Eurostat: Europese economie toont herstel in derde kwartaal van 2020

Volgens het Europese statistiekbureau Eurostat is er sprake van een opleving van de Europese economie. Hoewel de economie nog niet volledig uit de rode cijfers is mag men de cijfers van het derde kwartaal toch enigszins positief noemen. In het derde kwartaal van 2020 was er sprake van een krimp van 3,9 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2019. Dat is wel een nieuwe krimp maar de krimp is aanzienlijk minder erg dan in het tweede kwartaal van 2020. In kwartaal 2 van 2020 kwam de economische groei op een min van 11,4 procent uit. Dat is vrijdag 30 oktober 2020 naar voren gekomen uit cijfers van Eurostat. Het valt op dat veel landen in Europa langzaam maar zeker tekenen van een economisch herstel tonen. In het tweede kwartaal van 2020 deed de coronacrisis haar intreden.

Die periode raakte de economie enorm. Vooral de coronamaatregelen en de onzekerheid bleken een negatief effect te hebben op het economisch vertrouwen van bedrijven en consumenten. Investeringen bleven uit of werden aanzienlijk beperkt. Het consumentenvertrouwen daalde tot een nieuw dieptepunt. Gevolg was dat er minder geld werd uitgegeven. Er werd echter wel meer geleend alleen was dat niet om nieuwe producten, gebouwen of diensten aan te schaffen. Men leende meer om er voor te zorgen dat huishoudens en bedrijven niet failliet gingen. Aan het einde van 2020 hebben veel landen, overheden, ondernemers meer geleerd over het coronavirus en hoe men er mee om moet gaan. Er ontstaat meer vertrouwen en langzaam maar zeker gaat het met zowel bedrijven als consumenten de goede kant op. Het is echter nog onduidelijk wat het laatste kwartaal van 2020 zal brengen. Dat kwartaal zal in het teken staan van de zogenaamde tweede coronagolf. Verschillende landen hebben in de laatste maanden van 2020 zware coronamaatregelen afgekondigd. Die zullen ongetwijfeld een effect hebben op de economie van de desbetreffende landen en daardoor ook op de gehele Europese economie.

Zorgminister De Jonge: extra coronamaatregelen lijken eind oktober 2020 nog niet nodig

De afgelopen dagen zijn de cijfers met betrekking tot de coronabesmettingen nauwlettend in de gaten gehouden. Volgens zorgminister Hugo de Jonge zijn de cijfers over de coronabesmettingen op dit moment niet zo alarmerend dat er nieuwe maatregelen nodig zijn. De minister deed deze uitspraak tijdens de wekelijkse ministerraad. De cijfers laten volgens De Jonge zien dat er sprake is van een afvlakking. Dat betekent dat er een einde is gekomen aan een scherpe stijging in het aantal besmettingen. Het aantal besmettingen met het coronavirus neemt nog wel toe maar nog niet zo sterk als eerst. De groei in het aantal besmettingen komt een beetje tot stilstand. Als er sprake zou zijn van een grotere stijging in het aantal positieve tests per dag dan zouden extra coronamaatregelen nodig zijn. Op dit moment is daar geen sprake van. Een aanscherping van de coronamaatregelen is daardoor nog niet nodig.

Toch is de zorgminister er niet geheel gerust onder. De minister is past gerust als Nederland de spreekwoordelijke ‘bocht’ heeft genomen. dan wordt pas duidelijk wat de werkelijke stand van zaken is. de minister wil de komende tijd een daling zien in het aantal besmettingen. Als deze ontwikkeling plaatsvind kan ook nog de keuze worden gemaakt om verschillende maatregelen in te voeren om de daling in het aantal besmettingen verder te versnellen. Eind oktober worden er dagelijks nieuwsberichten verspreid over het aantal besmettingen. Ook de coronamaatregelen zijn met regelmaat in het nieuws. Het valt op dat landen verschillende keuzes maken op het gebied van coronabesmettingen. Sommige landen kiezen er voor om hele strenge maatregelen in te voeren. Er zijn landen met een nieuwe lockdown. Een voorbeeld van een land dat strenge maatregelen heeft getroffen is Frankrijk. Ook landen zoals België en Italië vinden strenge maatregelen noodzakelijk om de coronacrisis te beteugelen. Voor Nederland is dat in eerste instantie niet noodzakelijk.

Chiropractors waarschuwen: zorg voor een ergonomische werkplek bij thuiswerken

Chiropractors zijn bezorgd over de explosieve stijging in het aantal mensen met rugklachten. Deze ontwikkeling lijkt ook verband te houden met de coronacrisis. Door de coronacrisis is het aantal mensen met rugklachten de laatste maanden flink toegenomen. Volgens de organisatie NCA zijn er door de coronamaatregelen steeds meer mensen in Nederland gaan thuiswerken. Dat is op zich een goede ontwikkeling om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Men moet echter wel rekening houden met een goede werkplek. Dit heeft niet iedereen. Sommige mensen hebben een ergonomisch onverantwoorde werkplek. Daardoor kunnen mensen in een verkeerde houding gaan werken.

Zo kunnen mensen last krijgen van rugklachten of nekklachten. Ook kan men door een verkeerde werkomgeving last krijgen van hoofdpijn. Dit is overigens niet alleen een risico voor de grote groep thuiswerkers. Er zijn ook steeds meer studenten die last krijgen van fysieke klachten vanwege een slechte studeerplek thuis. Studenten zitten vaker thuis achter internet of een andere digitale omgeving waar ze hun online lessen kunnen volgen. Dit gebeurd lang niet altijd op een ergonomisch verantwoorde werkplek. Daardoor kunnen problemen ontstaan met het lichaam. Dat zegt de Nederlandse Chiropractoren Associatie (NCA). Tijdens een rondgang onder de leden van deze organisatie kwam naar voren dat er steeds meer mensen zijn met klachten in de nek en rug. Chiropractors proberen hun patiënten effectief en snel te helpen, maar op dit moment zitten alle praktijken vol.

Duitse economie met 4,3 procent gekrompen in kwartaal 3 van 2020

De economie van Duitsland is in het derde kwartaal van 2020 gekrompen met 4,3 procent ten opzichte van kwartaal 3 van 2019. Dit bericht werd vrijdag 30 oktober 2020 bekend gemaakt door het Duitse statistiekbureau Destatis. Het bureau heeft er wel aan toegevoegd dat het gaat om een eerste raming. Er is in Duitsland nog steeds sprake van een economische krimp. Toch is deze krimp minder groot dan de economische teruggang van het tweede kwartaal. In het tweede kwartaal daalde de economie van Duitsland met ongeveer tien procent. Dat was toen de grootste daling in de economie sinds het statistiekbureau in 1970 begon met het verzamelen van data.

Zowel in het tweede als derde kwartaal is de coronacrisis de belangrijkste veroorzaker van de economische teruggang van het land. Als men echter kijkt naar de ontwikkelingen tussen het tweede kwartaal en derde kwartaal van 2020 dan ontstaat een gunstiger beeld. De economie deed het begin juli tot eind september ongeveer 8,2 procent beter dan in het tweede kwartaal. Ook dit is een record. Het is namelijk de grootste economische groei in zo’n korte tijd gemeten in Duitsland. Het is helder dat de economie van Duitsland een grote klap heeft opgelopen. Toch toont ook dit land veerkracht en verreist Duitsland vrij snel uit het dieptepunt. Men moet echter niet te vroeg gaan juichen. Ook Duitsland merkt tegen het einde van het jaar de gevaren van de verspreiding van het coronavirus. Duitsland voert ook extra maatregelen in. Die maatregelen zullen ongetwijfeld ook effect hebben op de economie van het land.

Nationaal Woonplan: verhuurdersheffing voor woningcorporaties moet verdwijnen vanaf 2020

Het Nationale Woonplan dat door CDA-Kamerlid Julius Terpstra onlangs werd aangekondigd bevat onder andere een opmerking over de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Deze heffing zou moeten verdwijnen als het aan het CDA ligt. Door het opheffen van de verhuurdersheffing krijgen woningbouwcorporaties meer financiële mogelijkheden om betaalbare huurwoningen te bouwen. Dat moeten deze corporaties dat natuurlijk ook doen. Er moeten meer huurwoningen beschikbaar komen die door een groot aantal huurders ook als betaalbaar kunnen worden beschouwd. Op dit moment is er weinig aanbod in het aantal beschikbare en betaalbare huurwoningen. Verder is er ook in het aantal middenhuurwoningen met een huur tot ongeveer 1000 euro per maand weinig beschikbaar.

Het CDA wil dat woningcorporaties ook voor dit segment meer woningen gaan bouwen en verhuren. Dit staat in het verkiezingsprogramma van het CDA dat vrijdag 30 oktober 2020 in de middag wordt gepresenteerd. Het lijkt er op dat het CDA de focus gaat leggen op de woningmarkt. De politieke partij wil de positie van starters op de woningmarkt verbeteren maar ook het aan bod aan betaalbare huurwoningen vergroten. Het is duidelijk dat er problemen zijn op de woningmarkt. Vraag en aanbod op de woningmarkt is niet in balans. Vooral de starters en de mensen met middeninkomens of lager ervaren moeilijkheden als ze een woning willen kopen of huren. Het CDA wil met haar verkiezingsprogramma er voor zorgen dat voor deze groepen de kansen op de koopwoningmarkt en op de huurwoningmarkt worden vergroot.

CDA wil starterslening voor starters op de woningmarkt vanaf 2020

Het CDA wil de positie van starters op de woningmarkt verbeteren. Daarvoor moeten starters een lening krijgen aldus de politieke partij. Het CDA spreekt van een starterslening. De hoogte van deze lening zou maximaal 50.000 moeten bedragen. Het is belangrijk dat de starterslening onder gunstige voorwaarden wordt verstrekt. Dan kunnen starters dit kapitaal gebruiken om een grotere kans te krijgen op een hypotheek. Het CDA benadrukt dat de starterslening geen subsidie is. Het bedrag wordt als lening verstrekt en moet dus ook worden terugbetaald door de starter.

Koopwoningen te duur voor starters

Veel starters hebben het in 2020 niet bepaald makkelijk als ze een koopwoning willen aanschaffen. In 2020 is namelijk sprake van een gespannen woningmarkt. Veel woningen die te koop staan zijn te duur voor starters. Als er al woningen te koop komen in het startersegment dan is er zoveel animo dat een hoop potentiële kopers teleurgesteld aan de zijlijn blijven staan. Bovendien zijn er ook veel investeerders en vastgoedmangaten die investeren in starterswoningen. Deze spelers op de woningmarkt kopen starterswoningen overigens niet om er zelf in te wonen maar om ze vervolgens te verhuren in het vrije huur segment.

Verplichte bewoning van starterswoning

De starters op de woningmarkt die achter het net vissen kunnen daardoor de woning vaak pas na een paar maanden huren tegen forse huurbedragen. Bepaalde gemeenten willen deze situatie op de woningmarkt aanpakken door kopers van woningen te verplichten om gedurende een bepaalde periode zelf gebruik te maken van de woning. Het CDA wil bepaalde koopwoningen alleen maar beschikbaar stellen voor starters  tot en met 35 jaar. Ook die starters op de woningmarkt moeten een bepaalde periode in de starterswoning wonen en mogen de woning binnen vijf jaar niet met winst te verkopen.

CDA wil dat er dat er voor 2030 in totaal 250.000 betaalbare koopwoningen worden gebouwd voor starters

Het CDA wil dat er meer nieuwe koopwoningen beschikbaar komen voor starters op de woningmarkt. Het aanbod aan woningen voor starters is op dit moment nog heel beperkt. In totaal worden in 2020 nog nauwelijks nieuwe woningen voor starters gebouwd. Het aanbod voor starters kan eigenlijk alleen maar toenemen als er meer nieuwe woningen voor deze groep worden aangeschaft. Het CDA wil daarom dat er tot 2030 minimaal 250.000 betaalbare koopwoningen worden gebouwd voor starters op de woningmarkt. In totaal moet 25 procent van de nieuwe woningen worden gebouwd voor deze categorie woningzoekenden. Dit heeft het CDA geschreven in haar verkiezingsprogramma voor de komende verkiezingen.

Om het voor starters aantrekkelijk te maken om een nieuwe woning aan te schaffen moeten de prijzen van de woningen niet te hoog zijn. Volgens het CDA moeten de woningen voor starters te koop worden aangeboden tot maximaal 3 ton. Verder moet het voor starters mogelijk zijn om een starterslening te krijgen ter hoogte van 50.000 euro. Dat moet er voor zorgen om gemakkelijker een hypotheek te krijgen. Doordat starters een bepaalde starterslening kunnen ontvangen hebben ze ook een minder hoge hypotheek nodig. De starters mogen niet ouder zijn dan 35 jaar. Daarnaast moeten starters verplicht hun woning gaan bewonen. Binnen een periode van 5 jaar tijd mogen de starters hun huis niet met winst gaan verkopen. Zo moet de nieuwe woning ook voor toekomstige starters betaalbar blijven.

Detailhandel behaalde flinke omzetgroei in september 2020

De Nederlandse detailhandel is de maand september van 2020 goed doorgekomen. In deze maand hebben winkelbedrijven in Nederland veel meer omzet weten te behalen dan in de maand september van 2019. Dit bericht werd vrijdag 30 oktober 2020 bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens de cijfers van het statistiekbureau hebben winkeliers in Nederland in september 2020 in totaal 7,6 procent meer omgezet ten opzichte van september vorig jaar. Volgens het CBS kwam dit vooral omdat de prijzen omhoog zijn gegaan. Daarnaast werden er in verhouding ook meer producten verkocht. Ook online ging het goed. Via internet steeg de omzet maar liefst met 35 procent gemiddeld.

Dat komt omdat mensen steeds vaker producten online aanschaffen. Omdat mensen vanwege de coronacrisis meer thuis werken gaat het ook goed met bedrijven die gericht zijn op het klussen thuis of de woninginrichting. Bouwmarkten, keukenbedrijven, meubelzaken en stoffeerders deden goede zaken in september 2020. Hoewel de maand september heel positief is verlopen wordt de komende tijd toch spannend voor veel winkeliers. Het is nog niet duidelijk hoe groot de effecten zijn van de strengere coronamaatrelen die op 14 oktober 2020 werden ingevoerd. Daarnaast zijn de komende feestdagen voor de detailhandel vaak heel gunstig met betrekking tot hun omzet en marge. Als er echter door de coronamaatregelen beperkingen worden opgelegd kan de verwachte omzet en marge worden gedrukt. Dat is minder gunstig voor een groot aantal winkels die een grote inhaalslag hopen te maken tijdens de feestdagen.

Banken geven 28 miljard euro aan steun met name aan ondernemers in coronacrisis 2020

Banken in Nederland hebben sinds de maand maart in totaal 28 miljard euro aan steun aangeboden aan hun klanten. Het ging hierbij met name om extra leningen en het uitstellen van aflossingen op leningen. Meer dan 166.000 ondernemers en ongeveer 36.000 particulieren hebben bij banken gebruik gemaakt van een bepaalde vorm van financiële steun. Dit heeft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) vrijdag bekend gemaakt. Er wordt steeds meer financiële steun aangeboden door de banken. Zo hadden de banken vorige maand nog in totaal 26 miljard euro aan steun gegeven. In een maand tijd is daar dus 2 miljard euro bovenop gekomen. Banken lijken hun verantwoordelijkheid op te pakken richting klanten.

Zo houden ze actief contact met klanten om te horen hoe die er financieel voor staan. Momenteel wordt nog niet gesproken van een wijdverspreid liquiditeitsprobleem. Toch kan dit in korte tijd veranderen. Dat geeft ook NVB-voorzitter Chris Buijink aan in een reactie. Een hoop ondernemers kunnen namelijk wel tijdelijk financiële klappen opvangen maar niet gedurende een lange periode. De rek kan er op een gegeven moment uit raken. Dat maakt dat ondernemers naar mater de coronacrisis voortduurt steeds verder in de problemen kunnen kraken. Iedereen hoopt dat de coronacrisis zo snel mogelijk voorbij is. Dan kunnen ondernemers ook weer rustig adem halen en zich focussen op hun bedrijfsvoering in plaats van op coronamaatregelen.

Belang thuiswerken moet meer worden benadrukt door kabinet in 2020

De overheid heeft verschillende maatregelen ingevoerd om de coronacrisis te bestrijden. Hoewel over een aantal maatregelen discussie zou kunnen ontstaan is in ieder geval één ding duidelijk: het beperken van contact tussen mensen zorgt er voor dat de coronacrisis effectief bestreden kan worden. De overheid kijkt daarbij vooral naar de horeca en de evenementenbranche. In die sectoren komen veel mensen voor de gezelligheid of de sfeer bij elkaar. Dat soort bijeenkomsten en vormen van samenzijn worden nu zoveel mogelijk aan banden gelegd. Wat echter opvalt is dat de overheid ook wil dat bedrijven meer gaan thuiswerken.

Als men echter op de Nederlandse wegen kijkt in de ochtendspits en avondspits dan wordt duidelijk dat daar in ieder geval geen massaal gehoor aan wordt gegeven. De wegen zijn nog steeds druk met woon-werkverkeer. Ook zijn er nog veel kantoorbedrijven die gewoon open zijn. Soms werken ze in ploegen oftewel shifts maar daar houdt het ook wel mee op. De overheid zou meer moeten doen om bedrijven aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Thuiswerken moet eerder normaal worden in de coronacrisis dan een uitzondering.

Record aantal studenten ingeschreven bij universiteiten voor studiejaar 2019-2020

Voor het studiejaar 2019-2020 zijn een record aantal studenten ingeschreven bij de Nederlandse universiteiten. In totaal hebben de universiteiten gezamenlijk 328.000 ingeschreven studenten voor het studiejaar. Dat is in totaal 8 procent meer dan het aantal studenten dat zich had ingeschreven voor het collegejaar 2019-2020. Dat komt naar voren uit de voorlopige inschrijfcijfers van de Vereniging van Universiteiten (VSNU).

Volgens de vereniging is de toename in het aantal inschrijvingen het gevolg van de coronacrisis. Door deze crisis zijn de centrale examens weggevallen. Dat heeft er voor gezorgd dat meer scholieren een vwo-diploma hebben mogen ontvangen. Daarnaast hebben minder geslaagden voor een tussenjaar gekozen. Dat kwam onder andere omdat de reismogelijkheden zijn ingeperkt.

Een andere positieve factor met betrekking tot het aantal inschrijvingen is het feit dat universiteiten vanwege de coronacrisis coulanter zijn geweest met betrekking tot een bindend studieadvies. Gemiddeld valt ongeveer 7 procent van de studenten in het eerste jaar uit. Dat is nu gedaald naar 5,4 procent. VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg geeft aan dat het komende jaar duidelijk zal moeten worden wat de effecten zijn van het uitstellen van het bindend studieadvies.

Air France-KLM: verlies van 1,7 miljard euro in derde kwartaal van 2020

Air France-KLM heeft in het derde kwartaal van 2020 een verlies geleden van 1,7 miljard euro. Dit heeft het moederbedrijf van KLM vrijdag 30 oktober 2020 bekend gemaakt. KLM had een verlies van 234 miljoen euro. Volgens KLM-topman Pieter Elbers wordt door deze cijfers opnieuw duidelijk hoe slecht het in 2020 gaat met de luchtvaartsector. Er wordt door de luchtvaartorganisatie gesproken over “de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog”. Deze crisis wordt gemerkt door de samenleving maar ook door KLM. De luchtvaartorganisatie zou in het derde kwartaal van 2020 een verlies van 500 miljoen euro hebben geleden als ze geen gebruik had gemaakt van de NOW-regeling. Deze regeling heeft dus wel een remmend effect gehad op het verlies van de organisatie. Dat is een kleine pleister op de financiële wond.

Vrijdag of zaterdag zal het ministerie van Financiën duidelijkheid geven of het zogenaamde herstelplan van KLM voldoende basis bied voor de luchtvaartorganisatie om in aanmerking te kunnen komen voor meer staatssteun. De omvang van de staatssteun zou in cijfers 3,4 miljard euro bedragen. KLM zou echter uit het herstelplan voldoende naar voren moeten laten komen dat er kosten worden bespaard. Dat betekent helaas ook dat er waarschijnlijk veel banen zullen verdwijnen bij KLM. In totaal zou het KLM-personeelsbestand al teruggebracht moeten worden met 5.000 fte tegen het einde van dit jaar aldus KLM. Dat is 15 procent van het aantal banen dat KLM voor de uitbraak van de coronacrisis had. De KLM geeft aan dat de recente ontwikkelingen er voor zorgen dat er waarschijnlijk zwaardere maatregelen moeten worden doorgevoerd. Dat zal ook een effect hebben op het personeelsbestand van KLM.

Europese Centrale Bank (ECB) streeft naar 2 procent inflatie maar dit wordt lang niet gehaald in 2020

De Europese Centrale Bank (ECB) is één van de belangrijkste financiële organisaties in Europa. Deze organisatie heeft onder andere een beslissende invloed op de hoogte van de rente in Europa. Zo spreekt men ook wel van de ECB-rente. Naast de invloed op de rente heeft de ECB ook invloed op de inflatie in Europa. De ECB rente en de inflatie van de euro houden normaalgesproken met elkaar verband. Toch blijkt in 2020 dat de ECB niet of nauwelijks grip heeft op de hoogte van de inflatie. De ECB spreekt uit dat ze streeft naar een inflatie van plus twee procent. De afgelopen maanden is echter gebleken dat er een negatieve inflatie is opgetreden. Ook voor de coronacrisis kon een inflatiepercentage van twee procent eigenlijk niet gehaald worden.

Door de coronacrisis is het beoogde inflatiepercentage echter compleet fictie geworden. In augustus 2020 kwam de inflatie uit op min 0,2 procent en in september 2020 op min 0,3 procent. Een negatieve inflatie maakt Europese producten duurder voor buitenlandse afnemers. Dat is niet gunstig voor de export van Europa. Toch kan een negatieve inflatie of een deflatie wel gunstig zijn voor de import van Europese bedrijven van producten uit andere landen. Het inflatiepercentage kan echter niet of nauwelijks meer doormiddel van kunstmatige grepen van de ECB worden veranderd. De afgelopen jaren heeft de ECB op dit gebied al bijna alles uit de kast gehaald.

Europese Centrale Bank (ECB) neemt in november 2020 nog geen extra maatregelen tegen coronacrisis

De Europese Centrale Bank (ECB) zal op korte termijn nog geen extra maatregelen nemen om de financiële gevolgen van de coronacrisis te beperken. Daarvoor is het momenteel nog te vroeg aldus de centrale bank. Dat betekent overigens niet dat er in heel 2020 geen maatregelen meer kunnen worden verwacht van de ECB. Vermoedelijk komen er in december 2020 wel weer nieuwe maatregelen vanuit de ECB. Dit staat op de website van de ECB in een bericht van Christine Lagarde.

Tijdens de coronacrisis blijft de ECB niet aan de zijlijn staan. Zo heeft de centrale bank van Europa al verschillende maatregelen genomen om de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie in te dammen. Hierbij kun je onder andere denken aan het opkoopprogramma. Op dit moment wordt gekeken naar de ontwikkelingen op het gebied van de coronapandemie. Verschillende Europese landen hebben zeer strenge maatregelen ingevoerd om de effecten van de pandemie te beperken. De vraag is echter in hoeverre de maatregelen de economie van de Europese landen schade aan doen. Er zullen waarschijnlijk miljarden euro’s gaan verdampen in Europa. De vraag is echter hoe deze financiële klappen opgevangen kunnen worden. Daarover is de ECB op dit moment in beraad.

Middenkaderpersoneel beschikbaar in de werktuigbouwkunde eind oktober 2020

Hoewel het in de productie van veel bedrijven steeds drukker begint te worden lijkt er op het middenkader van veel bedrijven een andere ontwikkeling plaats te vinden. Technische uitzendbureaus merken namelijk dat er verhoudingsgewijs veel tekenaars, werkvoorbereiders, inkopers, engineers en constructeurs beschikbaar komen in de techniek. Deze vaak hoger opgeleide specialisten komen beschikbaar omdat bedrijven het klaarblijkelijk minder druk hebben in het middenkader. Daarnaast zijn er verschillende HBO-ers die na afloop van hun studie moeilijk aan een baan kunnen komen in het middenkader.

Mogelijk speelt de coronacrisis hierbij een rol. Veel bedrijven kiezen er voor om mensen meer thuis te laten werken zoals tekenaars, engineers en constructeurs. Dat is natuurlijk goed vanwege het voorkomen van coronabesmettingen. Het grote probleem is echter dat daardoor ook minder faciliteiten aanwezig zijn om instromers in het middenkader te begeleiden. Als men zonder werk raakt in het middenkader is de kans groot dat men langer moet zoeken naar een passende baan. Dat langer zoeken kan Technicum uitzendbureau wellicht inkorten. Door een uitgebreid netwerk aan bedrijven kan Technicum ondersteunen bij het zoeken naar een baan in het middenkader. Wil je meer weten over je mogelijkheden om bij Technicum aan de slag te gaan? Klik op de knop Vacatures Technicum in de menubalk voor een overzicht aan actuele vacatures in het middenkader bij jou in de buurt.

Lassers en cascobouwers gevraagd eind oktober 2020

De maand oktober is bijna voorbij maar veel vacatures voor lassers en cascobouwers staan nog open bij werkgevers in de techniek. Dit zijn echte vacatures en geen vacatures die vanwege promotiedoeleinden worden geplaatst om de indruk te wekken dat bedrijven het druk hebben. Er is daadwerkelijk meer drukte bij bedrijven. Er worden meer projecten gestart en offertes worden voorzien van handtekeningen. Goed nieuws voor de werktuigbouwkundigen, lassers, samenstellers, ijzerwerkers en cascobouwers in Nederland. Er is meer werk en meer werk betekent ook meer zekerheid. Dat laatste is vooral tijdens een coronacrisis heel wenselijk. De onzekerheid van de beginfase van de coronacrisis is nu langzaam maar zeker voorbij.

Bedrijven durven meer te investeren in personeel en langzaam maar zeker neemt ook de productie steeds verder toe. Dat merken ook de technische uitzendbureaus in Nederland die steeds meer vacatures ontvangen van hun opdrachtgevers. Deze vacatures worden gedeeld via verschillende digitale kanalen op het internet. Zo verschijnen er technische vacatures op jobboards maar ook op reguliere websites van uitzendbureaus. Verder verschijnen er ook technische vacatures op sociale media in Nederland. Technischwerken.nl heeft ook een overzicht aan vacatures beschikbaar. Klik op de knop vacatures in de menubalk om meer te weten te komen over technische vacatures bij jou in de buurt.

In derde kwartaal 2020 meer woningen verkocht in de vier grote steden

De woningverkoop is in de vier grote steden van Nederland omhoog gegaan. Deze opleving van de woningmarkt is onverwacht. Er ontstaat een beeld dat de woningmarkt in Nederland een nieuwe opleving krijgt. Dat geeft het ING Economisch Bureau donderdag 29 oktober 2020 aan. Het economische bureau van de bank waarschuwt dat die opleving van tijdelijke aard is. Volgens de bank zal de coronacrisis uiteindelijk ook een negatief effect hebben op de woningmarkt. De woningmarkt zal gaan afkoelen alleen is deze afkoeling nog niet merkbaar.

De economen van de ING bank hebben in kaart gebracht dat in het derde kwartaal van 2020 in totaal vier procent meer woningen werden verkocht in Amsterdam ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Ook in Den Haag ging het goed. Daar was sprake van een toename van 3,3 procent. In Rotterdam werd een stijging genoteerd van 6 procent en in Utrecht schoten de prijzen gemiddeld zelfs met 11,7 procent omhoog.

Deze cijfers zijn gecorrigeerd voor seizoensinvloeden. Volgens de ING houden de cijfers geen verband met de coronacrisis. Vlak na de uitbraak van COVID-19 zijn namelijk meer woningen te koop gezet in de grote steden. De daadwerkelijke overdracht van woningen vind echter meestal een aantal maanden later plaats. Daardoor lijkt de woningverkoop in het derde kwartaal hoger dan de werkelijkheid. Veel voorlopige koopovereenkomsten zijn namelijk al gesloten in het kwartaal daar voor.

Winkels, utiliteit en kantoorgebouwen vaker omgebouwd tot woningen in 2020

Steeds vaker worden gebouwen omgebouwd tot woning. Het gaat hierbij om gebouwen met oorspronkelijk een andere bestemming zoals scholen, winkels en kantoorcomplexen. In 2019 zijn in Nederland door het ombouwen van bestaande gebouwen ongeveer 12.500 nieuwe woningen gerealiseerd. In 2018 waren dat er ook al ongeveer 12.200. Dit is donderdag 29 oktober 2020 naar voren gekomen uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Transformatiewoningen

Men heeft het hierbij over transformatiewoningen. De woningen zijn immers door een transformatie van een bestaand gebouw tot stand gekomen. In 2019 vormden de transformatiewoningen bijna 13 procent van het totaal aan nieuwe woningen in Nederland. Een groot deel van deze transformatiewoningen ontstaat uit omgebouwde kantoorpanden. In totaal zou ongeveer de helft van de transformatiewoningen hieruit ontstaan. Daarnaast ontstaat een kwart van de transformatiewoningen uit winkels of gebouwen die vallen onder “maatschappelijk vastgoed”. Hierbij kun je denken aan gebouwen zoals ziekenhuizen, scholen of kerkgebouwen.

Huurwoningen vrije sector

Een groot deel van de transformatiewoningen wordt echter aangeboden als huurwoning in de zogenaamde vrije huursector. In dat geval zijn bedrijven of beleggers eigenaar van de woning. Dit zijn vaak kleinere woningen of appartementen. Daarvan heeft 45 procent heeft een oppervlakte tussen de 15 en 50 vierkante meter, terwijl 28 procent van de transformatiewoningen tussen de 50 tot 75 vierkante meter beslaat. De meeste transformatiewoningen zijn ontstaan in de gemeente Rotterdam. Daarnaast zijn ook in Amsterdam en Den Haag veel transformatiewoningen ontstaan. Het gaat daarbij overigens wel over de absolute aantallen in transformatiewoningen. Procentueel gezien heeft Capelle aan den IJssel de meeste transformatiewoningen. Drie kwart van de nieuwe woningen behoorde daar tot het segment transformatiewoningen.

Thuiswerken bij veel bedrijven eerder uitzondering dan regel in 2020

Hoewel de overheid wil dat werknemers zoveel mogelijk thuis werken is het thuiswerken eerder een uitzondering dan een regel bij veel bedrijven. De top van veel bedrijven zien veel bezwaren om mensen thuis te laten werken. Ze zijn bang dat de werknemers als ze thuiswerken minder doen en dat de productiviteit van bedrijven achteruit gaat. Toch is de overheid duidelijk, thuiswerken moet tenzij het niet anders kan. Het lijkt er dus op dat de overheid het eigenlijk alleen goed vind dat mensen op een werklocatie komen als het niet mogelijk is om de werkzaamheden thuis uit te voeren.

In veel gevallen zal men werk moeten doen op een werklocatie. Denk hierbij aan werkzaamheden in een fabriek maar ook in de techniek. Het aanleggen van installaties en het opbouwen van constructies kan natuurlijk niet thuis worden gedaan maar zal moeten plaatsvinden in een fabriekshal of bij klanten. Hoewel dit logisch is kan men niet in alle gevallen werknemers verplichten om naar het werk te komen. Denk bijvoorbeeld aan kantoorwerkzaamheden of werkzaamheden van een telefonische helpdesk. Die werkzaamheden kan men voor een groot deel wel thuis uitvoeren. De meeste bedrijven zijn zich er van bewust dat de werkzaamheden net zo goed thuis kunnen worden uitgevoerd.

Toch is niet elke organisatie hier op ingericht en willen sommige organisaties hierop niet ingericht worden. Sommige organisaties werpen als verweer op dat de arbeidsomstandigheden van werknemers thuis niet altijd optimaal zijn. De coronacrisis zorgt echter voor voldoende risico om er voor te zorgen dat er investeringen worden gedaan in de werkplek van mensen thuis. Als die werkplekken worden verbeterd is dit excuus echter van tafel. Een teruggang in de productie is vaak wel te controleren met een digitaal systeem. Het registreren van acties en gesprekken is betrekkelijk eenvoudig en zou daardoor altijd wel uitgevoerd moeten kunnen worden. Daardoor kunnen bedrijven altijd controle houden op de input en output van de werknemers. Hierdoor is monitoring mogelijk en kan er eventueel ingegrepen worden als de productie lager blijkt dan wanneer werknemers op een werklocatie werken. Bedrijven zouden meer moeten doen om thuiswerken te bevorderen.

Onderwijspersoneel moet er alles aan doen om scholen open te houden in 2020

Het onderwijs in Nederland staat onder druk vanwege de coronacrisis. Tijdens persconferenties en evaluaties over de coronacrisis wordt in Nederland extra aandacht besteed aan het onderwerp onderwijs. Het onderwijs in Nederland moet doorgaan om verschillende redenen. Allereerst is het belangrijk dat leerlingen en studenten geen studieachterstand oplopen. Daarnaast is het vooral belangrijk dat ouders aan het werk kunnen blijven. Het sluiten van basisscholen is daardoor niet wenselijk. De VO-Raad, de Algemene Onderwijsbond, CNV Onderwijs, de Federatie van Onderwijsvakorganisaties en het Landelijk Aktie Komitee Scholieren hebben in een open brief aan de onderwijssector aangegeven dat het onderwijspersoneel en leerlingen er met elkaar alles aan moeten doen om de scholen zolang als verantwoord is open te houden.

Sluiting moet worden voorkomen daarom moet iedereen zich houden aan de coronamaatregelen. In de brief wordt begrip getoond voor het onderwijspersoneel. Er wordt aangegeven dat het soms moeilijk is om in scholen anderhalve meter afstand te bewaren tussen zowel leerlingen als het onderwijspersoneel maar ook tussen het onderwijspersoneel onderling. Toch is het belangrijk dat het personeel verantwoordelijkheid neemt en ook bereid is om elkaar te helpen herinneren wat de afspraken zijn als dat nodig is. Er ontstaan meer zorgen onder leerlingen en ouders. Dat zien de onderwijsbonden ook. Volgens deze bonden zijn de zorgen natuurlijk terecht. Het is niet mogelijk om tijdens de coronatijd zorgeloos onderwijs te geven. We zullen er met elkaar alles aan moeten doen om de zorgen weg te nemen.