China legt focus op kunstmatige intelligentie in 2017

Kunstmatige intelligentie-projecten (AI) wordt een landelijk speerpunt voor de Chinese overheid. De productiviteit van de bedrijven in China moet worden verhoogt. Door automatisering en kunstmatige intelligentie kan dit worden gerealiseerd. Daarom heeft de Chinese minister Wan Gang van wetenschap en technologie op een conferentie aangegeven dat China zich meer gaat op kunstmatige intelligentie. Dit bericht werd bekend gemaakt door persbureau Reuters.

Op dit moment is het zogenaamde AI-plan dat China hiervoor heeft opgesteld nog niet officieel aan de Chinese burgers bekend gemaakt. Maar daar zal op een later moment verandering in komen als het plan officieel bij Chinese burgers worden geïntroduceerd. Er worden door China verschillende projecten gestart met betrekking tot de ontwikkeling en toepassing van kunstmatige intelligentie. Het is de bedoeling dat de toepassing van deze technologie in kaart wordt gebracht.

Het is goed mogelijk dat kunstmatige intelligentie wordt toegepast in de beveiligingstechniek en in het onderwijs. Ook zal China moeten investeren in robots en automatisering in de gezondheidssector omdat de bevolking vergrijst en ontgroend. Dit kan China waarschijnlijk niet allemaal alleen ontwikkelen en bekostigen daarom wil China ook de samenwerking met buitenlandse AI-bedrijven stimuleren. Het zou volgens Wan heel wenselijk zijn als technologiebedrijven ook onderzoekscentra in China gaan vestigen.

In 2017 nog geen boetes voor schijnzelfstandigheid op basis van Wet DBA

Vanaf 1 mei 2016 is de VAR-verklaring komen te vervallen. In plaats van deze Verklaring Arbeidsrelatie is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA) ingevoerd. Met deze Wet DBA wil de overheid effectief schijnzelfstandigheid aanpakken op de arbeidsmarkt. De overheid heeft echter moeite met het handhaven van deze nieuwe zzp-wet. Het lijkt er op dat er geen consequenties zijn verbonden aan het overtreden van deze wet. Dit komt omdat de overheid vooralsnog geen boetes heeft uitgedeeld aan de opdrachtgevers die een arbeidsrelatie hadden en hebben met zzp-ers die in strijd is met de kaders van de Wet DBA.

Ook voor werkgevers die bewust schijnzelfstandigheid in de hand werken in hun arbeidsrelatie met zzp-ers hebben vooralsnog geen boetes gekregen. Dit bericht werd bekend gemaakt door staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën. Hij benoemde het bericht donderdag tijdens een debat over de nieuwe zzp-wet.

Uitstel handhaving Wet DBA
Het is overduidelijk dat het handhaven van de nieuwe zzp-wet niet gebeurd. Door de staatssecretaris worden hiervoor een aantal redenen genoemd. Een belangrijk probleem vormen de nieuwe regels en de manier waarop deze regels moeten worden toegepast. Inmiddels is de handhaving van de Wet DBA uitgesteld tot 1 juli 2017. Eerder had Wiebes aan de Kamer geschreven dat bedrijven die de Wet DBA bewust overtreden wel degelijk de consequenties hiervan zullen merken. Deze bedrijven werden door de staatssecretaris de kwaadwillenden genoemd.

Er waren in februari 2017 al zeven opdrachtgevers in Nederland door de Belastingdienst betrapt op het bewust omzeilen van de Wet DBA. Deze kwaadwillende bedrijven zijn echter nog steeds niet beboet zoals blijkt uit de toelichting van Wiebes. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt vroeg zich tijdens het debat af: “Als er niet beboet wordt, dan hebben we toch een wet die niet werkt?” Wiebes geeft aan dat de fiscus eerst nader onderzoek moet doen naar de wandpraktijken. Pas dan kunnen boetes worden opgelegd.

Minder WW-uitgaven door economisch herstel in 2017

In 2017 nemen de uitgaven voor de overheid af op het gebied van WW uitkeringen. Het herstel van de economie zorgt er zelfs voor dat de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen sneller naar beneden gaan dan eerder werd gedacht. Dit bericht werd donderdag 29 juni 2017 bekend gemaakt door uitkeringsinstantie UWV. Het bericht werd bekend gemaakt aan demissionair minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Naar verwachting zal in Nederland het aantal WW-uitkeringen dalen van 412.000 naar 351.000 in 2017. De talen uitgaven worden geraamd door het UWV op 4,9 miljard euro. Dat bedrag is ruim 700 miljoen euro lager dan in 2016. Dat is aanzienlijk lager dan het bedrag dat in januari 2017door het UWV werd geraamd. In die maand was geschatte bedrag voor 2017 nog 5,2 miljard.

De verbeterde economische vooruitzichten die het Centraal Planbureau (CPB) onlangs in kaart heeft gebracht zorgt er voor dat de WW-uitgaven de komende tijd verder gaan dalen. Bovendien gaan er ook minder bedrijven failliet. Door een terugloop in de faillissementen worden ook minder mensen noodgedwongen ontslagen. Daardoor worden ook weer minder WW-uitkeringen verstrekt. Het UWV schat in dat ze een kwart minder WW-uitkeringen kwijt zal zijn aan faillissementsuitkeringen dan vorig jaar.

Windmolenparken bouwen op zee zonder subsidie vanaf 2017?

Veel installaties die worden gebouwd voor duurzame energie worden doormiddel van subsidies voor een deel bekostigd. Het lijkt er op dat er beslist subsidie nodig is om dergelijke projecten te laten slagen. De overheid wil echter dat deze investeringen in duurzaamheid ook zonder subsidies worden gedaan. Daarom wil de overheid voor de bouw van het volgende windpark op zee investeerders aantrekken zonder dat er subsidie wordt verleend.

Op dit moment worden door Minister Henk Kamp van Economische Zaken verschillende projecten voor de bouw van windmolens op zee gesubsidieerd. In de praktijk blijkt echter vaak dat de bouw van windmolenparken op zee goedkoper uitvalt. Nederland betaald echter nog steeds subsidie voor dit soort projecten maar dat is mogelijk niet meer nodig. In Duitsland wordt bijvoorbeeld geen subsidie meer verstrekt voor dergelijke projecten. Nu probeert de Nederlandse overheid ook een dergelijk beleid door te voeren.

Het nieuwe subsidieloze project voor windmolens zou moeten worden gerealiseerd voor de kust ter hoogte van Noordwijk. Het project moet over zes jaar worden afgerond. Er wordt door de overheid in spanning afgewacht of er ook bedrijven zijn die zonder subsidie bereid zijn om aan de bouw van windmolenparken mee te werken. Door minister Kamp wordt echter niet uitgesloten of er subsidie wordt verleend. Alleen wanneer er geen bedrijven bereidwillig genoeg zijn om zonder subsidie te willen meedoen zal hij overwegen om alsnog subsidie te verlenen.

Duurzame energievoorziening moet op den duur volledig op ‘eigen  benen’ kunnen staan. Dit houdt in dat deze sector zonder subsidies een bestaansrecht moet hebben en rendabel moet zijn. Daarvoor moeten bedrijven nu zelf beslissingen maken en investeringen doen.

Startup gekocht door Philips in juni 2017

Philips is actief op de markt. Het bedrijf heeft gisteren al bekend gemaakt dat ze de Amerikaanse organisatie Spectranetics gaat overnemen. Vandaag werd bekend gemaakt dat Philips een Amerikaanse startup gaat overnemen. De Amerikaanse startup CardioProlific wordt door Philips overgenomen. CardioProlific is een bedrijf dat katheters ontwikkeld waarmee bloedproppen in de bloedvaten van mensen kunnen worden bestreden.

De Amerikaanse organisatie Spectranetics wordt door Philips overgenomen voor een bedrag van omgerekend 1,9 miljard euro. Dit bedrag is echter veel hoger dan het bedrag dat Philips waarschijnlijk betaald voor de veel kleinere CardioProlofic. Het is echter wel zo dat de sector waarin CardioProlofic actief is goed aansluit bij de organisatie Spectranetics. Beide bedrijven vormen een uitstekende aanvulling op het gebied van het huidige eigen productaanbod van Philips in de ontwikkeling van beeldgestuurde vaatchirurgie. Het is niet bekend gemaakt wat Philips gaat betalen voor CardioProlific. Het bedrijf heeft nog geen omzet.

Dit komt omdat het bedrijf voornamelijk bezig is met het ontwikkelen van nieuwe technologie en eigenlijk nog nauwelijks wat heeft verkocht op dit gebied. Philips kan de kennis van dit bedrijf echter goed gebruiken. De toekomstvisie en het beleid van Philips is gericht op de gezondheidszorg. Voor deze sector ontwikkelt en produceert Philips toonaangevende apparatuur.

Project CO2opslag onder Noordzeebodem in 2017 onzeker

Momenteel is er in theorie een plan om CO2 op te slaan onder de bodem van de Noordzee. Dit project blijft echter de komende tijd nog in theorie bestaan. De uitvoering van het project is echter nog onzeker. Er zijn verschillende partijen die besloten hebben om toch niet meer mee te doen. Onder de partijen die afhaken vallen de kolencentrales van Uniper en ENGIE die op de Maasvlakte staan. Deze bedrijven zouden niet langer met het project willen meedoen. Volgens de bedrijven is het project namelijk veel te duur. Dit werd dinsdagavond 27 juni 2017 gemeld op RTV Rijnmond.

De bedrijven hebben echter al subsidie van de Nederlandse overheid ontvangen om te verduurzamen. Minister Henk Kamp van Economische Zaken overweegt nu om deze subsidiebedragen terug te halen van deze bedrijven. In totaal heeft de overheid ongeveer 150 miljoen euro in het project geïnvesteerd. Verder wordt er naar nieuwe bedrijven gezocht in de haven van Rotterdam. Er moeten namelijk nieuwe bedrijven deelnemen aan het project om het project te laten slagen.

Pex Langenberg een wethouder van Rotterdam heeft Mobiliteit, Duurzaamheid en Cultuur onder zijn verantwoordelijkheid. Hij heeft in een brief aan de gemeenteraad duidelijk aangegeven dat de gemeente niet gaat over het sluiten van kolencentrales. Als de bedrijven echter de mogelijkheden niet benutten om de schadelijke emissie van CO2 te beperken dan zal dit wel invloed moeten hebben op het sluiten van de kolencentrales.

Onderzoekscentrum voor zelfrijdende auto’s geopend in Delft in 2017

Het nieuwe Researchlab Automated Driving Delft (RADD) is een onderzoekscentrum dat dinsdag 27 juni 2017 is geopend in Delft. Het RADD is initiatief van verschillende organisaties zoals de provincie Zuid-Holland, gemeente Delft, TU Delft en Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De opening werd dinsdag verricht door demissionair minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu. Nu heeft Nederland een onderzoekscentrum voor zelfrijdende auto’s.

In het Researchlab Automated Driving Delft gaan onderzoekers aan de slag met verschillende systemen die er voor kunnen zorgen dat zelfrijdende auto’s op de Nederlandse wegen geïntroduceerd kunnen worden. Daarvoor zal het RADD eerst een veilige route kiezen en zal het onderzoekcentrum deze voorzien van een monitoringssysteem. Daar wordt al vrij snel mee begonnen en men verwacht dat in de zomer van 2017 zowel de route als het monitoringssysteem afgerond worden.

Verschillende fasen
Het implementeren van zelfrijdende voertuigen op het wegennet in Nederland is iets dat gefaseerd moet gebeuren. Ook het testen van auto’s met zelfrijdtechnologie is iets dat in verschillende stappen moet worden gedaan. Nadat de route is bepaald en de monitoren zijn geplaatst gaat fase twee ingevoerd worden. Tijdens deze fase zullen verschillende zelfrijdende voertuigen deelnemen aan het verkeer. Dit gebeurd op trajecten waarbij er weinig verkeersbelasting is.

Het is de bedoeling dat verschillende trajecten en verkeersituaties worden getest. Zo worden ook experimenten uitgevoerd met ongelijkvloerse kruisingen. Hierbij kan men denken aan kruisingen met tram- en busbanen en fietspaden. In kwartaal 1 van 2018 zal hiermee worden gestart althans dat is de wens van de onderzoekers.

In de zomer van 2018 moet de technologie voor zelfrijdende voertuigen zover zijn ontwikkeld dat deze voertuigen ook op drukke wegen getest kunnen worden. Deze voertuigen moeten ook in drukkere verkeerssituaties getest worden om tot een effectief systeem van zelfrijdsoftware te komen. Er moeten eerst verschillende onderzoeken gedaan worden. Het is echter onduidelijk wat er wordt gedaan na de verschillende testen. Als de testen zijn afgerond worden beslissingen genomen. Deze beslissingen hangen af van de onderzoeksresultaten.

WEpod-busje
Voor de testen worden verschillende voertuigen gebruikt waaronder een WEpod-busje. In dit busje passen maximaal zes mensen. Verder zal ook een zelfrijdende Toyota Prius worden ingezet. Daarnaast worden ook experimenten uitgevoerd met een Twizy. Dit is een eenpersoons voertuig. Ook de Jackal wordt ingezet dit is een klein zelfrijdend platform.

Philips koopt Amerikaans technologiebedrijf in 2017

Philips gaat een Amerikaans bedrijf overnemen dat gespecialiseerd is in de ontwikkeling van apparatuur voor vaatchirurgie. Het bedrijf heeft de naam Spectranetics en wordt door Philips overgenomen voor een bedrag van omgerekend 1,9 miljard euro. Het bericht werd woensdag 28 juni 2017 door Philips bekend gemaakt. Philips is een bedrijf dat zich steeds meer gaat richten op de ontwikkeling en productie van gezondheidstechnologie. De overname past daardoor goed binnen de visie en missie van het bedrijf.

Financiering
Philips financiert de overname met bestaande middelen en nieuwe schulden. De financiële mogelijkheden van Philips zijn aanzienlijk toegenomen vanwege de afname van het belang van Philips in verlichtingsbedrijf Philips Lighting. Deze week heeft Philips de verwachting om een belang van meer dan 80 procent in Lumileds te verkopen aan een groep investeerders.

Spectranetics
Door de overname van Spectranetics haalt Philips nieuwe technologie in haar bedrijf die passend is bij haar eigen producten. De technologie wordt gebruikt voor het uitvoeren van operaties waarbij beeldvormende apparatuur wordt toegepast.

Gasaansluiting vanaf 2017 niet meer verplicht voor nieuwbouwwoningen

De verplichte gasaansluiting voor nieuwbouwwoningen komt binnenkort te vervallen. De wetswijziging die hiervoor nodig is heeft minister Henk Kamp van Economische Zaken dinsdag 27 juni 2017 naar de Tweede Kamer gestuurd. De doelstelling van deze wet is er voor zorgen dat nieuwbouwwoningen in Nederland in de toekomst ook op andere manieren worden verwarmd dan doormiddel van aardgas. Inmiddels zijn er verschillende technische oplossingen zoals stadswarmte en aardwarmte waarmee woningen verwarmd kunnen worden. Deze verwarmingstechnieken zijn veel minder milieubelastend en zorgen er voor dat er minder CO2 wordt uitgestoten in de atmosfeer.

Gasaansluiting niet meer verplicht
Hoewel de gasaansluiting niet meer verplicht wordt voor nieuwbouwwoningen in Nederland is het niet zo dat deze woningen geen voorzieningen meer hoeven te hebben met betrekking tot de verwarming. Er moet namelijk wel een ander verwarmingssysteem in de woning aanwezig zijn om aan het bouwbesluit te voldoen. De eis dat dit beslist een gasaansluiting moet zijn wordt nu echter losgelaten.

Duurzame verwarming
Volgens minister Kamp zullen verschillende duurzamere verwarmingstechnieken meer geïmplementeerd worden als de huidige wet- en regelgeving in het bouwbesluit worden aangepast. Gemeenten moeten in de toekomst kunnen bepalen hoe huizen zullen mogen worden verwarmd zolang dit maar veilig en duurzaam gebeurd. Op die manier krijgen duurzame alternatieven meer kansen in de bouw.

Daarnaast krijgen ook bedrijven die duurzame verwarmingssystemen ontwikkelen door dit wetsvoorstel ook de mogelijkheid om hun nieuwe innovatieve producten op dit gebied te gaan exploiteren. Dit biedt kansen voor startups die innovatieve producten ontwikkelen in de verwarmingstechniek.

Veel vacatures bij kleine bedrijven in de bouwsector in 2017

In 2017 ontstaan er in Nederland in verschillende sectoren tekorten aan ervaren vakkrachten. Dit is onder andere het geval in de horeca. In deze sector ervaart 11,3 procent een tekort aan personeel. Ook in de industrie is sprake van een tekort aan ervaren personeelsleden. In de industriebranche is dat bij 9,9 procent merkbaar. De bouwsector kampt ook al geruime tijd met problemen op dit gebied. In de bouwsector heeft 7,6 procent te maken met een tekort aan personeel.

Vacatures bij kleine bedrijven
Het tekort aan personeel is vooral merkbaar bij kleinere bedrijven. Dit zijn bedrijven met maximaal vijftig werknemers. Bedrijven met deze omvang hebben iets meer last van krapte op de arbeidsmarkt dan bedrijven die een groter personeelsbestand hebben. Van de kleinere bedrijven heeft 1 op de 9 te maken met personeelstekorten. Gemiddeld heeft 1 op de 11 van de grotere bedrijven hier mee te maken.

Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt
De krapte op de arbeidsmarkt is aan het toenemen maar is nog niet sprake van een record op dit gebied. Er is bijvoorbeeld nog niet een situatie ontstaan die vergelijkbaar is als de periode voor de economische crisis. In 2008 was het tekort aan personeel zo groot dat twintig procent van de bedrijven tekort had aan personeel. Wel is het zo dat in het eerste kwartaal van 2017 het aantal openstaande vacatures het sterkst gegroeid sinds tien jaar. Gemiddeld zijn er in Nederland in 2017 ongeveer 2,6 werklozen per vacature.

Ontwikkelingen op de bouw
Omdat de bouwsector nog steeds te maken heeft met een enorme groei zal het tekort aan personeel in deze sector nog verder toenemen. Met name kleine onderaannemers in de installatietechniek en elektrotechniek zullen hun uiterste best moeten doen om geschikt personeel te vinden. Daarvoor worden vaak VCU gecertificeerde uitzendbureaus ingeschakeld. VCU gecertificeerde uitzendbureaus zijn in de praktijk meestal specialist op het gebied van technisch personeel en kunnen daarnaast ook uit een groot netwerk van uitzendkrachten putten. De meeste bedrijven in de techniek en de bouw vragen om uitzendkrachten met VCA. De VCU gecertificeerde uitzendbureaus kunnen bouwbedrijven en bouwpersoneel in de praktijk ook ondersteunen door het bieden van VCA opleidingen aan uitzendpersoneel. Dit gebeurd steeds vaker omdat ervaren personeel vaak al in bezit is van VCA maar aankomende vakkrachten vaak een nieuw VCA certificaat moeten behalen. 

Personeelstekort bij ICT-bedrijven in Nederland in 2017

Vacatures verschijnen in 2017 in verschillende sectoren ook in de ICT-sector worden veel vacatures gepubliceerd. Dat is niet verwonderlijk want bij ongeveer vijfentwintig procent van de bedrijven die actief zijn in de ICT-sector is er spraken van een dusdanig personeelstekort dat deze bedrijven noodgedwongen minder produceren. Dit bericht werd dinsdag 27 juni 2017 bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De cijfers van het CBS zijn van toepassing op kwartaal 2 van 2017. Tien procent van de niet-financiële bedrijven in Nederland heeft te maken met openstaande vacatures wegens een krapte aan geschikt personeel op de arbeidsmarkt. In de ICT sector is dat feitelijk 1 op de 4. De ICT branche heeft al sinds kwartaal 1 van 2015 duidelijke een tekort aan gekwalificeerd personeel. Het tekort aan personeel is in deze sector echter wel enorm opgelopen. In kwartaal 1 van 2015 had nog 1 op de 9 bedrijven in de ICT last van een krapte op de arbeidsmarkt.

Restwarmte olieraffinaderijen kan vele huishoudens verwarmen vanaf 2017

Tijdens de productie van brandstoffen in Nederlandse olieraffinaderijen komt veel warmte vrij. Deze restwarmte kan worden gebruikt om in Nederland honderdduizenden woningen te verwarmen. Door dit te doen hoeft er minder aardgas te worden verstookt en komen er ook minder broeikasgassen zoals koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer terecht.

Deze informatie komt naar voren uit een onderzoek dat is uitgevoerd door Havenbedrijf Rotterdam en de Gasunie. Voor dit onderzoek werden gegevens verwerkt van de raffinaderijen van Shell, BP, ExxonMobil, Gunvor en Zeeland Refinery. Op dinsdag 27 juni 2017 heeft de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) de resultaten van het onderzoek gepresenteerd.

Op dit moment wordt en nog nauwelijks wat gedaan met de restwarmte die vrijkomt in olieraffinaderijen. De restwarmte die bij de verwerking van ruwe olie tot bijvoorbeeld benzine of diesel vrijkomt verdwijnt nu nog in koelwater. Ook verdwijnt veel warmte via de lucht naar de schoorsteen.

Het is technisch mogelijk om de restwarmte op te vangen in zogenaamde warmtenetten. Daardoor kunnen 230.000 huishoudens worden verwarmd. Op termijn kunnen waarschijnlijk zelfs 420.000 huishoudens worden verwarmd met deze restwarmte. Dat zorgt er voor dat al deze huishoudens geen gebruik meer hoeven maken van aardgas. Naast het verwarmen van woningen kan de restwarmte ook worden gebruikt voor het verwarmen van kassen. Ook utiliteitscomplexen en andere grote gebouwen kunnen met de restwarmte worden verwarmt.

Directeur Erik Klooster van de brancheorganisatie is positief verrast door de uitkomst van het onderzoek. In een reactie geeft hij aan dat de resultaten eerdere verwachtingen overtreffen met betrekking tot de beschikbare volumes. Dat noemt hij goed nieuws. De VNPI geeft aan dat het voor het eerst is dat er zo helder in kaart is gebracht hoe groot het potentiële aanbod aan restwarmte vanuit deze sector is.

Technische universiteit MIT ontwikkelt in 2017 autonome drone die ook kan rijden

De Technische universiteit MIT heeft in 2017 een prototype ontwikkeld van een autonome drone die naast vliegen ook kan rijden. Dit heeft de technische universiteit op haar website vermeld. Wetenschappers van deze universiteit beweren dat veel van de huidige autonome drones het probleem hebben dat ze niet lang in de lucht kunnen vliegen. Dit komt onder meer door de accucapaciteit die beperkt is. het probleem van autonome voertuigen is dat ze niet snel en mobiel genoeg zijn om aan de wensen van veel eigenaren van deze voertuigen te voldoen.

Daarom heeft het onderzoeksteam binnen MIT besloten om een drone te ontwikkelen die ook uitgerust is met twee wielen. Deze drones hebben een kleine motor erachter. Deze drones zijn echter zwaarder waardoor ze minder ver kunnen vliegen. Toch wordt dit gecompenseerd door het feit dat ze ook over land lange afstanden kunnen afleggen. Gecombineerd was de actieradius van de rijdende/ vliegende drones groter dan die van de normale drones die op dit moment veel worden verkocht en gebruikt.

In het onderzoek werd onder andere gebruik gemaakt van een plattegrond van een stad waarin de standaard drone het moest opnemen tegen de drone die ook kan rijden. Daaruit bleek dat de laatste versie veel verder kon bewegen door het rijden en vliegen te combineren. De onderzoekers die de speciale drones ontwikkelden vinden hun experiment geslaagd. Ze geven aan dat bestaande drones ook gebruikt kunnen worden om mensen te vervoeren en daarnaast moeten deze grote autonome drones ook worden gebruikt op wegen. Dit is volgens de onderzoekers een goed alternatief voor het plaatsen van zogenaamde vleugels aan auto’s zodat er vliegende auto’s ontstaan.

Wat is brug-WW?

Brug-WW is een regeling vanuit de Nederlandse overheid die werkzoekenden met een WW-uitkering kunnen gebruiken om zich te laten omscholen bij een nieuwe werkgever met behoud van de WW-uitkering. De brug-WW is ook een mogelijkheid als een werknemer niet door eigen schuld werkloos of ontslagen dreigt te worden. Er zijn twee verschillende soorten brug-WW:

  • Brug-WW met sectorplan.
  • Brug-WW zonder sectorplan.

Deze verschillende soorten brug-WW worden hieronder in een paar alinea’s toegelicht.

Brug-WW met sectorplan
De brug-WW met sectorplan is alleen mogelijk als een werkgever deelneemt aan een sectorplan. Een sectorplan is een speciaal plan dat werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties hebben opgesteld in verschillende sectoren en regio’s. Sectorplannen worden opgesteld door de hiervoor genoemde organisaties om werknemers te ondersteunen op het gebied van het vinden van werk na ontslag. Ook worden sectorplannen gebruikt om de overstap van werkloosheid naar werk makkelijker te maken voor werknemers.

Iemand kan in aanmerking komen voor een brug-WW met sectorplan indien de persoon een WW-uitkering heeft of binnenkort een WW-uitkering ontvangt. de werknemer zal de opleiding die hij of zij gaat volgen nodig moeten hebben voor de nieuwe baan. Gedurende de opleiding zal de werknemer minimaal 8 uur per week in loondienst moeten zijn bij de nieuwe werkgever.

Een werkgever heeft ook een aantal verplichtingen. Een werkgever moet salaris betalen aan de werknemer over het aantal uren dat een werknemer daadwerkelijk werkzaamheden uitvoert. Voor de uren dat de werknemer activiteiten uitvoert voor de opleiding hoeft de werkgever niets te betalen. Daarvoor ontvangt de werknemer namelijk een WW-uitkering. Dit wordt ook wel de brug-WW uitkering genoemd.

Verder moet de werkgever na het afronden van de opleiding van de werknemer met brug-WW een nieuw contract bieden aan de desbetreffende werknemer. Een werkgever kan daarnaast het huidige contract van de werknemer met brug-WW uitbreiden. Het contract moet in ieder geval met zes maanden worden verlengd. In het contract moet verder minimaal het aantal uren zijn opgenomen dat de werknemer in de brug-WW periode werkte. Ook moeten daarbij het aantal uren worden opgeteld dat de werknemer de opleiding had gevolgd in de burg-WW periode. Dit wordt ook wel de baangarantie genoemd.

Brug-WW zonder sectorplan
Een brug WW is ook mogelijk zonder sectorplan. Dit wordt geregeld door het UWV en zorgt er voor dat een werkzoekende met een WW-uitkering aan de slag kan gaan met een nieuwe baan waarvoor een opleiding gevolgd moet worden. De werkzoekende hoeft tijdens deze opleiding en werkzaamheden niet te solliciteren. De sollicitatieplicht is dan niet van toepassing. De werknemer behoudt de vrijstelling van de sollicitatieplicht gedurende de looptijd van de opleiding of gedurende de looptijd van de WW-uitkering indien deze uitkering eerder afloopt dan de duur van de opleiding.

De voorwaarden voor de brug-WW zonder sectorplan zijn voor de werknemer verder grotendeels hetzelfde als een brug-WW met sectorplan. Mensen die voor de brug-WW in aanmerking willen komen moeten een WW-uitkering hebben of binnen korte tijd in aanmerking komen voor een WW-uitkering. Daarnaast moet de opleiding ook nodig zijn voor de uitoefening van de functie en nieuwe baan. Gedurende de opleiding moet de werknemer in ieder geval 8 uur per week op de loonlijst staan en daadwerkelijk werkzaamheden verrichten bij de werkgever. Daarnaast dient ook in dit geval de werkgever de werknemer een baangarantie te geven. Dit houdt in dat de werkgever na afloop van de opleiding een contract moet verstrekken van minimaal 6 maanden. Dit contract moet lopen voor minimaal het aantal contracturen dat de werknemer in zijn of haar brug-WW periode bij het bedrijf werkte. De uren die in die periode in de opleiding werden geïnvesteerd worden daarbij opgeteld.

Meer weten over brug WW
Als je meer informatie wilt hebben over de brug WW en de voorwaarden daarvan kun je kijken op de website van het UWV of kun je contact opnemen met een jobcoach.

Kolenproductie in 2017 gestegen in VS, India en China

De grootste kolenverbruikers ter wereld zijn de VS, China en India. Deze grote economieën blijken weer meer kolen uit de bodem te halen. Dit komt naar voren uit een analyse van het Amerikaanse persbureau AP. Hieruit blijkt ook dat in deze drie landen de productie van kolen in de eerste vijf maanden van 2017 is gestegen met ruim 121 miljoen ton. Deze stijging komt procentueel uit op 6 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Volgens de analyse is het winnen van kolen in de VS gestegen met ruim twintig procent. Dit komt naar voren uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Energie. De cijfers zijn zorgelijk omdat de verbranding van kolen één van de belangrijkste oorzaken is van het opwarmen van de aarde. Bij het verbranden van steenkool en bruinkool komt namelijk zeer veel CO2 vrij in de atmosfeer. Vorig jaar werd door BP nog bekend gemaakt dat de kolenwinning wereldwijd in totaal 6,5 procent was gedaald. Dit was de grootste daling in de kolenwinning die ooit geregistreerd werd. Vooral in de VS en China daalde in 2016 de kolenproductie.

Gezamenlijk zijn de VS, China en India verantwoordelijk voor zo’n twee derde van de jaarlijkse wereldwijde kolenproductie. De stijging in de kolenproductie van deze landen is zeer ongunstig voor de klimaatdoelstellingen wereldwijd. De veranderingen hebben onder andere te maken met de gevolgen van de besluitvorming van de nieuwe Amerikaanse president Donald Trump. Dit heeft gezorgd voor een aantal ingrijpende veranderingen in de Amerikaanse energiemarkt.

Wat is de keelhoogte van lasverbindingen?

Keelhoogte is de hoogte van de lasverbindingen waarbij men kijkt naar het gedeelte van de lasverbinding die boven het plaatmateriaal uitsteekt, kortom de dikte van de lasnaad. De keelhoogte van een lasverbinding wordt ook wel de a-hoogte genoemd en wordt op een tekening vaak met de letter ‘a’ aangegeven. De keelhoogte is een belangrijke maataanduiding voor een lasser. Wanneer een lasser bijvoorbeeld een te kleine keelhoogte hanteert zal de lasverbinding mogelijk niet sterk genoeg zijn. De inbranding of penetratie van het smeltbad van de lasverbinding zijn hierbij echter ook belangrijke factoren. Als de keelhoogte van de lasverbinding veel te hoog is heeft dit meestal gevolgen voor het materiaal dat door de warmte-inbreng kan vervormen. Een lasser moet daarom de juiste keelhoogte hanteren deze informatie vindt de lasser in de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (WPS).

Lasmethodebeschrijving en Welding Procedure Specification
Het maken van een lasverbinding is precies werk. Een lasverbinding is een verbinding die niet-uitneembaar is. Dat houdt in dat een lasverbinding alleen met geweld uit elkaar gehaald kan worden doormiddel van zagen, knippen, slijpen, gutsen of breken. Dit zijn zeer destructieve methoden daarom is een goede voorbereiding op het lassen van groot belang. Gelukkig hoeft een lasser in de praktijk meestal niet zelf alle informatie te verzamelen voor het maken van de juiste lasverbinding.

Meestal wordt bij het werkstuk een lasmethodebeschrijving (LMB) of een Welding Procedure Specification (WPS) geleverd. Daarin staat het lastoevoegmateriaal, de lasmethode, de laspositie en nog meer relevante informatie voor het maken van de lasverbinding. Ook de keelhoogte of a-hoogte wordt in deze documenten aangegeven. De maataanduiding voor de hoogte van de lasverbinding staat meestal ook op de tekening van het werkstuk doormiddel van de letter ‘a’. Na de letter ‘a’ volgt een maataanduiding in millimeters. De letter ‘s’ kan ook worden aangegeven.

Deze letter ‘s’ staat voor de nominale keelhoogte inclusief inbranding en valt net als de aanduiding voor de keelhoogte onder de ISO 2553 / EN 22553 richtlijnen. Met de inbranding wordt de diepte van het smeltbad van het lasproces bedoelt. Dit is de hoeveelheid van het uitgangsmateriaal dat gesmolten wordt tijdens het lassen. Daar komt de keelhoogte nog bovenop om tot de hoogte te komen die met de letter ‘s’ wordt aangeduid.

Indien er onvoldoende documentatie of informatie wordt gegeven over de lasverbinding die gemaakt moet worden dan zal de lasser zich kunnen wenden tot een lasspecialist. Dit kan een European Welding Technologist,  een International Welding Technologist of een Middelbaar lastechnicus zijn. In de volgende alinea wordt hier iets dieper op ingegaan.

Middelbaar Lastechnicus
Niet alle bedrijven hebben een lastechnicus in dienst maar de bedrijven die een dergelijke specialist in dienst hebben zijn wel in het voordeel als het gaat om specifieke kennis over lasprocessen en lasmethoden. Voor lassers is een middelbaar lastechnicus een belangrijke informatiebron als er onduidelijkheden zijn over de lasverbinding die gemaakt moet worden. Ook een International Welding Technologist of een European Welding Technologist zijn specialisten als het gaat om lasverbindingen. Wanneer deze personen echter niet aanwezig zijn en de lasverbinding niet onder certificaat of lasmethodekwalificatie gemaakt hoeft te worden dan kan de lasser bij het bepalen van de keelhoogte of a-hoogte ook een aantal vuistregels hanteren.


Vuistregels keelhoogte lasverbindingen
Vuistregels moeten alleen gebruikt worden als er geen Lasmethodebeschrijving, geen Welding Procedure Specification, geen tekening en geen aanspreekpunt aanwezig is in de vorm van een lastechnicus of voorman aanwezig is. Ook moet er sprake zijn van lasverbindingen die niet onder een lasmethodekwalificatie vallen. Pas als al deze zaken niet aanwezig zijn kan een lasser met vuistregels de keelhoogte of a-hoogte van de lasverbinding bepalen. Er zijn verschillende vuistregels die hiervoor worden gebruikt. Deze vuistregels gaan allemaal uit van de plaatdikte van het materiaal dat gelast moet worden. Een bekende vuistregels is dat de keelhoogte 0,7 maal de minimale plaatdikte moet wezen. Weer een andere vuistregels is dat de keelhoogte gelijk is aan 0,6 keer de minimale plaatdikte. Daarbij wordt uitgegaan van een volledig rondom gelast product dus niet een buis voor de helft aflassen. Er zijn echter ook andere vuistregels voor het bepalen van de keelhoogte zoals de regel dat de keelhoogte gelijk is aan de helft van de plaatdikte plus 1 millimeter.

Kanttekening bij vuistregels voor de keelhoogte
Vuistregels moeten alleen worden toegepast als verdere informatie ontbreekt en als de lasverbinding niet op certificaat of certificaatniveau gemaakt hoeft te worden. Daarnaast is er nog een belangrijke andere kanttekening namelijk de dikte van de plaat. Bij hele dikke plaatsen zijn de vuistregels niet meer effectief of kunnen ze zelfs zorgen voor een problematische lasverbinding. Immers een hele dikke plaat zou ook een grote keelhoogte van de lasverbinding tot gevolg hebben. Daardoor kan een enorme dikke laag op de lasnaad worden aangebracht wat voor scheuren en andere beschadigingen aan het werkstuk kan zorgen. Meestal moet in die gevallen de las dieper worden aangebracht door een goed smeltbad aan te brengen. Dit kan echter ook voor scheuren zorgen en vereist dat dikke platen worden voorgegloeid tot een bepaalde temperatuur zodat de temperatuur rondom het smeltbad en de temperatuur van de rest van het (plaat) materiaal niet teveel verschilt. Juist het verschil in temperatuur in één plaat kan voor grote krimp en rek scheuren zorgen. Voor het lassen van dikke plaat worden daarom in de praktijk vrijwel altijd een WPS en/of LMB gehanteerd.

Wat is de A-hoogte bij lassen?

A-hoogte is de hoogte oftewel de dikte van een las deze is meestal vastgelegd op een tekening, lasmethodebeschrijving (LMB) of Welding Procedure Specification (WPS). De A-hoogte is belangrijke informatie voor een lasser. Als de A-hoogte van een las bijvoorbeeld te laag is dan kan de lasverbinding niet sterk genoeg zijn. Een te grote A-hoogte kan echter voor andere problemen zorgen. Zo kan een te grote A-hoogte er voor zorgen dat er teveel warmte in de lasverbinding wordt gebracht waardoor het werkstuk kan vervormen of scheuren. Daarom is het belangrijk dat een lasser zorgvuldig te werk gaat bij het bepalen van de A-hoogte en het maken van een lasverbinding. Hieronder is in een paar alinea’s informatie gegeven rondom de A-hoogte voor lasverbindingen.

A-hoogte of keelhoogte bij lasverbindingen
De informatie in de inleiding maakt duidelijk wat onder een A-hoogte wordt verstaan. In de praktijk wordt in de lastechniek echter ook gesproken over een keelhoogte. In feite wordt hiermee hetzelfde bedoelt als de A-hoogte. Meestal heeft men het dan over een keelhoogte met penetratiediepte. De keelhoogte wordt met een letter ‘a’ aangegeven en de keelhoogte met penetratiediepte wordt aangegeven met de letter ‘s’. De letter ‘s’ is dus de A-hoogte inclusief de penetratiediepte van de las. Dit is dus de totale hoogte van de lasverbinding. Tijdens het lassen ontstaat namelijk een smeltbad waardoor de las een deel van het plaatwerk tot smelten brengt dit wordt ook wel de penetratie van de lasverbinding genoemd. De A-hoogte of keelhoogte komt nog bovenop deze penetratiediepte waardoor de maataanduiding ‘keelhoogte met penetratiediepte’ ontstaat oftewel de maataanduiding die wordt aangegeven met de letter ‘s’.

Informatie over A-hoogte voor lasverbindingen
Voor het bepalen van de juiste A-hoogte zal een lasser in eerste instantie altijd de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (WPS) moeten raadplegen. Indien deze er niet is kan de lasser de tekening nalezen. Op de tekening wordt meestal ook een A-hoogte bij de te maken lasverbinding benoemd. Verder is een middelbaar lastechnicus (MLT-ER) ook een belangrijke informatiebron op het gebied van lassen. De middelbaar lastechnicus heeft een specifieke opleiding gevolgd voor lasverbindingen en is bevoegd om de eerder genoemde lasmethodebeschrijving op te stellen. Daarom kan deze lastechnicus een duidelijk en bindend advies geven over de lasverbindingen en dus ook de gewenste A-hoogte van deze verbindingen. In plaats van de benaming ‘middelbaar lastechnicus’ gebruiken sommige bedrijven de benaming ‘European Welding Technologist’ of ‘International Welding Technologist’.

Deze functies worden ook wel afgekort met EWT en IWT. In het vakjargon spreekt men ook wel over ene MLT-er, een EWT-er en een IWT-er. Welke benaming een bedrijf ook gebruikt voor en lastechnicus het feit blijft bestaan dat dit specialisten zijn waar lassers advies kunnen inwinnen over de te maken lasverbinding. Sommige bedrijven hebben echter geen lasmethodebeschrijvingen en maken geen gebruik van Welding Procedure Specifications omdat de lasverbindingen aan minder strenge eisen moeten voldoen. In dat geval kan een lasser gebruik maken van zogenaamde vuistregels om de A-hoogte van de lasverbindingen te bepalen. In de volgende alinea worden een aantal vuistregels genoemd voor het bepalen van de A-hoogte. Het is belangrijk te weten dat de vuistregels die genoemd worden ondergeschikt zijn aan de informatie die in een WPS of LMB staan met betrekking tot de hoogte van een lasverbinding.

Vuistregels voor bepalen A-hoogte
Er zijn verschillende vuistregels voor het bepalen van de A-hoogte. Zo is een algemene vuistregel dat de A-hoogte 0,7 x de dunste plaatdikte moet zijn. Weer anderen hanteren de vuistregel dat de A-hoogte gelijk is aan 0,6 maal de minimale plaatdikte. Daarbij moet de las geheel rondom worden gelast. Er is ook een vuistregel dat de A-hoogte gelijk moet zijn aan de halve plaatdikte plus 1 mm.

Kanttekening bij vuistregels voor A-hoogte
De bovenstaande vuistregels voor het bepalen van de A-hoogte voor een lasverbinding kunnen in de praktijk worden gehanteerd tot middeldikke plaat wanneer deze vuistregels uiteraard niet in strijd zijn met de informatie die is benoemd in de lasmethodebeschrijving en de Welding Procedure Specification. Wanneer een laser echter dikke plaat gaat lasser zal hij of zij er achter komen dat met deze vuistregels veel te dikke lasverbindingen worden gemaakt met alle gevolgen voor het werkstuk van dien. Daarom moet men bij het lassen van dikke plaat altijd een ervaren specialist inschakelen voor het bepalen van de A-hoogte. Dit is belangrijk om scheuren, vervorming en andere ongewenste aspecten te voorkomen.

Vraag naar samenstellers en lassers neemt toe in juni 2017

Vanaf het begin van 2017 is er duidelijk een herstel in de werktuigbouwkunde en staalconstructie merkbaar. In 2016 was het vooral de bouwsector en aanverwante sectoren die een duidelijke groei lieten zien maar in 2017 blijken ook andere sectoren waaronder de metaaltechniek een goede voortuitgang te boeken. Bedrijven in de metaal krijgen meer orders binnen en kunnen de toestroom van nieuwe opdrachten dikwijls niet met hun eigen personeel opvangen. In eerste instantie proberen veel metaalbedrijven de piekproductie op te vangen doormiddel van overwerken. Dit is echter een oplossing die van korte termijn is. Als de piek in de productie langere tijd blijft aanhouden is er eigenlijk geen sprake meer van een piek maar van een tendens. Bedrijven moeten daarom extra personeel gaan inzetten en publiceren daarom vacatures.

Vacatures in de metaalsector
Het is niet verwonderlijk dat er in de metaalsector steeds meer vacatures ontstaan. De vraag naar samenstellers en lassers neemt toe. Er zijn verschillende bedrijven die niet in staat zijn om voldoende kandidaten te werven voor hun eigen vacatures. Doormiddel van Social Media en jobboards worden vacatures onder een zo breed mogelijk publiek verspreid. Dit gebeurd uiteraard voor een groot deel via internet. Het blijkt echter dat de meeste metaalbedrijven ook met deze wervingsmiddelen onvoldoende kandidaten binnenhalen daarom kiezen metaalbedrijven er steeds vaker voor om uitzendbureaus, detacheringsbureaus, headhunters en andere intermediairs in te schakelen om meer arbeidspotentieel van de arbeidsmarkt af te halen. Deze intermediairs zetten ook steeds meer vacatures uit. Met name VCU gecertificeerde uitzendondernemingen publiceren veel technische vacatures.

VCU gecertificeerde uitzendbureaus
Technische uitzendbureaus zijn meestal VCU gecertificeerd dit houdt in dat deze uitzendbureaus specifiek gericht zijn op bedrijven die VCA gecertificeerd zijn. In de praktijk zijn ook steeds meer metaalbedrijven VCA gecertificeerd met name de metaalbedrijven die producten produceren en installeren op de bouw moeten in de praktijk dikwijls in bezit zijn van een VCA* of een VCA**. Uitzendondernemingen die een VCU certificaat hebben zullen er voor zorgen dat hun intercedenten een VIL VCU hebben. Dit houdt in dat het interne personeel gecertificeerd is Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden in de uitzendbranche en daardoor goed weet met welke veiligheidsaspecten ze rekening moeten houden als ze personeel gaan werven en selecteren voor hun VCA gecertificeerde opdrachtgevers. Veiligheid wordt een steeds belangrijker onderwerp op de bouw en arbeidsmarkt.

Metaalvacatures bij VCU uitzendbureaus
Veel VCU uitzendbureaus zullen in hun vacatures duidelijk neer zetten met welke risico’s de werknemers te maken kunnen krijgen en welke veiligheidscertificaten belangrijk zijn. De VCU certificering van het uitzendbureau wordt vaak ook expliciet genoemd in de vacature. Daarnaast worden uiteraard ook alle eisen benoemde met betrekking tot werkervaring, opleidingsniveau en opleidingsrichting die door de opdrachtgever gewenst of vereist zijn. Voor lassers worden lascertificaten steeds belangrijker. In het verleden waren vooral de lasdiploma’s zoals MIG/MAG niveau 1 tot en met 4 al een belangrijke indicatie van de kwaliteit van een lasser. Nu komen daar de lascertificaten bij. Voor samenstellers is technisch inzicht en het tekening lezen van groot belang. Uitzendbureaus zullen op deze werkervaring kandidaten gaan selecteren. Het blijft echter moeilijk om geschikte kandidaten te vinden. Daarom proberen uitzendbureaus in de techniek hun opdrachtgevers te overtuigen om hun eisen niet te zwaar te maken. Hoe zwaarder de eisen die in de vacature worden gesteld hoe kleiner de kans op een geschikte kandidaat.

Airbagproducent Takata vraagt maandag 26 juni 2017 faillissementsbescherming aan

Op maandag 26 juni 2017 heeft de Japanse airbagmaker Takata faillissementsbescherming aangevraagd. Dit is besloten tijdens een speciale vergadering die door het bedrijf werd gehouden. Verschillende Japanse media deden melding van het bericht. De eerste aanvraag voor faillissementsbescherming deed Takata in de Verenigde Staten. Later op de dag zal de airbagproducent ook faillissementsbescherming in Japan aanvragen. Door de faillissementsbescherming maakt het bedrijf het mogelijk dat andere bedrijven een zogenaamde reddingsoperatie kunnen uitvoeren. Zo zou de Amerikaanse concurrent Key Safety Systems het bedrijf over kunnen nemen. Voor Takata is het Amerikaanse bedrijf de belangrijkste overnamekandidaat.

Takata heeft de afgelopen jaren een enorm aantal auto’s moeten terugroepen vanwege niet goed werkende airbags. Omdat Takata zelf geen auto’s produceert maar airbags levert aan verschillende automerken hebben veel autoproducenten schade gelden en ook veel consumenten waren zeker niet blij met deze noodzakelijke actie. De actie was noodzakelijk omdat het opblaasmechanisme van een bepaald type airbag van Takata niet goed functioneert wanneer deze wordt blootgesteld aan langdurige inwerking van vocht en warmte. De stof die voor het opblaasmechanisme wordt gebruikt wordt daardoor instabiel. Het is mogelijk dat er kleine stukjes metaal in de auto worden geslingerd als de airbag tot ontploffing komt. Er zijn in ieder geval zeventien gevallen geconstateerd waarbij mensen dodelijk gewond zijn geraakt door de explosie van de airbags. Dat heeft Takata een hele slechte naam opgeleverd. Daarnaast moest het bedrijf in verschillende rechtszaken verantwoording afleggen en in een schikking veel geld betalen. Dit alles heeft het bedrijf er niet veel gezonder op gemaakt. Daarom wordt het voortbestaan van het bedrijf bedreigd en heeft Takata faillissementsbescherming aangevraagd.

Protest op 25 juni 2017 voor sluiting Belgische kerncentrales

Op zondag 25 juni 2017 hebben ongeveer 50.000 mensen tussen Aken, Maastricht, Luik en Tihange een grote ketting van mensen gevormd. Deze actie is bedoelt om de sluiting van de Belgische kerncentrales Tihange 2 en Doel 3 te eisen. De totale lengte van de ketting van mensen was maar liefst 90 kilometer en werd gevormd tussen 14.45 en 15.00 uur nadat het startschot voor de actie was gegeven in Luik. De ketting werd gevormd door allemaal mensen uit verschillende landen die langs de hele lijn elkaar de hand gaven. Peer de Rijk heeft de actie mede georganiseerd. Volgens hem is het met name in de steden erg druk met betrekking tot de actie. Er zijn volgens hem ook gedeelten langs de route waar minder mensen aanwezig zullen zijn. Daar wordt onder andere gebruik gemaakt van linten om de ketting tot gesloten te houden.

In totaal had de organisatie gehoopt op 60.000 deelnemers aan de actie. Dit aantal werd echter niet gehaald, maar ondanks dat, spreekt De Rijk van een succesvolle actie. Volgens hem is het ongekend dat zo veel mensen uit verschillende landen zich zo duidelijk uitspreken tegen de kerncentrales. Hij heeft echter niet de illusie dat de kerncentrales in België vandaag nog gesloten zullen worden. Toch is hij wel van mening dat de actie er voor zorgt dat de regering duidelijk zichtbaar krijgt dat veel mensen zich zorgen maken om de veiligheid van de Belgische kerncentrales. Hopelijk luistert de Belgische regering naar de bezorgdheid van de bevolking van Nederland, België en Duitsland en onderneemt de regering actie zodat de bevolking gerust wordt gesteld.