Wat is het rendement van verwarmingsbronnen?

Als men kijkt naar de verwarming van woningen dan is het rendement belangrijk. Het rendement van verwarmingsbronnen is in feite de hoeveelheid warmte die geproduceerd kan worden door een verwarmingssysteem uit een bepaalde brandstof. Hoe hoger het rendement hoe rendabeler het verwarmingssysteem is. Een rendabel verwarmingssysteem is niet per definitie een duurzame verwarmingssysteem. Een hr-ketel verstookt bijvoorbeeld aardgas om cv-leidingwater te verwarmen. Aardgas is een fossiele brandstof en daardoor niet een duurzame energiebron. In tegenstelling tot een conventionele cv-ketel of een (verbeterd rendement) vr ketel haalt de hr-ketel wel meer warmte uit aardgas. Het rendement van de hr-ketel ligt dus hoger dan de andere ketelsoorten. Een hre-ketel heeft een nog hoger rendement en wekt zelfs elektriciteit op doormiddel van een warmtekrachtkoppeling.

De afgelopen jaren zijn er verschillende soorten verwarmingssystemen toegevoegd en is de keuze voor consumenten en bedrijven enorm geworden. De verwarmingsbronnen zijn zo divers dat men gespecialiseerde bedrijven moet gaan inschakelen als men een duidelijke indruk wil krijgen van de specifieke eigenschappen van elk verwarmingssysteem. Niet elk verwarmingssysteem is namelijk toepasbaar in elke woning. Er moet naar oppervlakte, isolatie, materialen en andere aspecten worden gekeken. Als men alleen naar het rendement van verwarmingssystemen zou kijken dan geeft de opsomming in de volgende alinea een duidelijk verschil weer tussen de verwarmingsbronnen.

Verwarmingsbronnen en hun rendement
Hieronder staan verschillende soorten verwarmingsbronnen en daarbij is het rendement genoemd. Hoe lager het rendement hoe meer warmte verloren gaat tijdens het proces. In onderstaande lijst zie je duidelijk dat het verstoken van hout in een open haard het minste rendement oplevert. De installatie van een warmtepomp levert het meeste rendement op. Dit is echter niet overal mogelijk. Ook de kosten moeten goed in de gaten worden gehouden bij een beslissing voor een bepaalde verwarmingsbron. Zo heeft een hr-ketel een aanschafprijs van ongeveer 2000 euro maar een hre-ketel kost maar liefst 12.000 euro. Het loont zeker de moeite om uit te zoeken of een dergelijk verschil in aanschafprijs zich gaat terugverdienen.

  • Open haard 20 procent
  • Elektrische kachel 40 procent
  • Gaskachel 65 procent
  • Houtkachel 75 procent
  • Speksteen/ Tegelkachel 90 procent
  • CV/ VR ketel 92 procent
  • Pelletkachel 94 procent
  • Hr-ketel 107 procent%
  • Hre ketel (Micro WKK) 130 procent
  • Warmtepomp 600 procent

Wat is een HRe-ketel?

Een HRe-ketel is een speciale cv-ketel met een hoog rendement die ook in staat is om elektrische stroom op te wekken. Dit klinkt natuurlijk interessant de ketel wordt gebruikt om het cv-leidingwater te verwarmen en tevens om elektrische stroom op te wekken. Toch moet men hierbij rekening houden met het feit dat er wel aardgas wordt verstookt voor zowel de radiatoren als het opwekken van elektriciteit. Het is dus maar de vraag of men een HRe-ketel als een duurzame oplossing kan beschouwen. Daarnaast is een HRe-ketel kostbaar in aanschaf. Deze ketels kosten al snel meer dan 10.000 euro en zijn eigenlijk alleen geschikt voor grote panden waarin 1.600 m3 gas of meer per jaar wordt verstookt. Dan nog loont het om eerst te kijken of deze gebouwen beter geïsoleerd kunnen worden om het gasverbruik op die manier te verlagen.

Hoe werkt een HRe-ketel?
De HRe-ketel is een cv-ketel met een hoog rendement. Dat betekent dat deze ketels in feite een maximaal rendement halen uit de aardgas die in deze ketels wordt verstookt. De belangrijkste functie van deze ketels is het verwarmen van cv-leidingwater maar de HRe-ketel gebruikt ook de hete gassen in de cv-ketel om elektrische stroom op te wekken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde warmtekrachtkoppeling. De HRe-ketel gebruikt voor deze warmtekrachtkoppeling een stirlingmotor. Deze motor werkt op hete lucht in plaats van op een brandstof. Toch moet voor het produceren van deze hete lucht wel aardgas worden verstookt.

De HRe-ketel is energiezuiniger dan andere cv-ketels zoals de vr-ketel en de conventionele cv-ketel. De hete lucht van de HRe-ketel wordt namelijk gebruikt om elektrische energie op te wekken. Toch verbrand deze cv-ketel wel wat meer aardgas om er voor te zorgen dat de stirlingmotor goed werkt. Met een HRe-ketel zal men in de praktijk dus meer geld betalen op de gasrekening maar minder op de elektriciteitsrekening. Het is de moeite waard om hier een berekening op los te laten. Toch zal een HRe ketel waarschijnlijk nooit worden terugverdient gezien de hoge aanschafprijs.

Wat is een hr-ketel, vr-ketel en een hr-combiketel?

Een hr-ketel is een hoog rendement centrale verwarmingsketel en wordt geplaatst in woningen met een aardgasgestookte cv-installatie. Hoewel een hr-ketel aardgas verstookt kunnen deze ketels toch een gunstig energielabel A krijgen. Dit heeft te maken met het rendement dat de hr-ketel uit aardgas haalt. Bij de verbranding van aardgas in de cv-installatie haalt de hr-ketel een hoger rendement dan de conventionele cv-ketel.

Vr-ketels
De hr-ketel levert ook nog een hoger rendement dan de vr-ketels. De vr-ketel is minder energiezuinig dan de hr-ketel hoewel de letters ‘vr’ staan voor verbeterd rendement.

Combiketels
De benaming combiketel is vrij algemeen. In feite zegt de term combiketel weinig over de energiezuinigheid van de ketel. Een combiketel is een cv-ketel waar ook een boiler bij geplaatst is. Deze boiler zorgt er voor dat er warm water uit de kraan komt. Een combiketel is energiezuiniger dan een losse boiler of geiser. Er zijn echter verschillende soorten combiketels die onder andere verschillen op het gebied van energiezuinigheid.

Vr-combiketels en hr-combiketels

Er zijn op dit moment nog vr-combiketels en hr-combiketels op de markt. De hr-combiketels zijn hoogrendementsketels met een boiler. De allernieuwste variant is de HRe-ketel. Dit is tevens ook de duurste combiketel en geschikt voor huishoudens vanaf 4 personen.

Wat kost vervangen van loden waterleidingen?

Het vervangen van loden waterleidingen uit woningen moet worden gedaan door een erkend installateur. Gemiddeld kost het vervangen van loden leidingen ongeveer 1400 euro per woning. Deze kosten zijn voor de eigenaar van de woning. Ook wanneer de woning verhuurd wordt zal de eigenaar van de woning de kosten voor het verwijderen van de loden leidingen moeten betalen. De meeste loden leidingen zijn aanwezig in oude woningen die voor 1945 zijn gebouw en geïnstalleerd door loodgieters. Ook in woningen die tussen 1945 en 1960 zijn gebouwd komen nog wel leidingen voor die van lood zijn gemaakt en gebruikt worden als drinkwaterleiding. Het is verstandig om deze leidingen te vervangen.

Is het verwijderen van loden leidingen verplicht?
Het laten verwijderen van loden leidingen is niet verplicht. Wel is duidelijk geworden uit onderzoek van de Gezondheidsraad dat het drinken van drinkwater uit loden leidingen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Met name voor jonge kinderen en ongeboren kinderen die nog in de baarmoeder zitten van zwangere vrouwen lopen een risico als ze met lood vervuild drinkwater drinken. Als een zwangere vrouw met lood vervuild drinkwater opdrinkt zal dat ook gezondheidsschade kunnen opleveren voor het nog ongeboren kind. Het verwijderen van loden leiding wordt daarom dringend aanbevolen vanuit de Gezondheidsraad maar ook vanuit de overheid.

De overheid gaat in 2019 mogelijk subsidies invoeren die er voor moeten zorgen dat eigenaren van woningen met loden waterleidingen deze zo spoedig mogelijk gaan vervangen. Daarnaast denkt de overheid nog na over andere maatregelen. Zo zou bij de verkoop en verhuur van woningen duidelijk moeten worden aangegeven of er loden leidingen in het gebouw aanwezig zijn.

Wat is een transformatiewoning?

Een transformatiewoning is een woning die uit een verbouwing van een bestaand pand met een andere bestemming is getransformeerd. Transformatiewoningen komen vooral in gebieden voor waar er sprake is van een tekort aan woningen. Als er te weinig woningen beschikbaar zijn om aan de vraag te voldoen dan wordt er steeds vaker gekeken naar bestaande panden met een andere bestemming om deze vervolgens om te bouwen tot woningen en woonruimten.

Utiliteit ombouwen tot woningen
Een tansformatiewoning is dus een woning die ontstaan is uit een pand met een andere functie. In de praktijk worden scholen en kantoren regelmatig tot transformatiewoningen omgebouwd. Daarnaast worden ook andere bedrijfspanden en utiliteit omgebouwd tot woningen. Zo kunnen zelfs loodsen, fabrieken, kazernes en stallen van boerderijen tot woningen of appartementen worden omgebouwd. Bouwbedrijven en projectorganisaties worden steeds creatiever op dit gebied. Ook investeringsmaatschappijen zien geld in het ombouwen van bestaande panden tot transformatiewoningen.

Woningtransformatie als oplossing

Op die manier kan er wat worden gedaan aan het tekort aan woning maar kan ook meer geld worden verdiend met de verkoop en de verhuur van transformatiewoningen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in 2018 in totaal 13.000 transformatiewoningen ontstaan. Dat maakt duidelijk dat een groot deel van de toename in het aanbod aan woningen wordt gerealiseerd door gebouwen te transformeren tot woningen.

Vloer isoleren met PUR

Polyurethaan (PUR) is een schuimvormige kunststof die bestaat uit de componenten polyol en isocyanaat en kan als vloerisolatie worden aangebracht doormiddel van spuiten. De polyol en isocyanaat worden met elkaar vermengd tijdens het spuiten en gaan daardoor een reactie met elkaar aan. Door deze reactie ontstaat een schuim dat opgevuld is met cellen die lucht bevatten. De cellen die gevuld zijn met lucht zorgen voor de isolerende werking van PUR. De cellen van het PUR kunnen bestaan uit open cellen en dichte cellen. Als er sprake is van open cellen spreekt men van zacht schuim en bij dichte cellen spreekt men van hard schuim. De blaasmethode en het soort blaasmiddel dat wordt gebruikt tijdens het aanbrengen van PUR-schuim is bepalend voor de soort schuimsubstantie.

PUR als vloerisolatie
PUR schuim is een materiaal dat breed wordt toegepast. Een bekende toepassing van het materiaal is vloerisolatie. Door de luchtcellen heeft PUR een gunstige isolerende werking. Het aanbrengen van PUR gebeurd doormiddel van een grote spuit waar de twee componenten gezamenlijk met elkaar vermengd uit worden gespoten. Dit is werk dat door een specialistisch bedrijf moet gebeuren. Ook de persoon die de spuit bedient moet over voldoende kennis beschikken en moet veilig werken. Tijdens het spuiten komen namelijk schadelijke dampen vrij. De PUR vloerisolatie wordt aan de bovenkant van een kruipruimte aangebracht. Dat is dus rechtstreeks onder de vloer van de begane grond. Om dat goed te kunnen uitvoeren moet de kruipruimte een minimale hoogte hebben van 50 centimeter.

Eigenschappen van PUR vloerisolatie
Omdat PUR onderkant van de vloer gespoten wordt vaak ook een deel van de funderingsmuren in de kruipruimte geïsoleerd met PUR. Ook de aanwezige leidingen, buizen en andere objecten in de kruipruimte zullen door een laag PUR worden bedekt. Kieren en gaten worden eveneens door PUR gedicht. Dit is over het algemeen geen probleem. Op die manier worden constructiedelen beschermd tegen vocht en wordt tocht uit kieren voorkomen. Ook is de PUR laag luchtdicht waardoor de isolerende werking wordt verhoogd. Die isolerende werking van PUR wordt verhoogd naar mate de PUR laag dikker wordt. Het materiaal heeft een lambdawaarde van 0,026 W/m*K en dat is zeer hoog. Een groot nadeel van PUR is dat het materiaal niet milieuvriendelijk is. Het materiaal bevat HFK’s of HFO’s, dit zijn chemische gassen die slecht zijn voor het milieu. Er worden echter steeds meer PUR-varianten ontwikkelt die deze schadelijke stoffen niet bevatten.

Wat is een Mantavloer?

Een Mantavloer is een prefab betonnen vloer die in de jaren zestig en zeventig van vorige eeuw werd toegepast als vloer in gebouwen, waaronder woningen, in Nederland. Mantavloeren werden aangebracht tussen 1965 en 1981 en hebben een verhoogd risico op betonschade in de vorm van betonrot. Hierbij roest de wapening van de betonnen draagdelen waardoor de betonnen dekking scheurt en uiteindelijk los knapt. Daardoor worden de dragende delen zwakker en dat kan ernstige gevolgen hebben. Andere prefab betonnen vloeren die dit probleem hebben zijn de zogenaamde Kwaaitaal vloeren die veel bekender zijn. Er zijn echter verschillen tussen Mantavloeren en Kwaaitaal vloeren.

Hoe herken je een Mantavloer?
Een Mantavloer bestaat uit verschillende onderdelen die ook wel elementen worden genoemd. Deze elementen rusten op de fundering van het gebouw. Elk element van een Mantavloer is 120 cm breed. Er wordt ook wel gesproken over een ribcassettevloer. Per element bestaat deze uit twee betonbalken die de ribben worden genoemd. Daarnaast is er tussen deze delen aan de bovenkant een dunne vloerplaat aangebracht. Deze tussenplaat is 5,5 centimeter dik. Deze tussenplaat zit tussen de betonnen ribben. Standaard is er in één plaat een kruipluik aangebracht.

Vanuit de kruipruimte kan men de vloerconstructie bekijken en tot de conclusie komen of er een Mantavloer is aangebracht. Een Mantavloer is een andere vloer dan de eerder genoemde Kwaaitaalvloer. De Mantavloer heeft namelijk elementen van 120 cm breed en de Kwaaitaalvloer heeft elementen van 50 cm breed. Bovendien is de vorm ook anders. De Kwaaitaalvloerdelen hebben namelijk een gebogen vorm. Aan de onder kant zitten bij een Kwaaitaalvloer allemaal boogjes terwijl een Mantavloer uit allemaal rechte platte delen bestaat.

Risico’s van een Mantavloer
Een Mantavloer heeft in grote lijnen dezelfde kans op problemen als een Kwaaitaalvloer namelijk: betonrot. De betonnen elementen van een Mantavloeren zijn voorzien van een bewapening van staal dat ook wel betonijzer of betonstaal wordt genoemd. IJzer oftewel ferro heeft de nare eigenschap dat het in combinatie met vocht en zuurstof gaat roesten. Als men daar ook nog zouten (chloriden) aan toevoegt is dit risico al helemaal groot. Juist dat laatste vormt het grootste risico van de Manatavloer.

Aan het betonmengsel van Mantavloeren is calciumchloride toegevoegd. Deze chloride zorgt er voor dat het betonstaal extra snel gaat corroderen oftewel roesten. Tijdens het roestproces zetten de verroeste delen uit. Daardoor wordt het beton naar buiten gedrukt. Het beton gaat dan op de duur barsten. Na verloop van tijd breken er betonnen delen af en die vallen op de grond. Het gevolg is dat nog meer zuurstof bij het betonstaal komt waardoor betonrottingsproces verder doorgezet wordt. Dit kan de betonconstructie ernstig verzwakken. Problemen met Mantavloeren komen pas na jaren aan het ligt. De bedrijven die de Mantavloeren en Kwaaitaalvloeren hebben geproduceerd zijn inmiddels failliet. De toepassing van calciumchloride in betonmengsels voor vloeren is inmiddels verboden.

Wat is een Kwaaitaalvloer?

Een Kwaaitaalvloer is een prefab gewapende betonnen vloer die in veel Nederlandse gebouwen werd geplaatst in de periode van 1965 tot en met 1983. De naam Kwaaitaal is afgeleid van de firma Kwaaitaal in Rotterdam die deze vloeren ontwikkelde en fabriceerde. Met name het productieproces van Kwaaitaalvloeren leverde een groot voordeel op. Deze vloeren werden namelijk vrij snel prefab gemaakt. Dat was interessant omdat in de jaren zeventig van vorige een veel woningen in Nederland werden gebouwd.

Hoe herken je een Kwaaitaal vloer?
Kwaaitaalvloeren zijn prefab betonnen vloeren die uit allemaal elementen bestaan. Deze elementen zijn in feite lange banen die op een fundering rusten. Deze prefab betonnen vloeren kunnen eenvoudig worden herkend. Zo hebben deze betonnen delen een gebogen oftewel een gewelfde onderkant. Deze vloeren werden aangebracht op funderingsdelen waaronder een kruipruimte aanwezig is. In deze kruipruimte kan men de Kwaaitaalvloer herkennen aan deze afgeronde holle vormen. Tijdens de bouw werden de opkanten van de elementen meestal dichtgezet met een kopschot van piepschuim. De betonnen delen van een Kwaaitaalvloer zijn 50 cm breed en 18 cm dik. De uitsparing oftewel het gedeelte van de boog is 40 cm breed. Daarnaast kan men op de betonnendelen soms ook nog de naam Kwaaitaal aantreffen. Dit verwijst naar de Firma Kwaaitaal Vormbeton B.V. die deze betonnen vloeren ontwikkelde en produceerde voor de bouw.

Waarom werden Kwaaitaalvloeren toegepast?
Kwaaitaalvloeren werden ontwikkeld als prefab betonnen vloeren. Deze vloerdelen hadden een betonmengsel met calciumchloride. Dit bestandsdeel wordt ook wel een betonverhardings-versneller en zorgde er voor dat het betonmengsel sneller kon uitharden. Doordat het beton sneller kon uitharden kon men de betonnen vloerdelen van de Kwaaitaalvloer in de middag al uit de mal halen nadat deze in de ochtend werden gestort. Daardoor kon men in de middag een nieuwe betonstort doen. Op die manier konden de betonnen vloerdelen in grote massa worden geproduceerd. De productie verdubbelde.

Problemen met Kwaaitaalvloeren
In eerste instantie was het bouwprincipe van Kwaaitaalvloeren niet problematisch. De vloeren waren stevig en werden bovendien snel geproduceerd. De problemen ontstonden echter in de loop der jaren. De betonverhardings-versneller calciumchloride bleek namelijk ook nadelen te hebben. Na een bepaalde tijd zorgde de calciumchloride namelijk voor een chemische reactie met het betonijzer dat als wapening werd gebruikt voor de vloerdelen. Er ontstond een roestproces waarbij het roesten er voor zorgde dat de wapening ging uitzetten. De gecorrodeerde staaldelen zijn namelijk groter dan het staal dat niet gecorrodeerd is. Er ontstaat dus een expansie of uitzetting.

Deze uitzetting zorgt voor scheuren in het beton en wordt de buitenste betonlaag aangetast. De buitenste laag wordt ook wel de dekking genoemd. Als de dekking van de betonnen vloerdelen wegbreekt komt er meer zuurstof bij het betonijzer (de wapening) waardoor het betonrottingsproces nog harder gaat verlopen. Met name in een vochtige kruipruimte is er een extra grote kans op problemen met Kwaaitaalvloeren. De problemen met deze vloeren zijn bekend en er zijn verschillende specialistische bedrijven die het probleem passend kunnen oplossen. Als dat niet lukt zal de hele vloer moeten worden vervangen wat veel geld kost.

Aandachtspunten voor woningen die gebouwd zijn tussen 1970 en 1980

In de periode tussen 1970 en 1980 zijn er in Nederland veel woningen gebouwd. De architectuur van deze woningen is beter dan de architectuur van de woningen die voor 1970 zijn gebouwd. Daarnaast is de kwaliteit van deze woningen over het algemeen prima. Ten opzichte van oudere woningen zijn de onderhoudskosten lager. Er werd namelijk in de bouwperiode tussen 1970 en 1980 veel gebruik gemaakt van onderhoudsarme materialen. Bovendien werden er meer isolerende materialen toegepast. Zo werden de woningen standaard uitgerust met dubbel glas ook werd er dakisolatie en spouwisolatie aangebracht in woningen die in deze bouwperiode zijn opgeleverd.

Aandachtspunten woningen die tussen 1970 en 1980 werden gebouwd
Woningen die tussen 1970 en 1980 werden gebouwd zijn over het algemeen voorzien van materialen die beter zijn dan de woningen die voor deze periode werden gebouwd. Toch zijn er wel aandachtspunten. Zo kunnen woningen die in deze periode nog kozijnen bevatten die van een niet-duurzame houtsoort zijn gemaakt. Zo bevatten deze woningen regelmatig burenhouten gevelkozijnen. Deze zijn gevoelig voor houtrot. Sommige woningen hebben in de loop der jaren nieuwe kozijnen gekregen die gemaakt zijn van kunststof of hardhout.

Kwaaitaal- en Mantavloeren
Een behoorlijk aantal woningen uit de bouwperiode 1970 en 1980 werden voorzien van Kwaaitaal- en Mantavloeren. In totaal zijn er in Nederland 100.000 woningen in Nederland die problemen hebben met een Mantavloer. Deze woningen krijgen op den duur te maken met betonrot wat er voor zorgt dat de betonvloer afbrokkelt en haar sterkte verliest. Dit zorgt er voor dat de vloer kan breken. Ook Kwaaitaal vloeren hebben een zeer grote kans op betonrot. Deze vloeren zijn van 1965 tot ongeveer 1984 in veel woningen in Nederland aangebracht. Het repareren van een Kwaaitaalvloer en Mantavloer is meestal erg kostbaar daarom is het belangrijk dat men bijvoorbeeld bij de aanschaf van een woning goed op de hoogte is wat voor type (beton)vloer de woning heeft.

Elektrische installatie
Veel woningen die tussen 1970 en 1980 zijn gebouwd hebben een verouderde elektrische installatie die niet meer aan de eisen van 2019 voldoet. Er worden nu andere huishoudelijke apparaten gebruikt die meer elektriciteit verbruiken zoals afwasmachines, elektrische ovens, wasmachines en drogers met meer capaciteit. Al deze apparaten in combinatie met domotica toepassingen en internet of things vereisen een moderne elektrische installatie. Veel woningen uit de bouwperiode tussen 1970 en 1980 hebben daarom de afgelopen jaren een optimalisatie, renovatie en modernisering gehad van de elektrische installatie. Deze verbouwing is echter lang niet altijd zorgvuldig uitgevoerd. Met name in vochtige ruimten zoals badkamers bestaat er een vergrote kans op een onveilige elektrische installatie.

Centrale verwarmingsinstallatie
De huidige verwarmingstechniek is ook anders dan vroeger. In de jaren zeventig van vorige eeuw werden andere leidingen gebruikt voor een centrale verwarming dan tegenwoordig. Onder andere de diameter was anders. Als de cv-installatie moet worden vervangen kan dat voor extra kosten zorgen. Ook de cv-ketel zal in de afgelopen jaren vervangen zijn of zal dringend aan vervanging toe zijn.

Geluidsisolatie van woning
De geluidsisolatie van woningen is ook een aandachtspunt. Bij woningen die gebouwd zijn vóór 1978 moet gelet worden aan de geluidsisolatie tussen de woningen. Na 1978 werden nieuwe materialen en constructies toegepast voor woningscheidende wanden, zoals ankerloze spouwmuren enzovoort. Deze aanpassingen zorgden voor een betere isolatie van geluid maar ook van warmte.

Hitte is slecht voor de vloeistof in batterijen

Lithium-ionbatterijen vormen een belangrijk onderdeel van smartphones en andere mobiele telefoons. De levensduur van een batterij is echter regelmatig een onderwerp van discussie geweest. Zo zijn in het verleden producenten van smartphones in opspraak geraakt omdat de batterijen van hun producten niet lang genoeg meegingen. De overheid en consumentenorganisaties willen dat er batterijen worden geleverd die goed gebruikt kunnen worden door consumenten en bedrijven. Daarom wordt voortdurend gekeken naar nieuwe technologie om betere batterijen te maken die langer mee kunnen gaan.

Lithium-ionbatterijen kunnen behoorlijk lang mee gaan en kunnen bovendien regelmatig weer worden opgeladen. Een nadeel van batterijen blijft echter dat de batterijen minder goed gaan functioneren na verloop van tijd. Daarom moet je met batterijen altijd zorgvuldig omgaan. Een belangrijk aspect is dat batterijen niet in de brandende zon of op een hele warme plek zoals een kachel moeten worden neergelegd. Op een warme plek wordt ook de batterij opgewarmd en dat is hee slecht voor de vloeistof in de batterij. Bewaar daarom de batterij en toestellen die een batterij bevatten niet in de volle zon of in de buurt van een kachel, waterkoker of andere plek die regelmatig warm wordt. Zo kun je zelf een bijdrage leveren aan het vergroten van de levensduur van je batterijen.

Wat is een WT monteur of monteur WT?

WT monteur is een term die wordt gebruikt in de installatietechniek als functiebenaming voor een monteur werktuigbouwkundige installaties (WTB). Om die reden wordt een WT monteur door sommige bedrijven als monteur WTB. Als men het echter heeft over werktuigbouwkunde dan kan men ook denken aan de machinebouw in de metaaltechniek. Een WT monteur is echter niet verantwoordelijk voor de bouw van machines, in plaats daarvan is hij of zij juist verantwoordelijk voor het aanleggen van installaties in de koeltechniek, verwarmingstechniek, klimaatbeheersing maar ook voor het aanleggen van sanitair en loodgieterswerk.

Een WT monteur heeft daardoor een behoorlijk brede functie. De werktuigbouwkundige installaties waar een WT monteur aan de slag gaat zijn warmtepompen, hybrideketels, aardgasgestookte cv-ketels en waterstofketels. Dit zijn slechts een aantal werktuigbouwkunde installaties die behoren tot de werktuigbouwkundige techniek waar de WT monteur in de praktijk mee in aanraking kan komen. Door de energietransitie kunnen de werktuigbouwkundige installaties voor de WT monteur veranderen. Dat houdt het vakgebied installatietechniek interessant.

Wat is een Japans toilet, douche-wc of bidet-wc

Een Japans toilet, bidet-wc of douche-wc is een bidet die voorzien is van een regelbare waterstraal die uitschuifbaar is en wordt gebruikt om tijdens het toiletbezoek de billen van de persoon schoon te spoelen. Daarnaast is een Japans toilet meestal voorzien van een verwarmde wc-bril en een blazer waaruit warme lucht komt zodat de billen worden gedroogd nadat ze zijn schoongespoeld door de sproeier. De klep van een modern Japans toilet kan automatisch omhoog gaan en daarnaast kan het toilet meestal draadloos worden bediend. Dat maakt een Japans toilet echt een hightech toilet.

Waarom de naam Japans toilet?
De naam Japans toilet wordt voor dit type toilet gebruikt omdat in Japan in de jaren negentig van vorige eeuw al zogenaamde douche-wc’s aanwezig waren in kantoren, huizen, hotels en utiliteit. In Japan werd al eeuwen veel warde gehecht aan persoonlijke hygiëne. Daarom zijn in Japan veel ontwikkelingen geweest op dit gebied. Vermoedelijk heeft de Japanse fabrikant TOTO de eerste douche-toiletten op de markt gebracht. Vanaf die tijd zijn er verschillende ontwikkelingen geweest die er voor hebben gezorgd dat de Japanse wc nog beter is afgestemd op de wensen van de eigenaar. Zo kan een Japans toilet naast een boogstraal, ook een harde rechte straal hebben of een voorverwarmde bril. Ook is het mogelijk om een Japans toilet te kopen met een soort blaassysteem. Dat systeem kan worden gebruikt om de billen na het wassen ook weer te drogen.

Douchetoilet en milieu
Het Japans toilet of douchetoilet heeft een aantal voordelen. Allereerst is deze wc comfortabeler voor de gebruiker. Daarnaast is deze ook hygiënischer als men de wc goed gebruikt. Dat vereist wel enige oefening en ook het instellen van de straal en de verwarming is afhankelijk van de wensen van de gebruiker. Uiteindelijk zal een Japans toilet iets meer water verbruiken maar er hoeft geen wc-papier te worden gebruikt. Dat is beter voor het milieu hoewel wc-papier over het algemeen van gerecycled papier wordt gemaakt.

Populariteit van Japans toilet
In Nederland worden de douche-wc’s nog nauwelijks aangebracht in woningen. Nederland is op dit gebied vrij traditioneel. Misschien ziet men tegenwoordig wel vaker een douchetoilet in woningen omdat domotica en woonconmfort steeds belangrijker worden voor consumenten. Installatiebedrijven en sanitairverkopers spelen hier op in.

Waar kun je gekookte lijnolie voor gebruiken?

Lijnolie of lijnzaadolie is een olie afkomstig die wordt verkregen uit de zaden van olievlas. De olie komt vrij tijdens het persen van de olievlas zaden. De toepassing van lijnolie is vrij breed. Zo wordt deze olie onder andere gebruikt in voedsel en veevoer. Daarnaast wordt lijnolie ook gebruikt voor het beschermen van hout. Hieronder is in een aantal alinea’s meer informatie weergegeven over lijnolie.

Toepassing van lijnolie
Lijnolie wordt onder andere gebruikt voor het verduurzamen van hout. Lijnzaadolie beschermd het hout tegen indringing van vocht. Dat zorgt er voor dat hout minder snel rot. Ook gaat lijnolie het uitdrogen van hout tegen. Daarom is lijnolie een effectief middel om tuinhout te beschermen maar ook de balken van schuren, garages en de gebinten van boerderijen en ander hout dat door uitdroging kan worden aangetast. Daarnaast wordt lijnolie gebruikt als grondstof voor verf. Het kan worden gebruikt als bindmiddel voor olieverf.

Naast de conservering van hout is lijnolie ook geschikt als beschermingsmiddel voor metalen. Staal en andere ijzerhoudende legeringen (ferrolegeringen) kunnen op den duur gaan roesten. Lijnolie kan worden gebruikt om roesten tegen te gaan. Lijnolie dringt behoorlijk goed door in roestig ijzer. Tot slot kan lijnolie ook worden aangebracht als beschermlaag over houten vloeren en zelfs op betonnen vloeren.

Hoe kun je lijnolie aanbrengen?
Lijnolie wordt meestal in grote plastic flessen verkocht. Het middel is na goed roeren klaar voor gebruik. Indien gewenst kan met lijnolie mengen met 20 procent terpentijn. Daardoor is het middel iets dunner en kan met name de eerste laag goed in het hout doordringen. Daardoor kan een maximale beschermlaag worden opgebouwd. De tweede laag lijnolie kan men onverdund aanbrengen. Men kan lijnolie in meerdere lagen op het materiaal aanbrengen. Daardoor wordt het materiaal nog beter beschermd. Lijnolie kan men doormiddel van een roller of kwast aanbrengen op hout en andere ondergronden.

Uitvinder Zadoc Dederick experimenteerde in 1868 met robotisering in transportmiddelen

De stoomman oftwel the steamman was een bijzondere uitvinding van de uitvinder Zadoc Dederick. Hij had halverwege de negentiende eeuw een oplossing bedacht voor het aandrijven van voertuigen die gebaseerd was op de stoommachine. Daarvoor had Zadoc Dederick een mechanische robot bedacht in de vorm van een mens die doormiddel van stoomkracht in beweging kon worden gebracht.

De zogenaamde stoomman zag er uit als een man met een hoge hoed. De armen van de stoomman konden worden bevestigd aan een de handvaten van een kar. Op die manier kon de stoomman een kar trekken net zoals een paar dat zou kunnen. De maximale snelheid van de stoomman was 45 kilometer per uur. In de buik van de stoomman werden de steenkolen geplaatst waarmee water werd omgezet in stoom. Ieder drie uur moest de stoomman opgestookt worden met kolen. De hoge hoed diende als een schoorsteen. Op 24 maart 1868 had Zadoc Dederick patent gevraagd op zijn stoomman onder het patentnummer 75874.

Het oorspronkelijke prototype kostte ongeveer 2000 dollar. Als men dat omrekent naar de huidige waarde van de munt dan zou het prototype in totaal 32.487 moderne Amerikaanse dollars kosten. De stoomman werd gebouwd in Newark, New Jersey. De stoomman moest er voor zorgen dat paarden overbodig werden. In feite was de combinatie tussen de stoomman en een kar een aanloop naar de ontwikkeling van auto’s. Halverwege de negentiende eeuw werden veel voertuigen en machines nog ontwikkeld op een manier dat men er menselijke of dierlijke kenmerken in kon zien. Daarom was de stoomman in feite een soort robot die er uit zag als een man, compleet met jas en hoge hoed. De stoomman had metalen benen die daadwerkelijk konden lopen en werd bediend met een aantal hendels in de wagen die door de stoomman in beweging werd gebracht.

De stoomman zorgde voor veel belangstelling in de technische wereld. Het idee van de stoomman was gebaseerd op een idee uit The Steam Man of the Prairies van Edward S. Ellis. Dit was een van de eerste sciencefictionboeken. Die in grote oplage werd gedrukt. Toch was het concept nooit een succes geworden. Dederick slaagde er echter nooit in om de stoomman goedkoop in massaproductie te produceren.

Betekenis afkorting voor fasedraad, nuldraad en schakeldraad

In de elektrotechniek worden verschillende afkortingen gebruikt voor de bedrading van installaties. De bekendste soorten draden zijn de fasedraad, de nuldraad en de schakeldraad. Ook wordt er voor de aarde een speciale draad gebruikt. De bedrading van elektrische installaties heeft een verschil in kleur maar ook in aanduiding. Hieronder is dit verschil puntsgewijs weergegeven.

Fasedraad (L)
De fasedraad heeft een bruine isolatielaag en de draad die onder spanning staat ten opzichte van de aarde en de nuldraad. Fasedraad wordt met de letter ‘L’ aangeduid dat staat voor het Engelse woord ‘live’. Er worden ook wel drie fasedraden gebruikt. Dan is de aanduiding L1, L2, L3 voor de verschillende schakeldraden.

Nuldraad (N)
De afkorting ‘N’ staat voor het Engelse woord ‘neutral’. De nuldraad of de nulleider is blauw gekleurd en is meestal (maar niet altijd) elektrisch gekoppeld met de aarde. De nuldraad heeft vrijwel geen spanning ten opzichte van de aarde.

Schakeldraad (T)
Een schakeldraad heeft een zwarte isolatie (soms grijs) en wordt vaak tussen de fasedraad en een elektrisch apparaat aangebracht. Dat betekent dat de schakeldraad stroom geleid als het apparaat ingeschakeld wordt en geen stroom meer geleid als het apparaat uitgeschakeld wordt. De letter ‘T’ staat voor ‘thermoplastic insulation’ en geeft aan dat de draad voorzien is van een beschermende isolatielaag.

Aardedraad PE
De aardedraad wordt aangeduid met PE (protective Earth) heeft een isolatie die geelgroen gekleurd is. De aarddraad voert normaal gesproken geen spanning of stroom en wordt elektrische verbonden met de aarde doormiddel van een aardelektrode. De andere kant van de aardedraad wordt elektrisch verbonden met de metalen buitenmantel van een elektrisch apparaat. Wanneer er een defect ontstaat aan de elektrische bekabeling waarbij de buitenmantel onder stroom komt te staan wordt de elektrische stroom via de aardedraad (die bevestigd is aan de metalen buitenmantel) naar de aarde afgevoerd. Als er een behoorlijke stroomlekkage is zal de aardlekschakelaar in werking treden en zal de elektrische stroom in de installatie uitgeschakeld worden.

CNC frezen op 3, 4, 5 of 6-assige freesbank

Frezen is een metaalbewerking die onder de verspaning valt omdat er tijdens het frezen kleine stukjes metaal (spaantjes) uit het werkstuk worden geboord doormiddel van een draaiende frees. Er wordt bij het indelen van freesbanken een keuze gemaakt tussen een conventionele freesbank en een computergestuurde freesbank. De laatste variant wordt ook wel een CNC freesbankgenoemd. Naast deze indeling worden freesbanken ook wel ingedeeld op basis van het aantal assen. De volgende opties zijn hierin gangbaar:

  • 3-assige freesbank. Deze heeft drie lineaire bewegingen. De X, de Y en de Z. De frees beweegt zich over deze assen en het product wordt alleen van bovenaf bewerkt. De frees beweegt zich verticaal, loodrecht op het werkstuk. Frezen met een 3-assige freesbank wordt toegepast op producten die van bovenaf moeten worden bewerkt.
  • 4-assige freesbank. Een freesbank met 4 assen heeft een extra roterende as. Deze extra as kan worden gebruikt om het werkstuk te verdraaien.
  • 5-assige freesbank. Deze heeft een 5e as die ook wel een B-as wordt genoemd. Deze 5de as draait de spindle kop naar links en rechts. Met deze machines kan een product van vijf verschillende kanten worden verspaand zonder het materiaal uit de freesmachine te halen.
  • 6-assige freesbank. Als men aan de freesbank nog een as toevoegt heeft men een 6-assige freesbank. Deze heeft een 6de as die ook wel de C-as wordt genoemd. Deze C-as kantelt de spindle kop van voor naar achter. Omdat een 6-assige freesbank een extra as heeft is het mogelijk om een werkstuk nog effectiever te bewerken

CNC frezen
Er zijn freesbanken met nog groter aantal assen dan een 6-assige freesbank. Het aantal assen van een freesbank bepaalt vanuit welke hoeken het werkstuk bewerkt kan worden bewerkt. Een freesbank met 6 assen kan daardoor gebruikt worden om een complexer werkstuk te maken dan een freesbank met 3 assen. Het aantal assen vraagt overigens ook wat van de persoon die de freesmachine gebruikt, oftewel de verspaner. Een verspaner (CNC frezer) zal te maken krijgen met een veel complexere machine wanneer hij of zij achter een 6-assige freesbank staat. Het schrijven van een programma voor deze machines is over het algemeen minder eenvoudig dan het schrijven van een programma voor een 3-assige freesbank.

Wat is modificatie en modificeren in de techniek?

Modificeren is het aanpassen of verbeteren van een bestaande machine of installatie zodat deze bijvoorbeeld voor meer toepassingen kan worden ingezet, beter functioneert en storingen zoveel mogelijk worden voorkomen. Het doel van het modificeren van machines is dus altijd een verbetering te bewerkstelligen. Modificeren heeft over het algemeen te maken met het technisch optimaliseren. Daarnaast kan men rekening houden met vormgeving en gebruiksvriendelijkheid. Doormiddel van modificaties kan men bestaande machines ook optimaliseren zodat ze aan de machinerichtlijn voldoen. Soms worden verouderde machines gemodificeerd zodat ze weer op de markt gebracht kunnen worden. Een gemodificeerde machine is in feite dus een gebruikte machine die is aangepast en gemoderniseerd. Men heeft het dan over een machine die een modificatie heeft ondergaan.

Wie voeren modificaties uit?
Onderhoudsmonteurs, revisiemonteurs en servicemonteurs voeren in de praktijk modificaties uit. Deze modificaties kunnen zowel mechanisch, elektrotechnisch of softwarematig zijn. Zo kan men de machine mechanisch verbeteren door verouderde mechanische componenten te vervangen door modernere varianten. Ook kan men bijvoorbeeld elektrotechnische componenten modificeren door betere sensoren, bedrading en energiezuinige (led) lampjes te plaatsen. Op het gebied van software worden ook dikwijls modificaties doorgevoerd. Als er een software-update heeft plaatsgevonden kan men deze invoeren in een machine. Deze machine wordt door deze update als het ware ook gemodificeerd.

Modificatie of revisie?
Er is een verschil tussen modificatie en revisie. Bij revisie vervangt men versleten of kapotte onderdelen van machines en installaties en vervangt men deze voor nieuwe. Bij modificatie hoeft men niet beslist kapotte of versleten onderdelen te vervangen. Het gaat bij modificatie over het algemeen over het optimaliseren van een machine. Men zou kunnen zeggen dat bij revisie de technische levensduur centraal staat. Als iets technisch niet meer in orde is wordt het vervangen tijdens het revisieproces.

Bij modificatie staat de economische levensduur meer centraal. Kan men doormiddel van modificatie meer of beter produceren? Zorgt de modificatie voor commercieel voordeel dan is het in het kader van de economische levensduur belangrijk dat de modificatie wordt uitgevoerd. Natuurlijk kost een modificatie wel geld over het algemeen. Deze kosten moeten tegenover het beoogde voordeel of rendement worden afgezet.

Wat is een badkamer verwarming?

Badkamerverwarming zijn alle verwarmingsbronnen die geschikt zijn als verwarmingstoepassing in een badkamer. Doormiddel van badkamerverwarming kan men het klimaat in een badkamer aangenamer maken voor de persoon of personen die de badkamer gebruiken. Volgens auteur Ruud Scholten van TS24.nl moeten badkamerverwarmingsbronnen aan speciale eisen voldoen. Ze moeten tegen de hoge vochtigheidsgraad van badkamers kunnen. TS24 is specialist is op gebied van verwarming en airconditioning. Volgens het bedrijf is badkamerverwarming niet alleen goed voor een behaaglijke temperatuur in een badkamer. Badkamerverwarming heeft namelijk meer voordelen.

Als men bijvoorbeeld infraroodstralers gebruikt wordt schimmelvorming aan muren en plafonds voorkomen. Dat zorgt er ook voor dat badkamers, schoon, fris en hygiënisch blijven. Verder kan badkamerverwarming er ook voor zorgen dat handdoeken worden verwarmd. Dan moet men echter wel specifieke badkamerverwarming gebruiken. Een vakman kan daar meer over vertellen. Voor de installatie van badkamers worden sanitairmonteurs ingezet dat zijn installatiemonteurs of verwarmingsmonteurs van erkende installatiebedrijven. Er is veel werk voor verwarmingsmonteurs de afgelopen jaren. Dat komt onder andere door de energietransitie.

Wat zijn de eigenschappen DALI in verlichtingstechniek

DALI is een afkorting die steeds vaker wordt gehoord in de elektrotechniek. Met name bij de installatie van verlichting wordt DALI als term regelmatig gebruikt. DALI is een afkorting van Digital Adressable Lighting Interface. Het is een internationale standaard voor het effectief en intelligent installeren en beheren van verlichting. Voor de gebruikers of bewoners van een gebouw met een DALI installatie zijn er een aantal grote voordelen. Het belangrijkste voordeel van DALI is het gebruiksgemak.

Voordelen van DALI
Men kan de verlichting van een gebouw of woning meer aanpassen aan de wensen van de gebruikers. Dat zorgt er voor dat de gebruikers van DALI bijvoorbeeld hun energiekosten kunnen verlagen door structureel alleen de ruimtes te verlichten die benut worden. Daarnaast kan men vanuit DALI meer aandacht besteden aan comfort. Verlichting wordt namelijk vaak buiten beschouwing gelaten als men het heeft over comfort maar toch maakt het er een wezenlijk onderdeel van uit. Door DALI te gebruiken kan men namelijk ook verlichting dimmen en de lichtsterkte per verlichtingspunt bepalen. Ook kan men als men de juiste verlichtingscomponenten gebruikt zelfs de lichtkleur bepalen.

Eigenschappen van DALI
DALI systemen hebben een aantal eigenschappen. Omdat het een internationale standaard is kunnen bijvoorbeeld de verschillende componenten in dit systeem prima worden uitgewisseld. Voor de sturing maakt men gebruik van een interface, deze wordt ook wel de DALI-interface genoemd en zorgt er in feite voor dat een mens kan communiceren met het systeem waarmee de verlichting wordt aangestuurd. Het systeem is schakelbaar via een zogenaamde DALI-lijn. De verschillende verlichtingscomponenten krijgen unieke adressen en het systeem is vrij adresseerbaar. Het DALI-systeem kan naar deze adressen verschillende boodschappen sturen zodat de boodschap aan het juiste adres komt.

Deze boodschappen kunnen verschillend zijn zoals, licht aan, licht uit of verlichting dimmen. Het communicatiesysteem is overigens van 2 kanten want vanuit het adres van het verlichtingscomponent wordt ook naar het centrale systeem informatie gestuurd over de DALI-lijn. Deze informatie is bijvoorbeeld de stand van de verlichting (aan, uit of gedimd). Daarnaast kan vanuit het verlichtingscomponent ook worden aangegeven wat het elektrische verbruik is van dat punt. DALI-verlichting is dimbaar van nul tot honderd procent. De installatie van DALI is voor een ervaren elektromonteur vrij eenvoudig en bovendien is DALI een zeer betrouwbare installatie als het goed geïnstalleerd is.

Wat is DALI of een DALI systeem in de elektriciteit?

DALI is een afkorting die voluit als Digital Addressable Lighting Interface wordt geschreven en is een internationale standaard waarin vastgelegd is hoe de communicatie dient plaats te vinden tussen de regel- en stuursystemen en de componenten in een verlichtingsinstallatie. In feite is DALI en systeem voor het intelligent beheren van verlichting en zorgt het voor een besparing in het verbruik van elektriciteit in het lichtnet. Omdat DALI een internationale standaard is kunnen de componenten van verschillende fabrikanten in één installatie worden gebruikt en uitgewisseld zonder dat de werking van de installatie daarmee bemoeilijkt wordt.

DALI laat verlichting met elkaar communiceren

Elk systeem dat gebaseerd is op DALI bestaat uit een controller en maximaal 64 verlichtingscomponenten. Dit kunnen verschillende soorten verlichtingscomponenten zijn met verschillende kleuren en in verschillende vertrekken van een woning of ander gebouw. Ook de verlichtingssterkte kan worden bepaald. DALI kan worden beschouwd als een ideale oplossing voor het realiseren van een communicatie tussen diverse verlichtingsarmaturen in een installatie. De communicatie kan vanuit verschillende invalshoeken worden benaderd. Zo kan men bijvoorbeeld DALI gebruiken om energie te besparen maar ook voor comfortabele verlichting of bedieningsgemak. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van een voorschakelapparaat.

Hoe werkt DALI
De communicatie in een DALI systeem vind plaats doormiddel van zogenaamde adressen. Elk component krijg een uniek adres. Doormiddel van de controller worden opdrachten gestuurd naar deze adressen. In feite is een DALI systeem een intern tweeweg communicatiesysteem voor verlichting binnen een woning of ander gebouw. Dit wordt ook wel een bi-directionele communicatie genoemd. er wordt als ware een opdracht gegeven aan het adres van een bepaald component. Deze opdracht of commando kan bijvoorbeeld aan, uit of dimmen zijn. Daarnaast is er een terugkoppeling die ook wel feedback wordt genoemd. De feedback van het component kan bijvoorbeeld de status van het component zijn. Deze status is dan bijvoorbeeld of het component aan, uit of een bepaald percentage gedimd is. Ook kan de feedback bestaan uit informatie over defecten van het bepaalde component. Verder kan er feedback worden gegeven over het aantal branduren en energieverbruik.

DALI is dimbaar van 0 tot 100%. Op die manier kan men doormiddel van DALI niet alleen verlichting aan en uit doen maar ook de verschillende verlichtingscomponenten dimmen. Het is de bedoeling dat men DALI ook gebruikt om alleen die ruimten te verlichten die daadwerkelijk worden gebruikt. Ruimten die niet worden gebruikt worden niet verlicht zodat er bespaard wordt op elektriciteit.

DALI of gebouwenbeheersysteem
DALI is een intelligent systeem voor verlichting maar geen gebouwbeheersysteem. Men kan DALI beschouwen als subsysteem. Ten opzichte van een gebouwenbeheersysteem is DALI eenvoudiger en minder kostbaar. Een gebouwenbeheersysteem bevat veel meer toepassingen en programmeermogelijkheden. Zo kan een gebouwenbeheersysteem ook worden gebruikt voor bijvoorbeeld verwarming, beveiliging, zonneschermen en andere toepassingen. DALI is specifiek ontwikkeld voor communicatie tussen componenten met betrekking tot de verlichting. Daardoor is DALI eenvoudiger en minder duur in aanschaf. Verder is DALI omdat het eenvoudiger is ook minder gevoelig voor storing. De elektrische installatie wordt eenvoudiger en flexibeler voor de gebruiker. Bovendien kan de elektrische installatie op verlichtingsgebied beter op de gebruiker worden aangepast of deze nu kiest voor energiebesparing, comfort of flexibiliteit en gebruiksgemak.