Wat is wrijvingsroerlassen en waar wordt dit lasproces toegepast?

Wrijvingsroerlassen wordt in het Engels Friction Stir Welding genoemd en wordt daarom ook wel afgekort met FSW. In het Nederlands wordt dit lasproces wrijvingsroerlassen genoemd. Dit lasproces wordt voornamelijk toegepast voor het maken van lasverbindingen in aluminium. Daarnaast wordt het lasproces ook gebruikt voor het maken van lasverbindingen in kunststoffen.

Geen smeltbad
Tijdens het wrijvingsroerlassen wordt het materiaal van het werkstuk niet gesmolten tot een smeltbad in tegenstelling tot de meeste andere lasprocessen. In plaats daarvan wordt het materiaal aan elkaar gekneed. Daarvoor wordt het materiaal in een soort deegachtige vorm gebracht tijdens het wrijvingsroerlassen. Het wrijvingsroerlassen is nog maar sinds korte tijd in gebruik als men dit lasproces vergelijkt met andere lasprocessen. Het werd uitgevonden in december 1991 door Wayne Thomas en collega’s van The Welding Institute in Cambridge in Groot-Brittannië. Doordat The Welding Institute het lasproces heeft ontwikkelt zijn zij de houders van een aantal octrooien over dit lasproces.

Hoe wordt wrijvingsroerlassen uitgevoerd?
Tijdens het wrijvingsroerlassen wordt, zoals eerder is aangegeven, geen smeltbad gecreëerd. Het materiaal wordt in een deegachtige vorm gebracht. Daardoor hoeft men ook het materiaal van het werkstuk veel minder te verhitten dan men bij andere lasprocessen doet. Door de wrijvingswarmte tijdens het lasproces verandert het materiaal tijdelijk in een plastisch vervormbaar deegachtig materiaal. Het voordeel van dit proces is dat men door de vrij lage temperatuur een groot deel van de kristalstructuur van het materiaal kan behouden.

Tijdens het wrijvingsroerlassen van aluminium wordt de oxidehuid van aluminium naar buiten gedrukt. Hierdoor kan een goede sterke lasverbinding ontstaan. Doormiddel van wrijvingsroerlassen kan men verschillende materialen aan elkaar verbinden. Het is zelfs mogelijk om ongelijke materialen aan elkaar te verbinden tijdens het wrijvingsroerlassen. Daarbij moet men wel in de gaten houden dat men afhankelijk is van de chemische samenstelling van de toegepaste materialen. Als het ene materiaal sterker of elastischer is dan het andere materiaal heeft dat gevolgen voor de mechanische belastbaarheid van de lasverbinding.

Keyholelassen en druklassen
Het wrijvingsroerlassen behoort tot het druklassen. Daarnaast kan men het lasproces ook vergelijken met het keyholelassen. Bij keyholelassen wordt echter veel meer warmte toegepast dan bij wrijvingsroerlassen. Daarnaast maakt men bij wrijvingsroerlassen geen gebruik van een beschermgas.

Men moet echter net als bij keyholelassen de te lassen werkstukdelen stijf tegen elkaar drukken. Daarbij mag geen opening of lasnaad ontstaan. Men gaat vervolgens met een soort lastoorts met een constante snelheid ronddraaien bovenop het werkstuk. Deze lastoorts kan een verschillende vorm hebben. De vorm van de lastoorts is afhankelijk van de toepassing. De lastoorts kan echter zowel boven als onder op het werkstuk worden gedrukt. Tegelijk is ook mogelijk. In het laatste geval bevat de lastoorts een soort flens die de bovenkant en de onderkant van het werkstuk tijdens het wrijvingslassen volgt.

Deze lastoorts draait niet alleen rond, de lastoorts wordt ook met een constante snelheid over het werkstuk heen verplaatst. Doordat de werkstukdelen stijf tegen elkaar worden gedrukt en bovendien worden verhit door de lastoorts worden de delen van het werkstuk die elkaar raken plastisch vervormbaar. Er ontstaat geen smeltbad maar de raakvlakken van de werkstukdelen worden in een deegachtige vorm in elkaar gekneed. Voor de lastoorts wordt het materiaal deegachtig gemaakt en achter de lastoorts gaat het materiaal stollen. Hierdoor ontstaat een onuitneembare lasverbinding.

Waar wordt wrijvingsroerlassen toegepast?
Wrijvingsroerlassen wordt onder andere in de scheepsbouw toegepast. Daarnaast wordt wrijvingsroerlassen ook in de offshore toegepast. Men kan bij de toepassing dekken aan de bouw van schepen zoals het verbinden van huidplaten aan de spanten. Verder kan men dekpanelen aan elkaar lassen doormiddel van wrijvingsroerlassen. Het lasproces wordt ook in de luchtvaartindustrie gebruikt voor het bevestigen van aluminium vliegtuigdelen.

Verder wordt wrijvingsroerlassen toegepast in de autoindustrie voor bijvoorbeeld motorkappen, deuren en brandstoftanks. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De toepassing van wrijvingsroerlassen is zo breed dat men deze zelfs gebruikt in de ruimtevaart en nucleaire technologie. oerlassen toegepast in de autoindustrie voor bijvoorbeeld motorkappen, deuren en brandstoftanks. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De toepassing van wrijvingsroerlassen is zo breed dat men deze zelfs gebruikt in de ruimtevaart en nucleaire technologie. sroerlassen is zo breed dat men deze zelfs gebruikt in de ruimtevaart en nucleaire technologie.

Wat is keyholelassen of dieplassen en waar wordt dit lasproces voor gebruikt?

Keyholelassen wordt ook wel dieplassen genoemd. Voor deze manier van lassen kan men verschillende lasprocessen gebruiken. Men kan bijvoorbeeld keyholelassen doormiddel van laserlassen, elektonenbundellassen plasmalassen en wrijvingsroerlassen. Tijdens het lassen ontstaat een gat in het werkstuk in de vorm van een sleutelgat. Daar is de naam keyholelassen van afgeleid.

Waar wordt keyholelassen toegepast?
Keyholelassen is een lasproces dat wordt gebruikt voor het lassen van zeer dikke plaat of buis. Doormiddel van keyholelassen kan men een diepe doorlassing maken en is de kans op insluitsels gering. Men kan tot een diepte van enkele centimeters een lasnaad aanbrengen. Als men elektronenbundellassen toepast, dit proces wordt gekort tot EBW van het Engelse Electron Beam Welding, kan men zelfs tot op een diepte van 30 cm een lasnaad aanbrengen. Men kan met keyholelassen ook materialen lassen die voorzien zijn van een beschermlaag zoals gegalvaniseerd staal.

Hoe wordt keyholelassen uitgevoerd?
Men kan keyholelassen met lasmethodes waarbij de energie tot ver in het werkstuk kan doordringen. Bij keyholelassen wordt net als bij de meeste andere lasprocessen een beschermgas toegepast. Voordat men gaat lassen worden de werkstukdelen stijf tegen elkaar aan geklemd. Er mag geen lasnaad ontstaan en geen opening. Er wordt tijdens het keyholelassen geen toevoegmateriaal gebruikt. Men kan daardoor geen openingen opvullen tijdens het lassen. In bepaalde gevallen kan men wel lastoevoegmateriaal gebruiken maar dan zal men de toevoersnelheid en de plaats van de toevoer nauwkeurig moeten bepalen. Deze aspecten zijn namelijk van groot belang voor het lasproces en de kwaliteit van het resultaat.

Men gebruikt tijdens het keyholelassen een energiebundel zoals een elektronenbundel. Deze wordt loodrecht op het werkstuk aangebracht en smelt de beide werkstukdelen aan elkaar vast. Een klein deel van het werkstuk wordt verdampt tot plasma. Dit plasma zorgt voor een gaatje dat door het werkstuk heen ontstaat. Dit gaatje lijkt op een soort sleutelgat waar de naam keyholelassen aan is ontleent.

Er moet tijdens het lasproces voldoende plasma worden gevormd om er voor te zorgen dat de gasdruk van de plasma de oppervlaktespanning van het smeltbad kan weer staan. De plasma zorgt er dus voor dat het keyhole blijft bestaan. De keyhole wordt echter voordurend verplaatst doordat de elektronenbundel zich verplaatst. Aan de voorkant van deze bundel wordt nieuw werkstukmateriaal gesmolten terwijl aan de achterkant van deze bundel het materiaal gaat stollen. Tijdens dit stollen, of uitharden van materiaal, ontstaat een stevige onuitneembare lasverbinding.

Uitleg termen zuivellasser en zuivellas

De termen zuivellas en zuivellasser worden soms gebruikt in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Deze termen worden regelmatig uitgesproken als men het heeft over lasverbindingen die in deze industrie worden aangebracht in bijvoorbeeld leidingen. Toch kan men niet zeggen dat de term zuivellas en zuivellasser tot een officieel vakjargon  behoren. De termen zijn meer door de jaren heen ontstaan. Iemand die werkzaam is in de zuivelindustrie of zuiveltechniek weet echter wel wat onder een zuivellas en een zuivellasser wordt verstaan. Op technischwerken.nl zijn specifieke teksten over dit onderwerp geschreven en gepubliceerd. Daarom is hieronder een korte omschrijving gegeven dan deze termen.

Zuivellas
Een zuivellas is een lasverbinding die door een lasser wordt aangebracht in een zuivelinstallatie. Meestal wordt een zuivellas aangebracht tussen twee rvs-leidingen of leiding delen. Men kan bijvoorbeeld ook een zuivellasverbinding maken tussen een hoekstuk en een T-stuk en een rvs-leiding. Een zuivellas moet aan een aantal strenge eisen voldoen. De lasverbinding moet waterdicht en luchtdicht zijn. Bovendien moet de lasverbinding aan de binnenkant goed zijn doorgelast. Dit houdt in dat het smeltbad goed moet zijn uitgevloeid zodat er geen gaten in de lasverbinding zijn ontstaan en bovendien geen opstaande rand aanwezig is. Achter een opstaande lasnaad kunnen namelijk bacteriën zich nestellen waardoor de zuivel die door de leidingen heen stroom besmet kan worden. Dat moet voorkomen worden door een zuivellasverbinding.

Zuivellasser
Een zuivellasser wordt ook wel een fotolasser genoemd. In feite gaat het hierbij om een lasser die gecertificeerd is om lasverbindingen aan te brengen in zuivelleidingen. Dit doet een zuivellasser meestal met een TIG lastoestel omdat de meeste zuivelleidingen van roestvaststaal zijn gemaakt. Tijdens het TIG lassen wordt het smeltbad beschermt met een inert gas zoals argon. Daardoor wordt de las niet vervuild en kan een hoogwaardige kwaliteit worden geleverd. De zuivellasser haalt zijn of haar lascertificaat nadat hij of zij een lasproef heeft gehaald. Voor deze lasproef wordt een werkstuk gemaakt onder toeziend oog van een onafhankelijke getuige. Vervolgens wordt de lasverbinding visueel gekeurd en daarna naar een laboratorium gezonden. Daar wordt de las aan een aantal testen onderworpen. Een voorbeeld van een test is het maken van röntgenfoto’s. Hiermee kan men in de las kijken of de las gelijkmatig is en er geen insluitingen zijn ontstaan. Als de lasser deze test heeft gehaald krijgt deze een lascertificaat. Als de las met röntgenfoto’s is getest  zegt men ook wel dat de lasser op fotoniveau kan lassen of een fotolasser is.

Wat is een zuivellas?

De term zuivellas hoor je soms voorbij komen in de zuivelindustrie. Feitelijk bestaat er geen zuivellas omdat men zuivel en zuivelproducten eenvoudigweg niet kan lassen. Met een zuivellas bedoelt men over het algemeen een lasverbinding in een installatie of zuivelleiding. Een zuivelleiding is een leiding die gemaakt is van corrosievast metaal zoals roestvaststaal (RVS). Deze leidingen kan men op verschillende manieren aan elkaar verbinden. De verbindingsmethoden van leidingen kan men opdelen in uitneembare verbindingen en niet-uitneembare verbindingen. Een uitneembare verbinding van zuivelleidingen komt tot stand door gebruik te maken van zogenoemde zuivelkoppelingen. Een niet-uitneembare verbinding komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan lasverbindingen in de zuivelindustrie zijn zeer strenge eisen verbonden. Dit heeft te maken met het feit dat men in de zuivelindustrie voedsel produceert. In de volgende alinea kan men meer lezen over de zuivelindustrie.

Zuivelindustrie
In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten. De basis voor deze zuivelproducten is meestal koeienmelk. Melk kan bederven en daarom zal men er in de zuivelindustrie alles aan doen om de melk en melkproducten zo veilig mogelijk te verwerken. Op die manier kan de voedselveiligheid worden gewaarborgd en kan men bovendien kwalitatief hoogwaardige producten produceren. De zuivelindustrie van Nederland behoort tot de beste zuivelindustrieën ter wereld.

Het feit dat Nederlandse zuivel hoog aangeschreven staat in de wereld vereist wat van de technologie die wordt aangewend om zuivelproducten te produceren. Men moet voortdurend op zoek naar technologische oplossingen om zuivel beter, sneller en kwalitatief hoogwaardiger te verwerken. De machines en leidingen die daarbij worden gebruikt moeten aan een hoge kwaliteit voldoen. Ook de verbindingen die men daarbij aanbrengt moet aan bepaalde eisen voldoen. Een voorbeeld van deze verbindingen is de zuivellas. Daarover is in de volgende alinea meer informatie weergegeven.

Zuivellas
Een zuivellas is een las die aan een aantal eisen voldoet. Deze eisen houden niet alleen verband met de mechanische belastbaarheid van de las. Een zuivellas moet dusdanig worden aangebracht dat men er vanuit kan gaan dat deze een onderdeel kan vormen van een hygiënische installatie. De leidingen die men in de zuivelindustrie toepast zijn meestal gemaakt van roestvaststaal (RVS). Dit materiaal is corrosievast en dat houdt in dat de leidingen niet roesten. Hierdoor wordt vervuiling van de melk en melkproducten voorkomen.

Als er las in deze zuivelleidingen wordt aangebracht moet dat op dusdanige wijze gebeuren dat de zuivelleiding goed dicht is. Daarnaast moet de zuivellas een perfecte doorlas hebben. Dit houdt in dat de las goed moet vloeien aan de binnenkant van de leiding. De zuivel die door de leiding heen stroomt moet niet achter een opstaande rand achterblijven omdat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivelleiding moet daarom lasverbindingen bevatten die aan de binnenkant geen opstaande rand bevatten of gaatjes waarin bacteriën zich kunnen ontwikkelen. Pas als een las aan deze eisen voldoet kan men spreken van een zuivellas.

Hoe wordt een zuivellas gemaakt?
Een zuivellas wordt gemaakt doormiddel van een TIG lastoestel. Hierbij wordt vanaf de laselektrode een elektrische boog gecreëerd tussen het werkstuk en de elektrode. Deze elektrische boog is zo heet dat de laskanten van de zuivelleidingen gaan smelten, hierdoor ontstaat een smeltbad. De lasser kan vervolgens een lastoegvoegmateriaal in het smeltbad aanbrengen waardoor het smeltbad wordt vergroot. Als het smeltbad is afgekoeld ontstaat een stevige lasverbinding die niet-uitneembaar is. Er worden ook wel zuivellassen aangebracht zonder gebruik te maken van lastoevoegmateriaal. Dit worden ook wel vloeilassen genoemd. Vloeilassen worden meestal aangebracht in zuivelleidingen met een geringe wanddikte.

Fotolassen in de zuiveltechniek
Men spreekt van fotolassen in de zuiveltechniek wanneer de lassen voldoen aan zeer strenge eisen en bovendien gekeurd zijn. Als de hoogste kwaliteitseisen van toepassing zijn kan men van de lasser verlangen dat hij of zij gecertificeerd is voor het maken van bepaalde lassen. Een gecertificeerd lasser ben je niet zomaar. Een lasser zal eerst onder toezicht van een getuige een las conform een lasmethode moeten aanbrengen in een werkstuk. De lasverbinding in het werkstuk wordt eerst meestal visueel gecontroleerd. Daarna wordt het werkstuk opgestuurd naar een speciaal testlaboratorium waar de las aan een aantal proeven wordt onderworpen. Dit kunnen zowel destructieve proeven zijn in een Destructief Onderzoek (DO) als niet-destructieve proeven in een Niet Destructief Onderzoek (NDO). Voorbeelden van een Niet Destructief Onderzoek zijn röntgenfoto’s en geluidsgolven. De eerste onderzoeksmethoden, röntgenfoto’s, wordt in de praktijk vaak gebruikt. Als de las deze proef goed heeft doorstaan kan men op fotoniveau lassen. Dit wordt ook wel fotolassen genoemd. Iemand die op fotoniveau lassen kan aanbrengen wordt ook wel een fotolasser genoemd.

 

Wat doet een zuivellasser?

Zuivellasser is een benaming die soms wordt gebruikt voor lassers die in de zuivelindustrie werken. Niet iedereen gebruikt de benaming ‘zuivellasser’ voor lassers die in deze industrie werkzaam zijn. Desondanks is het belangrijk om wel te weten wat men onder een zuivellasser verstaat wanneer men het over dit beroep of deze functie heeft. Pas wanneer men weet wat er van een zuivellasser verwacht wordt kan men een duidelijk functieprofiel voor dit beroep opstellen en kan men aan de hand daarvan sollicitanten selecteren die in aanmerking willen komen voor dit beroep.

Wat zijn zuivellassen

Voordat men een duidelijk beeld kan krijgen over het beroep zuivellasser zal men eerst een beeld moeten krijgen van zuivellassen. Men kan namelijk verwachten dat het maken van zogenoemde ‘zuivellassen’  tot de kerntaken zal behoren van de zuivellasser. In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten.  Dit zijn voedingsmiddelen die gefabriceerd worden van koeienmelk.

Omdat zuivelproducten tot de voedingsmiddelen van mensen behoren zijn de eisen die aan deze producten worden gesteld zeer streng. De voedselveiligheid is van groot belang. Daarom doet men er alles aan om zuivelproducten veilig te produceren.  Dit gebeurt in zuivelfabrieken. In deze fabrieken zijn veel leidingen aangebracht waardoor vloeibare zuivelproducten heen worden gepompt.  Deze zuivelleidingen zijn gemaakt van een corrosievast materiaal, zoals roestvaststaal (RVS). De zuivelleidingen worden op verschillende manieren aan elkaar verbonden. Dit verbinden noemt men ook wel fitten. Een uitneembare verbinding tussen leidingen kan tot stand worden gebracht doir gebruik te maken van zogenaamde zuivelkoppelingen. Een onuitneembare verbinding tussen zuivelleidingen komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan deze lasverbinding worden hoge eisen gesteld. De las moet geheel waterdicht en luchtdicht zijn. Daarnaast moet de las gelijkmatig zijn en aan de binnenkant van de leiding goed vloeien zodat er geen opstaande rand ontstaat en geen gaatjes.  Achter een opstaande rand kunnen zich namelijk bacteriën hechten. Daardoor zou de zuivelleiding vervuild kunnen worden waardoor de voedselveiligheid in het geding kan komen.

Hoe komt een zuivellas tot stand?

Een zuivellas wordt doormiddel van het TIG proces tot stand worden gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektrische boog waarmee de laskanten van de leidingen onder hoge temperatuur tot smelten worden gebracht. De zuivellasser kan gebruik maken van lastoevoegmateriaal wat hij in het smeltband van het lasproces kan aanbrengen. Een ervaren zuivellasser kan echter ook zonder lastoevoegmateriaal zogenoemde vloeilassen aanbrengen. Dit zijn zeer smalle ondiepe lasverbindingen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor dunwandige zuivelleidingen.

TIG lassen wordt gedaan met een inert beschermgas. Dit gas zorgt er voor dat het smeltbad is beschermd en de las niet wordt vervuild. Een zuivellas wordt meestal tussen zuivelleidingen aangebracht. Daarnaast kunnen ook bochten en T-stukken doormiddel van een zuivellas aan een zuivelleiding worden verbonden. Verder kan men zuivelkoppelingen vastlassen aan de uiteinden van zuivelleidingen. Hierdoor kan de zuivelleiding aan een andere zuivelleiding met zuivelkoppeling worden gefit. Een zuivellas wordt soms met een camera aan de binnenkant gecontroleerd om na te gaan of de doorlas van acceptabel niveau is om de leiding voor de zuivelindustrie te gebruiken. Het werk van een zuivellasser kan zo worden gecontroleerd.

Hoe wordt je een gecertificeerde zuivellasser

Een zuivellasser brengt de hiervoor genoemde lassen aan in zuivelleidingen. Daarvoor kan een lascertificaat vereist zijn. Dit lascertificaat is persoonsgebonden.  Op een lascertificaat is aangeven voor welk lasproces de lasser gecertificeerd is en onder welke positie hij of zij de las heeft aangebracht tijdens de lasproef. De lasproef wordt gedaan onder toezicht van een onafhankelijke getuige. Nadat de las conform de lasmethode is aangebracht wordt het werkstuk gecontroleerd in een testlaboratorium. Daar wordt de las meestal aan een aantal testen onderworpen. Deze testen kunnen bestaan uit een Niet Destructief Onderzoek, zoals röntgenfoto’s en geluidsgolven maar Destructief Onderzoek komt ook voor zoals zaagsnedes en trekproeven. Bij Destructief Onderzoek wordt de lasverbinding tijdens het onderzoek vernietigd en bij Niet Destructief Onderzoek niet. Als de testen succesvol zijn verlopen wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport is de basis voor het lascertificaat. Zodra de lasser dit certificaat in handen heeft is hij of zij een gecertificeerde lasser.

Werkzaamheden van een zuivellasser

Het aanbrengen van een zogenaamde zuivellas is slechts een aspect van de werkzaamheden van een zuivellasser. Een zuivellasser doet zijn werk in de praktijk vaak onder wisselende omstandigheden.  Zo kunnen de zuivelleidingen ‘in het werk’ worden gelast, dit wordt ook wel ‘in positie lassen’ genoemd. Dit is complex werk omdat zuivelleidingen op verschillende plekken in een zuivelfabriek kunnen zijn aangebracht.  Daardoor zal de zuivellasser ook vaak in moeilijke hoeken zijn lassen aan moeten brengen. Bovendien moeten die lassen ook van hoogwaardige kwaliteit zijn. Een zuivellasser moet dus in alle omstandigheden kwaliteit leveren.

Eenvoudiger wordt het wanneer de lasser zijn zuivellas prefab kan aanbrengen aan bijvoorbeeld een werkbank. Bij het maken van prefab lassen kan de lasser zijn laspositie zelf bepalen en daardoor wordt het werk eenvoudiger en is het bovendien makkelijjer om aan de gewenste kwaliteit te voldoen. Vaak moet een zuivellasser zelf ook de laskanten bewerken van de zuivelleidingen zodat de las er goed in aangebracht kan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de vooropening. Dit is de plaats in de lasnaad waar de lasser begint met lassen. Een zuivellasser werkt in de praktijk vaak samen met een fitter. De fitter meet de leidingen in en legt indien nodig een hechtlas. De zuivellasser gaat achter de fitter aan om het werk oo zuivelniveau af te lassen. Sommige zuivellassers kunnen ook fitten maar die combinatie is zeldzaam.

Wat is een zuivellas in de zuivelindustrie?

De termen zuivellas en zuivellasser hoor je soms in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Hoewel deze termen regelmatig worden benoemd kan men niet zeggen dat ze tot een officieel vakjargon behoren. Het zijn meer termen die door de jaren heen zijn ontstaan. Hieronder zijn de termen zuivelindustrie en zuivellas nader omschreven. In een andere tekst op deze website is een duidelijke omschrijving gegeven van het beroep ‘zuivellasser’.

Wat is de zuivelindustrie

Zuivelproducten behoren tot de voedingsmiddelenindustrie. Deze industie is opgedeeld in verschillende segmenten of sectoren. De zuivelindustrie is slechts een van deze sectoren. In de zuivelindustrie worden voornamelijk voedingsmiddelen gemaakt van (koeien)melk. Daaraan zijn strenge eisen verbonden.  De voedselveiligheid is in Nederland een belangrijk aspect van de bedrijfsvoering in de voedingsmiddelenindustrie.  Dit houdt in dat er alles aan gedaan moet worden om de kwaliteit en veiligheid van voedsel te waarborgen. Zuivelfabrieken worden onder strenge eisen gebouwd en in gebruik genomen.  Alle instrumenten,  installaties en werktuigen binnen de zuivelindustrie moeten streng gecontroleerd worden. Pas dan kan men veilig voedsel produceren. In de zuivelindustrie produceert men niet alleen melk. Ook andere producten zoals kaas, yoghurt en vla worden in de zuivelindustrie geproduceerd.

Wat is een zuivellas?

Een zuivellas bestaat eigenlijk niet in de letterlijke zin. Zuivelproducten kan men niet lassen. Wel zijn in de zuivelindustrie veel leidingen geplaatst in fabrieken waar zuivelproducten in vloeibare vorm doorheen stromen zoals bijvoorbeeld melk. De leidingen moeten goed schoongemaakt en schoon gehouden kunnen worden om de groei van schadelijke bacteriën en schimmels tegen te gaan. Daarom worden in de zuivel speciale zuivelkoppelingen gebruikt om zuivelleidingen aan elkaar te verbinden. Verbindingen doormiddel van een zuivelkoppeling zijn uitneembaar. Soms is het vereist dat er een onuitneembare verbinding wordt gemaakt zoals een lasverbinding. Deze lasverbindingen worden meestal tussen twee roestvaststalen leidingen gemaakt. Deze roestvaststalen (RVS) leidingen kunnen een verschillende diameter en wanddikte hebben. Meestal is de wanddikte van deze leidingen slechts een paar millimeter.

Zuivelleidingen worden meestal doormiddel van het TIG lasproces aan elkaar gelast. Bij TIG lassen gebruikt men een inert gas waardoor het smeltbad goed beschermd is tegen schadelijke invloeden van de omringende lucht. Niet alleen het smeltbad moet goed beschermd zijn. Ook de las moet aan de binnenkant goed vloeien. Er moet sprake zijn van een goede doorlas. Er mag aan de binnenkant van de leiding geen opstaande lasnaad aanwezig zijn en er mogen ook geen gaten of andere oneffenheden in de las aanwezig zijn om dat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivellas is dus in feite een TIG las die op een dusdanig niveau is aangebracht dat deze in de zuivelindustrie gebruikt mag worden in een zuivelinstallatie. Vaak moet men voor het aanbrengen van een zuivellas van te voren kunnen aantonen dat men over een voldoende lasniveau beschikt. Men moet dus een gekwalificeerde lasservzijn. Deze lassers dienen over het algemeen een lascertificaat te hebben.

Lascertificaat in de zuivelindustrie

Op het lascertificaat staat aangegeven welk materiaal de lasser mag lassen. Dit is niet alleen de staalsoort,  ook de plaatdikte is aangegeven. Ook het lasproces is genoteerd op het lascertificaat evenals het gebruikte beschermgas en het toevoegmateriaal. De laspositie is conform Europese Norm meestal HL45. Dat staat voor een hoeklas van een pijp of buis onder 45 graden. Een lasser krijgt pas een lascertificaat wanneer hij of zij de voorgeschreven las zelfstandig in ern proefstuk heeft aangebracht onder toezicht van een zogenoemde ‘getuige’, De las wordt vervolgens ook nog gecontroleerd door bijvoorbeeld een röntgenfoto.  Daarom worden zuivellassen ook wel fotolassen genoemd of lassen op fotoniveau.

Olieproductie OPEC op record in januari 2016

De olieproductie van oliekartel OPEC lijkt maar niet af te zwakken. In januari 2016 is de olieproductie van alle OPEC-landen gezamenlijk opnieuw naar een record gestegen.  In januari is het hoogste productieniveau ooit bereikt. De olieproductie van de OPEC blijft onverminderd hoog ondanks de sterk gedaalde olieprijzen. Dit bericht werd bekend gemaakt door het financieel persbureau Bloomberg. Deze publiceerde het nieuws op basis van eigen berekeningen.

De olieproductie van de OPEC kwam in januari uit op 33,1 miljoen vaten per dag. Dit is een stijging van 48.000 vaten. In dit productieniveau is ook de productie meegenomen van Indonesië. Dit land is per 1 januari weer lid geworden van de OPEC na zeven jaar afwezigheid.

Een andere ontwikkeling is het wegvallen van de economische sancties tegen Iran waardoor het land haar olieproductie weer een nieuwe impuls heeft gegeven. De olieproductie van het belangrijkste OPEC-lid Saudi-Arabië daalde echter.

Met een hoge olieproductie wil de Opec zijn marktaandeel beschermen. Bovendien wil de OPEC de Amerikaanse olieproducenten onder druk zetten. De poductiekosten van Amerikaanse olieproducenten zijn hoger dan de productiekosten van de landen die behoren tot de OPEC. Er is een overaanbod aan olie ontstaan op de oliemarkt. De olievoorraden nemen toe en de prijs vliegt onderuit. De prijs van een vat olie is op het laagste niveau in twaalf jaar.

Reactie van Technisch Werken

Het einde van de daling van de olieprijs is nog niet in zicht. De prijs vliegt onderuit en olieproducten worden goedkoper.  Dat blijkt ook uit de berichten van petrochemische industrie.  Bedrijven in deze sector krijgen het moeilijker. De brandstoffen worden echter wel goedkoper en dat is voor verschillende sectoren weer interessant zoals de transportsector.  Ook de consument en werknemer die met de auto naar het werk rijdt is de lage brandstofprijs een welkome kostenbesparing.

Afzetprijzen Nederlandse industrie in december lager dan in 2014

De afzetprijzen van de Nederlandse industrie vielen in december 2015 lager uit dan in dezelfde maand in 2014. Dit werd vrijdag 29 januari 2016 gemeld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De maand daarvoor, in november 2015, lagen de afzetprijzen bijna 7 procent lager dan november 2014.

Oorzaak van de daling
Een belangrijke oorzaak van de daling in de afzetprijzen ligt in de ontwikkelingen in de petrochemische sector. De olieprijs daalt wereldwijd door de enorme productie ten opzichte van de afnemende vraag naar olie. Hierdoor is er een overaanbod aan olie op de markt. Er lijkt nog geen einde te komen aan de prijsdaling van olie. Toch was de prijsdaling van olie op jaarbasis in december 2015 wat kleiner dan in de maand november van vorig jaar.

Olieproducten goedkoper
Door het overaanbod van olie op de markt worden olieproducten goedkoper. Ten opzichte van 2014 waren de olieproducten in december van 2014 ruim 24 procent goedkoper. In november was de prijsdaling 28 procent. Als men de aardolie-industrie achterwege laat bij de prijsdaling in de industrie dan komt de prijsdaling uit op 2,4 procent. Producten uit de chemische industrie waren 9,4 procent goedkoper dan in 2014. De producten die werden geproduceerd in de voedingsmiddelenindustrie waren ruim 1 procent goedkoper dan een jaar geleden.

Basismetaalindustrie
In de basismetaalindustrie kwamen de prijzen ook 5 procent lager uit. De metaalproducten kwamen in december eveneens op een lager prijsniveau dan in 2014 aldus het CBS. In andere segmenten nam het prijsniveau iets toe. In de machinebouw stegen de prijzen evenals de prijzen in de auto-industrie, de kunststofindustrie en de rubberindustrie.

Reactie van Technisch Werken
De petrochemische sector hersteld zich nog niet maar andere segmenten doen het langzaam maar zeker beter in de industrie. Er worden weer nieuwe investeringen gedaan. Dit blijkt ook uit een stijging in de vraag naar personeel voor fabrieken zoals operators en productiepersoneel. Verder worden er nog veel medewerkers voor de technische dienst gevraagd. Hierbij gaat de voorkeur voor veel bedrijven uit naar allround technische dienst medewerkers die zowel mechanische als elektrotechnische storingen kunnen oplossen. Veel van deze aanvragen komen binnen bij technische uitzendbureaus en uitzendbureau die gericht zijn op de industrie. Deze uitzendbureaus kunnen daardoor snel werkzoekenden aan een baan helpen.

Nederlandse Volkswagenimporteur roept dieselmodellen terug in februari 2016

D Nederlandse importeur van Volkswagen is in januari 2016 begonnen met het terugroepen van dieselmodellen. Het gaat hierbij om dieselvoertuigen die zijn uitgerust met de zogenoemde sjoemelsoftware. Met deze software worden de testresultaten van de diesels gemanipuleerd en dat is verboden.

De meeste dieselwagens kunnen met een eenvoudige software-update weer aan de eisen voldoen. Daardoor kunnen veel van de teruggeroepen voertuigen binnen een uur weer de garage uitrijden.

Importeur Pon geeft aan dat het eerste model dat aan de beurt komt de Volkswagen Amarok is. Deze auto is uitgerust met eenn2.0 liter TDI-motor. De andere dieselmodellen van Volkswagen worden gefaseerd vanaf de maand februari teruggeroepen om te worden aangepakt. Volkswagen-rijders krijgen bericht wanneer ze met hun auto naar de garage kunnen gaan voor de softwareverandering. In Nederland zouden ongeveer 160.000 diesels van Volkswagen rondrijden met software die de stikstofuitstoot in testen manipuleert. De sjoemelsoftware zorgt voor gunstiger testresultaten dan de praktijk. In de toekomst zullen auto’s aan testen worden onderworpen die de praktijk zo goed mogelijk nabootsen.

Reactie van Technisch Werken

De grote ‘schoonmaakactie’ van Volkswagen is begonnen. De auto’s moeten eerst worden ontdaan van manipulerende software maar daarna zullen ze wel weer opnieuw getst moeten worden. Dat kost Volkswagen wel veel geld. Het bedrijf moet er alles aan doen om dan uitstekende testresultaten te halen. Daarbij moet natuurlijk onder ‘alles’ alleen het juridisch en technisch juiste worden verstaan en geen gesjoemel meer.

Banen weg bij NAM in 2016

In 2016 verdwijnen er banen bij de NAM. Dit komt door de bezuinigingsmaatregelen die de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) doorvoert. Naar verwachting gaan meer banen verloren dan in 2016 is gemeld. Dit heeft topman Gerald Schotman van het gaswinningsbedrijf op donderdag 28 januari 2016 gemeld op een persbijeenkomst in Amsterdam. De topman maakte het bericht bekend zonder concrete cijfers te noemen.

Door productiebeperkingen in Groningen gaat de NAM snijden in de kosten. Deze productiebeperkingen zijn het gevolg van aardbevingen in Groningen.  Men verwacht dat met een beperking van de gaswinning het aantal aardbevingen in Groningen af zal nemen. Daarom draaide de regering de gaskraan iets verder dicht. Verder heeft de NAM ook te maken met de gevolgen van een sterke daling van de gasprijs en olieprijs. In september 2015 ging de NAM nog uit van 1800 banen die zouden verdwijnen bij partners van de NAM voor het einde van 2016. Deze partners zijn bedrijven waar de NAM werk aan uitbesteed. Bij de NAM zouden ongeveer 190 van de 2.250 arbeidsplaatsen worden geschrapt.

Reactie van Technisch Werken

De daling van de gasproductie heeft natuurlijk gevolgen voor de NAM. Daar ontkom je helaas niet aan. De NAM heeft echter veel kennis en kennis is geld waard. Voor andere landen kan deze kennis heel waardevol zijn daarom zal de NAM de samenwerking over de grenzen moeten opzoeken met internationale partners. Daarnaast kan de NAM misschien meer aandacht besteden aan veiligheid en duurzaamheid.

Wat is vloeilassen en wat is een vloeilas?

Vloeilassen zijn lasverbindingen die worden aangebracht tussen metalen werkstukdelen. Hierbij kan men denken aan aluminium en roestvaststalen werkstukdelen. Soms spreekt men bij bepaalde lasverbindingen van kunststoffen ook wel over vloeilassen.

Kenmerken van vloeilassen

Een vloeilas heeft een aantal kenmerken.  Een belangrijk kenmerk is het hoge afwerkingsniveau. Een vloeilas is een ‘gladde las’. Dit houdt in dat de lasnaad strak is en weinig oneffenheden bevat. Een vloeilas is meestal aangebracht in dunne materialen.  Dit kunnen dunne platen, buizen of kokers zijn die aan elkaar worden verbonden. Veel gebruikte materialen zijn rvs en aluminium.  Ook kunststoffen zijn geschikt al noemt met lassen tussen kunststof leidingdelen meestal spiegellassenmof druklassen. Ook de term conductielassen wordt wel gebruikt.

Hoe komt een vloeilas tot stand?

Doormiddel van een lastoorts kan men bijvoorbeeld twee dunne rvs platen aan de laskant laten smelten waardoor de laskanten vloeibaar worden. Er ontstaat een smeltbad waarbij geen toevoegmateriaal wordt toegepast. Meestal maakt men vloeilassen met een TIG lastoestel. Daarbij wordt een inert gas toepast om het smeltbad te beschermen tegen schadelijke invloeden die de kwaliteit van de las negatief kunnen beïnvloeden. Er wordt tijdens het vloeilassen een dunne zeer nette lasverbinding gemaakt door de verhitting van de lasboog die ontstaat tussen het werkstuk en de laselektrode van de lastoorts.

Deze lasboog oftewel plasmaboog zorgt er namelijk voor dat de temperatuur van het materiaal zo hoog wordt dat deze over het smeltpunt heen gaat. Daardoor gaat het materiaal vloeien. De vloeibare laskanten worden met geringe druk tegen elkaar aan geperst en de lasverbinding komt tot stand door afkoeling.  Tijdens de afkoeling wordt het smeltbad uitgehard. Daardoor ontstaat een onuitneembare lasverbinding. Deze lasverbinding is smal en ondiep.

Vergunningen kolencentrales op Maasvlakte zijn in orde in 2016

De Raad van State heeft woensdag 27 januari 2016 bepaald dat de bezwaren van milieuorganisaties tegen de natuurvergunningen voor de kolencentrales op de Maasvlakte ongegrond zijn. De kolencentrales zijn van de energiebedrijven E.ON en GDF Suez en hebben zogenoemde natuurvergunningen. De Stichting Natuur en Milieu, Greenpeace Nederland en Vereniging Verontruste Burgers van Voorne dachten dat er iets mis was met de kolencentrales.

Dit bleek echter niet het geval volgens de Raad van State. De verschillende belangengroepen vinden het onderzoek naar de neerslag van schadelijke stoffen van de centrales op de natuurgebieden in de omgeving onvoldoende. De Raad van State vindt echter dat er wel voldoende maatregelen zijn genomen om de natuur te beschermen. Hierbij kan men denken aan regelmatig maaien, begrazen en het verbeteren van waterhuishouding.

Reactie van Technisch Werken
Kolencentrales staan de laatste jaren en vooral de laatste maanden steeds meer ter discussie. Het lijkt er op dat milieuorganisaties de totale oorlog hebben verklaard aan kolencentrales. Deze centrales zijn natuurlijk vervuilend maar ze zijn veel minder vervuilend als in het verleden omdat men met technische voorzieningen veel milieuschade kan beperken. Daar moet wel rekening mee gehouden worden. Daarnaast wordt er in Nederland te weinig groene oftewel duurzame energie opgewekt om aan de energievraag te voldoen. Kolencentrales zijn op dit moment nog steeds noodzaak.

Kamer boos over exportcontracten Gronings gas

De Tweede Kamer is het niet eens met de langlopende exportcontracten die Nederland heeft gesloten met landen als Duitsland, België, Frankrijk en Italië over de export van Gronings gas. Nederland is door de exportcontracten verplicht om een deel van het gas dat gewonnen wordt uit de bodem van Groningen aan deze landen te leveren. Door deze contracten zal het nog jaren duren voordat Nederland van die contracten af is. De contracten zorgen er tevens voor dat de  gasproductie niet verder kan verlagen in Groningen.

Minister Henk Kamp van Economische Zaken gaf dinsdag 26 januari tijdens een debat in de Kamer aan dat de landen waar Nederland een contract mee heeft afgesloten afhankelijk zijn van de levering van Groningse gas. Het gaat volgens minister Kamp niet om de contracten met de landen maar vooral omdat de mensen in België, Duitsland en Frankrijk die afhankelijk zijn van het gas uit Groningen. Volgens hem is de apparatuur in de huishoudens van deze landen alleen geschikt voor het zogenoemde laagcalorische gas. Dit laagcalorisch gas wordt onder andere gewonnen in Groningen.

Reactie van Technisch Werken

Minister Kamp doet nu wel overdreven sociaal door te beweren dat hij het doet voor al die huishoudens in andere landen die afhankelijk zijn van het Groningse gas. Als hij echt zo veel geeft om het welzijn van mensen mag hij ook wel wat meer aandacht besteden aan de Groningse bevolking. De minister heeft het altijd over ‘ons gas’. In bovenstaand nieuwsbericht is bewust aangegeven dat het gaat om het ‘Groningse gas’. Dat levert de staatskas geld op en om geld gaat het alleen. De mensen zijn niet of nauwelijks van belang voor de minister. Ze zijn hooguit een middel om meer stemmen te krijgen in verkiezingstijd.  Daarna is men al die burgers allang weer vergeten. Gelukkig geeft de minister wel om burgers uit de omringende landen. Dan kan hij zichzelf toch nog als weldoener beschouwen en rustig slapen terwijl de Groningse bodem met schokken naar beneden zakt?

Wanneer ben je overgekwalificeerd voor een functie?

Als je solliciteert naar een functie bij een bedrijf moet je aan een aantal functie-eisen voldoen om in aanmerking te komen. De functie-eisen zijn meestal gericht op de vaardigheden en competenties waarover men moet beschikken. Ook de werkervaring, het opleidingsniveau en de opleidingsrichting zijn belangrijk. Opleidingen en werkervaring vormen vaak de ‘harde functie-eisen’ en competenties en karaktereigenschappen de ‘zachte functie-eisen’.

Iemand die voldoet aan de harde en zachte eisen van een bepaalde functie is gekwalificeerd voor het werk. Een gekwalificeerd persoon is een persoon waarvan men redelijkerwijs zou kunnen verwachten dat hij of zij het werk naar behoren uit zou kunnen voeren. Iemand die niet voldoet aan de eisen in de functie wordt ook wel ondergekwalificeerd genoemd. Men kan echter ook overgekwalificeerd zijn.

Overgekwalificeerd
Iemand is overgekwalificeerd voor een functie wanneer hij of zij over meer vaardigheden, een hoger opleidingsniveau en een langere werkervaring beschikt dan in de functie is aangegeven. Meestal is een persoon niet op alle functie-eisen overgekwalificeerd. Als iemand overgekwalificeerd is verwacht men vaak dat de persoon de uitdaging zal missen in de desbetreffende functie. Daarnaast verwacht men ook dikwijls dat overgekwalificeerde personen meer salaris willen of betere arbeidsvoorwaarden dan personen die gekwalificeerd zijn of ondergekwalificeerd.

Dit hoeft echter niet het geval te zijn. Sommige mensen kiezen bewust een functie onder hun niveau om minder stress of minder verantwoordelijkheid te dragen. Het woord demotie wordt ook wel in deze context genoemd. Een overgekwalificeerd persoon is niet per definitie een ongeschikt persoon voor een bepaalde vacature. Het is belangrijk dat een bedrijf weet waarom de desbetreffende persoon voor een lagere functie in aanmerking komt. Daar kan namelijk een gegronde reden aan te grondslag liggen.

Niet alleen oudere, ervaren werkloze werkzoekenden krijgen regelmatig te horen dat ze overgekwalificeerd zijn voor een bepaalde functie. Ook jongere werkzoekenden krijgen soms te horen dat ze een te hoog opleidingsniveau hebben. Ondanks dat nemen bedrijven toch regelmatig overgekwalificeerde jongeren aan om het kennisniveau binnen het bedrijf te verhogen. Ook oudere overgekwalificeerde krachten worden om die reden soms toch aangenomen. Het is daarom toch verstandig om op een functie te solliciteren als deze je aanspreekt ondanks het feit dat je meer ervaring of een hoger opleidingsniveau hebt dan wordt aangegeven in de functie-eisen.

Nederland wekt in 2015-2016 te weinig groene energie op

In Nederland wordt te weinig groene energie opgewekt door Nederlandse energiebedrijven als men kijkt naar de vraag naar energie. De vraag naar elektrische energie is groter dan het aanbod groene energie op dit moment. Nederlandse consumenten die contracten afsluiten met betrekking tot de levering van groene energie krijgen meestal groene energie vanuit het buitenland. Alleen wanneer ze expliciet vragen om Nederlandse groene energie is het mogelijk om groene energie binnen de landsgrenzen van Nederland af te nemen.

Het bedrijf Certiq heeft hiervoor cijfers bekend gemaakt. Certiq is een dochteronderneming van elektriciteitstransporteur Tennet. Dit bedrijf geeft certificaten uit voor energie die is opgewekt uit zon, wind, water en biomassa. De certificaten die voor groene stroom worden verstrekt zijn de zogeheten Certificaten van Oorsprong (CvO’s). Met deze certificaten kunnen energieleveranciers bewijzen waar de elektrische stroom is opgewekt. Steeds meer energieafnemers willen weten waar hun groene stroom vandaan komt.

Waar komt Nederlandse groene stroom vandaan?
Nederlandse groene stroom wordt meestal niet opgewekt binnen de Nederlandse landgrenzen maar is voor ruim de helft afkomstig uit waterkrachtcentrales in Noorwegen, Zweden en Frankrijk. De groene stroom die in Nederland wordt opgewekt komt vooral uit biomassacentrales en uit windmolenparken. Energie uit deze duurzame energiebronnen is voldoende voor een kwart van de Nederlandse vraag naar elektrische energie.

Reactie van Technisch Werken
Groene stroom is nog steeds hip en populair alleen hebben we in Nederland veel te weinig middelen om voldoende groene stroom op te wekken. Dat moet aanzienlijk worden uitgebreid wil men voldoende groene stroom kunnen opwekken om aan de binnenlandse vraag te kunnen voldoen. Het plan van minister Kamp om meer windmolens te plaatsen is een stap in de goede richting. Ook zijn er zonneparken in aanbouw. Al deze initiatieven dragen bij aan een vergroting van het aandeel duurzame energie op de Nederlandse energiemarkt.

CNV: loonstrookje bevat regelmatig fouten

Volgens de vakbond CNV Vakmensen komt het regelmatig voor dat de informatie op loonstrookjes niet klopt. Daarom is het volgens hun belangrijk dat werknemers een loonstrookje controleren. Volgens voorzitter Piet Fortuin van CNV Vakmensen is er in drie tot vier procent van de gevallen sprake van een fout. Dit heeft hij benoemd in het NOS Radio 1 Journaal.

De CNV vakbond controleert nu voor het tweede jaar op rij een aantal loonstrookjes van Nederlandse werknemers. In 2015 werden er nog 1000 loonstrookjes gecontroleerd. In 2016 verwacht de vakbond in totaal 5000 te checken.

Fouten op loonstrookjes
Volgens de CNV zijn de meest voorkomende fouten op loonstrookjes de fouten waarbij werknemers in de verkeerde functie of schaal zijn ingedeeld. Daarnaast gaat er volgens de vakbond ook regelmatig iets mis als het gaat om de toeslagen. Hierbij kan men denken aan toeslagen voor onregelmatigheid en overwerk. Een fout op een loonstrook of meerdere loonstroken kan een werknemer veel geld kosten. Het controleren van loonstroken is daarom volgens de vakbond verstandig. In 2015 hebben ze van een persoon 7500 euro teruggevorderd. Deze persoon had over de afgelopen vijf jaar te weinig vakantiegeld ontvangen volgens de heer Pieter Fortuin.

Reactie van Technisch Werken
Het overmaken van salarissen gaat meestal automatisch. Dit houdt in dat systemen er voor zorgen dat het geld op de juiste plek komt. Dit lijkt fouten te voorkomen maar dat hoeft in de praktijk niet altijd het geval te zijn. Als een systeem gevuld wordt met de verkeerde gegevens dan kunnen fouten bij herhaling worden gemaakt. Daardoor kan het financiële verschil behoorlijk oplopen. Dit verschil kan overigens zowel ten voordele als ten nadele van de werknemer uitvallen.

Weer problemen met Belgische kerncentrale zondag 24 januari 2016

Aan het einde van 2015 is de website Technischwerken.nl gestart met het publiceren van informatie over de kerncentrales in België.  Dit onderwerp past bij de website omdat de Technischwerken meer berichten plaatst over energie en duurzaamheid en vrijwel alle onderwerpen die daarmee samenhangen.

Kernenergie staat al jaren ter discussie meestal worden milieaspecten en de veiligheid genoemd als belangrijkste redenen om af te zien van kernenergie.  Vaak roepen mensen wat over kernenergie zonder dat ze zich goed hebben verdiept in de technologie en de kwaliteit van deze systemen om energie op te wekken.

Hoewel ook de medewerkers van deze website nauwelijks jennis hebben van kernenergie schrijven ook wij berichten over kerncentrales.  Daarbij maken we gebruik van informatie die we aangereikt krijgen of opzoeken. België maakt het ons niet makkelijk om een neutraal beeld te blijven geven van de betrouwbaarheid en veiligheid van kernenergie en kerncentrales.

De Belgische kernreactor 2 bij de kerncentrale van het Belgische Tihange is zondagochtend 24 januari 2016 uitgevallen door een lekkage in het niet-nucleaire deel. Een paar uur na het uitvallen van de centrale kon de reactor weer langzaam in beweging worden gebracht. Als het lek is verholpen zal de reactor weer volledig gaan draaien. In de Belgische kerntrale zijn in 2015 vaker voornamelijk technische problemen geweest. Zo lag de kerncentrale een tijd stil na de ontdekking van duizenden scheuren in kernreactor 2. Eind december 2015 werd de kerncentrale weer opnieuw opgestart.

In Nederland en ook in Duitsland begint men steeds meer zorgen te krijgen over de Belgische kerncentrales. De Nederlandse gemeenten Maastricht en Aken zijn de problemen zat en gaan juridische stappen ondernemen om de Belgische kerncentrale te laten sluiten. De gemeenteraad van Maastricht nam in januari 2016 een motie aan waarmee ze de eerste stap hebben ondernomen om België onder druk te zetten.

Probleemcentrales

In Maastricht heeft men het al over de Belgische probleemcentrales. Ze willen dat de kerncentrales dicht gaan. De kerncentrales bevinden zich op een afstand van een paar kilometer met de Nederlandse grens. Als er een ramp ontstaat met de kerncentrales zal ook een deel van Zuid Nederland daarmee te maken kunnen krijgen. De heropstart van de scheurtjesreactoren moet afgelopen zijn aldus fractievoorzitter Gert-Jan Krabbendam van GroenLinks in Maastricht. Hij diende namens zijn partij de motie in. De gemeenteraad van Maastricht eist in de motie de onmiddellijke en definitieve sluiting van de kerncentrale van Tihange. Volgens de indiener van de motie kan alleen zo een kernramp in het hart van de Euregio Maas-Rijn worden uitgesloten.

Reactie van Technisch Werken

Elke keer dat er weer een technisch probleem ontstaat in een kerncentrale van België zien tegenstanders van kernenergie en kerncentrales een bevestiging van hun angstige gevoelens. Deze gevoelens moeten serieus worden genomen. Een inspectie met een Nederlandse minister heeft de onrust aan het begin van 2016 niet weggenomen. Het moet uit zijn met de mankementen.  Daarbij komt dat het natuurlijk vreemd is als je een kerncentrale in stand houdt om blackouts in het elektriciteitsnet op te vangen terwijl de kerncentrale zelf regelmatig uitgeschakeld is of op halve kracht draait vanwege technische problemen. Gaat België die blackouts nu compenseren met windenergie?

Vergroot je kans op werk bij technische uitzendbureaus in 2016

Als je werkloos bent en een technische achtergrond hebt en je wilt je kans op werk zo groot mogelijk maken dan is het verstandig om eens langs te gaan bij een uitzendbureau dat gespecialiseerd is in de techniek. Natuurlijk is de technische sector breed en er zijn verschillende technische uitzendbureaus die opgedeeld zijn in diverse technische segmenten. Zo zijn er technische uitzendbureaus met een afdeling, Bouw, Telecom, Installatietechniek en Werktuigbouwkunde.

Het juiste uitzendbureau
Door naar het juiste uitzendbureau te gaan vergroot je de kans op een passende vacature. Het is namelijk belangrijk dat je de juiste intercedent spreekt. Wie de juiste intercedent is? Nou, dat is niet moeilijk. De juiste intercedent is een intercedent die je vakgebied begrijpt en ervaring heeft met het bemiddelen van technisch personeel dat dezelfde achtergrond heeft als jou. Een specialistisch uitzendbureau in de techniek kan tevens adviezen geven over de ontwikkeling van je eigen loopbaan met bijvoorbeeld tips over opleidingen omscholing enzovoort.

Niet te veel uitzendbureaus
Als je via een uitzendbureau toch moeilijk aan het werk komt is het verstandig om bij meerdere uitzendbureaus ingeschreven te staan. Toch moet je er voor oppassen om bij meer dan drie uitzendbureaus ingeschreven te worden. De kans bestaat namelijk dat al deze uitzendbureaus jouw cv of jouw profiel bij hun klanten neer gaan leggen waardoor je cv meerdere keren bij dezelfde klant wordt aangeboden. Hierdoor kan de klant de indruk hebben dat je moeilijk aan het werk komt en dat er misschien een reden is waarom je bij zoveel verschillende bureaus staat ingeschreven. Daarom moet je bij een paar uitzendbureaus ingeschreven staan.

 

Bereid je goed voor
Intercedenten krijgen regelmatig mensen op inschrijving zoals dat heet. Met deze mensen voeren ze een intakegesprek. Hoe professioneel intercedenten ook mogen zijn het blijven mensen met een eigen referentiekader en beeldvorming. Die is nooit helemaal objectief. Ze zullen altijd mensen beoordelen op meer dan alleen het cv. Het cv is echter wel een belangrijke basis waar je voldoende aandacht aan moet besteden. Zorg dat in ieder geval de volgende punten op het cv staan:

  • Naam, adres, woonplaats, telefoonnummer.
  • Vervoersmogelijkheden (eigen auto en dergelijke)
  • Opleidingen
  • Cursussen
  • Werkervaring

Ook een eventuele motivatie of  omschrijving van jezelf zie je tegenwoordig steeds vaker op een cv staan. Naast een cv is het belangrijk dat je een ID-kaart of paspoort meeneemt naar een uitzendbureau. Ook je diploma’s en eventueel een portfolio kunnen een goede indruk achterlaten bij een uitzendbureau. Een goede voorbereiding is belangrijk.

Hou contact met uitzendbureaus
Uitzendbureaus krijgen het steeds drukker in 2016. Daardoor kunnen ze je profiel makkelijk ‘vergeten’. Dit gebeurd niet altijd bewust of op basis van nalatigheid. Door de drukte kunnen sommige profielen in de vergetelijkheid komen. Dat moet natuurlijk niet met jou profiel gebeuren. Daarom moet je regelmatig contact onderhouden met uitzendbureaus. Als je bij een uitzendbureau ingeschreven bent in de richting van jouw expertise wordt dat zelfs op prijs gesteld. Je kunt uitzendbureaus ook tips geven over bedrijven en projecten waar een uitzendbureau jou voor zou kunnen bemiddelen. Zo ga je samen je kansen op werk vergroten en daar wordt iedereen beter van.

Werkgevers schikken vaker bij ontslagen in 2015 en 2016

In 2015 werd het nieuwe ontslagrecht ingevoerd in Nederland. Hierdoor kwam de kantonrechtersformule te vervallen en werd deze vervangen door de transitievergoeding. De transitievergoeding is voor werkgevers financieel aantrekkelijker. In de tweede helft van 2015 en het begin can 2016 is gebleken dat werkgevers vaker gaan schikken met werknemers als er sprake is van ontslag. Bovendien bieden veel werkgevers in ontslagprocedures ook meer geld aan de vertrekkende werknemers.

Deze informatie komt naar voren uit een rondgang van de NOS. De NOS heeft tijdens deze rondgang katonrechters en arbeidsrechtadvocaten gevraagd wat de ontwikkelingen zijn op het gebied van ontslag. Volgens de benaderde personen willen werkgevers het ontslag van werknemers liever niet in een rechtszaal uitvechten.

De nieuwe wet stelt strenge eisen aan werkgevers als ze werknemers willen ontslaan.  Deze strengere eisen zorgen er voor dat werkgevers bang zijn dat hun ontslagaanvragen worden afgewezen in de rechtszaal. Dit heeft Monetta Ulrici namens de commissie Arbeidsrecht van de Kring van kantonrechters tegen de NOS benoemd als belangrijkste reden voor de toename in het aantal schikkingen tussen werkgevers en werknemers.

Door werknemers in een ontslagprocedure meer geld te bieden hopen werkgevers een bezoek aan de kantonrechter te voorkomen. In de praktijk gaan werknemers vaker akkoord met hun ontslag als ze meer geld geboden krijgen.

Reactie van Technisch Werken

Bovenstaand bericht is een gevolg van de invoering van de Wet Werk en Zekerheid die desastreuze gevolgen heeft gehad voor de arbeidsmarkt in 2015 en even rampzalige gevolgen zal hebben voor de arbeidsmarkt in 2016. Immers een vast contract is nog ‘vaster’ en een flexibele arbeidsovereenkomst biedt nog minder zekerheden. Het enige dat een verbetering is zijn de aanzeggingen die een werkgever moet doen als hij werknemers hun tijdelijke dienstverband niet wil verlengen. Een maand voor de einddatum van een bepaalde tijd contact moet de werkgever duidelijkheid geven aan de werknemer of hij van plan is om een nieuwe arbeidsovereenkomst te verstrekken of niet.

Als een werknemer eenmaal een vast contract heeft bij een werkgever is het voor een werkgever moeilijk om afscheid te nemen van zijn werknemer. Werkgevers weten dit en zijn daardoor bereid om meer geld te betalen zodat de werknemer akkoord is met de beëindiging van zijn of haar dienstverband.  Dit is niet de hervorming van het ontslagrecht waar werkgevers op hadden gehoopt. Het zal alleen maar leiden tot minder vaste aanstellingen in Nederland. Indirect zijn de werknemers ook de dupe van de invoering en uitwerking van de Wet Werk en Zekerheid.