NS opent op 31 oktober 2018 watertappunt in strijd tegen plastic afval

Plastic flessen vormen een groot afvalprobleem wereldwijd. Meestal worden plastic flessen nadat de inhoud is opgedronken gegooid en dat is zonde en bovendien milieuonvriendelijk. Plastic flessen kunnen prima opnieuw worden gevuld met water of frisdrank. De NS heeft daarom samen met het Noord-Hollandse drinkwaterbedrijf PWN het eerste watertappunt op een station in Alkmaar geopend.

Het watertappunt bestaat uit een eenvoudige, gele buis met daarop een beugel waaronder een fles kan worden geplaatst. Het watertappunt dat op woensdag 31 oktober 2018 in gebruik is genomen is de eerste die bij de NS wordt geplaatst en er zullen nog vele watertappunten in Nederland worden aangelegd. Op een watertappunt kan iemand gratis zijn of haar plastic fles vullen met water. In de toekomst worden meerdere watertappunten aangelegd om diverse treinstations in heel Nederland. Daarvoor zoekt de NS de samenwerking op met waterbedrijven.

Aan het einde van 2019 moeten er watertappunten zijn op minimaal 200 stations in Nederland. Daarmee kunnen gezamenlijk negen van de tien treinreizigers in Nederland worden bediend van gratis schoon drinkwater. De watertaps worden de komende tijd geplaatst en worden alleen als het vriest tijdelijk verwijderd. Voor het onderhoud van de watertappunten is 3 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de komende tien jaar.

Irma Winkenius van de NS heeft aan NH Nieuws bekend gemaakt dat de NS wil voorkomen dat drinkwater in milieuvervuilend plastic wordt verkocht. “De opening bij station Alkmaar is de eerste stap naar gratis drinkwater op al onze stations, voor iedereen. We hopen dat gemeenten en drinkwaterbedrijven ons helpen om dit in heel Nederland mogelijk te maken”, aldus Winkenius. Het drinken van water uit de kraan is gezond en bovendien milieuvriendelijk. De NS hecht veel waarde aan natuur en milieu. Zo rijden de treinen in Nederland al jaren volledig op windenergie. “Met de watertappunten hopen we nu ook het afval van plastic flessen te verminderen”, voegt Irma Winkenius daar aan toe.

Verdringing van werknemers komt nauwelijks voor op de Nederlandse arbeidsmarkt in 2018

Verdringing op de arbeidsmarkt kan een probleem zijn. Er is sprake van verdringing wanneer bepaalde groepen werkzoekenden minder kans krijgen op de arbeidsmarkt omdat werkgevers de voorkeur geven aan mensen met een andere opleidingsachtergrond of een lagere loonwens. Het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hebben in een gezamenlijk onderzoek onderzocht of verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt voor komt.

Onderzoek
De planbureaus hebben tijdens het onderzoek naar verschillende soorten verdringing gekeken. Zo hebben ze onder andere gekeken naar verdringing tussen ouderen en jongeren op de arbeidsmarkt en naar verdringing tussen hoog- en laagopgeleiden. Verder werd ook gekeken naar verdringing door arbeidsmigranten, bijvoorbeeld door Poolse arbeidsmigranten. De belangrijkste conclusie van de planbureaus is dat verdringing nauwelijks voorkomt. Een belangrijke reden voor het uitblijven van verdringing ligt in de economie. De economie ontwikkeld zich in de afgelopen jaren in een positieve spiraal. Dat betekend dat er meer ruimte ontstaat op de arbeidsmarkt. Er staan meer vacatures open waardoor de kans op verdringing afneemt. Het gebrek aan aanbod op de arbeidsmarkt zorgt er voor dan de kans op verdringing helemaal verkleind wordt. Verder wordt de economie groter als een nieuwe groep zich op de arbeidsmarkt begeeft.

Opleidingsniveau
Bedrijven blijken de focus te leggen op diversiteit. Ouderen en jongeren vullen elkaar aan op de arbeidsmarkt in plaats van dat ze elkaar verdringen. Er is meer vraag naar hoogopgeleiden op de arbeidsmarkt op dit moment. Deze vraag groeit sneller dan het aantal hoogopgeleiden dat de arbeidsmarkt betreed. Daardoor worden hoogopgeleide werknemers in de praktijk niet veel ingezet op mbo of lbo functies. Daardoor treed in die vacatures geen verdringing op. Er is in de praktijk weinig kans op verdringing door hoogopgeleiden die onder hun opleidingsniveau werken. Als er sprake is van een recessie dan neemt het risico hierop wel toe.

Individuele gevallen
Volgens het onderzoeksbureau voeren arbeidsmigranten in de praktijk werkzaamheden uit die die Nederlanders niet willen doen. Alleen aan de onderkant van de arbeidsmarkt treed er verdringing op. Hierbij kun je denken aan productiewerk en schoonmaakwerk. In die functiesectoren is er wel sprake van enige verdringing door arbeidsmigranten. Door het CPB en SCP wordt benadrukt dat verdringing niet op grote schaal plaatsvind maar dat er vooral in individuele gevallen van verdringing sprake kan zijn.

Premie hypotheekgarantie gaat omlaag vanaf 2018

Voor het afsluiten van een hypotheek onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) moet een premie worden betaald. Deze premie moet worden betaald om de eventuele restschuldrisico’s te dekken voor het geval men een beroep moet doen op de NHG als men gedwongen een woning moet verkopen. Het gaat echter beter met de Nederlandse economie en werkgelegenheid waardoor persoonlijke financiële problemen minder vaak voorkomen. Bovendien zijn de eisen die door hypotheekverstrekkers worden gesteld aan de hypotheeknemers strenger geworden. De kans dat men een woning koopt met een grote overwaarde zonder dat men de financiële middelen daarvoor heeft wordt kleiner.

NHG premie op 0,9 procent
Huizenkopers die een hypotheek met een NHG aanvragen zullen in 2019 in totaal 0,9 procent over de hoogte van hun hypotheek moeten betalen. Op dit moment, 2018, is dat nog 1 procent van de totale hypotheeksom. Minister Ollongren heeft ingestemd met de lagere en stabielere premie voor de NHG. De premie moet overigens ook minder afhankelijk worden van de schommelingen op de woningmarkt. De woningmarkt is namelijk vrij turbulent. Door de krapte op de woningmarkt zijn de prijzen van woningen die te koop staan aanzienlijk gestegen. Er wordt in sommige gedeelten van Nederland zelfs meer geboden op woningen dan de prijs waarvoor ze te koop staan.

Woningmarkt in beweging
Toch kan de woningmarkt in een korte tijd veranderen bijvoorbeeld wanneer de hypotheekrente omhoog gaat en mensen minder kunnen lenen voor de aanschaf van een woning. De NHG premie kan echter niet in al die gevallen worden aangepast. Zo moet de NHG premie niet omhoog gaan in slechte tijden op de woningmarkt om toegang tot de woningmarkt niet onnodig af te remmen voor staters en andere woningzoekers. Daarnaast moet de NHG premie niet te veel omlaag in goede tijden om zo een buffer voor slechtere tijden te kunnen opbouwen. Daarom is deze premie nu vastgesteld op 0,9 procent van de totale hypotheeksom.

Vereniging Eigen Huis
De Vereniging Eigen Huis (VEH) komt op voor de belangen van woningbezitters en huizenkopers. Deze organisatie pleitte eerder al voor verlaging van de NHG-premie. Volgens de VEH heeft de NHG-organisatie een omvangrijke reserve opgebouwd in het fonds. Deze reserve is aanzienlijk groter dan de risico’s die de organisatie loopt. Daardoor zou een forse verlaging van de NHG premie gerechtvaardigd zijn. Een forse verlaging van de premie voor de NHG is het echter niet geworden. De premie is slechts 0,1 procent gedaald.

NHG maakt hypotheek gemakkelijker
De Nationale Hypotheekgarantie maakt het voor huizenkoper makkelijker om een hypotheek te krijgen voor een koopwoning. Het waarborgfonds WEW neemt de risico’s bij wanbetaling over door ze af te dekken. Daarnaast heeft men via de NHG ook een rentevoordeel waardoor een hypotheek goedkoper wordt. De Nationale Hypotheek Garantie biedt vanaf 1 januari 2019 extra zekerheid bij de aankoop van huizen met een hypotheeksom tot 290.000 euro. Tot 1 januari 2019 was de maximale woningprijs waarvoor men onder de NHG kon vallen nog 265.000 euro.

Omzet detacheringsbranche in 2017 op ruim 6 miljard

Detacheringsbureaus doen het goed in Nederland. In 2017 was de Nederlandse detacheringsbranche goed voor een totale omzet van 6,2 miljard euro. Dat komt naar voren uit een onderzoek dat onderzoeksbureau Panteia heeft gedaan in opdracht van uitzendbrancheorganisatie ABU en de ABN AMRO bank. Ook het advies- en accountancykantoor PwC behoorde tot de opdrachtgevers van het onderzoek. Na afloop van het onderzoek heeft Panteia een rapport opgesteld waarin gegevens zijn gepubliceerd over de Nederlandse detacheringssector.

Aantal detacheringsbureaus
Uit het rapport van Panteia komt naar voren dat de detacheringsmarkt in Nederland zeer omvangrijk is. In totaal zijn er volgens het onderzoeksbureau in Nederland 638 detacheringsbureaus actief. Dit betreft echter een schatting. Detacheringsbureaus detacheren hun personeel bij verschillende opdrachtgevers. Daarbij wordt het detacheringsbureau als werkgever beschouwd en het gedetacheerde personeel als werknemer in de arbeidsrelatie. De gedetacheerde werkt echter bij een opdrachtgever die ook wel inlener wordt genoemd. Detachering vind over het algemeen plaats gedurende een bepaalde periode. Daarbij wordt gebruik gemaakt van detacheringscontracten. In totaal zou ongeveer 1,6 procent van de Nederlandse werkzame beroepsbevolking als gedetacheerde werkzaam zijn geweest in 2017.

Waarom kiezen bedrijven voor gedetacheerden?
Werkgevers lenen de gedetacheerden in omdat ze doormiddel van deze deta-krachten flexibel kunnen inspelen op de behoeften van de markt en hun opdrachtgevers. Daarnaast geeft Panteia aan dat detacheringspersoneel over het algemeen jong is en een hoge opleiding heeft gevolgd. Gedetacheerde professionals worden vooral door bedrijven ingeschakeld voor specialistische werkzaamheden. Dit gebeurd in ongeveer 45 procent van de detacheringen. Ook voor de invulling van schaarse functies worden gedetacheerden ingezet. Dit gebeurd in 24 procent van de detacheringen. In totaal is 22 procent van de gedetacheerden ingezet om ondersteuning te bieden tijdens een drukke periode.

Vereniging van Detacheerders Nederland
In totaal hebben dertien detacheerders besloten om hun krachten te bundelen in de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Door deze samenwerking hopen de detacheerders beter op te kunnen komen voor de belangen van hun organisaties. Bovendien hopen ze ook door de samenwerking beter in te kunnen spelen op de snel veranderde arbeidsmarkt. De samenwerking in de VvDN zorgt er bovendien voor dat de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt beter in kaart worden gebracht. Deze informatie is van belang omdat deze gebruikt kan worden om de detacheringsmarkt blijvend in beeld te brengen. De arbeidsmarkt wordt steeds flexibeler en de wet en regelgeving veranderd voor detacheringsbedrijven maar ook voor uitzendorganisaties. Kennis is de sleutel om de ontwikkelingen te kunnen volgen en om oplossingen te kunnen bedenken voor een steeds complexere arbeidsmarkt.

Het Verenigd Koninkrijk voert een digitaks in voor techreuzen vanaf 2020

Van alle ontwikkelde landen ter wereld is het Verenigd Koninkrijk het eerste land dat concrete plannen voor de invoering van een digitaks gaat uitvoeren. Deze digitaks is een belasting die zal worden geheven op digitale diensten. Het Verenigd Koninkrijk gaat deze belasting overigens niet op alle digitale diensten invoeren. In plaats daarvan wordt de belasting juist specifiek geheven op de digitale diensten van zogenaamde techreuzen. Dit zijn grote bedrijven die zich bezig houden met het aanbieden van verschillende diensten op het internet. Hierbij kun je denken aan bedrijven zoals Google en Facebook.

De Britse minister Philip Hammond van Financiën maakte het bericht over de invoering van de belasting bekend. De belasting zal echter pas in 2020 ingaan. De overheid van het Verenigd Koninkrijk gaat er vanuit dat de nieuwe heffing vanaf 2020 jaarlijks 400 miljoen pond zal gaan opleveren. Dat is omgerekend bijna 450 miljoen euro. De belasting wordt echter niet in rekening gebracht bij startups en kleine bedrijven die digitale diensten aanbieden. De overheid van het VK heeft besloten om deze ondernemingen te ontzien zodat het vestigingsklimaat voor zulke bedrijven niet wordt aangetast.

Startup Wright Electric maakt nieuwe motor voor elektrisch vliegtuig in 2018

Wright Electric is een dochterbedrijf van easyJet en houdt zich bezig met de ontwikkeling van een elektrisch vliegtuig. Inmiddels is het bedrijf er in geslaagd om een nieuwe motor te ontwikkelen waarmee het elektrisch vliegen in de toekomst commercieel mogelijk moet worden gemaakt. voor de ontwikkeling van deze motor heeft het bedrijf een patent aangevraagd.

Elektrische vliegtuigmotor
Inmiddels is het Amerikaanse concern gestart met de ontwikkeling en bouw van een elektrische motor die geplaatst moet worden in een vliegtuig waarin negen mensen kunnen worden vervoerd inclusief de piloot. Het is de bedoeling dat dit elektrische vliegtuig in 2019 afgebouwd wordt en haar eerste vlucht zal maken. De aandrijving van het elektrische vliegtuig zal vier keer zo sterk moeten zijn dan de huidige aandrijving die wordt gebruikt voor de elektrische tweezitter die het bedrijf al heeft ontwikkeld.

Energietransitie in de luchtvaart
De energietransitie in de transportsector is in volle gang. Er zijn al elektrische fietsen, elektrische auto’s, vrachtauto’s en kleine elektrische vliegtuigen. Het elektrisch vliegen is op dit moment nog niet een volledige branche. Een aantal bedrijven en startups houden zich bezig met de ontwikkeling van elektrische vliegtuigen. Het is nog onzeker of elektrisch vliegen in de toekomst op grote schaal commercieel kan worden doorgevoerd.

Biokerosine
Een groot probleem met elektrisch vliegen is het gebruik van grote batterijen. Voor grote passagiersvliegtuigen zijn enorme batterijen nodig. Dat maakt een vliegtuig bovendien aanzienlijk zwaarder. Om die reden zijn sommige luchtvaartmaatschappijen zoals KLM gericht op het gebruik van biokerosine als brandstof voor vliegtuigen.

China wil aankoopbelasting op auto’s mogelijk halveren vanaf 2018

De Chinese overheid heeft plannen om de aankoopbelasting op auto’s te halveren van tien procent naar vijf procent. Dat bericht werd maandag 29 oktober 2018 bekend gemaakt door persbureau Bloomberg. De Chinese overheid heeft het bericht echter nog niet bevestigd in de media. De aankoopbelasting zal niet voor alle soorten auto’s worden gehalveerd. De halvering zou specifiek worden ingevoerd voor personenauto’s met een motor die een cilinderinhoud hebben van maximaal 1,6 liter. Deze maatregel moet er voor zorgen dat de autoverkoop van China weer in de lift komt. De overheid van China heeft eerder bekend gemaakt dat het slecht gaat met de verkoop van auto’s in China. In oktober was de autoverkoop van China voor de derde maand op rij gedaald.

Wereldwijd is China is de grootste automarkt. Als de autoverkoop in China blijft dalen zijn de gevolgen daarvan wereldwijd bij autoproducenten merkbaar. Verschillende autoproducenten verkopen veel auto’s in China. In september was er sprake van een totale autoverkoop van twee miljoen auto’s in China. Dat komt neer op een daling van 12 procent ten opzichte van een maand daar voor.

Het bericht over het halveren van de aankoopbelasting op auto’s in China had direct effect op de aandelenkoersen van meerdere Europese autofabrikanten. Deze aandelenkoersen schoten omhoog na de publicatie van het bericht. Verschillende Duitse autofabrikanten toonden om 13:00 middags een behoorlijke plus. Autoproducenten BMW, Daimler en Volkswagen stegen aanzienlijk. Voor BMW kwam de stijging uit op 4,8 voor BMW. Autoproducent Daimler, bekend van onder meer van Mercedes, ging 5,1 procent en Volkswagen noteerde een plus van 6,2 procent.

Technicum is in 2018 een samenwerking met ROC.nl aangegaan

Technische uitzendorganisatie Technicum is in 2018 een samenwerking aangegaan met de website van het ROC. Door deze samenwerking kan Technicum haar vacatures ook op ROC.nl delen. Bovendien kan Technicum op de website van het ROC ook BBL werkplekken plaatsen. Op die manier kunnen de bezoekers van de website van het ROC meteen zien welke BBL werkplekken deze uitzendorganisatie beschikbaar heeft.

VCU uitzendbureau
Technicum is al jaren actief op het gebied van BBL. De VCU gecertificeerde technische uitzendorganisatie heeft samenwerkingsovereenkomsten gesloten met verschillende erekende leerbedrijven in de techniek. Samen met het ROC zorgt Technicum er voor dat de juiste match wordt gemaakt tussen de (toekomstige) BBL-student en een erkend leerbedrijf. Er zijn nogal wat erkende leerbedrijven in de techniek. Daarom is een goede begeleiding vanuit een professionele organisatie die de markt kent zo belangrijk.

BBL carrousel

Technicum heeft onder andere een BBL carrousel ingevoerd waarin BBL-ers die een opleiding volgen in de installatietechniek of elektrotechniek tijdens hun opleiding bij verschillende erkende leerbedrijven specifieke kennis kunnen opdoen. Zo leren ze vaardigheden in de utiliteit, renovatie en de nieuwbouw. Daarnaast krijgen veel deelnemers aan een BBL opleiding in de installatietechniek of elektrotechniek ook specifieke kennis van de energietransitie en duurzame energiebronnen.

Toekomst
Investeren in BBL is investeren in de toekomst of je nu een BBL traject gaat volgen of als je als bedrijf er voor kiest om een erkend leerbedrijf voor BBL-ers te worden. Technicum wil bedrijven en werkzoekenden graag bij elkaar brengen op de technische arbeidsmarkt door te investeren in een goed netwerk en een uitstekende begeleiding op het gebied van BBL.

BBL trajecten kunnen ook in oktober 2018 worden gestart

BBL wordt steeds belangrijker in de techniek. Er is nog steeds een groot tekort aan technisch personeel in Nederland. Dit tekort aan personeel kan alleen worden opgelost door een nieuwe instroom van technische werknemers. Werknemers die een technische achtergrond hebben zijn inmiddels grotendeels voorzien van een baan. Daarom is het belangrijk dat er nieuwe technische arbeidskrachten op de arbeidsmarkt beschikbaar komen. Deze nieuwe instroom is voor een groot deel afhankelijk van training en opleiding in de techniek. Door opleidingstrajecten kunnen werkzoekenden in alle leeftijden worden ontwikkeld tot technische vakkrachten en dat is hoognodig.

BBl in de techniek
De energietransitie zorgt er voor er voor dat veel bestaande woningen en utiliteit moeten worden aangepast en worden voorzien van duurzame energievoorzieningen. Veel gebouwen zijn echter nog op aardgasleidingen aangesloten en bevatten gasgestookte centrale verwarmingssystemen en fornuizen. Deze installaties zullen vervangen moeten worden door warmtepompen, stadsverwarming en andere installaties. Verder moet er ook op elektrische gebied veel veranderen. Er worden zonnepanelen geplaatst, zonneboilers en slimme meters waarmee de opgewekte elektrische energie kan worden teruggerekend naar het energienet. Er zullende komende jaren duizenden monteurs nodig zijn om deze installaties te installeren en te onderhouden. Deze monteurs zijn er echter niet daarom moeten ze worden opgeleid door bijvoorbeeld gebruik te maken van BBL.

Aanmelden voor BBL
Ook in andere sectoren van de techniek investeert men in BBL en BBL-trajecten. Een toenemend aantal bedrijven besluit om zichzelf als erkend leerbedrijf aan te laten merken. Dat zorgt er voor dat BBL-ers steeds meer keuze hebben uit bedrijven waar ze het praktijkdeel van hun BBL-opleiding kunnen volgen. Tegenwoordig beginnen BBL trajecten lang niet allemaal meer aan het begin van een schooljaar. Ook na september kunnen de deelnemers aan BBL-trajecten vaak instromen. Ook via de deze website kun je jezelf aanmelden voor BBL in de techniek. Klik hiervoor op de knop BBL Technicum in de menu-balk. Dan kom je op een aanmeldformulier dat je vrijblijvend kunt insturen.

Stint fabrikant vraagt faillissement aan op maandag 29 oktober 2018

Een stint is een elektrisch aangedreven voertuig waarmee goederen en personen vervoerd kunnen worden. Het voertuig lijkt op een Segwway met daarvoor een grote bak die meestal groen van kleur is. Een stint werd vooral gebruik om goederen en pakketjes te transporteren in steden daarnaast was het elektrische vervoersmiddel erg populair bij kinderdagverblijven om kinderen te vervoeren van de opvang naar huis. Na een tragisch ongeval met de stint is het vervoersmiddel nader onderzocht en zijn er verschillende vragen ontstaan over de veiligheid en betrouwbaarheid van de stint.

Verbod op de stint
Het voertuig is van de weg gehaald door de overheid doormiddel van een verbod. Volgens eigenaar Edwin Renzen is de overheid niet bereid om in gesprek te gaan met de fabrikant van de stint over de manier waarop dit voertuig weer aan het verkeer kan deelnemen. Omdat deelname aan het verkeer op korte termijn in ieder geval niet mogelijk lijkt te zijn ziet de eigenaar naar eigen zeggen geen uitweg dan het bedrijf failliet te verklaren. Dit heeft de heer Renzen bekend gemaakt tegen RTL Nieuws.

Stint Urban Mobility

De stint wordt geproduceerd door een bedrijf uit Putten genaamd Stint Urban Mobility. Dit bedrijf ligt stil sinds de overheid heeft besloten dat elektrische bakfietsen niet meer de weg op mogen. Dat besluit kwam na het fatale ongeluk in Oss toen een stint in botsing kwam met een trein. Het ongeluk vond plaats op 20 september 2018 en had meerdere doden en gewonden tot gevolg en in heel Nederland werd met afschuw op dit drama gereageerd. Minister Van Nieuwenhuizen heeft het voertuig van de weg gebannen nadat Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een onderzoek had gedaan naar de veiligheid van de stint. Hieruit kwamen verschillend potentiële veiligheidsrisico’s naar voren. Er zou onder andere een probleem kunnen ontstaan met het remsysteem als de bedrading oververhit zou raken volgens het onderzoek.

Onderzoeken
De overheid neemt haar verantwoordelijkheid in de nasleep door zorgvuldige onderzoeken uit te laten voeren. Onderzoeken kosten echter tijd en dat heeft de fabrikant van de stint niet. Hij had afgelopen week een laatste gesprek met het ministerie. Dit gesprek leidde tot niets. “Het was geen gesprek. Ze gaan wachten op alle onderzoeken. Die tijd hebben wij eenvoudig niet” heeft Renzen aangegeven. In totaal werken er ongeveer dertig werknemers bij de fabrikant van de stint. Bij de toeleveringsbedrijven werken ongeveer twintig werknemers. Volgens Renzen is het voertuig nog steeds veilig. Hij vind het faillissement vooral erg voor zijn collega’s en partners. “Maar het ergst vind ik dat de oplossing die wij brachten voor een maatschappelijk probleem, wegvalt. Hoe moet dat nu met veilig en milieuvriendelijk vervoer van al die kinderen? Wij zijn nu weg, maar de problemen voor scholen en kinderopvang niet.”

Verbod op stint ter discussie
De stint doet al jaren aan het verkeer mee in Nederland. Sommige kinderopvangorganisaties in Nederland vinden het verbod op de stint ook geen verstandige beslissing. Zo heeft een kinderopvang uit Almere een kort geding aangespannen tegen het ministerie. Deze kinderopvang geeft aan dat het ministerie naar hun mening vooral in paniek het besluit heeft genomen om de stint van de weg te bannen. Daarbij zou nauwelijks rekening gehouden zijn met de belangen van de kinderopvangorganisaties. De opvang wil dat het TNO-onderzoek naar de veiligheid van de Stint wordt versneld. Naar verwachting zal pas aan het einde van dit jaar duidelijkheid komen over de veiligheid van de stint. Komende donderdag doet de rechter uitspraak in de zaak. Volgens Renzen maakt de uitkomst van de rechtspraak voor hem geen verschil meer. In de Volkskrant benoemd hij hierover “Daarvoor is er inmiddels te veel twijfel gezaaid over de betrouwbaarheid en de veiligheid van de Stint.” 

Rijksbouwmeester benadrukt belang circulair en gasloos bouwen in 2018

Floris Alkemade is benoemd tot ‘De architect des Konings’ en mag zich de komende vijf jaar lang bemoeien met het vastgoed van het Rijk en de ruimtelijke ordening in Nederland. In een interview met nieuwswebsite NU.nl geeft Alkemade aan wat zijn toekomstvisie is over architectuur in Nederland. Daarin wordt duidelijk dat hij maatschappelijke thema’s op de agenda wil zetten en wil aanpakken met radicale architectuur.

Relevante opgaven
Volgens Alkema is er niet vaak een generatie in Nederland geweest met zoveel “relevante opgaven”. Hij benoemd belangrijke onderwerpen zoals de klimaatverandering en alles wat daaruit voortvloeit op het gebied van verduurzaming, klimaatbewust bouwen, CO2 reductie en energietransitie in de bouw. Ook de vergrijzing en de vluchtelingenproblematiek worden als belangrijke onderwerpen genoemd door de heer Alkema. Er zijn bovendien ook grenzen waar we tegenaan lopen in de landbouwsector. Ondanks de soms moeilijke opgaven is er in Nederland wel een optimisme en enthousiasme dat Nederland ook kenmerkte tijdens de moeilijke wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Deze gevoelens waarbij men gezamenlijk de schouders er onder zet zijn ook nu weer gerechtvaardigd volgens de nieuwe Rijksbouwmeester.

Gasloos wonen
In de bouw vind een energietransitie plaats. Dat betekent dat men afscheid neemt van bepaalde energievoorzieningen. Er is sprake van een transitie van vervuilende fossiele brandstoffen naar schone en hernieuwbare energie die uit natuurlijke bronnen zoals windkracht, zonlicht en aardwarmte wordt gewonnen. Deze hernieuwbare energiebronnen zijn onuitputtelijk en zorgen bovendien voor nauwelijks CO2 uitstoot. Juist de uitstoot van CO2 moet worden beperkt omdat dit een belangrijk broeikasgas is dat zorgt voor de opwarming van de aarde. Door de CO2 emissie van woningen en utiliteit te reduceren kan men duurzaam wonen. Dat betekent in de praktijk dat men een oplossing moet vinden voor aardgas. In plaats van aardgas moet men andere energiebronnen of verwarmingsbronnen inzetten. Hierbij kan men denken aan warmtepompen of aan stadsverwarming. Deze energiebronnen moeten meer worden toegepast in de bouw. Dat blijkt in de praktijk echter nog nauwelijks te gebeuren. Er worden in veel nieuwe woningen nog gewoon HR gasgestookte cv-installaties aangebracht.

Circulair bouwen
Circulair bouwen is ook een term die meer in opkomst is in de bouw. Hierbij gaat het om het nuttig en effectief gebruiken van materialen en voorzieningen in de bouw. De focus ligt op het reduceren van afval en het gebruik en hergebruik van grondstoffen. De mens moet tijdens het bouwen rekening houden met het milieu en ook de afvalstroom in de daten houden. Zo is het kappen van oerwouden voor grondstoffen (hardhout) voor de Nederlandse bouw niet bepaald duurzaam en milieubewust. Er moeten keuzes worden gemaakt en volgens Alkema moeten de keuzes in de bouw meer vanuit een maatschappelijk en milieubewust oogpunt worden gemaakt.

Plastic zwerfafval in zee vraagt om technologische oplossingen

Bij zwerfaval op zee denken veel mensen aan plastic. Dat is niet verwonderlijk want er is wereldwijd bekendheid gegeven aan de plastic soep onder andere door The Ocean Cleanup. Deze uitvinding is bedacht door Boyan Slat (1994). Hij is een Nederlands uitvinder en milieuactivist. Theo Ocean Cleanup wordt gebruikt om plastic afval uit zee te halen. Het blijkt dat dit echt noodzakelijk is. Niet alleen vanwege de kwaliteit van het zeewater maar ook vanwege de veiligheid en gezondheid van dieren die in zee zwemmen. Op zondag 28 oktober 2018 spoelden twee dode zeehonden aan op de Zeeuwse kust. Deze dieren waren gestikt door plastic afval in zee. De ene zeehond was gestikt door een plastic frisbee die om zijn nek vast zat en het andere dier was bijna onthoofd door een oud stuk visnet.

Deze dode dieren maken weer goed duidelijk hoe belangrijk het technologisch onderzoek is dat wordt gedaan naar het schoonmaken van zeeën en oceanen wereldwijd. The Ocean Cleanup is slechts één voorbeeld van een technologische oplossing om het zeewater schoner te krijgen. Er zijn ook andere oplossingen bedacht. Zo zijn er ook bedrijven die juist systemen bedenken die er voor zorgen dat het plastic uit rivieren wordt opgevangen voordat het plastic in de oceaan terecht komt. De initiatieven zijn uitstekend en leveren allemaal een bijdrage aan het schoon maken en schoon houden van de zee en de oceanen. Toch is er nog veel werk te doen. Er spoelt nog steeds een hoop rommel aan op het strand. Hierbij kun je denken aanstekers, schoenen, slippers, ballonnen, ballonstokjes, plastic bekertjes, flessen, tiewraps, stukken touw, netten en deeltjes van reddingboeien.

Sommige bedrijven willen dit afval omzetten in andere producten oftewel recyclen. Dat wordt ook gedaan met het plastic dat wordt gefilterd uit de oceaan door The Ocean Cleanup. Voorkomen dat er plastic afval in zee komt is echter nog beter. Daarom is er wereldwijd steeds meer aandacht voor de plastic soep en worden initiatieven van milieubewuste uitvinders zoals Boyan Slat beloond door veel aandacht in de media. Nu maar hopen dat veel innovatieve ingenieurs en constructeurs geïnspireerd worden door deze voorbeelden.

Replica schip Willem Barentsz in 2020 klaar?

Op zaterdag 27 oktober 2018 heeft Prinses Margriet in Harlingen een kopie gedoopt van het expeditieschip waarmee Willem Barentsz aan het einde van 16e eeuw probeerde een noordelijke doorvaart naar Azië te vinden. Willem Barentsz was ontdekkingsreiziger en cartograaf. Hij probeerde een oplossing te bedenken om toch in Azië te komen door de andere kant op te varen. In plaats van naar het zuiden ging hij met zijn schip en bemanning juist naar het noorden toe. Dat had dramatische gevolgen. Hij strandde samen met de bemanning en het schip op Nova Zembla. In totaal waren er zeventien bemanningsleden aan boord van het schip. Hiervan kwamen er uiteindelijk twaalf thuis naar een barre periode op Nova Zembla. Barentsz overleed op de terugtocht.

Het verhaal van Willem Barentsz heeft veel mensen geïnspireerd en gefascineerd. Inmiddels is al geruime tijd gewerkt aan een replica van het schip waarmee Willem Barentsz zijn tocht zou hebben gemaakt. De bouw van deze replica is begonnen in 2010. Vanaf dat haar wordt op de werf aan de Nieuwe Willemskade in Harlingen het houten zeilschip nagebouwd door vrijwilligers. Inmiddels zijn er 26.000 arbeidsuren in het schip gestoken en kan de Willem Barentsz te water. Er is totaal 65.000 kilo eikenhout gebruikt in het schip. Dit eikenhout is afkomstig uit de Achterhoek. De tuigage moet nog worden aangebracht. Hier is ruim 4 kilometer touw voor nodig. Paul Meijeraan voorzitter van de stichting Vrienden van Willem Barentsz geeft aan dat ze nog niet klaar zijn. De masten en de ra’s moeten nog op het schip. Ook moeten er nog zeilen en tuigage worden aangebracht. Daar is in ieder geval nog een jaar voor nodig. Dat zou misschien betekenen dat in 2020 het schip kan uitvaren.

De bouw duurt lang. Dat is niet verwonderlijk want het schip wordt gebouwd door vrijwilligers. Vroeger werden deze houten schepen in serieproductie gebouwd. Daarbij werden nauwelijks bouwkundige tekeningen gebruikt. Veel timmerwerk werd op het zicht gebouwd. In het verleden bouwde men een groot houten schip in 16.000 manuren. Dat is omgerekend 3 maanden. De nieuwbouw die nu plaatsvind aan het houten schip wordt heel wetenschappelijk uitgevoerd aldus Meijeraan. Het schip is een reconstructie die gemaakt is op basis van oud-Hollandse bouwtechnieken waarmee Nederland als zeevarende natie wereldfaam verwierf.

Er werd gebruik gemaakt van verschillende bronnen door bouwmeester Gerald de Weerdt. Zo werden prenten, schilderijen en tekening gebruikt. Deze werden vergeleken met archeologische vondsten. Er werd ook gekeken naar de overblijfselen van het oorspronkelijke schip dat bij Nova Zembla is gevonden door Russische archeologen. De vrijwilligers en initiatiefnemers hopen uiteindelijk het schip volledig volgens de traditionele bouwstijl af te kunnen bouwen. Als dat lukt is de ultieme droom het maken van de tocht naar Nova Zembla waar ooit Willem Barentsz en zijn bemanning overwinterden in het Behouden Huys. Als dat lukt zouden Harlingen, Friesland en ook Nederland zichzelf “weer eens groots op de wereldkaart” kunnen zetten.

Staking bij Scania op vrijdag 26 oktober 2018 voor Metalektro cao

De Metalektro cao is nog steeds een onderwerp van discussie tussen werknemers en werkgevers in de grote industriële metaalbedrijven in Nederland. Er zijn al verschillende stakingen geweest bij diverse bedrijven in de grootmetaal. Op vrijdag 26 oktober 2018 is er een nieuwe staking ingegaan bij de metaalfabriek van Scania in Zwolle en trailerbouwer in Broshuis Kampen. Bij deze bedrijven hebben de personeelsleden vrijdagochtend vroeg hun werk neergelegd. Volgens de FNV gaat het om een zogenaamde verrassingsstaking van 24 uur.

In totaal hebben ongeveer duizend werknemers en leden van FNV Metaal zich laten inschrijven voor de staking vanaf de start van hun dienst. Deze inschrijving voor de staking werd gedaan in een boot die naast de Scania-fabriek in Zwolle ligt. Al maanden wordt er gestaakt in de grootmetaal voor een goede cao Metalektro. In heel Nederland zijn er al stakingen geweest voor betere arbeidsvoorwaarden in de grootmetaal. Vooralsnog lijkt het er niet op dat werknemers en werkgevers in de grootmetaal bij elkaar komen. De stakers van de vakbond FNV Metaal eisen onder andere een loonsverhoging van 3,5 procent.

Onduidelijkheid over CO2-eisen zorgt voor stagnatie autoverkoop in 2019

Er is veel onzekerheid en onduidelijkheid over de CO2 richtlijnen met betrekking tot de automotive branche. Er zijn verschillende berichten in de media verschenen over de aanpak van de CO2 uitstoot in de auto-industrie. Ook overheden buigen zich over de vraag hoe men de energietransitie in de autobranche kan laten plaatsvinden en de CO2 emissie kan reduceren.

Consumenten en bedrijven worden door al deze berichtgeving onzeker. Deze onzekerheid heeft een effect op de autoverkoop. Zo is de afgelopen tijd al aangetoond dat alle onderzoeken naar vervuilende dieselvoertuigen er voor heeft gezorgd dat de verkoop van diesels naar beneden is gegaan. In 2019 zal de verkoop van personenauto’s naar verwachting uitkomen op 440.000 stuks. Dit verkoopaantal is vergelijkbaar met 2018. Het bericht werd bekend gemaakt op vrijdag 26 oktober 2018 door de brancheorganisaties RAI Vereniging en BOVAG. Deze organisaties publiceerden hun verwachtingen over de autoverkoop in een jaarlijkse prognose.

Er is in Nederland sprake van een economische groei desondanks is er in de autobranche sprake van stabilisatie. Volgens de brancheorganisaties neemt de groei in de verkoop van auto’s niet toe omdat er steeds meer onzekerheid is over de fiscale gevolgen van een nieuwe emissietest. Door deze nieuwe test die 1 september van kracht is moet de uitstoot van CO2 van alle nieuwe auto’s worden getest volgens de nieuwe methode. Deze nieuwe testmethode zorgt er meestal voor dat de CO2 waarde hoger uitvalt. Dat zorgt er voor dat de aanschafbelasting op een nieuwe auto ook hoger uit zal vallen.

Auto’s die op fossiele brandstoffen rijden worden minder populair maar de markt voor elektrische auto’s groeit in 2019. Volgens en prognose komt de verkoop van elektrische auto’s uit op 28.000 stuks. Dat is omgerekend 6,4 procent van de verkoop van alle nieuwe auto’s. in 2018 zal de verkoop van elektrische auto’s ongeveer twintigduizend stuks bedragen in Nederland.

Zes grote Nederlandse milieuprojecten krijgen ruim 18 miljoen van de EU vanaf 2018

De Europese Commissie heeft een investeringspakket van 243 miljoen euro goedgekeurd. Dit geld wordt besteed aan verschillende groene projecten in Europa. Vanuit Nederland zullen zes Nederlandse natuur- en milieuprojecten financiële steun uit Brussel ontvangen. In totaal krijgen deze zes duurzame projecten 18,3 miljoen euro uit de Europese Commissie. De projecten die geld ontvangen zijn gericht op de bescherming van natuur en milieu en de energietransitie. De energietransitie is de overgang van fossiele brandstoffen naar een duurzame en koolstofarme toekomst in Europa.

Een voorbeeld van een project in Nederland is een project in Limburg waarin regenwater wordt opgevangen en opgeslagen om hergebruikt te worden en om drinkwater van te maken. Weer een ander soort project wordt gerealiseerd in Zuid-Holland. Dat project is gericht op het opsporen en verwijderen van plastic uit rivieren. Door plastic uit rivieren te halen wordt voorkomen dat het plastic in de zee stroomt. Voor dit project is speciale software ontwikkeld die voorspelt waar plastic afval zich door de stroming of weersomstandigheden zal ophopen. Doordat de locatie van het plastic in kaart kan worden gebracht kan men met innovatieve technieken het plastic op de juiste plaats verwijderen. Deze Nederlandse projecten verbeteren de levenskwaliteit van de burgers van Europese Unie volgens EU-commissaris Karmenu Vella van Milieu.

Ruim 200.000 arbeidskrachten beschikbaar in Nederland in 2018

Er wordt gesproken over een krapte op de arbeidsmarkt in Nederland toch blijken er nog veel mensen beschikbaar te zijn voor werk. Volgens het ING Economisch Bureau zijn er ongeveer 219.000 extra potentiële werknemers beschikbaar als het percentage mensen dan wil werken, maar nog geen baan heeft, door blijft groeien tot het niveau van voor de crisis. Deze conclusie trekken de economen van ING op basis van eigen onderzoek. De resultaten van het onderzoek werden donderdag 25 oktober 2018 gepubliceerd tijdens een halfjaarlijkse rapport over de Nederlandse economie.

Er zijn in Nederland volgens het rapport ook 400.000 werknemers die meer uren willen gaan werken dan hun huidige dienstverband. Van deze groep zouden volgens de ING-economen ook ongeveer 308.000 daadwerkelijk meer kunnen werken. Deze groepen werkzoekenden zouden van belang kunnen zijn voor de economische groei van Nederland. Bedrijven in Nederland moeten echter wel creatiever en flexibeler omgaan met het arbeidspotentieel volgens ING-econoom Marcel Klok. “Voor moeilijk vervulbare vacatures, zoals in de ICT, komen deze mensen vaak niet in aanmerking.” Voor deze banen en andere beroepen zijn specifieke opleidingen nodig. Daarom moet er een inhaalslag door sommige mensen worden gemaakt op het gebied van opleidingen.

Er zou meer aandacht moeten worden besteed aan de match tussen de eisen in de vacatures van werkgevers en de capaciteiten van werkzoekenden. Werkzoekenden moeten zichzelf ontwikkelen tot werknemers die ook in de toekomst aan het werk kunnen blijven. Daarom is het belangrijk dat ze juist nu de verstandige keuzes maken op de arbeidsmarkt. Sectoren waarin veel werk aanwezig is staan te springen om nieuwe werknemers. Daarbij kun je denken aan de ICT, bouw, techniek en werktuigbouwkunde. Bedrijven in deze sectoren ondersteunen werkzoekenden vaak met hun omscholing en bijscholing door het aanbieden van BBL trajecten en andere opleidingstrajecten. Zo ontstaan er specifieke BBL vacatures waarmee bedrijven toekomstige BBL-ers hopen aan te trekken voor hun vacatures.

Toezichthouder wil onderzoek naar wifi-storingen door led-lampen in 2018

Sommige soorten ledlampen worden in verband gebracht met storingen die ontstaan in audioapparatuur en televisies. De Ledlampen zouden er voor zorgen dat apperatuur die aangesloten is op wifi en huistelefoons minder goed werken. Het Agentschap Telecom gaat als toezichthouder onderzoek doen onder vijftig leveranciers van ledlampen. Dit bericht werd gemeld door De Telegraaf.

Het onderzoek naar ledverlichting kan grote gevolgen hebben. Veel consumenten hebben de overstap gemaakt van energieverspillende gloeilampen naar ledverlichting. Ook nu de onzuinige halogeenverlichting van de markt wordt gehaald wordt de kans dat er meer ledverlichting wordt gebruikt alleen maar groter. Het probleem is echter dat er verschil zit in de kwaliteit van ledverlichting. Sommige soorten ledverlichting worden in verband gebracht met storingen aan bepaalde apparatuur. Als deze storingen daadwerkelijk kunnen worden aangetoond door onderzoek en als de storingen grote gevolgen blijken te hebben dan kan het Agentschap besluiten de gehele collectie van de markt te halen. Dat heeft een groot effect op de productie en het marktaandeel van de fabrikant van deze ledlampen.

Daarnaast heeft de toezichthouder de mogelijkheid om een aanbeveling te doen om de normen voor bepaalde verlichting aan te passen als bepaalde producten problemen veroorzaken terwijl ze toch aan de huidige wettelijke regels en richtlijnen voldoen. In het verleden moesten leveranciers eerder de kwaliteit van hun lampen aanpassen wegens klachten. Zo is in een test in 2016 aan de orde gekomen dat geen van de onderzochte dertig lampen aan de eisen en normen van de overheid voldeed. Soms is een oude fitting een probleem voor de werking van de nieuwe ledlamp. Dat heeft verlichtingsexpert Ad Musters tegen De Telegraaf aangegeven. Er moet niet alleen naar de led worden gekeken maar naar de hele installatie, van fitting tot en met de bedradingen.

CBS: consumenten besparen energie uit financiële overwegingen in 2018

Energiebesparing en duurzaam leven zijn begrippen die hip zijn in 2018. Duurzaamheid is modern en belangrijk want de meeste mensen willen niet medeverantwoordelijk worden gehouden voor de opwarming van de aarde en alle gevolgen die dat met zich meebrengt. Veel mensen die aangeven dat ze het milieu belangrijk vinden handelen daar in hun huishouding ook naar. Daarnaast besparen ook andere mensen energie terwijl ze daarbij het milieu niet als belangrijkste aspect beschouwen.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) besparen veel mensen op energielasten omdat ze geld willen overhouden. Dat blijkt donderdag 25 oktober 2018 uit het onderzoek Belevingen 2017 dat het statistiekbureau heeft gepubliceerd. Ongeveer 90 procent van de mensen die zijn benaderd tijdens het onderzoek geeft aan dat ze energiebewust handelen. In totaal deden 3.339 mensen aan het onderzoek mee. Deze mensen hebben onder andere aangegeven dat energiebesparing in kleine handelingen zit. Zo wordt bijvoorbeeld de verwarming minder hoog gezet en kiest men er voor om zich in huis warmer te kleden of een deken te pakken. Ook halen ze de oplader van een telefoon of Tablet eerder uit het stopcontact als het apparaat opgeladen is.

Mensen die zichzelf als milieubewust beschouwen doen deze besparende maatregelen maar ook de groep die zichzelf als minder milieubewust ziet neemt deze besparende maatregelen. Het overgrote deel van de mensen die op hun energieverbruik let en energieverspilling tegengaat doet dit vanwege de kosten. Dat is belangrijke informatie voor de overheid als deze er voor wil zorgen dat de energieverspilling verder omlaag gaat. De bevolking kan doormiddel van geld worden gestimuleerd om nog meer te doen aan energiebesparing en de energietransitie.

Europese Commissie pleit voor circulaire economie

De Europese commissie heeft vandaag, op woensdag 24 oktober 2018, een wetsvoorstel goedgekeurd waarin in totaal 11 vervuilende plastic wegwerpproducten vanaf 2021 worden verboden. Milieuministers van de lidstaten van de Europese Unie moeten het wetsvoorstel nog wel goedkeuren. Toch geeft de Europese Commissie een duidelijk signaal af met het goedkeuren van dit wetsvoorstel. Wegwerpplastic wordt door de Europese Commissie niet alleen beschouwd als een bron van vervuiling maar ook als een bron van verspilling.

Wegwerpplastic is namelijk een verspilling van grondstoffen. Het verspillen van grondstoffen is slecht voor de economie omdat er dan weer nieuwe grondstoffen moeten worden gedolven uit de aardbodem. Het delven van grondstoffen kost geld. Bovendien is het aanwenden van nieuwe grondstoffen in strijd met de ambities voor een circulaire economie. Een circulaire economie is een economie waarin grondstoffen, verpakkingen en producten zoveel mogelijk worden gerecycled en hergebruikt.

Door een circulaire economie wordt er niet alleen afval gereduceerd maar wordt er ook minder druk op de natuur uitgevoerd met betrekking tot het delven van grondstoffen. Europa is echter ver weg van een circulaire economie. Volgens het Europese Parlement moeten in 2025 negen van de tien plastic flessen gescheiden worden ingezameld door bijvoorbeeld gebruikt te maken van statiegeldregelingen. Daardoor moeten mensen worden geprikkeld om afval te scheiden. Dan is het natuurlijk nog wel de vraag of alle plastic flessen wel gerecycled kunnen worden.