Wat is nitrilbutadieenrubber (NBR) en waar wordt dit materiaal toegepast?

Nitrilbutadieenrubber wordt afgekort met NBR en wordt ook wel kortweg nitrilrubber genoemd. Dit  is een elastomeer. NBR is een synthetisch polymeer dat men kan verkrijgen door copolymerisatie van acrylnitril en 1,3-butadieen. De volgorde van de acrylnitril- en butadieengroepen in de polymeerketen zijn ongeordend daarom noemt met het materiaal ook wel een “random” copolymeer.

Ontwikkeling van nitrilbutadieenrubber (NBR)
Nitrilrubber is ontwikkelt door het Duitse chemische bedrijf I.G. Farbenindustrie. Tussen de eerste en tweede wereldoorlog hebben onderzoekers van dit bedrijf nitrilrubber ontwikkelt. In eerste instantie noemde men het materiaal Buna N en later Perbunan. Het Duits octrooi werd in 1930 aangevraagd op dit materiaal. Het materiaal kwam in 1934 voor het eerst op de markt en in datzelfde jaar werd in de Verenigde Staten octrooi verleend op nitrilrubber. De naamvoering Buna N is ontstaan door een samentrekking van butadieen en natrium. De letter N staat voor de stof nitril.

Eigenschappen van nitrilbutadieenrubber (NBR)
Nitrilbutadieenrubber heeft een aantal gunstige materiaaleigenschappen. Zo is dit materiaal bestand tegen vetten, koolwaterstoffen, oliën en verdunde zuren. Verder heeft het materiaal een behoorlijke sterkte en elasticiteit. Een nadeel is dat nitrilbutadieenrubber niet goed bestand is tegen weersinvloeden. Ook is het materiaal niet bestand tegen sterke zuren. De maximale gebruikstemperatuur van het materiaal is ongeveer 110°C.

De mechanische eigenschappen van nitrilrubber kunnen verschillen omdat de samenstelling van het materiaal divers is. Als men bijvoorbeeld het gehalte aan acrylnitril gaat verhogen dan zullen de mechanische eigenschappen van NBR verbeteren. Gemiddeld is de hoeveelheid van acrylnitril ongeveer 34 procent maar dit percentage kan variëren van 18 tot circa 50 procent. Door meer acrylnitril toe te passen wordt de weerstand verhoogd tegen de werking van olie en brandstoffen.

Waarvoor wordt Nitrilbutadieenrubber gebruikt?
Nitrilbutadieenrubber wordt in verschillende producten toegepast. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de hygiënische handschoenen die bijvoorbeeld in de medische sector worden gebruikt. Daarnaast wordt het materiaal toegepast in dichtingen en pakkingmateriaal zoals O-ringen. Verder worden bekledingen van kabels en leidingen ook wel van NBR gemaakt. 

Werkloosheid onder Nederlandse jeugd neemt af in 2015

De jeugdwerkloosheid neemt af in Nederland. Dit komt omdat het aantal jongeren met een betaalde baan toeneemt. In het tweede kwartaal van 2015 waren in Nederland 629.000 jongeren aan het werk. Dit aantal ligt 21.000 hoger dan in dezelfde periode in 2014. In dezelfde periode nam de jeugdwerkloosheid af van 9,9 procent naar 8,2 procent.

CBS
De cijfers hierboven werden bekend gemaakt op woensdag 30 september 2015 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De groep die door het CBS werd onderzocht viel in de leeftijd van 15 tot 27 jaar. Daarbij werden alleen de jongeren in het onderzoek meegenomen die geen onderwijs aan het volgen waren.

Daling werkloosheid vooral onder opgeleide jongeren
De daling onder werkloze jeugd was niet voor iedereen merkbaar. Met name laag opgeleide jongeren komen nog moeilijk aan het werk. Hoog opgeleide jongeren en middelbaar opgeleide jongeren komen sneller aan een baan. Laagopgeleide jongeren komen daarentegen juist moeilijker aan een baan.

Reactie van Technisch Werken
Dit artikel maakt niet alleen duidelijk dat de jeugdwerkloosheid af neemt in Nederland. Veel belangrijker is dat het duidelijk wordt dat het volgen van een opleiding een verstandige keuze is. Zonder opleiding wordt het in Nederland steeds moeilijker om aan een betaalde baan te komen. Daarom moeten jongeren gestimuleerd worden om een opleiding te volgen en af te ronden. De automatisering neemt overigens ook toe in Nederland en de rest van Europa. Daardoor verdwijnen veel productiefuncties op den duur. Voor laaggeschoold personeel is daarom ook in de toekomst weinig werk.

Bedreigingen voor de metaalsector in 2015

De metaalsector heeft het nog niet makkelijk in 2015. Er zijn verschillende bedreigingen die er voor zorgen dat deze sector nauwelijks hersteld. Ten eerste is er sprake van een overcapaciteit op de staalmarkt. Daarnaast is er weinig vraag naar staal om dat de metaalsector nog niet goed aantrekt. De Chinese economie was altijd een grote afnemer van staal. De economie van China zorgt echter wereldwijd voor wantrouwen. Dit wantrouwen blijkt funest voor de wereldwijde  metaalsector omdat investeringen uit blijven als er sprake is van wantrouwen.

Rapport ABN Amro over metaalmarkten
Woensdag 30 september 2015 werd een rapport van ABN Amro over de metaalmarkten bekend gemaakt. In dit rapport spreekt de bank over zwakke vooruitzichten voor de metaalmarken vanwege een cocktail van factoren. Volgens de bank zijn de gevolgen van deze factoren niet alleen merkbaar in de staalsector. De markten die zich richten op de primaire winning van metaal zoals ijzererts en cokeskolen merken de problemen van de metaalmarken ook. Met name de vooruitzichten voor de aluminiumsector zijn slecht. De voorraad voor aluminium zal de komende tijd toenemen. De voorraden voor andere basismetalen zullen echter op den duur afnemen. Volgens de bank zullen de voorraden pas in 2017 uitkomen op het niveau van voor de crisis.

Daling staalproductie in 2015
De ABN Amro heeft berekend dat de totale staalproductie in de eerste acht maanden van 2015 flink is gedaald. De daling in de staalproductie is wereldwijd. In Amerika lag bijvoorbeeld de staalproductie 8,5 procent onder het niveau van de eerste acht maanden van 2014. Ook in Japan ging het slecht daar daalde de staalproductie over de zelfde periode met bijna 5 procent. In China ging het ook niet goed, hier was sprake van een daling van min 1,5 procent.

Prijzen voor metaal
Sinds het begin van 2015 zijn de prijzen voor metaal flink gedaald. De prijs voor zink, staal en cokeskolen is in de eerste acht maanden van 2015 ongeveer 20 procent lager dan in dezelfde periode in 2014. De prijs van nikkel ging met 30 procent onderuit. Er zijn verschillende ontwikkelingen die invloed hebben op de prijsontwikkeling van de metaalsector. Een sterke dollar en een aanstaande renteverhoging voor de Verenigde Staten bijvoorbeeld. Ook de zwakke economische prestaties in China hebben grote gevolgen voor de metaalprijzen.

Reactie van Technisch Werken
De metaalsector is nog niet uit het dal opgeklommen. Ook in Nederland merken bedrijven in de metaalsector dat het moeilijk is om zich staande te houden. Er is veel onderlinge concurrentie waarbij de prijzen onder druk staan. bedrijven produceren dikwijls tegen kostprijs. Doordat er minder winst wordt gemaakt wordt er meestal ook minder geïnvesteerd in de ontwikkelingen van nieuwe producten en technologieën. Dit is slecht voor de wereldwijde concurrentiepositie. De maakindustrie moet meer aandacht krijgen van banken en de overheid omdat deze industrie een belangrijke motor moet worden voor de Nederlandse economie. Met alleen de transportsector gaat Nederland het niet redden.

Dieselschandaal ook bij 2,1 miljoen Audi-wagens

Volkswagen is eerder in opspraak gekomen vanwege softwaresystemen waarmee testresultaten gemanipuleerd kunnen worden, nu laat ook autofabrikant Audi blijken dat er ook Audi-wagen zijn uitgerust met deze discutabele software. Wereldwijd zou het gaan om 2,1 miljoen Audi-wagens. Deze motorvoertuigen behoren tot de miljoen wagens die moederbedrijf Volkswagen eerder had genoemd in haar berichtgeving aan de pers.

Dieselschandaal
Het dieselschandaal kwam aan het licht bij Volkswagenvoertuigen die op diesel rijden. Een aantal dieselwagens van Volkswagen is uitgerust met speciale software. Deze software zorgt er voor dat de Volkswagen gunstiger testresultaten laat zien dan de werkelijkheid. De uitstoot van schadelijke stoffen werd door de software kunstmatig beperkt waardoor men de indruk kreeg dat de Volkswagen zeer zuinig en ‘schoon’ was. Als men de voertuigen echter ging testen op de weg tijdens een rit kwamen de schadelijke waardes hoger te liggen. Volkswagen manipuleerde de testen met de software.

Ook Audi-wagens zijn gemanipuleerd
Dat het dieselschandaal zich niet zou beperken tot alleen het merk Volkswagen was te verwachten. Inmiddels is ook bekend geworden dat ook een behoorlijk aantal Audi’s ook ‘besmet’ is met de manipulerende software. In het westen van Europa zou het gaan om ruim 1,4 miljoen auto’s. Daarvan zijn 577.000 voertuigen in Duitsland verkocht. Volgens een woordvoerder van Audi gaat het in de Verenigde Staten om bijna dertienduizend wagens. Het gaat om de Audi’s die uitgerust zijn met een EU5-dieselmotor.

Welke Audi’s hebben de dieselsoftware?
De manipulerende software is toegepast bij een aantal automodellen van Audi namelijk de:

  • A1,
  • A3,
  • A4,
  • A5,
  • A6,
  • TT,
  • Q3,
  • Q5.

Reactie van Technisch Werken
Volkswagen en Audi zijn twee bekende Duitse automerken die een behoorlijke schade hebben opgelopen in hun naamsbekendheid. Het gesjoemel van testen is bij deze merken in de media breed uitgemeten maar het is niet onwaarschijnlijk dat andere automerken ook gerommeld hebben met testen. Dit kan namelijk op verschillende manieren gebeuren. De consument is uiteindelijk het slachtoffer en indirect ook het milieu. De testen voor auto’s moeten zorgvuldiger worden uitgevoerd en bovendien zal men de testen daadwerkelijk in de praktijk moeten uitvoeren in plaats van een testruimte.

Shell stopt vanaf oktober 2015 met boringen naar olie in Alaska

Aan het begin van 2015 was er veel ophef over de ambities van Shell om te boren naar olie in Alaska. Tegenstanders waren bang voor een grote natuurramp in het kwetsbare maar ruige water rondom Alaska. Shell wilde echter wel boringen verrichten omdat er in de bodem onder de wateren in Alaska veel olie te vinden zou zijn. Het Nederlands-Britse olieconcern maakte maandag 28 september 2015 bekend dat ze echter niet verder gaan met het speuren naar olie en gas in de zeebodem bij Alaska.

Stoppen met proefboringen in Alaska
Shell maakte bekend dat er geen extra boringen in Alaska worden uitgevoerd omdat de uitkomst van een proefboring teleurstellend is geweest. Daarnaast is boren in de wateren rondom Alaska niet eenvoudig en moet men veel geld investeren om dit veilig te kunnen uitvoeren. De uitgaven aan de technische systemen zijn dusdanig hoog dat men deze kosten niet zal terugverdienen. Het huidige prijsniveau van olie op de wereldoliemarkt is daar niet gunstig genoeg voor. Verder noemt Shell dat ook de “uitdagende en onvoorspelbare” regels een belangrijke rol hebben gespeeld bij het besluit om de boringen stop te zetten. De oliebron die is aangeboord door Shell zal worden afgesloten en verlaten. Shell gaat andere activiteiten in de Chukchi Zee bij Alaska stopzetten.

Reactie van Technisch Werken
Dit moet een behoorlijke tegenvaller zijn voor Shell. Het bedrijf heeft enorm veel tijd en geld geïnvesteerd om te mogen boren in de Chukchi Zee. Al deze inspanningen blijken nu vrijwel voor niets te zijn geweest. Shell kan niet rendabel olie produceren uit dit gebied en zal moeten vertrekken. De Chukchi Zee zal daardoor niet meer de kans lopen op een grote olieramp en dat is een enorme opluchting voor de natuur en de organisaties die zich daarvoor inzetten.

Wat is visuele lasinspectie of visuele controle van laswerk?

De kwaliteit van een lasverbinding is zeer belangrijk. Een lasverbinding is een verbinding die niet- uitneembaar is. Deze verbinding kan men dus niet doormiddel van aandraaien van bouten en moeren verstevigen. Een las moet daarom meteen goed gelegd worden. De manier waarop een las moet worden aangebracht is gebonden aan strenge eisen. De eisen waaraan een lasverbinding moet voldoen zijn vastgelegd in een lasmethodebeschrijving, dit document wordt ook wel een LMB genoemd en is opgesteld door een lastechnicus.

Keuren van laswerk
Laswerk kan op verschillende manieren worden gekeurd. De keuringsprocessen kunnen worden ingedeeld in destructief onderzoek en niet- destructief onderzoek (NDO). Bij de eerst genoemde categorie van keuringsprocessen wordt de las destructief onderzocht. Dit houdt in dat de lasverbinding tijdens het onderzoek wordt vernietigd. Dit gebeurd bijvoorbeeld door de lasverbinding door te zagen, te snijden of uit elkaar te trekken. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding na deze onderzoeken totaal vernietigd is.

Bij NDO wordt een lasverbinding niet vernietigd maar op andere manieren, dan hierboven zijn beschreven, onderzocht. Een NDO kan bijvoorbeeld plaatsvinden door met geluidsgolven te controleren of er insluitingen zitten in de las of doormiddel van röntgenfoto’s controleren of de las goed dicht is.

Visuele lasinspectie
De meest eenvoudige vorm van het controleren van laswerk is de visuele lasinspectie. Deze inspectie kan door de lasser zelf worden gedaan of door zijn leidinggevende. Een lastechnicus is speciaal opgeleid om de lasinspectie uit te voeren. De visuele lasinspectie wordt door de desbetreffende persoon gedaan zonder speciale hulpmiddelen. Er wordt gekeken naar de gelijkmatigheid van de las en of de las de juiste A-hoogte heeft. Ook wordt gekeken over er geen sprake is van verbrande lassen, doorbrandingen of randinkartelling. Als deze lasfouten wel aanwezig zijn zal men de las afkeuren. In dat geval kan het werkstuk in de oud-metaalbak of kan men trachten de las er uit te slijpen of te gutsen om een nieuwe las aan te brengen.

Visueel Lasinspecteur Level 1 of Level2
In Nederland kunnen leidinggevenden of andere werknemers in de metaaltechniek en werktuigbouwkunde er voor kiezen om een opleiding of cursus te volgen tot visueel lasinspecteur. Met deze opleiding op zak is iemand geen lastechnicus maar kan men wel goed beoordelen of een las aan de gestelde visuele eisen voldoet. Sommige opdrachtgevers stellen in hun inkoopvoorwaarden dat er een gecertificeerde visuele lasinspecteur aanwezig moet zijn in het bedrijf waar ze hun producten kopen.

Wat is een sokkentang of Zweedse moordenaar?

Sokkentang

Een sokkentang wordt ook wel een Zweedse tang genoemd of Zweedse moordenaar. Deze tang wordt gebruikt om ronde voorwerpen stevig te omklemmen. Hierbij kan men denken aan het omklemmen van buizen of assen. Door het omklemmen van deze objecten of onderdelen kan men andere delen vast- of losdraaien. Een sokkentang lijkt op een waterpomptang alleen is deze tang over het algemeen veel groter zodat deze tang ook buizen en koppelingen kan omvatten die niet met een waterpomptang kunnen worden vastgegrepen.

Hoe ziet een Zweedse tang of sokkentang er uit?

Sokkentang
Sokkentang

Een sokkentang bevat een bek met een aantal tanden er op zodat een goede grip kan worden gerealiseerd. De bovenste bek is iets rond zodat buizen, assen en andere ronde delen goed omvat kunnen worden. De bekken zijn bevestigd op twee benen die doormiddel van een scharnierend deel aan elkaar verbonden zijn. Door dit scharnierend deel kan men een hefboomeffect creëren en een nog grotere kracht uitoefenen. In tegenstelling tot een waterpomptang kan men op het verstelbare been van de tang een moer aandraaien zodat men de juiste diameter of omvang van de bek kan bereiken. Dit systeem komt overeen met de werking van een pijptang.

Wat is een waterpomptang en waarvoor wordt deze gebruikt?

Waterpomptang

Waterpomptangen worden veel gebruikt in de techniek. Oorspronkelijk was de waterpomptang een gereedschap dat behoorde tot de uitrusting van een loodgieter en installateur. De naam waterpomptang is ook afgeleid van de werkzaamheden van de loodgieter. Deze zorgde er namelijk voor dat onder andere waterleidingen en wateraansluitingen werden aangelegd en onderhouden. De waterpomptang behoort tegenwoordig tot het handgereedschap van verschillende vaklieden waaronder werktuigbouwkundigen.

Hoe ziet een waterpomptang er uit?

Waterpomptang
Waterpomptang

Een waterpomptang is een stuk handgereedschap dat niet elektrisch wordt aangedreven. De tank heeft een ‘bek’ en de boven en onderkant van deze ‘bek’ bevatten kleine tandjes die voor een goede grip zorgen. In het midden van de ‘bek’ van de waterpomptang bevind zich een ronde of driehoekige uitsparing. Door deze uitsparing kan men nog beter een buis, staaf, of een moer omvatten met de ‘bek’ van de tang.

Een waterpomptang bevat een scharnier die aan het eerste ‘been’ is bevestigd. Dit scharnier is verstelbaar over een gleuf in het tweede ‘been’ in te stellen. De tang kan door deze mogelijkheid tot verstellen een groot aantal verschillende diameters omvatten. Er zijn verschillende waterpomptangen te koop. De lengte van de waterpomptangen kan verschillen en ook de kwaliteit en het soort staal waarvan ze gemaakt zijn verschilt. Een goede waterpomptang is meestal van chroomvanadiumstaal gemaakt. Het chroom zorgt er voor dat roest wordt tegengegaan en daarnaast is het materiaal van deze tang hard en tegelijkertijd niet bros.

Sokkentang
Een sokkentang is een tang die lijkt op een waterpomptang alleen is de sokkentang wel groter dan de waterpomptang. Daarnaast wordt de sokkentang doormiddel van een moer op één been van de tang in positie gedraaid. Ook deze tang werkt met een hefboomprincipe.

Hoe hanteert men een waterpomptang?
Een waterpomptang kan in de techniek op zeer veel manieren worden gebruikt. Over het algemeen gebruikt men een waterpomptang om een ronde aansluiting mee te omvatten en aan te draaien. Hierbij kan men denken aan de koppelingen en sokken die gebruikt worden in waterleidingen. Daarvoor is de waterpomptang in beginsel ook bedoelt. Door het hefboomprincipe kan men grote kracht uitoefenen op de tang en de koppeling. Men moet er voor waken dat men de koppeling of buis niet vervormd door de kracht die men uitoefent.

Niet geschikt voor bouten en moeren
Soms wordt een waterpomptang ook gebruikt om moeren en bouten vast te draaien of vast te houden zodat men met een sleutel de moer van de bout af kan draaien. Dit is echter niet verstandig omdat de moer of bout kan beschadigen. De bek van de waterpomptang bevat (scherpe) tanden die hun sporen na laten in metaal. Bouten en moeren kunnen behoorlijk beschadigen als men deze omvat met de ‘bek’ van de waterpomptang. Daarom is ook hier weer van toepassing: het juiste gereedschap gebruiken voor de klus.

 

Kabinet wil in 2015 advies van SER over robotisering

Tegenwoordig zijn veel bedrijven bezig met plannen om verregaande automatisering in te voeren. Doormiddel van automatisering proberen bedrijven te besparen. Omdat voor veel bedrijven de personeelskosten de hoogste kosten zijn, zoeken bedrijven naar mogelijkheden om het aantal personeelsleden op de werkvloer te beperken. De overheid wil echter de werkgelegenheid stimuleren in Nederland. De wensen van het bedrijfsleven en de overheid lijken in tegenspraak met elkaar. De technologische ontwikkelingen hebben gevolgen voor de arbeidsmarkt. Daarom wil de overheid met werkgevers en werknemers in overleg. Werkgevers en werknemers moeten meedenken over oplossingen voor de werkgelegenheid.

Kansen en bedreigingen door robotisering
Door de automatisering ontstaan ook weer kansen voor werknemers. Met name voor het ontwikkelen van robots en het ontwikkelen van software voor de machines zijn specialisten nodig. In de ontwikkeling en implementatie van software kan men bijvoorbeeld softwareontwikkelaars, programmeurs, inregelaars gebruiken. In deze functies zal de werkgelegenheid de komende tijd toenemen. In eenvoudige productiefuncties zal de werkgelegenheid juist afnemen. Voor ongeschoold werk zal minder werkgelegenheid komen door automatisering en robotisering.

Sociaal Economische Raad
De Sociaal Economische Raad, de SER, is door het kabinet benadert voor een advies. Minister Asscher wil graag dat de SER verschillende scenario’s gaat uitwerken voor de arbeidsmarkt. De manier waarop wordt gewerkt zal door automatisering veranderen. Ook de arbeidsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers zullen veranderen.

Technologische vooruitgang
Nederland moet investering in technologie. Bedrijven zullen investeringen moeten doen in de productiemethodes om er voor te zorgen dat ze in de toekomst de concurrentiestrijd met andere landen kunnen aangaan. Toch wil het kabinet er voor zorgen dat er geen groepen werknemers worden ontslagen. Iedereen moet ook in de nieuwe vorm van economie kunnen meedoen.

Reactie van Technisch Werken
Robotisering en automatisering zijn noodzakelijk voor een snelle en foutloze productie van machines en andere producten. Een machine en een robot levert producten met een constante kwaliteit en een constante snelheid. Dit kunnen mensen (meestal) niet doen. Daarnaast zijn machines betrouwbaarder en is er geen sprake van verzuimkosten. Als er defecten of gebreken ontstaan kunnen deze vrijwel altijd in korte tijd verholpen worden waardoor het productieproces continue blijft doorlopen.

Wat is een zevengatenzaag of zevengatenboor?

Zeven gatenzaag

Een zevengatenzaag wordt ook wel gatenboor genoemd. Dit is een ronde zaag waarmee gaten van een verschillende diameter kunnen worden geboord in materialen zoals hout en gips. De naam zevengatenzaag is afgeleid van de zeven verschillende zaagbladen die bij deze boor geleverd worden. De zaagbladen zijn aan een cirkel bevestigd rondom een boor. De boor wordt ook wel centraalboor genoemd en vormt dus het hart van de cirkel. Deze boor zorgt er voor dat het gat goed gecentreerd blijft. De zevengatenzaag wordt meestal op een boormachine of schroefmachine bevestigd.

Zeven gatenzaag
Een zeven gatenzaag met bijbehorende koffer

Negengatenzaag
Er zijn ook gatenzagen die negen zaagbladen bevatten. Deze zouden in feite negengatenzagen moeten worden genoemd maar in de praktijk is dat meestal niet het geval. Ook gatenzagen met meer dan zeven zaagbladen worden gewoon zevengatenzagen genoemd. De gatenzagen hebben verschillende diameters bijvoorbeeld:

  • 19 mm
  • 22 mm
  • 28 mm
  • 35 mm
  • 44 mm
  • 51 mm
  • 60 mm
  • 67 mm

Voorbeeld van hout dat is bewerkt met een gatenzaag

Gaatenzaag houtbewerking
Hout wat is bewerkt met een gatenzaag

Wat is Vervroegde uittreding (VUT) of prepensioen

In Nederland worden met de Vervroegde uittreding (VUT) of prepensioen regelingen bedoelt waarmee werknemers eerder kunnen stoppen met werken voordat ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Met deze regelingen krijgen (voormalig) werknemers een uitkering tot de leeftijd waarop ze een AOW-uitkering mogen ontvangen en een aanvullend pensioen.

Wie betaalt het prepensioen of de Vervroegde uittreding (VUT)?
Net zoals het geld van een pensioenfonds moet het geld voor prepensioen of de VUT ergens vandaan komen. Het geld voor de VUT regeling is afkomstig van de werkgever en/of van werknemers. Zij betalen de uitkeringen van de voormalig werknemers die op dat moment in de VUT zitten. Werknemers dienen wel tot hun laatste werkdag bij de desbetreffende werkgever te blijven werken. Als ze eerder naar een andere werkgever vertrekken om daar te gaan werken vervallen de rechten op de VUT regeling. Ook als een werknemer nar de VUT-leeftijd blijft doorwerken vervalt het recht op de VUT-uitkering.

Het is echter ook mogelijk dat de VUT-regeling wordt afgeschaft. Ook in dat geval heeft de werknemer geen recht op een VUT-uitkering als hij de VUT-leeftijd zou bereiken want die leeftijd is er dan feitelijk niet meer. In deze gevallen zal de werknemer moeten door blijven werken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Doordat de overheid sinds 2005 een aantal wetten heeft doorgevoerd is het fiscaal onaantrekkelijk geworden om nog aan VUT regelingen deel te nemen. VUT-regelingen komen daardoor in de praktijk nauwelijks meer voor.

Prepensioen
Prepensioen is over het algemeen een combinatie van een opbouwdeel en een regeling die lijkt op de VUT-regeling. Hierbij spaart echter elke werknemer voor zijn of haar eigen vervroegde uittreding in plaats van dat men allemaal gezamenlijk afdraagt aan totale VUT reservering. Aan een prepensioen zijn ook regels verbonden. Een prepensioen mag bijvoorbeeld niet eerder ingaan dan bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd. Daarnaast mag het prepensioen niet later ingaan bij het bereiken van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Verder mag het prepensioen uiterlijk eindigen op het moment dat de gebruiker van het prepensioen de 65 jarige leeftijd bereikt.

Deze tekst is in september 2015 geschreven het is mogelijk dat de wet en regelgeving na deze datum is verandert. Hou daar rekening mee.

Wat is een pensioenfonds en wat doet een pensioenfonds?

Voordat men een pensioenfonds kan definiëren zal men moeten weten wat wordt bedoelt met pensioen. Een pensioen is een inkomensverzekering. Met deze inkomensverzekering wordt een inkomen verzekerd voor het geval het inkomen wegvalt vanwege ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Er zijn een aantal verschillende soorten pensioenen. De belangrijkste pensioenvormen zijn:

  • Een (Levenslang) ouderdomspensioen
  • Een nabestaandenpensioen
  • Een arbeidsongeschiktheidspensioen

Het doel van een pensioen is het voorkomen dat mensen in financiële nood terecht komen wanneer het inkomen wegvalt vanwege de eerder genoemde redenen.

Wat is een pensioenfonds?
Een pensioenfonds is een fonds welke uitkeringen betaald aan pensioengerechtigden. Daarvoor heeft een pensioenfonds natuurlijk geld nodig. Dit geld ontvang het fonds doormiddel van premies. De premies worden door werknemers die bij het pensioenfonds aangesloten zijn betaald gedurende hun werkzame leven.

Wat doet een pensioenfonds?
Een pensioenfonds ontvangt geld van de werknemers die bij het pensioenfonds zijn aangesloten. Dit geld wordt echter niet verstopt in een grote kluis, pensioenfondsen zullen proberen doormiddel van beleggingen het geld zo goed mogelijk te laten renderen. Men tracht een optimaal rendement te behalen tegenover een zo laag mogelijk financieel risico.

Pensioenfondsen proberen in beginsel zo goed mogelijk aan de verplichtingen te voldoend die ze zijn aangegaan met werknemers en werkgevers die pensioenpremie afdragen. De uitkering van een pensioen loopt vanaf de pensioengerechtigde leeftijd tot het overlijden van de pensioengerechtigde en vaak ook diens partner. Het kan echter voorkomen dat de uitkering van de pensioengerechtigde lager valt dan eerder werd benoemd door het pensioenfonds.

Dit heeft voor een deel te maken met tegenvallende beleggingen. Mensen die een pensioen afsluiten kunnen echter in veel gevallen een zo veilig  mogelijke regeling afsluiten waardoor verassingen op latere leeftijd kunnen worden voorkomen. Ondanks dat maken veel mensen in bepaalde sectoren toch nog mee dat hun pensioen lager uitvalt dan ze hadden verwacht.

Wat is het StiPP Pensioenfonds voor Personeelsdiensten?

Werknemers die in Nederland voor een uitzendbureau werken worden over het algemeen uitzendkrachten of gedetacheerd personeel genoemd. Deze personeelsleden werken in dienst van een uitzendbureau bij één of meerdere inleners. De inlener is de partij die de uitzendkracht in dienst neemt en het dagelijks toezicht op deze kracht heeft. Een uitzendbureau neemt veel taken op zich zoals de verloning van de uitzendkracht en het inhouden en uitbetalen van de reserveringen die over het loon worden betaald of ingehouden. Ook payrollbedrijven voeren deze taken uit voor hun werknemers die ook wel payrollers worden genoemd.

Wie zijn aangesloten bij het StiPP Pensioenfonds?
Vanaf 1 januari doo4 moeten alle uitzendbureaus, payrollondernemingen en detacheringsbureaus in Nederland zich aansluiten bij de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten dit wordt ook wel afgekort met StiPP. Tot 31 december 2003 was dit anders geregeld en waren alleen uitzendbureaus die op dat moment lid waren van de Algemene Bond voor Uitzendondernemingen (ABU) verplicht om zich mij StiPP aan te sluiten.

Het bestuur van StiPP Pensioenfonds
Een aantal vertegenwoordigers van de ABU vormen het bestuur van StiPP. Daarnaast zijn ook vertegenwoordigers van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU), de FNV Bondgenoten, De Unie en de CNV Dienstenbond in het bestuur opgenomen.

Wat biedt het StiPP Pensioenfonds?
Het StiPP is een pensioenfonds. Deze stichting biedt een pensioenregeling volgens het beschikbare-premiesysteem aan. De administratie van StiPP is uitbesteed aan Syntrus. Syntrus is een onderdeel van Achmea. Duizenden uitzendkrachten in Nederland zijn aangesloten bij het StiPP Pensioenfonds.

Vertrouwen Nederlandse ondernemers in de industrie stijgt in september 2015

Het vertrouwen van ondernemers in de industrie neemt toe. In de maand september is het vertrouwen van Nederlandse ondernemers in deze sector iets gestegen ten opzichte van de maand daarvoor. Dit werd bekend gemaakt op donderdag 24 september 2015 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor het producentenvertrouwen is een speciale indicator ontwikkelt. Deze indicator stond op augustus nog op 3,5 en in september 2015 steeg deze naar 3,8.

Waarom stijgt het producentenvertrouwen?
Er zijn verschillende oorzaken die er voor zorgen dat het vertrouwen van producenten toeneemt. Een belangrijke oorzaak van het toenemende vertrouwen ligt in de toename van de orderportefeuilles en de voorraden van de ondernemers in de industrie toenemen. Vanaf oktober 2014 neemt het aantal positief gestemde ondernemers toe in de industrie. Op dit moment ligt het vertrouwen van de industriële producenten ruim boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar.

Grote schommelingen in producentenvertrouwen
In januari 2008 was het vertrouwen naar de hoogste waarde gestegen namelijk 9,4. Ongeveer een jaar later in 2009 begin 2010 daalde dit vertrouwen naar de laagste waarde namelijk min 23,5. Op dit moment zijn producenten tevreden over hun orderportefeuille en hun voorraden echter over de komende drie maanden zijn ze op het gebied van de productie minder positief dan de maand augustus. Verder verwachten veel bedrijven een groei in het personeelsbestand. Sinds juli 2011 is het aantal ondernemers dat een groei in personeel verwacht groter dan het aantal ondernemers dat een afname in personeel verwacht.

Reactie van Technisch Werken
De industrie is een belangrijke sector voor de Nederlandse economie. In Nederland is vooral de transportsector sterk vertegenwoordigd. De maakindustrie moet meer aandacht krijgen. Nederland moet nieuwe producten maken voor klanten in binnen en buitenland. Als Nederland dit niet doet zal haar concurrentiepositie in de wereld slechter worden en zullen opkomende industriële landen alleen maar sterker worden. De transportsector is onvoldoende om Nederland in de wereld overeind te houden. Naast de zakelijke dienstverlening moet ook de industrie een belangrijke sector worden en blijven voor Nederland. De overheid zou daar ook meer aandacht aan moeten besteden.

Uitkomst onderzoek pesten op het werk 2015

Pesten op het werk is een grote stressfactor in een arbeidssituatie. Mensen die gepest worden kunnen onzeker worden en er echt tegen op zien om aan het werk te gaan. De overheid vindt het belangrijk dat pesten op het werk wordt tegengegaan. Daarom is er over 2014 een onderzoek gehouden waarmee men de omvang van pesten op het werk in Nederland in kaart probeerde te brengen. Hieruit kwam naar voren dat gemiddeld 1 op de 100 werknemers in Nederland structureel wordt gepest.

In welke sectoren komt pesten op het werk voor?
In het onderzoek werden verschillende sectoren in Nederland benaderd. Het blijkt dat met name in de industrie en het onderwijs veel wordt gepest op de werkvloer. Werknemers worden volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek vooral gepest door klanten en externe relaties. Dit gebeurd vooral in het onderwijs. In het onderwijs is ongeveer 10 procent van de werknemers gepest in 2014 door leerlingen of de ouders van leerlingen.

In de industrie worden werknemers over het algemeen gepest door hun collega’s op het werk. In deze sector gaf 12 procent in het onderzoek aan dat ze gepest zijn door collega’s of leidinggevenden. Verder wordt er in de sector horeca en de mediasector verhoudingsgewijs veel gepest. Dit zelfde geld voor de transportsector.

Reactie van Technisch Werken
Aan het begin van 2015 is er een campagne gestart om pesten op het werk bespreekbaar te maken. Dit gebeurde onder andere op initiatief van minister Asscher van Sociale Zaken. Het aanpakken van pesten op het werk begint met het bespreekbaar maken van dit onderwerp. Veel mensen die pesten hebben niet in de gaten wat de gevolgen daarvan zijn voor de persoon die gepest wordt. Daarom is het belangrijk dat zowel de pester als de gepeste personen met elkaar in contract treden op basis van wederzijds respect.

Wat is een intermediair in de uitzendmarkt

Intermediair is een woord dat op verschillende manieren wordt gebruikt. Men kan bijvoorbeeld een persoon een intermediair noemen maar ook een bedrijf. Ondanks die verschillende aanduidingen bedoelt men met het woord intermediair over het algemeen een partij, persoon of bedrijf die als een tussenpartij of tussenpersoon wordt ingeschakeld tussen twee andere partijen. Een voorbeeld van een intermediair is een verzekeringsagent maar ook een makelaar in assurantiën wordt een intermediair genoemd. Een intermediair is een persoon of bedrijf welke behoort tot de financiële dienstverlening. Deze treed op als bemiddelaar om bijvoorbeeld vraag en aanbod bij elkaar te brengen. De producten van een intermediair zijn meestal niet stoffelijk van aard. Dit houdt in dat er producten worden ‘verkocht’ zoals hypotheken, spaarrekeningen, betaalrekeningen, leningen en beleggingen.

Een uitzendbureau als intermediair
Ook een uitzendbureau is een intermediair. Uitzendbureaus zijn actief op de arbeidsmarkt en zoeken voor opdrachtgevers kandidaten die (tijdelijke) werkzaamheden kunnen uitvoeren. Een uitzendbureau stelt personeel aan deze opdrachtgevers beschikbaar. Voordat een uitzendbureau dat kan doen zal het bureau de ‘juiste’ kandidaten moeten vinden. Uitzendbureaus zorgen voor een groot netwerk waarin zowel bedrijven als (potentiële) kandidaten actief zijn. Uit dit netwerk haalt een uitzendbureau opdrachten en nieuwe uitzendkrachten.

Met de kandidaten die gevonden worden voor een bepaalde vacature zal een uitzendbureau een intakegesprek houden waarmee de wensen en capaciteiten van de desbetreffende kandidaten in kaart worden gebracht. Vervolgens zal het uitzendbureau trachten de kandidaten voor te stellen op de openstaande vacatures. Als dat lukt is er sprake van overeenstemming, dit wordt ook wel een ‘match’ genoemd. Het kan echter ook zijn dat de kandidaat niet geschikt wordt bevonden. Dan kan het uitzendbureau er voor kiezen om de kandidaat vrijblijvend voor te stellen bij andere opdrachtgevers.

Als een uitzendkracht eenmaal geplaatst is zal de opdrachtgever van het uitzendbureau veranderen in een ‘inlener’.  Het bedrijf leent namelijk de uitzendkracht in. Daarvoor betaald de inlener een bepaald uurtarief waarin het uurloon en bepaalde reserveringen voor verzuim, vakantie en vakantiegeld zijn verwerkt. Soms zitten in het tarief ook reiskosten en geld voor kleding en scholing verwerkt. Dit verschilt per uitzendbureau en per marktsegment. Een technische uitzendkracht zal bijvoorbeeld een vergoeding kunnen krijgen voor het gebruiken van gereedschap zodat het gereedschap vervangen kan worden als het kapot of versleten is.

Werving en selectie
Ook voor werving en selectietrajecten worden uitzendbureaus ingezet. Uitzendbureaus gaan in dit geval ook op zoek naar kandidaten maar nemen deze niet zelf in dienst. Ze werven en selecteren kandidaten voor hun opdrachtgever die daarvoor een bepaalde vergoeding betaald. Deze vergoeding wordt ook wel de werving en selectiefee genoemd. Dit is meestal een bepaald percentage van het jaarsalaris van de desbetreffende kandidaat of een aantal maandsalarissen. Deze vergoeding hebben uitzendbureaus nodig voor hun inspanningen. Voor sommige bedrijven lijkt de vergoeding behoorlijk hoog. Het is echter wel zo dat een uitzendbureau pas betaald krijgt als ze een geschikte kandidaat heeft gevonden. Als dat niet is gelukt krijgt het uitzendbureau helemaal geen vergoeding. Dat zorgt er voor dat het uitzendbureau wel een kostendekkende vergoeding in rekening moet brengen. Er zijn naast uitzendbureaus ook headhuntersbureaus en werving en selectiebureaus die gespecialiseerd zijn in werven en selecteren van kandidaten.

Topman Volkswagen stapt op in 2015

Volkswagen is behoorlijk beschadigd vanwege het zogenoemde dieselschandaal. Dit schandaal is in feite de manipulatie van testgegevens van auto’s doormiddel van speciale software aan boord van auto’s te installeren. Het is nog onduidelijk wat de omvang van het schandaal precies is. Wel is duidelijk dat de autofabrikant Volkswagen doelbewust consumenten, bedrijven en testinstellingen heeft misleid als het gaat om de energiezuinigheidtesten van dieselauto’s.

Topman Martin Winterkorn
Binnen het bedrijf Volkswagen zijn verschillende mensen verantwoordelijk voor het schandaal. Of ook  topman Martin Winterkorn een belangrijke rol heeft gespeeld is niet duidelijk. De aandeelhouders hebben tijdens een speciale vergadering van de raad van commissarissen aangegeven dat ze het vertrouwen in Winterkorn hebben verloren. Voor de heer Winterkorn zit er niets anders op dan opstappen. Winterkorn bood eerder al zijn excuses aan op televisie. Hij meldde in een verklaring dat hij geschokt is door de gebeurtenissen van de afgelopen tijd. Hij benoemde dat hij verbijsterd is dat het wantgedrag op zo’n grote schaal mogelijk was bij de Volkswagengroep. Als topman nam hij de verantwoordelijkheid op zich en besloot hij op te stappen. De topman benoemde op een persconferentie waar zijn aftreden werd toegelicht dat hij niets wist van de sjoemelpraktijken bij de laboratoriumtests.

Reactie van Technisch Werken
Het milieu is een belangrijk aspect geworden voor ondernemingen. Energiezuinigheid is zeer belangrijk voor consumenten daarnaast willen de overheden de uitstoot/ emissie van auto’s zoveel mogelijk beperken. Om dit te controleren worden speciale proeven uitgevoerd. Volkswagen heeft in een aantal van haar dieselvoertuigen speciale software geïnstalleerd waardoor de auto’s in een testomgeving gunstiger resultaten laten zien dan de werkelijkheid. Hiermee heeft ze de regels doelbewust omzeild en zijn veel klanten en bedrijven misleid.

Bovendien zijn ook overheden die zich inzetten voor milieu misleid. Niet bepaald een goed voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De kans dat alleen Volkswagen zich met deze misleiding bezig hield is niet erg groot. Vermoedelijk zullen nu meerdere automerken aanvullende controles krijgen. Er kunnen meer merken tegen de lamp lopen. Al die misleidende systemen hebben het consumentenvertrouwen geschaad. Daarnaast krijgt het bedrijf Volkswagen een torenhoge boete en zullen ze enorme hoeveelheden auto’s in moeten nemen. Het is de vraag of dit merk deze terechte klap gaat overleven. Misschien vindt er in de autowereld wel een omslag plaats. Mensen kunnen Duitse auto’s niet meer als degelijk en betrouwbaar aanmerken en kunnen nu massaal naar andere automerken kijken. Handel blijft een kwestie van vertrouwen en emotie.

Opening windpark Luchterduinen in de Noordzee 21-09-2015

Op 21 september 2015 is het windpark Luchterduinen in de Noordzee officieel geopend. Dit windpark bestaat uit 43 windmolens en is het derde windenergiepark dat in de Noordzee voor de Nederlandse kust is geplaatst. Het windpark is op 23 kilometer van de kust bij Zandvoort en Noordwijk geplaatst. De eigenaren Mitsubishi en Eneco zijn hoopvol over het park. Zij geven aan dat het park ongeveer 150.000 huishoudens van stroom kan voorzien als het in gebruik is genomen.

Vermogen windpark Luchterduinen
Het vermogen van het park wordt op 129 megawatt per jaar geschat. Ten opzichte van andere windparken in zee is dat een behoorlijk getal. Offshore Windpark Egmond aan Zee dat in beheer is van Nuon/Shell levert 108 megawatt en het Prinses Amaliawindpark dat in beheer is van Eneco levert 120 megawatt. Deze parken werden opgeleverd in 2007 en 2008. In het energieakkoord zijn afspraken vastgelegd die er toe moeten leiden dat er voor de Nederlandse kust meer windparken worden aangelegd de komende jaren.

Reactie van Technisch Werken
Windmolens zijn de afgelopen maanden minder in het nieuws dan afgelopen jaar. Ondanks dat gaat de bouw van windmolenparken wel door. Duurzame energie moet ook de komende jaren de aandacht krijgen die het verdient. Het lijkt er op dat Europa zich echter meer zorgen maakt om andere problematiek. Dat zijn echter problemen die van minder lange duur zijn dan de klimaatproblematiek. Een probleem met het klimaat is een probleem dat de hele wereld aangaat. Daarom zal ook Nederland  een bijdrage moeten leveren aan de oplossing van de klimaatproblematiek. De vraag is echter of windmolens wel de beste oplossing zijn.

Werkloze jongeren worden vanaf 2015 geholpen met solliciteren

De jeugdwerkloosheid moet worden teruggedrongen. Dit vindt niet alleen de overheid, ook het bedrijfsleven deelt deze mening. Daarom gaat het UWV samenwerken met gemeenten en tientallen bedrijven om werkloze jongeren aan een betaalde baan te helpen. Bedrijven zoals Albert Heijn en Hema hebben zich onder andere aangemeld. Minister Asscher van Sociale Zaken hoopt door het samenwerkingsverband in totaal 23.000 jongeren uit een uitkeringspositie te laten uitstromen op betaald werk. Dit aantal zou binnen twee jaar moeten worden gehaald.

Het UWV gaat meer doen
Het UWV was tot voor kort een instantie die jongeren met een WW-uitkering hielp doormiddel van een computer. Het is straks de bedoeling van het UWV jongeren ook gaat begeleiden met gesprekken zodat jongeren effectiever kunnen solliciteren. Volgens een onderzoek van Sociale Zaken blijkt dat veel jongeren in een uitkeringspositie niet precies weten hoe ze zichzelf moeten presenteren aan bedrijven. Een goed en duidelijk cv is een belangrijk aspect waarop potentiële werkgevers de geschiktheid van een sollicitant beoordelen. Daarom worden jongeren in een uitkeringspositie straks geholpen met het opstellen van een cv. Dat zelfde gebeurd met solliciteren via sociale media zoals LinkedIn.

Gemeenten doen ook meer voor jongeren
Ook gemeenten in Nederland gaan meer doen om jongeren te helpen bij het vinden van een baan. Ze richten zich daarbij op jongeren zonder diploma die niet makkelijk aan betaald werk kunnen komen. Deze jongeren krijgen van de deelnemende bedrijven vacatures aangeleverd. Gemeenten en het UWV zoeken samen naar de geschikte kandidaten voor de aangeleverde vacatures. Minister Asscher investeerd 14 miljoen euro in het project.

Reactie van Technisch Werken
De initiatieven om jongeren weer aan het werk te helpen zijn op zich goed, maar één belangrijk aspect komt nauwelijks aan de orde namelijk: scholing. In de kenniseconomie wordt scholing steeds belangrijker. Jongeren moeten een opleiding hebben die aansluit op de arbeidsmarkt. Als ze deze opleiding niet hebben moeten ze zo snel mogelijk in de schoolbanken of bij een leerwerkbedrijf aan de slag om de gewenste kennis op te doen. Veel bedrijven zitten niet te wachten op jongeren met een gebrek aan kennis over de werkzaamheden en de branche. Bedrijven willen namelijk in veel gevallen niet tijd investeren in het compleet inwerken van een nieuwe werknemer.

In plaats daarvan willen bedrijven juist werknemers aannemen die een bewuste keuze hebben gemaakt voor een bepaald beroep of vak. Ze willen er zeker van zijn dat ze alle investeringen in het personeel niet voor niets doen. Personeel dat reeds binnen een bedrijf functioneert zal vaak in de toekomst ook nog aanvullende opleidingen moeten volgen. Daarvoor is een geschikte basisopleiding belangrijk. Het ontbreken van een dergelijke opleiding kan dus ook in de verdere loopbaan van de werknemer voor problemen zorgen.

Wat wordt met een ‘flexibele schil’ bedoelt?

De ‘flexibele schil’ van een organisatie wordt regelmatig benoemt als men het heeft over de personeelsbezetting en het aantal fulltime functies. Bij veel organisaties wordt onderscheid gemaakt tussen flexibel personeel en vast personeel. Vast personeel is personeel dat een rechtstreeks dienstverband heeft bij de organisatie voor onbepaalde tijd. Flexibel personeel is personeel dat op tijdelijke basis bij een organisatie wordt ingezet. Dit kunnen personeelsleden zijn met tijdelijke contracten maar ook oproepkrachten en mensen met een nul-urencontract. Tot de flexibele schil van een organisatie behoren ook de uitzendkrachten en detacheringskrachten.

Flexibele schil in het personeelsbeleid
Deze krachten vormen over het algemeen de buitenste ‘schil’ van de organisatie. Hiermee wordt bedoelt dat de flexibele krachten om de kern van vaste krachten heen zijn geplaatst. De flexibele schil vormt de buitenkant van de personeelsbezetting en reageert het sterkst op de ontwikkelingen in de organisatie. Als het bijvoorbeeld (tijdelijk) drukker wordt vanwege een hogere productie bij de organisatie, zal men de flexibele schil gaan vergroten. Dit houdt in dat er meer flexibele arbeidskrachten worden aangenomen. Als het rustiger wordt bij een organisatie zal men er voor kunnen kiezen om personeelsleden uit de flexibele schil te laten vertrekken.

Intern en extern flexibel personeel?
Personeel in de flexibele schil kan op verschillende manieren worden te werk gesteld door een organisatie en onder verschillende voorwaarden.  Er kan onderscheid worden gemaakt tussen personeel dat rechtstreeks op flexibele basis werkt zoals oproepkrachten en medewerkers die werken met tijdelijke contracten. Er zijn echter ook mogelijkheden voor een organisatie om flexibel personeel in te lenen via een tussenpartij oftewel een intermediair. Dit zijn bijvoorbeeld de uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Deze bureaus zijn de feitelijke werkgevers van de uitzendkrachten en het detacheringspersoneel.  De klant wordt in deze arbeidsverhouding de inlener genoemd, deze leent de uitzendkrachten in van de uitzendonderneming of het detacheringsbureau. Deze bureaus regelen de verloning en zijn in de meeste gevallen ook verantwoordelijk voor de uitbetaling van ziektegeld en vakantiegeld en vakantie-uren. Uitzendbureaus en detacheringsbureaus vormen voor bedrijven belangrijke adviseurs op het gebied van de flexibele schil van de organisatie.