Sollicitatiebrief maken

Hoewel werkzoekenden tegenwoordig regelmatig via sociale netwerken werk vinden is de sollicitatiebrief nog niet weg te denken uit de arbeidsmarkt. Met een sollicitatiebrief maak je als sollicitant duidelijk dat je in aanmerking wilt komen voor een functie bij een bedrijf. Veel sollicitaties vinden gericht plaats op een vacature die door een bedrijf is gepubliceerd op internet, in een krant of andere media. Daarnaast is het mogelijk om open sollicitatiebrieven te schrijven. Deze brieven zijn gericht aan een bedrijf waar je graag wilt werken maar waar op dit moment nog niet van bekend is of er een vacature open staat.

Maak zelf een sollicitatiebrief
Er zijn op internet en in de literatuur verschillende voorbeelden te vinden van sollicitatiebrieven. Je zou natuurlijk deze brieven kunnen overnemen en de adresgegevens en bedrijfsgegevens kunnen veranderen in de gegevens die van toepassing zijn op jouw sollicitatie. Dit is eenvoudig en bespaard een hoop tijd. Toch is dit niet aan te bevelen. Bedrijven krijgen veel standaardbrieven die van internet zijn gehaald. De managers en personeelsfunctionarissen die de brieven lezen hebben snel in de gaten wanneer iemand een brief zelf heeft geschreven of deze heeft ‘geleend’ van internet. Een bedrijf vind het belangrijk dat iemand de moeite heeft genomen om zelf een brief op te stellen en daar een eigen invulling aan heeft gegeven. Op die manier kun je in de brief iets van jezelf laten zien.

Inhoud van een sollicitatiebrief
De inhoud van de sollicitatiebrief heeft een bepaalde opbouw. Wanneer je een brief schrijft is het belangrijk om dat deze in een logische volgorde is opgebouwd. Bovenaan de brief zet je aan de linker kant jouw eigen adresgegevens. Rechts zou je eventueel een datum kunnen noteren. Vervolgens noteer je aan de linkerkant het onderwerp. Hierin noteer je dat je solliciteert op een functie waarbij je de functienaam noemt. Daarna plaats je de aanhef van de brief. Dit kan geachte heer/ mevrouw zijn wanneer je de geadresseerde niet bij name kent. Beter is het om eerst wat voorwerk te verrichten zodat je de brief aan een persoon kunt schrijven. Dan heb je meteen ook een contactpersoon die je kunt noteren in je lijst met contacten. Indien de naam van de contactpersoon bekend is noteer je deze als volgt: Geachte geslacht achternaam, bijvoorbeeld Geachte meneer van der Berg. Achter de achternaam wordt een komma geplaatst. Vervolgens laat je een witregel open en begin je de brief met een hoofdletter.

Alinea 1
Bovenstaande opbouw is standaard en zie je in veel brieven terug. Het daadwerkelijke begin van de brief is belangrijk omdat je vanaf dat moment een eigen invulling kunt geven aan de brief. In de eerste alinea geef je kort weer wat de aanleiding is van de brief. Dit gedeelte bestaat uit drie tot maximaal vijf regels. De eerste regel van de brief zou je als volgt kunnen noteren: ‘Deze brief schrijf in naar aanleiding van de vacature werkvoorbereider die ik onlangs op uw website zag staan’. Een andere voorbeeld: ‘Naar aanleiding van de vacature werkvoorbereider die bij uw bedrijf open staat doe ik u hierbij mijn sollicitatiebrief en cv toekomen’. Er zijn verschillende mogelijkheden om de brief te beginnen. Het is belangrijk dat je voor het bedrijf duidelijk maakt hoe je tot de sollicitatie bent gekomen.

Na de eerste regel noteer je kort waarom deze vacature of het bedrijf jouw aandacht heeft getrokken. Dit kan bijvoorbeeld door de volgende zin: ‘de veelzijdigheid van de functie werkvoorbereider spreekt mij aan’ of een ander voorbeeld ‘het lijkt me een uitdaging om deel uit te maken van uw projectteam en een bijdrage te leveren aan de realisatie van het utiliteitsproject (naam project)’.  In deze tweede zin geef je duidelijk aan dat je de vacature goed hebt gelezen en goed op de hoogte bent van de projecten die het bedrijf heeft lopen. Hierdoor heeft het bedrijf goed in de gaten dat je oprecht geïnteresseerd bent.

In de volgende zin sluit je de eerste alinea af. Deze zin of zinnen draaien om het verband tussen de eerst en tweede regel. Je geeft aan waarom jij juist geschikt bent voor de vacature en nodigt de lezer daarmee uit om verder te lezen. Een voorbeeld van de laatste zinnen van de eerste alinea zijn: ‘Door mijn jarenlange ervaring als werkvoorbereider bij een grote organisatie ben ik gewend aan het hectische klimaat dat projectmatig werken met zich meebrengt. Daarom denk ik dat ik een nuttige aanvulling kan vormen voor uw team.’

Alinea 2
In de tweede alinea beschrijf je kort wie je bent en wat je werkervaring en opleidingen zijn. In dit gedeelte beschrijven de meeste sollicitanten hun opleiding en werkervaring chronologisch. Bijvoorbeeld: ‘Na het succesvol afronden van mijn MBO opleiding Werktuigbouwkunde heb ik vijf jaar gewerkt als constructiebankwerker bij een toonaangevend bedrijf’. Daarna geef je aan hoe je jezelf hebt ontwikkeld en welke vaardigheden je hebt aangeleerd. Dit kan in een aantal regels. Het is belangrijk dat je hierbij de vacaturetekst van het bedrijf goed in gedachten houdt. Stel jezelf de vraag: wat vind het bedrijf belangrijk om over mij te weten? Je kunt ook je competenties vermelden maar wijd hierover niet te veel uit. Aan het einde van de alinea kun je aangeven dat je deze vaardigheden graag bij het bedrijf waar je solliciteert wil inzetten.

Alinea 3
De derde alinea is meestal de laatste alinea van de brief. In deze alinea kun je benadrukken dat je interesse hebt in de functie en dat je graag een reactie van het bedrijf wil ontvangen. Ook wordt er in deze alinea verwezen naar het cv die als bijlage wordt toegevoegd. Een voorbeeld van de laatste alinea: ‘In mijn cv in de bijlage vindt u een uitgebreide omschrijving van mijn opleidingen en werkervaring. Naar mijn mening ben ik geschikt voor de functie van uw bedrijf en pas ik door mijn karaktereigenschappen prima in uw organisatiecultuur. Graag zou ik in een sollicitatiegesprek mijn motivatie voor deze vacature willen toelichten’.

Tot slot
Onderaan de brief noteer je een afsluitende zin. Dit kan bijvoorbeeld de volgende zin zijn: ‘In afwachting van uw reactie verblijf ik’. Dit is echter wel erg formeel. Je kunt er ook voor kiezen om het minder formeel te doen: ‘Graag ontvang ik bericht’ of ‘Graag zou ik een reactie ontvangen’. Dan kun je daaronder de afsluiting neerzetten. Dit is meestal: ‘Met vriendelijke groet’. Je kunt ook de laatste zin verwerken in de afsluiting. Dan wordt deze bijvoorbeeld: ‘In afwachting van uw reactie en met vriendelijke groet’. Daaronder zet je je handtekening en je naam. Helemaal onderaan de brief kun je nog noteren: ‘Bijlage cv’.

Zo maak je een goede CV voor sollicitaties

Voor de meeste sollicitaties heb je een cv nodig. Een curriculum vitae is een beschrijving van je opleiding, werkervaring en andere relevante informatie die je aan werkgevers kunt tonen bij je sollicitatie. De inhoud van je cv wordt meestal als volgt weergegeven.

Persoonlijke gegevens
Bovenaan het cv zet je jouw persoonlijke gegevens neer. Deze gegevens kunnen door het bedrijf gebruikt worden om contact met je op te nemen. Bedrijven zijn verplicht deze gegevens vertrouwelijk te behandelen en mogen deze zonder jouw toestemming niet voor andere doeleinden gebruiken dan voor de sollicitatie.

  • Voornaam en achternaam
  • Straat, huisnummer, postcode en woonplaats
  • Telefoonnummer  vast en eventueel ook mobiele nummer melden
  • e-mailadres
  • geboortedatum  en geboorteplaats
  • eventuele rijbewijzen

Profielschets
In een profielschets kun je kort weergeven wie je bent en waar je naar op zoek bent. In een profielschets worden ook wel competenties genoemd maar dat hoort aan het einde van het cv. In een profielschets kun je bijvoorbeeld beschrijven in wat voor soort organisatie je het beste tot je recht komt, of je in een team wilt werken en welke functies je het meeste aanspreken. Door een profielschets kun je bedrijven een beeld geven van je wensen. Dit is natuurlijk nuttig als je doelgericht op bepaalde functies solliciteert. Wanneer je op veel verschillende functies solliciteert is het belangrijk om je profielschets algemeen te houden anders bestaat de kans dat bedrijven zich niet herkennen in jouw wensen.

Werkervaring
het volgende onderdeel op je cv kan een beschrijving van de werkervaring zijn of een beschrijving van je opleidingen. In de praktijk kom je verschillende varianten tegen en daarom is er ruimte voor je eigen voorkeur. Wanneer je weinig opleidingen hebt gevolgd en veel werkervaring hebt opgebouwd is het voor het overzicht verstandig om je opleidingen eerst te noteren en daarna je werkervaring. Dan kunnen bedrijven namelijk meteen zien of je aan het gewenste opleidingsniveau voldoet. In de praktijk kijken de meeste bedrijven eerst naar de ‘harde’ eisen en daar horen ook de opleidingen bij. Wanneer deze helemaal onderaan staan moeten bedrijven het hele cv doorzoeken en dat is niet verstandig. Wanneer je echter bij maximaal vijf bedrijven hebt gewerkt kun je de werkervaring noemen voor je opleidingen.

Bij het benoemen van werkervaring kun je ook stages noteren. De meest recente werkervaring noteer je bovenaan en daaronder de eerstvolgende enz. Bij het noteren van de bedrijven en stages moeten een de volgende punten aan de orde komen:

  • Bedrijfsnaam en plaats
  • De datum waarop je bent begonnen en je werkzaamheden zijn beëindigd
  • De titel van uw functie
  • beschrijving van uw functie en de taken en verantwoordelijkheden die je had binnen het bedrijf.
  • Ook kun je projecten benoemen en bereikte resultaten.

Opleidingen
Ook bij opleidingen zet je de meest recente opleiding bovenaan en van daar af noteer je ze chronologisch naar beneden. Het is belangrijk om relevante opleidingen, cursussen en certificaten van trainingen te benoemen. Hou hierbij in de gaten dat bedrijven op opleidingsniveau en opleidingsrichting  kunnen selecteren.  Laat daarom per opleiding duidelijk de volgende informatie naar voren komen:

  • De periode  waarin je de opleiding hebt gevolgd.
  • Naam, richting en niveau van de opleiding. Bijvoorbeeld: MTS Werktuigbouwkunde niveau 4.
  • Naam van de school of onderwijsinstelling waar je de opleiding hebt gevolgd.
  • De plaats of locatie waar je de opleiding hebt gevolgd.
  • Het noemen van een vakkenpakket.
  • Noemen of je een diploma of certificaat hebt behaald.

Hobby’s Nevenactiviteiten
Hobby’s en nevenactiviteiten moeten alleen worden benoemd wanneer deze relevant zijn voor de uitoefening van je functie. Wanneer je bijvoorbeeld fysiek zwaar werk doet is het nuttig om op het cv te zetten dat je lid bent van een sportschool. Voor technische beroepen is het verstandig om een technische hobby op je cv te zetten zoals sleutelen aan auto’s. Daarbij is het belangrijk dat je de informatie en vaardigheden die je daarmee hebt opgedaan goed benoemd.

Vaardigheden en competenties
Bij het onderdeel vaardigheden kun je karkatereigenschappen en competenties benoemen die belangrijk zijn voor de uitoefening van je functie. Wanneer je bijvoorbeeld goed bent in computerprogramma’s zoals MS Word,  MS Excel, Outlook enz. is het belangrijk om deze te noemen op je cv wanneer je solliciteert op een baan waarbij deze vaardigheden van pas komen zoals een kantoorfunctie. Ook ervaring met bepaalde machines kunnen onder vaardigheden worden genoteerd wanneer dit van belang is voor de functiegroepen waarop je solliciteert. Bijvoorbeeld ervaring met kantmachines, draaibanken en heftruck rijden. Karaktereigenschappen kun je ook op het cv zetten. Probeer hierin niet te overdrijven. Een bedrijf zal in een later stadium van de sollicitatie je karaktereigenschappen kunnen testen in een assessment of een gesprek.

Referenties
Referenties kun je onder aan je cv noemen maar ook bij de werkervaring. Het is verstandig om van te voren aan bedrijven te vragen of je ze als referentie mag noteren. Een naam van een contactpersoon en een bijbehorende functie en telefoonnummer kun je op een lijst bijhouden. Deze gegevens moet je niet in een cv noteren omdat bedrijven waar je solliciteert dan onaangekondigd contact met deze personen op kunnen nemen. Zet daarom op het cv: ‘referenties op aanvraag’.

Solliciteren in drie stappen

Solliciteren is een uitdagende activiteit omdat je daarmee richting kunt geven aan je eigen loopbaan. Elke dag wordt er in Nederland op duizenden banen gesolliciteerd. Er is een grote kans dat op de banen die jij zoekt ook meerdere mensen solliciteren. Er heerst op de arbeidsmarkt concurrentie. Wanneer je, om welke reden dan ook, gaat solliciteren is het belangrijk om een aantal richtlijnen te hanteren. De term ‘richtlijnen’ geeft eigenlijk al aan waarvoor onderstaande tips bedoelt zijn, ze geven ‘richting’ aan je sollicitatie.

1 Weet wie je bent
Voordat je gaat solliciteren is het belangrijk dat je weet wie je bent en wat je kan. Zonder deze zelfanalyse kun je niet gericht zoeken op de arbeidsmarkt. Een belangrijke document hierbij is een curriculum vitae. Dit wordt meestal gewoon het cv genoemd. Hierop staat je naam, adres, woonplaats en andere contactgegevens. Daarnaast staat op het cv welke opleiding je hebt gevolgd en waar je dat hebt gedaan. Ook je werkervaring krijgt op volgorde van datum een plek op het cv. Hierdoor kunnen werkgevers zien of je een relevante opleiding hebt gevolgd en of je over de juiste werkervaring beschikt. Tegenwoordig worden aan cv

’s ook wel (pas)fotos toegevoegd. Over de meerwaarde daarvan lopen de meningen uiteen. Wel is het nuttig om boven aan het cv neutrale inlening te geven over wat je sterke en zwakke kanten zijn als werknemer. Met dat laatste heb je ook een belangrijk aanknopingspunt voor je zelfanalyse. In deze analyse draait het om jezelf in relatie tot de arbeidsmarkt. De zelfanalyse maak je voor jezelf en niet voor een bedrijf. Je beschrijft waar je goed in bent en wat je interessegebieden zijn. Je arbeidsverleden of je rol tijdens de opleiding kunnen hierbij goede bronnen zijn om informatie uit te putten. Je hobby’s zeggen veel over je interessegebieden. Als je aan teamsport doet zou je aan je teamgenoten kunnen vragen welke rol je in het team inneemt.  Ben je iemand die altijd initiatief neemt of kijk je liever de kat uit de boom? Schrijf deze eigenschappen over jezelf op papier.

Wanneer je in een grafisch of technisch beroepenveld solliciteert kan een portfolio ook interessant zijn. Deze kun je digitaal maken of op papier. Hierin kun je verschillende afbeeldingen plaatsen van projecten en opdrachten die je hebt uitgevoerd. Zo kun je jouw werkzaamheden daadwerkelijk visualiseren.

2 Weet wat je zoekt
Met de zelfanalyse als belangrijk uitgangspunt kun je jezelf goed voorbereiden op de arbeidsmarkt. Je weet nu wie je bent maar wat zoek je nu eigenlijk? Met algemene opleidingen heb je vaak ruime keus op de arbeidsmarkt. De keerzijde daarvan is dat er ook veel andere sollicitanten zijn die op dezelfde vacatures schrijven als jij. Je kunt als gevolg daarvan op elke functie gaan solliciteren in de hoop dat je een keer ‘raak schiet’. Dat is niet verstandig. Elk bedrijf wil namelijk graag dat mensen een gerichte keuze maken en die keuze goed kunnen motiveren. Ga daarom voor elke functie na of deze echt bij jezelf past. Leg voor de duidelijkheid de zelfanalyse naast eventuele vacatures. Lees zoveel mogelijk over functies die bij je opleiding en werkervaring passen. Leg in deze informatie verbanden. Ga na of je meer bij een grote organisatie pas of juist liever een kleine organisatie. Ook de organisatiecultuur kan verschillen tussen bedrijven. Zoek je een formeel bedrijf of informeel. Het is belangrijk dat je kunt motiveren waarom je een bepaalde keuze maakt. Tijdens een sollicitatiegesprek kunnen de verschillende motivaties weer aan de orde komen. Schrijf ze daarom op.

3 Weet waar je dat zoekt
Bij deze tip is het belangrijk dat je de vorige tips hebt doorlopen. Je hebt dan ik kaart wie je bent en wat je zoekt. Nu moet je nog op de juiste plek zoeken. Dit is de laatste jaren behoorlijk complex geworden. Vroeger kon je een sollicitatiebrief schrijven op een vacature in de krant. Dit wordt nog steeds wel gedaan maar veel vacatures komen nooit in de krant te staan. Netwerken zijn belangrijker dan ooit. Digitale netwerken zoals LinkedIn en Facebook worden door sollicitanten en bedrijven volop gebruikt om de juiste persoon op de juiste plaats te krijgen. Het is belangrijk dat je lid bent van deze netwerken. Ook zoeken op vacaturebanken is nuttig al zijn niet alle vacatures vacant die daar op staan. Als bepaalde bedrijven je interesse trekken is het belangrijk om de websites van die bedrijven te zoeken. Een open sollicitatie per mail is tegenwoordig heel gebruikelijk. Wees daarin origineel door extra aandacht te besteden aan je cv of maak een eigen website met portfolio.

Tot slot
Wanneer je bovenstaande stappen hebt doorlopen heb je een indruk gekregen van wie je bent en wat je wilt op de arbeidsmarkt. Het solliciteren kan nu beginnen. Het kan zijn dat je aan bovenstaande tips nog onvoldoende informatie hebt. De kennisbank van Technisch Werken bevat meer informatie over solliciteren waardoor je alsnog antwoord op je vragen kunt krijgen.

Duurzaamheid op de werkvloer

Duurzaamheid op de werkvloer is naar mijn mening niet samen te vatten in één daad maar meer in een pakket van daden en activiteiten die verspilling tegen gaan. Het is hierbij van belang om na te gaan welke activiteiten op de werkvloer plaatsvinden en in welke mate deze nut hebben. De verspilling op kantoor kan zich richten op een tweetal hoofdgebieden: verspilling van grondstoffen en de verspilling van energie. Deze verschillende gebieden kunnen verder worden uitgewerkt.

Verspilling van grondstoffen
Wanneer we naar de grondstoffen kijken bij kantoorwerkzaamheden zijn er slechts een paar facetten waarop bezuinigd kan worden. Veel kantoorwerk draait naast een computersysteem nog om papier. Een vergroting van digitale opslagcapaciteit kan het papierwerk verminderen. Daarnaast kan een standaard programmering van de printer op dubbelzijdig papier worden gezet. Veel papierwerk wordt op kantoor nog op enkelzijdig gezet. Dubbelzijdig afdrukken kan het gebruik van papier halveren. Ook personeelsdossiers, inschrijfkaarten en andere personeelsgegeven  zouden volledig digitaal kunnen worden gemaakt al maakt dat een bedrijf wel afhankelijk van een computersysteem.

Verder zijn er op kantoor weinig grondstoffen waarop bespaard kan worden. Materialen en machines zouden misschien beperkt kunnen worden ingezet of van duurzame recyclebare grondstoffen worden gemaakt. Als telefoons, computers en andere materialen op kantoor niet meer aan de eisen voldoen kunnen deze misschien worden ingeleverd bij een instantie die deze materialen kan hergebruiken. Oude kantoormaterialen worden nog regelmatig gewoon weggegooid. Dit is jammer want andere bedrijven kunnen er misschien nog mee werken. Ook 2de en 3de wereldlanden kunnen vaak nog gebruik maken van oude materialen en gereedschappen van het Nederlandse bedrijfsleven.

Daarbij kan op kantoor meer aandacht worden besteed aan afvalscheiding. Veel kantoorpersoneel is nauwelijks bezig met afvalscheiding. Papierafval en plastic wordt vaak achteloos in dezelfde container gegooid. Het belang van afvalscheiding wordt bij veel bedrijven nog nauwelijks onder de aandacht gebracht.

Verspilling van energie
Verspilling van energie op kantoor richt zich op twee hoofdgroepen: de verspilling van gas en de verspilling van elektriciteit. Wanneer we ons richten op gas kun je de vraag stellen of het kantoor wel altijd verwarmd moet zijn. Wordt elke ruimte wel gebruikt en  moet elke ruimte wel worden verwarmd? Hoe zit het met de isolatie van een kantoorpand? Klimaatbeheersingssystemen waarbij deuren en ramen zoveel mogelijk gesloten blijven zijn nuttige energiebesparende systemen wanneer deze goed zijn ingeregeld.

Op elektrisch gebied zijn ook veel besparingsmaatregelen door te voeren. Dit is echter sterk gekoppeld aan de betrokkenheid van de personeelsleden zelf. Waarom een computer in stand-by laten staan als je voor langere tijd het kantoor verlaat? Moet elke ruimte wel verlicht worden wanneer je slechts een beperkt aantal ruimtes gebruikt? Gebruik maken van spaarlampen en led verlichting is natuurlijk vanzelfsprekend en belangrijke bezuinigingsmaatregel. Daarnaast is het verstandig om na te gaan of de printers en kopieerapparaten wel zuinig in gebruik zijn. Zijn er niet zuiniger, milieuvriendelijker varianten op de markt die dezelfde kwaliteit leveren. Dit geld ook voor koffieautomaten die dag en nacht aan staan en water koken om voldoende warm water beschikbaar te hebben voor thee. Dit voortdurend water koken zorgt er voor dat er ook s ’nachts veel energie wordt verbruikt. Op veel kantoren wordt gebruik gemaakt van afwasmachines deze verbruiken ook veel energie. Alleen laten draaien wanneer deze machines voldoende gevuld zijn.

Conclusie
Duurzaamheid kan door een bedrijf worden aangemoedigd maar echte duurzaamheid moet door de gebruiker worden gerealiseerd. Het is een bewuste manier van leven. Dit moet bij veel mensen aangeleerd worden. Een bedrijf zou overzichten kunnen publiceren van het energieverbruik dat een vestiging per vierkante meter vloeroppervlak heeft om zo inzichtelijk te maken wie het meeste energie verbruikt. Daar zou een duurzaamheidsprijs aan kunnen worden verbonden.

Toyotafabriek roept busjes terug

Toyota heeft in Noord-Amerika een grote terugroepactie. Vanwege problemen met de automatische schakeling roept de autoproducent ongeveer 694.000 auto’s terug naar de fabriek. Het gaat hierbij om het Toyotaminibusjes van het type Sienna die in de Toyotafabriek in de Amerikaanse staat Indiana zijn gefabriceerd. De Sienna’s waar de problemen zijn ontstaan  zijn geproduceerd tussen 2004 en 2005. Ook de Sienna’s die zijn geproduceerd tussen 2007 en 2009 vertonen dezelfde problemen.

Donderdag 26 september 2013 heeft Toyota de beslissing bekend gemaakt. Het technische probleem bij de Sienna’s is een probleem met de automaat. Wat er precies mis mee is wordt in het nieuwsbericht niet genoemd. Wel staat er bij dat de auto’s kunnen gaan rollen. Ook wordt er genoemd dat er twee gevallen zich hebben voorgedaan waarbij mensen gewond zijn geraakt. Volgens Toyota wordt teruggeroepen in de Verenigde Staten. Het gaat daarbij om 615.000 busjes. In Duitsland worden 300 minibusjes teruggeroepen en de rest in Canada en Mexico.

Met Werk Nieuws

In maart 2013 is Met Werk, met een klein team, van start gegaan. Binnen een aantal maanden is Met Werk gegroeid naar 12 enthousiaste medewerkers. Met Werk opereert landelijk en is nog steeds groeiende. Hieronder lees je wat ze doen en op welke wijze ze kunnen samenwerken met de werkmaatschappijen van USG People. Immers, ook voor jou heeft Met Werk belang!


Met Werk

Met Werk is een samenwerkingsverband tussen de Nederlandse werkmaatschappijen Start People, Creyf’s Uitzendbureau, Unique en USG Restart. Met Werk houdt zich bezig met de duurzame uitstroom van werkzoekenden naar de reguliere arbeidsmarkt en richt zich op uitkeringsinstanties, die verantwoordelijk zijn voor de uitkeringen. De doelstelling van Met Werk is het terugdringen van het aantal mensen wat een uitkering ontvangt.

Gemeenten – hoe werkt het?

Vanuit USG People wordt er een projectmedewerker bij een gemeente gestationeerd. De projectmedewerker brengt het WWB-bestand in kaart, plant intakegesprekken met de kandidaten en plaatst deze uit. Dit kan via allerlei kanalen; via het netwerk van werkmaatschappijen van USG People, maar ook via andere uitzendorganisaties.

Op dit moment loopt er een zestal projecten bij gemeenten, dit zijn:

  • Gemeente Apeldoorn
  • Gemeente Amersfoort
  • Gemeente Arnhem
  • Gemeente Doetinchem
  • Gemeente Breda
  • Gemeente Tilburg

Nieuw: UWV 55-plus project
Volgens de meest recente cijfers van het CBS is de werkloosheid in de afgelopen maanden opnieuw toegenomen. Vooral werkzoekende 55-plussers krijgen in de huidige economie nog maar nauwelijks kansen op de arbeidsmarkt. Om deze groep te ondersteunen bij het vinden van een baan start Met Werk een project gericht op 55-plussers. De doelstelling is om de komende twee jaar minimaal 2.500 werkzoekenden in deze leeftijdscategorie die nu een uitkering ontvangen weer aan werk te helpen.

Binnenkort gaan zij vanuit USG People minimaal 2.500 werkeloze 55-plussers via alle werkmaatschappijen aan een baan helpen. Met Werk gaat dit coördineren en faciliteren.

Hoe komt Met Werk aan het aanbod van kandidaten

  • Met Werk bezoekt netwerkbijeenkomsten en speeddate-sessies die het UWV regionaal voor 55-plussers organiseert. Uiteraard kunnen alle werkmaatschappijen hier ook zelf naar toe. Tijdens de netwerkbijeenkomsten proberen zij zoveel mogelijk 55-plussers te vertellen over Met Werk en hen te mobiliseren om zich in te schrijven.
  • Aanbod van werk.nl halen (site van het UWV waar je je inschrijft voor o.a. een uitkering).

Bemiddeling

Kandidaten kunnen zich aanmelden via de site op de website van 55plusnetwerk. Deze website is te vinden in google. Met Werk gaat aan de slag om zoveel mogelijk kandidaten te bemiddelen op de vacatures die in het systeem GUS vermeld staan. Op die manier kunnen ze de kandidaat met vacature aanleveren bij de betreffende vestiging.

Hypotheekschuld aflossen

Het Nibud heeft een boek uitgebracht op woensdag 25 september 2013. Dit boek gaat over het signaleren en oplossen van hypotheekproblemen. Volgens het Nibud is het belangrijk dat problemen met de betaling van een hypotheek zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd. Hierdoor kunnen de problemen nog in een vroeg stadium worden opgelost. Als dat niet gebeurd wordt de kans op financiële problemen steeds groter voor de mensen die een hypotheek moeten aflossen. Er komen volgens het BKR (Bureau Krediet Registratie) steeds meer huizen in moeilijkheden met het betalen van hun hypotheekschuld.

Hypotheek onder water
De problemen omtrent het aflossen van hypotheken ontstaan bijvoorbeeld omdat de opbrengst van beleggingshypotheken tegenvalt. Ook een aflossingsvrije hypotheek kan voor problemen zorgen wanneer een huis bij de verkoop minder opbrengt. Volgens het Nibud staat meer dan vijfentwintig procent van de huizen ‘onder water’. Wanneer een huis figuurlijk ‘onder water’ staat houdt dat in dat de hypotheek hoger is dan de waarde van het huis. Bij het verkopen van het huis hebben huiseigenaren dan een restschuld. Deze restschuld kan door de nationale hypotheekgarantie onder bepaalde voorwaarden worden overgenomen.

Werkloosheid en scheidingen
Ook werkloosheid en scheidingen zorgen voor problemen. Wanneer een inkomen in het gezin wegvalt wordt het aflossen van een hypotheek bij de meeste huishoudens een probleem. Het Nibud geeft in haar boek verschillende tips om de problemen die met het aflossen van een hypotheek gepaard gaan op te lossen. Er wordt onder andere ingegaan op sparen, aflossen, vermogensoverdracht en het oversluiten van een hypotheek.

Overleg
Daarnaast geeft het Nibud aan dat banken en andere hypotheekverstrekkers meer overleg moeten hebben met de hypotheeknemers. Door goed contact met elkaar te houden kan tijdig op problemen worden geanticipeerd. Daardoor kunnen grotere problemen in de toekomst worden voorkomen. Hoe eerder een oplossing wordt geboden hoe beter.

Lonen stijgen beperkt

De lonen in Nederland stijgen beperkt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft dinsdag 24 september 2013 cijfers bekend gemaakt over de loonstijging in Nederland. Volgens het CBS zijn de cao-lonen inclusief bijzondere beloningen het afgelopen kwartaal 1,3 procent gestegen ten opzichte van de hoogte van de lonen in 2012. In deze salarisverhogingen zijn onder andere toeslagen en eindejaarsuitkeringen verwerkt omdat deze onder bijzondere beloningen vallen. Een loonstijging in crisistijd lijkt natuurlijk mooi. Je zou bijna vermoeden dat de koopkracht zou stijgen per hoofd van de bevolking maar deze stijging komt echter onder de inflatie uit. Het is volgens het CBS al het derde jaar dat de inflatie hoger is dan de loonstijging.

Inflatie
Het tweede kwartaal van 2013 kwam de inflatie uit op 2,7 procent. Met een stijging van de lonen met 1,3 procent hebben mensen minder te besteden. Het CBS heeft voor haar conclusie 64 procent van de cao’s gebruikt. Een groot deel van de werknemers in Nederland vallen onder een cao. In totaal zijn dat ongeveer acht van de tien medewerkers.

Reactie Technisch Werken
De koopkracht neemt af. Uit de gegeven van het CBS blijkt dat werknemers minder stijgen in hun salaris ten opzichte van de inflatie. Met de nieuwe maatregelen van het Kabinet in het verschiet zal de koopkracht het komende jaar niet stijgen. Daarmee bereikt het Kabinet het tegenovergestelde van wat ze wil bereiken. Mensen zullen namelijk zuiniger gaan leven. De uitgaves worden beperkt en met name de aanschaf van luxe goederen wordt uitgesteld. Ook de aanschaf van woningen wordt beperkt. Wanneer mensen meer bestedingsruimte hebben kunnen ze ook meer geld gaan investeren. Met de huidige plannen wordt dat moeilijk.

VVD onder vuur door achterban

De VVD wordt door haar aanhang belaagd met boze reacties op haar website. Er staan op dit moment meer dan 770 reacties op een artikel waarin de miljoenennota wordt toegelicht. Met name de heffingskorting is veel VVD-ers een doorn in het oog. Deze heffingskorting is met name nadelig voor de hogere inkomens. Het gaat hierbij om mensen die meer dan 55.991 euro bruto per jaar verdienen. Voor deze groep gaat de heffingskorting in stappen verdwijnen. Uiteindelijk mogen mensen die boven deze inkomensgrens uitkomen niet langer een bedrag 2001 euro aftrekken van hun inkomstenbelasting.

Reacties op website VVD
De reacties op de site van de VVD zijn behoorlijk heftig. Een aantal mensen heeft in hun reactie aangegeven dat ze hun lidmaatschap op de VVD gaan opzeggen. Ook zijn er mensen die zeggen nooit meer op de VVD te gaan stammen. Eerder dit jaar aan het begin van september verschenen er op de website van de VVD ook al boze reacties. Een aantal VVD-ers had toen al vermoedens over de kabinetsmaatregelen die op de planning stonden. Dit kwam omdat de kabinetsmaatregelen waren toen al een beetje uitgelekt.

VVD partijtop stelt gerust
De VVD heeft toen geprobeerd de leden gerust te stellen. Er werd toen aangegeven dat er op Prinsjesdag duidelijk zou worden dat het allemaal wel mee zou vallen voor de mensen die een hoger inkomen hebben. Er zou volgens de partijtop niet worden genivelleerd.

Sociaal akkoord blijft staan?

Jeroen Dijsselbloem de Nederlandse minister van Financiën staat voor het eerder gesloten sociaal akkoord. Hij is het niet eens met de partijen in de Tweede Kamer die het akkoord willen veranderen. Het CDA  en D66 willen het sociaal akkoord veranderen. VVD-fractieleider Halbe Zijlstra en VVD-minister Henk Kamp van Economische Zaken gaven aan dat het akkoord niet ‘heilig’ is. Volgens hen moet over de uitwerking gesproken worden. Ook  Jeroen Dijsselbloem geeft aan dat in de uitwerking van het sociaal akkoord nog zaken op elkaar afgestemd kunnen worden. De kern moet volgens hem echter blijven staan. Dit zijn de afspraken over ontslagrecht en WW.

miljoenennota voor 2013
De miljoenennota voor 2013 is opgemaakt. Maar Jeroen Dijsselbloem staat open voor suggesties van de partijen in de oppositie. Volgens hem zijn er op dit moment alleen maar suggesties genoemd die geld kosten. Voor deze suggesties werd geen dekking genoemd. Zo zorgt de oproep om meer geld in het onderwijs te steken zorgt voor een stijging van de kosten voor de overheid. Ook het besteden van meer geld in de lastenverlichting voor gezinnen zorgt er voor dat de begroting niet meer sluitend is.

Reactie: Technisch Werken
Wanneer de begrotingsrichtlijn wel ‘heilig’ is kan er natuurlijk nauwelijks wat geïnvesteerd worden in de toekomst van Nederland. Daarnaast zullen de lastenverzwaring en de bezuinigingen er de komende jaren voor zorgen dat mensen nog minder geld uit gaan geven. Ook bij de mensen thuis wordt dus ‘bezuinigd’. Hierdoor komt de economie verder tot stilstand. Mensen geven geld uit aan producten die noodzakelijk zijn. Luxegoederen worden niet meer aangeschaft. Ook de huizenmarkt wordt door extra bezuinigingen niet in beweging gebracht. Dit is ook slecht voor de bouw.

Uitzendbureaus in touw voor korte projecten

De markt komt na de bouwvak 2013 moeizaam op gang. Er komen wel aardig wat aanvragen binnen maar het draait hierbij veelal om korte projecten. Bedrijven stellen de vraag naar flexwerkers zo lang mogelijk uit. Dit doen ze door projecten over een langer tijdsbestek uit te smeren. Hierdoor kunnen ze hun eigen personeel goed aan het werk houden.

Overwerk
Wanneer er pieken ontstaan in de productie kiezen veel bedrijven er voor om hun eigen personeel te laten overwerken. Tot de crisis was het gebruikelijk om personeel de keuze te geven of ze deze uren uitgekeerd kregen of dat ze deze in het kader van ‘tijd voor tijd’ konden opsparen. Tegenwoordig komt het regel matig voor dat bedrijven personeel verplichten om ‘tijd voor tijd’ op te sparen. Deze uren kunnen, in tegenstelling tot het verleden, niet naar eigen wens en voorkeur door de medewerker worden opgenomen.

Tijd voor tijd
Bedrijven verplichten tegenwoordig steeds meer personeelsleden om in ‘rustige’ periodes hun opgespaarde ‘tijd voor tijd’ uren op te nemen. Dit is voor personeel  niet een ideale situatie. Toch heerst er onder veel personeelsleden het besef dat bedrijven dit doen omdat ze geen keuze hebben. Daarom gaan personeelsleden met deze regeling akkoord.

Overwerk niet altijd een oplossing
Toch komt er een moment dat overwerk niet meer met eigen personeel kan worden uitgevoerd. Bedrijven kunnen onder druk staan van klanten om snel te leveren. De leveringstijden kunnen dan niet worden uitgesmeerd maar moeten drastisch worden ingekort. Wanneer er dan ook nog personeelsleden op vakantie zijn of in de ziekte zitten heeft een bedrijf een flink probleem.

Werk uitbesteden
Bedrijven staan in die situatie voor de keuze, zet ik extern personeel in of besteed ik werk uit. In het laatste geval nemen ze een onderaannemer in de arm om de klus te klaren. Een bekende onderaannemer die vaker klussen heeft gedaan voor het bedrijf is dan een goede optie omdat kwaliteit dan verzekerd is. Een onderaannemer moet echter wel de mogelijkheid en de tijd hebben om het werk binnen de gestelde tijd en voor de gewenste kwaliteit te leveren.

Flexwerkers
Een andere optie is om flexwerkers of zzp’ers in te zetten. Hierdoor blijft het bedrijf goed zicht houden op de werkzaamheden die onder direct toezicht gebeuren. Bedrijven hebben volop keuze uit uitzendbureaus. Er is op dit moment behoorlijk wat kundig personeel beschikbaar. Omdat bedrijven vaak pas op het laatste moment personeel inlenen is het belangrijk dat personeel zonder lange inwerkperiode aan de slag kan. Het maken van een goede ‘match’ tussenpersoneel en bedrijf is daarom erg belangrijk. Specialistische uitzendbureaus kunnen aan deze vraag beter voldoen dan reguliere uitzendbureaus. De prijs van specialistische uitzendbureaus is echter vaak wel hoger.

Korte projecten
Wanneer de ervaren uitzendkrachten worden ingezet is de duur van het project echter alsnog kort. De piek in de productie moet effectief worden weggewerkt. Tijd voor inwerken is er nauwelijks en fouten worden niet getolereerd. Ondanks dat nemen veel uitzendkrachten deze korte klussen aan. Ze hebben geen keuze helaas. Bedrijven kunnen eenvoudigweg geen beloftes maken voor werk langer dan 6 maanden. De schaarse bedrijven die zich wel deze uitspraken kunnen veroorloven krijgen vaak een enorme hoeveelheid  rechtstreekse sollicitanten en worden bestookt door uitzendbureaus.

Metaalarbeiders staken

De Nederlandse groot- en kleinmetaal bevat ongeveer  475.000 arbeidsplaatsen .Op dit moment, vrijdag 20 september 2013, wordt er gestaakt bij verschillende metaalbedrijven in Nederland. Het gaat om ongeveer 1750 metaalarbeiders. De stakingen vinden plaats bij een aantal grote metaalverwerkende bedrijven zoals DAF, VDL Nedcar, Heerema, Damen en IHC Merwede. De stakingen waren eerder al aangekondigd maar zijn nu ook daadwerkelijk van start gegaan. De vakbonden FNV Metaal en CNV Vakmensen gebruiken de stakingen om hun ongenoegen kenbaar te maken over de vastgelopen cao-onderhandelingen in de metaalsector.

Stakers
De metaalarbeiders willen met hun stakingen de druk op de werkgevers vergroten. Ze willen onder andere meer loonsverhoging. Daarnaast willen de metaalarbeiders ook een mogelijkheid hebben om 32 uur per week te werken. In juni werd ook al stakingen gehouden voor deze eisen. Toen namen 2.500 metaalarbeiders deel aan de stakingsactie.

FNV
De onderhandelaars van de FNV gaven aan: ”Werknemers gaan niet zomaar staken, zij zijn het zat dat werkgevers steeds meer eenzijdig verslechteringen door willen drukken en ze willen invloed houden op hun werktijden. Na jaren van achteruitgang in koopkracht, is een normale loonontwikkeling broodnodig. Daar is in de metaal ruimte voor”. De FNV geeft in hun reactie duidelijk aan dat ze in de metaalsector voldoende mogelijkheden zien om de loonkosten te laten stijgen.

Werkgevers in de metaal
De werkgeversvereniging FME-CWM is het niet eens met deze stelling. De vinden de stakingen onverantwoord. De werkgeversvereniging gaf aan: ”De vakbonden onderkennen de economische situatie niet. Met zeker een derde van de bedrijven in de sector gaat het momenteel niet goed.” Het lijkt er op dat de partijen niet nader tot elkaar komen.

Reactie Technisch Werken:
De onvrede van de metaalarbeiders is begrijpelijk. De vraag is natuurlijk of het terecht is om de werkgevers verantwoordelijk te stellen voor de moeilijke positie waarin de metaalbranche is geraakt. Het gaat in Nederland moeizaam met de metaalbranche. Uit mijn eigen ervaring weet ik dat verschillende metaalbedrijven echt moeten vechten om hun ‘hoofd boven water te houden’. De rek is er bij veel bedrijven uit. Ik denk dat het geen onwil is van werkgevers om geen loonsverhoging te bieden. Bedrijven houden onder aan de streep nauwelijks geld over. Gedwongen ontslagen komen regelmatig voor. Is dit nu een verstandige tijd om stakingen te houden? In het Noorden van Nederland wordt er voor zover ik weet nog niet gestaakt. Ik hoop dat dit ook niet gebeurd.

Werkloosheid daalt

De werkloosheid wordt minder volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens het CBS is de werkloosheid in de maand augustus 2013 gedaald naar 8,6 procent. De daling is niet heel groot. In juli 2013 was de werkloosheid nog 8,7 procent. Het verschil is maar een tiende procent. Een enorme daling is het dus niet. Er zijn in augustus 2013 nog altijd 683 duizend personen werkloos van de Nederlandse beroepsbevolking.

Jongeren aan het werk
Het tiende procent waarmee de werkloosheid is gedaald komt nog altijd neer op elfduizend personen. Met name jongeren zijn meer aan het werk gegaan. Volgens econoom Senne Janssen van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de daling onder de werkloosheid bij jongeren te maken met het seizoenseffect.

Seizoenseffect
Dit seizoenseffect keert ieder jaar terug. In de maand juli stijgt de werkloosheid onder jongeren. Een maand later, in augustus, daalt de werkloosheid weer. Volgens het CBS was dit seizoenseffect in 2013 sterker dan andere jaren. Dit had voor een belangrijk deel te maken met de gunstige weersomstandigheden. Door het mooie weer bloeide de horeca op. Hierdoor konden veel jongeren werk vinden in horecagelegenheden.

Opleiding
Daarnaast solliciteerden ook minder jongeren dit jaar. Dit heeft te maken met de kansen die ze voor zichzelf inschatten op de arbeidsmarkt. Jongeren kiezen er voor om langer te studeren. Het aantal aanvragen bij HBO-opleidingen en universiteiten is ook gegroeid aldus het CBS.

Reactie Technisch Werken
De werkloosheid is een beetje gedaald. Een echte daling is pas merkbaar op langere termijn. Ook het feit dat leerlingen en studenten na het afronden van hun studie er voor kiezen om verder te studeren zorgt er voor dat de cijfers over de daling van de werkloosheid niet helemaal transparant zijn.

Bouw over de grens

De bouw krimpt in Nederland. De hoge werkloosheid onder timmermannen, metselaars en ander bouwpersoneel toont dat aan. Bouwvakkers kijken naar oplossingen. Wanneer deze niet binnen de grenzen van Nederland te vinden zijn wijken ze uit naar het buitenland. Volgens het economische bureau van ING liggen er volop kansen voor Nederlandse bouwvakkers over de grenzen. Met name België en Duitsland zijn interessant. De ING publiceerde haar conclusies in een  sectoronderzoek op donderdag 19 september 2013.

Bouw in Duitsland
De bouwproductie is in Nederland veel lager dan in Duitsland. In ons buurland is de bouwproductie 280 miljard euro. Dit is vier keer zoveel dan in Nederland. De gezamenlijke bouwproductie in de Duitse deelstaten die dicht bij Nederland liggen is bijna 80 miljard euro. Het gaat hierbij om de Duitse deelstaten:  Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen, Rijnland-Plats en Saarland. De grote bouwplaatsen liggen minder dan twee uur rijden van de Duitse grens en zijn daardoor goed te bereiken door bouwvakker die in de grensstreken wonen.

Bouw in België
Ook in België is de bouwsector groter dan de Nederlandse bouwproductie. Bij onze zuiderburen is deze sector in grootte bijna 60 procent van de markt in Nederland. De ING gaf in haar sectoronderzoek aan dat met name in de Vlaamse provincies veel wordt geïnvesteerd in de bouw.

De toekomst van de bouw
Volgens de ING zal de bouwsector de komende jaren nog wel doorgroeien in Duitsland en België. Dit heeft te maken met een groeiend aantal huishoudens over de grens. Voor deze huishoudens moeten nieuwe woningen worden gebouwd om iedereen te kunnen huisvesten. Bouwbedrijven in Duitsland zijn daarnaast goedkoper dan Nederlandse bouwbedrijven. Het verschil is ongeveer 15 procent. Het verschil tussen Nederlandse bouwbedrijven en Belgische bouwbedrijven is niet heel groot. Nederlandse bouwbedrijven zijn slechts 2 procent duurder dan Belgische bouwbedrijven aldus de ING.

Schenkingsvrijstelling voor aflossen hypotheek

Op Prinsjesdag zijn verschillende maatregelingen bekend gemaakt die gevolgen hebben voor de economie op korte en lange termijn. Om de hypotheekschuld van Nederland te verlagen heeft het kabinet een speciale maatregel ontwikkeld. De schenkingsvrijstelling wordt verruimd. Tot op heden was deze schenkingsvrijstelling nog van vijftigduizend euro. Vanaf 1 oktober wordt deze vrijstelling verhoogd naar honderdduizend euro.

Voor wie is de regeling
Iedereen kan van deze maatregel gebruik maken. Tot op heden konden alleen ouders geld schenken aan hun kinderen. Het kabinet heeft deze maatregel ingevoerd voor mensen die met het schenkingsbedrag de hypotheek willen aflossen. Dit is een belangrijke voorwaarde. Het bedrag mag daarnaast ook worden gebruikt om een restschuld af te lossen of een verbouwing te realiseren waardoor de waarde van de woning omhoog gaat. Dat lijkt natuurlijk heel mooi maar gaat dit in de praktijk ook werken?

Vereniging van Eigen Huis
Van verschillende kanten wordt de maatregel van het Kabinet kritisch bekeken. Vereniging van Eigen Huis geeft aan dat een groot deel van het geld uit de schenkingsvrijstelling betaald zal worden aan de banken om een boeterente te voldoen. De Vereniging van Eigen Huis (VEH) heeft dit aan NU.nl doorgegeven. Directeur Rob Mulder van VEH geeft aan: “Vereniging Eigen Huis is van mening dat een dergelijke boeterente ongepast is in deze tijd dat ruim een miljoen huiseigenaren kampen met een hypotheek die onder water staat”. Dit is een duidelijk bericht naar de bankensector en de hypotheekverstrekkers in Nederland.

Banken in Nederland
Bij banken is het vaak moeilijk om meer af te lossen dan een bepaalde drempel. Wanneer het totale hypotheekbedrag naar beneden gebracht zou moeten worden leggen banken vaak boetes op. Voor banken zijn hypotheken een belangrijke inkomstenbron. De rente die ze op de hypotheken krijgen is daarnaast structureel. Wanneer iemand met een hypotheek het hypotheekbedrag naar beneden wil bijstellen loopt een bank daardoor inkomsten mis. De boete die de banken opleggen moet dat dan compenseren.  Een woordvoerder van de Vereniging Nederlandse Banken (VNB) is door Nu.nl gevraagd of banken wat  aan de hoogte van de boetrente zouden willen veranderen. Zoals verwacht voelen de banken in Nederland daar niets voor.  De woordvoerder van de VNB gaf aan: “Banken maken kosten als een hypotheek eerder wordt afgelost. Die kosten moeten linksom of rechtsom toch worden betaald”.

Volgens de woordvoerder moeten mensen die een hypotheeklening hebben jaarlijks 10 procent van hun lening boetevrij kunnen aflossen. De hypotheekverschaffers zijn volgens de woordvoerder verplicht om zich aan deze minimale ondergrens te houden. Volgens de woordvoerder zijn er ook banken die meer dan 20 procent hanteren.

Aflossen gunstig
Aflossen zou volgens Vereniging van Eigen Huis juist ook gunstig zijn voor banken en andere hypotheekverstrekkers. Wanneer leners hun hypotheek eerder aflossen wordt het risico voor alle betrokkenen verlaagd. Een woordvoerder van Vereniging van Eigen Huis gaf de volgende reactie:”Een bank krijgt minder slechte hypotheken op de balans, dat is een verbetering. Daardoor kan er goedkoper geld worden geleend op de kapitaalmarkt, dat levert dus geld op”. Het is nog onduidelijk of banken echt wat gaan doen aan de boetes die ze opleggen. Anders is het natuurlijk wel een mooie regeling van het Kabinet maar schiet een consument er niets mee op.

Reactie Technisch Werken:
De banken zijn bang om inkomsten mis te lopen. Dat is natuurlijk begrijpelijk echter moet het belang van de klant niet uit het oog worden verloren. Wanneer een klant moeilijk aan de verplichtingen van de hypotheek kan voldoen en een kennis heeft die met de schenking van een bedrag de last kan verlichten, is het natuurlijk belangrijk dat er uitkomst geboden kan worden. Een harde opstelling van een bank in die situaties zal op weinig begrip van de maatschappij kunnen rekenen. De banken zijn niet in de laatste plaats verantwoordelijk voor de economische crisis en de malaise op de huizenmarkt.

Nederland investeert in opkomende economieën

Nederlandse bedrijven worden actiever in groeilanden. Het afgelopen half jaar hebben verschillende Nederlandse ondernemingen meer geld geïnvesteerd in landen die onder de opkomende economieën vallen. In totaal was het aantal internationale transacties gestegen tot 36. In de tweede helft van 2012 was het totaal aan transacties nog 12. Het gaat bij deze transacties over overnames door Nederlandse bedrijven voornamelijk in Rusland en India. Daarnaast werden ook veel overnames gedaan in Oost Europese landen.

Onderzoek KPMG
Deze informatie kwam naar voren uit een onderzoek van accountants- en adviesfirma KPMG. Voor haar onderzoek heeft KPMG de transacties van 13 opkomende economieën geanalyseerd. Daarnaast werden transacties van 15 belangrijke ontwikkelde markten bekeken. Hierbij behoord ook Nederland. KPMG  maakte haar resultaten dinsdag 17-09-2013 bekend. Volgens het onderzoek nam het aantal overnames door Westerse bedrijven af. In totaal werden 526 transacties geregistreerd in de eerste helft van 2013 geregistreerd. Dit aantal is 13 procent minder dan in de tweede helft van 2012.

Minder overnames
Het totaal aan overnames door Westerse bedrijven nam af. Ook het aantal overnames door Westerse bedrijven in landen die onder de opkomende economieën vallen nam af. In de laatst helft van 2012 werden er nog 228 overnames gedaan door Westerse bedrijven. De eerste helft van 2013 was dit aantal gedaald naar 169.

Opkomende economieën
Ook opkomende economieën deden onderling minder transacties. In de tweede helft van 2012 werden er nog 131 transacties geregistreerd. In de eerste helft van 2013 was dit aantal transacties naar 110 gedaald.  Accountants- en adviesfirma KPMG trekt uit deze gegevens de conclusie dat ook opkomende markten niet immuun zijn voor de wereldwijde teruggang op de overnamemarkt.

Reactie Technisch Werken:
Het is natuurlijk goed om te horen dat Nederlandse bedrijven investeren in het buitenland. Daar zit echter ook een keerzijde aan. Geld wat in het buitenland wordt geïnvesteerd wordt niet in eigen land besteed. Daarnaast blijft de vraag: waarom kiezen Nederlandse bedrijven voor het buitenland? Het economische klimaat in Nederland is voor bedrijven misschien niet gunstig genoeg om te investeren. Nederland heeft veel procedures en regelgeving waaraan voldaan moet worden wanneer een bedrijf wil uitbreiden. Daarnaast zijn de loonkosten ten opzichte van landen die onder de opkomende economieën vallen vrij fors. Dit zorgt er voor dat Nederlandse bedrijven in het buitenland goedkoper kunnen produceren. De transportkosten die dat met zich meebrengt worden gecompenseerd door de lage loonkosten en lage investeringskosten die bij die landen gebruikelijk zijn. Het grote voordeel dat Nederland en andere Westerse landen ten opzichte van de lage loonlanden en opkomende economieën hebben, is de technologische voorsprong.

Deze technologische voorsprong is ons belangrijkste ‘wapen’ is strijd met de concurrerende markten wereldwijd. Vanuit de opkomende economieën wordt daarom begerig gekeken naar de technologische ontwikkelingen in de Westerse landen. Ook Nederland heeft nog een hoop te bieden in de technologie. Het is belangrijk dat Nederland zich blijft ontwikkelen. De overheid moet daarvoor een gunstig klimaat scheppen. Daarnaast moet het bedrijfsleven en de overheid er voor zorgen dat onze technologische voorsprong niet wordt weggekocht door de opkomende economieën. Wanneer we deze technologieën kwijt zijn heeft Nederland weinig meer te bieden om de concurrentie tegen te gaan.

De investeringen in het buitenland zorgen er daarnaast niet zelden voor dat de Nederlandse bedrijven binnen onze landsgrenzen krimpen. Ze zoeken hun heil dus daadwerkelijk over de grenzen. Voor Nederlandse bedrijven betekend dit echter ‘onheil’. Hard werkende Nederlanders komen niet zelden op straat te staan doordat bedrijven ‘verhuizen’ naar het buitenland. Ook deze tendens is zorgwekkend. Het betekend dat er meer mensen gebruik moeten maken van de Werkeloosheidswet. Dit zorgt bij die groep voor een daling van de koopkracht. Wanneer de groep ontslagen medewerkers groeit en ten gevolge van die koopkrachtdaling ook minder geld uitgeeft krijgt de Nederlandse economie op den duur  een groot probleem. Er komt minder geld (zoals BTW en loonbelasting) binnen en er moet door de overheid meer betaald worden aan uitkeringen. Een uitdaging voor de Nederlandse overheid.

Bezuinigingen in 2014

Zoals verwacht gaat het Kabinet in 2014 door met bezuinigen. Het gaat hierbij om een bedrag van 6 miljard. Niet iedereen in Nederland zal hiervan even sterk de gevolgen ondervinden. Minima en ouderen krijgen het meest te maken met de bezuinigingen. Werkenden worden verhoudingsgewijs minder benadeeld.

Centraal Planbureau
Het Centraal Planbureau (CPB) had de plannen van het Kabinet al eerder doorberekend. De berekeningen werden zondag 15 september ’13 bekend gemaakt. De koopkracht zal gemiddeld dalen met een halve procent. Het ministerie van Sociale Zaken heeft een ander percentage voor de koopkrachtdaling bekend gemaakt. Daaruit kwam een daling van een kwart procent daar voren. Dijsselbloem ziet dit als een positief teken. Volgens hem is deze koopkrachtdaling lager dan voorgaande jaren.

Bezuinigingen voor iedereen
Van alle mensen in Nederland gaan alleenstaande werkenden met een minimumloon er het meest op achteruit. Ook rijke ouderen leveren 1,75 procent aan koopkracht in. Minima met kinderen leveren 1,25 procent koopkracht in. Bijna iedereen merkt de gevolgen van de bezuinigingen.

Sneller internet en hoger inkomen

Het Zweedse telecombedrijf Ericsson heeft dinsdag 17 september 2013 een onderzoek gepresenteerd over internetgebruik. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat gebruikers die een hogere internetsnelheid hebben ook een hoger inkomen hebben. Huishoudens met een lagere internetsnelheid verdienen over het algemeen minder.

Onderzoek Ericsson
Telecombedrijf Ericsson heeft het onderzoek heel breed aangepakt. Het bedrijf heeft gegevens gebruikt van huishoudens in ontwikkelde landen. Daarnaast heeft Ericsson ook gegevens gebruikt van huishoudens in Brazilië, India en China. Deze opkomende economieën zijn voor Ericsson interessant. Een stijging van 0,5 naar 4 Mbps in internetsnelheid zorgt bij de opkomende economieën voor een verhoging van het inkomen van 35 euro. In ontwikkelde landen zoals de West-Europese landen zorgt een vergroting van een reedbandsnelheid van 4 naar 8 Mbps voor een hoger inkomen van 90 euro per maand.

Conclusie onderzoek Ericsson
De onderzoekers van telecombedrijf Ericsson trekken op basis van het onderzoek de conclusie dat mensen effectiever werken met sneller internet. Ze kunnen door sneller internet meer toegang hebben tot specialistische producten op internet zoals videoconferenties. Daarnaast zorgt een sneller internet er voor dat mensen ook vanuit huis kunnen werken. Ze kunnen daarnaast ook via internet sneller solliciteren en hun digitale netwerk opbouwen en onderhouden. Voor mensen met een lagere internetsnelheid is dit moeilijker.

Rectie Technisch Werken:
Bovenstaande informatie stond op de nieuwswebsite nu.nl. De vraag die ik altijd stel bij deze informatie is: “wat kwam eerder het kip of het ei”. Wanneer mensen namelijk een hoger inkomen hebben kunnen ze ook beter een pakket aanschaffen met sneller internet. Sneller internet is namelijk over het algemeen genomen duurder. Lagere inkomens kunnen de afweging maken om hun maandsalaris aan andere, in hun ogen belangrijker, zaken uit te geven.

Stroom wordt goedkoper?

Er wordt geïnvesteerd in de verbindingscapaciteit van het hoogspanningsnet tussen Nederland en Duitsland. Dit doet TenneT omdat er door deze investeringen meer stoom uit Duitsland kan worden geïmporteerd. Stroom in Duitsland is goedkoper waardoor ook Nederlandse stroomgebruikers in de toekomst goedkoper stroom kunnen inkopen. Dit effect zal pas over een paar jaar merkbaar zijn.

Nieuwe verbinding
Er wordt verwacht dat in 2016 tussen Doetinchem en Wesel een nieuwe internationale verbinding in gebruik kan worden genomen. Deze nieuwe verbindingslijn moet 2635 megawattuur (MWh) kunnen transporteren. Dit is ruim 2000 MWh meer dan een Nederlandse energiecentrale gemiddeld produceert.

Investering in bestaand netwerk
Naast de hiervoor genoemde verbinding wordt er ook geïnvesteerd in de verbinding tussen Meeden in de provincie Groningen en Dielen in Duitsland. Deze investeringen zullen binnen drie tot vijf jaar worden gedaan.  Hierdoor kan nog meer stroom uit Duitsland naar Nederland worden getransporteerd.

Nieuwe software en procedures
Naast de investeringen in de internationale verbinding wordt er ook geïnvesteerd op andere gebieden om het transport en distributie zo goed mogelijk te laten verlopen. Hiervoor zijn nieuwe procedures ontwikkeld. Daarnaast wordt er op korte termijn ook geïnvesteerd in nieuwe softwaresystemen. De aanpassing in de procedures en de optimalisering van de softwaresystemen moeten er voor zorgen dat de leveringen van stoom tussen de landen verder wordt verbeterd.

Prijsverschil
Het prijsverschil voor energie tussen Nederland en Duitsland is groot. In Duitsland betaald een consument ongeveer 40 euro per MWh. In Nederland is dit ongeveer 50 euro per MWh. Dit is een groot prijsverschil. Een Nederlander is twintig procent duurder uit voor energie. Een gevolg van de import van Duitse groene energie zorgt er wel voor dat de Nederlandse gas- en kolencentrales over een paar jaar minder zullen produceren. Volgens het economisch bureau van ABN Amro zal de energiesector hiervan de gevolgen ondervinden. Dit is niet goed voor die centrales maar wel voor het milieu.

Groene energie

Duitsland heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in windenergie. Er zijn verschillende windmolenparken aangelegd waarmee veel stoom kan worden opgewekt. Daarnaast heeft Duitsland ook grote vorderingen gemaakt op het gebied van zonne-energie. Door deze investeringen wordt soms zoveel energie in Duitsland opgewekt dat er een energieoverschot ontstaat. Het overschot aan Duitse energie kan moeilijk worden opgeslagen. De groene energie in Duitsland wordt op het elektriciteitsnet gezet. Dit gebeurd zonder problemen en ook wanneer er geen expliciete vraag naar is. Daarom wordt deze energie vaak tegen scherpe prijzen aangeboden aan Duitse gebruikers.

Duitse groene energie
Recentelijk was er nog in het NOS nieuws dat een aluminiumfabriek in Groningen in Nederland moeilijk financieel rond kan komen door de hoge energiekosten die nodig zijn voor de productie en verwerking van aluminium. Door de hoge energieprijzen in Nederland wordt het bedrijf in haar voortbestaan bedreigd. Wanneer het bedrijf echter in Duitsland stond was dit probleem veel minder groot geweest. Daar liggen de energieprijzen lager. Ook andere Nederlandse bedrijven kampen met grote problemen als het draait om energieprijzen. De toekomst van veel bedrijven hangt af van de prijs van energie.

Energie naar Nederland
Het is daarom belangrijk dat er meer goedkope energie naar Nederland wordt getransporteerd. Hiervan profiteren niet alleen bedrijven maar ook Nederlandse consumenten. Daarnaast is de energie in Duitsland de laatste tijd steeds ‘groener’ waardoor ook het milieu een voordeel heeft. Ook in Nederland wordt er al gebruik gemaakt van scherp geprijsde Duitse groene energie. Die energie is daarnaast vaak ook nog gesubsidieerd waardoor het voor de partijen nog aantrekkelijker is om van deze stroom gebruik te maken. Doelstelling is dat deze samenwerking tussen Nederland en Duitsland nog verder wordt uitgebouwd.