Wat is een stroominfarct?

Een stroominfarct is een verschil in vraag en aanbod aan elektriciteit in het elektriciteitsnet waarbij de vraag het aanbod zo sterk overstijgt dat het elektriciteitsnet geheel of gedeeltelijk wordt uitgeschakeld. De term stoominfarct wordt onder andere door de Technische Universiteit van Delft gebruikt om de ernst en gevolgen van een groot tekort aan elektrische stroom te illustreren.

Vraag en aanbod elektriciteit
Een stroominfarct is een realistisch probleem wanneer het aanbod aan elektrische stroom onzekerder wordt en de vraag naar elektrische stroom toeneemt. Dat is een ontwikkeling die op dit moment gaande is. Vanwege de energietransitie zijn veel installaties en voertuigen meer elektriciteit gaan verbruiken in plaats van fossiele brandstoffen zoals aardgas, steenkool maar ook benzine en diesel.

Elektrische energie

Elektrische stroom kan men op verschillende manieren verkrijgen. De steenkolencentrales en aardgascentrales worden beschouwd als niet duurzaam omdat deze draaien op fossiele brandstoffen. Wel is de elektrische stroom die in deze centrales wordt opgewekt constant en controleerbaar. Men kan immers berekenen hoeveel steenkool men nodig heeft om in een bepaalde elektrische energiebehoefte te voorzien.

Weersafhankelijk

Lastiger wordt het wanneer men de elektrische energiebehoefte laat afhangen van weersomstandigheden. Dit is het geval bij energie-installaties die draaien op windkracht zoals windturbines of op zonlicht zoals zonnepanelen. Deze installaties zijn afhankelijk van weersomstandigheden die kunnen veranderen. Als er weinig wind staat en de zon onvoldoende kracht heeft kan er een tekort aan elektrische stroom ontstaan. Er wordt dan minder elektriciteit uit duurzame bronnen opgewekt waardoor er een stroominfarct kan ontstaan. De Technische Universiteit van Delft (TU Delft) zoekt naar oplossingen voor deze situatie.

Wat is een warmtepompboiler?

Een warmtepompboiler is een boiler die doormiddel van een warmtepomp op temperatuur wordt gebracht en gehouden. Warmtepompboilers zijn een duurzamer milieuvriendelijker alternatief voor de boilers die op aardgasgestookte cv-ketels zijn aangesloten. Een boiler wordt gebruikt voor zogenaamd sanitair water. Dit is in feite het water dat uit de kraan of douche komt. Een boiler maakt een bepaalde hoeveelheid water warm en houdt dit water warm totdat het water wordt afgetapt omdat men bijvoorbeeld warm water voor de douche of het bad gebruikt. Als er water uit de boiler is afgetapt zal er nieuw water in de boiler worden gepompt zodat dit water ook weer op temperatuur kan worden gebracht en gehouden.

Er zijn verschillende boilers. Een bekende duurzame milieuvriendelijke boiler is bijvoorbeeld de zonneboiler. Het water van een zonneboiler wordt doormiddel van zonnepanelen op temperatuur gebracht. Daarom hoeft er geen of nauwelijks aardgas te worden verstookt. Een zonneboiler is dus een duurzame installatie voor warm water. Een minder bekend duurzaam alternatief is de warmtepompboiler. Deze boiler bevat een lucht-water warmtepomp. Deze warmtepomp wordt gebruikt om warmte uit de omgevingslucht te onttrekken. Om die reden staan warmtepompboilers vaak in wat warmere ruimtes. Dan kan er eenvoudiger warmte uit de lucht worden onttrokken.

Een warmtepompboiler kan de temperatuur van het water maar tot een bepaald niveau verwarmen. Een elektrische weerstand zorgt er voor dat de temperatuur van het water verder verhoogd kan worden. omdat de warmtepompboiler ook elektrische stroom verbruikt is het apparaat pas echt volledig duurzaam als deze elektrische stroom ook nog door zonnepanelen wordt opgewekt. Het is echter mogelijk om een warmtepompboiler aan te sluiten op zonnepanelen. Daardoor is deze warmwaterinstallatie volledig duurzaam.

Wat zijn TONZON Thermoskussens?

TONZON is een merknaam voor een speciale variant van vloerisolatiefolie die bestaat uit verschillende lagen met daar tussen een soort luchtzakken waardoor gebruik wordt gemaakt van de isolatiewaarde van lucht. Het isoleren van vloeren is een effectieve methode om minder warmte te verliezen via de vloer. De warmte die in een woning aanwezig is kan namelijk op verschillende manieren verdwijnen, via de muren, de ramen, het dak of de vloer. Als men de warmte in de woning zo lang mogelijk binnen wil houden zal men de woning moeten isoleren. Thermoskussens van TONZON zijn hiervoor geschikt.

TONZON loerisolatie
Deze vloerisolatie is gemaakt van een sterke maar dunne aluminium folie en is zilverachtig van kleur. De fabrikant geeft tien jaar garantie op de TONZON vloerisolatie. Deze vorm van vloerisolatie kan door een monteur worden aangebracht maar een ervaren doe-het-zelver kan het ook zelfstandig doen. Omdat er sprake is van een hele dunne folie kan een monteur in de praktijk de folie gemakkelijk door het kruipluik de kruipruimte inbrengen. In de kruipruimte wordt de TONZON isolatiefolie uitgerold en tegen de bovenkant van de kruipruimte aangebracht. Dat is dus feitelijk de onderkant van de vloer van de woning. TONZON vloerisolatie is voor verschillende soorten vloeren geschikt. Toch is het verstandig om van te voren advies in te winnen.

TONZON is een duurzaam materiaal en is DUBOKEUR gecertificeerd. Dit keurmerk maakt inzichelijk dat Tonzon een duurzaam materiaal is. Het materiaal is volgens de fabrikant TONZON honderd procent recyclebaar. Dat is een groot voordeel ten opzichte van PUR en andere materialen.

Hybride warmtepompen: een warmtepomp en een cv-installatie gecombineerd

Hybride warmtepompen zijn een vorm van hybride verwarmingstechniek. Meestal denkt men bij hybride aan een gecombineerd systeem waarbij een duurzame technologie en een minder duurzame technologie worden samengevoegd. Dat is ook het geval met hybride warmtepompen. Een hybride warmtepomp wordt namelijk verbonden aan een centrale verwarmingsinstallatie met een cv-ketel. Dat betekent dat een hybride warmtepomp kan worden toegepast in woningen die op aardgas zijn aangesloten en met aardgas worden verwarmd. Het probleem met aardgas is echter dat aardgas een fossiele brandstof is die op kan raken en bovendien komt bij het verbranden van aardgas ook CO2 en andere uitstoot vrij.

Een warmtepomp heeft deze nadelen niet omdat een warmtepomp warmte uit de lucht haalt en eventueel ook uit de aardbodem. Uit de lucht en aardbodem kan echter niet heel veel warmte worden gewonnen. Daarvoor is de temperatuur in de lucht en de aardbodem te laag. Een warmtepomp wordt daarom gebruikt als lagetemperatuurverwarming. Een aardgasgestookte cv-installatie kan echter wel hoge temperaturen produceren. Een conventionele cv-ketel kan het cv-leidingwater wel opstoken tot 80 graden Celsius terwijl een warmtepomp gemiddeld een aanvoerwarmte van 30 tot 35 graden Celsius kan produceren, al zijn er warmtepompen die ook tien graden hoger kunnen produceren.

Een hybrideverwarming in de vorm van een hybride warmtepomp en een hybride ketel combineert te voordelen van de warmtepomp met de voordelen van een aardgasgestookte cv-installatie. In eerste instantie wordt de warmtepomp aangesproken om de basiswarmte te leveren. Bij een piekvraag wanneer het bijvoorbeeld erg koud is en de installatie hoger wordt gezet zal de cv-ketel aardgas gaan verstoken. Dat is ook het geval als men warm water aftapt. Omdat in de meeste gevallen niet hele hoge temperaturen zijn vereist is de warmtepomp als eerste verwarmingsinstallatie voldoende.

Doordat de warmtepomp als eerste wordt aangeslagen zal de CO2 emissie aanzienlijk verlaagd worden. Voor een optimaal rendement is het echter wel van belang dat de woning of het pand goed geïsoleerd is anders gaat er alsnog veel warmte verloren. Met name bij de lagetemperatuursverwarming is een goede isolatie van belang omdat anders alsnog extra moet worden bijgestookt de woning op de gewenste temperatuur te brengen.

Wat is een lucht/ water warmtepomp?

Een lucht/water warmtepomp is een verwarmingssysteem waarbij een elektrisch aangedreven warmtepomp water verwarmt en rondpompt door een leidingen, vloerverwarming en radiatoren. In de radiatoren zit dus water dat is opgewarmd door de warmtepomp. Deze warmtepompen worden gerekend tot de duurzame verwarmingssystemen omdat er geen aardgas wordt verstookt maar in plaats daarvan warmte uit de lucht wordt onttrokken. Daarbij komt 75 procent van de warmte / energie uit de buitenlucht en wordt 25 procent uit het elektriciteitsnet onttrokken. Dat is dus een verhouding waarbij voor elke 4 kW warmte die een lucht/water warmtepomp produceert er 1 kW elektriciteit nodig is.

Luchtwarmtepompen worden in de praktijk gebruikt als centrale verwarmingssystemen en aangesloten op radiatoren en vloerverwarming. Het probleem is echter dat luchtwarmtepompen niet een grote hitte kunnen produceren zoals een aardgasgestookte cv-ketel dat wel kan. Een luchtwarmtepomp levert bijvoorbeeld een warmte van ongeveer 30 tot 35 graden Celsius terwijl een cv-installatie die op aardgas draait een aanvoerwarmte heeft tot wel 80 graden Celsius. Dat betekent dat de componenten van een installatie die draait op een luchtwarmtepomp ook moeten worden aangepast. Men heeft het ook wel over lagetemperatuurverwarming. Daarvoor zijn dus ook lagetemperatuurconvectoren en lagetemperatuurradiatoren nodig. Voordat daadwerkelijk een luchtwarmtepomp worden geinstalleerd dient een goede berekening te worden gemaakt over de energiezuinigheid en isolatie van de woning. Een goed geïsoleerde woning kan met een luchtwarmtepomp worden verwarmd.

Lagetemperatuurconvectoren in plaats van conventionele cv-radiatoren

Lagetemperatuurverwarming is in opkomst in Nederland. Door het gebruik van warmtepompen ontstaan nieuwe toepassingen in de verwarmingstechniek. Veel woningen in Nederland zijn nog aardgasgestookt. Dat betekent dat deze woningen op het aardgasleidingnetwerk zijn aangesloten en dat de woningen aardgas verstoken in de centraleverwarmingsinstallaties oftewel de cv-installaties. Vanaf de cv-ketel gaat het opgewarmde water naar de radiatoren die de warmte afgeven aan de ruimtes waarin deze geplaatst zijn. Op zich een prima systeem alleen het is niet milieuvriendelijk want er wordt nogal wat aardgas verstookt tijdens koude periodes in Nederland.

Een andere oplossing die kan worden ingezet voor de verwarming van woningen is een warmtepomp. Dit kan een aardwarmtepomp zijn gebaseerd op geothermie of een luchtwarmtepomp. Deze beide systemen kunnen warmte winnen en zetten deze warmte doormiddel van een elektrisch aangedreven pomp door naar maximaal ongeveer 55 graden Celsius. Dat is meteen het belangrijkste nadeel van warmtepompen, ze kunnen namelijk niet hele hoge temperaturen bereiken. Bij een aardgasgestookte cv-installatie is dat wel mogelijk. De radiatoren van de conventionele cv-installaties zijn gebouwd om cv-leidingwater met een temperatuur tot ongeveer 80 graden Celsius te verwerken. Daardoor kunnen de conventionele radiatoren in korte tijd enorm veel warmte afgeven.

De conventionele radiatoren zijn echter niet geschikt om aangesloten te worden op een warmtepomp. Daarvoor geven de radiatoren te weinig warmte af. Om die reden moeten lagetemperatuurradiatoren of lagetemperatuurconvectoren gekoppeld aan het leidingsysteem dat naar de warmtepomp gaat. Deze radiatoren zijn speciaal ontwikkeld om leidingwater met een temperatuur van ongeveer 30 tot 35°Celsidus te ontvangen en verwerken. Er zijn echter ook warmtepompen en lagetemperatuurradiatoren die werken met een aanvoertemperatuur van 40 tot ongeveer 45 graden Celsius. Er wordt nog veel ontwikkelt op dit gebied. De conventionele radiator zal echter op den duur uit de woningen moeten. Daarvoor in de plaats kan vloerverwarming worden aangebracht maar op de bovenverdieping van woningen kiest men meestal voor radiatoren. Daarom zullen in de toekomst steeds vaker gecombineerde systemen worden geplaatst met vloerverwarming en lagetemperatuurradiatoren.

Wat is lagetemperatuurverwarming of LTV?

Lagetemperatuurverwarming is een verwarmingstechnologie waarbij de aanvoertemperatuur niet hoger is dan 55 graden Celsius. Daarmee verschilt lagetemperatuurverwarming van bijvoorbeeld een aardgasgestookte centrale verwarming. Cv-installaties die op aardgas draaien hebben een aanvoertemperatuur van 80 graden Celsius of zelfs hogere temperaturen. Het verkrijgen van een dergelijk hoge temperatuur vereist meer energie en dus meer verbranding dan het verkrijgen van een temperatuur van 55 graden Celsius. Daarom is lagetemperatuurverwarming energiezuiniger.

Vloerverwarming of radiatoren
Lagetemperatuurverwarming wordt meestal gekoppeld aan vloerverwarming omdat vloerverwarming in vrij lage temperatuur heeft. Toch is lagetemperatuurverwarming oftewel LTV ook gebruikt worden in combinatie met radiatoren. Dan is er sprake van wandverwarming eventueel in combinatie met vloerverwarming. Voor lagetemperatuurverwarming kan men een aardgasgestookte cv-installatie gebruiken maar een warmtepomp of een hybrideketel is een veel betere en vooral veel duurzamere oplossing. LTV zorgt voor een gelijkmatige verwarming van de woning.

Gelijkmatige verwarming
Dat betekent dat er minder pieken en dalen zijn in de verwarming. Om die reden moet de nachtverlaging worden geminimaliseerd. In plaats van het veel lager zetten van de LTV-installatie in de nacht laat men deze installatie voortdurend op een bepaald niveau aanstaan. Doordat er geen pieken en dalen in de warmtevraag zitten wordt er veel minder energie verbruikt. Daarnaast werkt de verwarmingstechniek veel effectiever omdat de temperatuur constanter is. Een nadeel van LTV is dat het over het algemeen langer duurt voordat de woning een hogere binnentemperatuur krijgt. Men kan niet eenvoudig de ‘kachel’ omhoog draaien om vervolgens binnen korte tijd de vertrekken aanzienlijk te verwarmen. Veel mensen met een aardgasgestookte cv-installatie zijn dat wel gewend. De cv-installatie gaat dan vervolgens ‘loeien’ en wordt veel aardgas verstookt en CO2 uitgestoten. Bij een LTV werkt dit principe niet maar wordt ook veel minder CO2 uitgestoten.

LTV en verwarmingssystemen
LTV kan men combineren met vrijwel alle verwarmingsinstallaties. Zo kan men LTV combineren met HR-ketels maar ook met een warmtepomp. De combinatie met de warmtepomp is in de praktijk het meest natuurvriendelijk. Er zijn verschillende warmtepompen. Zo zijn er warmtepompen die warmte onttrekken uit de aardbodem (aardwarmte) en uit de buitenlucht of ventilatielucht. Uit de aardbodem en de lucht kan wel warmte worden gewonnen maar deze warmte is niet voldoende om een woning echt te verwarmen. Daarom wordt de temperatuur verhoogd door de elektrische warmtepomp.

Elektrische warmtepomp

De elektrische warmtepomp zorgt er voor dat de temperatuur van het cv-leidingwater wordt verhoogd. Er is een duidelijk verband tussen het energieverbruik van de warmtepomp en de temperatuur van de aardbodem en lucht. Als deze aardbodem en lucht een hoge temperatuur hebben hoeft de warmtepomp minder elektriciteit te verbruiken om de gewenste warmte te krijgen. Andersom werkt natuurlijk ook, als men bijvoorbeeld de verwarming laag zet hoeft er ook minder warm water te worden geproduceerd door de warmtepomp. Dat is energiezuiniger. Bij een LTV is de warmtevraag, zoals eerder genoemd, lager waardoor er minder elektrische energie hoeft te worden verbruikt.

Wat is verthuizen?

Verthuizen is een term die wordt gebruikt voor het compleet herinrichten en verbouwen van een interieur van een woning zonder dat men daadwerkelijk verhuist. Verthuizen is in feite een soort thuis verhuizen. Het is een nieuwe modeterm die onder andere door Brancheorganisatie INretail werd gesignaleerd. Deze organisatie herkend de trend verthuizen en koppelt deze ontwikkeling aan een omzetgroei van de woonbranche in 2019.

Woningmarkt en verthuizen
In 2019 worden minder woningen in Nederland verkocht. De prijzen zijn te hoog maar ook het aanbod is beperkt. Kortom de woningmarkt zit op slot maar ook de mensen die graag een andere woning zouden willen bewonen komen klem te zitten. Gelukkig is er voor vindingrijke mensen altijd een oplossing. Door anders naar je woning te kijken of een interieuradviseur in te schakelen kan de huidige woning compleet anders en moderner worden ingericht. Door dit te doen kan een woning worden vernieuwd en gemoderniseerd en kan men hetzelfde gevoel ervaren als men een compleet nieuwe woning gaat bewonen. Verthuizen is populair en dat merken bedrijven in de woonbranche in Nederland in 2019

Woonwinkels
Verthuizen zorgt er namelijk voor dat men weer naar woonwinkels gaat en meer geld gaat uitgeven aan meubels, vloerbedekking, gordijnen en meubelstoffering. Veel bedrijven in de woonbranche beschouwen zichzelf afhankelijk van de woningmarkt. Als er veel woningen worden verkocht verwachten woonwinkels meer omzet te kunnen draaien. Als er weinig woningen worden verkocht verwacht men een daling in de omzet. De praktijk leert echter dat mensen creatief zijn en het zichzelf zo aangenaam mogelijk willen maken.

Thuisverhuizers
Als verhuizen niet mogelijk is zal men doormiddel van verthuizen nieuwe oplossingen bedenken voor de huidige woning. De mensen die hier hulp bij nodig hebben kunnen rekenen op de ondersteuning van woonadviseurs maar ook op vele websites blogs, facebook en andere kanalen kan men veel informatie vinden en tips om een woning aan te passen aan nieuwe wensen. De mensen die kiezen voor verthuizen worden ook wel thuisverhuizers genoemd. Door thuis te verhuizen kan men veel geld besparen want men hoeft namelijk geen nieuwe woning te kopen.

Verduurzamen
Ook kan men verthuizen duurzaam doen door gebruik te maken van duurzame materialen en energiezuinige verlichting en installaties. Zo kan verthuizen ook een duurzaamheidsinhaalslag betekenen voor de woning en het interieur. De isolatie van de woning kan tijdens het verthuizen eveneens worden aangepakt. Doormiddel van domotica en internet of things kan het woongenot bovendien worden bevorderd.

Wat is het Programma Aanpak Stikstof (PAS)?

Het Programma Aanpak Stikstof wordt afgekort met PAS en is een programma dat in 2015 door de overheid is gestart om de emissie van stikstof terug te dringen in Nederland. Het programma werd daarnaast gebruikt om vergunningen te verstrekken aan bedrijven die stikstof produceren in de nabijheid van natuurgebieden. In Nederland wordt al geruime tijd veel stikstof uitgestoten. De uitstoot van stikstof vind onder andere plaats in de agrarische sector waarbij meststoffen vrij komen maar ook in het verkeer komt stikstof vrij in de atmosfeer. Stikstof wordt scheikundig aangeduid met N2) en is schadelijk voor ecosystemen en de kwaliteit van het milieu. Om die reden heeft de overheid besloten om doormiddel van het Programma Aanpak Stikstof de uitstoot van stikstof terug te dringen.

PAS is in eerste instantie ingevoerd om het milieu oftewel de natuur te beschermen. Als er meer stikstof wordt uitgestoten verdwijnen bepaalde kwetsbare soorten in de natuur en dat moet voorkomen worden. Anders gaat namelijk de diversiteit achteruit en kunnen ecosystemen verdwijnen. Natuur, milieu en de bouwsector moeten doormiddel van het PAS op elkaar worden afgestemd. Als men wil bouwen in de buurt van kwetsbare natuurgebieden dan zal men zich aan regels moeten houden. De overheid deelt daarom in het kader van het Programma Aanpak Stikstof specifieke vergunningen uit voor het bouwen in en rond natuurgebieden die als kwetsbaar worden aangemerkt. Uiteindelijk wordt bij het verstrekken van vergunningen voor bouwprojecten rekening gehouden met een reductie van stikstof voor de toekomst.

De Raad van State heeft aangegeven dat het Nederlandse programma om stikstof terug te dringen onvoldoende effect heeft. Het oordeel van de Raad van State over het PAS is duidelijk. Het Programma Aanpak Stikstof beschermd de natuur in Nederland onvoldoende tegen de uitstoot van stikstof in de bouwplannen. Er zou nauwelijks zekerheid worden geboden door het PAS als het gaat om de hoeveelheid stikstof die vrij komt door de bouw van snelwegen, stallen, industrie en andere bouwprojecten waarbij een toename van stikstof kan worden verwacht. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat het PAS niet als basis voor toestemming voor bouwactiviteiten mag worden gebruikt. Dat kan gevolgen de vergunningen die zijn verstrekt voor bepaalde bouwprojecten.

CO2-heffing voor vervuilende bedrijven

Een CO2 heffing is een specifieke belasting die moet worden betaald door bedrijven die CO2 uitstoten en is opgenomen in het klimaatakkoord van Nederland in 2019. Bedrijven die veel CO2 uitstoten moesten hierover al belasting betalen via het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Via het ETS moeten bedrijven ongeveer twintig euro betalen per ton CO2 die ze uitstoten. Daar komt de komende jaren een CO2 heffing bovenop. Deze CO2 heffing is alleen van toepassing op elke ton CO2 die wordt uitgestoten boven de ETS-grens die in Europa is vastgelegd. Volgens de overheid zorgt deze CO2 heffing er voor dat klimaatdoelstellingen beter gehaald kunnen worden.

Vervuilende bedrijven moeten vanaf 2021 door de CO2 heffing meer gaan betalen voor hun broeikasgassen. Daarnaast worden bedrijven verplicht om minder CO2 uit te stoten. Zo moeten bedrijven hun CO2 emissie verlagen met ongeveer tien procent. De emissiegrens voor CO2 wordt verlaagd. Als bedrijven de nieuwe lagere grens toch overschrijden dan moeten ze vanaf 2021 per ton CO2 minimaal 30 euro betalen tot maximaal 150 euro per ton CO2 in 2030. De CO2 heffing is van toepassing op bijna alle bedrijven en in bijna elke sector van het Nederlandse bedrijfsleven.

Door de overheid worden alleen de scheepvaart en de luchtvaartsector ontzien. Die zijn namelijk niet meegenomen in het Klimaatakkoord en dragen daardoor niet bij. Ook is er een verschil tussen de activiteiten van bedrijven. Op dit moment staat in het Klimaatakkoord dat de 300 grootste bedrijven in Nederland de heffing gaan betalen als zij de heffingsvrije grens overschrijden. Deze groep van 300 bedrijven is verantwoordelijk voor ongeveer tachtig procent van de uitstoot aan broeikasgassen in de Nederlandse industrie.

Wat zijn PV panelen?

PV panelen zijn zonnepanelen en worden gebruikt om elektrische stroom op te wekken door het omzetten van zonlicht in elektriciteit met zonnecellen. De afkorting PV staat voor ‘Photo Voltaic’. Deze term bestaat uit twee woorden die als volgt vertaald kunnen worden ‘Photo’ staat voor licht dus ook voor zonlicht en ‘Voltaic’ staat voor elektrische stroom. Een PV paneel bevat zogenaamde fotovoltaïsche cellen dit zijn zonnecellen in het Engels photovoltaic cell. Het opwekken van elektrische energie uitzonlicht wordt ook wel zon-PV genoemd.

Hernieuwbare energiebron
PV betekent dus in feite licht en stroom. Dat maakt duidelijk dat PV panelen worden gebruikt om elektrische stroom op te wekken uit licht, in dit geval zonlicht. Zonlicht is een duurzame hernieuwbare energiebron. Zonlicht kan in feite niet opraken tenzij de zon verdwijnt. Daarom zijn zonnepanelen een effectief middel om duurzame elektriciteit op te wekken. Geen worden dat veel particulieren kiezen voor zonnepanelen op de daken van woningen en utiliteit.

Soorten PV systemen
Systemen voor zonnepanelen kunnen in twee grote groepen worden ingedeeld, namelijk de Netgekoppelde PV systemen en de Off grid PV systemen. De meest bekende van deze twee zijn de Netgekoppelde PV systemen. Deze worden aangesloten op het elektriciteitsnet dat ook wel het lichtnet wordt genoemd. daarbij wordt gebruik gemaakt van een installatie die een omvormer bevat. PV panelen maken namelijk gebruik van gelijkstroom en de elektrische stroom netwerken van bedrijven en woningen bevatten wisselstroom. Zonnepanelen wekken niet voortdurend dezelfde hoeveelheid elektrische energie op.

Daarom is er ook regelmatig extra elektrische stroom nodig vanuit het lichtnet. Soms leveren zonnepanelen echter ook meer elektrische energie op dan wordt verbruikt. In dat geval wordt er elektriciteit terug geleverd op het net. Daarom wordt ook gesproken van netgekoppelde PV systemen. Doormiddel van een zogenaamde slimme meter kan worden bekeken hoeveel elektrische energie is opgewekt uit de zonnepanelen en is tevens inzichtelijk hoeveel elektrische energie is teruggeleverd aan het lichtnet.

‘Off grid’ PV systemen zijn niet aangesloten op het elektriciteitsnet. Dat betekent dat deze systemen los van een netwerk functioneren. Ook bij Off grid systemen wordt er elektrische stroom opgewekt uit zonnepanelen alleen wordt deze elektrische stroom opgeslagen in een accu en dus niet via een netwerk getransporteerd. Off grid installaties voor zonnepanelen worden gebruikt in bijvoorbeeld een tiny home, een stacaravan, een auto, een drone, een tuinhuisje of een boot. De elektrische stroom die wordt opgewekt kan vanuit de accu weer worden gebruikt. Off grid PV systemen worden niet gebruikt voor enorme afnemers maar vaak voor kleine stroomafnemers.

Soorten PV panelen
Naast verschillende PV systemen zijn er ook verschillende soorten PV panelen. PV panelen zijn er in drie varianten: de monokristallijne PV panelen, de poly kristallijne PV panelen en de dunne film PV panelen die ook wel amorf worden genoemd omdat ze geen kristallen bevatten maar poeder. Hieronder worden deze verschillende soorten PV panelen verder toegelicht in een aantal alinea’s.

Monokristallijne PV panelen
De zonnecellen in een monokristallijn zonnepaneel bestaan uit één kristal. Deze zonnepanelen hebben het hoogste rendement. De monokristallijne zonnecellen hebben geordende elektroden en zijn egaal zwart. Monokristallijne zonnepanelen zijn duurder in aanschaf dan polykristallijne zonnepanelen en hebben enkele procenten meer opbrengst per oppervlakte. Vooral als er weinig ruimte is om PV panelen te plaatsen is een serie van monokristallijne zonnepanelen een goede oplossing om toch behoorlijk wat elektrische energie uit zonlicht op te wekken.

Polykristallijn PV panelen
Een polykristallijn zonnepaneel bevat zonnecellen die uit meerdere grove kristallen bestaan. Het patroon van een polykristallijne zonnecel lijkt op het patroon van gebroken scherven. Deze zonnepanelen hebben minder opbrengst per oppervlakte dan monokristallijne zonnepanelen. De polykristallijne zonnepanelen zijn echter wel gunstig geprijsd en bieden desondanks een redelijk hoog rendement ten opzichte van de dunne filmzonnepanelen. Wanneer er een grote oppervlakte beschikbaar is wordt er over het algemeen voor polykristallijn zonnepanelen gekozen.

Dunne filmzonnepanelen amorfe PV panelen
De dunnefilmzonnepanlen bevatten een soort poeder, dat maakt de dunne-filmzonnepanelen heel vervormbaar. In deze zonnepanelen wordt gebruik gemaakt van amorf silicium. Hoewel de amorfe zonnepanelen zeer vervormbaar zijn kiezen de meeste mensen niet voor deze zonnepanelen. Dat heeft te maken met het lage rendement. Ten opzichte van de hiervoor genoemde PV panelen zijn de amorfe dunne-filmzonnepanelen het minst effectief. De prijs van deze zonnepanelen is echter ook lager.

Groenestroomcertificaten uit het buitenland

Nederlandse energiebedrijven kunnen groene stroom uit het buitenland kopen. Dit gaat doormiddel van groenestroomcertificaten. Deze certificaten kopen energiebedrijven voor een paar euro uit voornamelijk Noorwegen. In dit Scandinavische land wordt bijna alle elektrische stroom duurzaam opgewekt door bijvoorbeeld gebruik te maken van waterkrachtcentrales. Deze energiecentrales bevatten grote schoepenraden die doormiddel van water in beweging worden gebracht. De druk van het water brengt een schoepenrad in beweging zoals een propellers van een windturbine door de kracht van wind in beweging wordt gebracht. Noorwegen wekt veel duurzame energie op en kan daardoor ook groene stroom exporteren naar andere landen die minder groene stroom opwekken.

Dat gebeurd onder andere doormiddel van groenestroomcertificaten die door energieproducenten worden aangekocht. Deze energieproducenten gebruiken de aankoop van groene stroom vervolgens in hun campagnes naar afnemers. De handel in groenstroomcertificaten is niet heel transparant waardoor er zogenaamde ‘sjoemelstroom’ wordt aangeboden. Dit is in feite grijze stroom of gedeeltelijk grijze stroom die toch als groene stroom op de markt wordt verkocht. Verschillende energieleveranciers zouden zich volgens de Klimaatstichting schuldig maken aan het verkopen van sjoemelstroom. De Klimaatstichting wil meer transparantie op de energiemarkt en wil dat alleen echte groene stroom van Nederlandse bodem (of zee) wordt aangeboden als groene stroom aan consumenten en bedrijven.

Top 10 keurmerken voor voedsel van Milieu Centraal en het Voedingscentrum

Consumenten hebben in Nederland veel te kiezen ook als het gaat om voedsel. Duurzaamheid, milieuvriendelijk, klimaatneutraal en diervriendelijk worden steeds vaker meegenomen in de keuze voor bepaalde producten. Om consumenten te helpen zijn er specifieke keurmerken ontwikkeld en ingevoerd die duidelijkheid moeten geven over de kwaliteit van het voedsel maar ook over de milieuvriendelijkheid en diervriendelijkheid. Er is echter een grote wirwar aan verschillende keurmerken ontstaan de afgelopen jaren. Dat zorgt er voor dat het kiezen voor de juiste producten voor consumenten alsnog lastig wordt.

Milieu Centraal heeft daarom met medewerking van het Voedingscentrum in totaal een lijst van tien topkeurmerken geselecteerd. Deze lijst zou volgens deze organisaties keurmerken bevatten die betrouwbaar zijn en bovendien onafhankelijk gecontroleerd worden. Bij de samenstelling van de lijst zijn de keurmerken op een aantal aspecten beoordeeld. Factoren die meegenomen zijn dierenwelzijn, milieu, eerlijke handel, transparantie van het keurmerk en controle. Hieronder staat de top tien keurmerken die zijn samengesteld door Milieu Centraal en het Voedingscentrum.

  • ASC
  • Beter Leven keurmerk (2 en 3 sterren)
  • Demeter
  • EKO
  • Europees keurmerk voor biologische landbouw
  • Fair Trade/Max Havelaar
  • On the way to PlanetProof
  • MSC
  • Rainforest Alliance
  • UTZ

Wat is waterstof voor energiedrager?

Waterstof is het lichtste gas en is kleurloos, reukloos en bovendien zeer ontvlambaar. Het is een tweeatomig gas diwaterstof dat wordt aangeduid met H2 waarbij de letter H staat voor het Latijnse Hydrogenium. Deze term is weer afgeleid van het Oudgriekse ‘hudōr dat staat voor ‘water’ en het woord ‘genes’ dat vertaald kan worden met ‘vormen’ en ‘maken’. Men zou Hydrogenium letterlijk kunnen vertalen met watermaken of watermaker. Dit woord maakt duidelijk dat waterstof gebruikt lam worden om bijvoorbeeld water te maken. Water ontstaat tijdens de reactie tussen zuurstof en waterstof. Met waterstof kan men echter veel meer.

Waterstof in de energietransitie
Waterstof wordt in het kader van de energietransitie genoemd als een mogelijke vervanger voor aardgas. In tegenstelling tot zonlicht, windkracht en waterdruk is waterstof een energiedrager. Voordat men waterstof kan gebruiken zal men dit gas eerst moeten produceren. In een later stadium kan me de waterstof verstoken waardoor hitte vrijkomt die kan worden overgedragen op bijvoorbeeld het leidingwater in een centrale verwarmingsinstallatie. In dit systeem zou waterstof een vervanger kunnen worden van aardgas.

Het produceren van waterstof
Waterstof moet geproduceerd worden. Dat is een voordeel maar ook een nadeel. Het voordeel is dat men door het produceren van waterstof voldoende waterstof kan aanmaken om in een bepaalde energiebehoefte te voorzien. Een nadeel van de waterstofproductie is echter dat het veel energie kost. Men kan waterstof halen uit aardgas maar daarbij komt CO2 vrij. Dat is juist niet gewenst in het kader van een duurzame energietransitie. Daarom moet men waterstof winnen uit water. Daarvoor kan men waterstof doormiddel van elektrolyse verkrijgen.

Tijdens deze elektrolyse wordt water gesplitst in waterstof en zuurstof. Dit proces zorgt niet voor schadelijke uitstoot maar kost wel veel elektriciteit. Dat is het grote nadeel van waterstof, de productie kost veel energie. Daarom zullen veel zonnepanelen en windmolens geplaatst moeten worden om de benodigde elektrische energie op te wekken. Als men deze duurzame energiebronnen niet gebruikt moet men elektrische energie uit kolencentrales en gascentrales halen waardoor het duurzame effect van waterstof teniet wordt gedaan.

Is waterstof rendabel?
Waterstof is dus een energiedrager maar niet een hele effectieve als men kijkt naar het rendement. Als men waterstof weer in een andere energievorm wil brengen gaat er altijd energie verloren. Daarom is het over het algemeen effectiever om energie niet eerst om te zetten in waterstof. Als men bijvoorbeeld de elektrische energie van windmolens direct op het lichtnet zet wordt de elektrische energie veel effectiever benut dan wanneer men deze elektrische energie gebruikt om waterstof als energiedrager te benutten. Dat maakt waterstof niet rendabel.

Wat is radiatorfolie?

Radiatorfolie is een folie die achter de radiator kan worden aangebracht en de stralingswarmte weer de ruimte in reflecteert. Radiatorfolie wordt aangebracht om zo weinig mogelijk warmte te verliezen aan de achterkant van de radiator. Radiatoren zijn namelijk over het algemeen onder ramen bevestigd aan een muur waarvan de andere kant contact heeft met de buitenlucht en buitentemperatuur. Door radiatorfolie te gebruiken wordt er zo weinig mogelijk warmte afgegeven aan de muur en juist meer afgegeven aan de ruimte die verwarmt wordt.

Door het toepassen van radiatorfolie kan de warmtestraling aan de achterkant van de radiator met 75 tot zelfs 95 procent verminderd worden. Dit percentage is afhankelijk van het soort radiatorfolie dat men gebruikt. Ook moet het radiatorfolie op de juiste manier worden aangebracht om een zo hoog mogelijk rendement te realiseren. Als men het idee achter radiatorfolie wil begrijpen is het belangrijk dat eerst wat algemene informatie wordt verstrekt over de warmteafgifte door radiatoren. Daarover gaat de volgende alinea.

Warmteafgifte door radiatoren
Radiatoren treft men aan in woningen met een centrale verwarming. Een radiator is een onderdeel van een centrale verwarming en bestaat meestal uit één of meerdere panelen die hol zijn en opgevuld worden met cv-leidingwater. Radiatoren stralen warmte uit doormiddel van confectie. Het centrale punt in de centrale verwarming is in feite de cv-ketel. Deze cv-ketel wordt meestal op aardgas gestookt maar er zijn ook woningen die al voorzien zijn van een waterstofketel. Of men nu een waterstofketel heeft of aardgasgestookte cv-ketel het principe van de radiator werkt het zelfde alleen is de brandstof die wordt gebruikt om het cv-water te verwarmen anders.

Vanuit een cv-ketel wordt warm water richting de radiatoren getransporteerd. Met de radiator wordt de warmte van het cv-leidingwater afgegeven aan de omgeving. Dat gebeurd aan twee kanten namelijk de kant van de ruimte en de andere kant die richting de muur is gericht. De zijde die naar de ruimte is gericht is volledig functioneel maar de kant die richting de muur is gericht verwarmt ook voor een deel de muur en de ramen die daar boven zijn geplaatst.

Het nut van radiatorfolie
Door de warmteafgifte op de muren en de ramen gaat veel warmte verloren. Daarom kan radiatorfolie worden aangebracht zodat de warmte van de radiator zo weinig mogelijk op de muur wordt overgedragen en zoveel mogelijk wordt gereflecteerd richting de radiator zelf zodat het in de lucht van de ruimte wordt gebracht. Door radiatorfolie te gebruiken wordt er minder warmte verspilt. Omdat de warmte beter benut wordt is de ruimte sneller warm en hoeft de cv-installatie minder aardgas of waterstof (indien gebruik wordt gemaakt van een waterstofketel) te verstoken. Naast energiezuinigheid wordt er dus ook geld bespaard en minder CO2 uitgestoten.

Standaard radiatorfolie en hr-radiatorfolie
Er zijn verschillende soorten radiatorfolie op de markt verkrijgbaar. Men zou onderscheid kunnen maken tussen standaard radiatorfolie en hr-radiatorfolie oftewel hoogrendement radiatorfolie. Standaard radiatorfolie vermindert de warmtestraling naar de buitenmuur tot 75 procent en speciaal hr-radiatorfolie vermindert de warmtestraling met ongeveer 95 procent. Er is ook onderscheid in de manier waarop men radiatorfolie aanbrengt. Een groot deel van de radiatorfolie wordt bijvoorbeeld direct met magneten aan de radiator vastgezet. Weer andere mensen plakken de radiatorfolie op de muur recht achter de radiator. Radiatorfolie die met magneetjes wordt vastgezet is het meest populair omdat dit het makkelijkste is en er voor zorgt het minste warmteverlies. Daarnaast is radiatorfolie met magneetjes ook vrijwel geheel uit het zicht waardoor het ook vanuit esthetisch oogpunt de beste keuze is.

Wat is een Nul-op-de-Meter woning?

Een Nul-op-de-Meter woning is een woning die op het gebied van energieverbruik en duurzame energiewinning precies in balans is op jaarbasis. Een Nul-op-de-Meter woning wordt ook wel afgekort met een NOM. Net als een balanswoning, nulwoning of energieneutrale woning is ook een Nul-op-de-Meter woning een term die wordt gebruikt om de duurzaamheid van de woning op energiegebied aan te tonen.

Er wordt een berekening gemaakt waarmee inzichtelijk wordt gemaakt of een woning daadwerkelijk een nul op de meter heeft op jaarbasis. Er zullen namelijk momenten zijn waarin woning meer energie verbruikt bijvoorbeeld in de winter als het stevig vriest. Wanneer in de zomer veel zonuren worden gemaakt kunnen zonnepanelen echter veel elektrische energie opwekken. Dat kan voor een deel de verloren energie in de winter compenseren. Een Nul-op-de-Meter woning wordt daarom in de praktijk vaak voorzien van zonnepanelen in combinatie met warmtepompen en andere voorzieningen waarmee energie kan worden opgewekt. Bij de berekening worden al deze duurzame energiebronnen en hun opbrengsten opgeteld. Daarbij wordt ook de duurzame energie opgeteld die buiten het gebouw op een duurzame wijze wordt gewonnen en geleverd aan het gebouw.

Van al deze energiebronnen wordt een totale energielevering berekend. Daar wordt het verbruik van de woning afgetrokken. Dit verbruik is het gebouwgebonden plus gebruikersgebonden energieverbruik. Ook het gebruikersverbonden energieverbruik is belangrijk. Dit verschilt echter per huishouding daarom wordt gebruik gemaakt van een gemiddelde. Dit gemiddelde is vastgelegd in Nederlandse normen. Als men bij de berekening van het energieverbruik en het totaal aan hernieuwbare energie dat de woning ontvangt op gemiddeld nul uitkomt kan men spreken van een Nul-op-de-Meter woning. Dit is in feite het antwoord op de vraag: hoeveel hernieuwbare energie gaat er de woning in en hoeveel energie wordt er verbruikt? Een Nul-op-de-Meter woning is een huis dat evenveel of meer energie opwekt dan de woning nodig heeft voor het huishouden en het huis zelf. Er zijn verschillende producten in de maatschappij die gericht zijn op Nul-op-de-Meter woningen. Zo zijn er ook Nul-op-de-Meter hypotheken.

Waterstofauto of elektrische auto

Waterstofauto’s en elektrische auto’s zijn de afgelopen tijd regelmatig in het nieuws. Beide voertuigen worden genoemd als goede en duurzame vervanger voor de huidige brandstofauto’s die lopen op fossiele brandstoffen zoals lpg, diesel en benzine. De beeldvorming van elektrische auto’s is duidelijk maar over waterstof is nog veel onduidelijkheid. Waterstof is bij het grote publiek nog niet echt bekend als duurzame brandstof. Daarom wordt in dit artikel informatie over waterstof en worden waterstofauto’s vergeleken met elektrische auto’s op het gebied van duurzaamheid.\

Waterstof en energietransitie
Waterstof wordt in het kader van de energietransitie genoemd als brandstof ter vervanging van aardgas. Op die manier zouden woningen in de toekomst kunnen worden verwarmd met waterstof dat wordt verbrand in een waterstofketel. Ook voor voertuigen zou waterstof een duurzaam alternatief zijn. Toch zijn er vraagtekens bij waterstof. Deze vraagtekens hebben te maken met de effectiviteit van waterstof als duurzame brandstof in de voertuigentechniek. Als men waterstof daadwerkelijk wil gaan gebruiken als brandstof voor auto’s dan moet deze brandstof wel aantoonbaar duurzamer en milieuvriendelijker zijn dan de huidige brandstoffen die worden gebruikt in de voertuigen met verbrandingsmotoren.

Productie van waterstof
Waterstof is een in tegenstelling tot aardgas een product dat niet in de aardbodem aanwezig is. Het is een brandstof die men kan produceren. De productie van waterstof gebeurd doormiddel van elektrolyse of men moet waterstof gaan produceren uit aardgas of steenkool. Als men waterstof uit deze fossiele brandstoffen gaat produceren heeft men echter geen duurzaam alternatief voor de huidige fossiele brandstoffen die in auto’s met verbrandingsmotoren worden verstookt. Bij de productie van waterstof uit fossiele brandstoffen komt namelijk ook CO2 vrij waardoor men waterstof dat op deze manier is geproduceerd ook wel ‘grijze waterstof’ noemt. Als men tijdens dit proces CO2 gaat afvangen spreekt men over zogenaamde ‘blauwe waterstof’. Tijdens de productie van ‘blauwe waterstof’ wordt CO2 afgevangen en opgeslagen. Dit is echter niet geheel duurzaam. Men kan echter ook waterstof produceren vanuit groene energie als men het productieproces elektrolyse hanteert. Daarover gaat de volgende alinea.

Productie van groene waterstof
Het produceren van ‘groene waterstof’ is in feite de beste en meest duurzame oplossing. Tenminste als men voldoende duurzame energiebronnen heeft om voldoende elektriciteit op te wekken om de elektrolyse tot stand te brengen. voor de productie van een kilo waterstof heeft men ongeveer 75 kWh aan elektrische stroom nodig. Dit is een enorme hoeveelheid elektrische energie. Als men waterstof ook gaat gebruiken als oplossing voor het verwarmen van woningen dan zou men een grote hoeveelheid windmolens moeten bijbouwen om voldoende waterstof te maken voor zowel de waterstofauto’s als wel de verwarming van woningen die uitgerust zijn met een waterstofketel.

Is waterstof wel effectief?
Universiteitshoogleraar Maarten Steinbuch heeft in het financieel dagblad aangegeven dat een kilo waterstof voldoende is om een auto ongeveer honderd kilometer te laten rijden. Eerder werd al aangegeven dat er ongeveer 75 kWh nodig is om een kilo waterstof te produceren. Als men deze elektrische energie rechtstreeks in een elektrische auto zou stoppen zou men daar maar liefst 300 kilometer mee kunnen rijden. Dat maakt duidelijk dat er tijdens de productie van waterstof veel elektrische energie verloren gaat.

Elektrische auto of waterstofauto?
Als men een goede afweging wil maken tussen een elektrische auto en een waterstofauto dan komt men er al snel achter dat een elektrische auto veel meer voordelen heeft. Een elektrische auto heeft wel een grote hoeveelheid accu’s nodig maar een waterstofauto heeft weer een hele grote opslagtank nodig voor waterstof. Deze grote opslagtank is nodig omdat waterstofgas veel minder compact is als lpg. Daarnaast is waterstof gevaarlijk waardoor er kans bestaat op een explosie bij een aanrijding of andere gevaarlijke situatie waarbij de waterstoftank beschadigd raakt en het waterstof in contact kan komen met open vuur. Als men daarbij ook rekening houdt met het feit dat bij de productie van waterstof veel elektrische energie verloren gaat dan is een elektrische auto waarbij dit verlies niet optreed veel effectiever als duurzaam vervoersmiddel.

Hoe wordt plastic gerecycled?

Plastic afval is een groot probleem in de wereld. In de oceanen en wereldzeeën is zoveel plastic afval aanwezig dan men spreekt over een plastic soep. De productie, het gebruik en het wegwerpen van plastic verpakkingen is op steeds meer plaatsen verboden. Toch is er nog steeds veel plastic afval. Het hergebruiken en recyclen van plastic afval wordt steeds belangrijker. Door plastic te hergebruiken hoeft er minder ‘nieuw’ plastic te worden gemaakt. Op die manier worden stappen gezet in de circulaire economie waarin afval als grondstof wordt beschouwd. Hieronder kan men lezen hoe plastic flessen bijvoorbeeld kunnen worden ingeleverd en verwerkt tot andere producten.

Recyclen van plastic flessen
Veel plastic afval bestaat uit plastic flessen. Daarom zijn er voor deze plasticafvalproducten specifieke recyclingsmethoden ontwikkeld. In sommige gemeenten worden plasticafvalproducten en dan met name plastic flessen apart van het huisvuil gescheiden. Met plastic statiegeldflessen is dat in heel Nederland het geval. De stappen van het recyclen van plastic flessen zien er als volgt uit.

  1. Plastic afval wordt in een aparte bak gegooid.
  2. Vervolgens wordt het plastic afval opgehaald door de vuilnisman.
  3. Het plastic afval wordt naar een plasticfabriek gebracht.
  4. Daar wordt het plastic nog een keer gescheiden omdat niet alle soorten plastic goed gerecycled kunnen worden. Bovendien wordt er een selectie gemaakt welk plastic kan worden verwerkt tot een veilige voedselverpakking en welk plastic een andere doel moet krijgen.
  5. Het plastic wordt versnipperd tot kleine stukjes.
  6. Dan worden de plastic snippers gewassen.
  7. Papier en andere materialen drijven bovenin het water waarin het plastic wordt gewassen. Dit materiaal wordt verwijderd.
  8. Vervolgens wordt het water gekookt om de plastic stukjes opnieuw te wassen.
  9. Daarna worden de plastic stukjes in een tank met water gegoten. Zwaardere dingen die niet bij het plastic mengsel horen dalen dan naar beneden. Hierbij kun je denken aan metalen flessendopjes. Deze worden er uitgefilterd.
  10. Het schonen pure plastic wordt vervolgens omgesmolten. Soms worden nieuwe grondstoffen toegevoegd aan het mengsel van gerecycled plastic.
  11. Van het gesmolten vloeibare plastic worden andere producten zoals nieuwe plastic flessen gemaakt.

Plastic is minder eenvoudig te recyclen dan men eigenlijk zou willen. Er zijn verschillende soorten plastic in kleur en in samenstelling. Dat maakt het niet makkelijk om nieuwe producten te maken van oud plastic. Er zijn in de praktijk honderden soorten plastic. De overheid wil dat de diversiteit in plastic wordt beperkt zodat plastic makkelijker kan worden hergebruikt en gerecycled. Dat zou een grote sprong zijn in de circulaire economie

Hoe wordt papier gerecycled?

Papier behoort tot het afval dat goed gerecycled kan worden. Net als glas wordt papier ook gescheiden ingeleverd in alle gemeenten van Nederland. In tegenstelling tot glas wordt papier niet op kleur ingeleverd maar wordt alle papier in één gezamenlijke papierafvalbak gedaan. Papierafval wordt vaak door de gemeente, bedrijven of door verenigingen opgehaald. Oud papier is geld waard omdat het als grondstof wordt gebruikt voor verschillende andere producten van papier.
Dat zorgt er voor dat verenigingen ook geld kunnen verdienen met het ophalen en inleveren van oud papier. Elke gemeente in Nederland heeft een eigen beleid op het gebied van het ophalen van papierafval. Hieronder zijn de verschillende stappen genoemd waarin oud papier van afval tot nieuwe producten wordt verwerkt.

Recyclen van papier
Het recyclen van oud papier gebeurd in de volgende stappen:

  1. Het oud papier wordt in de papierafvalbak gegooid.
  2. Het oud papier wordt opgehaald door een vuilniswagen die specifiek wordt gebruikt voor oud papier.
  3. Vervolgens wordt het papier naar een papierfabriek gebracht of een fabriek waarin specifieke producten en verpakkingsmaterialen van papier worden gemaakt zoals eierdozen of toiletpapier.
  4. Het papier wordt vervolgens gemengd met water zodat er een soort pulp ontstaat.
  5. Deze pulp wordt daarna zorgvuldig gereinigd. Bovenin de pulp worden vuile bubbels met inkt of lijm weggehaald. Daarnaast wordt nieuwe houtpulp toegevoegd om de kwaliteit van het papier te verbeteren.
  6. De schone papierpulp wordt geplet en uitgerold tot vellen papier.
  7. Daarna worden er producten van gemaakt.

Producten van gerecycled papier
Van gerecycled papier worden verschillende producten gemaakt. De kwaliteit van gerecycled papier verschilt echter. Iedere keer als papier wordt gerecycled verliest het aan kwaliteit. Daarom wordt gerecycled papier steeds voor andere doeleinden gebruikt. De beste kwaliteit wordt gebruikt voor het maken van printpapier. Een wat lagere kwaliteit voor notitie papier. Nog lagere kwaliteit wordt gebruikt voor krantenpapier en de laagste kwaliteit voor toiletpapier.

Hoe wordt glas gerecycled?

Nederland wordt steeds meer een recycleland en beschouwd afval niet langer als wegwerpproduct maar juist als grondstof voor nieuwe producten. Recycling krijgt meer aandacht ook vanwege de overheid die streeft naar een circulaire economie waarin geen afval bestaat maar alleen grondstoffen die voortdurend opnieuw in het productieproces kunnen worden gebruikt. Verschillende producten en soorten afval worden gerecycled. Een bekend voorbeeld hiervan is glas. Hieronder kun je lezen hoe glas wordt gerecycled.

Recycling van glas
Het recyclen van glas gebeurd in een aantal stappen:

  1. De consument gooit het glas in de glasbak. Glas wordt hierdoor gescheiden ingeleverd waardoor het glas niet uit het huisvuil hoeft te worden gesorteerd. Glas wordt vaak op kleur in de glasbak gegooid. Zo is er een ingang in de glasbak voor groen, bruin en wit/ kleurloos glas. Door glas op de juiste kleur weg te gooien kan ook het sorteerproces dat later plaatsvind sneller worden gedaan.
  2. Het glas wordt opgehaald door een vuilniswagen die specifieke voor het inzamelen van glas wordt gebruikt.
  3. Het glasafval wordt naar een glasfabriek gebracht in de afvalwagen.
  4. In de glasfabriek wordt het glasafval eerst geplet zodat er kleine stukjes glas ontstaan. Er wordt voor gezorgd dat alles wat geen glas is wordt verwijderd van de transportband. Daarbij kun je denken aan het verwijderen van plastic en metalen doppen.
  5. Het gebroken glas valt vervolgens door een scherm op de transportband.
  6. Daarna worden de verschillende soorten glas zo goed mogelijk gescheiden. Als dit tijdens de inzameling al is gebeurd zal het scheiden van soorten glas sneller gaan. Toch kunnen er per ongeluk verschillende soorten glas door elkaar heen liggen. Daarvoor wordt een sorteermachine gebruikt. Deze gebruikt lichtstralen om de verschillen kleuren glas te scheiden: wit, groen en bruin.
  7. Daarna worden de glasstukjes die bij elkaar horen gesmolten in een oven. Daarvoor wordt een temperatuur gebruikt die oploopt tot wel 1400 graden.
  8. Tijdens het productieproces wordt er ook nieuw materiaal toegevoegd. Het oude gerecyclede glas en de nieuwe grondstoffen voor glas vormen een gemengde vloeibare massa.
  9. Dan wordt deze hete vloeistof in een vorm gegoten bijvoorbeeld en pot of een fles.
  10. Als de pot of fles afkoelt is het product klaar.

Hierboven is in 10 stappen uitgelegd hoe glasafval kan worden gerecycled. Belangrijk is dat men vanaf het begin van deze stappen al in de gaten heeft dat er verschillende deelprocessen zijn. Door aan het begin zorgvuldig het glasafval in te leveren kunnen de andere processen en stappen sneller verlopen. De consument die het glasafval weggooit heeft daarom een belangrijke invloed op het proces waarin glas wordt gerecycled. Consumenten vormen daardoor de belangrijkste aanjagers voor de circulaire economie waarin recycling een belangrijke rol heeft.