Wat is kopshout?

Als men een boom heeft omgezaagd voor de houtproductie dan geeft men specifieke benamingen aan het hout zodat men weet welk deel van de stam men bedoelt. Het hout in de lengterichting noemt men bijvoorbeeld langshout. Dit is het hout dat in de groeirichting kan worden doorgezaagd (schulpen). Haaks op het langshout is het kopshout. Dit is het hout aan de zogenoemde kopse kant. In de metaaltechniek zou men dit deel ook wel de stuik kunnen noemen.

Hoe ziet kopshout er uit?
De kopse kant is het zaagvlak dat ontstaat als men zaagwerk uitvoert haaks op de boomstam. Als men een boom in feite omzaagd is de zaagsnede die dan ontstaat de kopse kant. Het hout aan die kant noemt men kopshout. Men kan kopshout ook herkennen aan de jaarringen of groeiringen van de boom. Deze groeiringen zijn goed zichtbaar in het kopshout. Groeiringen zijn in het langshout nauwelijks zichtbaar, hooguit rond de aanzet van takken of in lijnen in de lengterichting. Kopshout kan dus duidelijk herkend worden.

Eigenschappen kopshout
Kopshout heeft andere eigenschappen dan langshout. De vezels van hout groeien omhoog daarom zijn deze vezels evenredig aan het langshout. De positie en de dichtheid van deze vezels bepalen in grote mate de hardheid van het hout. Hout is aan de kopse kant over het algemeen harder. Daardoor kan kopshout beter drukkrachten verdragen dan bijvoorbeeld langshout.

Kopshout absorbeert echter wel sneller vocht dan langshout. Daarom wordt bijvoorbeeld bij gevelconstructies over het algemeen langshout gebruikt. Ook bij andere constructies die veelvuldig met water in contact kunnen komen maakt men gebruik van langshout. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het dek van een jacht.

Kopshout gebruikt men bijvoorbeeld wel bij vloeren die een grote druk moeten weerstaan. Hierbij worden allemaal kopshouten blokjes aan elkaar verlijmd. Kopshouten vloeren worden bijvoorbeeld in zorginstellingen, vergaderzalen en andere utiliteitsruimtes gebruikt.

Wat is langshout?

In de houtindustrie worden verschillende termen gebruikt om aan te duiden welk deel van een boom men bedoelt. Een voorbeeld van zo’n term is ‘langshout’. Met langshout bedoelt men het houtvlak dat langs de stam van hout aanwezig is. Het langshout is dus het hout gezien vanaf de lengterichting van de stam. Dit hout is het houtvlak in de lengterichting van de houtnerf. Men noemt dit ook wel hout in de groeirichting van de boom.

Langshout of kopshout
Het houtvlak dat men langshout noemt staat haaks op het deel dat men kopshout noemt. Het kopshout is het deel van de stam dat men in de breedte doorzaagt. Als een boom wordt doorgezaagd dan is de zaagsnede in feite de kopse kant oftewel het kopshout. Het kopshout is het deel van de stam waar men de jaarringen van het hout kan zien. Het kopshout heeft andere houteigenschappen dan het langshout. Voor de houtbewerking maakt men daarom gebruik van de termen kopshout en langshout uit praktische overwegingen.

Eigenschappen van langshout
Kops hout is vaak harder dan langshout. Daardoor is langshout minder bestand tegen druk. De duurzaamheid van langshout is wel beter als men kijkt naar de vochtregulatie. In kopshout trekt namelijk sneller vocht binnen dan bij langshout. Daarnaast heeft men als men een boom omzaagt meer aan het langshout. Daar kan men doormiddel van schulpen gemakkelijker planken van vervaardigen en bovendien veel grotere lengtes creëren.

Wat is een rabat of rabatdeel?

Rabat of rabatdelen zijn planken die zijn voorzien van een groef aan de onderzijde en aan de bovenkant een geschulpte rand bevatten. De groef en de geschulpte rand vallen over elkaar heen als men de rabatdelen aan elkaar gaat bevestigingen. Daardoor kunnen verbindingen ontstaan. Rabatdelen worden onder andere gebruikt voor houten hokken, schuren en tuinhuisjes.

Een gebouw dat gemaakt is uit rabatdelen kan men vrij eenvoudig in elkaar zetten. De schulprand van de rabatdelen overdekt de kier die anders tussen de houten planken zou ontstaan. Daardoor kan er geen regenwater tussen de planken achter blijven na een regenbui. Dit is belangrijk voor de duurzaamheid van het object dat doormiddel van rabatdelen is gebouwd.

De rabatdelen kunnen van verschillende soorten materiaal worden gemaakt. Veelgebruikte materialen zijn houtsoorten (zoals red cedar) maar ook kunststoffen kunnen worden toegepast voor de vervaardiging van rabatdelen. De duurzaamheid van houten rabatdelen kan worden vergroot door de rabatdelen te impregneren of te voorzien van een laag beits, lak of verf. Daardoor rotten de delen minder snel.

Wat is putroest en hoe ontstaat putroest?

Putroest is een vorm van corrosie die ontstaat bij staalsoorten. Roest is een andere benaming voor de corrosie van ijzer (ferro). Roest ontstaat bij ferrometalen. Dit zijn legeringen die als hoofdbestandsdeel ijzer hebben. Zuurstof en water in de lucht zijn de belangrijkste veroorzakers van corrosie. Als men ijzer en ijzerlegeringen niet aan de buitenkant beschermd tegen de uitwerking van zuurstof en water dan treed corrosie op. Men kan ijzerlegeringen zoals staal (staal is ijzer gelegeerd met 0,1 tot 1,7 procent koolstof).

Roestvorming
Daarnaast hebben ook zuren en zouten een sterke invloed op de corrosievorming. Corrosie heeft een zeer nadelige invloed op de mechanische belastbaarheid van een stalen constructie. Corrosie verzwakt het staal en maakt het bros. Door corrosie worden delen van het oppervlak ‘opgevreten’. Het staal wordt daardoor steeds dunner en dat heeft gevolgen voor de sterkte van de constructie. Daarnaast is corrosie of roest ook zeer nadelig voor het uiterlijk van producten en constructies die van staal zijn gemaakt.

Vliegroest is de meest oppervlakkige vorm van corrosie. Deze vorm van corrosie is vaak makkelijk te verwijderen. Als men de oppervlakkige corrosie niet gaat verhelpen kan de roest dieper in het ijzer vreten. Er ontstaan op een gegeven moment blaren. Onder deze blaren gaat het roestproces verder.

Putroest
Als men het roesproces niet stopt gaat het roesten onder de roestblaren steeds verder. Hierdoor kunnen diepe putten ontstaan in het staal. Deze roestvorm noemt men daarom ook wel putroest. Als er putroest ontstaat zijn er zwakke plekken in het staal. Deze zwakke plekken vreten vaak diep in het staal maar kunnen wel verholpen worden als de mechanische belastbaarheid van het staal niet te erg is aangetast. In dat geval kan men de plekken opvullen met plamuur.

Dit gebeurd bijvoorbeeld wel in de autotechniek bij autoschadebedrijven. Als er roestschade aan de carrosserie ontstaat vult men deze op met plamuur als men de roestresten heeft verwijdert. Het plamuur strijkt men glad en laat men uitharden. Vervolgens schuurt men de plamuur op tot deze helemaal glad is. Daarna gaat men de plamuur opspuiten in de gewenste lakkleur.

Wat is sterling zilver of 925 zilver?

Zilver is een metaal dat wordt aangeduid met symbool Ag en atoomnummer 47. Het is een scheikundig element dat behoort tot de overgangsmetalen. Zilver is een eenvoudig te bewerken edelmetaal en is iets harder dan goud. Zilver corrodeert in tegenstelling tot goud als het aanraking komt met ozon (zuurstof) of waterstofsulfide v. Fijn zilver is zilver in de meest zuivere vorm, dit zilver is 99,9% zuiver.

Zilver wordt echter bijna niet in pure vorm gebruikt omdat het veel te zacht en te vervormbaar is. Daarom legeert men zilver in de praktijk met andere metalen om de mechanische eigenschappen te bevorderen. Een voorbeeld van een legering die veel wordt toegepast in de edelsmeedtechniek. In de edelsmeedtechniek past men 925 zilver toe als materiaal voor het vervaardigen van sierraden. Sterling zilver is een andere benaming voor 925 zilver.

Wat is 925 zilver?
In feite is 925 een aanduiding van een zilverlegering. Deze legering bestaat uit 92,5% zilver het overige percentage (7,5%) van de legering is een ander metaal om de mechanische eigenschappen van het product te bevorderen. Over het algemeen past men bij 925 zilver koper toe als extra legeringselement. Door dit te doen kan men zilver verstevigen en harder maken. Daardoor zijn producten die van 925 zilver zijn gemaakt meer bestand tegen beschadigingen dan producten die van fijn zilver zijn gemaakt.

Zilver vertegenwoordig een bepaalde waarde. Daarom willen veel mensen weten welk percentage zilver is toegepast in hun sieraad. Producten die van sterling zilver of 925 zilver zijn gemaakt bevatten daarom een gravering of inslag met 925. Deze cijfers staan bijvoorbeeld aan de binnenkant van een ring die van sterling zilver is gemaakt. Het is verboden om producten van dit merkje te voorzien als men niet daadwerkelijk het juiste gehalte zilver heeft toegepast. In de waarborgwet van 1986 is de verhouding vastgelegd van 92,5% zilver en 7,5% van een ander metaal. Deze wet moet consumenten te beschermen tegen fraude. Toch kan het in de praktijk voorkomen dat namaak zilveren producten worden verkocht met het 925 merkje. Dit is uiteraard strafbaar.

Waar komt de naam sterling zilver vandaan?
De aanduiding sterling zilver is ontleend aan het oud-Engelse steorling. Het woord steorling betekent ‘met een kleine ster’ dit verwijst naar zilveren munten die in Normandië werden voorzien van een ster. Naast het Engelse woord steorling heeft ook het Franse woord ‘esterlin’ invloed gehad op de naam aanduiding. Het Franse woord ‘esterlin’ kan worden vertaald met het Nederlandse woord ‘hard’. Sterling zilver staat dus in feite voor hard zilver. Tegenwoordig worden in de edelsmeedtechniek verschillende producten gemaakt van sterling zilver zoals: ringen, kettingen, armbanden en andere sierraden.

Waar wordt grit voor gebruikt in de techniek?

Grit is een algemene benaming voor kleine steentjes. Grit wordt in de techniek gebruikt als schuurmiddel. Grit is goedkoop en makkelijk te verkrijgen en dat maakt het materiaal interessant. Daarnaast is het materiaal scherp waardoor je er makkelijk mee kan snijden en schuren.

Niet elke steensoort of materiaalsoort is geschikt om als schuurmiddel te dienen. Grit dat gemaakt is van siliciumcarbide wordt in de techniek bijvoorbeeld wel gebruikt. Dit grit wordt gebruikt voor zandstralen. Om die reden wordt grit van siliciumcarbide ook wel straalgrit genoemd. Naast steen kan men ook gebroken glas en gebroken stalen korreltjes gebruiken ter vervanging van steengrit. Dit materiaal heeft ongeveer dezelfde werking als grit omdat het ruw en hard is. De keuze voor een bepaalde soort grit of abrasief is afhankelijk van het object dat gestraald moet worden en de kwaliteitseisen die men heeft.

Abrasief
Grit kan ook worden gebruikt als abrasief. Dit is een schuurmiddel dat men toevoegt aan het water van een waternijdmachine. Het grit vormt vermengd met het water en 3800 bar druk een harde scherpe straal waarmee men door veel harde materialen kan snijden. Stralen met grit is een voorbewerking die men uitvoert om bijvoorbeeld metaal van corrosie te ontdoen. Ook kan men abrasief stralen toepassen als men een bepaald oppervlak ruw wil maken.

Wat is teer en waar wordt teer voor gebruikt?

Teer is een donkere, taaie substantie met een sterke geur. De geur van deze substantie is afhankelijk van het materiaal waar teer van gemaakt is. Teer kan bijvoorbeeld geproduceerd worden door plantaardig materiaal zoals houtsoorten te verhitten. In dat geval spreekt en van bruine teer. Het is ook mogelijk om teer uit steenkool te vervaardigen. Het product van dat proces wordt koolteer genoemd. Bij het verhitten van de voorgenoemde grondstoffen werkt men onder pyrolyse, dit is onder uitsluiting van lucht. Zoals eerder genoemd bestaan er twee hoofdgroepen: de koolteer en de bruine teer. Koolteer is inmiddels verboden in Europa met het van kracht worden van Europese richtlijn 98/08 (biociden). Bruine teer mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt.

Bruine teer
Bruine teer wordt voornamelijk uit hout vervaardigd. Het wordt gebruikt voor sommige historische gebouwen maar is vooral een product dat wordt gebruikt bij historische schepen. Hierbij kan men denken aan de toepassing op houten scheepsluiken zoals de Friese kap.  Een bekende bruine teersoort is de zogenoemde  Zweedse of Stockholmer teer. In tegenstelling tot koolteer is bruine teer niet carcinogeen. Het gebruik van bruine teer is inmiddels (anno 2015) weer toegestaan als men een bepaalde giftige stof uit het teermengel haalt. Deze stof is benoemd in de bijlage van richtlijn 98/08.

Koolteer
Koolteer wordt gewonnen uit steenkool. Deze teersoort blijft in Nederland verboden. Dit vinden veel restaurateurs van historische schepen een probleem. Er zijn nog geen goede vervangers ontwikkelt die varende monumenten onder de waterlijn voldoende waterdicht kunnen maken en voldoende bescherming kunnen bieden. Koolteer moet echter wel vervangen worden door andere producten omdat dit materiaal niet meer in Nederland mag worden gebruikt.  Omdat men het hier niet meer mag gebruiken wijkt men voor de restauratie van historische schepen uit naar scheepshavens elders in de wereld waar men wel koolteer mag gebruiken.

Viskeus
Teer is een materiaal met een hoge viscositeit, daarom wordt teer ook wel viskeus genoemd. Een stof met hoge viscositeit vloeit langzaam en is dus traag vloeiend. De viscositeit van een stof is voor een belangrijk deel afhankelijk van de temperatuur. Door teer te verhitten wordt het vloeibaar en als het afkoelt begint het te stollen. Teer wordt meestal verwarmt voordat het wordt verwerkt.

Teer is geen asfalt of bitumen
Teer wordt in de volksmond ook wel asfalt of bitumen bedoelt. Dit is echter onjuist. Asfalt en bitumen zijn de oogst kokende fracties die achterblijven na het verdampen van aardolie. Asfalt en bitumen zijn echter niet giftig in tegenstelling tot bepaalde bestandsdelen van teer.

Bestaat witgoud?

Vol trots vertellen sommige mensen dat ze een sieraad hebben gekregen of gekocht van witgoud. Volgens leken is witgoud bijzonder en daardoor waardevoller. De praktijk is echter anders. Witgoud bestaat feitelijk helemaal niet. Goud  is een scheikundig element dat wordt aangeduid met symbool Au en atoomnummer 79. Dit materiaal behoort tot de kopergroep en is een overgangsmetaal. Goud heeft een gele metallic kleur. Deze kleur is een belangrijk kenmerk van goud.

Goud komt in de natuur alleen voor in de kleur geel. Als men spreekt van witgoud, roodgoud, blauwgoud of zelfs groengoud dan heeft men het over goud dat in een legering met andere metalen een andere kleur heeft gekregen. Deze objecten of producten zijn dus niet meer kenmerkend goudkleurig maar zijn door mensen bewerkt om andere kleureigenschappen te krijgen. Witgouden sierraden zijn in de praktijk vaak duurder in aanschaf dan gouden sierraden met een kenmerkende gele kleur. Dit heeft niets met de waarde van het sieraad te maken. Wel heeft het met het proces te maken waarmee het sieraad tot stand komt. Witgoud is een legering waarbij er meestal extra bewerkingstechnieken moeten worden toegepast en dat is in de prijs verwerkt. De waarde van het witgoud is dus niet per definitie hoger dan bij een gewone gouden ring. Het gaat daarbij om het aantal karaat goud dat in de legering is verwerkt.

Witgoudlegering
Witgoud is net als bijvoorbeeld roodgoud een legering. De samenstelling van de legering bepaald de kleur. Witgoud is een legering die over het algemeen bestaat uit een legering van goud met nikkel of palladium. Als men meer nikkel toepast zal de witmetalen kleur van nikkel de gele kleur van goud overtreffen.  Witgoud wordt soms wel verward met zilver omdat de kleuren overeen komen. Witgoud oxideert echter niet althans niet zichtbaar voor een mens, terwijl zilver vaak wel zwart of blauw oxideert. Men kan echter ook een witgoudlegering ook verkrijgen door zilver toe te voegen. Als men voldoende zilver toevoegt zal ook in dat geval de kleur van de gehele legering wit metallic worden. Het maakt in principe niet uit welke elementen voor de legering toegepast worden, het goud zal altijd goudkleurig (geel) blijven als men het goud uit de legering zou zuiveren. Het goud blijft dus altijd ‘geelgoud’.

Voorbeeld van een legering van witgoud is 14 karaat goud, waarbij 58,5% puur (geel) goud is vermengd met een percentage van (41,5%) bestaande uit nikkel of zilver. Door de grote hoeveelheid nikkel en/of zilver krijgt de legering ondanks het percentage goud toch nog een witte kleur.

Witgoud en nikkel
In het verleden gebruikte men voor de vervaardiging van witgoud vaak het metaal nikkel. Nikkel is als materiaal goedkoper dan palladium. In verband met de nikkelafgifte mag nikkel binnen de Europese Unie alleen onder zeer strenge regels worden verwerkt. Daarom gebruikt men tegenwoordig steeds vaker palladium in een witgoudlegering. Tegenwoordig worden er nog wel sieraden gemaakt van goud in combinatie met nikkel. Men gebruikt speciale mengtechnieken om de nikkel opgesloten te houden in goud. Deze mengtechniek wordt toegepast in legeringen van 19 karaat goud.

Rhoderen of rhodineren
Witgouden sierraden kunnen ook op een andere manier worden vervaardigd. Men kan er voor kiezen om de buitenkant van de het sieraad te voorzien van een laagje wit edelmetaal. Men kan bijvoorbeeld een dun laagje rhodium over het sieraad aanbrengen. Dit noemt men ook wel rhodineren of rhoderen. Het rhodineren kan worden vergeleken met verzilveren of vergulden. Er wordt een dun laagje wit rhodium zorgt er voor dat het sieraad een wit metalen kleur heeft. Na verloop van tijd zal deze witte kleur echter slijten en komt de goudkleurige ondergrond van het goud weer tevoorschijn. Soms zegt men dat rhodium er voor zorgt dat het sieraad minder slijtagegevoelig is maar dat is slechts beperkt waar. Rhodium is wel een hard metaal.

Wat is basismetaal en wat zijn basismetaalproducten?

Het woord ‘basismetaal’ kan op verschillende manieren worden uitgelegd. De website technischwerken.nl kiest er voor om het woord ‘basismetaal’ als volgt te definiëren:

Een basismetaal is een metaal in een pure ongelegeerde en onvervuilde vorm.

Voorbeelden van basismetalen zijn ijzer, aluminium, koper, nikkel en zink. Deze basismetalen kunnen worden verwerkt in legeringen. Een voorbeeld van een bekende legering is staal. Staal is een legerig van koolstof en ijzer waarbij het koolstofgehalte verhoudingsgewijs laag is. Het koolstofgehalte is typisch minder dan 1,9%.

Basismetaalproducten
Als men producten vervaardigd uit basismetalen ontstaan basismetaalproducten. Men zou in deze context bepaalde halffabricaten als metaalproducten kunnen beschouwen. Men kan ook denken aan plaatwerk en profielen die men nog kan verwerken tot halffabricaten en producten. Aluminium profielen en buizen kunnen bijvoorbeeld worden verwerkt in constructies. Het aluminium profiel is dan het basismetaalproduct dat wordt verwerkt tot een fabricaat of halffabricaat.

Uitgangsmetaal of uitgangsmateriaal
In de verspanende techniek bewerkt men materialen zoals kunststoffen, hout en metalen tot producten en onderdelen van producten of machines. Het uitgangsmateriaal is dan het onbewerkte materiaal. Dit kan bijvoorbeeld gereedschapstaal zijn. Als men metalen gaat verspanen kan men ook wel spreken van uitgangsmetaal. Het uitgangsmetaal is dan in feite het uitgangsmateriaal dat wordt verspaand of op een andere manier wordt bewerkt.

Uit het uitgangsmateriaal of uitgangsmetaal ontstaat dus een product of een deel daarvan. In de verspanende techniek worden bijvoorbeeld lagers gedraaid die worden geplaatst in machines. Het materiaal dat men hiervoor gebruikt is altijd groter dan het product. Kortom het uitgangsmateriaal heeft een grotere diameter dan de as (of ander product) dat er uit gedraaid of gefreesd wordt.

Wat is een kabelboom en waar worden kabelbomen toegepast?

Een kabelboom behoort tot de elektrotechnische onderdelen van machines en voertuigen. Een kabelboom bestaat uit een samenvoeging van verschillende elektrische draden en connectoren. Deze draden zijn aan elkaar verbonden doormiddel van verschillende bandjes. Kenmerkend voor een kabelboom is een centrale bundeling. Deze centrale bundeling bevat alle draden die naar verschillende componenten van de machine of het voertuig worden geleid.

Vorm van een kabelboom
Vanuit de centrale bundeling zijn verschillende ‘aftakkingen’. Deze ‘aftakkingen’ zijn kleine groepen of losse draden die vanaf de centrale bundeling naar specifieke delen worden getrokken. De draden hebben voor het overzicht verschillende kleuren. Hierdoor kan men zien waar de draad de kabelboom ingaat en waar deze naar toe leid. Doordat de kern van de kabelboom gevormd wordt door verhoudingsgewijs de dikste bundeling spreekt men van een kabelboom. Het dikste deel van deze kabelboom bevindt zich het dichtste bij het gedeelte van de machine of het voertuig waarvandaan de elektrische voeding komt. Dit kan bijvoorbeeld de accu of batterij zijn.

Kabelbomen worden complexer
Kabelbomen worden steeds uitgebreider. Dit komt onder andere omdat voertuigen en machines steeds complexer worden. Moderne auto’s bevatten voertuigmanagementsystemen en bevatten meerdere elektrotechnische systemen zoals, elektrische ramen, stuurbekrachtiging en elektrisch bedienbare spiegels. Daarnaast zijn er parkeersensoren en zelfs systemen waarmee voertuigen doormiddel van sensoren andere voertuigen op een bepaalde afstand kunnen volgen zodat er geen botsingen of files kunnen ontstaan. Al deze verschillende elektrotechnische systemen en componenten moeten gevoed worden met elektrische stroom.

Daarom moeten meer draden worden verwerkt in een kabelboom. Kabelbomen worden groter en bevatten meer aftakkingen. Daarom moeten monteurs die de kabelbomen samenstellen complexere werkzaamheden verrichten. De kabelbomen moeten namelijk wel overzichtelijk worden samengesteld.

Waar worden kabelbomen aangebracht?
Kabelbomen worden aangebracht in voertuigen en machines. Toch zien de eindgebruikers hiervan de elektrische bedrading meestal niet. Dit komt omdat de bedrading verstopt wordt achter bijvoorbeeld panelen en dashboarddelen.  Bij auto’s loopt de kabelboom van het dashboard naar de achterverlichting. De kabelboom wordt over de vloer van de auto aangebracht en wordt vervolgens weggewerkt onder de bekleding.

Wat is nitrilbutadieenrubber (NBR) en waar wordt dit materiaal toegepast?

Nitrilbutadieenrubber wordt afgekort met NBR en wordt ook wel kortweg nitrilrubber genoemd. Dit  is een elastomeer. NBR is een synthetisch polymeer dat men kan verkrijgen door copolymerisatie van acrylnitril en 1,3-butadieen. De volgorde van de acrylnitril- en butadieengroepen in de polymeerketen zijn ongeordend daarom noemt met het materiaal ook wel een “random” copolymeer.

Ontwikkeling van nitrilbutadieenrubber (NBR)
Nitrilrubber is ontwikkelt door het Duitse chemische bedrijf I.G. Farbenindustrie. Tussen de eerste en tweede wereldoorlog hebben onderzoekers van dit bedrijf nitrilrubber ontwikkelt. In eerste instantie noemde men het materiaal Buna N en later Perbunan. Het Duits octrooi werd in 1930 aangevraagd op dit materiaal. Het materiaal kwam in 1934 voor het eerst op de markt en in datzelfde jaar werd in de Verenigde Staten octrooi verleend op nitrilrubber. De naamvoering Buna N is ontstaan door een samentrekking van butadieen en natrium. De letter N staat voor de stof nitril.

Eigenschappen van nitrilbutadieenrubber (NBR)
Nitrilbutadieenrubber heeft een aantal gunstige materiaaleigenschappen. Zo is dit materiaal bestand tegen vetten, koolwaterstoffen, oliën en verdunde zuren. Verder heeft het materiaal een behoorlijke sterkte en elasticiteit. Een nadeel is dat nitrilbutadieenrubber niet goed bestand is tegen weersinvloeden. Ook is het materiaal niet bestand tegen sterke zuren. De maximale gebruikstemperatuur van het materiaal is ongeveer 110°C.

De mechanische eigenschappen van nitrilrubber kunnen verschillen omdat de samenstelling van het materiaal divers is. Als men bijvoorbeeld het gehalte aan acrylnitril gaat verhogen dan zullen de mechanische eigenschappen van NBR verbeteren. Gemiddeld is de hoeveelheid van acrylnitril ongeveer 34 procent maar dit percentage kan variëren van 18 tot circa 50 procent. Door meer acrylnitril toe te passen wordt de weerstand verhoogd tegen de werking van olie en brandstoffen.

Waarvoor wordt Nitrilbutadieenrubber gebruikt?
Nitrilbutadieenrubber wordt in verschillende producten toegepast. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de hygiënische handschoenen die bijvoorbeeld in de medische sector worden gebruikt. Daarnaast wordt het materiaal toegepast in dichtingen en pakkingmateriaal zoals O-ringen. Verder worden bekledingen van kabels en leidingen ook wel van NBR gemaakt. 

Wat is het verschil en de overeenkomst tussen pigment en kleurstof?

Pigmenten zijn stoffen die een bepaalde kleur reflecteren. De kleur die gereflecteerd wordt is de kleur die men ziet. Een pigment heeft echter geen vervend vermogen in tegenstelling tot kleurstoffen. De kleurstoffen hechten zich wel aan het object dat gekleurd moet worden. Pigmenten blijven bovendien in een onopgeloste vorm bestaan. Ook wanneer men pigmenten mengt met water zullen de pigmenten niet volledig oplossen. Pigmenten blijven meestal in een bepaalde korrelige vorm bestaan. Daarom worden aan pigmenten meestal bindmiddelen toegevoegd zodat ze zicht kunnen ‘binden’ aan objecten die gekleurd moeten worden.

Kleurstoffen kunnen echter wel een binding aangaan met een object dat gekleurd moet worden. Dit wordt ook wel een vervend vermogen genoemd. Kleurstoffen hechten zich aan objecten en worden ook als oplossing gebruikt. Pigmenten worden juist niet als oplossing gebruikt en blijven in pure vorm. Kleurstoffen worden onder andere verwerkt in drukinkt en andere soorten inkt. Daarnaast worden kleurstoffen ook gebruikt voor het kleuren van textiel. Ook in levensmiddelen worden kleurstoffen toegepast alleen dat gebeurd heel beperkt. In Europa zijn kleurstoffen die zijn toegestaan herkenbaar aan het zogenoemde E-nummer. Deze bestaan uit de letter ‘E’ in combinatie met een getal tussen de 100 en 200.

Waarvoor worden pigmenten gebruikt in de industrie en techniek?

Pigmenten zijn stoffen die een bepaalde kleur reflecteren. De kleurwerking ontstaat door het absorberen van bepaalde golflengtes van het zichtbare licht. Pigment dat alle golflengten absorbeert heeft de kleur zwart dit in tegenstelling tot een pigment dat alle golflengten van licht reflecteert, dat pigment heeft namelijk de kleur wit. Zwart is als het ware het ontbreken van alle licht en wit juist een weerkaatsing van al het licht. Pigmenten absorberen kleuren. Zo zal een pigment dat voornamelijk rode, oranje en gele golflengtes absorbeert een groenblauwe kleur vertonen. Een pigment toont dus de kleur van het licht dat er op wordt gereflecteerd.

Eigenschappen van pigmenten
Pigmenten absorberen en reflecteren kleuren. Dat is de belangrijkste eigenschap van deze stoffen. Pigmenten zijn er daarnaast zowel kunstmatig als natuurlijk. Zo komen organische pigmenten voor in dieren in planten. Anorganische pigmenten treft men aan in mineralen. Van nature komen pigmenten voor in de cellen van dieren en planten. Ook mensen hebben cellen met pigment. De cellen aan het oppervlak van het menselijk lichaam bepalen bijvoorbeeld de kleur van de huid, haar en de ogen. Als mensen bijna geen pigment in hun lichaam hebben worden ze vrijwel geheel wit. Deze mensen worden ook wel albino’s genoemd. Dit is overigens ook het geval bij dieren.

Pigmenten verschillen van kleurstoffen omdat pigmenten zich niet goed hechten aan het object dat ze moeten kleuren. Daarom worden aan pigmenten bindmiddelen toegevoegd. Verder kunnen pigmenten niet worden opgelost zoals kleurstoffen. In plaats daarvan worden pigmenten gedispergeerd. Pigmenten blijven in dat geval bestaan uit kleine korreltjes. De kleur wordt dan mede bepaald door de grote van de korrel.

Toepassing van pigmenten
Pigmenten worden onder andere toegepast als kleurmiddel voor drukinkt, verf, make-up en kunststoffen. Hierdoor worden pigmenten in verschillende industrieën gebruikt. Daarnaast worden pigmenten ook gebruikt in de creatieve sector voor bijvoorbeeld het kleuren van papier of het maken van verf voor schilderkunst.

De kleuren van producten kunnen dankzij de toepassing van pigmenten enorm verschillen. Voordat pigmenten worden toegepast moet men goed kijken naar de samenstelling. Er moet een stabiele verbinding worden gerealiseerd ei niet wordt aangetast door bindmiddelen en andere pigmenten. Verder mag het pigment niet oxideren door de invloed van zuurstof die in de lucht aanwezig is. Verder moet men bij de keuze van pigment rekening houden met de lichtechtheid. Dit houdt in dat het pigment niet moet gaan verkleuren of verbleken door de invloed van zonlicht (UV).

Over het algemeen kan pigment niet worden opgelost in water. De meeste pigmenten hebben wel een bepaalde beperking. Niet voor alle kleuren bestaat een geschikt pigment dat onder elke omstandigheid goed kan worden toegepast.

Wat is alkydverf of alkydharsverf?

Alkydverf is een verfsoort waarbij alkydhars als bindmiddel wordt gebruikt. Om die reden wordt alkydverf ook wel alkydharsverf genoemd. Alkydhars is een kunsthars en is een polymeer. De toepassing van alkydverf is heel breed. Zo kan deze verf worden gebruikt voor de afwerking van kunststof, hout en metaal. Uiteraard dient men wel aandacht te besteden aan de juiste grondverf zodat de alkydverf zich goed kan hechten aan het oppervlak. Er zijn ook grondverven die gebaseerd zijn op alkyd, alkydlakken, matlak, hoogglans lak en zijdeglans lak. Daarnaast zijn er dekkende en transparante beits en blanke lak die gebaseerd zijn op alkyd. Alkydverven,  alkydlakken en alkydbeits worden breed toegepast door schilders en hobbyisten.

Hoe ontstaat alkydhars?
Alkydhars ontstaat door polycondensatiereactie van polyalcoholen. Hiervoor kunnen bijvoorbeeld pentaerytritol, trimethylolpropaan of propeenglycol worden gebruikt. bij dit proces wordt gebruik gemaakt van meerbasische organische zuren zoals bijvoorbeeld ftaalzuur of maleïnezuur. Men kan ook een overeenkomstige anhydride gebruiken zoals bijvoorbeeld ftaalzuuranhydride. Het woord alkyd is een acroniem van alkohol anhydride.

Wat zijn de bestandsdelen van alkydverf?
Naast de bovengenoemde alkydhars worden er ook andere bestandsdelen toegevoegd. Zo worden plantaardige oliën toegevoegd. Dit zijn meestal halfdrogende oliën waarbij men kan denken aan sojaolie, zonnebloemolie en saffloerolie. In sommige gevallen wordt ook gebruik gemaakt van lijnolie. Alkydlakken met een hoog oliegehalte tot 70 procent worden veel gebruikt voor het schilderen van huizen. Alkydlakken met een laag oliegehalte van 30-45% van de bindmiddelmassa worden vooral in de industrie gebruikt. Traditionele alkydverf wordt indien nodig verdund met terpentine maar er zijn ook andere oplosmiddelen geschikt.

Hoe droogt alkydverf?
Het drogen van alkydverf gebeurd doormiddel van een oxidatieproces. Gedurende dit proces worden zuurstofbruggen en koolstofbruggen gevormd tussen de alkydharsen. Het drogen gebeurd door zuurstof uit de lucht. Na het verdampen van de terpentine wordt de verf kleverig. Door de inwerking van zuurstof wordt de verf kleefvrij. Na enkele dagen hard de alkydverf goed uit. De droogtijd is afhankelijk van het soort olie waaruit de verf bestaat.

Wat wordt bedoelt met ‘schroeien’ van verf?

Schilders proberen te voorkomen dat verf gaat ‘schroeien’. Het zogenoemde schroeien van verf is een golvend oppervlak van de verflaag. Er komen als het ware rimpels in de verf. Hierdoor is het oppervlak van het geverfde object niet meer glad en veel mensen ervaren dit als hinderlijk en minder mooi. Het schroeien van verf moet dus voorkomen worden. Hieronder is in een aantal alinea’s meer informatie weergegeven over wat schroeien precies is, hoe dit proces ontstaat en hoe het voorkomen kan worden.

Wat is schroeien precies?
Schroeien gebeurd niet bij elke verfbeurt en dat heeft een aantal redenen. Over het algemeen gaat verf namelijk schroeien wanneer de verf dik is opgebracht. Ook de verfsoort is van belang. Lijvige verf is veel gevoeliger voor schroeien dan verf die dun is en snel uitvloeit. Een voorbeeld van lijvige verf is alkydhars High Solid. Dit is een dikvloeibare verf, je zou ook kunnen zeggen dat deze verf een hoge viscositeit heeft en traagvloeibaar is. Lijvige heeft als voordeel dat het goed dekkend is, de kleur van de ondergrond (grondverf) verdwijnt vrijwel volledig als men er lijvige verf over heen aanbrengt. Een nadeel is echter dat de oppervlakte van deze dikke stroperige verf sneller droogt dan het gedeelte dat direct contact heeft met de ondergrond. Vooral in delen van het verfwerk waar de verf extra dik is aangebracht kunnen schroeiplekken ontstaan in het verfwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de delen van het verfwerk waar druppels (zakkers) aanwezig zijn. Ook bij horizontale vlakken loopt men de kans dat verf te dik wordt aangebracht. De verf blijft op dit oppervlak liggen en vloeit niet goed naar beneden. Het verschil in droogsnelheid tussen de bovenkant en de onderkant van de verflaag is de oorzaak van schroeien. Verf moet dus gelijkmatig drogen om schroeiplekken te voorkomen.

Hoe kan schroeien in verfwerk worden voorkomen?
Om schroeien te voorkomen zal men er voor moeten zorgen dat de verf zoveel mogelijk gelijkmatig droogt. Schilderen indient men daarom niet te doen in de volle zon. De zon zorgt er namelijk voor dat de bovenlaag sneller droogt dan de verf daaronder. Ook bij hoge temperaturen of bij veel warme wind kan verf gaan schroeien. Hou daarom rekening met deze invloeden van buitenaf.  Als er meerdere lagen verf over elkaar heen worden aangebracht is het verstandig om de verschillende lagen goed te laten drogen. Dikke verf kan men indien nodig verdunnen met het juiste middel. Dit is meestal op de verpot aangegeven en kan men indoen nodig navragen bij de specialist.

Hoe kun je schroeiplekken behandelen?
Schroeiplekken zijn niet mooi daarom willen veel mensen deze plekken verwijderen. Hierbij is geduld echter een belangrijke factor. Als men de schroeiplekken ziet kan men er niet meteen overheen schilderen want dan zal ook de nieuwe laag zeker gaan schroeien. Men moet daarom wachten tot zowel de bovenkant als de onderkant van de verflaag goed zijn uitgehard. Daar gaat tijd overheen. Vaak duurt het veel langer dat de verflaag op de plekken droog is dan op de verfpot wordt aangegeven. Dit komt omdat de verflaag dikker is.

Pas als de verflaag of verflagen echt goed zijn uitgehard kan men deze weer glad schuren. Als de verf niet goed droog is zal deze bovendien gaan rullen als men schuurt. Als verf gaat rullen gaan er kleine stukjes van de verf af die niet helemaal droog zijn. Deze deegachtige rullen zijn niet uitgeharde verf en worden als het ware losgetrokken van de ondergrond. Het verfwerk wordt daardoor flink beschadigd. Daarom zal men echt moeten wachten tot zowel de toplaag als de onderlagen geheel zijn uitgehard.

Als alles is uitgehard kan men de lelijke plekken in de verflaag opschuren en vervolgens weer een nieuwe verflaag aanbrengen. Uiteraard dient men ook hierbij rekening te houden met de eerder genoemde tips om schroeien te voorkomen.

Wat is Tectyl en wat is Tectyleren?

Tectyl is een gedeponeerd handelsmerk. Dit handelsmerk wordt gebruikt door de firma Valvoline. Tectyl is een middel waarmee metalen worden beschermd tegen corrosie. Het wordt ook wel een antiroestmiddel genoemd. Maar het Tectyl lost de roest niet op. Het middel zorgt er wel voor dat verdere roestvorming zoveel mogelijk wordt beperkt. Metalen die roestvrij zijn gemaakt kunnen doormiddel van Tectyl wel verder worden beschermd tegen roest. Het merk Tectyl bestaat al meer dan 75 jaar.

Wat is Tectyleren?
Het woord Tectyleren is een werkwoord dat is afgeleid van het handelsmerk Tectyl. Met Tectyleren bedoelt men de techniek waarmee men metalen beschermd tegen corrosie. Over het algemeen heeft men het dan over de carrosserie van auto’s. Voordat men Tectyl gaat aanbrengen moet men eerst gaan ontroesten en de metaaldelen gaan reinigen. Men brengt Tectyl aan doormiddel van spuitpistolen. Dit gebeurd volgens de ML methode die ook wel methode Lorin wordt genoemd. Hierbij worden kleine gaatjes geboord op bepaalde plekken in de carrosserie. Door deze gaatjes wordt de Tectyl inwendig aangebracht. Wanneer men later het metaal gaat bewerken door bijvoorbeeld te slijpen, te zagen of te lassen zal men de Tectyllaag/ Tectylcoating uiteraard weer moeten herstellen.

Toepassen van Tectyl vroeger en tegenwoordig
Voor de jaren zeventig in de twintigste eeuw was de kwaliteit van auto’s nog niet zo hoog als tegenwoordig. Men maakte veel gebruik van metalen terwijl men tegenwoordig veel kunststoffen toepast. De metalen carrosserieën van auto’s waren voor de zeventiger jaren nog niet van hoge kwaliteit. Daarnaast was ook de lak in die tijd nog niet ver genoeg ontwikkelt om echt een duurzame bescherming te bieden tegen corrosie. Ook de wijze waarop lak werd aangebracht is in de loop der tijd aanzienlijk verbeterd. Hierdoor was een nabehandeling met een antiroestmiddel dikwijls noodzakelijk. Het bedrijf Valvoline kon in die periode haar bekendheid op de markt vergroten met de naam Tectyl. Hierdoor is Tectyleren een begrip geworden bij veel autobedrijven maar ook bij veel hobbyisten en liefhebbers van oldtimers.

Tegenwoordig wordt Tectyl vrijwel alleen gebruikt voor oudere auto’s en auto’s die om wat voor reden dan ook beginnen te roesten (aan de onderzijde). De meeste moderne auto’s zijn voorzien van veel betere coating dan de auto’s die voor 1970 werden geproduceerd. Daarom hoeft voor veel moderne auto’s niet een extra beschermende coating te worden aangebracht. Veel automerken bieden ook garantie tegen roest. Het gaat hierbij echter meestal om het daadwerkelijk doorroesten van carrosseriedelen. Dit proces is over het algemeen langdurig waardoor het doorroesten meestal pas merkbaar wordt wanneer de garantietermijn is verstreken.

Wat voor materiaal is eboniet en waar wordt dit voor gebruikt?

Eboniet is een materiaal dat ook wel hardrubber, vulcaniet of pararubber wordt genoemd. Als aanduiding voor eboniet gebruikt men ook wel de afgekorte variant van pararubber namelijk ‘para’. Eboniet wordt gemaakt van rubber. Hieraan wordt een overmaat aan zwavel toegevoegd. Het percentage zwavel in eboniet is dertig tot vijftig procent. Eboniet ontstaat doormiddel van het vulkaniseren van rubber met zwavel.  Hierdoor ontstaan dwarsverbindingen tussen verschillende monomeerketens. Door het vulkaniseren ontstaat een hard en stug materiaal. In deegachtige toestand wordt het materiaal gewalst tot staven of platen.

Eigenschappen van eboniet
Eboniet is een bros en hard materiaal. Het materiaal kan goed worden bewerkt. Daarnaast is het materiaal niet gevoelig voor basen en zuren. Eboniet kan wel een bepaalde uitslag krijgen door de inwerking van licht. Door licht ontstaat aan de oppervlakte van het materiaal zwavelzuur. Hierdoor gaat eboniet groen, grauw of wit uitslaan.

Eboniet is een thermoharder. Dit houdt in dat het materiaal onder invloed van een hoge temperatuur hard wordt. Daarnaast is eboniet een goede isolator, het materiaal heeft een hoge weerstand tegen elektrische stroom. Daardoor geleid het materiaal elektrische stroom nauwelijks. De doorslagvastheid is zeer hoog (20-30 kV/mm). Verder is het materiaal goed bestand tegen zwavelzuur.

Waar wordt eboniet voor gebruikt?
Eboniet is een materiaal dat in verschillende producten wordt verwerkt. Zo wordt het materiaal onder andere toegepast in elektrotechnische installaties en schakelborden. Ook wordt het materiaal gebruikt ter ondersteuning van klemmen. Ook accubakken kunnen van eboniet worden gemaakt omdat het materiaal goed bestand is tegen zuren zoals accuzuur. Verder wordt eboniet ook als hoofdbestandsdeel toegepast van gummiknuppels. Eboniet wordt ook toegepast in mondstukken van muziekinstrumenten zoals saxofoons.

Wat is rutiel en waar wordt rutiel voor gebruikt?

Rutiel is een materiaal met een chemische formule TiO2. Het materiaal rutiel is de meest algemene vorm van titanium-oxide. Naast rutiel komen er nog twee andere vormen voor van TiO2, dit zijn brookiet en anataas.

Eigenschappen van rutiel
Rutiel is een watervrije van titanium. Bij dit materiaal komen veel tweelingen voor. De symmetrie is  tetragonaal, ribben a = 45.93 nm (nanometer), c = 29.59 nm. De chemische samenstelling van rutiel kan sporen van ijzer bevatten. Daarnaast kan rutiel ook sporen van tantaal of niobium bevatten. Over het algemeen is de samenstelling van rutiel TiO2.

Waar om rutiel voor?
Rutiel is een materiaal dat in veel verschillende metamorfe en stollingsgesteenten voor kan komen. De hoeveelheid rutiel in gesteenten is over het algemeen beperkt. Rutiel is daarnaast een belangrijk ertsmineraal voor  (Ti). In sommige zware-mineraal zanden is zoveel rutiel aanwezig dat men er rutiel uit kan winnen.

Waar wordt rutiel voor gebruikt?
Een belangrijke industriële toepassing waar men rutiel voor gebruikt is las-elektrodes. Hierbij kan men rutiel toepassen in de bekleding van laselektrodes. Deze elektrodes bevatten siliciumdioxide in combinatie met titanium(IV)oxide (dit is in feite rutiel). Daarnaast kunnen bij bepaalde lasprocessen  rutiel gevulde toevoegdraden worden toegepast. Ver der wordt bij het zogenoemde Onder Poederdek lassen (OP-lassen)  vaak gebruik gemaakt van poeders die rutiel bevatten.

Rutiel wordt in de bekleding van elektrodes en laspoeder toegepast om het smeltbad van de las te beschermen en een slak te vormen op de lasnaad. Hierdoor is de lasnaad beschermd tegen chemische invloeden uit de lucht. Deze chemische invloeden kunnen de kwaliteit van de nadelig beïnvloeden. Daarnaast zorgt de slak er voor dat het smeltbad minder snel stolt waardoor de kans op krimpscheuren wordt verkleind.

Wat is telfon of PTFE en waar wordt deze kunststof voor gebruikt?

Teflon is de merknaam die wordt gebruikt voor polytetrafluorethyleen dit is een kunststof die ook wel wordt aangeduid met de afkorting PTFE. In 1938 heeft de Amerikaans chemicus Roy Plunkett bij toeval polytetrafluorethyleen ontdekt in het Jackson Laboratorium van de firma DuPont. Dit laboratorium staat in de Amerikaanse staat New Jersey. Roy Plunkett gaf de naam Teflon aan de stof polytetrafluorethyleen en vroeg in het jaar 1938 octrooi op deze stof aan. Op 4 februari 1941 werd het octrooi toegekend en in 1949 werd teflon geïntroduceerd als commercieel product.

Wat is Teflon precies?
Teflon is polytetrafluorethyleen, dit woord maakt duidelijk om wat voor soort kunststof het gaat. Dit is namelijk een etheenpolymeer. In dit etheenpolymeer zijn alle waterstofatomen vervangen zijn door fluor (halogeenalkeen). Het etheenpolymeer is zeer lang en behoort tot de grootse moleculen ter wereld. PTFE behoort tot de thermoplasten dit houdt in dat deze kunststof door verhitting vloeibaar wordt.

Ondanks dat laat PTFE zich niet verwerken op een thermoplastische manier. PTFE wordt in poedervorm bij een kamertemperatuur in een matrijs geperst. Daarna wordt de kunststof in een oven gesinterd. Dit sinteren houdt in dat poeder wordt verhit tot het moment dat ze net niet in vloeibare vorm overgaan. De poederkorrels krijgen meer contactpunten tijdens het sinteren. Daardoor hechten de korrels goed aan elkaar en ontstaat er een stevig materiaal.

Eigenschappen van Teflon of PTFE
De kunststof PTFE heeft een aantal bijzondere eigenschappen. Allereerst heeft deze kunststof het laagste wrijvingscoëfficiënt. Als PTFE aan temperaturen boven de 260 graden Celsius wordt blootgesteld gaat de kwaliteit van het materiaal omlaag. Bij temperaturen boven de 350 graden Celsius gaat de stof ontleden. De stoffen die daarbij vrijkomen zijn gasvormig en zijn schadelijk voor vogels. Bij mensen kunnen de schadelijke dampen griepklachten zoals koorts, hoofdpijn en rillingen veroorzaken. Dit wordt ook wel Teflonkoorts genoemd of polymeer-rookkoorts. Dit kan onder andere gebeuren als men zogenoemde Tefal-pannen gebruikt met een Teflon antiaanbaklaag. Op internet is verschillende berichtgeving te vinden over de giftigheid van Teflon of Tefal-pannen. Voor en tegenstanders van Teflon als antiaanbaklaag beweren onderzoeksresultaten te hebben waarmee de schadelijke effecten van Teflon kunnen worden aangetoond of juist worden ontkracht. Omdat er geen duidelijkheid is over de schadelijke effecten kan men uit voorzorg beter eerst zelf op onderzoek gaan voordat men besluit om te koken met pannen die een antiaanbaklaag bevatten die bestaat uit Teflon.

Toepassingen van PTFE
De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) deed in 1959 onderzoek naar PTFE en keurde de kunststof goed. Hierdoor werd het materiaal toegepast in verschillende soorten voedselbereidingsapparatuur. Teflon wordt onder andere gebruikt als antiaanbaklaag voor pannen. Maar kan ook in andere materialen worden verwerkt die voor voedselbereiding  gebruikt worden gebruikt.

Ook in elektrische installaties wordt Teflon gebruikt als isolatiemateriaal. PTFE heeft namelijk een hoge soortelijke weerstand (1020 Ohm meter). Daarnaast is deze kunststof ook goed bestand tegen hoge temperaturen en bevat deze een lage wrijvingsweerstand. Door deze eigenschappen is het geschikt als isolator van bekabeling in specialistische installaties waarbij hoge eisen worden gesteld aan het materiaal zoals bij vliegtuigen of militaire installaties.

Bij hoogspanningsinstallaties kan Teflon worden toegepast als isolator. In de ruimtevaart wordt PTFE onder meer toegepast als hittebestendig materiaal in een hitteschild. Ook in de coating van ruimtepakken wordt het gebruikt.

Teflontape is een bekend materiaal dat wordt gebruikt voor het afdichten van schroefdraden bij gasleidingen. Hierbij wordt de Teflontape eerst om het schroefdraad heen gewikkeld (tegendraads) en daarna wordt de koppeling bevestigd. De Teflontape zorgt dan voor optimale afdichting.

Het lage wrijvingscoëfficiënt maakt PTFE ook geschikt als materiaal voor computermuizen. In vloeibare vorm zoals druppels of spray wordt Teflon wel gebruikt als smeermiddel. Ook hier is het lage wrijvingscoëfficiënt een belangrijk voordeel.