtgevers kunnen wel de opdracht geven aan bouwbedrijven en technische uitzendkrachten om technische werkzaamheden uit te voeren.

Doormiddel van een VCO certificaat maakt een opdrachtgever duidelijk dat deze de juiste arbeidsomstandigheden en voorwaarden wil creëren voor VCA-gecertificeerde aannemers als deze bij het VCO gecertificeerde bedrijf risicovolle werkzaamheden uitvoeren.

Veilig hijsen: een aantal richtlijnen

Als men lasten gaat verplaatsen doormiddel van hijswerktuigen zoals kranen zal men een aantal veiligheidsrichtlijnen in acht moeten nemen. De belangrijkste factoren zijn de mens en het hijgereedschap oftewel de hijswerktuigen. De mens in dit geval de kraanmachinist zal over de benodigde kennis en ervaring moeten beschikken om een kraan veilig te kunnen bedienen. De kraanmachinist moet over hijsbewijs beschikken of een certificaat voor veilig hijsen. Er zijn een aantal algemene veiligheidsaspecten die hieronder in een paar alinea’s zijn geschreven.

Kraanmachinist en aanpikkelateur
Ook de aanpikkelateur die de lasten daadwerkelijk aan de hijsbanden, haken en andere bevestigingsmaterialen van de kraan moet bevestigen zal over de nodige ervaring moeten beschikken. Het aanslaan van lasten is niet eenvoudig. Naast kennis en ervaring moeten de kraanmachinisten en de aanpikkelateurs ook tijdens hun werk hun aandacht goed bij hun werk houden en de veiligheidsinstructies goed opvolgen. Dit houdt ook in dat de aanpikkelateur en de kraanmachinist fysiek en psychisch in staat moeten zijn om het werk veilig en goed uit te kunnen voeren.

Hijswerktuig
Ook het hijsmiddel of hijswerktuig  dient veilig en constructief stevig te zijn. Dit houdt in dat deze werktuigen jaarlijks gekeurd moeten worden door een erkende instantie. Bovendien zal de kraanmachinist dagelijks zelf ook zo verantwoordelijk met zijn of haar werk om moeten gaan dat er regelmatig zelfstandig controles worden gedaan. De kraanmachinist kan in het zogenaamde kraanboek lezen om wat voor soort kraan het gaat, van welk type deze is en welke datum de kraan voor het laatst gekeurd is.

Daarnaast zijn ook de certificaten van de hijskabels van groot belang evenals de certificaten van het kettingwerk als daarvan gebruik wordt gemaakt. Als al deze onderdelen van de hijsinstallatie technisch deugdelijk en veilig zijn kan men met in achtneming van nog een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen met het hijsen beginnen. De algemene veiligheidsrichtlijnen zijn in de volgende alinea benoemd en hebben onder andere te maken met de wind en de ondergrond.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor veilig hijsen
Naast de werknemers en de werktuigen zijn ook een aantal algemene aspecten van belang als men gaat hijsen met een hijswerktuig. We noemen de volgende richtlijnen:

  • Hijs nooit meer gewicht dan de toegelaten veilige werkbelasting. Dit wordt ion het Engels ook wel Safety Working Load genoemd en afgekort met SWL.
  • Grote lasten moet men op meerdere punten aanslaan en er voor zorgen dat de last in balans hangt.
  • Als men gebruik maakt van een haak dan moet deze niet op de punt worden belast.
  • Gebruik het juiste hijsgereedschap voor de last.
  • Zorg voor een vlakke, stabiele ondergrond als men de kraan gaat afstempelen of neerzetten. De ondergrond moet niet grote oneffenheden bevatten als men er een stempel op aanbrengt. De druk van de kraan wordt doormiddel van de kraan op de ondergrond overgebracht. Als deze ondergrond zacht of drassig is kan dat er voor zorgen dat de kraan wegzakt wat een groot gevaar oplevert voor de omgeving.
  • Het weer is een belangrijke factor die van invloed kan zijn op het hijsen van lasten. Met name de wind is hierbij van belang. Boven windkracht 6 mag men bijvoorbeeld niet meer hijsen omdat de windkracht dan te groot is en er voor zorgt dat de last niet meer stabiel in de kraan hangt.
  • De aanpikkelateur moet de last op de juiste wijze aanslaan en daarvoor goedgekeurd hijsmateriaal gebruiken.
  • De aanpikkelateur en de kraanmachinist dienen een goed contact met elkaar te hebben doormiddel van communicatieapparatuur in combinatie met gebaren. In het laatste geval is het belangrijk dat de kraanmachinist en de aanpikkelateur elkaar zien. Dit is wel de aanbeveling maar in de praktijk helaas niet altijd mogelijk. Dan zal men zeker een goede manier van communiceren moeten hanteren doormiddel van een telefoonverbinding, walkietalkies of portofoons.
  • Er mag maar één persoon met de machinist communiceren. Dit is meestal de aanpikkelateur.
  • Voordat man gaat beginnen met hijsen moeten de aanpikkelateur en de kraanmachinist goed van elkaar weten wat met bepaalde armseinen wordt bedoelt.
  • Zorg binnen de draaicirkel van een kraan geen mensen werken die daar niets te zoeken hebben.
  • Maak geen last vast buiten de draaicirkel van de kraan. Als dat gebeurd zal de last zodra deze van de grond getild is gaan slingeren en een groot gevaar opleveren.
  • Zowel de machinist van de kraan, de aanpikkelateur en het overige personeel zal de benodigde en voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen moeten dragen.
  • Het hijsgereedschap dient uiteraard jaarlijks gekeurd te worden maar ook dagelijks dient er een extra visuele controle te worden gedaan waarmee de kraanmachinist of de aanpikkelateur controleert of het hijsgereedschap veilig gebruikt kan worden.
  • De laatste veiligheidsrichtlijn is een hele belangrijke: ga nooit onder een last staan die opgehesen wordt. Het grootste risico is namelijk dat mensen worden getroffen door vallende lasten.

Zoals je leest zijn voor zowel de mens als het werktuig een cruciale rol weggelegd met betrekking tot de veiligheid. Ook de omgeving en arbeidsomstandigheden zijn onlosmakelijk verbonden met de veiligheid. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie besteed een bedrijf aandacht aan alle aspecten die een gevaar (kunnen) vormen op de werkplek. De Risico Inventarisatie en Evaluatie dient ook voorzien te zijn van een plan van aanpak waarmee de risico’s op de werkplek worden aangepakt. Daaruit vloeien verschillende maatregelen voort zoals bronbestrijding maar ook beheersmaatregelen zoals persoonlijke beschermingsmiddelen en duidelijke werkinstructies. Uiteindelijk zullen zowel de werkgever en de werknemer hun verantwoordelijkheid moeten nemen met betrekking tot veilig werken en dus ook veilig hijsen.  

Wat is een handtakel en waar wordt een handtakel voor gebruikt?

Handtakels zijn hijsmiddelen die doormiddel van de spierkracht van een mens in beweging worden gebracht om lasten te verplaatsen. Een handtakel maakt dus geen gebruik van een aandrijving in de vorm van een elektromotor. Deze takels behoren tot de meest eenvoudige hijsmiddelen en bevatten een katrol waarover een ketting loopt met een haak aan het uiteinde bevestigd. De katrol bevind zich hoger dan de haak die aan de ketting is bevestigd. Daarom vormt de katrol als het ware het hoogste punt van de handtakel. Handtakels worden gebruikt om laste op te tillen en verticaal te verplaatsen. Men kan doormiddel van een handtakel een last omhoog of omlaag brengen.

Handtakels zijn er in verschillende uitvoeringen. Er zijn handtakels waarmee men zware lasten kan verplaatsen maar er zijn ook eenvoudiger uitvoeringen waarmee men kleine en lichte objecten kan optillen. Hoewel een handtakel een eenvoudig middel is om lasten op te hijsen is het geen hijgereedschap zonder gevaar. De takel kan bijvoorbeeld bezwijken doordat de ketting is geknapt of de katrol is losgeschoten. Ook zal men de last goed aan de haak van de takel moeten bevestigen. Als dat niet gebeurd kan de last uit de takel vallen en een ernstig ongeluk veroorzaken. Bedrijven moeten er voor zorgen dat werknemers zo veilig mogelijk kunnen werken. Dit zijn bedrijven volgens de Arbowet verplicht.

Bedrijven moeten er voor zorgen dat het materiaal en de machines die het personeel gebruikt veilig zijn. Omdat hijswerktuigen zwaar belast (kunnen) worden en er duidelijke risico’s aanwezig zijn als men hijswerktuigen gebruikt moet men er zeker van zijn dat de hijswerktuigen en hijsmiddelen veilig en goed functioneren. Daarvoor zijn keuringen van belang. In de volgende alinea is informatie weergegeven over de gevaren van werken met een handtakel.

Gevaren van werken met een handtakel
Het werken met een handtakel kan gevaar opleveren. De gevolgende gevaren worden genoemd:

  • Het breken van een onderdeel van de hand takel door onjuist gebruik door de bediener.
  • Het breken van een deel van het materiaal waar de takel aan bevestigd is.

Risicobeheersing werken met een handtakel
De risicp’s van werken met een handtakel kan men beperken door de volgende veiligheidsrichtlijnen in acht te nemen.

  • Hantakels mogen alleen gebruikt worden door werknemers die hiermee om weten te gaan.
  • Vervoer geen lasten boven het hoofd van jezelf en andere mensen.
  • Gebruik stevige aanslagpunten.
  • Gebruik alleen gekeurd materiaal, zowel de takel als de overige hijsgereedschappen dienen veilig en gekeurd te zijn.
  • Belast de haak niet op de punt.
  • Niet overbelasten, hijs nooit meer dan het maximale gewicht waar de handtakel op berekend is.
  • Inspecteer de takel altijd voor gebruik.
  • Bij defect moet de takel niet worden gebruikt en dient het defect gemeld te worden aan een leidinggevende.

Veilig tillen

Tillen wordt veel gedaan op de werkvloer en is een activiteit waarbij een persoon met zijn of haar handen een object zwaarder dan 3 kilogram beetpakt en vervolgens handmatig verticaal verplaatst. Deze handeling dient binnen vijf seconden te zijn voltooit. Als de handeling langer duurt spreekt men van het dragen van een last. Dit is ook het geval wanneer men het object dat opgetild is meeneemt en een persoon zichzelf verplaatst terwijl hij of zij de last blijft vasthouden om bijvoorbeeld de last ergens anders neer te leggen.

Welk gewicht mag je maximaal tillen?
In de meeste sectoren mag men maximaal 23 kilogram tillen. Er zijn echter ook sectoren waarin men 25 kg als maximale gewicht hanteert. Dit is echter een maximum en houdt dus in dat men niet de hele dag 25 kg structureel moet gaan tillen. Als mensen vaak tillen of dragen dan zal het maximale tilgewicht veel lager moeten komen te liggen om schade aan de rug en gewrichten te voorkomen. Naast het gewicht is ook de houding waarmee men tilt van groot belang voor het voorkomen van letsel.

Waar moet je rekening mee houden als je tilt?
Voordat men gaat tillen moet men rekening houden met een aantal aspecten:

  • Wat is het gewicht van het object?
  • Kan het object goed worden beetgepakt?
  • Wat is de afstand tot het object?
  • Kan het object dicht tegen het lichaam worden getild?
  • Hoeft men de romp niet te verdraaien als men gaat tillen?
  • Over welke afstand moet het object opgetild worden en weggezet?
  • Hoe vaak moet er getild worden, kortom de tilfrequentie?
  • Is het object dat getild moet worden niet scherp en bevat het geen gevaarlijke uitsteeksels waaraan men zich kan bezeren?
  • Kan het object veilig worden neergezet?
  • Raken de vingers niet bekneld als het object wordt neergezet?
  • Is het tillen noodzakelijk of kan men gebruik maken van hijgereedschap?
  • Is de vloer niet glad en vrij van obstakels?

Hoe kun je veilig en verantwoord tillen?
Als je rekening houdt met de hiervoor genoemde aspecten dan is een belangrijke eerste stap gezet in het proces van veilig tillen. Er zijn echter nog een aantal aspecten waar men rekening zal moeten houden tijdens het tillen zelf.  Dit zijn de richtlijnen die met name te maken hebben met de activiteit tillen zelf. De volgende richtlijnen zijn van belang:

  • Til maximaal 23 tot 25 kilogram.
  • Ga voordat je start met tillen recht voor de last staan.
  • Til niet met een gedraaide rug.
  • Til de last zo dicht mogelijk tegen het lichaam aan.
  • Zorg dat het zwaartepunt van de last zo dicht mogelijk tegen het lichaam wordt gebracht tijdens het tillen.
  • Houdt de last zo veel mogelijk in balans tijdens het tillen.
  • Gebruik twee handen tijdens het tillen.
  • Pak een last beet bij handvaten of uitsparingen waar men goed grip kan krijgen.
  • Bij het tillen van grote glazen ramen kan men speciale zuignappen aanbrengen waaraan handvaten bevestigd zijn. Er zijn ook elektromagneten met handvaten voor metalen platen die als tilhulp gebruikt kunnen worden.
  • Voorkom dat je moet reiken tijdens het tillen.
  • Ga niet hoger tillen dan schouderhoogte.
  • Til niet met een gebogen rug.
  • Zak voordat je gaat tillen door de knieën.
  • Draag veiligheidsschoenen voor het geval de last uit de handen valt. Ook zijn goedgekeurde veiligheidsschoenen voorzien van een goed profiel zodat de kans op uitglijden minder groot is.
  • Maak de vloer vrij als je de last wil gaan dragen.
  • Neem voldoende pauzes tussen de tilwerkzaamheden.
  • Als je last krijgt van je lichaam tijdens het tillen moet je het tillen stoppen en de last voorzichtig neerzetten.

NIOSH formule of NIOSH tilnorm
Het maximale gewicht dat men kan tillen is afhankelijk van een aantal omstandigheden. Voor het berekenen van het maximale tilgewicht heeft het Amerikaanse Instituut voor Veiligheid en Gezondheid (NIOSH; National Institute of Occupational Safety and Health) een speciale rekenmethode ontwikkeld die ook wel de NIOSH tilnorm of NIOSH formule wordt genoemd. In deze berekeningsmethode wordt rekening gehouden met de verschillende omstandigheden en factoren die van toepassing zijn als men gaat tillen. In de NIOSH formule houdt men rekening met de volgende factoren:

  • afstand tot het lichaam
  • tilhoogte
  • verdraaiing van het bovenlichaam
  • afstand waarover het object verplaatst moet worden.

Dit alles staat in de NIOSH-formule waarmee de Recommended Weight Limmit kan worden berekend. Dit is het aanbevolen maximale tilgewicht en wordt afgekort met RWL :

RWL/ tilgewicht (in kg) = 23kg x Hf x Vf x Df x Af x Ff x Cf

  • Hf = Horizontale factor 25/H (minimaal 25 cm tot maximaal 63 cm)
  • Vf = Verticale factor 1 – 0.003 x |V – 75| (maximaal 175 cm)
  • Df = Verplaatsingsfactor 0,82 + 4,5/D (verplaatsing < 25 cm, dan Df = 1)
  • Af = Assymmetriefactor 1 – 0,0032 A (in °) (rotatie moet < 125° zijn)
  • Ff = Frequentiefactor is het aantal keer per minuut dat men tilt
  • Cf = Contactfactor is hanteerbaarheid (goed = 1)

Oorzaken elektrocutie en kortsluiting

Werken met elektriciteit en elektrische installaties brengt risico’s met zich mee. De belangrijkste gevaren van werken met elektriciteit zijn elektrocutie en kortsluiting. Deze twee gevaren zijn bekend maar ondanks dat komen beide gevaren nog regelmatig voor op de werkplek. Bedrijven zijn verplicht om hun risico’s te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Bij veel bedrijven wordt in dit RI&E ook elektrocutie en kortsluiting als gevaar genoemd. In een plan van aanpak, dat onderdeel vormt van de Risico Inventarisatie en Evaluatie, wordt door een bedrijf aangegeven hoe de gevaren effectief bestreden kunnen worden. Daarbij kijkt men uiteraard ook naar de oorzaken. Door de oorzaken van de risico’s weg te nemen doet men aan bronbestrijding en dat is de beste preventie. Daarvoor is echter kennis nodig, daarom wordt in deze tekst basisinformatie weergegeven over elektrocutie en kortsluiting. Daarna worden een aantal mogelijke oorzaken benoemd.

Wat is elektrocutie?
Elektrocutie ontstaat wanneer een schadelijke elektrische stroomschok door een menselijk lichaam heen gaat met de dood tot gevolg. Als men niet dood gaat door de elektrische stroom door het lichaam dan spreekt men van elektrisering. Feitelijk is het woord elektrocutie een samenvoeging van de woorden elektro en executie. Tegenwoordig wordt elektrocutie gebruikt voor de doodstraf waarbij gebruik wordt gemaakt van elektrische stroom als voor ongelukken waarbij mensen dodelijk getroffen worden door elektrische stroom nadat ze spanningsvoerende delen van een elektrische installatie hebben aangeraakt. Elektrocutie kan optreden als het menselijk lichaam in contact komt met twee punten die een verschillend elektrisch potentiaal hebben. De elektrische stroom zal dan door het lichaam van een men heen gaan en zal daarbij de weg van de minste weerstand kiezen. Dat is in dit geval de bloedvaten, het hart en de longen. Dat zijn levensbelangrijke organen waardoor elektrocutie zo gevaarlijk is.

De grote van het gevaar is afhankelijk van de volgende factoren:

  • De weg die de elektrische stroom door het lichaam heeft afgelegd.
  • De duur dat een mens onder elektrische stroom heeft gestaan.
  • Isolerende factoren zoals handschoenen en kleding.
  • Het spanningsverschil tussen de contactpunten. Deze wordt weergegeven in Volt.
  • De stroomsterkte. Deze wordt weergegeven in Ampère.

Wat is kortsluiting?
Kortsluiting ontstaat wanneer twee delen van een elektrische installatie die beide onder spanning staan met elkaar in contact komen. Kortsluiting kan op verschillende manieren ontstaan bijvoorbeeld doordat men onvoldoende isolatie heeft aangebracht rondom de spanning voerende delen van de elektrische installatie die daardoor mogelijk met elkaar in contact kunnen komen. Ook de uitwerking van vocht kan kortsluiting veroorzaken omdat het meeste vocht elektrische stroom goed geleid. Kortsluiting kan ook een zogenaamde vlamboog veroorzaken. Bij een vlamboog legt de elektrische stroom een (meestal korte) afstand af door de lucht. Dit proces kan per ongeluk worden veroorzaakt maar er zijn ook situaties waarin bewust een elektrische vlamboog wordt gecreëerd. Denk hierbij aan het elektrisch booglassen. Het elektrisch booglassen is dus in feite een bewust veroorzaakte kortsluiting waarbij de lasser de hitte van de kortsluiting gebruikt om een smeltbad voor een lasverbinding te maken. De meeste kortsluiting ontstaat echter onbedoeld waardoor er vaak nog meer gevaren optreden zoals brand en explosies.

Oorzaken van kortsluiting en elektrocutie
Elektrocutie en elektrisering zijn dodelijk en levensgevaarlijk, kortsluiting hoeft niet altijd levensgevaarlijke gevolgen te hebben maar kan wel voor een kettingreactie aan risicovolle situaties zorgen bijvoorbeeld een defecte elektrische installatie, brand en explosie(s). Dit zijn grote risico’s en moeten daarom bestreden worden. Daarom is het van belang om de oorzaken van deze twee risico’s in kaart te brengen. We noemen de volgende mogelijke oorzaken:

  • Slechte isolatie van de delen waaruit de elektrische installatie bestaat.
  • Gereedschappen die werken op 220 volt zijn onvoldoende geïsoleerd. Deze moeten wettelijk dubbel geïsoleerd zijn (herkenbaar aan het logo met een kleiner vierkant in een groter vierkant.
  • Onjuist handgereedschap. Wanneer men werkt aan een elektrische installatie moet de monteur de elektrische spanning van de installatie afhalen en dit controleren. Voor de zekerheid werkt een monteur ook met speciaal handgereedschap voor elektromonteurs. Dit is goed geïsoleerd gereedschap. Mocht er toch spanning op de installatie komen te staan dan kan dit gereedschap als het goed gebruikt wordt een belangrijke extra veiligheidsmiddel zijn.
  • Machines of gereedschappen zijn beschadigd waardoor de isolatie niet meer werkt en spanningsvoerende delen met elkaar in contact kunnen komen.
  • Onjuiste installatie van elektrische componenten. Er is teveel weerstand tegen de elektrische stroom in de bedrading of in de componenten aanwezig waardoor deze oververhit raken.
  • Men werkt aan elektrische installaties zonder dat men de elektrische installatie eerst spanningsvrij maakt.
  • De installatie of machine is niet geaard of de aarding is onjuist aangelegd waardoor er een aardfout kan ontstaan. Elektrische stroom kan dan via het lichaam naar de aarde stromen waardoor elektrisering optreed of elektrocutie.

Preventieve maatregelen
De hierboven genoemde oorzaken van kortsluiting, elektrisering en elektrocutie kunnen voor een groot deel worden voorkomen als men er voor zorgt dat de elektrische installaties door een vakbekwaam elektromonteur zijn aangelegd. Een vakbekwaam persoon wordt ook wel met de letters VP aangeduid en heeft een erkende elektrotechnische opleiding gehad. Een voldoende opgeleid persoon of voldoende onderricht persoon (VOP) is voldoende geïnstrueerd om eenvoudige duidelijk omschreven werkzaamheden uit te voeren aan elektrische installaties. Een VOP ontvangt daarvoor een aanwijzingsformulier. Wanneer werkzaamheden zijn uitgevoerd aan een elektrische installaties zal de vakbekwaam persoon, meestal een eerste elektromonteur of leidinggevend elektromonteur, de installatie controleren voordat deze in gebruik genomen zal worden.

Daarnaast zal men gebruik moeten maken van dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap en geïsoleerd handgereedschap. Als men werkt met kabelhaspels dan moet de kabelhaspel helemaal worden afgerold. Als er namelijk veel elektrisch vermogen wordt afgenomen zal de elektriciteitskabel in de kabelhaspel heel heet kunnen worden en de elektrische isolatie kunnen gaan smelten en branden.

Aardlekautomaat
Elektrische installaties moeten uiteraard worden voorzien van de verplichte beschermingssystemen waaronder een aardlekautomaat. Deze beschermd de elektrische installatie tegen overbelasting, kortsluiting en een hoge lekstroom in het elektriciteitsnet. De aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Een aardlekautomaat bevat verschillende kleine hendeltjes of knopjes dienaar beneden klikken als er in een bepaalde grote een fout wordt geconstateerd. De aardlekautomaat is de vervanger van de oude stoppenkast die zekeringen of stoppen bevatten met een smeltveiligheid.

Aardlekschakelaar
Aardlekschakelaars vormen een elektrische beveiliging als er in een elektrische installatie een lekstroom optreed. In dat geval schakelt de aardlekschakelaar de elektrische spanning uit en wordt een installatie spanningsloos gemaakt. Een aardlekschakelaar is iets anders dan een aardlekautomaat. Een aardlekautomaat is namelijk een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat. Als men dus een elektrische installatie heeft zonder aardlekautomaat dan is de kans groot dat er een installatieautomaat is geplaatst. De installatieautomaat wordt ook wel een zekeringautomaat of maximumschakelaar genoemd. Als er een installatieautomaat is geplaatst dan dient er voor de veiligheid een aardlekschakelaar aanwezig te zijn.

Arbeidsomstandigheden en werkplek
Het is uiteraard belangrijk dat men rekening houdt met de werkplek waarin men werkt aan elektrische installaties. Als deze werkplek vochtig is zal de kans op elektrocutie of elektrisering toenemen evenals de kans op kortsluiting. Dit is ook het geval wanneer men werkt aan machines en ruimten die van geleidend materiaal zijn gemaakt. verder dient men rekening te houden met het feit dat vonken die ontstaan door bijvoorbeeld kortsluiting een brandbaar mengsel kunnen ontsteken. In ruimten waar deze brandbare of explosieve stoffen aanwezig zijn gelden speciale richtlijnen voor elektrische installaties en mag niemand aan deze elektrische installaties werken tenzij hiervoor een specifieke werkvergunning is afgegeven.

Veilig autogeen lassen

Autogeen lassen is een lasproces waarbij een lasser gebruik maakt van een gas in combinatie met zuurstof om een vlam te creëren waarmee metaal op een smeltpunt wordt gebracht zodat een lasverbinding kan worden gemaakt. Bij autogeen lassen wordt gebruik gemaakt van acetyleen. Door gebruik te maken van de oxy-acetyleen vlam kan men zeer hoge temperaturen bereiken. Deze hoge temperaturen kunnen oplopen tot 3.200 graden Celsius. Het oxy-acetyleen gasmengsel is een mengsel waarmee een temperatuur kan worden behaald die hoog genoeg is om staal te laten smelten zodat de lasser een lasverbinding kan maken. Autogeen lassen wordt onder andere toegepast in het lassen van dikwandige stalen cv-leidingen. Natuurlijk is een hoge temperatuur belangrijk als men met gas wil lassen maar het brengt ook gevaren met zich mee. Hieronder staan de belangrijkste gevaren die van toepassing zijn op autogeen lassen.

Gevaren van autogeen lassen
Autogeen lassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een vlam. Men heeft het daarom ook wel over lassen met vlam in plaats van het lassen met een elektrische boog. Het lassen met vlam heeft een aantal specifieke risico’s waar men rekening mee dient te houden:

  • Kans op brand door de hoge temperaturen die tijdens het lassen en het verbranden van het oxy-acetyleen mengsel ontstaan.
  • Lasspetters die tijdens het lassen kunnen ontstaan zorgen ook voor risico’s op verbranding.
  • De cilinders waar het brandbare gas onder druk wordt opgeslagen zorgen voor een risico op explosie brand en oxideren.
  • Vlamterugslag kan voorkomen bij het lassen met acetyleen. Tijdens de vlamterugslag stroomt het brandbare gasmengsel terug in de brander waardoor er een groot gevaar is voor een explosie.
  • Er bestaat kans op lekkage van zuurstof met brand tot gevolg.
  • Ook brandbaar gas kan lekken en een enorm risico veroorzaken op brand.
  • De gassen die worden gebruikt zijn zwaarder dan lucht en kunnen daardoor onder in ruimten blijven hangen. Vooral wanneer men werkt in een kruipruimte of kelder, kortom de laagste ruimtes in een gebouw, loopt men gevaar. Het gas blijft in deze ruimten hangen en zorgt er voor dat men kan stikken.
  • Acetyleen wordt opgeslagen in een aceton opgelost mengsel in een poreuze massa. Dit mengsel moet rechtop worden vervoerd. Als dit niet gebeurd en de fles liggend wordt vervoerd worden de componenten gescheiden en is het mengsel zeer explosiegevaarlijk en mag beslist niet meer gebruikt worden voor het lasproces.

Autogeen lassen zorgt voor grote risico’s die met name verbonden zijn aan het brandbare mengsel waarmee men last. Er zijn echter ook een aantal algemene aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat men autogeen gaat lassen. Deze aspecten zijn in de volgende alinea benoemd.

Veiligheidsinstructies voor autogeen lassen
De volgende veiligheidsinstructies bevatten instructies voor het autogeen lassen specifiek. Daarnaast zijn ook een aantal algemene veiligheidsinstructies benoemd die van toepassing zijn op vrijwel alle lasprocessen waaronder elektrisch booglassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag een veilige lasbril die specifiek voor autogeen lassen is ontwikkeld.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel de vlam goed in een conische vlam is het beste. Als men een verkeerde ‘punt’ heeft op de vlam zal het lassen moeilijk worden en kan er schade aan het werkstuk ontstaan en mogelijk meer spetters en brand.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder acetyleen, zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten. Ook dienen de slangen goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Vervoer een acetyleenfles altijd rechtop zodat het mengsel in de fles niet tot een gevaarlijke explosieve massa wordt gemengd.
  • Ook tijdens het lassen dient de acetyleenfles rechtop te staan.
  • Zorg er voor dat de lasdampen die tijdens autogeen lassen ontstaan worden afgezogen door een speciale afzuiginstallatie.
  • Mocht een acetyleenfles omvallen dan dient deze zo snel mogelijk weer rechtop gezet te worden en mag men daar de eerste vier dagen niet mee lassen.
  • Houdt blusmiddelen binnen handbereik.

Tot slot nog de opmerking dat autogeen lassen geen lasproces is voor beginners. Zorg er voor dat je goede instructies krijgt van een ervaren autogeen lasser. Werk in ieder geval onder toezicht als je voor het eerst autogeen last. Het autogeen lassen is een lasproces dat je leert door ervaring en dat kost tijd en veel oefening. Men moet echter rekening houden met de risico’s als men dat niet doet is autogeen lassen levensgevaarlijk.

Veilig werken met hydraulisch gereedschap

Hydraulische gereedschappen zijn werktuigen die werken op oliedruk. Er zijn verschillende soorten hydraulische gereedschappen die in de techniek worden gebruikt. Veel hydraulische gereedschappen worden gebruikt voor het hijsen of heffen. Er zijn echter ook hydraulische gereedschappen die worden gebruikt voor knippen, buigen en andere bewerkingen. Werken met hydraulisch gereedschap is niet zonder gevaar. Er bestaat een kans op het lekken van olie.

Daarnaast wordt met hydraulische gereedschappen vaak grote kracht en druk uitgeoefend wat risico’s met zich meebrengt voor mensen, machines, constructies en materialen. Er zijn echter veel verschillende pneumatische gereedschappen met specifieke veiligheidsrisico’s. Het gaat te ver om alle pneumatische gereedschappen in een tekst te benoemden en daarbij de veiligheidsrisico’s weer te geven daarom beperken we ons tot een aantal algemene veiligheidsinstructies. Deze staan in de volgende alinea.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor werken met hydraulisch gereedschap
Hydraulische druk zorgt er voor dat er meer kracht kan worden uitgeoefend dan de spierkracht van een mens. Vaak is de kracht van deze oliedruk vele malen groter dan de kracht van mensen. Dat zorgt er voor dat de hydraulische machine goed gebruikt moet worden en dat men de veiligheidsrichtlijnen in acht neemt. Men kan namelijk niet doormiddel van eigen kracht de machine corrigeren tenzij men de besturing van de machine op de juiste manier gebruikt. De volgende veiligheidsrichtlijnen zijn van belang als men met hydraulische machines werkt:

  • Draag geen los lang hang haar, geen armbanden, geen kettingen, geen ringen en geen lange losse mouwen als men werkt met draaiend hydraulisch gereedschap.
  • Als er meer dan 80 dB(a) aan geluid wordt geproduceerd is het dragen van gehoorbescherming een belangrijke veiligheidsmaatregel voor het gehoor.
  • Gebruik het hydraulisch op de juiste manier waarvoor het gereedschap bedoelt is.
  • Zorg er voor dat de kabels van hydraulisch gereedschap niet beschadigd kunnen raken.
  • Bescherm de kabels van hydraulische installaties en apparatuur tegen verhitting en brand.
  • Zorg er voor dat niemand kan struikelen over de kabels van hydraulisch gereedschap.
  • Onderhoud het gereedschap op de juiste manier.
  • Alleen ervaren kundige hydrauliekmonteurs mogen aanpassingen doen aan hydraulische installaties.
  • Voorkom lekken van hydraulische olie.

Veilig werken met pneumatisch gereedschap

Pneumatisch gereedschap is gereedschap dat werkt op samengeperste lucht. De luchtdruk wordt uitgedrukt in bar. Als men het heeft over een pneumatisch gereedschap dat werkt op 6 bar dan werkt dit gereedschap op 6 keer de omgevingsluchtdruk. Het werken met pneumatisch gereedschap brengt specifieke risico’s met zich mee. De samengeperste lucht zit bijvoorbeeld in een druktank. Als deze druktank niet sterk genoeg is kan deze door de luchtdruk uit elkaar barsten oftewel exploderen. Dit is echter één voorbeeld dat aan de orde kan komen als men het heeft over veilig werken met pneumatisch gereedschap. In de volgende alinea zijn nog een aantal aspecten benoemd die aan de orde moeten komen als men de veiligheidsaspecten omtrent het werken met pneumatisch gereedschap goed in kaart wil brengen.

Pneumatisch gereedschap en veiligheid
Pneumatisch gereedschap wordt aangedreven met perslucht. Omdat dit gereedschap niet elektrisch wordt aangedreven kan men dit gereedschap in een aantal situaties gebruiken waar het gebruik van elektrisch gereedschap te gevaarlijk zou zijn in verband met mogelijk elektrocutie. Dit is een belangrijk voordeel van pneumatisch gereedschap. Een nadeel met betrekking tot de veiligheid en gezondheid is dat pneumatisch gereedschap trillingen veroorzaakt. Het soort trillingen dat ontstaat is echter afhankelijk van het soort pneumatische gereedschap dat men gebruikt.

De trillingen kunnen echter de gewrichten beschadigden van de persoon die het pneumatische gereedschap gebruikt. Pneumatische boorhamers of drilboren kunnen een zware belasting veroorzaken voor de spieren en gewrichten van mensen. Daarom dient men regelmatig rustpauzes te nemen om de spieren en gewrichten tot rust te laten komen. Langdurig gebruik van deze pneumatische gereedschappen is zeker niet bevorderlijk voor de gezondheid. Er kunnen zogenaamde witte vingers ontstaan waarbij de doorbloeding van de vingers is verslechterd. Ook kunnen rugklachten ontstaan naast de gewrichtsklachten. Dit zijn specifieke gevolgen voor het werken met pneumatisch gereedschap. Er zijn echter ook een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen die men moet hanteren voor het werken met pneumatisch gereedschap. Deze algemene richtlijnen met betrekking tot de veiligheid zijn in de volgende alinea benoemd.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor werken met pneumatisch gereedschap
De luchtdruk van pneumatisch gereedschap zorgt voor een bepaalde kracht. Met pneumatisch gereedschap kan een mens vaak meer kracht overbrengen op een werkstuk of voertuig dan wanneer men dit met eigen kracht zou doen. Dat zorgt ook voor een risico, het gereedschap is namelijk vaak sterker dan men zelf. Daarom moet men het gereedschap zorgvuldig gebruiken. Een aantal richtlijnen zijn daarbij van belang:

  • Draag geen los lang hang haar, geen kettingen, geen armbanden of  geen lange losse mouwen als men werkt met draaiend pneumatisch gereedschap.
  • Draag gehoorbescherming.
  • Gebruik het gereedschap waarvoor het bedoelt is.
  • Berg het gereedschap veilig op als het niet meer wordt gebruikt.
  • Zorg er voor dat niemand kan struikelen over de kabels van pneumatisch gereedschap.
  • Neem voldoende rustpauzes.

Wat is dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap?

Dubbel geïsoleerd gereedschap is elektrisch gereedschap dat voorzien is van een dubbele elektrische isolatie waardoor men beter beschermd is tegen kortsluiting en elektrocutie. Elektrische gereedschappen die werken op 220 volt moeten wettelijk voorzien zijn van dubbele isolatie. Dit kan men zien aan een logo dat bestaat uit twee vierkantjes, een groter vierkant met daarin een kleiner vierkant. Hieronder is in een alinea informatie weergegeven over wat deze dubbele isolatie nu precies is.

Wat is een dubbele isolatie van elektrisch gereedschap?
Een dubbele isolatie van elektrisch gereedschap is dat het elektrische gereedschap op twee manieren is geïsoleerd. We benoemen even de manieren waarop een dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap is voorzien van isolatie:

  • Er is elektrische isolatie aanwezig tussen de verschillende elektrische onderdelen onderling, bijvoorbeeld geïsoleerde bedrading.
  • Er is elektrische isolatie aanwezig tussen de elektrische onderdelen en het chassis van het elektrische gereedschap.
  • Tussen aanraakbare delen van de behuizing van het elektrische apparaat (of het elektrische handgereedschap) en het chassis is elektrische isolatie aangebracht.
  • Dubbel geïsoleerde elektrische gereedschappen en apparaten dienen te voorzien zijn van een tweepolige netstekker die past in (wand)contactdozen die geschikt zijn voor geaarde apparaten.

Als er in een dubbel geïsoleerd elektrisch handgereedschap een isolatiefout ontstaat dan is dit apparaat over het algemeen nog veilig omdat er voldoende extra isolatie aanwezig is. Deze apparaten bevatten dus naast de standaard isolatie een extra isolatie. Hoewel dubbel geïsoleerde elektrische apparaten wel extra veilig zijn kan men veiligheid nooit 100 procent garanderen. Daarom dienen ook dubbel geïsoleerde handgereedschappen die professioneel of bedrijfsmatig worden gebruikt ieder jaar gekeurd te worden door een erkende keuringsinstelling. Verder dient ook de gebruiker van het gereedschap te controleren of de behuizing van het elektrische gereedschap niet beschadigd is en of de bekabeling van het gereedschap niet kapot is,

Arbowetgeving
Het gebruik van gekeurd dubbel geïsoleerde elektrische handgereedschappen is een verplichte technische beheersmaatregel waarmee bedrijven hun risico’s beheersbaar kunnen maken. Het beheersbaar maken van risico’s zijn bedrijven verplicht volgens de Arbowet. Deze schrijft voor dat bedrijven een Arbobeleid moeten voeren met als onderdeel daarvan een Risico Inventarisatie en Evaluatie en een plan van aanpak waarmee de risico’s beperkt kunnen worden. Denk hierbij ook aan de werkomgeving en arbeidsomstandigheden. In een omgeving waar explosieve mengsels kunnen ontstaan is het gebruik van elektrisch handgereedschap verboden. Ook in vochtige omgevingen kan er een groter gevaar op elektrocutie ontstaan. In die gevallen zullen extra veiligheidsmaatregelen moeten worden getroffen. Deze extra veiligheidsmaatregelen zullen eveneens voortvloeien uit het plan van aanpak dat is voortgevloeid uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E).