Wat is Chroom-6?

Chroom-6 of chroom (VI) is een positief geladen geproduceerde variant van natuurlijk chroom (Cr). Het zijn chroom houdende verbindingen met zeswaardig chroom, zoals chroomzuur, chroomtrioxide, dichromaten en chromaten en worden gebruikt voor het beschermen van metaal (ferro) tegen roest. Let op! Chroom-6 is zeer schadelijk voor de gezondheid, het tast het DNA van mensen en dieren aan en kan verschillende soorten kanker veroorzaken! Hieronder is meer informatie over Chroom-6 en de schadelijke effecten daarvan weergegeven.

Waarvoor werd Chroom-6 gebruikt?
Chroom-6 werd vooral in de periode tussen de jaren 60 en 80 veel gebruikt. Voor corrosiebestrijding werd Chroom-6 in het verleden aan de oppervlakte van het metaal aangebracht. Chroom-6 werd overigens niet alleen op metaal aangebracht deze zeer giftige stof werd ook in hout, verf en zelfs plastic verwerkt. Zo kan het voorkomen dat men bij he schuren van chroomhoudende verflagen kleine deeltjes Chroom-6 door de lucht verspreid. Deze chroomhoudende verflagen kunnen bijvoorbeeld op bepaalde vliegtuigen, auto’s en andere voertuigen zitten.

Hoe komt Chroom-6 vrij?
Chroom-6 kan in de atmosfeer komen door het werken met het materiaal. Er kunnen dampen afkomen die bij inademing schadelijk zijn. Ook bij het lassen van sommige soorten roestvaststaal kan Chroom-6 vrij komen en bij het zagen van hout dat met Chroom-6 is geïmpregneerd hout. Door het zagen en schuren van hout en metaal dat Chroom-6 bevat kunnen kleine fijnstofdeeltjes vrijkomen van dit gevaarlijke materiaal.

Hoe ziet Chroom-6 er uit?
Chroom-6 wordt door chemici meestal chroom(VI) genoemd. Daarnaast komt deze chemische stof ook voor als chroom(VI)oxide (CrO3). Deze aanduiding maakt duidelijk er zuurstofatomen aan het metaal zitten. CrO3 is een vaste stof in bijvoorbeeld korrelige vorm. Als men CrO3 in kleine korrelige vorm ziet dan lijken het net donkerrode steentjes. De stof lost goed op in water waardoor het water in combinatie met CrO3 een zeer sterk stuur vormt.

Gevaren van Chroom-6
Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie aan de Universiteit Utrecht heeft in een artikel van Joost de Vries in de Volkskrant van 21 augustus 2014, 17:31 aangegeven wat de schadelijke effecten kunnen zijn van Chroom-6. Volgens deze expert in de toxicologie heeft Chroom 6 zeer schadelijke gevolgen voor de gezondheid als men er aan wordt blootgesteld. Chroom-6 kan onder ander longkanker veroorzaken maar ook kanker in de neus en neusbijholte. Verder kunnen er door de blootstelling aan Chroom-6 verschillende soorten allergieën, chroomzweren en chronische longziekten ontstaan. Chroom-6 verbindingen zijn ook giftig voor de voortplanting.

Hoe komt Chroom-6 het lichaam binnen?
Een gevaarlijk aspect van Chroom-6 is dat deze stof op drie manieren in het menselijk lichaam kan komen. Dat kan bijvoorbeeld door inademing, maar ook door inslikken en via de huid door de poriën. Volgens de hoogleraar toxicologie is Chroom-6 daardoor gevaarlijke dan asbest. Asbest wordt namelijk nauwelijks door de huid opgenomen en is vooral via inademing schadelijk voor de mens. Als men met Chroom-6 zou werken zou men het hele lichaam tegen deze gevaarlijke stof moeten beschermen inclusief de ademhaling.

Chroom-6 onderzoek inzicht in fouten Nedtrain en gemeente Tilburg

Een onderzoekscommissie heeft donderdag 31 januari 2019 duidelijk gemaakt dat gemeente Tilburg en NS-dochter NedTrain veel fouten hebben gemaakt in de periode dat honderden werknemers op de werkplaats van de NS hebben gewerkt met Chroom-6. In totaal zouden meer dan 800 mensen op een werkplaats van de NS in Tilburg in contact zijn geweest met deze giftige stof. Dat heeft er voor gezorgd dat een aantal mensen ernstige gezondheidsklachten hebben gekregen. De gemeente Tilburg heeft op de donderdag meteen haar excuses aangeboden voor haar rol in deze nare kwestie.

Antiroestmiddel chroom-6
Chroom 6 is een gevaarlijk antiroestmiddel dat wordt gebruikt om metalen delen van voertuigen te beschermen tegen corrosie. Het middel is echter zeer gevaarlijk voor de gezondheid van mensen. Het is bewezen dat Chroom-6 bepaalde vormen van kanker kan veroorzaken. Lonkanker en neus(bijholte)kanker kunnen onder andere het gevolg zijn van blootstelling aan Chroom-6. Het schadelijke effect van Chroom-6 kan direct optreden in de vorm van allergische reacties op de huid. De meeste effecten hoeven echter niet direct gemerkt te worden. Astma en verschillende longziekten en longaandoeningen kunnen ook op de langere termijn ontstaan bij mensen die met Chroom-6 hebben gewerkt en delen van deze stof hebben ingeademd.

Schadevergoeding
Volgens het onderzoek heeft iedereen die op de NS-werkplaats heeft gewerkt recht op een schadevergoeding. Dit heeft de commissie die het onderzoeksrapport heeft geschreven benoemd. Volgens de onderzoekers moet de schadevergoeding gekoppeld zijn aan de ernst van de ziekte die mensen hebben opgelopen ten gevolge van werken met Chroom-6. Commissievoorzitter Peter van der Velden geeft hierover het volgende aan: “geef een vergoeding die recht doet aan het leed”.

Metalektro stakingen bij ASML en DAF op donderdag 31 januari en vrijdag 1 februari 2019

De stakingen voor de grootmetaalsector gaan door. Op donderdag 31 januari 2019 en vrijdag 1 februari worden ook stakingen gehouden. Deze stakingen vinden plaats bij chipmachinefabrikant ASML maar ook bij truckbouwer DAF leggen de werknemers het werk neer. Dat heeft de vakbond FNV aangekondigd. Daarnaast zijn er in Nederland ook acties bij de locatie van Scania in Zwolle. Er moet een nieuwe grootmetaalcao tot stand komen. De grootmetaalcao wordt ook wel de metalektrocao genoemd.

Metalektro cao
De werknemers die werken in de grootmetaal zijn al geruime tijd ontevreden. De vakbonden die de werknemers vertegenwoordigen willen een hoger loon voor de werknemers die onder de metalelektro vallen. Ook moeten werknemers meer invloed krijgen op de werktijden die ze maken. De vakbond FNV pleit voor een jaarlijkse loonstijging van 3,5 procent met een bodem van 1000 euro. Daarnaast wil deze vakbond afspraken maken in de Metalektro cao over balans tussen werk en privé in de cao.

Grootmetaal cao
Volgens werkgeversorganisatie FME komen de werkgevers in de grootmetaal de vakbonden goed tegemoet met hun huidige loonbod. De werknemers zouden ook de andere voorwaarden volgens FME als een goede ontwikkeling moeten accepteren. Zowel de werkgevers als werknemers komen niet dichterbij elkaar. Onder de Metalektrocao vallen in totaal 150.000 werknemers. Deze zijn werkzaam in de metaalindustrie bij verschillende bedrijven. Daarom is het belangrijk dat er een goede grootmetaal cao tot stand komt. Dit lijkt echter verder weg dan ooit stelde FME onlangs toen de vakbonden de voorstellen van de werkgevers van tafel gooiden.

Wat is de cao Metaal en Techniek of de kleinmetaal cao?

De cao Metaal & Techniek wordt ook wel kleinmetaal cao genoemd en bevat collectieve arbeidsvoorwaarden voor werknemers en bedrijven die actief zijn in vijf verschillende sectoren. In de cao Metaal & Techniek staan afspraken over het salaris, de werktijden, toeslagen, overwerk, pensioen en vakantie. Deze afspraken zijn gemaakt tussen werkgevers en werkgeversorganisaties in de kleinmetaal en werknemers die meestal vertegenwoordigd worden door vakbonden.

CAO Metaal & Techniek deel A en deel B
De cao Metaal & Techniek bevat twee verschillende delen, het A-deel en een B-deel. Het A-deel bevat bepalingen die voor alle cao’s gelden die onder Metaal & Techniek vallen. In feite kan men het A-deel als een algemeen deel beschouwen waaraan alle werkgevers en werknemers zich in de praktijk zullen moeten houden in de naleving van de cao.

Het B-deel van de cao Metaal & Techniek is gericht op een specifieke bedrijfstaksector. De cao Metaal & Techniek is namelijk een hele brede cao die voor verschillende technische bedrijven wordt gehanteerd. Omdat technische bedrijven onderling sterk verschillen zijn er specifieke arbeidsvoorwaarden vastgesteld die voor de desbetreffende bedrijfstaksector gelden. Dit B deel van de cao bevat dus specifieke arbeidsvoorwaarden ter aanvulling op het A deel van de cao. Het A deel is dus voor alle cao’s die onder de Metaal & Techniek vallen gelijk. Het B deel bevat afspraken die werkgevers en werknemers in een specifieke bedrijfstaksector hebben opgesteld. Deel B worden ook wel de deelcao’s genoemd

Deelcao’s van de Metaal & Techniek
De Metaal en Techniek bevat in totaal vijf deelcao’s. Deze cao’s zijn specifiek gericht op een bepaalde sector. De deel cao is deel B. De volgende vijf deelcao’s vallen onder de Metaal & Techniek:

  • Cao Metaal en Techniek: Technisch Installatiebedrijf A-B deel 2017-2019
  • Cao Metaal en Techniek: Metaalbewerkingsbedrijf B A-B deel 2017-2019
  • Cao Metaal en Techniek: Isolatiebedrijf A-B deel 2017-2019
  • Cao Metaal en Techniek: Goud- en zilvernijverheid A-B deel 2017-2019
  • Cao Metaal en Techniek: Carrosseriebedrijf A-B deel 2017-2019

Ondernemings-cao en bedrijfstakcao
Naast de deelcao’s zijn er ook specifieke bedrijfstakcao’s en cao’s die specifiek zijn opgesteld voor bedrijven. Deze laatste cao wordt ook wel een ondernemings-cao genoemd. een ondernemings-cao word gesloten met één werkgever en de vakbonden die het personeel van dat bedrijf vertegenwoordigen. Een ondernemings-cao bevat alleen arbeidsvoorwaarden die zijn overeengekomen tussen het personeel van het bedrijf en de leiding van het bedrijf. Daarin verschilt een ondernemings-cao van een bedrijfstakcao. Een bedrijfstakcao is namelijk van toepassing op alle bedrijven die actief zijn in de bedrijfstak van de Metaal & Techniek cao.

In 2019 kan het geïnstalleerde vermogen van zonnepanelen 2 gigawatt groeien

In 2018 is het aantal zonnepanelen met maar liefst 4,6 miljoen exemplaren gegroeid in Nederland. Dit is onderzocht door onderzoeksbureau Dutch New Energy Research. Op woensdag 30 januari 2019 werden de resultaten van het onderzoek bekend gemaakt. Volgens de directeur zal het vermogen dat opgewekt wordt door zonnepanelen ook in 2019 gaan toenemen. In dit jaar zullen namelijk nog meer zonnepanelen worden geplaatst. “Ik denk dat we dit jaar over de 2 gigawatt gaan komen” zegt directeur Heynen van Dutch New Energy Research. De groei gaat doorzetten volgens hem. Er zullen de komende jaren een miljoen huizen worden bijgebouwd die grotendeels voorzien zijn van zonnepanelen. Er worden namelijk steeds meer duurzame woningen worden gebouwd die voor een groot deel of volledig zelfvoorzienend zijn op het gebied van energie.

Nulwoningen, passiefhuizen en balanswoningen worden steeds vaker gebouwd als duurzaam alternatief voor de gangbare woningen die worden gebouwd. Zonnepanelen zullen ook steeds vaker op daken worden geplaatst nu de daken asbestvrij moeten worden gemaakt komen veel bedrijven voor de keuze te staan wat ze op de nieuwe daken willen aanbrengen voor dakbedekking. Er zijn al plannen genoemd waarin op grote schaal asbestdaken vervangen gaan worden voor daken met zonnepanelen. Op die manier wordt niet alleen het asbest door deskundige asbestsaneerders verwijderd en gebouwen asbestvrij maar ook kan het vermogen dat opgewekt wordt door zonnepanelen aanzienlijk toenemen in Nederland. Dan kan het vermogen van zonnepanelen in Nederland gemakkelijk met 2 gigawatt groeien.

Afgelopen dinsdag kwam naar buiten dat de stimuleringsregeling voor zonnepanelen voor kleine verbruikers langer zal worden toegepast in Nederland. Deze maatregel wordt ook wel de salderingsregeling genoemd en blijft een jaar langer van kracht blijft. Eerder wilde het kabinet nog de salderingsregeling versoberen. Het blijkt echter moeilijk om een eenvoudige sobere variant hiervoor te bedenken en te implementeren. Daarom blijft de huidige salderingsregeling nog van kracht de komende tijd.

In 2018 zijn 4,6 miljoen nieuwe zonnepanelen geïnstalleerd in Nederland

Het afgelopen jaar zijn er in Nederland miljoenen nieuwe zonnepanelen geplaatst. In totaal zouden er ruim 4,6 miljoen zonnepanelen zijn aangebracht. Dit heeft onderzoeksbureau Dutch New Energy Research woensdag 30 januari 2019 bekend gemaakt. De plaatsing en installatie van deze hoeveelheid zonnepanelen zorgde er voor dat het vermogen dat uit zonnepanelen gehaald kan worden is gestegen van 2,9 gigawatt naar 4,2 gigawatt.

Zonnepanelen in 2017
In het jaar daarvoor, in 2017, werden in Nederland 3,1 miljoen zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen hadden gezamenlijk een vermogen van 853 megawatt. In 2017 was slechts twee procent van alle elektrische stroom die werd verbruikt in Nederland afkomstig uit zonnepanelen. In 2018 nam het aantal zonnepanelen in Nederland toe. Dat gebeurde vooral omdat steeds meer bedrijven besloten om zonnepanelen te plaatsen. Daarnaast groeide ook het geïnstalleerde vermogen van zonnepanelen op huizen met 20 procent.

Meer zonnepanelen
Er zullen de komende tijd waarschijnlijk meer zonnepanelen worden geplaatst. De directeur van Dutch New Energy Research, genaamd Rolf Heynen, heeft als reden hiervoor benoemd dat de kosten van zonnepanelen aanzienlijk zijn gedaald. De technologie voor zonnepanelen is aanzienlijk goedkoper geworden. Daardoor kunnen bedrijven en particulieren makkelijker zonnepanelen betalen. Verder zijn er ook in 2018 veel subsidies toegekend aan projecten met zonnepanelen. Een groter deel van de subsidie die beschikbaar werd gesteld voor duurzame energie werd verstrekt aan zonne-energieprojecten.

Coalitie geen voorstander voor uitbreiding proeftijd werknemers naar 5 maanden in 2019

De coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zijn geen voorstander voor het verlengen van de proeftijd van werknemers die op basis van een contract bij een werkgever in dienst treden. De proeftijd voor werknemers die een vast dienstverband krijgen is momenteel twee maanden en dat is volgens de coalitiepartijen lang genoeg. Dit bericht werd in het Algemeen Dagblad bekend gemaakt en ook nog eens door de parlementariërs van de vier regeringspartijen aan nieuwswebsite NU.nl bevestigd.

Meer vaste contracten
De regering wil er voor zorgen dat er meer mensen vast werk krijgen in Nederland en wil er daarnaast voor zorgen dat flexibele arbeid wordt teruggedrongen. Onder flexibel werk vallen ook tijdelijke contracten bij werkgevers. In Nederland is flexibel werk echter populair. Niet alleen werkgevers blijken dikwijls voorstander van flexibel werk maar ook werknemers vinden het vaak prettig om bij verschillende werknemers te werken en zo ervaring op te doen bij verschillende soorten bedrijven. Vooral nu er veel werk beschikbaar is en veel vacatures open staan is er voor flexwerkers ook weinig risico om langdurig thuis te zitten. Werknemers die op flexibele basis werken stappen vaak van de ene baan in de andere baan.

Flexibele arbeid beperken?

De nieuwe arbeidswet van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken bevat een aantal maatregelen waarmee flexibele arbeid zou moeten worden beperkt en vast werk zou moeten worden bevorderd. In de toelichting op de wet is onder andere de volgende tekst opgenomen: “Voor werkgevers is het een grote stap om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden, zeker als ze de werknemer niet kennen”. Voor werkgevers zou de drempel moeten worden verlaagd om werknemers een vast contract aan te bieden. Door de proeftijd te verlengen zouden werkgever en werknemer langer aan elkaar kunnen wennen en indien nodig afscheid van elkaar nemen zonder dat daar ingewikkelde en langdurige ontslagprocedures achterweg komen. De langere proeftijd zou er ook voor zorgen dat de werkgever goed kan zien wat de toegevoegde waarde is van de werknemer.

Langere proeftijd niet gewenst
Na afloop van de proefperiode is het lastig om een werknemer te ontslaan. Daarvoor is dan meestal een dossier nodig. Veel werkgevers vinden het een groot risico om een werknemer een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden zonder dat ze weten wat de kwaliteit van de werknemer is. Een proefperiode is voor veel werkgevers daarom een ideaal middel. In de arbeidswet van minister Koolmees is een voorstel opgenomen om de proeftijd te verlengen. Veel werknemersorganisaties en deskundigen vinden het geen goed plan om de proeftijd te verlengen.

Nieuwe flexperiode?
Door het verlengen van de proeftijd zou namelijk een nieuwe flexperiode kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld wanneer werkgevers een werknemer vijf maanden in de proeftijd laten werken en in de laatste maand besluiten om toch de proeftijd en het contract te beëindigen. Een langere proeftijd zou dus kunnen worden misbruikt door werkgevers aldus sommige werknemersorganisaties. “Werknemers kunnen tot op de laatste dag zonder reden op straat worden gezet”, liet de vakcentrale eerder al weten.

Huizen in Amsterdam onbetaalbaar in 2019

De betaalbaarheid van huizen in Amsterdam is de laatste tijd enorm verslechterd. Wereldwijd wordt de betaalbaarheid van woningen in steden met elkaar vergeleken door het Britse consultancybureau Knight Frank. Deze organisatie heeft een vergelijking gemaakt tussen 32 steden wereldwijd op het gebied van de betaalbaarheid. Uit de vergelijking komt naar voren dat de betaalbaarheid van woningen in de hoofdstad zelfs het meest gedaald ten opzichte van de betaalbaarheid van woningen in andere grote steden in de wereld.

Volgens consultancybureau Knight Frank zijn de woningen in Amsterdam ongeveer 63,6 procent zijn gestegen in de afgelopen vijf jaar. Bij deze berekening is rekening gehouden met de inflatie. Volgens het onderzoek is het inkomen slechts met 4,4 procent toegenomen in die periode. Dat zorgt er voor dat de woningen veel duurder zijn geworden ten opzichte van het inkomen van de mensen in de hoofdstad. Dat maakt woningen in Amsterdam aanzienlijk minder betaalbaar voor de mensen die in deze stad een woning zouden willen kopen. De prijsstijging zit vooral in het beperkte aanbod aan woningen in deze stad. Er worden nog onvoldoende woningen bijgebouwd terwijl de vraag naar woningen alleen maar aan het toenemen is.

Weinig industriële bedrijven zijn voorbereid op Brexit in 2019

In Nederland is slechts een minderheid van de industriële bedrijven volledig voorbereid op de Brexit. Dat bericht komt naar voren uit een enquête van de werkgeversorganisaties VNO-NCW en FME die uitgevoerd is in samenwerking met KPMG Meijburg en de Nederlands Britse Kamer van Koophandel (NBCC). Het onderzoek werd gehouden onder tweehonderd ondernemers die actief zijn in de industriële sector.

Van de respondenten geeft slechts 17 procent aan dat ze voorbereid zijn op een Brexit. Deze groep heeft de gevolgen van de Brexit zo goed mogelijk opgevangen en verwerkt in het beleid. Naast deze groep heeft 36 procent van de respondenten wel een beeld bij de gevolgen van de Brexit en hebben ze daarvoor ook maatregelen getroffen. Alleen is het beleid nog niet afgerond. Ongeveer 38 procent van de Nederlandse bedrijven in de industrie is nog bezig met het oriënteren op de stappen die genomen moeten worden. Daarnaast heeft tien procent van de ondernemers nog geheel geen stappen ondernomen om de gevolgen van de Brexit op te vangen.

Volgens veel bedrijven in de industrie heeft de Brexit een nadelig effect op de sector. De industrie van Nederland zou per jaar ongeveer voor 15 miljard euro exporteren naar het Verenigd Koninkrijk. Als er sprake is van een zogenaamde ‘no deal-Brexit’ zijn de gevolgen groot. Er kunnen vertragingen ontstaan aan de grens. Ook is de kans groot dat er meer ingewikkeldere procedures ontstaan als men zaken doet met het Verenigd Koninkrijk. Verder verwachten de bedrijven meer administratieve rompslomp.

Subsidie voor elektrische auto’s in 2018 vooral bij rijke automobilist terechtgekomen

Subsidie voor elektrische auto’s klinkt als een effectief middel om de verkoop en het gebruik van elektrisch aangedreven auto’s te bevorderen. In 2018 heeft de Nederlandse overheid een totaalbedrag aan belastingkorting gegeven van 700 miljoen euro aan automobilisten die een elektrische auto hebben aangeschaft. Volgens de Volkskrant is dit bedrag met name bij de rijkere automobilisten terechtgekomen.

Het bericht van de Volkskrant is gebaseerd op vragen die in de Tweede Kamer door het CDA over dit onderwerp werden gesteld. Volgens het artikel is bijvoorbeeld de verkoop van elektrische auto’s van Tesla wel 260 procent toegenomen in 2018. De meeste Tesla-modellen zijn elektrische auto’s in het luxe segment. Niet alleen Tesla-voertuigen werden meer verkocht ook andere luxe elektrische auto’s werden goed verkocht het afgelopen jaar. De helft van de verkochte elektrische auto’s van 2018 waren Tesla’s en Jaguars met een cataloguswaarde tussen de 80.000 en 120.000 euro. Bij het invoeren van de subsidieregeling is de overheid echter uitgegaan van een gemiddelde cataloguswaarde van 43.000 euro voor een elektrische auto.

Volgens de Volkskrant zijn de dure elektrische auto’s er verantwoordelijk voor dat de overheid veel meer aan subsidies kwijt was dan ze eerder hadden aangenomen. Er zou volgens de krant een begrotingstegenvaller van een paar honderd miljoen euro zijn ontstaan. Daar moet de Tweede Kamer nog over geïnformeerd worden. Volgens CDA-leider Sybrand Buma is het niet de bedoeling dat alleen “prosecco drinkende Tesla-rijders” profiteren van subsidies voor elektrische auto’s. Dat zou namelijk volgens de CDA-voorman “ten koste zou gaan van de gewone man”.

UWV de techniek en bouw hebben veel last van krapte op de arbeidsmarkt in 2019

Op dinsdag 29 januari 2019 heeft het UWV bekend gemaakt dat in Nederland ongeveer de helft van de vacatures die open staan op de arbeidsmarkt maar moeilijk ingevuld kunnen worden. Met name in de bouw en de techniek blijven vacatures lang onvervuld aldus het UWV. Uit de Januarinota van uitkeringsinstantie komt naar voren dat de bouwsector en de technische sector de grootste moeite hebben met het invullen van vacatures met geschikte kandidaten op de arbeidsmarkt.

Het personeel dat beschikbaar is op de arbeidsmarkt vind in de praktijk nauwelijks aansluiting bij de functie-eisen die zijn vermeld op de vacatures van bouwbedrijven en technische bedrijven. Veel bedrijven die actief zijn in deze sectoren komen er achter dat er zo weinig respons op de vacatures komt dat de vacature-eisen worden aangepast. Bedrijven in de techniek staan steeds vaker open voor instromers en BBL-ers. De techniek en de bouw gaan hun eigen vakmensen de komende tijd opleiden. Door BBL andere scholingsvormen zal het tekort aan ervaren krachten de komende tijd voor een deel worden opgelost.

De daadwerkelijke oplossing op de arbeidsmarkt moet nog gevonden worden. tijdens de economische crisis is een groot deel van de ervaren krachten in de bouw en de techniek overgestapt naar een andere functiegroep en sector. Dat zorgt er voor dat er een gat is ontstaan aan ervaren krachten. Dat gat kan helaas niet worden opgevuld met BBL-ers.

UWV helft vacatures op de arbeidsmarkt is moeilijk te vervullen in 2019

Ongeveer de helft van de vacatures die open staan op de arbeidsmarkt in Nederland is lastig in te vullen door bedrijven. Met name bedrijven in de bouwsector hebben moeite met het invullen van de vacatures die ze open hebben gezet. Dit komt naar voren uit de Januarinota van uitkeringsinstantie UWV die dinsdag 29 januari 2019 werd gepubliceerd. Waarschijnlijk zullen in 2019 in totaal 1,2 miljoen nieuwe vacatures ontstaan bij bedrijven.

Volgens het UWV zullen de meeste vacatures in de detailhandel ontstaan. In deze sector worden maar liefst 215.000 nieuwe vacatures verwacht. Daarnaast worden 170.000 nieuwe vacatures in de sector zorg en welzijn verwacht. Het is inmiddels duidelijk geworden dat de krapte op de arbeidsmarkt blijft aanhouden. Sinds het derde kwartaal van 2008 is de krapte op de arbeidsmarkt in Nederland niet zo groot geweest aldus het UWV. De sectoren die de krapte op de arbeidsmarkt het sterkste voelen zijn de sectoren techniek, ICT, vervoer en logistiek maar ook de zorg heeft te maken met een krapte aan kandidaten voor vacatures. Dit blijkt ook aan de grote hoeveelheid vacatures die open staan in deze sectoren. De vacatures staan bijna overal, op internet maar ook in vakbladen en dagbladen. Ondanks al deze publicaties en inspanningen is het aantal sollicitanten te beperkt om alle vacatures effectief in te vullen. Daarom starten steeds meer organisaties met omscholing, bijscholing en inwerktrajecten. Ook staan meer organisaties open voor een rol als erkend leerbedrijf en nemen ze werknemers aan met BBL.

DNB-president: recessie is nog niet aan de orde in 2019

Volgens De Nederlandsche Bank-president Klaas Knot is het nog voorbarig om te spreken over een economische crisis of recessie. Ook nu het wat minder gaat met de economie ten opzichte van de afgelopen periode is een recessie nog niet echt aan de orde. Volgens de DNB-president gaat het ook met de economie van Europa nog steeds behoorlijk goed. Het kan volgens hem niet altijd zo goed gaan als 2017. De heer Knot deed zijn uitspraken afgelopen zondag in televisieprogramma Buitenhof. Sinds kort is Knot ook de vicevoorzitter van de internationale toezichthouder Financial Stability Board (FSB).

Volgens Knot moet er ook gekeken worden naar de positieve ontwikkelingen op de markt. Zo is er sprake van een stijging in de meeste lonen en worden er nog steeds veel mensen gevraagd. Het vacatureaanbod is groot en steeds meer werknemers krijgen een vast contract. Dat zorgt er voor dat werknemers zich zekerder voelen. Ook is de koopkracht iets toegenomen ondanks de btw-verhoging begin dit jaar. Toch zijn al deze positieve ontwikkelingen nog niet zichtbaar in de inflatie. 

Blauwe waterstof gebruiken in de aanloop naar groene waterstof?

Door de benaming, groene, grijze en blauwe waterstof kan de indruk ontstaan dat waterstof in verschillende soorten verkrijgbaar is die op basis van kleur herkend kunnen worden. Dit is echter niet in letterlijke zin het geval. De kleuren die worden gebruikt om waterstof in te delen verwijzen naar de herkomst van de waterstof en de belasting van de milieu van de desbetreffende waterstof.

Grijze waterstof is waterstof die uit fossiele brandstoffen wordt verkregen waarbij tijdens het proces CO2 in de atmosfeer vrij komt. Blauwe waterstof wordt ook uit fossiele brandstoffen verkregen alleen wordt de CO2 die daarbij vrijkomt opgevangen en opgeslagen zodat deze niet in de atmosfeer vrij komt. Groene waterstof wordt verkregen doormiddel van elektrolyse waarbij gebruik wordt gemaakt van duurzame, hernieuwbare energiebronnen zoals windenergie of zonne-energie.

Groene waterstof
Groene waterstof zou mogelijk een effectieve oplossing kunnen vormen voor het aardgasvrij maken van de Nederlandse energievoorziening. In dat geval zal men afscheid moeten nemen van de aardgasgestookte cv-ketel en een waterstofketel moeten installeren. In plaats van aardgas zou door het aardgasleidingnetwerk dan waterstof moeten worden getransporteerd. Daarvoor zijn aanpassingen nodig maar het is technisch gezien wel mogelijk.

Te weinig duurzame energie
Het grote probleem van groene waterstof is dat er te weinig duurzame energie in Nederland wordt opgewekt om huishoudens en bedrijven te voorzien van duurzame elektrische stroom. Als men deze duurzame energie vervolgens ook nog wil inzetten om op grote schaal groene waterstof te produceren dan heeft men helemaal een groot te kort. Men zou dan specifieke windmolenparken moeten bouwen voor het opwekken van groene elektriciteit voor de productie van waterstof.

Blauwe waterstof is geen ideaal redmiddel
Blauwe waterstof zou mogelijk een oplossing kunnen zijn tot de tijd dat er voldoende groene waterstof wordt geproduceerd om de woningen en bedrijven te voorzien. Blauwe waterstof is waterstof die momenteel grotendeels wordt geproduceerd van aardgas. Dat betekent dat men nog niet aardgasvrij is.

Wel is het mogelijk om de CO2 emissie op te vangen en deze CO2 op te slaan. Dat is minder milieubelastend dan alle aardgasgestookte cv-installaties in woningen hun CO2 in de atmosfeer laten uitstoten. Blauwe waterstof is niet het ideale redmiddel voor de Nederlandse energietransitie. Het houdt de Nederlandse energievoorziening namelijk nog langer afhankelijk van aardgas en dat is nu juist wat men niet wil.

Alternatieven voor waterstof
Als waterstof niet groen of duurzaam wordt geproduceerd is het niet een ideaal middel voor de Nederlandse energievoorziening tenminste als men de energievoorziening aardgasvrij en CO2 neutraal wil maken. Ook blauwe waterstof die wegens het afvangen van CO2 als CO2 neutraal wordt beschouwd is geen ideale oplossing. Alleen groene waterstof zou effectief zijn. Dan moeten alle woningen die op aardgas zijn aangesloten in de toekomst echter wel worden voorzien van een waterstofketel. Omdat groene waterstof nauwelijks beschikbaar is kan men beter eerst goed nadenken over alternatieven zoals geothermie, warmtepompen en stadverwarming.

Wat zijn cookies op internet?

Een cookie is een bepaalde hoeveelheid data die door een server naar de browser wordt verstuurd zodat deze op de harde schijf van de computer kan worden opgeslagen en bij een volgend bezoek op internet weer wordt teruggestuurd. Cookies worden gebruikt om gebruikers van elkaar te onderscheiden op die manier kan de server de browser opnieuw herkennen en bijhouden wat de internetgebruiker in het verleden (historie) heeft gedaan. Ook worden cookies gebruikt om websitegebruikers de mogelijkheid te geven om in te loggen en ingelogd te blijven totdat men zelf weer uitlogt. Een cookie onthoud vaak bepaalde gegevens zoals de inlognaam maar niet het wachtwoord.

Cookies zijn met name interessant voor marketingdoeleinden. Cookies houden namelijk precies bij op welke websites iemand heeft gekeken tijdens zijn of haar internetbezoek. Deze historie is interessant voor marketing omdat bedrijven deze gegevens kunnen gebruiken om gerichte reclame te publiceren op internet. Wanneer iemand bijvoorbeeld een website van een bepaald automerk heeft opgezocht is de kans groot dat bij het bezoeken van volgende websites in reclamebanners specifieke reclame verschijnt van het automerk van de website die in het verleden is bezocht.

Het gebruik van cookies in niet onomstreden. Er worden namelijk gegevens verzamelt van internetgebruikers. Dit zijn persoonlijke gegevens die een indruk geven van zijn of haar interesses. Vanwege de privacyaspecten die verbonden zijn met het verzamelen van persoonlijke gegevens verschijnt er nu op websites die gebruik maken van cookies een pop-up waarin aan de websitegebruiker toestemming wordt gevraagd voor het gebruik en de installatie van cookies.

Pensioenfonds ABP wil 50 miljoen investeren in energietransitie in 2019

Het grootste pensioenfond ABP wil een miljoenen beschikbaar stellen voor investeringen in de energietransitie. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, zoals het pensioenfonds voluit wordt geschreven, zou in totaal 50 miljoen beschikbaar stellen voor het ABP’s Nederlands Energietransitiefonds (ANET). Dit bedrag wordt in de toekomst mogelijk uitgebreid zodat nog meer geld beschikbaar komt om de energietransitie in Nederland te ondersteunen.

Het ABP’s Nederlands Energietransitiefonds
Het investeringsfonds dat ABP heeft opgericht voor de energietransitie is bedoeld voor investeringen in relatief kleine- en innovatieve projecten die gericht zijn op de energietransitie. Ook wordt het fonds gebruikt voor kleine bedrijven die zich richten op het opwekken van energie, de energiedistributie en het beperken van het energiegebruik.

Waterstof
Een aantal interessante ontwikkelingen in de energietransitie worden door het ABP benoemt. Zo is de pensioenorganisatie geïnteresseerd in waterstof. Deze niet-fossiele brandstof zou in de toekomst een oplossing kunnen bieden voor aardgas mits waterstof op grote schaal kan worden geproduceerd door gebruik te maken van hernieuwbare energiebronnen. Voor het opwekken van waterstof kan men namelijk elektrolyse gebruiken.

Dit proces kost echter veel elektrische energie en deze energie moet uit duurzame energiebronnen worden gehaald wil men waterstof echt als duurzame brandstof kunnen beschouwen. Overigens zullen alle aardgasgestookte cv-ketels dan in de toekomst moeten worden vervangen door een waterstofketel. Een gewone cv-ketel kan in de praktijk niet eenvoudig tot een waterstofketel worden omgebouwd. Daarom moeten de huidige cv-ketels die op aardgas draaien worden omgewisseld door waterstofketels door ervaren installatiemonteurs.

Energieopslag, geothermie en warmtenetten
Andere ontwikkelingen die volgens het ABP interessant zijn in de energietransitie zijn energieopslag, warmtenetten en geothermie. Ook moet er meer aandacht komen voor afvalverwerking en biomassa. Afval moet meer worden beschouwd als grondstof en volledig gerecycled worden om van Nederland een circulaire economie te maken. Verder is er aandacht nodig voor de laadinfrastructuur van elektrische voertuigen in Nederland. Als de laadinfrastructuur wordt verbeterd kunnen meer mensen gebruik maken van elektrische voertuigen door heel Nederland.

Wat is augmented reality of AR?

Augmented reality is een Engelse term die wordt gebruikt voor digitale systemen die worden toegevoegd aan de realiteit. Dat maakt augmented reality (afgekort met AR) in feite een toegevoegde realiteit of TR. Augmented reality kan op verschillende manieren worden toegepast. Zo kan men AR live toepassen, direct maar ook indirect.

Toepassen van augmented reality
Voor augmented reality maakt men gebruik van een digitaal systeem, bijvoorbeeld een tablet, laptop, smartphone of computer. De beelden op deze apparatuur kan men als het ware over de realiteit heen leggen. De realiteit is de situatie die de mens zelf kan zien. Door de toegevoegde realiteit oftewel de augmented reality kan de mens de realiteit voorzien van extra beelden en informatie. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan doormiddel van het scannen van een QR-code. Ook kan men gebruik maken van een zogenaamde augmented reality bril oftewel een Ar bril die voorzien is van een speciale prismalens. Verder is het mogelijk om augmented reality toe te passen doormiddel van projectie.

Hoe werkt augmented reality?
Augmented reality werkt doormiddel van elektronische apparatuur in combinatie met software. Als men bijvoorbeeld een smartphone of tablet zou gebruiken om augmented reality toe te passen dan dient men de camera die op deze apparatuur zit te gebruiken. Met de camera van de smartphone of tablet kijkt men naar de omgeving. De augmented reality voegt aan de omgeving informatie of beelden toe. Dat gebeurd doormiddel van software. De AR software zorgt er dus voor dat men meer kan zien.

Wat zie je met augmented reality?
In feite zorgt AR er voor dat mensen meer kunnen zien van een bepaalde omgeving, gebouw, machine of product. Doormiddel van AR kunnen plannen of fantasie met de werkelijkheid samensmelten. Het onzichtbare wordt zichtbaar en het ontastbare komt in beeld. Zo kan men bijvoorbeeld augmented reality gebruiken als men een bepaald stuk grond bekijkt om te zien waar bijvoorbeeld leidingen lopen of fundamenten. Augmented reality is natuurlijk voorgeprogrammeerd door mensen. Dat zorgt er voor dat alleen datgene te zien krijgt in AR dat door de software-ontwikkelaar is bepaald en vastgelegd.

Augmented reality in realtime
Een belangrijk aspect van augmented reality is dat het in realtime moet kunnen worden uitgevoerd. Dat betekent dat augmented reality live toegepast moet kunnen worden oftewel in reële tijd. Iemand die AR gebruikt moet dus direct de beelden die hij in werkelijkheid ziet kunnen samensmelten met de beelden uit de AR software.

Augmented reality in de techniek
In verschillende technische sectoren maakt men gebruik van augmented reality. AR biedt namelijk oplossingen die eigenlijk niet door andere systemen of middelen kunnen worden behaald. Doormiddel van AR kan men bijvoorbeeld een handboek voor het repareren van machines en installaties veel effectiever maken. Men gebruikt in de praktijk augmented reality bijvoorbeeld om aan een monteur duidelijk te maken waar welk onderdeel van een machine zit.

Dit kan door een tablet of smartphone voor de machine te houden en de beelden van de machine te laten versmelten met de informatie en tekeningen in de smartphone of tablet. Vaak kunnen ook opdrachten gegeven worden door de monteur aan het AR systeem waardoor specifieke onderdelen kunnen worden verduidelijkt of voorzien van extra informatie. Op die manier kan een monteur veel sneller bepaalde onderdelen vinden en hoeft hij of zij niet grote handleidingen door te lezen om de juiste informatie te verkrijgen.

Voordelen van augmented reality

Augmented reality heeft belangrijke voordelen in de praktijk. Als men kijkt naar de hiervoor beschreven situatie dan is augmented reality een ideaal middel om een monteur snel en effectief van de juiste informatie te voorzien. De mens kan meer te weten komen van de omgeving door software en realiteit te combineren in realtime. Augmented reality is ook een effectief middel om studenten en leerlingen te ondersteunen in hun leerproces. Het leerproces wordt nog praktijkgerichter en kan ook interactiever worden gemaakt als de leerling doormiddel van de AR software kan communiceren met de objecten in de omgeving door informatie op te vragen.

Mixed reality en augmented reality
Mixed reality lijkt in sterke mate op AR. Over het algemeen bedoelt men met mixed reality een geavanceerde vorm van augmented reality. Bij mixed reality wordt een extra laag aan de realiteit toegevoegd in drie dimensies. Over het algemeen zijn de meeste AR beelden 2D oftewel een platte laag die aan het beeld van de werkelijkheid worden toegevoegd. Bij mixed reality is dit beeld 3D waardoor een nog beter beeld ontstaat van de realiteit in combinatie met de virtuele wereld.

Vacatures voor installatiemonteurs in de winter van 2019

Er zijn in Nederland veel vacatures te vinden op internet voor installatiemonteurs en elektromonteurs. Met name in de wintermaanden zijn installatiemonteurs erg belangrijk omdat in de koude maanden de centrale verwarmingsinstallaties extra veel aardgas verstoken. Er worden door installatiebedrijven servicemonteurs ingezet om problemen met radiatoren en cv-ketels op te lossen. Deze werkdruk komt bovenop de werkdruk die installatiebedrijven al hebben vanwege de bouw en energietransitie. Om die reden is het aantal vacatures voor installatiemonteurs in de wintermaanden vaak enorm. Na de wintermaanden kunnen installatiemonteurs echter ook nog rekenen op volop werk en vacatures. Er is namelijk een energietransitie in werking gezet in Nederland. Doormiddel van deze energietransitie moeten woningen van het aardgas af en duurzaam worden verwarmd.

Dit is echter niet eenvoudig want er zijn verschillende alternatieven voor aardgas. Zo kan men gebruik maken van een waterstofketel als men waterstof door het aardgasleidingnetwerk zou kunnen transporteren. In dat geval zullen installatiemonteurs waterstofketels moeten plaatsen in woningen en utiliteit. Als men er voor kiest om warmtepompen of standsverwarming te gebruiken zijn installatiemonteurs opnieuw nodig om ook deze duurzame verwarmingsbronnen te installeren. Welke kant men ook met de energietransitie op gaat installatiemonteurs blijven nodig en noodzakelijk. Daarom zal het aantal vacatures voor installatiepersoneel ook in 2019 eerder gaan toenemen dan afnemen.

BBL trajecten in de techniek kunnen ook eind januari 2019 worden gestart

BBL trajecten in de technische sector hoeven niet alleen gestart te worden in september ook in de winter kunnen BBL trajecten worden aangegaan. Er is in de techniek sprake van een groot tekort aan personeel. Dit tekort kan niet worden opgelost doormiddel van de beschikbare werklozen op de arbeidsmarkt tenzij bedrijven en werkzoekenden/ werklozen bereid zijn om te investeren in omscholing en bijscholing. BBL trajecten zijn dan een hele populaire keuze omdat het werken en leren combineert. Dat zorgt er ook voor dat de BBL-er tijdens het BBL-traject grotendeels op de werkvloer aanwezig is en meewerkt met ervaren technisch personeel. Zo leert een BBL-leerling de vaardigheden direct toe te passen in de praktijk en kan hij of zij tips krijgen van ervaren leermeesters.

Voor technische bedrijven zijn BBL-trajecten ook een oplossing omdat een BBL-er na duidelijke instructies en met een goede begeleiding toch een deel van de werkdruk op zich kan nemen. In de techniek is het namelijk erg druk. Zowel in de bouw, installatietechniek als in de metaaltechniek hebben bedrijven het druk. De energietransitie zorgt er voor dat met name installatiebedrijven de komende jaren op een enorm drukke tijd kunnen rekenen. Het maakt deze bedrijven eigenlijk niet meer uit wanneer er nieuw installatiepersoneel instroomt op de vacatures. De vacatures staan doorlopend open. Ook BBL-ers worden bij veel installatiebedrijven met open armen ontvangen omdat BBL-ers de toekomstige vakkrachten zijn voor een bedrijf. Als je ook interesse hebt in een BBL-traject in de techniek kun je in de menubalk klikken op de aanmeldknop voor BBL.

Nieuwbouw en energietransitie leveren veel werk op in de woningbouw in 2019

Dit jaar zal de druk op de bouw verder toenemen. Sinds de economische crisis voorbij is neemt de werkdruk toe in de bouw. De afgelopen jaren hebben aannemers en onderaannemers steeds meer personeel aangenomen. Er is volop werk voor timmermannen, metselaars en ander bouwpersoneel. Vanwege de energietransitie ontstaat er ook steeds meer extra werk voor installatiemonteurs en elektromonteurs. Deze technici hebben het al druk vanwege de aantrekkende nieuwbouw in Nederland maar krijgen het nog drukker vanwege de energietransitie.

Juist de energietransitie begint steeds meer een heet hangijzer te worden voor de bouw en de overheid. De overheid weet eigenlijk niet precies hoe ze de klimaatdoelstellingen moet gaan behalen. Het sluiten van kolencentrales lijkt vooralsnog niet aan de orde. Er wordt te weinig hernieuwbare energie opgewekt uit zonlicht en windkracht. Ook de productie van aardgas gaat door alleen op een iets lager niveau dan eerst. Installatiebedrijven zijn al druk aan het speculeren wat de ideale vervangers zouden zijn voor energie uit kolencentrales en aardgas.

Er wordt gedacht aan warmtepompen, geothermie en waterstof als brandstof voor waterstofketels. Wat de oplossing ook is de installatiemonteurs zullen in een belangrijke mate de oplossing moeten uitvoeren. De installatiemonteurs en elektromonteurs moeten namelijk de zonnepanelen, warmtepompen, hybrideketels en waterstofketels plaatsen. Dan moet de overheid in samenwerking met de bouwbranche eerst wel duidelijk aangeven welke koers de installatietechniek moet gaan voeren.

De nieuwbouw gaat in Nederland gewoon door maar er worden niet alleen klimaatneutrale nulwoningen gebouwd zoals passiefhuizen of balanswoningen. Ook tegenwoordig worden nog te veel woningen aangesloten op aardgas. Er blijkt nauwelijks sturing te worden geboden terwijl er wel kaders worden geschetst. De kaders zijn echter te breed. Het wordt tijd dat de overheid samen met de bedrijven in de installatietechniek en bouw een gezamenlijk plan gaan ontwikkelen om de energietransitie echt vorm te geven zodat de klimaatdoelstellingen worden behaald.