Rol van uitzendbureaus bij discriminatie in de arbeidsbemiddeling

Na het “onderzoek” van Radar over discriminatie in de uitzendbranche staat heel Nederland weer te schudden op haar grondvesten. In totaal zouden 47 procent van de uitzendondernemingen volgens het “onderzoek” van Radar mee zijn gegaan in het verzoek van een fictieve opdrachtgever om bepaalde bevolkingsgroepen niet mee te nemen in de selectie van de uitzendkrachten. De fictieve opdrachtgever zou daarbij aangegeven hebben dat er 5 vacatures vervuld zouden kunnen worden door de uitzendonderneming en dat Surinamers, Turken of Marokkanen niet in niet geselecteerd mochten worden omdat de “klant” daar slechte ervaringen mee had. Hieronder volgen enkele kanttekeningen over dit gevoelige onderwerp en dit veelbesproken “onderzoek”.

“Onderzoek” van Radar over discriminatie bij uitzendbureaus
De acteur van Radar die een discriminerende “klant” met een aantrekkelijke commerciële opdracht moest spelen zette in feite een val op voor de intercedent door eerst zelf te discrimineren en het zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor de intercedent om mee te gaan in de discriminatie. Het feit dat een aantal intercedenten het commercieel belang vooropstelden en toch meegingen in de discriminerende aanvraag is natuurlijk niet goed te praten. Toch kan men op basis van een dergelijk onderzoek niet de keiharde conclusie verbinden dat uitzendbureaus vaak discrimineren. Men kan al helemaal niet zeggen dat het initiatief voor discriminatie bij de uitzendonderneming ligt.

Assertiviteit
De discriminatie komt in de meeste gevallen eerder van de opdrachtgever vandaan dan van het uitzendbureau. Dat blijkt indirect ook uit het “onderzoek” van Radar. Het uitzendbureau moet deze discriminatie opmerken en heeft dan de morele plicht om de opdrachtgever te wijzen op het verbod op discriminatie op basis van Artikel 1 van de Grondwet. Dat vereist echter van een intercedent een bepaalde assertiviteit. Daarnaast kan de intercedent in kwestie ook bang zijn om opdrachten te missen. Uitzendbureaus hebben natuurlijk een financieel en commercieel belang en zullen dit moeten afwegen tegen het morele belang. Uiteraard moet discriminatie verworpen worden maar intercedenten die voor het blok worden gezet moeten van goede huize komen om hun (potentiële) opdrachtgevers te berispen. Daarbij kan het ook nog zo zijn dat het uitzendbureau geen geschikte kandidaat heeft met een etnische achtergrond voor de vacature. In dat geval kan de intercedent gemakkelijk meegaan met het verkeerde discriminerende voorstel van de opdrachtgever. Dit is uiteraard fout maar er zijn wel twee fout. De opdrachtgever is namelijk de partij die aanzet tot discriminatie het uitzendbureau geeft deze aanzet niet.

Discriminatie
Discriminatie, het is een zwaar en beladen onderwerp. Mensen die het woord ‘discriminatie’ horen schrikken en reageren afkerend. Terecht want het ongelijk behandelen of uitsluiten van mensen op basis van huidskleur, geloof, leeftijd, handicap enz. is verkeerd en in een aantal gevallen zelfs strafbaar. Inderdaad ‘in een aantal gevallen’ je leest het goed. Want de overheid in Nederland heeft namelijk ook “positieve discriminatie” ingevoerd.

Positief discrimineren mag althans dat vind de overheid. Bij positieve discriminatie worden juist etnische minderheden of andere groepen geprefereerd, of beter gezegd voorgetrokken, boven de grote massa. Dat lijkt nobel maar is het wel nobel als je het gevoel hebt dat iemand je specifiek meer kansen wil geven (op bijvoorbeeld werk) puur omdat je tot een bepaalde bevolkingsgroep, ras of andere minderheid behoort? Dan wordt je positie als minderheid alleen maar benadrukt.

Je bent bijvoorbeeld niet positief aan het discrimineren wanneer je op de bouw alleen maar blanke mannen uit Friesland aan het werk wil hebben. In dat geval ben je wel degelijk aan het discrimineren omdat andere bevolkingsgroepen inclusief etnische minderheden zijn uitgesloten van de selectie. Wanneer je echt oprecht je werk op een ethisch verantwoorde wijze wil doen zal je elke vorm van discriminatie resoluut moeten afwijzen. Dat is transparant en maakt dat je een solide beleid over dit onderwerp kunnen formuleren en implementeren in de gedragscode van de uitzendorganisatie. Echter zal men uitzendorganisaties moeten controleren op de naleving hiervan als men echt een duidelijk beeld wil krijgen van de eventuele aanwezigheid van discriminatie in de uitzendbranche.

Wie controleert de uitzendbranche op discriminatie?
De opmerking: wie controleert uitzendbureaus op discriminatie is niet eenvoudig te beantwoorden. Inspecteurs die het kwaliteitskeurmerk voor uitzendbureaus moeten handhaven en verschillende brancheorganisaties voor uitzendondernemingen geven aan dat er op papier veel is vastgelegd over discriminatie in de uitzendbranche. In een artikel op de website van de NOS geeft John Verboom een kwaliteitsmanager bij Q-inspectie aan dat zijn organisatie weliswaar het kwaliteitskeurmerk controleren maar “geen specifieke controle op discriminatie” uitvoeren.

Daaraan voegt hij toe: “Hoe zou je dat ook kunnen toetsen, of er gediscrimineerd wordt?” Er blijkt feitelijk geen controle te zijn op discriminatie binnen de uitzendbranche. Maar is die controle er wel op bedrijven die discrimineren? Het feit dat sommige uitzendbureaus bereid zijn om in te gaan op discriminerende selectiecriteria van (potentiële) opdrachtgevers geeft aan dat discriminerende selectiecriteria vaker worden genoemd door bedrijven en dat uitzendbureaus niet verbaasd hierop reageren. Dit houdt ook in dat deze bedrijven deze discriminerende selectiecriteria ook hanteren wanneer ze besluiten om zelf de werving en selectie van hun eigen personeel op te nemen en daarbij besluiten om geen uitzendbureau in te schakelen. Door op basis van het “onderzoek” van Radar de focus te leggen op uitzendbureaus ontwijkt men een veel groter maatschappelijk probleem namelijk discriminatie in het gehele bedrijfsleven. Tja, dat is lastig aan te pakken, laten we uitzendbureaus dan maar politieagentje spelen dat is wel zo gemakkelijk?

Uitzendbureaus kunnen discriminatie bestrijden
Uitzendbureaus worden ook wel de graadmeter voor de economie genoemd maar in feite zijn deze intermediairs veel meer. Ze zien ook de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en kunnen daarnaast ook duidelijk een tendens bijhouden in profielen die worden gevraagd door hun opdrachtgevers. Dit zorgt er voor dat uitzendbureaus zelf het beste kunnen zien of er meer discriminerende aanvragen bij hen worden neergelegd door opdrachtgevers.

In plaats van uitzendbureaus in de hoek van organisaties te drukken die meegaan met discriminerende aanlokkelijke aanvragen kunnen uitzendbureaus een belangrijke oplossing vormen. Wanneer de overheid uitzendondernemingen praktische handvaten zou geven waarmee deze intermediairs de discriminatie van opdrachtgevers zouden kunnen ombuigen tot positieve interesse in alle kandidaten ongeacht afkomst dan ben je goed op weg.

Uitzendbureaus zijn werkgever voor iedereen
Vergeet niet dat veel mensen met een etnische achtergrond via uitzendbureaus aan het werk worden geholpen. Voor veel van de door Radar genoemde “Surinamers, Turken en Marokkanen” is een uitzendorganisatie dikwijls de springplank geweest naar een baan bij een mooi bedrijf. De reden hiervoor is niet schijnheilig maar juist heel pragmatisch. Uitzendondernemingen zien kansen en mogelijkheden waar veel bedrijven die kansen en mogelijkheden niet direct zien. Daarom zijn uitzendbureaus belangrijk voor de arbeidsmarkt maar ook voor de integratie van bepaalde bevolkingsgroepen in de maatschappij.

Amerikaanse olieproductie op recordniveau in 2018

De olieproductie in de Verenigde Staten maakt een enorme groei door. Op dit moment is de olieproductie van Amerika boven de tien miljoen vaten per dag uitgekomen. Dit is voor het eerst in ongeveer vijftig jaar tijd. De stijging in de olieproductie is onder andere het gevolg van nieuwe systemen waarmee men naar olie kan boren.

Schalieolie
Ook de productietechnieken zijn geoptimaliseerd. Zo kan Amerika olie halen uit schalielagen, deze olie noemt men ook wel schalieolie. Het winnen van schalie olie is echter wel kostbaarder dan het winnen van olie uit oliebronnen in bijvoorbeeld Irak en Iran. Dat komt omdat er speciale technologie voor nodig is. Amerika heeft deze technologie geoptimaliseerd waardoor er steeds meer schalieolie gewonnen kan worden.

Enorme olieproductie
Ongeveer 47 jaar geleden had Amerika ook ongeveer een productieniveau van tien miljoen vaten per dag. Dat niveau is nu wederom bereikt. Het bericht over de enorme olieproductie in Amerika komt niet onverwacht. Een aantal weken geleden had het Internationale Energieagentschap (IEA) al een rapport uitgebracht waarin het al een “explosieve groei” van Amerikaanse olieproductie voorspelde. Door deze olieproductie gaat de VS andere grote olieproducenten zoals Rusland en Saudi-Arabië inhalen.

OPEC en Rusland
De Amerikaanse olieproductie neemt toe en dat terwijl de leden van de OPEC en Rusland juist willen dat de wereldwijde olieproductie afneemt. Veel OPEC-leden en Rusland zijn voor een groot deel van hun landelijke inkomsten afhankelijk van de verkoop van olie. Daardoor zijn ze ook afhankelijk van de waarde van olie. Als olie weinig waard is krijgen deze landen weinig geld voor de export van olie en komen de landen financieel in moeilijkheden.

Schommelingen in de olieprijs

De OPEC leden hebben daarom hun olieproductie bevroren. Dit lijkt echter nauwelijks effect te hebben op de oliemarkt en de olieprijs. Amerika ziet haar kans om de productieruimte op te vullen. Toch is de olieprijs door de productiebeperking van Rusland en de OPEC de afgelopen jaren wel gestegen. In 2016 was een vat olie op een gegeven moment nog slechts 26 dollar waard. In januari 2017 werd een vat olie ongeveer 70 dollar waard.

Problemen rondom CO2 emissie drukken resultaten autobranche in 2018

Volgens de Europese branchevereniging ACEA zal de autobranche in Europa in 2018 last blijven houden van de problemen rondom de CO2-uitstoot van auto’s. In 2017 groeide de automarkt nog met 3,4 procent maar de verwachtingen zijn dat dit percentage in 2018 zal dalen naar een bescheiden groei van 1 procent.

CO2 emissie
De ACEA-preses Carlos Tavares geeft aan dat de auto-industrie weer ongeveer is beland op het niveau van tien jaar terug. Toen brak de economische crisis bijna uit. Het herstel is echter nog pril en dat maakt de autoproducenten nog niet gerust. Het concurrentievermogen van de Europese auto-industrie moet worden verbeterd. Daarbij komen nog de strenge regels die de EU heeft opgesteld om de auto’s minder milieubelastend te maken.

Kortom de CO2 emissie van auto’s moet omlaag. Dat vereist echter investeringen. De energietransitie van fossiele brandstoffen naar elektrisch rijden is niet zomaar een feit. Gelukkig zijn veel autoproducenten druk bezig met het ontwikkelen van elektrische automodellen. De testmethoden waarmee de emissie van brandstofmotoren in de auto-industrie worden getest zullen alleen maar strenger worden.

Elektrisch rijden
Volgens Tavares zou de De Europese Commissie zelfs aandringen op volledig elektrisch aangedreven auto’s. Dat betekend dat ook hybrideauto’s in de toekomst niet meer milieuvriendelijk genoeg zijn. Op dit moment is het marktaandeel van elektrische auto’s nog beperkt. Veel autoproducenten moeten grote investeringen doen. Ook de infrastructuur van oplaadpunten voor elektrische auto’s moet worden vergroot. Elektrisch rijden is helaas nog niet populair.

Rotterdamse haven wil slimste haven ter wereld zijn vanaf 2018

Zelfsturende schepen, het lijkt nog ver weg maar net als zelfsturende auto’s is de kans groot dat er binnen niet al te lange tijd zelfsturende schepen zullen worden ingezet. De haven van Rotterdam bereidt zich hier alvast op voor. Er moeten echter verschillende faciliteiten worden aangebracht voordat zelfsturende schepen de Rotterdamse haven kunnen gebruiken. Allereerst investeert de haven van Rotterdam in een centraal platform dat actuele meetgegevens beheert. Het gaat hierbij om informatie over het water en de weersomstandigheden. Deze informatie wordt in het digitale platform samengebracht en verwerkt.

Autonome scheepvaart
Het Havenbedrijf Rotterdam zal voor de digitalisering de komende jaren veel geld moeten investeren. Naar eigen zeggen zal het Rotterdamse Havenbedrijf daarvoor tientallen miljoenen euro’s besteden. Financieel directeur Paul Smits van het havenbedrijf van Rotterdam geeft aan dat Rotterdam de “slimste haven” ter wereld moet zijn. Er moeten onder andere sensoren worden aangebracht in kademuren en meerpalen. Deze sensoren sturen gegevens door naar een systeem dat deze gegevens vervolgens verwerkt. Daarnaast is het Havenbedrijf Rotterdam bezig om een slimme infrastructuur te ontwikkelen voor autonome scheepvaart. Met autonome scheepvaart worden schepen bedoelt die door een goede programmering en door hoogwaardige sensoren in staat zijn om zelfstandig te varen in de gewenste (voorgeprogrammeerde) richting.

Zelfsturende schepen
Toch is het nog lang niet zo ver. De komende tien jaar zullen waarschijnlijk nog geen zelfsturende schepen aan het zeevaartverkeer deelnemen. Op zijn vroegst zullen zelfsturende schepen pas over tien jaar aan het zeevaartverkeer deelnemen. De kennis voor het nieuwe platform heeft het Havenbedrijf in Rotterdam niet allemaal zelf in huis. Daarom heeft het Havenbedrijf een samenwerkingsverband aangegaan met IBM.

Stakingen bij 260 bedrijven in Duitse auto- en metaalindustrie

De Duitse staalsector en metaalindustrie heeft te maken met stakingen. Afgelopen woensdag 31 januari 2018 zijn er in verschillende Duitse fabrieken stakingen geweest. De stakers willen een hoger salaris en flexibele werktijden. De werknemers zullen hun werk tot komende vrijdag neerleggen. Er zijn ongeveer 260 bedrijven in de metaalbewerkingsindustrie die te maken krijgen met de stakingen. Tot deze bedrijven behoren ook bedrijven in de auto-industrie.

IG Metall
De grootste vakbond van Duitsland, IG Metall, heeft opgeroepen tot de stakingen. Zo heeft IG Metall haar deelnemers gevraagd om de stakingen te handhaven tot vrijdag. De medewerkers zouden de straat op moeten gaan om hun ongenoegen te uiten. IG Metall komt op voor de belangen van ongeveer vier miljoen arbeiders in de metaaltechniek van Duitsland. Deze werknemers zouden in een tijdsbestek van 27 maanden een loonsverhoging van 8 procent moeten krijgen. Daarnaast zouden de fabriekswerknemers ook de mogelijkheid moeten krijgen om hun werkweek te verkorten tot 28 uur. Dit zou moeten gebeuren om werknemers de kans te geven om meer aandacht aan hun gezin te geven of om mantelzorg te verlenen. De eisen worden vooralsnog niet ingewilligd door werkgevers in de metaalsector van Duitsland.

Hogere vraag stuwt winst staalconcern ArcelorMittal

Staalconcern ArcelorMittal heeft in 2017 te maken gehad met positieve omstandigheden op de staalmarkt. ArcelorMittal is wereldwijd de grootste staalproducent. Het bedrijf heeft het afgelopen jaar een hogere omzet en een hogere winst weten te behalen dan in 2016.

Ebitda
De ebitda oftewel het bedrijfsresultaat bedroeg in totaal 8,4 miljard dollar, dit is omgerekend 6,8 miljard euro. De ebitda is de belangrijkste winstgraadmeter voor het bedrijf. Deze ebitda is het hoogste niveau sinds 2011.
Ook de omzet van ArcelorMittal steeg. Deze omzet kwam uit op 68,7 miljard dollar in 2017. Dat is aanzienlijk meer dan de 56,8 miljard dollar die het bedrijf in 2016. ArcelorMittal heeft in 2017 in totaal 85,2 miljoen ton staal verscheept. Dit is een groei van 1,6 procent ten opzichte van 2016.

Vraag naar staal blijft groot
ArcelorMittal is positief over de ontwikkelingen in de staalindustrie. De vraag naar staal blijft volgens het bedrijf ook de komende tijd erg groot. Topman Lakshmi Mittal merkt wel op dat de staalmarkt op dit moment te maken heeft met een zogenaamde overcapaciteit. Dit houdt in dat er meer staal wordt geproduceerd dan dat er vraag is naar staal en staalproducten. Verder zijn er ook nog steeds oneerlijke handelspraktijken in de staalsector aanwezig. Hierbij doelt de topman onder andere op de import van goedkoop Chinees staal op de Europese markt.

Moederbedrijf DAF draaide recordomzet in 2018

DAF Trucks valt onder het Amerikaanse moederbedrijf Paccar. Dit moederconcern heeft in 2017 een recordomzet weten te behalen. Voor 79ste jaar achterelkaar heeft Paccar een nettowinst weten te behalen. Dit komt onder andere vanwege de sterke vraag naar trucks in Europa. Hiervan wist Paccar te profiteren.

In totaal kwamen de opbrengsten van het bedrijf in 2017 uit op ongeveer 19,5 miljard dollar. Dit is omgerekend ongeveer 16 miljard euro. Paccar behaalde afgelopen jaar een nettowinst van circa 1,7 miljard dollar. Deze nettowinst is inclusief een eenmalig voordeel van ruim 173 miljoen dollar. Dit voordeel was een meevaller die voortvloeide vanuit een wijziging in de Amerikaanse belastingwetgeving. In 2016 kwam de winst van het bedrijf nog uit op ruim een half miljard dollar. Dat bedrag was inclusief een forse afboeking die het bedrijf moest doen vanwege een schikking met de Europese Commissie.

Volkswagen schorst topman in januari 2018 vanwege testen met uitlaatgassen

Autoproducent Volkswagen is in opspraak geraakt vanwege het testen van uitlaatgassen op apen en op mensen. Dit heeft er toe geleid dat Thomas Steg is geschorst. Steg was tot voor kort het hoofd van de afdeling externe relaties en duurzaamheid van Volkswagen en heeft de schorsing zelf voorgesteld. Dit deed Steg nadat Volkswagen in opspraak kwam vanwege de omstreden testen van uitlaatgassen op mensen en dieren.

Volkswagen heeft de schorsing dinsdag 30 januari 2018 bekend gemaakt. dit gebeurde na een vergadering van de raad van bestuur van het autoconcern. Naast Volkswagen raakten ook BMW en Daimler in opspraak deze week. Deze opschudding ontstond door de onderzoeksmethoden van de Europese Onderzoeksvereniging voor Milieu en Gezondheid in de Transportsector (EUGT).

EUGT
De Europese Onderzoeksvereniging voor Milieu en Gezondheid in de Transportsector werd in 2007 opgericht door Volkswagen, Daimler, BMW en auto-onderdelenfabrikant Bosch en voert in opdracht van de autoproducenten verschillende onderzoeken uit. Deze organisatie had van de autoproducenten de opdracht gekregen om het effect van uitlaatgassen te testen. Wat de autoproducenten, naar eigen zeggen, niet wisten was dat de EUGT apen uitlaatgassen zou laten inademen van een Volkswagen Beetle. De testen werden in 2014 gedaan en moesten er voor zorgen dat er overtuigend bewijs kwam dat moderne dieselauto’s tegenwoordig minder vervuilend en minder milieubelastend zijn dan oudere auto’s.

Zaterdag had Volkswagen haar excuses al aangeboden voor de testen. Volgens de Duitse krant Bild zou Steg al in 2013 op de hoogte zijn geweest van de testen die werden gedaan op het gebied van uitlaatgassen. Steg heeft in een interview met de krant aangegeven dat hij spijt heeft dat hij destijds geen actie had ondernomen. Op dit moment is Steg geschorst. Deze schorsing zal gehandhaafd blijven tot volledig is uitgezocht wat er gebeurd is. CEO Matthias Müller verklaarde hierover “Thomas Steg heeft verklaard dat hij de volledige verantwoordelijkheid op zich zal nemen” daaraan voegde Müller toe: “Ik respecteer zijn besluit.”

Arbeidsmarkt heeft behoefte aan meer mbo’ers in 2018

Ton Heerts de voorzitter van de MBO-raad heeft in 2017 nog aangegeven dat de arbeidsmarkt behoefte heeft aan meer mbo-ers. Volgens de voorzitter van de MBO-raad is er een grote vraag naar werknemers met een mbo-opleiding. De vraag naar deze profielen zal in de toekomst alleen maar toenemen. Ook de demografische krimp zorgt er voor dat er meer vraag naar werknemers ontstaat met een middelbare beroepsopleiding. Verder is er sprake van een grote maatschappelijke druk op jongeren om een hogere opleiding te volgen op de havo of op het hbo. Daardoor zouden er minder mbo’ers beschikbaar komen. Heerts geeft aan dat hij hoopt dat meer jongeren bewust gaan kiezen voor een mbo-opleiding.

Tekort aan techneuten
Vooral technische werknemers zijn schaars op de arbeidsmarkt. Zowel in de bouw als de techniek ontstaat de komende jaren alleen maar meer vraag naar technisch uitvoerend personeel. Dit merken bedrijven in de bouw en de techniek maar ook VCU uitzendbureaus en andere technische uitzendbureaus die als intermediair op de technische arbeidsmarkt actief zijn. Veel technische bedrijven bieden ook BBL trajecten aan voor (aankomende) vakkrachten. Op die manier worden leerlingen zowel theoretisch als in de praktijk gevormd.

Technische mbo-opleidingen populair op de arbeidsmarkt in 2018

De arbeidsmarktperspectieven voor mbo’ers in de techniek zijn gunstig in 2018. Studenten die kiezen voor een technische mbo-opleiding hebben in 2018 en daarna een grote kans op het vinden van een geschikte baan in de sector van hun studiekeuze. Ook is de kans op relevante technische stageplaatsen groot in de technische sector.

SBB
Bovenstaand bericht werd bekend gemaakt door de samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs en bedrijfsleven (SBB). Het bericht werd dinsdag 30 januari 2018 naar buiten gebracht op basis van een analyse van het aantal openstaande vacatures in verschillende sectoren. Ook werd er gebruik gemaakt van informatie die werd verstrekt door leerbedrijven.

Metselaar, timmerman en stukadoor
Er zijn natuurlijk verschillende technische beroepen op de arbeidsmarkt. Voor het ene beroep zijn meer mensen te vinden dan voor het andere beroep. Er blijkt vooral veel werk te zijn voor bouwberoepen zoals metselaar, stucadoor of timmerman. Studenten die een mbo-opleiding volgen in deze vakgebieden kunnen rekenen op goede perspectieven op de arbeidsmarkt.

Machinebouwer, loodgieter en elektricien
Verder zou er volgens de SBB ook een grote kans op werk zijn voor studenten die een opleiding hebben gevolgd tot machinebouwer, elektricien of loodgieter. Dat is niet verwonderlijk want UNETO VNI heeft in 2017 al meerdere keren aangeven dat er een enorm tekort dreigt te ontstaan aan elektromonteurs en installatiemonteurs. Bedrijven en technische uitzendbureaus kunnen in 2018 al nauwelijks geschikte elektromonteurs en installatiemonteurs vinden om de enorme hoeveelheid technische vacatures in de installatiebranche te vervullen.

Energietransitie van gas naar duurzame warmtebronnen is te kostbaar voor veel huiseigenaren in 2018

De energietransitie die moet plaatsvinden in woningen is momenteel voor veel huiseigenaren niet te betalen. Uit een onderzoek van Milieudefensie komt naar voren dat de energietransitie van aardgas naar duurzame warmtebronnen onbetaalbaar zou zijn voor veel huiseigenaren omdat dit gepaard gaat met forse investeringen. Als huizeneigenaren van bijvoorbeeld een rijtjeshuis een elektrische warmtepomp willen laten installeren om van het aardgas af te gaan dan lopen de investeringen al snel op tot ongeveer 18.000 euro.

Volgens Milieudefensie zouden veel huiseigenaren wel een warmtepomp willen aanschaffen en zouden ze ook hun huis graag goed willen isoleren alleen kunnen niet alle huiseigenaren dat veroorloven. Hierdoor zouden huiseigenaren met een minder hoog inkomen of minder vermogen in de problemen kunnen raken. Donald Pols de directeur van Milieudefensie geeft aan dat zijn organisatie dat niet eerlijk vind.

Blokverwarming en stadsverwarming in plaats van aardgas
Ecorys heeft de meest betaalbare alternatieven onderzocht voor aardgas. Deze alternatieven zijn vergeleken met een gemiddeld energieverbruik en een gemiddeld inkomen in een bepaalde buurt. Volgens het onderzoek zijn vooral collectieve warmtenetten interessant voor grote steden. Hierbij kun je denken aan stadsverwarming en blokverwarming. In dichtbevolkte gebieden kunnen veel mensen op deze warmtenetten worden aangesloten waardoor de kosten verlaagd kunnen worden per huishouden. Bovendien ligt het gemiddelde inkomen in de stedelijke gebieden hoger waardoor mensen de duurzame vorm van verwarming beter kunnen betalen. Collectieve warmtenetten zijn in die omgeving vaak de meest rendabele optie.

Warmtepomp
In minder dichtbevolkte gebieden en in kleinere gemeenten is het gebruik van collectieve warmtenetten veel minder interessant. Daar wonen volgens de onderzoekers meer mensen met een lager inkomen. Deze inwoners kunnen vaak niet gebruik maken van stadsverwarming of blokverwarming en moeten dus op autonome verwarmingsinstallaties worden aangesloten. Dat betekend dat de cv-ketel bijvoorbeeld moet worden vervangen door een warmtepomp. Of dat de cv-ketel gekoppeld moet worden aan een hybride warmtepomp. Dat laatste wordt ook wel een hybrideketel genoemd. Echter bij een hybride warmtepomp blijft men op het aardgasnetwerk aangesloten en is de woning dus niet gasvrij. Volgens Milieudefensie moet de Nederlandse overheid meer doen om ook in minder drukke bewoonde gebieden de bevolking te ondersteunen bij de energietransitie.

NBBU reageert op uitzending Radar over discriminatie in de uitzendbranche januari 2018

Consumentenprogramma Radar heeft op maandag 29 januari 2018 aandacht besteed aan het onderwerp: discriminatie door uitzendbureaus. Hiervoor heeft Radar een onderzoek laten uitvoeren waarbij 78 uitzendbureaus uit de provinciale hoofdsteden werden benaderd door een werknemer van een fictief bedrijf met een aanvraag voor uitzendkrachten. Daarbij werd ook expliciet gevraagd aan het uitzendbureau om rekening te houden met discriminerende selectiecriteria. De ‘aanvrager’ of ‘opdrachtgever’ vroeg aan de desbetreffende uitzendondernemingen om bepaalde bevolkingsgroepen zoals Surinamers, Turken en Marokkanen niet mee te nemen in de selectieprocedure omdat de opdrachtgever hier “slechte ervaringen” mee zou hebben. Uit het onderzoek kwam naar voren dat bijna de helft van de uitzendbureaus die werden benaderd met het discriminerende verzoek meegingen.

NBBU-uitzendbureaus
De Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen(NBBU) is een brancheorganisatie voor uitzendondernemingen en andere arbeidsbemiddelaars op de arbeidsmarkt. De NBBU is in 1994 opgericht en heeft ruim 1000 leden. Daardoor heeft deze brancheorganisatie een grote invloed op de uitzendbranche en weet deze organisatie goed wat er in deze branche speelt. Veel uitzendbureaus zijn aangesloten bij de NBBU. Ook uitzendbureaus die bij deze brancheorganisatie aangesloten zijn werden benaderd in het onderzoek van Radar. Dit verklaard de NBBU op haar website. In deze verklaring geeft de NBBU aan hoeveel van haar leden zijn benaderd en wat de directeur van de NBBU van het onderzoek en de uitkomst daarvan vind. Volgens de NBBU zijn 5 uitzendbureaus van de 78 benaderde uitzendbureaus NBBU leden. Van deze vijf uitzendbureaus zouden vier uitzendbureaus zijn meegaan in het discriminerend verzoek.

Reactie van NBBU
NBBU-directeur Marco Bastian noemde het “ontoelaatbaar” dat vier van de vijf NBBU uitzendbureaus zijn meegegaan in het discriminerende verzoek van de fictieve opdrachtgever van Radar. Er wordt door de NBBU benadrukt dat intercedenten en klanten voortdurend moeten worden voorgelicht en geïnformeerd over het onderwerp discriminatie. Uitzendbureaus moeten hierin hun verantwoordelijkheid nemen. Marco Bastian van de NBBU geeft aan: “Onderscheid maken naar leeftijd, geslacht en afkomst is per definitie in strijd met de wet”. Daarbij doelt de NBBU-directeur waarschijnlijk op artikel 1 van de Grondwet en de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB).

Marco Bastiaan verklaard verder: “Dat er nog altijd bedrijven zijn die ingaan met dit soort verzoeken is onbegrijpelijk. Toch keert dit onderwerp steeds maar weer terug. Kennelijk overtreden sommige uitzendbureaus liever de wet dan dat ze een klant op andere gedachten brengen. Misschien speelt ook onwetendheid een rol, een gebrek aan het besef dat meegaan in een dergelijk verzoek passieve discriminatie – dus discriminatie – is.”

De directeur van de NBBU geeft verder aan: “De uitzendbranche is in het algemeen goed bezig. We helpen mensen aan werk en laten mensen doorstromen. Dan blijft het jammer dat je het aanzien van de branche verpest omdat je voor de klant zwicht, zonder echt in gesprek met hem of haar te zijn gegaan. De oplossing hiervoor ligt wat ons betreft in het blijven informeren en voorlichten van leden en hun medewerkers. Uit eigen onderzoek blijkt dat dit werkt en dat gelukkig steeds minder leden meegaan met discriminerende verzoeken. Uiteindelijk gaat het om het veranderen van de mindset, maar kennelijk is dat een proces dat langer duurt dan ons lief is.”

NBBU wil oplossingen
De NBBU overlegt op dit moment met stakeholders om oplossingen te bespreken voor dit brede maatschappelijk probleem. Uitzendbureaus moeten weten welke richtlijnen vanuit de wet worden geboden over het voorkomen van discriminatie. Daarin moeten uitzendbureaus hun verantwoordelijkheid nemen. Uitzendbureaus moeten weten hoe ze moeten omgaan met het onderwerp discriminatie en moeten ook weten hoe ze met opdrachtgevers om moeten gaan die discrimineren. Volgens de NBBU werken de oplossingen in de praktijk over het algemeen goed. Intermediairs die aangesloten zijn bij de NBBU moeten in hun beleid maatregelen opnemen om discriminatie te voorkomen. Ook in het intercedentenexamen van de Stichting Examens Uitzendbranche (SEU) wordt het onderwerp discriminatie behandeld.

Tijdens het trainingstraject voor het SEU wordt de (toekomstig) intercedent getraind om discriminatie te herkennen en te voorkomen. Verder kunnen leden van de NBBU de app Diversiteit Loont downloaden via STOOF. Bovendien heeft de NBBU een speciale poster laten ontwikkelen. Hierop staat een praktisch stappenplan voor intercedenten waarin ze worden geholpen om discriminerende verzoeken tegen te gaan. De kern is dat intercedenten niet moeten meegaan in discriminerende verzoeken maar dat ze doorvragen naar de beweegredenen om dergelijke verzoeken te uiten bij een uitzendbureau. Opdrachtgevers moeten vanuit uitzendorganisaties te horen krijgen dat discriminatie niet is toegestaan en dat een uitzendonderneming zich net als haar opdrachtgevers aan de wet moet houden.

Radar: veel uitzendbureaus discrimineren in 2018 als de opdrachtgever dat wenst

Uitzendbureaus hebben een commercieel belang en zijn daardoor bereid om met hun klanten mee te denken. Daar is op zich niets mis mee behalve wanneer de opdrachtgever van uitzendbureaus vraagt om kandidaten te selecteren op basis van discriminatie. In Nederland is wettelijk vastgelegd dat iedereen evenveel kans moet hebben op een baan. Daarbij moeten geslacht, afkomst en geloofsovertuiging bijvoorbeeld geen rol spelen. Dit ligt vastgelegd in artikel 1 van de Grondwet. Bovendien staat deze bepaling ook nog omschreven in de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). Uit het onderzoek van Radar kwam naar voren dat bijna de helft van de intercedenten die (onbewust) aan het onderzoek deelnamen bereid is om mee te gaan met discriminerende selectiecriteria. Bij dit onderzoek kunnen echter wel duidelijke kanttekeningen worden geplaatst zoals je in onderstaande tekst zult lezen.

Uitzendbureaus en discriminatie
Uitzendbureaus moeten zich uiteraard aan deze wettelijke bepalingen houden. Toch blijkt dat uitzendbureaus zich in praktijk niet altijd aan deze regels houden volgens het televisieprogramma Radar. Het tv-programma Radar heeft namelijk onderzoek gedaan naar discriminatie onder uitzendbureaus. Tijdens dit onderzoek werden uitzendbureaus in de provinciale hoofdsteden zonder waarschuwing opgebeld met de vraag of ze mensen kunnen leveren voor een callcenter. Daarbij werd aan de intercedent, vestigingsmanager of consultant van het uitzendbureau expliciet gevraagd om geen Turken, Marokkanen of Surinamers te selecteren. De zogenaamde aanvrager zou namelijk geen mensen van deze afkomst willen inzetten vanwege “slechte ervaringen in het verleden”.

Onderzoek van Radar naar discriminatie onder uitzendbureaus
Uiteraard werd de aanvraag gedaan door een onderzoeker/ acteur in opdracht van Radar waardoor de aanvraag die gedaan werd ook fictief was. Dit wist de intercedent of andere medewerker van het uitzendbureau echter niet. Ongeveer 47 procent van de medewerkers van het uitzendbureau ging direct mee met de wens van de aanvrager van het fictieve callcenter. Daarnaast had ook 36 procent van de uitzendondernemingen aangegeven dat ze met dergelijke discriminerende eisen geen rekening kon houden. Het overige percentage uitzendbureaus dat aan het onderzoek deelnam had in het geheel geen uitspraken gedaan over de selectie.

Effect onderzoek op uitzendbureaus

Hoewel een onderzoek naar discriminatie op zich niet verkeerd is kan men dit onderzoek van Radar bij veel uitzendbureaus niet echt waarderen. Allereerst wordt een fictief bedrijf genoemd en wordt daarnaast ook nog een fictieve aanvraag ingediend voor de tewerkstelling van vijf of een ander aantal uitzendkrachten. Het uitzendbureau krijgt daardoor de indruk dat er daadwerkelijk een mogelijkheid bestaat om werknemers te plaatsen. Feitelijk wordt het uitzendbureau door dergelijke onderzoeken voor de gek gehouden. Ook werd het uitzendbureau na de fictieve aanvraag niet direct opgebeld om aan te geven dat er een onderzoek werd gedaan en dat de aanvraag niet echt is. Werknemers op het uitzendbureau kunnen daardoor de hoop en verwachting hebben om toch nog werknemers te kunnen plaatsen, uiteraard ongeacht hun afkomst.

Discrimineert Radar?

De selectie van Radar om alleen in te gaan op racisme en niet op andere vormen van discriminatie zoals leeftijdsdiscriminatie of discriminatie op grond van geslacht is vreemd. Of vind Radar deze keuze juist voor de hand liggend? Juist door het specifiek benoemen van bepaalde bevolkingsgroepen als ‘ongewenst’ in een onderzoek geeft men extra lading aan het discriminatie-onderwerp en werkt men stigmatisering van deze groepen in de hand.

Waarom heeft Radar juist voor Surinamers, Turken en Marokkanen gekozen voor haar onderzoek en niet voor Duitsers, Engelsen, Amerikanen of Australiërs? Door een dergelijke selectie te maken zou Radar zichzelf moeten afvragen of ze zelf niet bezig is om bepaalde bevolkingsgroepen mede te stigmatiseren. Wat is de beeldvorming van Radar zelf over deze bevolkingsgroepen? Had Radar bijvoorbeeld verwacht dat ze door Surinamers, Turken en Marokkanen in het onderzoek te benoemen de grootste kans zou hebben om uitzendbureaus te ‘verleiden’ of ‘over te halen’ om mee te gaan in discriminatie in de arbeidsbemiddeling? Daar heeft het in ieder geval wel sterk de schijn van. Ook het feit dat Radar de onderzoeken heeft uitgevoerd onder uitzendbureaus in grote provinciale steden roept vraagtekens op. In grote steden zou namelijk volgens de media het meeste (over)last zijn van ‘bepaalde bevolkingsgroepen’. Wederom een handige keuze van Radar om de kans op ‘beet’ onder uitzendbureaus te vergroten.

Alles voor de kijkcijfers
Bovendien heeft Radar natuurlijk ook nog het belang van de kijkcijfers. Uitzendbureaus moeten assertief reageren op discriminerende voorstellen van een betaald ‘acteur’ die het uitzendbureau een aantal mogelijke plaatsingen in het verschiet stelt. Daarbij moet de intercedent (of andere medewerker) niet de focus leggen op het aantal plaatsingen maar juist op het discriminerende aspect van de aanvraag.

Het is mooie aanlokkelijke verleiding waarbij de ‘acteur’ als eerste discrimineert en wacht tot dat de uitzendonderneming hierin meegaat zodat het percentage discriminerende uitzendbureaus omhoog gaat. Een val voor een intercedent die voor een aantal uitzendondernemingen verkeerd is uitgepakt. Zij kregen echter net als de correcte uitzendbureaus (die niet meegingen in de discriminatie) helemaal geen kans om uitzendkrachten te plaatsen en hebben meegeholpen aan het opkrikken van de kijkcijfers van Radar. En de Surinamers, Turken en Marokkanen zijn alleen maar als middel gebruikt in dit onderzoek.

De werkelijkheid
Misschien zou Radar eens uitzendbureaus moeten gaan bezoeken en moeten gaan vragen wat de etnische afkomst is van het werkenden bestand van uitzendbureaus? Ook dan zou Radar onder het mom van goede bedoelingen een onderzoek doen waarin ze haar eigen racisme projecteert, maar het beeld van de werkelijkheid wordt dan wel beter. Uitzendbureaus zijn doorgaans namelijk niet racistisch maar kijken puur naar het commerciële belang. Dit is namelijk het invullen van de vacature en het bieden van werk aan werkzoekenden.

Het maakt niet uit welke kleur, geloof of welke achtergrond iemand heeft zolang er maar een geschikte werkplek is, dan plaatst een uitzendbureau iedereen. Daardoor is de diversiteit onder uitzendkrachten van een uitzendbureau vaak enorm en dat is goed. Voor alle bevolkingsgroepen is er werk via een uitzendbureau. Sommige uitzendbureaus zijn zelfs gespecialiseerd in het bemiddelen van buitenlandse krachten. Denk aan uitzendbureaus die Poolse, Hongaarse en Roemeense arbeidskrachten bemiddelen.

RIVM: proeven met uitlaatgassen op mensen zijn niet ongebruikelijk

Volkswagen is op maandag 29 januari 2018 in opspraak geraakt vanwege het laten uitvoeren van proeven op mensen. Volkswagen zou samen met Mercedes (Dailmer) en BMW opdracht hebben gegeven voor een onderzoek waarin de schadelijke effecten van uitlaatgassen zouden worden getest. Dit onderzoek werd in de periode van 2012 tot 2015 gedaan door de Europese Onderzoeksvereniging voor Milieu en Gezondheid in de Transportsector (EUGT).

Proefpersonen voor onderzoek uitlaatgassen
Wat de autoproducenten, naar eigen zeggen, niet wisten was dat er ook daadwerkelijk mensen zouden worden ingezet om het schadelijke effect van uitlaatgassen te testen. Zou zouden er in die periode 25 proefpersonen zijn ingezet om het schadelijke effect van uitlaatgassen te testen. Deze testen zouden volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu niet ongebruikelijk zijn. Volgens inhalatietoxicoloog Flemming Cassee van het RIVM zouden dit soort onderzoeken, waarbij proefpersonen worden ingezet om een bepaalde concentratie schadelijke stoffen te inhaleren, niet ongebruikelijk zijn.

Blootstelling aan stikstofdioxide (NO2)
Het rapport van de EUGT beschrijft dat Volkswagen in 2014 een totaal van 25 mensen liet deelnemen aan een onderzoek. Het betrof gezonde jong mensen die werden blootgesteld aan stikstofdioxide (NO2). Deze stikstofdioxide hebben de desbetreffende proefpersonen ingeademd. Volgens de inhalatietoxicoloog worden vele mensen dagelijks blootgesteld aan stikstofdioxide. Deze blootstelling vind alleen al plaats vanwege de deelname aan het verkeer op straat.

Onderzoek is niet heel erg schadelijk
De inhalatietoxicoloog geeft het volgende aan over het onderzoek: “De concentraties die bij zo’n proef worden gebruikt zijn weliswaar wat hoger dan dat, maar dat heeft ook te maken met de tijd waarin zo’n onderzoek wordt uitgevoerd. Als je bijvoorbeeld wilt onderzoeken wat de gevolgen zijn van 24 uur blootstelling, kun je de proefpersonen ook binnen twee uur aan diezelfde hoeveelheid blootstellen. Dat maakt het nog geen vergassingsoperatie.”

Ook buiten Europa worden proefpersonen ingezet
Uit het onderzoek kwam overigens naar voren dat er geen ontstekingsreactie bij de proefpersonen is vastgesteld. Dat betekent volgens Cassee niet automatisch dat er helemaal geen effecten zijn ontstaan. Overigens is het volgens hem wel zo dat een ontstekingsreactie wel het eerste is wat zich aandient als schadelijk reactie. Niet alleen in Europa zouden overigens mensen worden ingezet voor proeven met betrekking tot schadelijke stoffen. Ook in Amerika gebeurd dit volgens Cassee. Het Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) zou ook gebruik maken van menselijke proefpersonen bij ozon en andere schadelijke stoffen. Proefpersonen krijgen overigens een vergoeding voor deelname aan een onderzoek waarin ze te maken krijgen met concentraties uitlaatgassen.

Lockheed Martin behaalde hogere omzet in vierde kwartaal 2017

Het bedrijf Lockheed Martin is een Amerikaans defensieconcern en verkoopt onder andere de F-35 Lightning II. Dit gevechtsvliegtuig is beter bekend als de Joint Strike Fighter (JSF). Door de stijging in de verkoop van deze JSF heeft Lockheed Martin een hogere omzet behaald in het vierde kwartaal van 2017.

In het vierde kwartaal werd door Lockheed een omzet van 15,1 miljard dollar geboekt. Dit is omgerekend ongeveer 12,2 miljard euro. Een jaar geleden was dit echter nog 13,8 miljard dollar. De omzet van de F-35 steeg met 570 miljoen dollar. Verder verkocht Lockheed meer vrachttoestellen van het type C-130 Hercules. Bovendien werden er ook meer raketsystemen verkocht door het defensieconcern. Over heel 2017 heeft Lockheed Martin een omzet behaald van 51 miljard dollar en daarnaast behaalde het bedrijf een winst van twee miljard dollar.

Arbeidsongeschiktheid neemt iets toe in 2018

Het UWV verwacht dat het aantal arbeidsongeschikten in Nederland iets zal toenemen naar 808.000. Sinds 2006 vervangt de WIA geleidelijk de WAO. Aan het einde van 2017 kwam het aantal WIA-uitkeringen dat werd verstrekt voor het eerst hoger uit dan het aantal WAO-uitkeringen dat werd verstrekt.

Naar verwachting zal het aantal WIA-uitkeringen tot aan het einde van 2018 toenemen tot een totaal van 300.000. Het aantal WAO-uitkeringen zal echter in diezelfde periode dalen naar 253.000 aldus het UWV. Vanaf 2015 is het aantal Wajong-uitkeringen fors afgenomen in Nederland. Vanaf dat jaar hebben alleen jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en dus arbeidsgehandicapt zijn recht op een Wajonguitkering.

Ondanks deze wijziging zijn de uitkeringslasten voor de Wajong toegenomen. Dit heeft volgens het UWV te maken met het feit dan jongeren die ouder zijn dan 18 jaar een hoger minimumjeugdloon ontvangen. Aan dit minimumjeugdloon is de Wajong uitkering gekoppeld.

Aantal WW-uitkeringen daalt in 2018 sterker dan verwacht

Nederland heeft te maken met een sterke economische groei en een verbeterende arbeidsmarkt. Dat zorgt er voor dat er steeds meer werkzoekenden aan een baan geholpen kunnen worden. Steeds meer werkzoekenden vinden een baan door zelf rechtstreeks te solliciteren of door via een uitzendbureau te zoeken naar werk. Daardoor neemt het aantal werkloosheidsuitkeringen in 2018 sterker af dan eerder werd ingeschat. Het UWV verwacht dat door deze ontwikkeling de uitkeringslasten voor de WW zullen dalen met ongeveer 715 miljoen euro in 2018.

Aan het einde van 2018 zal het aantal lopende WW-uitkeringen naar verwachting uitkomen op 305.000. Dit aantal ligt ongeveer 35.000 WW-uitkeringen lager dan het aantal WW-uitkeringen aan het einde van 2017. Deze inschatting van het UWV is aanzienlijk positiever dan de laatste prognose die werd gemaakt in juni 2017. Nu is de economische situatie in Nederland echter aanzienlijk verbeterd. Dat is ook merkbaar op de arbeidsmarkt. De werkloosheid op de arbeidsmarkt daalt namelijk sneller dan men eerder had ingeschat. In 2018 verwacht het UWV in totaal 4,3 miljard euro kwijt te zijn aan het verstrekken van WW-uitkeringen. Dat is altijd nog een lager bedrag dan het bedrag dat het UWV in 2014 kwijt was aan WW-uitkeringen. Dat jaar belande de arbeidsmarkt vanwege de economische crisis op een dieptepunt en werd 6,9 miljard euro aan WW uitkeringen betaald.

KNAW: Nederland blijft ook in 2018 populair onder wetenschappers

De Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschap (KNAW) geeft aan dat Nederland nog steeds populair is onder wetenschappers. Berichten over een vertrek van Nederlandse talentvolle wetenschappers zouden volgens het KNAW genuanceerd moeten worden. Er zou volgens de adviescommissie van het KNAW wel meer door Nederland moeten worden gedaan om in de toekomst te voorkomen dat toptalent onder Nederlandse wetenschappers vertrekt voor een baan in het buitenland.

De aantrekkelijkheid van Nederland als onderzoeksland
Tijdens een onderzoek heeft de KNAW gemonitord hoe de internationalisering van de academische wetenschap in Nederland zich heeft ontwikkeld in het afgelopen decennium. Tijdens het onderzoek werden ook 39 onderzoekers uit het binnenland en buitenland geïnterviewd en werd er een bijeenkomst georganiseerd voor bestuursleden van wetenschappelijke instituten. Vervolgens werden de resultaten van het onderzoek vergeleken met resultaten van vergelijkbare onderzoeken uit China, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.
Dat zorgde er voor dat het beeld dat er veel wetenschappers zouden vertrekken uit Nederland niet helemaal juist is. Deze conclusie werd genoemd in het rapport: De aantrekkelijkheid van Nederland als onderzoeksland. Er zouden weliswaar topwetenschappers uit Nederland vertrekken maar daarentegen komen er ook veel internationale wetenschappers naar Nederland toe. Verder zouden ook Nederlandse wetenschappers die in het buitenland hebben gewerkt naar verloop van tijd weer terugkeren.

Naar welke landen gaan Nederlandse wetenschappers?
Nederlandse wetenschappers zouden volgens het KNAW vooral vertrekken naar de VS, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Verder komen er juist veel wetenschappers uit Duitsland en Italië om zich in Nederland te vestigen. In totaal zou ongeveer dertig procent van het wetenschappelijk personeel in Nederland van buitenlandse afkomst zijn aldus de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschap.

Volgens de KNAW zou Nederland het internationaal vooral goed doen op het gebied van de kwaliteit van onderzoek. Ook de wetenschappelijke infrastructuur zou goed zijn. Verder is de balans in Nederland tussen werk en privé goed geregeld. Ook het onderwijs voor kinderen van internationale wetenschappers die zich hier vestigen is goed op orde. Dat maakt Nederland internationaal behoorlijk populair onder wetenschappers.

Autofabrikanten lieten mensproeven uitvoeren met uitlaatgassen tussen 2012 en 2015

Kort geleden werd bekend gemaakt dat sommige autoproducenten dierenproeven gedaan zouden hebben met betrekking tot het effect van uitlaatgassen. Zo zou autoproducent Volkswagen in opspraak zijn geraakt vanwege het feit dat ze apen zou hebben gebruikt om uitlaatgassen te laten inademen van een Volkswagen Beetle. Deze dierproef maakte in 2014 onderdeel uit van een serie testen waarmee de autoproducent wilde aantonen dat moderne dieselauto’s minder vervuilend zijn dan oudere auto’s. Zaterdag werd door Volkswagen excuses aangeboden voor deze testen.

Effect van uitlaatgassen testen op mensen
Uit een rapport van de Europese Onderzoeksvereniging voor Milieu en Gezondheid in de Transportsector (EUGT) blijkt nu echter dat naast apen ook mensen zijn gebruikt om testen te doen met betrekking tot het inhaleren van uitlaatgassen. In de periode tussen 2012 en 2015 zouden dergelijke onderzoeken zijn uitgevoerd bij gezonde mensen. Het zo gaan om een zogenaamd korte termijn-inhalatieonderzoek naar stikstofdioxide. Dit onderzoek naar het effect van stikstofdioxide zou echter geen effect hebben en zou ook niet voor irritatie aan de luchtwegen zorgen.

Europese Onderzoeksvereniging voor Milieu en Gezondheid in de Transportsector (EUGT)
Het EUGT is een organisatie die voor haar onderzoek werd gefinancierd door de autofabrikanten Volkswagen, BMW en Daimler. De Europese Onderzoeksvereniging voor Milieu en Gezondheid in de Transportsector (EUGT) heeft een zogenaamd “kortetermijn-inhalatieonderzoek” gedaan naar het effect van stikstofdioxide (NO2) bij gezonde mensen. Aan dit onderzoek zouden 25 gezonde jonge mensen hebben deelgenomen.

Deze jonge mensen kregen verschillende NO2-concentraties binnen. Het onderzoek zou hebben plaatsgevonden bij het universiteitsziekenhuis in Aken. Dit universiteitsziekenhuis ligt vlak over de grens bij Heerlen. Volgens de Süddeutsche Zeitung, die verslag deed van het onderzoek, kwam tijdens de testen naar voren dat de ingeademde NO2 “geen reactie” gaf bij de proefpersonen. De personen zouden geen ontstekingsreactie in de luchtwegen hebben gekregen.

Reactie van autofabrikanten
Het testen van uitlaatgassen op apen zorgt al voor een imagoschade bij autoproducenten. Nu ook blijkt dat er testen zijn gedaan op mensen is een reactie vanuit de maatschappij te verwachten. De meeste mensen vinden het ethisch onverantwoord om testen te doen op mensen. Autofabrikant Daimler distantieerde zich na het bekend worden van het nieuws meteen van de testen op mensen. De autoproducent gaf in een reactie aan: “We zijn erdoor geschokt en veroordelen de experimenten zo sterk mogelijk.” Daimler heeft in een verklaring benadrukt dat de autoproducent wel betrokken was bij de EUGT maar dat Daimler geen invloed zou hebben gehad op de inhoud van de proeven en de wijze waarop de proeven werden uitgevoerd. Volgens Daimler is de aanpak van de EUGT tegen de “waarden en ethische principes” van Daimler. Het autoconcern is van plan om een uitgebreid onderzoek instellen naar de kwestie.

Wat is het woningwaarderingsstelsel (WWS)?

Het woningwaarderingsstelsel (WWS) is een landelijk systeem waarmee de kwaliteit van een huurwoning aan de hand van punten wordt bepaald zodat men een redelijke huurprijs voor een huurwoning kan vaststellen. Het woningwaarderingsstelsel wordt ook wel een puntensysteem genoemd en dat is niet verwonderlijk want het stelsel is grotendeels gebaseerd op het toekennen van punten aan huurwoningen.

Het gaat hierbij over zelfstandige woonruimten die een eigen toegang hebben, een eigen keuken en een toilet en badkamer. Hoe meer voorzieningen hoe groter het woongenot voor de huurder. Een hoog puntenaantal betekent dat de verhuurder meer huur voor de woning mag vragen. Het woningwaarderingsstelsel kan door de Huurcommissie worden gebruikt als er een geschil met betrekking tot de huurprijs ontstaat tussen de huurder en de verhuurder.

Woningwaarderingsstelsel en de vrije sector
Volgens de website van de Rijksoverheid is het puntensysteem van het woningwaarderingsstelsel niet van toepassing voor huurwoningen in de vrije sector. Bij huurwoningen in de vrije sector kunnen de huurder en verhuurder samen bepalen wat een redelijke huurprijs is. In de vrije sector is geen sprake van een maximale huurprijs die de verhuurder mag vragen voor de huurwoning.

Woningwaarderingsstelsel en verhuurders
Het woningwaarderingsstel kan door verhuurders worden toegepast. Zo kunnen verhuurders aan de hand van dit puntensysteem bepalen wat een redelijke huurprijs is voor de huurwoning. Daarnaast kunnen ze ook bij bestaande contracten met huurders aan de hand van het puntenstelsel bepalen wat een redelijke huurverhoging is.

Woningwaarderingsstelsel en huurders
Ook voor huurders is het woningwaarderingsstelsel een nuttig puntensysteem. Dit systeem maakt namelijk ook voor hen inzichtelijk wat een redelijke huurprijs is. Als de huurprijs die gevraagd wordt voor de huurwoning aanzienlijk hoger ligt dan de huurprijs die uit het woningwaarderingsstel naar voren komt dan zou de huurder bezwaar kunnen maken. Het puntensysteem kan dan een belangrijke grond zijn om het bezwaar bij de rechter neer te leggen als de verhuurder niet wil luisteren naar de huurder. Zo kan het woningwaarderingsstelsel worden gebruikt om huurverlaging te vragen.

Hoe werkt het woningwaarderingsstelsel?
Het woningwaarderingsstelsel werkt op basis van een puntenstelsel. De basis van dit stelsel is vrij eenvoudig namelijk hoe meer voor voorzieningen de huurwoning heeft en hoe groter de oppervlakte van de woning hoe hoger de huurprijs van een de woning zou mogen zijn. Deze zogenaamde WWS-punten worden in puntensystemen verwerkt. Er zijn aparte puntensystemen voor zelfstandige en onzelfstandige woningen. Zo wordt er in het puntensysteem voor de zelfstandige woning ook punten verstrekt voor de omgeving van de woning en de voorzieningen die hierin aanwezig zijn. Onzelfstandige woningen zoals studentenkamers krijgen voor deze omgevingsfactoren geen extra punten. De puntentelling voor zelfstandige en onzelfstandige huurwoningen is vastgelegd in het Besluit huurprijzen woningen in Bijlage I.

Energielabels en het woningwaarderingsstelsel
Het energiezuinig maken van de Nederlandse woningvoorraad vind niet alleen plaats bij koopwoningen, ook huurwoningen worden energiezuiniger gemaakt in Nederland. Dit wordt vanuit de overheid gestimuleerd. Een energiezuinige huurwoning zorgt er voor dat de huurder een lagere energierekening heeft dan een huurder die een minder energiezuinige woning heeft. Het investeren in de isolatie van een woning, zonnepanelen en andere voorzieningen waarmee de woning minder energie verliest en gedeeltelijk zelfstandig energie kan opwekken leveren echter ook voordelen op voor de verhuurder. De verhuurder krijgt namelijk voor een energiezuinige woning meer punten in het woningwaarderingsstelsel (WWS). Sinds 2011 wordt het energielabel van een huurwoning namelijk meegenomen in de puntentelling waarmee de maximale toegestane huurprijs wordt bepaalt.