Europese commissie wil bestaande bouw beter laten isoleren vanaf 2016

Volgens de Europese Commissie moeten bestaande gebouwen in Europa beter worden geïsoleerd als dat de afgelopen tijd nog niet is gedaan. Het is de bedoeling dat de bestaande bouw zo goed wordt geïsoleerd dat er in 2030 sprake is van 30 procent minder energieverbruik. Daarnaast moet  27 procent van alle energiebronnen voor warmte en koeling uit duurzame energiebronnen worden gewonnen. Dit staat onder andere in het plan voor een energie-unie dat is opgesteld door de Europese Commissie. Hierin staat ook dat er strengere verbruikseisen voor apparaten zullen komen. In de logistieke sector moet men ook meer biobrandstoffen gaan gebruiken om de schadelijke effecten voor het milieu te beperken.

De doelstellingen die zijn opgesteld in het plan voor de energie-unie zullen gelden vanaf 2020 voor de gehele EU. In 2018 zullen de lidstaten ook Brussel bekend moeten maken op welke manier ze bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van de energie-unie. Als de bijdrage volgens de Europese Commissie onvoldoende is moeten de lidstaten geld gaan storten in een fonds voor duurzame energieprojecten in de EU. Hoewel de doelstellingen nog een aantal jaar in de toekomst liggen houdt dat niet in dat landen nu niets hoeven te doen. Vanaf 2016 zullen landen, consumenten en bedrijven keihard moeten werken om energie te besparen en de uitstoot van schadelijke stoffen in het milieu te beperken.

Europese Commissie presenteert plan energie-unie 30-11-2016

Op woensdag 30 november 2016 kwam de Europese Commissie met een plan voor een zogenaamde energie-unie. In dit plan zou de consument centraal staan. Het plan is er op gericht om de internationale klimaatafspraken na te komen die eerder zijn gemaakt in Parijs. In het plan voor de energie-unie is aandacht voor consumenten en bedrijven. zowel burgers als bedrijven moeten in Europa hun eigen energie kunnen opwekken en opslaan om deze energie vervolgens te gebruiken of te verkopen en te delen.

De energiemarkt moet transparanter. Consumenten moeten bovendien de toegang krijgen tot de beste aanbiedingen voor elektriciteit. Ze moeten daarnaast ook makkelijker en sneller van energieleverancier kunnen wisselen. Dit wisselen moet kosteloos zijn. De energie-unie is een breed pakket van maatregelingen maar toch wordt dit pakket niet door iedereen dankbaar in ontvangst genomen. Verschillende milieuorganisaties en de groene partijen in het Europees Parlement vinden het pakket echter lang niet ambitieus genoeg voor het milieu.

OPEC-landen positief over kans op akkoord beperking olieproductie in 2016

De oliemarkt is onderhevig aan emoties in de politiek. In 2016 zijn al verschillende gesprekken geweest tussen de OPEC en Rusland, de grootste olieproducent ter wereld. Hoewel er nog geen concrete afspraken zijn gemaakt worden wel voortdurend hoopvolle berichten in de media gepubliceerd. Met deze berichten hoopt men de stemming op de markt positief en hoopvol te maken.Het gaat hierbij met name om de olieproductie. Er wordt namelijk nog te veel olie geproduceerd ten opzichte van de vraag naar olie en olieproducten. Daardoor neemt het aanbod van olie op de markt toe en stijgen de olievoorraden. Berichten over het beperken van de olieproductie hebben bijna direct effect op de olieprijs op de markt.

Een groot aantal leden van de OPEC willen graag de olieproductie beperken om zodoende meer geld te kunnen vragen voor hun olie. Voor veel OPEC-landen is de productie en export van olie de belangrijkste inkomstenbron. Door het overaanbod van olie op de markt zijn de landen in financiële moeilijkheden gekomen en kunnen ze hun begroting moeilijk op orde krijgen. Er is inmiddels een top gaande over de beperking van de olieproductie. De olieministers van de OPEC-landen hebben aangegeven dat ze optimistisch zijn over de kans op een akkoord over een beperking van de olieproductie. Dit hebben de ministers laten weten voordat de top van start ging.

Eerder werd binnen het kartel van olie-exporteurs al een principeakkoord bereikt over de inperking van de productie. Er is echter nog geen definitieve overeenkomst getekend tussen alle landen. Dat laat nog altijd op zich wachten. Iran en Irak zijn het wel eens met het beperken van de olieproductie van de OPEC gezamenlijk maar daarnaast willen deze landen zelf hun olieproductie juist laten toenemen. Irak en Iran willen na een financieel en politiek moeilijke periode juist hun marktaandeel toe laten nemen. Iran wil haar olieproductie niet verlagen maar is wel van mening dat er andere mogelijkheden zijn om met de overige leden van de OPEC tot overeenstemming te komen. De minister van olie van Irak staat positiever tegenover het verlagen van de olieproductie.

Afzetprijzen industrie stijgen in 2016

Voor het eerst in twee jaar zijn de afzetprijzen van de Nederlandse industrie gestegen. De prijzen in deze sector lagen in oktober 1,5 procent hoger in vergelijking tot dezelfde periode in 2015. De olieprijs is dit jaar iets hoger geworden en dat heeft een effect in de prijsstijging.  Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zorgde juist de hogere olieprijs voor een stijging van de afzetprijzen in 2016. Als men de olieprijzen niet meeneemt in de berekening kwam de prijsstijging uit op 0,8 procent in oktober.

De maand oktober was voor het eerst beter dan dezelfde maand in 2015. In september 2016 waren de afzetprijzen nog 1,2 procent lager dan september 2015. De prijs van  een vat North Sea Brent kwam in de maand oktober op meer dan  46 euro. dit bedrag is 6 procent hoger dan de prijs die voor een vat in oktober 2015 werd betaald. Het CBS geeft aan dat dit de grootste prijsstijging is in vier jaar tijd.

Voedingsmiddelen en overige sectoren
Naast de olieprijs ging ook de prijs van de voedingsmiddelen omhoog. Producten in de voedingsmiddelen industrie waren gemiddeld ongeveer 4,7 procent duurder dan in 2015. Dit kwam onder ander door de ontwikkelingen in de prijs van agrarische grondstoffen. De metaalindustrie had ook te maken met prijsverhogingen daardoor waren metaalproducten en auto’s duurder ten opzichte van 2015. Een sector waar de prijzen juist daalden was de sector waarin rubber en kunststoffen worden verwerkt. Ook de chemische industrie had te maken met prijsdalingen ten opzichte van 2015.

Uitzendbureaus behaalden meer omzet in kwartaal 3 van 2016

Het gaat goed met de uitzendbranche in Nederland. In het derde kwartaal van 2016 behaalde de uitzendsector ongeveer 1 procent meer omzet dan in het tweede kwartaal werd behaald. Onder de noemer uitzendsector zijn ook de resultaten meegenomen van andere arbeidsbemiddelaars en personeelsbeheerders zoals payrollingbedrijven. De omzetstijging in het derde kwartaal is minder groot dan de omzetstijging die werd gemeten in kwartaal twee.

Uitzenduren
Niet alleen de omzet nam toe in de uitzendsector. Het aantal uitzenduren steeg namelijk ook. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op woensdag 30 november 2016 bekend. De omzet van uitzendorganisaties hangt nauw samen met het aantal uren dat wordt gefactureerd. Deze uren hebben te maken met het aantal uitzendkrachten en de plaatsingsperiodes van uitzendkrachten. Als de uitzenduren toenemen gaat de omzet omhoog. Het totale aantal uitzenduren steeg in het derde kwartaal met 2 procent.

Kortlopende en langlopende plaatsingen
Het aantal uitzenduren nam toe in zowel de kortlopende als in de langlopende plaatsingen en contracten van uitzendkrachten. Langlopende plaatsingen zijn over het algemeen detacheringen en payroll-plaatsingen. Het aantal uitzenduren voor de langlopende plaatsingen nam toe met 2,6 procent in het derde kwartaal. In het kwartaal daarvoor was er stijging van drie procent in het aantal uitzenduren voor plaatsingen die van langere duur waren. Ook het aantal uren in kortlopende contracten steeg. Hierin was een stijging merkbaar van  1,9 procent. Deze toename is eveneens minder groot dan in het tweede kwartaal.

Komt er een Teslafabriek in Nederland na 2016?

Het kabinet is van plan om autoproducent Tesla te overtuigen om een nieuwe autofabriek te bouwen in Nederland. De overheid wil namelijk dat er een grote fabriek voor elektrische auto’s in Nederland wordt gevestigd. Minister Henk Kamp van Economische Zaken heeft dit bericht schriftelijk bekend gemaakt aan de Tweede Kamer. Hij had hiervoor een brief geschreven. De minister wil verder weinig bekend maken over de contacten die hij met de autofabrikant heeft.

Tesla heeft plannen om in Europa een grote fabriek voor elektrische auto’s te bouwen. Naast auto’s moet de fabriek ook accu’s gaan produceren. Tesla is op zoek naar een geschikte locatie. De autofabrikant zou onder andere overwegen om een fabriek in Zuidoost-Nederland te plaatsen. In deze regio worden al verschillende auto’s geproduceerd.  De auto’s die daar worden geproduceerd doen het goed. Daardoor is de Nederlandse auto-industrie de laatste jaren wereldwijd goed bekend geworden. Een voorbeeld van een fabriek die goed bekend staat is de fabriek van VDL Nedcar in Born. Op dit moment heeft Tesla in Tilburg al een afbouwfabriek en een servicewerkplaats in gebruik.

Minister Kamp geeft geen duidelijkheid over de mogelijke komst van Tesla. Vaak houdt men dit soort ontwikkelingen grotendeels geheim omdat anders de onderhandelingen kunnen worden verstoord. Het is daardoor ook onbekend welk effect de bouw van een fabriek zou hebben op de werkgelegenheid. Men weet niet  hoeveel banen kunnen worden gerealiseerd. Ook de minister schijnt dat niet te weten. Desondanks is de bouw van een fabriek altijd goed nieuws voor de arbeidsmarkt. We zullen moeten afwachten of de fabriek ook daadwerkelijk in Nederland wordt gebouwd. Daarover is namelijk ook nog geen concrete beslissing bekend gemaakt.

Ruim 3.300 middelbare scholieren slagen cum laude in 2016

Cum laude is een begrip dat vooral bekend is op HBO en academische opleidingen. Daar komt vanaf 2016 echter verandering in. Staatssecretaris Sander Dekker heeft het begrip cum laude ook ingevoerd voortgezet onderwijs. Cum laude is een Latijnse term die in het Nederlands als volgt vertaald kan worden: “met lof”.  Hierbij staat het woord “cum” voor het woord “met” en het woord “laude” voor “lof”. Cum laude wordt gebruikt als studenten met hoge cijfers hun examen hebben behaald. In het verleden werd de term gebruikt voor mensen die een universitair examen met hoge cijfers hebben afgerond.

Tegenwoordig gebruikt men cum laude echter ook als leerlingen een opleiding op mbo niveau met hoge cijfers hebben afgerond. De staatssecretaris heeft de aanduiding ingevoerd om talenten aan te sporen om hun kwaliteiten te tonen op hun opleiding. Door cum laude te vermelden op hun opleidingsresultaat kunnen afgestudeerden bovendien ook aan bedrijven of vervolgopleidingen beter aantonen wat hun vaardigheden zijn. Dat kan een positief effect hebben op de sollicitatie of een selectieronde. In 2016 zijn meer dan 3.300 leerlingen cum laude geslaagd op de middelbare school. Ze kregen deze aanduiding wanneer ze met gemiddeld een acht of hoger waren geslaagd voor al hun examenvakken.

Op het vmbo waren meer dan achthonderd kinderen cum laude geslaagd. Op het vwo waren dat er 2200 en op de have 300. Staatssecretaris Dekker heeft aan de  Tweede Kamer geschreven dat in Nederland het totale slagingspercentage is uitgekomen op 92,7 procent in 2016. Dit percentage ligt hoger dan het slagingspercentage van de afgelopen zeven jaar.

Automodus voor smartphones vanaf 2016?

Minister Melanie Schultz van Haegen  van Infrastructuur en Milieu gaat met verschillende telecombedrijven gesprekken voeren om te inventariseren of het mogelijk is dat auto’s functies van een smartphone gaan overnemen als iemand gaat rijden. Dit heeft de minister aangegeven tijdens een interview met het AD. De minister hoop tijdens de gesprekken een oplossing te vinden voor het gebruik van smartphones in het verkeer. Zij geeft aan dat het gebruik van deze telefoons een groot probleem vormt in het verkeer.

Bestuurders mogen tijdens het rijden geen gebruik maken van een mobiele telefoon tenzij deze op de zogenaamde handsfree is ingesteld. Het motto is dat men beide handen aan het stuur moet houden. De telefoon wordt nu echter in een houder geplaatst maar volgens de minister richten veel mensen hun aandacht nu op de telefoon in de houder in plaats van op de weg. De minister geeft aan dat het gebruik van een smartphone in een auto geheel verboden kan worden als dit de verkeersveiligheid in gevaar brengt.

Momenteel is het voor een bestuurder verboden om tijdens het rijden een smartphone vat te houden. De minister geeft aan dat ze overweegt om te verbieden dat de smartphone bedient mag worden. Als dat verbod wordt ingevoerd mag men de telefoon niet gebruiken, ook niet wanneer deze in een houder hangt. Voordat de minister voor een dergelijk verbod gaat pleiten wil ze eerst andere mogelijkheden onderzoeken. Volgens haar zijn er effectievere oplossingen dan een breder verbod. Ze heeft zelf liever dat er gebruik wordt gemaakt van “slimme technologie” die er voor zorgen dat de telefoon tijdens het rijden compleet wordt overgenomen door een auto. Ook zou het mogelijk moeten zijn dat tijdens het rijden een aantal functies van de telefoon worden uitgeschakeld zodat de veiligheid wordt bevorderd. Dit wil de minister gaan bespreken met telecombedrijven.

Minister Schultz noemt een voorbeeld van een bekend spel dat veel wordt gespeeld met de smartphone, namelijk Pokémon Go. Dit spel bevat al een speciale automodus. Deze automodus zorgt er voor dat de telefoon uitgeschakeld wordt in de auto. Dit systeem zou volgens haar ook er voor zorgen dat de telefoon uitgeschakeld wordt als men te hard gaat rijden. Er zijn met telecombedrijven natuurlijk meer oplossingen te bedenken om rijden veiliger te maken. Die bedrijven hebben meer kennis van software en systemen met betrekking tot smartphones en kunnen daardoor ook oplossingen bedenken die de overheid niet kan bedenken. Het is nog onduidelijk wanneer de nieuwe technologie wordt ingevoerd.

Philips geeft reactie op verkiezing van Trump in 2016

Philips-topman Frans van Houten heeft een reactie gegeven op de verkiezing van Donald Trump als nieuwe president voor Amerika. In deze reactie heeft hij aangegeven wat zijn verwachtingen zijn voor Philips in Amerika. Donald Trump heeft namelijk tijdens de verkiezingen al duidelijk aangegeven dat hij de maakindustrie in Amerika een nieuwe impuls wil geven. Hij wil dat meer producten in Amerika worden gemaakt. Philips is natuurlijk een bekend bedrijf als het gaat om het vervaardigen van elektronische apparatuur voor zowel de kleine consumenten als wel de ziekenhuizen.  Topman Frans van Houten verwacht echter niet dat het beleid van de aankomende Amerikaanse president Donald Trump grote gevolgen zal hebben voor de afzet van Philips. Dit heeft hij voorafgaand aan een beurs in Chicago aangegeven. Op zondag 27 november 2016 werd de visie van Frans van Houten gepubliceerd in Het Financieele Dagblad (FD).

Voor Philips is Noord-Amerika een belangrijke markt. In deze regio is Philips vooral in de medische sector actief. Ongeveer dertig procent van de omzet van Philips wordt behaald in Noord-Amerika. Philips wil de komende tijd haar focus leggen op het verhogen van de productiviteit van de medische apparatuur. Op die manier wil het bedrijf trachten haar producten betaalbaar te houden. Philips heeft onder andere kunnen profiteren van de ontwikkelingen rondom Obamacare. Dit is een zorgsysteem dat president Obama heeft ingevoerd vandaar dat hij zijn naam aan het systeem heeft gegeven. Trump was in eerste instantie fel tegenstander van Obamacare maar hij lijkt zich nu wat milder op te stellen. Van Houten geeft aan dat hij ook merkt dan Trump na eerste gesprekken met Obama een mildere toon heeft aangeslagen over Obamacare. Dat is voor Philips een hoopvol signaal.

Siemens niet negatief over klimaatbeleid Trump vanaf 2017

Vanaf januari 2017 zal Amerika een nieuwe president hebben. Dit is de 45ste president van Amerika en hij heet Donald Trump. Deze president werd tijdens de verkiezingsstrijd beschouwd als een grote tegenstander van groene energie. Hij leek zich vooral in te zetten voor de fossiele brandstoffen waaronder de kolenindustrie. Nu hij eenmaal tot president is verkozen zal ook Trump goed moeten nadenken wat hij wil met de energievoorziening van Amerika. Moet die traditioneel vervuilend blijven of modern en duurzaam worden? Dat is een interessante vraag die veel bedrijven maar ook milieu instellingen bezig houden.

Het Duitse conglomeraat Siemens is in eerste instantie niet negatief over de mogelijkheden om handel te drijven met Amerika. Siemens verwacht de komende jaren nog steeds goede zaken te kunnen doen op de Amerikaanse maakt ook als Donald Trump is aangesteld als nieuwe president. Zelfs als Trump zou stoppen met de ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie zou er voor Siemens nog wel een markt zijn in Amerika.

Dit heeft Siemens topman Joe Kaeser in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) aangegeven. Het bedrijf Siemens houdt zich onder andere bezig met de productie van turbines. Deze turbines zetten de beweging van de rotorbladen om in elektriciteit. Tegenwoordig worden turbines veel gebruikt om bijvoorbeeld windkracht om te zetten in elektriciteit. Daardoor heeft Siemens goed kunnen profiteren van de opkomst van groene energie.

Men hoopt dat Trump de ontwikkelingen die Amerika doormaakt op het gebied van verduurzaming niet zal stopzetten. Toch verwacht men dat Trump meer de focus zal leggen op vervuilende fossiele brandstoffen. Toen bekend werd dat hij president van Amerika zou worden steeg het aandeel van een failliete Amerikaanse steenkoolproducent. Siemens wacht de ontwikkelingen in Amerika af. Kaeser geeft aan dat Siemens op meerdere markten actief is. Siemens kan technologie leveren op het gebied van windenergie en zonne-energie maar zou ook producten kunnen leveren voor gascentrales en steenkolencentrales.

Hoog opgeleiden verlaten Chinese industrie vanaf 2016

Het noordoosten van China staat onder andere bekend om de industrie. Deze industrie heeft voortdurend hooggekwalificeerd personeel nodig om de bedrijfsprocessen te optimaliseren en de industrie van nieuwe technologie te voorzien. Dit is de wens van de Chinese overheid en de Chinese bedrijven. In de praktijk is echter een andere ontwikkeling zichtbaar geworden.

De industriële sector van China heeft namelijk te maken met een tekort aan gekwalificeerd technisch personeel. Goed opgeleide jongeren verlaten juist de industrie in het noordoosten van China om elders op zoek te gaan naar werk dat beter betaald wordt. Ze vertrekken daarbij vooral naar andere regio’s van China om daar werk te gaan vinden. Dit maakte de Britse zakenkrant The Financial Times zondag 27 november 2016 bekend.

Er worden in totaal drie verschillende provincies van China getroffen door deze tendens. Deze provincies liggen tussen de Chinese hoofdstad Peking en Korea. Een voorbeeld van een getroffen provincie is Liaoning. In deze provincie kromp de economie in de eerste negen maanden van dit jaar met 2,2 procent. Voor China is dat een zeer sterke daling. Een dergelijke krimp van de economie heeft men in China in de afgelopen zeven jaar nergens waargenomen, in geen enkele provincie.

Het noordoosten van China bevat vooral oude industriële bedrijven die van de staat zijn of door de Chinese staat worden gesteund. De meeste nieuwe uitdagende banen komen echter niet van de overheid. Deze ontstaan in nieuwe ondernemingen die ontstaan in andere delen van China. De provincie Liaoning heeft geen aantrekkingskracht meer op jong talent. In de jaren negentig van vorige eeuw vertrokken nog 360.000 mensen naar deze provincie om daar een nieuw bestaan op te bouwen. In de periode van 2000 tot 2010 zijn meer dan twee miljoen mensen juist vertrokken uit deze regio om elders te gaan wonen en werken.

Kwartaal 3 van 2016 stabiliseerde de omzet in de automotive

In het derde kwartaal van 2016 is de omzetgroei van de automotive en motorbranche gestagneerd. Ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2015 is de omzet maar 1 procent hoger uitgevallen. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend. Er zijn verschillende oorzaken die er voor zorgen dat de omzet niet hoger is uitgevallen in deze sector. Het CBS noemt als belangrijkste oorzaak het teruggelopen omzet van importeurs van nieuwe personenauto’s.

Deze omzet viel meer dan negen procent lager uit. Met name voor de zakelijke markt werden minder auto’s verkocht. Dit zou te maken hebben met het feit dat veel gunstige bijtellingsregels zijn versobert of verdwenen. Naast de automotive zijn er ook andere sectoren actief in de autotechniek. Hierbij kan men denken aan bedrijven die onderdelen voor de autotechniek verkopen. Deze sectoren maakten volgens het CBS wel een groei door maar die bleef wel achter. Ook de verkoop van bedrijfswagens nam toe op een bescheiden schaal.

Opvallend was dat de verkoop van motoren het wel goed deed ten opzichte van 2015. De omzet in deze sector steeg met 8 procent in kwartaal 3 ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2015. Verder steeg ook de omzet van garages en andere autoservicebedrijven. Deze stijging kwam uit op ongeveer zes procent.

Energiebedrijf DELTA en kabinet voerden overleg op 25-11-2016

Het kabinet en de provincie Zeeland hebben op vrijdag 25 november 2016 een gesprek gehad. Dit gesprek ging over mogelijke oplossingen om het Zeeuwse energiebedrijf DELTA te ondersteunen omdat het bedrijf in financiële problemen is beland. Het gesprek tussen het kabinet en de Zeeuwse provincie werd als constructief ervaren. De planning is om op een zeer korte termijn een nieuw overleg te houden. Dit maakte het ministerie van Economische Zaken na afloop bekend.

Namens het kabinet namen minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën en Henk Kamp van Economische Zaken deel aan het gesprek. Deze twee ministers spraken met onder anderen de Zeeuwse gedeputeerde Carla Schönknecht. Het ministerie gaf aan dat er aan een oplossing wordt gewerkt. Verder wolden ze niets meedelen over de ontmoeting. Het energiebedrijf DELTA is eigenaar van de kerncentrale in Borssele. Deze kerncentrale draait verlies. De kerncentrale wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit.  Doordat de prijs van elektriciteit momenteel erg laag is zijn de kosten voor het opwekken van elektriciteit in een kerncentrale hoger dan de opbrengst.  Zeker als men ook de kosten voor het verwerken en opslaan van het kernafval meeneemt in de berekening.

DELTA is in handen van de provincie Zeeland en negentien gemeenten in Zeeland en Noord-Brabant. De aandeelhouders hebben eerder een voorstel van het kabinet ontvangen maar dat reddingsplan werd verworpen door de aandeelhouders van DELTA. Komende week praat de Tweede Kamer over de kwestie omtrent energiebedrijf DELTA.

 

 

Jaguar Land Rover geeft impuls aan werkgelegenheid Verenigd Koninkrijk vanaf 2016

Autoconcern Jaguar-Land Rover gaat investeren in het Verenigd Koninkrijk. Het bedrijf is van plan tienduizend banen te scheppen voor de fabricage van onder andere elektrische auto’s. Deze fabricage moet in Engeland worden gedaan waardoor in da land tienduizend extra banen kunnen worden gerealiseerd. Jaguar-Land Rover is in handen van het Indiase Tata Motors. Dit bedrijf heeft bekend gemaakt dat ze de productie wil gaan verdubbelen. Momenteel is de productie nog een half miljoen auto’s per jaar maar dat moet stijgen naar een miljoen auto’s per jaar. Dit maakte de Financial Times bekend.

Volgens topman Ralf Speth kan het personeelsbestand van het bedrijf worden verdubbeld als ook de productie verdubbeld. Dit benoemde hij tijden een bijeenkomst. De voorgenomen plannen van Jaguar zijn opmerkelijk als je kijkt naar de gemiddelde reacties die op de Brexit worden gegeven. Veel bedrijven aarzelen om in Engeland te investeren en sommige ondernemingen willen zelfs vertrekken uit het Verenigd Koninkrijk. Jaguar laat een heel ander beeld zien dit bedrijf wil juist investeren en dat is goed nieuws voor Engeland en de Engelse bevolking.

Wat is arbeidsparticipatie?

Arbeidsparticipatie is een woord dat wordt gebruikt om aan te geven welk deel van een bevolking actief deel neemt aan het arbeidsproces. Men zou ook kunnen zeggen dat de arbeidsparticipatie het werkende deel van een bepaalde bevolking is. Meestal geeft men bij het bepalen van de arbeidsparticipatie bepaalde kaders aan. Dit kunnen bijvoorbeeld leeftijdscategorieën zijn maar ook bepaalde regio’s. Als men het heeft over arbeidsparticipatie heeft men het ook vaak over de bruto arbeidsparticipatie en de netto arbeidsparticipatie. Deze termen zijn hieronder van een uitleg voorzien.

Bruto arbeidsparticipatie
Met de bruto arbeidsparticipatie doelt men op het deel van een bevolking dat tot de beroepsbevolking hoort. Deze mensen worden ook wel de beroepsgeschikte bevolking genoemd. Ook hierbij heeft men het over leeftijden. Dit zijn in Nederland mensen in de leeftijdscategorie van 15 tot 65 jaar die reeds in bezit zijn van een betaalde baan van minimaal 12 uur per week. Ook de personen binnen deze leeftijdsgroep die op zoek zijn naar een betaalde baan voor minimaal 12 uur per week worden tot de bruto arbeidsparticipatie gerekend. De werklozen die werk zoeken worden dus meegerekend bij de bruto arbeidsparticipatie.

Netto arbeidsparticipatie
De netto arbeidsparticipatie is het deel van de beroepsgeschikte bevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft en dus daadwerkelijk aan het arbeidsproces deelneemt. Bij de netto arbeidsparticipatie rekent men de werklozen niet mee. Daarom is het percentage van de bruto arbeidsparticipatie hoger dan het percentage van de netto arbeidsparticipatie dat is berekend over een bepaalde bevolkingsgroep, land of regio.

Hoge arbeidsparticipatie is gewenst
De meeste politieke partijen wensen een hoge arbeidsparticipatie omdat daardoor meer inkomstenbelasting binnenkomt. Hoe meer mensen werken hoe beter het is voor de ‘schatkist’ van de overheid. Ook kost een hoge werkloosheid veel geld. Een grote groep werklozen krijgen namelijk een WW-uitkering en dat kost de overheid geld.  Daarnaast is een hoge arbeidsparticipatie belangrijk om de kosten voor de vergrijzing te betalen.

Wat beïnvloed de arbeidsparticipatie?
Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de arbeidsparticipatie van een bepaalde bevolking. Een factor is bijvoorbeeld de studieduur. Mensen die lang studeren stromen later uit op de arbeidsmarkt. Ook de pensioenleeftijd en de leeftijd waarop men met de VUT kan gaan spelen een rol. Dit is de leeftijd waarop men aanspraak kan maken op pensioen of een VUT regeling  en dus kan uitstromen van de arbeidsmarkt. Verder is ook de arbeidsongeschiktheid een factor. In een populatie met veel arbeidsongeschikten zullen ook veel mensen niet geschikt zijn om arbeid te kunnen uitvoeren. Dit zijn in feite arbeidsongeschikten. Deze dient men in mindering te brengen op de beroepsbevolking en beroepsgeschikte bevolking .

Arbeidsparticipatie neemt toe in derde kwartaal 2016

In het derde kwartaal van 2016 is de arbeidsparticipatie in de meeste provincies in Nederland toegenomen ten opzichte van hetzelfde kwartaal in het jaar 2013. Er was echter wel sprake van verschillen tussen de provincies. De provincies Noord-Holland en Zeeland lieten vooral een toename zien in de arbeidsparticipatie. De arbeidsparticipatie is het aantal mensen van een bevolking dat deelneemt aan het arbeidsproces. Men zou kunnen zeggen dat de arbeidsparticipatie dat deel van de bevolking is dat betaald werk heeft.

De provincie Utrecht is de provincie waar de meeste mensen aan het werk zijn. In Utrecht was 69,1 procent van alle inwoners in de leeftijd van 15 tot 75 jaar aan het werk. In de provincie Groningen was de arbeidsparticipatie ten opzichte van alle provincies het laagst. Daar was sprake van een arbeidsparticipatie van 62,9 procent. De overige provincies vielen binnen deze twee percentages. De arbeidspercentage moet verder omhoog maar dit is van veel verschillende factoren afhankelijk. De economie maar ook de politiek hebben een grote invloed op de werkgelegenheid.

Aantal openstaande vacatures neemt toe in Nederland eind 2016

De arbeidsmarkt in Nederland lijkt gezonder te worden. Tijdens de economische crisis was het aanbod van beschikbare werklozen ongezond hoog. Nu de economie tekenen van herstel aan het vertonen is komt de vraag en het aanbod van personeel op de arbeidsmarkt meer in balans. Daardoor kunnen ook meer mensen aan een baan komen. Het herstel op de arbeidsmarkt blijkt ook in het aantal openstaande vacatures. Dit aantal neemt in alle provincies van Nederland toe.

In kwartaal drie van 2016 stonden er in heel Nederland 159.000 vacatures open. Dit aantal vacatures ligt zeventig procent hoger dan in het derde kwartaal van 2013. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, die deze cijfers publiceerde, is ook de spanning op de arbeidsmarkt toegenomen. Volgens het statistiekbureau is het aantal werklozen per openstaande vacature hoger. Dit verschilt echter per provincie. In Zeeland heeft men bijvoorbeeld bijna net zoveel vacatures als werklozen. De arbeidsmarkt is in die provincie bijna in balans. In Zuid Holland is dit echter niet het geval, in die provincie is het aantal werklozen ten opzichte van de vacatures een verhouding van vijf werklozen ten opzichte van 1 vacature.

Werkloosheid daalde in alle provincies in kwartaal 3 van 2016

In het derde kwartaal van dit jaar is de werkloosheid in  alle Nederlandse provincies afgenomen ten opzichte van het derde kwartaal drie jaar geleden. Hoewel het verschil in alle provincies merkbaar was viel het op dat met name in de provincies Friesland, Limburg en Flevoland behoorlijk groot was. Dit bericht werd bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op vrijdag 25 november 2016.

In kwartaal drie van 2016 werd door het CBS een werkloosheidspercentage gemeten van 5,6 procent. Dit houdt in dat in dit kwartaal 5,6 procent van de Nederlandse beroepsbevolking werkloos was. In kwartaal drie was het werkloosheidspercentage was het hoogste in de provincie Groningen en het laagste in de provincie Zeeland. Dat de werkloosheid in Nederland aan het afnemen is kan men beschouwen als een stap in de goede richting. Ondanks dit positieve nieuws is de werkloosheid in Nederland nog altijd op een hoger niveau dan het werkloosheidspercentage voor de economische crisis.

Bergers halen ook staal van wrakken uit de Noordzee

In november 2016 werd duidelijk dat een aantal wrakken van de Nederlandse marine waren verdwenen van de zeebodem in de Javazee. Het werd duidelijk dat deze wrakken waren geplunderd door bergers. Deze bergers hebben de wrakken in delen van de scheepsbodem opgetakeld omdat ze het staal voor veel geld willen verkopen. In Nederland werd geschokt gereageerd op dit bericht. Scheepswrakken op de zeebodem die menselijke resten bevatten worden beschouwd als zeemansgraven en moeten daarom met rust worden gelaten.

Het beschermen van deze wrakken in internationale wateren is echter lastig. Voor Indonesische bergingsbedrijven kunnen de schepen die op de zeebodem van de Javazee liggen een minder grote emotionele en historische waarde hebben dan voor de Nederlandse regering en de nabestaanden. Daarom zijn er bergingsbedrijven in Indonesië die de brutaliteit hebben om vanuit een winstoogmerk de schepen te plunderen voor staal.

Het bergen van scheepswrakken blijkt echter niet alleen in de Javazee te gebeuren. Tijdens een rondgang van NOS op 3 hadden verschillende amateurduikers aangegeven dat ook in de Noordzee scheepswrakken worden geplunderd door bergers. Ook een maritiem archeoloog, die tijdens het onderzoek werd benaderd, bevestigd dit. Amateurduiker Ben Stiefelhagen geeft aan dat in de Noordzee ook scheepswrakken zijn beschadigd door grote grijpers. Onderwaterfotograaf Cor Kuyenhoven is er ook zeker van dat bergers actief zijn om illegaal met grote grijpers delen van schepen af te breken.

Het metaal van deze schepen levert veel geld op. De heer van  Kuyenhoven heeft als onderwaterfotograaf verschillende foto’s gemaakt van schepen die zijn beschadigd door de grijpers van bergers. Een aantal van de gehavende schepen ligt al ruim honderd jaar op de bodem van de Noordzee. Er wordt wel met grijpers metaal van de zeebodem afgehaald. Wouter Waldus is maritiem archeoloog van ADC Maritiem. Ook hij geeft aan dat er grijpers worden gebruikt om gedeelten van schepen af te breken door bergingsbedrijven. Dit gebeurd volgens hem in de Noordzee echter wel veel minder veelvuldig als in Indonesië

Vanaf juli 2016 is de nieuwe erfgoedwet van kracht. In deze wet is bepaald dat men niets uit een scheepswrak mag verwijderen. Voor de handhaving van de wet is de Rijksdienst Cultureel Erfgoed verantwoordelijk. Deze instantie geeft aan dat het moeilijk is om de gehele Noordzee te controleren op het naleven van de erfgoedwet.

Vertrouwen bouwondernemers op recordniveau in derde kwartaal 2016

Het gaat goed met de bouw in Nederland. Verschillende bouwondernemingen hebben veel nieuwe projecten gescoord de afgelopen maanden. Dat zorgt er voor dat het vertrouwen in de bouwsector aan het toenemen is. In kwartaal 3 van 2016 is het vertrouwen van bouwondernemers op een recordhoogte beland. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde donderdag 24 november 2016 gegevens over de ontwikkelingen in de bouwsector. Hieruit komt naar voren dat in het derde kwartaal van 2016 voor het eerst in een jaar sprake was van een stijging in het aantal nieuwbouwwoningen waarvoor een bouwvergunning is afgegeven.

In het derde kwartaal werd een vergunning afgegeven voor de bouw van ongeveer 14.000 nieuwe woningen. Dit is ongeveer 31 procent meer dan in dezelfde periode in 2015. Volgens het CBS krijgt de bouwsector door deze bouwvergunningen een nieuwe impuls. Dit is gunstig terwijl de bouwsector in Nederland al heel goed draait. De ondernemers in de bouwsector zijn optimistisch. Ze verwachten dat de omzet in het laatste kwartaal van 2016 verder zal groeien. Daarnaast denkt ook een groot aantal bouwondernemers dat er extra personeel zal moeten worden aangenomen voor de projecten die op de planning staan.

Dat is natuurlijk goed nieuws voor de werkzoekenden die graag aan de slag willen in de bouw. Ook uitzendbureaus in de bouw krijgen het de komende tijd waarschijnlijk drukker. Deze bureaus hebben het op dit moment al moeilijk met het vinden van de juiste kandidaten voor vacatures in de bouw. Het beschikbare bouwpersoneel op de arbeidsmarkt neemt namelijk af.