NEN 4400-1 norm en het SNA keurmerk

De norm NEN 4400-1 is een Nederlandse norm die van toepassing is op bedrijven die personeel ter beschikking stellen aan andere ondernemingen. Hierbij kun je denken aan uitzendbureaus maar ook aan payrollbedrijven. Ook op onderaannemers op de bouw is de NEN 4400-1 norm van toepassing. Deze norm bevat eisen die waaraan de eerder genoemde bedrijven zich moeten houden zoals de tijdige aangifte en de afdracht van omzetbelasting en de loonheffingen. Ook dienen de werknemersdossiers volgens de normen te worden geadministreerd. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met de voorschriften en wetten met betrekking tot de persoonsgegevens en privacy.

Waarom de NEN 4400-1 norm?
Als een onderneming arbeidskrachten bemiddeld draagt deze onderneming een grote verantwoordelijkheid naar de uitzendkrachten toe maar ook naar het inlenende bedrijf. De uitzendkrachten en andere flexkrachten dienen tijdig te worden betaald en moeten bovendien op de juiste manier worden betaald. Dit houdt in dat ze goed dienen te worden ingeschaald en dat er afdrachten over het loon conform de wetgeving dienen te worden gedaan. De NEN 4400-1 norm is daarom een middel om duidelijkheid te verschaffen op de flexmarkt.

Bedrijven in de arbeidsbemiddeling hebben door deze norm duidelijke richtlijnen waaraan ze moeten voldoen. Dat zorgt er voor dat bedrijven de juiste dienstverlening kunnen bieden in de flexbranche. Het zorgt er ook voor dat oneerlijke en onprofessionele organisatie in de flexbranche aangepakt kunnen worden als ze zich niet aan de NEN 4400-1 norm houden. Hierdoor wordt de uitzendbranche in Nederland gezonder en dat komt uitzendkrachten en inlenende bedrijven ten goede. De uiteindelijke doelstelling van de minister was het maken van een landelijk register waarin alle bonafide uitzendbureaus en andere arbeidsbemiddelingsbureaus zouden worden genoteerd.

Hoe is de NEN 4400-1 tot stand gekomen?
De NEN 4400-1 norm is tot stand gekomen in 2006. Verschillende organisaties in de flexbranche hebben met elkaar samengewerkt om de NEN 4400-1 op te stellen. De volgende ondernemingen, stichtingen en organisaties hebben hierin in ieder geval een bijdrage gehad:

  • ABU (met het SFT register),
  • NBBU (met het SVU-register),
  • RIV,
  • RIA,
  • BRO register

Door de NEN 4400-1 krijgen uitzendondernemingen en andere ondernemingen op de flexmarkt duidelijke richtlijnen waaraan ze moeten voldoen en ontstaat bovendien 1 register in plaats van 5 registers met namen van uitzendbureaus die aan de normen voldoen.

SNA keurmerk
Op basis van de NEN 4400-1 norm worden inspecties verricht. Als de onderneming de NEN 4400-1 inspectie succesvol doorkomt zal deze een SNA keurmerk ontvangen. Dit SNA-keurmerk maakt inzichtelijk dat de uitzendonderneming of de onderaannemer voldoet aan de eisen die geleden om fraude en illegaliteit te bestrijden en risico’s voor ondernemingen te beperken. Het SNA keurmerk bevat de afkorting SNA deze afkorting staat voor Stichting Normering Arbeid. Deze stichting verstrekt dit SNA keurmerk aan (onder)aannemers en uitzendondernemingen. Het SNA keurmerk wordt echter pas verstrekt als de onderneming is gekeurd op de volgende aspecten:

  • de identiteit van de (uitzend)onderneming;
  • de aangifte en afdracht van de omzetbelasting en loonheffingen;
  • eventuele strijdigheid van loonbetaling met Wet Minimumloon;
  • controle op de personeelsdossiers op volledigheid en juistheid;
  • de werkwijze die het uitzendbureau of de (onder)aannemer hanteert bij het voorkomen van risico’s van het inlenen en doorlenen of uitbesteden van werk.

Als een organisatie voldoet aan de NEN 4400-1 norm dan voldoet de organisatie in ieder geval aan bovenstaande punten. De organisatie VRO voert de audits en controles uit met betrekking tot de hiervoor genoemde punten.

Het certificaat wordt naar een succesvolle audit door de SNA verstrekt en de naam van de uitzendonderneming wordt genoteerd in het register van SNA. Dit SNA register vervangt een aantal andere registers die hiervoor werden genoemd en maakt duidelijk dat de uitzendonderneming aan de genoemde eisen van NEN 4400-1 voldoet.

Certificering NBBU

NBBU is in Nederland de brancheorganisatie voor uitzendbureaus en andere ondernemingen die zich richten op arbeidsbemiddeling. De afkorting NBBU staat voor Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen. Anno 2017 komt de NBBU op voor de belangen van meer dan 1.000 dienstverleners die actief zijn in de uitzendbranche of de algehele flexbranche. Hiertoe behoren ongeveer 800 uitzendondernemingen. De NBBU behartigd niet alleen de belangen van uitzendbureaus maar de belangen van verschillende ondernemingen:

  • Uitzendbureaus
  • Intermediairs
  • Payroll bedrijven
  • Bedrijven die zzp-ers bemiddelen

Deze ondernemingen zijn actief op de flexmarkt. De flexmarkt is het deel van de arbeidsbemiddeling dat gericht is op flexibele arbeid. Bedrijven binnen de flexmarkt bemiddelen vaak tijdelijke krachten die ook wel flexibel personeel of flexpersoneel worden genoemd.

Certificering voor NBBU
De NBBU staat voor kwaliteit in de flexmarkt. Voor uitzendbedrijven en andere organisaties in de flexmarkt is het interessant en zeker ook goede reclame om aangesloten te zijn bij de NBBU. Men kan echter niet zomaar worden aangesloten bij de NBBU daarvoor is een certificering nodig. Bedrijven die aangesloten zijn bij de NBBU zijn dus gecertificeerd en zijn bovendien verplicht om zich binnen een bepaalde tijd te laten controleren door een daartoe bevoegde instelling.

Een NBBU-certificering zorgt er voor dat het uitzendbureaus aan haar klanten en aan haar uitzendkrachten kan tonen dat ze over een goede kwaliteit van haar dienstverlening beschikt. Verder wordt met het NBBU certificaat duidelijk gemaakt dat de onderneming een COA heeft en dat de administratie volledig is en voldoet aan de wetgeving zoals de wet op de privacy.

VRO Certification
De organisatie VRO is een stichting en voert in opdracht van de NBBU controles uit bij uitzendondernemingen en andere bedrijven die aangesloten zijn bij de NBBU. De VRO controleert op basis van de NEN 4400-1 en de NEN 4400-2. Dit gebeurd tijdens audits die eens in een bepaalde tijd plaatsvinden. Tijdens deze controles of audits wordt door een werknemer van VRO gecontroleerd of het uitzendbureau de cao goed naleeft en of het bureau de afdrachten aan de belastingen en sociale lasten wel goed doet. Ook wordt beoordeeld of de organisatie zich aan de aanvullende eisen houdt die gelden voor het lidmaatschap van de NBBU.

Wat is Technicum uitzendbureau?

Onderstaande tekst heb ik ontvangen van Johannes Bloemhof. Hij heeft deze tekst tijdens een stage opgesteld in het kader van een marktonderzoek welke hij voor Technicum gedurende zijn stageperiode heeft uitgevoerd. De tekst bevat een omschrijving van Technicum uitzendbureau. In de tekst is verder geen aandacht besteed aan het marktonderzoek dat voor Technicum is uitgevoerd. Onderstaande tekst beschrijft wat Technicum uitzendbureau voor organisatie is, op welke markten zij zich richt en wat haar missie en visie is in haar bedrijfsvoering.

Organisatie van Technicum
Technicum is een technisch uitzendbureau. Dit uitzendbureau is in 1986 opgericht door de heren Jos Korver en Hans Bakkers. Als onderdeel van Unique BV richt Technicum zich uitsluitend op de technische markt. Daardoor is zij ook specialist in het bemiddelen van technisch personeel in de technische markt. De meeste vestigingen van Technicum hebben hun eigen specialisatie. Dit is een specialisatie op de verschillende aspecten binnen de Techniek, namelijk in de bouw, installatietechniek, werktuigbouwkunde, mobiliteit, telecom, infra en energie.

Via Technicum worden medewerkers ingezet voor zowel tijdelijke klussen en projecten als klussen voor langere periode.  Naast het zoeken van de juiste match voor werknemer en werkgever zorgt Technicum ook voor veiligheid op de werkvloer. Dit wordt gedaan door middel van het verschaffen van werkkleding en de werkplekinspecties. Tevens verzorgt Technicum ook BBL-trajecten voor uitzendkrachten en adviseert daarbij zowel opdrachtgevers als flexibele personeel.

Verspreid over het hele land telt Technicum 40 vestigingen (2017). Van deze vestigingen zijn er 4 gevestigd in Friesland gemeten in 2017.  De vestigingen in Friesland zijn gevestigd in Leeuwarden, Heerenveen, Sneek en Drachten. De vestigingen in Leeuwarden, Drachten en Sneek zijn specialist binnen de werktuigbouwkunde. De vestiging in Heerenveen richt zich op de afdeling telecom. Binnen de werktuigbouwkunde bediend de vestiging Leeuwarden voornamelijk het noorden van Friesland, vestiging Sneek richt zich op de regio Zuidwest Friesland en vestiging Drachten bediend het oosten van Friesland.

Missie van Technicum
De missie van de organisatie is ‘maatwerk bieden aan ondernemend en werkend Nederland’. De organisatie wil de juiste match vinden tussen werknemer en werkgever. Er word door Technicum naar gestreefd om maatwerk te leveren aan de klant. Dit doet Technicum door het bemiddelen voor flexibel personeel, het begeleiden van haar flexkrachten en opleiden van werknemers in de bouw of techniek.

Visie van Technicum
De visie van Technicum is ‘gespecialiseerd zijn in de bouw en techniek’. Deze visie probeert Technicum uit te dragen door middel van het inspelen op de dynamische technische markt en het bemiddelen van werkzoekenden in deze technische markt. Doordat Technicum vakkundig personeel werft, dit personeel begeleid en opleid levert zij een toegevoegde waarde voor bedrijven. Daarnaast kan het personeel zich op deze manier verder ontwikkelen.

Hoe bouw je een flexpool of arbeidspool op?

Een flexpool of arbeidspool is in feite beschikbaar arbeidspotentieel. Dit arbeidspotentieel kan worden ingezet als een aangesloten organisatie daar behoefte aan heeft. Een flexpool is daardoor een flexibele schil met flexkrachten die als oproepkrachten kunnen worden ingezet. Het opbouwen van een flexpool lijkt misschien eenvoudig maar dat is het in de praktijk niet. Een flexpool bestaat uit medewerkers met een specifieke loopbaanachtergrond en opleidingsachtergrond die ze geschikt maken voor het uitoefenen van bepaald werk. Men heeft het dus in feite over een personeelsbestand met beschikbare flexwerkers en potentieel beschikbare arbeidskrachten.

Opbouw flexpool
Voor de opbouw van een flexpool doet men er verstandig aan om eerst een plan te schrijven. Hierin moet staan voor welke functies men een bestand van flexibele arbeidskrachten wil aanleggen. Hiervoor kan men functieprofielen opstellen met daarin de gewenste opleidingsachtergrond en werkervaring. Hierbij dient men ook te kijken naar de manier waarop men tracht deze krachten te werven en te selecteren. Men kan de opbouw van de flexpool in eigen beheer doen maar men kan ook een intermediair in de arm nemen om hierbij ondersteuning te bieden of om dit geheel op zich te nemen. Als men voor het laatste kiest hoeft men verder niet heel veel inspanning te verrichten maar zal men wel rekening moeten houden met extra kosten want de intermediair wil haar kosten ook afdekken en vaak ook een bepaalde winstmarge behalen.

Als men de opbouw en het onderhouden van een arbeidspool niet wil uitbesteden zal men binnen het bedrijf extra capaciteit beschikbaar moeten stellen. Zo zal men bijvoorbeeld een personeelsfunctionaris de taak moeten geven om een flexpool op te bouwen. Deze kan bijvoorbeeld bestaan uit zzp’ers. Een personeelsfunctionaris kan echter ook ondersteuning vragen van verschillende uitzendbureaus en de beschikbare uitzendkrachten in een bestand bijhouden zodat deze ingezet kunnen worden wanneer dat nodig is. Een personeelsfunctionaris kan echter ook  tijdelijke contracten verstrekken voor minimaal 3 arbeidsuren per week. Deze flexibele contracten zijn arbeidsovereenkomsten waarbij geen vaste werkuren of dienstroosters zijn vastgelegd. Dat biedt bedrijven meer vrijheden zodat ze flexibel kunnen omgaan met personeel.  Uiteraard dient een personeelsfunctionaris deze contracten op te stellen en te beheren. Daar komt ook veel kennis bij kijken zoals kennis van wet en regelgeving omtrent flexibele contracten zoals de Wet werk en zekerheid (Wwz), de arbeidstijden wet enzovoort.

Onderhouden flexpool
Zodra het arbeidspotentieel in kaart is gebracht in de flexpool. Kunnen andere personeelsplanners, teamleiders en voormannen kijken wanneer de flexwerkers nodig zijn. Een personeelsfunctionaris of ander coordinator dient er op toe te zien dat de flexwerkers uit de flexpool goed op de hoogte zijn van de werkzaamheden en de arbeidsduur. Deze verstrekt zelf de instructies aan de flexwerker of zorgt er voor dat een andere persoon dat doet. Uiteraard dienen de gewerkte uren bijgehouden te worden en te worden verloond. Ook is er voor flexwerkers in de flexpool een aanspreekpunt nodig. Dit is ook vaak de personeelsfunctionaris of coördinator van de flexpool.

Wat is een flexpool?

Een flexpool is een groep flexibele arbeidskrachten of flexwerkers die door een bedrijf kunnen worden ingezet indien de bedrijfsvoering dit vereist. Het woord ‘flexpool’ bestaat uit twee delen. Het eerste deel ‘flex’ slaat op flexibel of flexibel personeel. Het tweede deel ‘pool’ wordt uitgesproken als poel en is een Engels woord voor zwembad. Eigenlijk heeft men het over een groep of in de figuurlijke zin een “zwembad” vol met beschikbare arbeidskrachten. Een flexpool vormt daardoor een flexibele schil van arbeidskrachten voor een onderneming of meerdere ondernemingen.

Flexpool arbeidspool
In plaats van het woord flexpool gebruikt men ook wel het woord arbeidspool. Door te kiezen voor de term flexpool wordt extra duidelijk gemaakt dat het gaat om flexibele arbeidskrachten. Deze flexibele arbeidskrachten of flexwerkers kunnen voor een bedrijf een uitkomst zijn wanneer er sprake is van pieken en dalen in de productie. Als de productie toeneemt kan men de flexibele schil aanspreken. Als de productie na verloop van tijd echter minder wordt kan men over het algemeen ook makkelijker afscheid nemen van de flexkracht uit de flexpool. Een flexpool fungeert daarom in de praktijk als een buffer om personeelstekorten tijdelijk op te vullen. In de praktijk wordt een flexpool en arbeidspool vaak opgebouwd wanneer vooral in bepaalde functiegroepen tekorten aan personeel kunnen ontstaan. Hierbij kan men denken aan productiepersoneel maar ook aan seizoenmedewerkers in de tuinbouw of akkerbouw.

Wat zijn de voordelen van een flexpool?
Een flexpool heeft voor bedrijven grote voordelen maar een dergelijke oplossing is niet voor elk bedrijf geschikt. Vooral voor grote bedrijven die veel werknemers in dezelfde functie of functiegroepen aan het werk hebben is een flexpool interessant en dan met name als er veel schommelingen zijn in de productie of werkdruk. Voor deze bedrijven is het vaak onverstandig en kostbaar om werknemers vaste contracten te bieden als er geen sprake een constant werkaanbod.

Dat zal er namelijk voor zorgen dat werknemers gedurende een rustige periode niets te doen hebben terwijl ze wel een volledig salaris ontvangen. Een flexpool is dan een goede oplossing omdat deze pool gevuld is met flexibele arbeidskrachten zoals uitzendkrachten. Deze krachten kunnen flexibel worden ingezet als het druk wordt en men kan vrij eenvoudig de tewerkstelling beëindigen als het minder druk wordt. Flexkrachten in een flexpool zijn dus werknemers die oproepbaar zijn.

Flexpool onderhouden
Het is belangrijk dat een flexpool zorgvuldig wordt opgebouwd en goed wordt onderhouden. Dit houdt in dat de flexkrachten in deze pool eerst gebeld moeten worden over hun beschikbaarheid. Hun gegevens moeten worden beheerd en geoptimaliseerd wanneer er wijzigingen ontstaan in de beschikbaarheid en contractgegevens. Verder dient men zich hierbij uiteraard aan de privacywetgeving te houden. Wanneer het bedrijf daadwerkelijk flexkrachten wil inzetten moet men goed weten wat er daadwerkelijk beschikbaar is op een bepaald moment. Vaak moeten hier ook een specifieke arbeidskracht voor worden aangesteld in de vorm van een personeelsplanner. Men kan er ook voor kiezen om een uitzendbureau hiervoor in te schakelen.

Dit kan een inhouse uitzendbureau zijn of een extern uitzendbureau. Een inhouse uitzendbureau heeft een gedeelte van het bedrijf in gebruik om van daaruit de personeelsbehoefte van het bedrijf in te vullen met flexkrachten al dan niet uit flexpool. Een extern uitzendbureau heeft haar vestiging buiten het bedrijf waar de flexkrachten voor gezocht moeten worden. Een flexpool kan daardoor op verschillende manieren worden opgebouwd en door verschillende personen of organisatie worden onderhouden.

Wat is een arbeidspool?

Een arbeidspool is arbeidspotentieel waar mee men de wisselingen in de personeelsbehoefte van bedrijven kan opvangen binnen een bepaalde sector of branche. Het woord arbeidspool wordt uitgesproken als arbeidspoel en het meervoud hiervan is arbeidspools. Het woord arbeidspool is een samentrekking van het Nederlandse woord arbeid en het Engelse woord ‘pool’ dat staat voor zwembad. Men heeft het bij een arbeidspool dus over een zwembad vol met beschikbare arbeid. Men heeft het dan ook over een groep werknemers of kandidaten die beschikbaar zijn om als arbeidskracht te worden aangewend.

Een arbeidspool kan op verschillende manieren worden opgebouwd. Men kan bijvoorbeeld een uitzendbureau vragen om een arbeidspool op te bouwen zodat bepaalde klanten of sectoren kunnen worden voorzien van flexkrachten indien de bedrijfsvoering dit vereist. Naast uitzendbureaus kunnen ook sectoren of meerdere bedrijven die onderling samenwerken een arbeidspool oprichten om elkaar te ondersteunen met flexibel personeel als er bijvoorbeeld een piek in de productie ontstaat.

Voordelen en nadelen van een arbeidspool
Een arbeidspool heeft vooral veel voordelen voor het bedrijf of de bedrijven die er gebruik van maken. Deze hebben namelijk een bestand van beschikbare arbeidskrachten (arbeidspotentieel) waarmee ze flexibel op hun bedrijfsontwikkelingen kunnen inspringen. Arbeidspools worden regelmatig opgebouwd voor productiebedrijven waarbij veel laaggeschoolde arbeid wordt uitgevoerd. Het bedrijf zorgt er voor dat er voldoende krachten in beeld zijn die dit werk eventueel zouden kunnen uitvoeren.

Als de productie toeneemt en er meer arbeidskrachten nodig zijn kan het bedrijf een beroep doen op de mensen in de arbeidspool. Het is echter van groot belang dat de arbeidskrachten in de arbeidspool beschikbaar zijn op het moment dat het bedrijf ze nodig heeft. Daarom moet een arbeidspool goed onderhouden worden. Dat vereist frequent contact met de personen in de arbeidspool. Deze moeten regelmatig gebeld of gemaild worden, ook wanneer er nog geen arbeid voor hun beschikbaar is gekomen. Dat kost tijd en inspanning. Voor veel bedrijven is dit een nadeel omdat ze daarvoor capaciteit moeten inruimen.

Het nadeel kan echter worden opgelost door een intern uitzendbureau of inhouse uitzendbureau in de arm te nemen of een extern uitzendbureau. Ook kunnen samenwerkende bedrijven gezamenlijk een bedrijf op werknemer in dienst nemen die verantwoordelijk wordt gehouden voor het opbouwen en onderhouden van een arbeidspool. De hoeveelheid beschikbaar arbeidspotentieel in deze arbeidspool is onder andere afhankelijk van de flexibele schil van een bedrijf. Een ander nadeel van een arbeidspool is dat de werknemers echt flexkrachten zijn. Ze weten zelf vaak niet ruim van te voren wanneer ze worden ingezet. Dit zorgt er aan de andere kant ook voor dat arbeidskrachten in een arbeidspool ook gemakkelijk ander werk van een andere werkgever aan kunnen nemen indien dit voor hen aantrekkelijker is of meer zekerheden biedt.

Een voordeel van een arbeidspool is echter ook dat bedrijven weinig verplichtingen hebben. meestal heeft men het bij een arbeidspool over een flexpool. Dit houdt in dat arbeidskrachten in deze setting op flexibele basis werken en er dus weinig contractverplichtingen zijn. Als het werk op raakt en de productie afneemt kan een bedrijf over het algemeen vrij snel afscheid nemen van arbeidskrachten die uit de flexpool of arbeidspool aan het werk zijn gezet.

Interne arbeidspool en externe arbeidspool
Men maakt ook wel onderscheid tussen een interne arbeidspool en een externe arbeidspool. Deze termen maken op zich wel duidelijk om wat voor soort arbeidspools het gaat. Een interne arbeidspool wordt namelijk opgebouwd om de wisselingen in de personeelsbehoefte in een groot (productie)bedrijf op te vangen of meerdere bedrijven die in dezelfde sector opereren en sterk met elkaar samenwerken. Dit zijn bijvoorbeeld bedrijven die gevestigd zijn op hetzelfde bedrijventerrein of bedrijven die in een bepaalde regio ongeveer dezelfde producten produceren. Als men een interne arbeidspool heeft kunnen alleen de aangesloten bedrijven een beroep doen op het arbeidspotentieel van de arbeidspool. Externe bedrijven kunnen dat niet en zullen daarom zelf voorzieningen of oplossingen moeten treffen voor hun personeelsbehoefte.

Een externe arbeidspool is bedoelt om flexibel in te springen op de personeelsbehoefte in een complete sector. Deze arbeidspools kunnen door meerdere bedrijven in de praktijk worden gebruikt voor hun personeelsbehoefte. Een externe arbeidspool is meestal sector gebonden met zou bijvoorbeeld in de kassen of tuinbouw een arbeidspool kunnen gebruiken voor het opvangen van de piek in het seizoenswerk in deze sector. Men kan daarnaast er voor kiezen om een uitzendbureau of andere intermediair aan te stellen voor het opbouwen en onderhouden van een arbeidspool.

De kosten van een arbeidspool
Een arbeidspool opbouwen en onderhouden kost geld. Men dient de arbeidskrachten voor de arbeidspool te werven. Daarvoor heeft men wervingskanalen nodig en verder heeft men een locatie nodig waar de potentiële kandidaten kunnen worden uitgenodigd voor een wervingsgesprek of intakegesprek. Men dient een computerprogramma te hebben waarin men de gegevens van de arbeidskrachten van de arbeidspool kan opslaan en bijwerken uiteraard conform de wetgeving op het gebied van privacy. Als iemand specifiek is aangesteld voor het opbouwen en onderhouden van de arbeidspool zal deze persoon betaald moeten worden en dus salaris moeten ontvangen.

Dat kost geld, maar de persoon die men hiervoor in dienst neemt zal men echter zelf ook moeten werven tenzij men een externe partij hiervoor in de arm neemt. Ook die partij of intermediair zal men moeten betalen. Tot slot dient men uiteraard ook de werknemers in de flexpool of arbeidspool te betalen indien deze worden ingezet binnen het bedrijf. Als deze via een uitzendbureau of intermediair worden ingeleend komt er vaak een bedrag over de gebruikelijke loonkosten heen. Dit bedrag is voor het dekken van de kosten. Uitzendbureaus en intermediairs kunnen tevens een deel winst bovenop het uurtarief van de arbeidskracht gaan rekenen.

Belangrijke arbeidsrechtelijke wetten voor uitzendbureaus

In Nederland is uitzendarbeid ingevoerd vanaf 1950. Na het invoeren van de uitzendarbeid zijn in Nederland honderden verschillende uitzendbureaus ontstaan. Er zijn generalisten die zich richten op meerder marktsegmenten maar er zijn ook uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in bepaalde markten zoals technische uitzendbureaus of uitzendbureaus voor de zakelijke dienstverlening. Doordat er zoveel uitzendbureaus zijn ontstaan en de uitzendmarkt is gegroeid zijn er door de overheid specifieke regels opgesteld om de uitzendmarkt te reguleren en te controleren.

De controle en de wetten zijn nodig om te voorkomen dat uitzendkrachten en ander flexibel personeel wordt uitgebuit. Uitzendbureaus moeten zich aan een aantal wetten houden. Vanaf 1999 zijn er een aantal wetten ingevoerd voor uitzendbureaus, uitzendkrachten en andere flexwerkers. Deze volgende 3 wetten zijn ingevoerd vanaf 1999 tot 2016:

  • WAADI: Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs (vanaf 1998)
  • Flexwet: Wet Flexibiliteit en Zekerheid (vanaf 1 jan 1999)
  • Wwz: Wet Werk en Zekerheid (vanaf 1 jan 2015)

De Wet werk en zekerheid is het meest recent ingevoerd. Deze wet heeft het volgende doel:

Het Nederlandse arbeidsrecht aanpassen aan de  veranderende arbeidsverhoudingen op de arbeidsmarkt en dan met name het evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid op arbeidsmarkt.

De Wwz heeft betrekking op de volgende aspecten:

  • Aanpassing flexbepalingen
  • Modernisering ontslagrecht
  • Transitievergoeding
  • Wijzigingen in de WW

Welke brancheorganisaties zijn actief in de uitzendbranche?

In Nederland is de uitzendbranche in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstaan. In Amerika was de uitzendbranche al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw actief. De uitzendbranche is voornamelijk gericht op het bemiddelen van (tijdelijke) krachten voor haar opdrachtgevers. Uitzendbureaus vormen intermediairs, dit zijn tussen personen die in dit geval werkzoekenden bemiddelen naar een (nieuwe)  baan. Er zijn verschillende organisaties ontstaan in de afgelopen jaren die de uitzendondernemingen ondersteunen om hun werk zo goed en professioneel mogelijk te doen.

Het doel van de belangenorganisaties in de uitzendwereld is: algemene belangenbehartiging van de leden, waaronder het afsluiten van CAO voor uitzendkrachten.

Hieronder staan een aantal belangrijke belangenorganisaties die zich inzetten voor uitzendbureaus. Bij elke organisatie is benoemd wat haar belangrijkste takengebied is en voor wie de belangen behartigd.

ABU: Algemene Bond Uitzendbureaus (vanaf 1961)

  • door 12 uitzendorganisaties
  • Meest recente CAO: 2012
  • Werknemers vertegenwoordigd door: CNV, GNV, LBV en de Unie.

NBBU: Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (vanaf 1994)

  • Meest recente CAO: 1 juni 2014
  • Werknemers vertegenwoordigd door: LBV.

VPO: Vereniging Payroll Ondernemingen (vanaf 1 sept 2006)

  • Behartigt belangen van aaneengesloten payroll-ondernemingen

SFU: Stichting Fonds Uitzendbranche (vanaf 2007)

  • Doel: financieren van projecten mbt opleidingen, arbeidsomstandigheden en naleving van de CAO voor uitzendkrachten.
  • Elke uitzendonderneming is een bijdrage aan de SFU verschuldigd.Voor deze projecten zijn er 3 stichtingen: STOOF: fonds voor opleidingen binnen de uitzendbranche,  STAF: fonds dat zich richt op de arbeidsomstandigheden SNCU: fonds dat zorgt voor naleving van de CAO voor uitzendkrachten -> hier kan melding gedaan worden door uitzendkrachten en ondernemers bij malafides.

STIPP: Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten

  • Verzorgt pensioenregeling in de CAO voor uitzendkrachten.
  • Elke uitzendonderneming en uitzendkracht is verplicht aangesloten bij de STIPP.

Wat is inlenersaansprakelijkheid?

Inlenersaansprakelijkheid is een wettelijke regeling die bepaald dat een inlenende partij verantwoordelijk gehouden kan worden voor het in gebreke blijven van een uitlener bij het uitbetalen van loonbelasting of premies. Even een voorbeeld om dit te illustreren:

Een bouwbedrijf leent van een uitzendbureau tien uitzendkrachten in. Het uitzendbureau blijft in deze situatie de feitelijke werkgever en is verantwoordelijk voor het betalen van loonbelasting of premies over deze uitzendkrachten. Als het uitzendbureau hierbij in gebreke blijft dan kan ook de inlenende partij, in dit geval het bouwbedrijf, hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Dit houdt in dat het bouwbedrijf door de wet verplicht kan worden om deze premies en loonbelasting alsnog te voldoen.

Ketenaansprakelijkheid
De inlenersaansprakelijkheid is een Ketenaansprakelijkheid. Hierbij wordt de aansprakelijkheid in een keten doorgegeven van onderaannemer op de hoofdaannemer. In het geval van de inlenersaansprakelijkheid gaat het om de niet betaalde loonbelasting of premies te verhalen op de inlenende partij. De inlenersaansprakelijkheid is een onderdeel van de invorderingswet 1990.

Invorderingswet 1990
Deze wet is ingevoerd op 30 mei 1990 door de overheid omdat de belastingdienst in een aantal gevallen de premies en belastingen niet ontving van bedrijven. Dit kwam bijvoorbeeld omdat de onderaannemers of de uitlenende partijen zoals uitzendbureaus failliet gingen of om andere redenen hun verplichtingen niet nakwamen. De invorderingswet 1990 is overigens niet alleen gericht op de inlenersaansprakelijkheid.  Met de invorderingswet 1990 zijn de invordering van alle rijksbelastingen, met uitzondering van invoerrechten en accijnzen, geregeld.

Beperken risico inlenersaansprakelijkheid
De inlener draagt financiële risico’s door de inlenersaansprakelijkheid. Ondernemers willen over het algemeen risico’s beperken en dat is ook mogelijk in dit geval. Een opdrachtgever of aannemer kan een verklaring inzake betalingsgedrag verlangen van een uitlener (uitzendbureau onderaannemer).

Daarnaast kan een opdrachtgever ook een deel van het factuurbedrag voor de uitlener storten op een zogenoemde g-rekening. Hierop kan alleen het bedrag worden gestort dat bestemd is voor loonheffingen en omzetbelasting storten. De uitlener kan zelf niet aan het bedrag op de g-rekening komen omdat een g-rekening een geblokkeerde rekening is. De bedragen die op de g-rekening staan worden rechtstreeks aan de belastingdienst betaald. Er is hier wel een uitzondering op.

Als de uitlener de arbeidskrachten ook heeft ingeleend van een andere partij (andere uitlener) dan kan het bedrag op de g-rekening over worden gemaakt aan die uitlener. Zo verschuift het bedrag op de g-rekening naar een andere g-rekening om uiteindelijk te worden betaald aan de belastingdienst. Dit inlenen en doorlenen zorgt voor een zogenoemde keten. De aansprakelijkheid verschuift in deze keten door naarmate er meer ‘schakels’ worden toegevoegd. Daarom heeft men het ook wel over ketenaansprakelijkheid.

Wat is de inlenersaansprakelijkheidsregeling?

Bij de inlenersaansprakelijkheidsregeling is er sprake van drie partijen: de inlener, de uitlener en de inleenkracht. De inlener is een opdrachtgever die een werknemer van de uitlener inhuurt. Deze uitlener is bijvoorbeeld een uitzendbureau. Een inleenkracht kan een uitzendkracht zijn of een gedetacheerde. De overheid wil voorkomen dat uitleners zoals uitzendbureaus de afdracht van loonheffingen en omzetbelasting misbruiken of onjuist navolgen.

De overheid wil de uitlener dwingen om deze loonheffing en omzetbelasting af te dragen. Daarbij kijkt de overheid niet alleen naar de uitlener ook de inlener wordt aansprakelijk gehouden voor het onjuist naleven van de afdrachten van de uitlener. Dit noemt men ook wel de inlenersaansprakelijkheidsregeling.

De inlener aansprakelijk stellen
Doormiddel van de inlenersaansprakelijkheidsregeling wordt ook de inlener van inleenkrachten aansprakelijk gesteld voor de loonheffingen en omzetbelasting wanneer de uitlener van de werknemers deze heffingen niet betaalt of niet afdraagt. Door de inlenersaansprakelijkheidsregeling wordt ook de doorlener van arbeidskrachten aansprakelijk gesteld als de uitlener in gebreke blijft met het betalen van de loonheffingen en omzetbelasting.

Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA)
De Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA) is een wet die vorm geeft aan de inlenersaansprakelijkheid. In deze wet is vastgelegd dat een hoofdaannemer verantwoordelijk kan worden gesteld als een onderaannemer geen loonbelasting of geen premie volksverzekering en geen werknemersverzekering afdraagt.

In de naam “Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA)” wordt duidelijk het woord ‘keten’ benoemd. Daarmee bedoelt men dat de aansprakelijkheid ook het geval is wanneer er een keten van een aantal aannemers wordt gevormd. Elke aannemer die gebruik maakt van ingeleend personeel draagt verantwoordelijkheid voor alle onderliggende ketenen. Het is echter mogelijk om de risico’s van de inlenersaansprakelijkheid te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door een verklaring betalingsgedrag en een zogenoemde g-rekening.

Verklaring betalingsgedrag
Zowel de inlener als de doorlener hebben de mogelijkheid om het risico van hun aansprakelijkheid te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door een verklaring inzake betalingsgedrag van hun uitlener te vragen en daarnaast te voldoen aan hun administratieve verplichtingen.

G-rekening
Naast de verklaring betalingsgedrag bestaat er verder bij sommige uitleners en onderaannemers de mogelijkheid om een zogenoemde g-rekening te gebruiken. Een g-rekening is een geblokkeerde rekening en wordt gebruikt door inleners en uitleners van arbeidskrachten en aannemers en onderaannemers.

Op deze geblokkeerde rekening wordt het deel van het factuurbedrag dat is bestemd voor de loonheffingen en omzetbelasting gestort door de opdrachtgever of inlener. Daardoor kan de inlener de financiële gevolgen van een aansprakelijkstelling beperken.

Geld op de g-rekening
De g-rekening staat echter niet op naam van de opdrachtgever of inlener. De inlener of aannemer stort alleen het deel van de aanneemsom dat bestemd is voor loonheffingen en omzetbelasting op de g-rekening. De onderaannemer of uitlener kan vanaf de g-rekening  alleen geld overmaken naar de belastingdienst om de loonheffing te betalen van de uitgeleende krachten. Hierop kan een uitzondering plaatsvinden wanneer de onderaannemer of uitlener zelf het desbetreffende personeel ook via een andere uitlener inhuurt. Dan ontstaat er een zogenoemde keten met een ketenaansprakelijkheid. In dat geval mag de onderaannemer het bedrag van de g-rekening overmaken naar de g-rekening van de derde partij waar het personeel van wordt ingeleend.

Hoe ontstaat inleenvolume vanuit het perspectief van een uitzendbureau?

Het woord inleenvolume wordt regelmatig gebruikt in de uitzendbranche. Als je goed wilt begrijpen wat er met inleenvolume wordt bedoelt en hoe inleenvolume ontstaat is het van belang om te weten wat een uitzendbureau doet. Een uitzendbureau bemiddelt personeel voor opdrachtgevers. Een uitzendbureau functioneert daarbij als een tussenpersoon of intermediair. Daarom worden uitzendbureaus ook wel intermediairs op de arbeidsmarkt genoemd. Van opdrachtgevers ontvangen uitzendbureaus vacatures of functieomschrijvingen waarvoor ze geschikte kandidaten trachten te zoeken. Vanaf dat moment start de daadwerkelijke dienstverlening van het uitzendbureau naar de klant.

Uitzendbureaus
De dienstverlening van een uitzendbureau draagt uiteindelijk bij aan het inleenvolume van de klant. Dit inleenvolume ontstaat stapsgewijs. De dienstverlening van een uitzendbureau is gericht op klanten en op werkzoekenden. De werkwijze van een uitzendbureau is over het algemeen in een vaste volgorde. Daarom zijn de stappen die het uitzendbureau doet in haar dienstverlening hieronder in een logische volgorde weergegeven.

Kandidaten selecteren
Een uitzendbureau zoekt naar geschikt personeel in haar eigen databases maar ook op cv-databanken op internet. Daarnaast zoeken uitzendbureaus ook naar personeel op Social Media. Als een uitzendbureau geschikte kandidaten heeft gevonden zal het uitzendbureau deze kandidaten uitnodigen voor een intakegesprek op de vestiging van het uitzendbureau.

Intakegesprekken houden
Een intercedent of een andere interne medewerker van het uitzendbureau voert het intakegesprek met de kandidaat die geschikt wordt geacht voor de vacature. Tijdens dit intakegesprek worden de wensen, competenties en vaardigheden van de kandidaat in kaart gebracht. Deze informatie wordt vergeleken met de informatie van de vacature. Vervolgens wordt door de intercedent ook extra informatie gegeven over de vacature en het bedrijf.

Als de kandidaat interesse heeft en de intercedent overtuigd is van zijn of haar geschiktheid wordt de kandidaat per mail of telefonisch voorgesteld bij de klant door het uitzendbureau. Daarbij wordt ook een tarief genoemd. Het is goed mogelijk dat er al eerder een tarief indicatie is afgestemd, bijvoorbeeld tijdens de eerste kennismaking tussen het uitzendbureau en de opdrachtgever toen de vacature bij het uitzendbureau werd uitgezet.

Sollicitatiegesprekken regelen
Als het bedrijf of de opdrachtgever ook overtuigd is van de geschiktheid van de kandidaat dan koppelt de opdrachtgever dit terug aan het uitzendbureau. Het uitzendbureau regelt indien nodig een sollicitatiegesprek of kennismakingsgesprek tussen de opdrachtgever en de kandidaat. Sommige bedrijven achten een sollicitatiegesprek niet nodig en laten de geschikt bevonden kandidaten direct na de tariefonderhandelingen starten.

Kandidaten worden inleners
De kandidaten van een uitzendbureau worden inleners zodra het bedrijf besluit om de kandidaten daadwerkelijk via het uitzendbureau in te lenen. De opdrachtgever verandert daarbij in een klant die personeel inleent. Daarom spreekt men ook wel van inlener of inlenend bedrijf. De uitzendkracht is een inlener of inleenkracht.

Inleenvolume
Het totaal aan inleenkrachten dat een uitzendbureau aan het werk heeft bij één van haar opdrachtgevers wordt ook wel het inleenvolume genoemd van deze inlener. Een inlenend bedrijf zal bij het inleenvolume kijken naar het totaal van alle inleners die op dat moment aan het werk zijn via alle uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Er kan dus een verschil zijn in benadering. Je zou kunnen zeggen dat het inleenvolume van de opdrachtgever een totaal is van al het ingeleende personeel. Een uitzendbureau kan daarbij vooral naar haar eigen bedrijfsvoering kijken en het inleenvolume van de klant opdelen zodat duidelijk wordt welk (deel) van het inleenvolume door het desbetreffende uitzendbureau wordt geleverd.

Inleenpotentie
Het inleenvolume is het totaal van het aantal inleners dat door een bedrijf wordt ingeleend. Het begrip inleenvolume is een ander begrip dan het begrip inleenpotentie. Als men het over inleenpotentie heeft dan doelt men op het aantal inleenkrachten dat het bedrijf verwacht in te kunnen lenen in een bepaalde periode. Men zou de inleenpotentie kunnen bepalen op basis van de hoeveelheid werk die het bedrijf moet verrichten minus het aantal arbeidskrachten dat reeds bij het bedrijf aan het werk zijn.

Vooropgesteld moet dit verschil dan worden gecompenseerd door inleenkrachten. Als dit laatste niet het geval is dan heeft men het over de personeelsbehoefte. Een deel van de personeelsbehoefte kan dus bestaan uit een behoefte aan inleenkrachten, dit deel vormt de inleenpotentie. Het overige deel zal worden opgevuld met rechtstreekse dienstverbanden in de vorm van vaste en tijdelijke contracten die door het bedrijf aan werknemers worden verstrekt.

Wat is inleenvolume?

Met inleenvolume bedoelt men het totaal aan inleenkrachten dat door een bedrijf op een bepaald moment wordt ingeleend van intermediairs. In het woord “inleenvolume” zit de woorden “in leen” verwerkt. De desbetreffende inleenkrachten worden door het bedrijf ingeleend en zijn dus in leen. Het bedrijf leent de werknemers van bijvoorbeeld uitzendbureaus of detacheringsbureaus. Deze bureaus zijn intermediairs oftewel tussenpersonen. Het bedrijf dat de inleenkrachten inleent wordt daarom ook wel de inlener genoemd.

Inlener
Een inlener is een regulier bedrijf maar kan ook een uitzendbureau of andere intermediair zijn. In het laatste geval wordt een inleenkracht van uitzendbureau X ingeleend door bijvoorbeeld uitzendbureau Y om bij de opdrachtgever van uitzendbureau Y aan de slag te gaan. Dit wordt ook wel een inleen-doorleenconstructie genoemd. Uitzendbureaus kunnen onderling dus uitzendkrachten aan elkaar doorlenen maar de meeste uitzendkrachten gaan gewoon direct via een uitzendbureau aan de slag bij een inlener. Deze inlener kan bijvoorbeeld in de industrie, techniek, zorg enzovoort actief zijn. Het uitzendbureau brengt haar inleenkrachten onder bij de inlener. De inlener is verantwoordelijk voor de aansturing van de inleenkracht maar het uitzendbureau is feitelijk de werkgever.

Intermediairs
De uitzendbureaus of detacheringsbureaus (intermediairs) blijven feitelijk de werkgevers van de uitzendkrachten en het gedetacheerde personeel dat zij uitzenden. Deze bureaus dienen de werknemers die ze uitzenden of uitlenen aan andere bedrijven ook te verlonen. Meestal dragen de uitzendbureaus en detacheringsbureaus ook daadwerkelijk het ziekterisico al kunnen hierover speciale afspraken worden gemaakt met de inlener.

Inleenvolume
Het totaal aan ingeleende krachten bij een bedrijf kan divers zijn. Een bedrijf kan namelijk verschillende inleenkrachten van verschillende uitzendbureaus en detacheringsbureaus hebben ingeleend. Het totaal aan ingeleende krachten vormt het daadwerkelijke inleenvolume van een bedrijf. Als een bedrijf meer personeel wil inlenen dan het inleenvolume dat reeds aanwezig is dan is er sprake van zogenoemde inleenpotentie. Het bedrijf is dan potentieel bereid om meer personeel in te lenen.

Wet- en regelgeving voor uitzendbureaus

Uitzendbureaus treden op als intermediair. Dit houdt in dat ze een bemiddelende rol hebben op de arbeidsmarkt, ze brengen vraag en aanbod bij elkaar. Zoals uit de vorige alinea’s valt op te maken stopt hun verantwoordelijkheid hier niet bij. Uitzendbureaus blijven feitelijk de werkgever voor de uitzendkrachten en betalen aan dit flexibel persoon ook het loon uit. Ook de reserveringsopbouw voor bijvoorbeeld vakantie en ziekteverzuim wordt door uitzendbureaus gedaan. Verder zijn ze verantwoordelijk voor de pensioenafdracht en de uitvoering van de afspraken die in de secundaire arbeidsvoorwaarden conform de cao zijn vastgelegd.

Ziekte en re-integratie
Ook zijn uitzendbureaus verantwoordelijk voor uitzendkrachten als ze ziek zijn. Net als reguliere werkgevers moeten uitzendbureaus er alles aan doen om voor uitzendkrachten vervangend werk te regelen of andere inspanningen verrichten op de re-integratie van uitzendkrachten te bevorderen. Voor een uitzendbureau is dit echter lastig omdat ze niet voortdurend zicht hebben op hun uitzendkrachten omdat deze elders zijn ondergebracht bij een inlener. Ook de inlener moet open staan voor re-integratie. Dat is voor uitzendbureaus een zeer lastige situatie. Ze zijn wel verantwoordelijk maar de middelen zijn beperkt. Toch moeten ook uitzendbureaus hun zieke uitzendkrachten twee jaar lang doorbetalen.

Wet op Bescherming Persoonsgegevens
In het kader van de Wet op bescherming persoonsgegevens  mogen uitzendonderneming ook niet alle gegevens van kandidaten registreren in het systeem. Ook als er sprake is van ziekte mag een uitzendbureau net als een reguliere werkgever niet vragen welke klachten iemand precies heeft en wat daarvan de oorzaak zou kunnen zijn. Al deze vragen kunnen worden gesteld door een bedrijfsarts of eventueel een Arbo-arts. De bedrijfsarts kan echter officieel een diagnose stellen en de uitzendkracht naar een specialist doorverwijzen. Een uitzendbureau krijgt alleen de output van deze gesprekken op basis van een rapportage met een percentage waarvoor de uitzendkracht arbeidsongeschikt is bevonden.

Wet Werk en Zekerheid
De inlenersbeloning is één van de richtlijnen waar uitzendbureaus zich aan moeten houden. Dit houdt in dat uitzendkrachten minimaal hetzelfde loon moeten ontvangen als werknemers die in dezelfde functie rechtstreeks bij de inlener werken.

De Wet Werk en Zekerheid is ook van invloed op de uitzendbranche. Deze wet zorgt er voor dat uitzendbureaus naast de inlenersbeloning zich ook aan andere regels moeten houden. Het betalen van een transitievergoeding bijvoorbeeld als uitzendkrachten na een twee jaar dienstverband via een uitzendbureau geen contractverlening krijgen.

Discriminatie
Omdat uitzendbureaus een selectie maken van personeel voor bedrijven maken ze onderscheid. Dit onderscheid dient alleen te gebeuren op basis van harde eisen zoals opleiding en werkervaring. Op zachte eisen zoals competenties en karaktereigenschappen mag men ook selecteren op een uitzendbureau. Het is echter verboden om onderscheid te maken op het gebied van leeftijd, ras, geslacht of geloof. Dit is vastgelegd in de Algemene wet gelijke behandeling. Sommige opdrachtgevers willen echter specifiek jonge arbeidskrachten of willen alleen mannen of juist vrouwen voor bepaalde functies. Een uitzendbureau wil de opdrachtgever uiteraard zo goed mogelijk van dienst zijn maar mag niet op deze aspecten selecteren.

Wet allocatie arbeid door intermediairs (WAADI)
Naast de bovengenoemde wetten is er ook nog de Wet allocatie arbeid door intermediairs, deze wet wordt ook wel aangeduid met de afkorting WAADI. In deze wet liggen regels vast waaraan intermediairs zich moeten houden als ze personeel bemiddelen voor hun opdrachtgevers. Er wordt bij deze wet een verschil gemaakt tussen arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeid. Voor deze twee verschillende aspecten zijn er in de WAADI gedragsregels opgenomen. Artikel 8 van de WAADI beschrijft het Loonverhoudingsvoorschrift. Hierin is in feite hetzelfde vastgelegd als de inlenersbeloning namelijk dat een werkgever (uitzendbureau) een werknemer (uitzendkracht) hetzelfde loon en dezelfde vergoedingen dient te betalen als de inlener aan zijn eigen werknemers, die in gelijke of gelijkwaardige functies werkzaam zijn, betaald.

Voor de werkzaamheden voor een uitzendkracht of kandidaat mag de uitzendonderneming geen vergoeding vragen van de uitzendkracht. Inschrijven bij een uitzendbureau en de bemiddeling door een uitzendbureau is kosteloos. Uitzendkrachten mogen niet worden te werk gesteld bij bedrijven waar gestaakt wordt om het personeel dat staakt op te vangen. Voordat een uitzendkracht aan het werk wordt gezet bij een inlener dient de uitzendkracht van te voren goed op de hoogte te zijn gebracht van de werkzaamheden en de eventuele risico’s die verbonden zijn aan het uitzendwerk. Dit zijn de arbeidsomstandigheden waaronder de uitzendkracht zijn of haar werkzaamheden zal verrichten.

Wet en regelgeving verandert
De arbeidsmarkt is dynamisch en de wet en regelgeving wordt door de overheid op deze dynamiek aangepast. De bovenstaande wetten en regels zijn in 2015 en 2016 van toepassing (geweest) maar ze kunnen veranderen. Niet alleen de Nederlandse overheid heeft invloed op de wetgeving op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Ook vanuit Europa wordt invloed uitgeoefend op de wetgeving van Nederland. Hierbij kan men denken aan het tewerkstellen van buitenlandse werknemers bij Nederlandse bedrijven. Er zijn uitzendbureaus actief in Nederland die zich alleen richten op het te werk stellen van buitenlandse werknemers. Deze uitzendbureaus hebben vaak te maken met specifieke regels omtrent het bemiddelen en verlonen van buitenlandse arbeidskrachten. Ook deze regels veranderen voortdurend en zijn afhankelijk van de politieke ontwikkelingen in Europa.

Training op het gebied van wet en regelgeving
Voor uitzendbureaus en flexwerk zijn specifieke wetten en regels ontwikkelt zoals de WAADI en de Wet Werk en Zekerheid. Uitzendwerk verandert voortdurend en de wet en regelgeving ook. Daarom moeten medewerkers op een uitzendbureau regelmatig een update krijgen met betrekking tot de wet en regelgeving voor deze branche. Omdat uitzendbureaus ook te maken hebben met de cao’s van de inleners moeten uitzendbureaus ook op dit gebied de ontwikkelingen volgen. Hierbij kan men denken aan cao-verhogingen van lonen of nieuwe cao-afspraken die voortvloeien uit onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Dit alles biedt nieuwe kaders waarbinnen uitzendbureaus haar diensten moeten verlenen.

Veel grote uitzendondernemingen bieden regelmatig trainingen en cursussen aan hun personeel op het gebied van wet- en regelgeving. Deze trainingen kunnen zowel een verplicht als een vrijwillig karakter hebben.

Stichting Examens Uitzendbranche (SEU)
De eerste opleiding die veel interne medewerkers op de vestiging leren is de training voor het zogenoemde SEU-examen. De afkorting SEU staat voor Stichting Examens Uitzendbranche. Het SEU examen is een basisexamen waarin nieuwe werkennemers binnen de uitzendbranche de basiskennis aanleren op het gebied van de wet- en regelgeving binnen de uitzendbranche. Het SEU is voor veel uitzendbureaus een verplichte opleiding. De inhoudt van deze opleiding wordt voortdurend aangepast aan de veranderingen in de wetgeving.  Daardoor vormt het behalen van het SEU examen een belangrijk fundament voor het succesvol werken in de uitzendbranche.

Kennis wordt onder andere gedeeld en aangeleerd op de hiervoor genoemde opleidingen. Daarnaast wordt doormiddel van intranet-websites de nodige kennis verspreid door uitzendbureaus zodat intercedenten altijd deze informatie kunnen raadplegen wanneer dat nodig is. 

Je loopbaan starten als uitzendkracht

Uitzendwerk is een vorm van flexibele arbeid die veel voorkomt in Nederland. De regering van Nederland lijkt principieel tegen flexwerk te zijn, omdat het voor de meeste werknemers beter is om een vast contract rechtstreeks bij een reguliere werkgever te hebben. Dit biedt een werknemer meer zekerheid en daardoor ook ook een regelmatig inkomen. Dat is natuurlijk belangrijk maar een vaste baan ligt niet meer voor het oprapen.

Flexwerk is belangrijk

Flexibel werk blijft belangrijk voor de Nederlandse arbeidsmarkt.  Veel werknemers beginnen hun werk bij een nieuwe werkgever op flexibele basis. Werkgevers kiezen er bijvoorbeeld voor om nieuw personeel eerst een aantal maanden via een uitzendbureau in te lenen. Bij bewezen geschiktheid en voldoende werk krijgen deze uitzendkrachten na verloop van tijd een rechtstreeks contract. Voor de uitzendkrachten is de periode dat ze via een uitzendbureau hebben gewerkt een leerzame periode waarbij ze bovendien nog niet meteen ‘vast’ zitten aan een werkgever. De uitzendovereenkomst is wederzijds opzegbaar met een korte opzegtermijn of zelfs helemaal geen opzegtermijn.

Leer de arbeidsmarkt kennen

Voor leerlingen en studenten die net van school afkomen is het werken als uitzendkracht geen verkeerde start van de loopbaan. Door uitzendwerk aan te nemen kan men vaak verschillende projecten bij verschillende bedrijven uitvoeren waardoor men kennis over de arbeidsmarkt krijgt en kennis van verschillende bedrijven en functies opdoet. Zo krijgt men inzicht in welke werkzaamheden beschikbaar zijn en bij wat voor type bedrijven de cv van de werkzoekende aansluiting biedt. Deze kennis helpt iemand verder in zijnof haar loopbaan. Men krijgt in de gaten welke sectoren het goed doen op de arbeidsmarkt en waar je relatief snel aan het werk kunt. Kennis van de arbeidsmarkt is zeer belangrijk voor de rest van je loopbaan.

Leer jezelf kennen

Doordat je verschillende werkzaamheden uitvoert via een uitzendbureau bij verschillende opdrachtgevers leer je ook jezelf kennen. Je leert wat je vaardigheden zijn en waar je goed in bent. Ook leer je welke vaardigheden je minder liggen en waar je nog aan moet werken. Door tijdelijk werk aan te nemen zit je nog niet direct vast aan een werkgever hoewel je wel je best doet om het werk zo goed en snel mogelijk uit te voeren. Je ontwikkelt jezelf dus en leert je aanpassen.

Als je van een opleiding af komt ben je vaak nog niet klaar voor de arbeidsmarkt al beweren ze dat vaak wel op de opleiding.  Vaak leer je pas in je werk de daadwerkelijke vaardigheden aan waarvoor je een theoretische opleiding hebt gevolgd.  De praktijk is vaak anders. Daarnaast verschillen de werkmethoden tussen bedrijven onderling.  Bij grote bedrijven worden taken meer verdeeld terwijl bij kleine bedrijven men breder inzetbaar moet zijn omdat er minder personeel is.

Bij grote bedrijven kan men zich vaak beter specialiseren en bij kleine bedrijven moet men vaak zo allround mogelijk willen werken. Het verschilt per persoon waar je het beste tot je recht komt. Daarom is het verstandig om je loopbaan op flexibele basis te starten. Je krijgt dan veel kennis over je beroepsgroep en je kunt je loopbaan beter sturen. Een uitzendbureau kan je vaak goed op weg helpen.

Uitzendwerk noodzakelijk?

Vanuit de Nederlandse overheid lijkt men er alles aan te doen om het flexwerk in Nederland zoveel mogelijk te beperken.  De Wet Werk en Zekerheid werd in 2015 ingevoerd om werknemers meer “zekerheid” te bieden op de arbeidsmarkt. Werknemers zouden eerder een vast contract moeten krijgen van werkgevers omdat de minister van mening is dat bijna iedereen op de arbeidsmarkt liever een vast contract heeft dan op flexibele basis werk. Dat kan de minister nu wel zeggen, maar is dat eigenlijk wel zo? Daarnaast zijn er nog de bedrijven die in veel gevallen liever kiezen voor flexwerkers, zoals uitzendkrachten, dan voor het verstrekken van nieuwe vast contracten.

Flexibele bedrijfsvoering

Het bekende vaste contract biedt lang niet meer de zekerheid die men er vroeger aan ontleende. De economie verandert voortdurend en bedrijven veranderen mee. Het ene jaar draait een bedrijf een topproductie omdat er veel vraag is naar de producten en het volgende jaar kan dat wel weer heel anders wezen. Bedrijven moeten zich aanpassen aan de veranderende vraag van potentiële klanten. Daarnaast zorgt de internationale concurrentie er voor dat bedrijven voortdurend  nieuwe innovaties toe moeten passen om hun producten te produceren.

Daarnaast moeten de producten zelf ook innovatiever zijn dan de concurrent.  Bovendien veranderen de wetten en regels voortdurend waardoor producten steeds veiliger en duurzamer moeten worden gemaakt. Dit alles zorgt er voor dat bedrijven flexibel in moeten spelen op de markt. De kosten voor de productie moeten voortdurend worden gereduceerd.  Dat vergt wat van de bedrijfsvoering maar ook van de dynamiek van het personeelsbestand.

Flexwerkers als oplossing

Flexibel personeel zoals uitzendkrachten zijn voor bedrijven een ideale oplossing om in te spelen op de veranderende markt. Als bedrijven het druk krijgen nemen ze meer flexwerkers aan en als ze het minder druk krijgen nemen ze afscheid vanuitzendkrachten en aandere flexwerkers.  Dit zorgt er voor dat bedrijven zichzelf kunnen aanpassen aan hun omgeving.  Bovendien kan een bedrijf met uitzendkracht ook voortdurend vernieuwde invloeden binnen het bedrijf brengen. Uitzendkrachten hebben dikwijls bij meerdere bedrijven gewerkt waardoor ze veel kennis hebben van bedrijfsculturen en verschillende werkmethoden.  Met deze kennis kan het inlenende bedrijf haar voordeel doen. Flexwerk is niet slecht voor de economie of arbeidsmarkt het is juist een noodzakelijke oplossing voor bedrijven in een dynamische markt.

Wat is een perspectiefverklaring en hoe kan deze worden gebruikt voor het aanvragen van een hypotheek?

De term perspectiefverklaring wordt tegenwoordig in het nieuws regelmatig genoemd. Een perspectiefverklaring kan worden gebruikt om een hypotheek aan te vragen voor een flexibele arbeidskracht. Flexibele arbeidskrachten merken dat ze moeilijk een hypotheek kunnen aanvragen bij een hypotheekverstrekker omdat ze geen vast contract hebben. De meeste hypotheekverstrekkers hebben behoefte aan duidelijke gegevens over de inkomenszekerheid van de hypotheekaanvrager. Een vast contract wordt door veel hypotheekverstrekkers geaccepteerd maar een tijdelijk contract of een tijdelijk dienstverband op uitzendbasis via een uitzendbureau zorgt bij de meeste hypotheekverstrekkers voor terughoudendheid.

Flexwerkers krijgen moeilijk een hypotheek
Hypotheekverstrekkers zijn bang dat uitzendkrachten en andere flexwerkers door het wegvallen van de uitzendarbeid of na de einddatum van hun tijdelijke contract geen inkomen meer hebben. Daardoor zou deze groep niet meer aan hun betalingsverplichting voor de hypotheek kunnen voldoen. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat de hypotheekverstrekker langer op het geld moet wachten of uiteindelijk de woning te koop moet laten zetten.

Wat is de perspectiefverklaring?
Bovenstaande situatie is niet ideaal omdat veel hardwerkende flexibele arbeidskrachten lange tijd aan het werk zijn via uitzendbureaus. Er zijn flexwerkers die helemaal nooit in de WW zitten omdat ze goede perspectieven hebben op de arbeidsmarkt. Daarom heeft uitzendorganisatie Randstad de  perspectiefverklaring ontwikkelt. In deze verklaring wordt duidelijk aangeven wat de perspectieven zijn van de desbetreffende flexkracht op de arbeidsmarkt. Deze perspectieven zijn gebaseerd op wat men redelijkerwijs kan verwachten als men naar de volgende eigenschappen kijkt van de flexkracht:

  • Werkervaring
  • Opleidingsniveau
  • Functie
  • Arbeidsmarktsituatie in de regio
  • Mobiliteit (eigen vervoer)
  • Competenties

Doormiddel van een omschrijving van bovenstaande eigenschappen van de flexkracht tracht het uitzendbureau aan de hypotheekverstrekker duidelijk te maken hoe groot de kans is dat de flexkracht de in de toekomst bestendige inkomsten uit arbeid kan verwerven. Hierbij wordt het actuele inkomensniveau van de flexkracht als het minimale uitgangspunt genomen.

Wat kan een flexwerker met de perspectiefverklaring?
De perspectiefverklaring moet een steeds belangrijker document worden bij het aanvragen van een hypotheek. Banken zijn hierin geïnteresseerd maar  het is nog wel even afwachten of het document net zo waardevol wordt geacht als een werkgeversverklaring waarmee wordt aangeduid dat de werknemer een vast contract heeft. Verschillende hypotheekverstrekkers moeten wennen aan het idee dat de perspectieven die iemand op de arbeidsmarkt heeft in veel gevallen belangrijker zijn dan een vast contract bij een werkgever. Veel ervaren werknemers hebben ontslag gekregen tijdens de economische crisis omdat het bedrijf waarvoor ze werkten failliet ging. Werknemers die jaren lang een vast contract hebben gehad maar nauwelijks een ontwikkeling hebben doorgemaakt in hun werk hebben niet altijd een goed perspectief op werk.

Een vast contract is dus niet een garantie dat men altijd aan het werk zal blijven en aan de verplichtingen van een hypotheek kan voldoen. Veel uitzendkrachten hebben tijdens hun loopbaan bij verschillende bedrijven gewerkt. Ze zijn gewend aan diverse opdrachtgevers en kunnen een breed scala aan werkzaamheden uitvoeren. Deze flexwerkers zijn flexibel en passen zich makkelijk aan. Daarom krijgen ze meestal ook sneller een nieuwe baan. Geen wonder dat na de economische crisis vooral uitzendkrachten als eerste profiteren van een stijgende productie.

Wat wordt bedoelt met ‘inlener’ in de uitzendbranche?

Het woord ‘inlener’ wordt in de uitzendbranche regelmatig gebruikt. Het woord wordt onder andere gebruikt in termen zoals inlenersbeloning en inlenersaansprakelijkheid. Voordat men de betekenis van deze termen gaat opzoeken is het belangrijk dat men weet wat met de ‘inlener’ of ‘inlenende partij’ wordt bedoelt. De inlener en het uitzendbureau zijn twee partijen die met elkaar tot overeenkomst zijn gekomen over het bemiddelen en te werk stellen van uitzendkrachten of gedetacheerden.

Opdrachtgevers van uitzendbureaus en detacheringsbureaus
Uitzendbureaus en detacheringsbureaus bemiddelen flexibel personeel. Dit personeel blijft gedurende de uitzendperiode of de detachering in dienst bij het uitzendbureau en detacheringsbureau. Het personeel dat deze bureaus bemiddelen is echter zelden binnen het desbetreffende bureau werkzaam. In plaats daarvan wordt het personeel uitgeleend aan andere bedrijven. Deze bedrijven worden door de uitzendbureaus en detacheringsbureaus benadert met de vraag of ze vacatures hebben voor de uitzendkrachten en het detacheringspersoneel.

Bedrijven kunnen aan uitzendbureaus en detacheringsbureaus een opdracht geven om op zoek te gaan naar tijdelijke krachten voor bepaalde vacatures. Deze tijdelijke krachten worden ook wel flexwerkers genoemd en zijn zeer geschikt om een tijdelijke piek in de productie van opdrachtgevers op te vangen. Het is echter ook mogelijk dat opdrachtgevers voor langere tijd een uitzendkracht of een detacheringskracht zoeken. In dat geval heeft een opdrachtgever vaak de keuze of hij of zij de uitzendkracht voor langere tijd inleent of een werving en selectiebedrag gaat betalen aan het uitzendbureau waarmee de desbetreffende arbeidskracht meteen bij het bedrijf in dienst kan treden. Opdrachtgevers kunnen er ook voor kiezen om zogenoemde headhuntersbureaus in te zetten. Deze bureaus werken over het algemeen op basis van werving en selectie afkoopsommen.

Als een opdrachtgever er voor kiest om uitzendkrachten of detacheringskrachten in te lenen verandert hij van opdrachtgever in inlener. Het bedrijf leent op het moment dat hij of zij de overeenkomst sluit met het uitzendbureaus of detacheringsbureau namelijk de desbetreffende flexwerker in.

Verhouding tussen inlener en uitzendbureau
De verhouding tussen de inlener en het uitzendbureau is bijzonder. Formeel is het uitzendbureau de werkgever maar in de praktijk wordt de flexkracht door de inlener aangestuurd in de uitvoer van de dagelijkse werkzaamheden. De inlener is daarom verantwoordelijk voor de begeleiding en aansturing van de werknemer. Ook een eventueel inwerktraject dient door de inlener te worden uitgevoerd in samenwerking met de desbetreffende flexkracht.

De inlener draagt echter nauwelijks risico’s. Omdat de flexkracht in dienst is bij het uitzendbureau draagt het uitzendbureau het risico met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. Uiteraard dient het uitzendbureau hiervoor afdoende verzekerd te zijn. Verder is het uitzendbureau eveneens verantwoordelijk voor de juiste afdrachten en het betalen van het loon.

Inlenersaansprakelijkheid
Het woord inlenersaansprakelijkheid houdt verband met het toezicht en de controle van de inlener met betrekking tot de werkzaamheden en arbeidsomstandigheden van de werknemer. De inlener is verantwoordelijk voor een veilige werkplek en dient er voor te zorgen dat de werknemer goed wordt geïnstrueerd indien deze in een omgeving gaat werken met specifieke risico’s. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan werken met machines of werken met gevaarlijke stoffen. Bedrijven dienen op de hoogte te zijn van de risico’s die op de werkplek aanwezig zijn. Deze dienen ze volgens de wet schriftelijk vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Hieruit volgt een plan van aanpak om de risico’s te reduceren of indien mogelijk geheel te verwijderen van de werkplek.

Dat laatste is niet altijd mogelijk. Daarom dienen werknemers op de hoogte te zijn welke risico’s nog aanwezig zijn op de werkplek. Een werkgever (die tevens de inlener is) dient zowel haar eigen personeel als de flexkrachten duidelijk te instrueren over de risico’s en de manier waarop met die risico’s om gegaan dient te worden. Waarschuwingsmarkeringen en het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hier een aantal voorbeelden van. Voor het werken met hoogwerkers en heftruck dienen werkgevers (dus ook inleners)  aan te kunnen tonen dat de werknemers voldoende zijn geïnstrueerd. Veel werkgevers kiezen er voor om de werknemers en flexkrachten hiervoor een heftruckcertificaat of een certificaat ‘veilig werken met een hoogwerker’ te laten behalen. Er zijn echter nog veel meer veiligheidscertificaten die door werkgevers/ inleners kunnen worden verstrekt aan werknemers zoals:

  • ‘veilig hijsen’ voor het veilig verplaatsen van lasten.
  • NEN 3140 voor het veilig werken in een omgeving met elektriciteit.
  • VCA voor de veiligheid van de werknemers op bouwplaatsen en andere technische werkplekken.

Technische uitzendbureaus ondersteunen de inleners, waar ze hun uitzendkrachten aan het werk hebben, vaak met het verstrekken van cursussen en opleidingen die de veiligheid op de werkplek vergroten. De uitzendbureaus zijn echter zelf niet verantwoordelijk. Indien een uitzendbureau VCU gecertificeerd is kan van dat bureau wel worden verwacht dat ze een goede controle houdt op het naleven van de veiligheid op de werkplek.

Inlenersbeloning en equal pay
Vanaf 30 maart 2015 is de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van toepassing voor uitzendkrachten die bij een inlener te werk worden gesteld. Voor vakkrachten gold deze regeling al sinds medio 2014. Een vakkracht is iemand die in een cao van de inlener als vakkracht wordt aangemerkt vanwege een bepaald opleidingsniveau of ervaringsniveau. Op 30 maart 2015 dient echter de inlenersbeloning voor elke uitzendkracht te worden ingevoerd. Deze inlenersbeloning wordt ook wel equal pay genoemd. Uitzendbureaus dienen voordat ze de uitzendkracht/ flexwerker uitlenen aan de inlener goed na te gaan onder welke cao de inlener valt.

Daarbij dienen ze de uitzendkracht op een gelijkwaardige manier te belonen als het overige personeel dat rechtstreeks bij de inlener werkzaam is. Hierdoor wordt scheefgroei voorkomen. Equal pay schept zowel verplichtingen aan het uitzendbureau als aan de inlener. Van de inlener wordt namelijk verwacht dat deze zich ook houdt aan de equal pay richtlijnen. Als de inlener misbruik vermoed dient deze dat bij de juiste instanties aan te geven. Bij zeer lage tarieven voor uitzendkrachten en andere flexwerkers dient de inlener dus actie te ondernemen en na te gaan of de inlenersbeloning wel correct is ingevoerd. Een gemakkelijke houding van de inlener wordt in 2015 niet meer getolereerd door de overheid. Uitzendbureaus die zich niet aan de equal pay houden kunnen fixe boetes verwachten en inleners ook. Door equal pay wordt de arbeidsmarkt transparanter en eerlijker aldus de overheid. De inlenersbeloning/ equal pay is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen uitzendbureau en inlener.

Welk technisch uitzendbureau moet ik kiezen?

In Nederland zijn veel uitzendbureaus die flexwerkers bemiddelen. Het aantal verschillende ‘merken’ is enorm. Daarnaast kan ook de omvang van de uitzendbureaus verschillen. Een belangrijk onderscheid tussen de uitzendbureaus is de markten waar ze zich op richten. Zo zijn er algemene uitzendbureaus die flexwerkers bemiddelen in verschillende markten en beroepen. Daarnaast zijn er uitzendbureaus die zich richten op een specifiek onderdeel van de markt. Dit onderdeel van de markt wordt ook wel marktsegment genoemd. Er zijn verschillende marktsegmenten zoals, de zorg, financiële dienstverlenging , overheid en de techniek. Hieronder is beschreven welke afweging een werkzoekende kan maken bij het kiezen van een technisch uitzendbureau.

Vacatureaanbod voor technisch personeel
Wanneer je als werkzoekende techneut op de arbeidsmarkt zoekt naar vacatures dan zal je veel vacatures aantreffen bij specialistische en algemene technische uitzendbureaus. Hoewel het vacatureaanbod soms overweldigend kan lijken zijn er veel uitzendbureaus die voor dezelfde opdrachtgevers mensen zoeken. Wanneer een werkzoekende zich bij verschillende uitzendbureaus laat inschrijven voor dezelfde technische vacature loopt hij of zij de kans dat het cv meerdere keren bij dezelfde opdrachtgever beland. Hierdoor kan verwarring ontstaan en bestaat er daarnaast de kans dat uitzendbureaus onderling een concurrentiestrijd gaan voeren waar de werkzoekende de dupe van kan worden. Daarom is het verstandig om bij het aanbod van vacatures goed te kijken naar het type bedrijf waarvoor mensen worden gezocht. Vraag aan het uitzendbureau bij welk bedrijf de vacature open staat. Sommige uitzendbureaus willen de naam niet prijsgeven omdat ze bang zijn dat sollicitanten dan rechtstreeks contact opnemen met het bedrijf. Daarover kunnen echter afspraken worden gemaakt.

Hou een lijst bij van toonaangevende technische uitzendbureaus
Als werkzoekende kun je beter niet bij alle technische uitzendbureaus een inschrijving doen. Dit werkt de eerder genoemde concurrentie tussen uitzendbureaus alleen maar in de hand. Houdt daarom een lijst bij van de uitzendbureaus die bekend staan in de markt en die naar alle waarschijnlijkheid het meeste voor je kunnen betekenen. Op deze lijst kun je naast de naam en de website van het technische uitzendbureau ook de namen neerzetten van de contactpersonen waarmee je hebt gesproken. Dit zijn natuurlijk belangrijke gegevens. Er zal echter eerst een keuze moeten gemaakt welke uitzendbureaus op de lijst moeten worden geplaatst. Hierover gaat de volgende alinea.

Welk technisch uitzendbureau past bij mij?
Over het algemeen zijn de grotere technische uitzendbureaus goed in staat om werk te vinden voor technisch personeel. Een groot technisch uitzendbureau heeft vaak een omvangrijk netwerk. Daardoor heeft het uitzendbureau vrijwel altijd dezelfde vacatures als kleinere technische uitzendbureaus. Dit hoeft echter niet. Sommige kleinere technische uitzendbureaus hebben nauwe samenwerkingsverbanden met bedrijven omdat ze goedkoper zijn of omdat ze sneller kunnen leveren. Technische uitzendbureaus verschillen van elkaar in mentaliteit. Sommige technische uitzendbureaus zijn erg zakelijk en richten zich met name op hun opdrachtgevers terwijl andere technische uitzendbureaus juist meer aandacht hebben voor het personeel dat ze bemiddelen. Wanneer je als werkzoekende bij een uitzendbureau binnenstapt heb je al snel een indruk van de sfeer van het uitzendbureau. Deze sfeer komt onder andere tot uitdrukking in de manier waarop de bureaus van de intercedenten en consultants zijn geplaatst. Is er een balie op de vestiging van het uitzendbureau aanwezig of niet. Een balie op een uitzendbureau zorgt er letterlijk voor dat er een barrière is geplaatst tussen de werkzoekende en de intercedenten. Er zijn ook uitzendbureaus die juist geen gebruik maken van een balie. Hierbij kun je gewoon aan het bureau van de intercedent zitten. Naast de sfeer en de omvang van het uitzendbureau speelt ook de technische kennis van de intercedenten een grote rol bij de keuze voor een bepaald technisch uitzendbureau.

Kennis van de technische vakgebieden
Intercedenten kunnen nog zo vriendelijk en behulpzaam zijn, het draait uiteindelijk om het vinden van een baan. Een groot netwerk van het uitzendbureau is hierbij van groot belang. Een netwerk kan aanknopingspunten bieden in de bemiddeling. Toch moet de juiste ‘match’ worden gemaakt door de intercedent. Met het woord ‘match’ wordt de overeenstemming bedoelt tussen de wensen van het bedrijf en de wensen van de sollicitant. Dit matchen doet de intercedent. Hiervoor moet de intercedent kennis hebben van de bedrijven waarvoor de intercedent mensen zoekt. Daarnaast moet de intercedent goed in staat zijn om op basis van het cv en het intakegesprek met de sollicitant de juiste inschatting te maken over de technische vaardigheden van het personeel dat wordt bemiddelt.

Wanneer het bemiddelingsproces bij een technisch uitzendbureau plaatsvind is het van cruciaal belang dat de intercedent technische kennis heeft. Een intercedent moet goed weten welke vaardigheden nodig zijn om een bepaalde functie te vervullen. De techniek is echter zeer breed. Daarom zitten op de vestiging van de meeste technische uitzendbureaus mensen met een specifieke technische kennis. Hierbij kan gedacht worden aan intercedenten met kennis van de elektrotechniek, installatietechniek, bouw en de werktuigbouwkunde.

Door deze kennis van een specifiek technisch brancheonderdeel kunnen intercedenten goed inschatten hoeveel ervaring iemand heeft in de techniek. Verschillende onderwerpen en opleidingen op het cv kunnen doormiddel van vragen verder worden uitgediept. Ook de werkervaring kan door de technische kennis beter in kaart worden gebracht. Hierdoor kan een intercedent een goed beeld krijgen van de sollicitant. Deze kennis kan hij of zij gebruiken om gericht werk te zoeken voor de sollicitant bij een bedrijf dat bij de werkervaring en het opleidingsniveau van de sollicitant past.

Hoe kom ik in contact met het juiste uitzendbureau?
Bovenstaande alinea schetst de ideale situatie. Niet bij elk uitzendbureau wordt even effectief gewerkt en is de aandacht voor de techniek even groot. Op basis van je cv kun je inschatten welke technische kwaliteiten je zelf hebt. Vraag via collega’s of kennissen welk uitzendbureau daar het beste bij past. Veel uitzendbureaus worden doormiddel van mond tot mond reclame aan werkzoekenden bekend gemaakt. Wanneer je een kennis hebt die voor een bepaald uitzendbureau werkt is dat helemaal een groot voordeel. Van de ervaringen van de kennis kun je een hoop leren over de professionaliteit en de klantvriendelijkheid van het uitzendbureau. Verder kun je op internet kijken naar de huisstijl van de websites van de uitzendbureau’s. Als een uitzendbureau een duidelijke technische uitstraling heeft kun je altijd meer informatie inwinnen door telefonisch contact met het uitzendbureau op te nemen. Daarnaast is het verstandig om een uitzendbureau te bezoeken. Zorg er dan voor dat je goed bent voorbereid. Neem je ID-kaart of paspoort mee en zorg dat je een goed cv kunt laten zien die actueel is. Veel uitzendbureaus maken kopieën van diploma’s. Daarom is het belangrijk om je originele diploma’s mee te nemen. Hierbij kan ook gedacht worden aan veiligheidscertificaten zoals VCA, veilig rijden met een vorkheftruck, hijsbewijs enz. Zorg er voor dat je weet met wie je een gesprek voert. Noteer de naam desnoods op een papiertje wanneer je geen visitekaartje krijgt.

Wanneer je na een week of twee nog niets van het uitzendbureau hebt vernomen met betrekking tot werk is het verstandig om weer even telefonisch contact op te nemen met het uitzendbureau. Daarnaast is het ook verstandig om af en toe lang te gaan bij het uitzendbureau zodat ze je niet vergeten. Mocht je zelf ook op de hoogte zijn  van bedrijven waar het weer drukker wordt en waar eventueel kansen ontstaan dan is dat nuttige informatie voor een technisch uitzendbureau. Deel deze informatie. Uiteindelijk draait de uitzendbranche om samenwerken. Uitzendbureaus zoeken in overleg met kandidaten naar geschikt werk. Daarnaast hebben uitzendbureaus contact met bedrijven waardoor het netwerk nog verder wordt verstevigd.

Technische uitzendbureaus zijn belangrijk voor de toekomst
Technische uitzendbureaus zijn zeer belangrijk voor Nederland. Veel technische bedrijven hebben te maken met pieken en dalen in de productie. Daarom is het vaak onmogelijk om medewerkers contracten te bieden voor bepaalde of onbepaalde tijd. Bedrijven doen daarom vaak een beroep op uitzendbureaus om de tijdelijke gaten in de personeelsbezetting op te vullen met tijdelijke krachten. Deze tijdelijke krachten kunnen uitzendkrachten zijn of gedetacheerden. Wanneer iemand eenmaal bij een bedrijf aan het werk is als uitzendkracht vormt het werk een belangrijke bron van nieuwe kennis en ervaring. Met name voor jong technisch personeel is het interessant om uitzendwerk te doen bij verschillende technische bedrijven. Hierdoor kan een jonge uitzendkracht in korte tijd veel werkervaring op doen en kan hij of zij ook een beeld krijgen van de verschillende bedrijven die werkzaam zijn in de technische sector waar de uitzendkracht voor is opgeleid. Dit kan ook voor de verdere loopbaan en loopbaanoriëntatie van de uitzendkracht van groot belang zijn.

Technische uitzendbureaus voor oudere werkzoekenden
Oudere ervaren technici hebben vaak moeite om werk te vinden voor langere tijd. Ze hebben vaak door hun loopbaan bij één of meerdere bedrijven een behoorlijk salaris opgebouwd. Bedrijven aarzelen tegenwoordig met het in dienst nemen van oudere technische krachten. Via een uitzendbureau kunnen oudere vakkrachten echter vaak wel snel aan het werk worden geholpen. Uitzendbureaus kunnen ervaren krachten prima inzetten bij bedrijven die een piekproductie hebben die effectief moet worden opgelost. Vaak is inwerken in piekproductie niet mogelijk. Bedrijven willen daarom meteen een ervaren kracht. Ze willen zelf niemand op contract nemen omdat piekmomenten vaak kort duren. Daarom vormen oudere ervaren uitzendkrachten de ideale oplossing. Wel is het belangrijk dat oudere ervaren uitzendkrachten flexibel zijn ingesteld. Er moet een bereidheid zijn om ook voor korte klussen te worden ingezet. Wanneer een oudere ervaren kracht alleen maar in aanmerking wil komen voor een jaarcontract of een vast contract is de kans op werk bij een technisch uitzendbureau niet heel erg veel groter als elders op de arbeidsmarkt. Uitzendbureaus die zich gespecialiseerd hebben kunnen goed rekening houden met de wensen van het personeel. Daarom vormen technische uitzendbureaus ook voor oudere werkzoekende technici de toekomst.