Nederlandse woningmarkt hersteld snel in 2015

Het gaat goed met de woningmarkt in Nederland. De positieve berichten over deze markt volgen elkaar in hoog tempo op. Niet alleen de makelaars zijn positief, ook de banken laten positieve geluiden horen. Op dinsdag 30 juni 2015 werd bijvoorbeeld een rapport gepubliceerd van het economisch bureau van de ABN Amro over de woningmarkt. Deze bank ging er eind 2014 nog van uit dat de woningmarkt in Nederland in 2015 zou stabiliseren. In plaats daarvan gaat de woningmarkt juist stijgen ten opzichte van de periode daarvoor. De economen van de ABN Amro durven zelfs voorzichtig te spreken van een groei van 10 procent meer verkochte woningen ten opzichte van 2014.

ABN-econoom Philip Bokeloh geeft aan dat de resultaten in de woningmarkt de verwachtingen overtreffen. Volgens de econoom is één van de belangrijkste oorzaken van het herstel in de woningmarkt de lage hypotheekrente. Daarnaast is ook de verbetering van de arbeidsmarkt een belangrijke factor die gunstig is voor de woningmarkt. De hogere groei van het besteedbaar inkomen is eveneens gunstig voor deze markt. Het vertrouwen van Nederlandse consumenten neemt toe. Mensen durven nu eerder een woning te kopen en stellen de koop van een woning niet meer uit.

De vraag naar woningen neemt toe en daardoor stijgen de prijzen. De woningprijzen stijgen ook harder dan de economen hadden verwacht. Volgens de ABN Amro zal de gemiddelde woning in Nederland 3 procent duurder worden. Eerder had men verwacht dat er slechts één procent groei zou zijn in de woningprijzen. Voor 2016 verwacht de ABN Amro een gemiddelde groei van 3 procent. Dit percentage zal vermoedelijk in 2015 ook worden gehaald.

Reactie van Technisch Werken
De woningmarkt gaat de goede kant op en dit komt mede door de opleving van de economie in Nederland. Toch is deze opleving maar heel pril. De wereld zit vol politieke en economische spanningen en kan daardoor zeer snel veranderen. Mensen die zich nu nog zeker voelen over hun koopkracht kunnen over een paar weken wel heel anders over hun financiële situatie denken. De economie is afhankelijk van emoties daarom hecht men ook zoveel waarde aan de economische stabiliteit van bijvoorbeeld Europa nu Griekenland uit de euro dreigt te stappen. Men probeert naar de financiële markten een zo betrouwbaar mogelijk beeld te schetsen om maar te voorkomen dat er paniek gaat uitbreken.

FNV Bouw voert in week 27 (2015) extra controle uit op arbeidsomstandigheden

Deze week wordt door verschillende weermannen en vrouwen gewaarschuwd voor hoge temperaturen. Dit is goed nieuws voor de mensen die vakantie hebben in Nederland. De hoge temperaturen zijn echter niet voor iedereen goed nieuws. Ouderen en kleine kinderen moeten extra goed worden beschermd tegen de gevolgen van hitte en zonlicht. Ook mensen met ademhalingsproblemen kunnen het moeilijk krijgen. Deze risicogroepen zijn echter bekend en over het algemeen weten deze mensen goed hoe ze zich tegen de hitte moeten beschermen. Een groep die echter vaak vergeten wordt zijn werknemers die in de buitenlucht werken.

De FNV wil tijdens de verwachte hitte extra letten op werknemers die in de buitenlucht hun werkzaamheden uitvoeren. Daarbij gaat de bond langs bouwplaatsen in Nederland. Als er sprake is van risico’s zal de FNV de aannemers daar op aanspreken en pleiten voor gepaste werkomstandigheden. Dit maakte een woordvoerder van het FNV bekend.

Naast de controles worden ook werknemers gewaarschuwd voor de risico’s die verbonden zijn aan het werken in hitte. Daarbij worden ook adviezen gegeven over de manier waarop ze zich kunnen beschermen tegen de nadelige effecten van de hitte. Het belangrijkste is daarbij dat men niet voortdurend in de felle zon moet werken. Als de zon hoog staat zullen werknemers vooral in de schaduw moeten werken.

Verder is uiteraard voldoende drinken belangrijk. De huid moet ingesmeerd worden met een beschermfactor tegen het schadelijke UV licht om verbanding te voorkomen. Het is nog beter om de huid en het hoofd te bedekken maar dat is niet altijd mogelijk in verband met de werkzaamheden. Daarom moeten werknemers in overleg met collega’s en hun leidinggevenden bekijken wat de beste oplossing is om de hittegolf goed door te komen

Reactie van Technisch Werken
Arbeidsomstandigheden zijn enorm belangrijk voor het welzijn van werknemers. De temperatuur maar ook UV-licht zijn daarbij belangrijke factoren. De werknemers moeten hier voldoende tegen beschermd worden. het komt echter regelmatig voor dat werknemers de gevaren onvoldoende onder ogen zien. Insmeren met zonnebrand word gezien als iets wat vervelend is en alleen maar tijd kost. Toch is het verbrand raken van de huid door UV-licht niet zonder risico’s. een ernstig verbrande huid is zeer onprettig en verhoogd de kans op huidkanker. Ook werken in extreme hitte zonder voldoende vocht te dringen kan er voor zorgen dat er gevaarlijke situaties ontstaan. Men kan last krijgen van ernstige hoofdpijn en duizelingen. Daarom is het goed dat de werknemers worden beschermd en dat de FNV daarin een belangrijke rol in wil nemen.

Jetpacks in 2016 op de markt voor consumenten

Jetpacks waarmee een ‘piloot’ in een zeer klein straalvliegtuig zich kan verplaatsen is iets dat tot de verbeelding spreekt. In verschillende Jamesbond films en andere films met gadgets kwamen jetpacks regelmatig op het scherm. Voor de gewone consument waren jetpacks onbereikbaar maar daar zal naar verwachting op korte termijn verandering in komen. Vermoedelijk komen de eerste jetpacks in 2016 al op de markt voor de consumenten.

Waar komen jetpacks vandaan?
De Martin Jetpack was een droomproject dat ontwikkeld is door de Nieuw-Zeelander Glenn Martin. Inmiddels is de jetpack een bekend woord in de techniek en zijn de jetpacks enorm doorontwikkeld in de afgelopen vijfendertig jaar. Dit werd bekend gemaakt door Reuters.

Het eerste prototype van een jetpack werd getest in 2011. Hiermee kon iemand een kilometer vliegen en daarna kon geland worden doormiddel van een parachute. Een jetpack heeft een motor met een vermogen van 200 pk. Daarmee kan een ‘piloot’ ongeveer een half uur vliegen. De snelheden die behaald kunnen worden zijn maximaal 74 kilometer per uur. En de maximale hoogte is één kilometer. De lading die een jetpack kan vervoeren tijdens een vlucht is ongeveer 120 kilogram. Verwacht wordt dat een jetpack 150.000 dollar gaat kosten (omgerekend ongeveer 134.000 euro).

Reactie van Technisch Werken
Interessante ontwikkeling, de ontwikkeling van jetpacks. Maar met de ontwikkeling van jetpacks zorgt er ook voor dat er andere dingen in de maatschappij gaan veranderen. Zo moeten er wetten en regels worden geformuleerd voor jetpacks want niet iedereen zit te wachten op verkeersdeelname van jetpacks. Daarom zullen jetpacks vooral door overheden worden gebruikt om bijvoorbeeld mensen te redden in moeilijk begaanbare gebieden. Toch is het een kwestie van tijd dat ook de gewone consument gebruik kan maken van dit bijzondere stukje techniek.

Werknemers in de metaalsector staken op vrijdag 26 juni 2015

Op vrijdag 26 juni 2015 wordt er in Nederland door een paar duizend metaalarbeiders gestaakt. De stakingen worden gehouden omdat deze werknemers een betere cao willen afdwingen. Niet overal vinden stakingen plaats in Nederland. De regio’s waar de stakingen in ieder geval plaatsvinden zijn Eindhoven, Rotterdam en Zwolle.

Waar vinden de stakingen plaats?
In deze regio’s zullen de werknemers hun werkzaamheden in ieder geval 24 uur staken. Dit werd gemeld door de vakbond FNV. Het is al de vijfde week dat er stakingsacties plaatsvinden in de metaalsector. Volgends de FNV hebben in totaal al 8500 werknemers in deze sector aan de stakingen deelgenomen.

Wat eisen de metaalarbeiders?
De werknemers in de metaalsector eisen een betere cao. Nu zijn in een cao verschillende aspecten vastgelegd. De arbeiders eisen niet op alle punten van de cao een tegemoetkoming. Het belangrijkste vinden ze een loonsverhoging van 3 procent. Daarnaast willen werknemers in de metaalsector meer inspraak hebben in hun rooster. Ze willen meer invloed kunnen uitoefenen in de werktijden.

Reactie van Technisch Werken
De metaalsector heeft het tijdens de crisis moeilijk gehad. Tijdens de crisis ging de aandacht en het nieuws vooral over bouwbedrijven die in de problemen zijn geraakt maar de metaalsector heeft het ook zwaar gehad. Verschillende grote bedrijven waaronder scheepsbouwers hebben hun deuren definitief moeten sluiten. Voor bedrijven was het een gevecht om te overleven. Nu het weer iets beter gaat met de economie is het begrijpelijk dat werknemers in de metaalsector daarvan willen meeprofiteren, maar of stakingen daartoe het aangewezen middel zijn?

Lego gaat milieuvriendelijke legoblokjes ontwikkelen vanaf 2015

De bekende speelgoedfabrikant Lego  gaat 134 miljoen euro investeren in de ontwikkeling van duurzame alternatieve grondstoffen voor de bekende legoblokjes. Het plastic legoblokje zal de komende tijd steeds meer verdwijnen. Toch zal de ontwikkeling van nieuwe milieuvriendelijke legoblokjes nog wat tijd in beslag nemen. Uiteindelijk zal men in 2030 milieuvriendelijke legoblokjes moeten aantreffen in de schappen van de speelgoedwinkels.

Legoproductie
Op dit moment kost het produceren van plastic voor legoblokjes veel energie. Daarnaast worden er ook schadelijke stoffen voor gebruikt. Dit is heel milieubelastend en de speelgoedfabrikant Lego is zich er van bewust dat er veranderingen moeten worden doorgevoerd. Er werden in 2014 meer dan 60 miljard legoblokjes geproduceerd door Lego.

Onderzoekcentrum
Lego gaat een onderzoekscentrum openen. Dit gebeurd in de loop van 2015 en 2016. Dit onderzoekscentrum moet duurzame grondstoffen gaan ontwikkelen. In het centrum moeten meer dan honderd extra specialisten aan de slag gaan met de ontwikkeling van duurzame grondstoffen. Dit aantal onderzoekers komt bovenop het aantal onderzoekers dat reeds bij Lego in dienst was voor de ontwikkeling van nieuwe materialen. Eigenaar Kjeld Kirk Kristiansen van Lego wil graag het bedrijf een positieve invloed op de planeet zal hebben. Dit liet hij in een persbericht weten.

Reactie van Technisch Werken
Lego is één van de bekendste speelgoedmerken in de wereld. Vrijwel iedereen in Nederland heeft er wel eens van gehoord en is er mee opgegroeid. Ik heb er eigenlijk nooit bij stilgestaan hoeveel plastic er voor nodig is om al die miljarden legoblokjes te maken. Het nieuwsbericht over de ontwikkeling van nieuwe grondstoffen bij Lego kwam dan ook als een positieve verassing. Lego gaat gelukkig lang mee. De legoblokjes die in de jaren negentig van vorige eeuw werden geproduceerd kunnen nog steeds worden gebruikt met de huidige blokjes. Lego is dus niet zo doortrapt geweest om de bevestigingsmogelijkheden van de blokjes te wijzigen. Dat is op zich al een duurzame gedachte. Nu er ook nog naar milieuvriendelijker grondstoffen wordt gezocht is de kans groot dat Lego ook de komende decennia tot het populairste speelgoed behoort.

UWV en gemeenten moeten jongeren effectiever aan een baan helpen in 2015

In de eerste helft van 2015 heeft een groot aantal jongeren nog moeite met het vinden van een baan. Ongeveer een kwart van de jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar met een bijstandsuitkering vindt binnen een jaar een baan. Jongeren met een WW uitkering doen het iets beter van deze groep vindt twee derde binnen een jaar een baan.  Maandag 22 juni 2015 publiceerde de Inspectie SZW een rapport waarin duidelijk wordt aangegeven dat uitkeringsinstantie UWV en gemeenten meer moeten doen om jongeren aan een baan te helpen.

Volgens de Inspectie SZW voldoet de huidige werkwijze van het UWV lang niet altijd meer aan de eisen die een werkgever stelt aan sollicitanten. Het UWV helpt onder andere werkloze jongeren in een uitkeringspositie aan werk of scholing. Maar de scholing die geboden wordt is niet altijd datgene wat door werkgevers op de arbeidsmarkt gevraagd wordt. Door niet naar de wensen van werkgevers te luisteren vormt het UWV een risico in plaats van een hulp biedende factor in de begeleiding van jongeren naar een baan.

Wat doet het UWV verkeerd?
Het UWV doet een aantal dingen verkeerd in de begeleiding van jongeren naar een baan. Zo wordt er bijvoorbeeld niet of onvoldoende gecontroleerd hoe jongeren zoeken naar een baan. Meestal vindt deze controle puur plaats op basis van sollicitatieactiviteiten. De inhoud van de sollicitaties wordt nauwelijks getoetst. Ook de breedte van de sollicitaties, het aantal verschillende bedrijven in diverse sectoren, waarin de sollicitaties plaatsvinden wordt beperkt getoetst.

Verder houden gemeenten zich nauwelijks bezig met het opstellen van een plan van aanpak en de uitvoering daarvan. Dit zijn ze echter wettelijk wel verplicht. Het plan van aanpak moet door de gemeenten worden opgesteld en moet er toe leiden dat jongeren naar werk of een opleiding uitstromen. Volgens het onderzoek van de Inspectie SZW geven veel benaderde jongeren aan dat ze nauwelijks op de hoogte zijn van de afspraken in een plan van aanpak.

De komende twee jaar stelt het ministerie van Sociale Zaken zeven miljoen euro per jaar beschikbaar. Dit geld moet worden gebruikt om jongeren uit een uitkering aan een baan te helpen. Zowel gemeenten als het UWV moeten zich gezamenlijk inzetten voor het vergroten van de kans op werk voor jongeren in een uitkering.

Reactie van Technisch Werken
Het UWV heeft het enorm druk en de gemeenten in Nederland hebben het ook niet bepaald rustig als het gaat om het registeren van mensen met een uitkering en het stimuleren van de uitstroom van deze mensen naar betaald werk. Dit is een proces dat eenvoudig lijkt maar in de praktijk erg moeilijk is te monitoren. De werkzoekenden die een uitkering hebben moeten effectief op zoek naar werk en daarbij moet naar elke persoon apart gekeken worden. Juist dat is lastig voor grote instanties zoals het UWV en de gemeenten. Het leveren van een maatwerk aanpak blijft daardoor meestal achterwege. Ook de controle op de werkzoekende is gering. Bij uitzendbureaus kommen bijvoorbeeld regelmatig werkzoekenden binnen die zich nauwelijks hebben voorbereid. Soms lijkt het er op dat ze er alles aan hebben gedaan om maar zo ongemotiveerd over te komen. Er zijn natuurlijk werkzoekenden met een uitkering die gewoon niet willen werken. Deze groep moet stevig worden aangepakt en niet worden gefaciliteerd met allemaal pretopleidingen die de kans op werk niet vergroten. De overheid heeft hier nog een mooie taak aan.

Welke soorten zonwering zijn er?

Zonwering is een woord dat als verzamelnaam wordt gebruikt voor verschillende constructies die ongewenst zonlicht moeten tegenhouden. De redenen waarom men zonlicht wil weren kunnen verschillend zijn. Zo kan het licht van de zon ongewenst zijn op bepaalde plekken maar ook de warmte van de zon kan niet altijd gewenst zijn. Daarom zijn er in de loop van de jaren verschillende systemen ontwikkeld om zonlicht te weren.

Zonwering belangrijk
In sommige gevallen is het aanbrengen van zonwering zelfs verplicht. Dit is geregeld in de  ARBO-wetgeving voor bijvoorbeeld een kantooromgeving. De binnentemperatuur van een woning of utiliteitspand is erg belangrijk voor het welzijn van de aanwezige mensen. Daarom besteed men veel aandacht aan systemen waarmee deze temperatuur goed geregeld kan worden. met onderscheid hierbij systemen die zijn ontwikkeld als binnenzonwering en systemen die dienen als buitenzonwering.

Wat is buitenzonwering?
Buitenzonwering is zonwering die aan de buitenkant van een gebouw wordt aangebracht. Deze zonwering is meestal voor een raam of raampartij geplaatst. Over het algemeen wordt hiervoor een zonnescherm gebruikt. Dit is een scherm dat uitgerold kan worden en bevestigd is op twee knikarmen. Er zijn  verschillende soorten zonneschermen in de afgelopen jaren ontwikkeld. Ook de manier waarop deze zonwering in werking wordt gezet is de afgelopen jaren enorm verandert. Vroeger werden deze zonneschermen aan de binnenkant of buitenkant van een gebouw met een hendel naar beneden of naar boven gedraaid. Tegenwoordig gebeurt dit vrijwel overal elektrisch. Ook kunnen er sensoren worden geïnstalleerd die de intensiteit van zonlicht kunnen meten en op basis daarvan de zonwering naar boven of naar beneden kunnen laten gaan. Zonwering hoort bij de klimaatbeheersing van gebouwen. Daarom kan dit aspect van de klimaatbeheersing een onderdeel vormen van een geautomatiseerd gebouwenbeheersysteem. Buitenzonwering kan echter ook eenvoudig in de vorm van raamluiken worden aangebracht. Ook bouwkundige luifels boven de ramen is een eenvoudige manier om ongewenst zonlicht aan de buitenkant van het gebouw tegen te gaan.

Wat is binnenzonwering?
Zonwering kan aan de binnenkant van een gebouw worden aangebracht. Als dit het geval is spreekt men over binnenzonwering. Binnenzonwering kan men op verschillende manieren aanbrengen bijvoorbeeld in de vorm van gordijnen, lamellen of jaloezieën. Binnenzonwering is over het algmeen eenvoudig aan te brengen en er worden geen zware eisen aan de belastbaarheid gesteld omdat deze zonwering niet in de buitenlucht hangt en daardoor niet door weersinvloeden wordt aangetast. Zonlicht kan er natuurlijk wel voor zorgen dat de zonwering verkleurd. Daarnaast kan zonlicht bepaalde stoffen aantasten. Zonwering aan de binnenkant van de woning is over het algemeen goedkoper dan buitenzonwering. Het is echter ook minder effectief. Voorbeelden van binnenzonwering zijn:

  • Rolgordijnen
  • Lamellen (horizontaal of verticaal)
  • Jaloezieën (horizontale lamellen)
  • Vouwgordijnen
  • Paneelgordijnen
  • Gordijnen
  • Vitrage
  • Verstelbare binnenluiken

Wat wordt bedoelt met de binnenwerkse maat en de buitenwerkse maat

De begrippen binnenwerkse maat en buitenwerkse maat worden in de bouwkunde gebruikt. Zowel tekenaars, werkvoorbereiders als uitvoerend personeel zoals timmermannen gebruiken deze termen voor maataanduiding. In de bouw weet men precies wat met deze maten wordt bedoelt daarom hoeven deze termen daar niet verder te worden uitgelegd. Hieronder is een korte definitie gegeven van deze termen zodat men weet wat er mee wordt bedoelt.

Wat is binnenwerkse maat?
Met de aanduiding binnenwerkse maat wordt de maat bedoelt binnen in een voorwerp van de ene buitenzijde naar de andere buitenzijde. Dit is de maat exclusief de dikte van de rand of wand van het object. Dit kan bijvoorbeeld het kozijn van een raam of deur zijn. Hierbij is de binnenwerkse maat de afmeting van de binnenkant van het kozijn.

Men kan de maten binnen voorwerp aangeven op een technische tekening. De maten binnenin een voorwerp worden in drie richtingen bepaald zodat men de inhoud van een voorwerp of ruimte in bijvoorbeeld kubieke decimeters (dm³) of kubieke meters (m³) kan weergeven op een technische tekening. Het is ook mogelijk dat men de inhoud van een object in liters aangeeft.

Wat is buitenwerkse maat?
Naast binnenwerkse maat wordt ook de term buitenwerkse maat gebruikt in de techniek. De buitenwerkse maat is de afstand van de ene buitenkant naar de andere buitenkant van een object. Hierbij wordt de omvang van het voorwerp aangegeven inclusief de randen of wanden van het voorwerp of object. Ook hierbij worden de maten in drie verschillende richtingen bepaald. Daardoor krijgt men een beeld van de ruimte of het volume dat een voorwerp in zijn totaliteit inneemt. Voor deze maataanduiding gebruikt men eveneens de aanduiding kubieke meters (m³), kubieke decimeters (dm³) of liters (l).

Wat wordt bedoelt met dag of dagmaat in de bouwkunde?

In de bouwkunde worden verschillende begrippen gebruikt die gemakkelijk voor verwarring kunnen zorgen omdat ze ook een andere betekenis of uitleg hebben. Een voorbeeld hiervan is het woord ‘dag’. In de bouwkunde wordt dit woord gebruikt om het binnenvlak van een bepaald materiaal aan te duiden dat een opening omsluit. De afmetingen van de dag worden de dagmaat genoemd. Dit is de binnenwerkse maat oftewel de afstand tussen de dagkanten van een bepaald materiaal of object. Andere woorden voor de dag zijn, dagkant, dagzijde of negge.

Voorbeeld van dagmaat
Een voorbeeld van een dagmaat is de ruimte tussen de kozijnstijlen van een enkele deur. Dit is de vrije doorgang. Men kan ook zeggen de deurbreedte min twee keer de sponningdiepte. Ook bij het plaatsen van dakramen en lichtkoepels spreekt men over een dagmaat. Dit is de ruimte die daadwerkelijk in het dak overblijft nadat men de kozijnen heeft geplaatst van het dakraam of de lichtkoepel.

Als men het over iets ‘in de dag’ plaatsen heeft, dan doelt men op het plaatsen van bijvoorbeeld een deur aan de binnenkant van de opening. Als men iets ‘op de dag’ wil plaatsen dan heeft men het over het plaatsen van iets over de dag heen. Deze bewoordingen worden voornamelijk gebruikt als men zonwering, zoals rolgordijnen en jaloezieën, wil plaatsen over de opening van bijvoorbeeld een raam heen.

Maritiem concern IHC wil flexwerkers ontslaan

Maritiem concern IHC heeft aangegeven dat ze bijna vijfhonderd medewerkers wil ontslaan. Daarnaast wil het bedrijf een groot deel van de inleenkrachten laten vertrekken. Dit werd woensdag 10 juni 2015 bekend gemaakt. De vakbonden maakten dinsdag al bekend dat er vermoedelijk honderden banen zouden verdwijnen bij IHC.

Het bedrijf IHC werkt met 1.127 flexkrachten. Dit is een groot aantal, zeker wanneer het totaal aantal werknemers van het bedrijf op ongeveer 3000 zit. Er moeten volgens IHC  487 werknemers ontslagen worden voor het einde van 2015. Verder wil het bedrijf twee van de vier scheepswerven in Nederland sluiten. het bedrijf gaat echter in het buitenland meer capaciteit plaatsen. IHC wil minder afhankelijk worden van de volatiele scheepsbouw. Verder wil het bedrijf zich meer gaan richten op de technologisch ingewikkelde bagger- en offshore-schepen. Ook de service en verhuur zijn volgens IHC interessante sectoren.

IHC heeft ook te maken met de lage olieprijs. Hierdoor stellen bedrijven in de oliesector investeringen uit. Daardoor krijgt IHC minder orders. De internationale concurrentie neemt ook toe in de scheepsbouw. Dit merkt IHC ook het aantal orders neemt af.

Reactie van Technisch Werken
Het is erg jammer dat IHC zoveel medewerkers wil gaan ontslaan. De scheepsbouwsector heeft in Nederland tijdens de economische crisis aardig wat klappen te verwerken gehad hoewel Nederland toch internationaal bekend staat als scheepsbouwland en jachtbouwland. Allemaal ervaren vakkrachten komen door de ontslagen op staat te staan en dat is zonde. De overige bedrijven in de scheepsbouw hebben niet een dusdanige toename in het aantal orders om deze nieuwe groep werkloze vakkrachten van een nieuwe baan te voorzien. Vanwege de specifieke kennis van deze vakkrachten wordt het moeilijk om ze door te plaatsen in een andere sector.

Gemeenten in Nederland hebben behoefte van flexwerkers in 2015

De Wet Werk en Zekerheid moet er voor zorgen dat de positie van flexwerkers op de arbeidsmarkt verbetert. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat flexwerkers het op de arbeidsmarkt minder goed hebben dan personeel dat een rechtstreeks dienstverband heeft bij een bedrijf. Dit is echter een voorbarige conclusie. Flexwerkers zullen de komende  tijd steeds meer een sleutelfunctie gaan vervullen op de arbeidsmarkt. De overheid, die zelf verantwoordelijk is voor de invoering van de Wet Werk en Zekerheid, maakt ook duidelijk dat flexwerkers in bijvoorbeeld de vorm van payrollers een ”passend middel” zijn. Dit werd maandag 8 juni 2015 benoemd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Waarom zijn flexwerkers belangrijk voor gemeenten?
Gemeenten in Nederland merken net als andere organisaties dat de hoeveelheid taken en werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden verschillen. Voor werknemers/ ambtenaren is bij de gemeente niet altijd evenveel werk. De pieken in de werkzaamheden werken gemeenten weg door payrollers in dienst te nemen. In Nederland heeft 85 procent van de gemeenten payrollers in dienst. Dit werd zondag 7 juni 2015 gemeld op de NOS.

Reactie van Technisch Werken
De overheid heeft een voorbeeldfunctie wordt regelmatig geroepen. De landelijke overheid lijkt flexwerk steeds meer aan banden te willen leggen terwijl de lokale overheden juist de voordelen zien van flexwerkers. Gemeenten merken ook dat ze kosten moeten besparen en kunnen daardoor niet onnodig veel mensen rechtstreekse contracten aanbieden. In plaats daarvan stemmen ze de personeelsbezetting nauwkeurig af op de hoeveelheid werk die men verwacht. Daardoor worden overheidsuitgaven beperkt en dat is een goede ontwikkeling, tenzij men graag meer belasting wil betalen. Aangezien een groot deel van Nederland liever minder belasting betaald is het goed dat overheden meer gaan werken volgens de methodes van het bedrijfsleven.

Procedures worden overzichtelijker en effectiever waardoor tijd en geld worden bespaard. Nu zal de overheid uiteindelijk ook naar het bedrijfsleven moeten kijken wanneer ze haar wetten en regels evalueert. Dan wordt al snel de conclusie getrokken dat de Wet Werk en Zekerheid de arbeidsmarkt heeft beschadigd. Werkgevers nemen nog minder snel mensen in dienst en flexwerkers worden eerder op straat gezet. In ieder geval wordt er per 1 juli 2015 een grote ontslaggolf verwacht onder flexwerkers. Bedrijven willen namelijk niet de transitievergoeding betalen aan flexwerkers die het bedrijf noodgedwongen moeten verlaten. Ook bij overheidsinstellingen zullen vermoedelijk veel payrollers en andere flexwerkers ontslagen worden. Dit is het zoveelste bewijs dat de Wet Werk en Zekerheid een negatief effect heeft op de arbeidsmarkt.

Herstel van de arbeidsmarkt niet in alle sectoren merkbaar in 2015

De uitkeringsinstantie UWV is behoorlijk positief over de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt in 2015. De instantie verwacht dat in Nederland in 2015 het aantal banen weer zal toenemen op de arbeidsmarkt. Dat zou voor het eerst zijn in drie jaar tijd. Het UWV is positief over de arbeidsmarkt maar geeft aan dat het herstel van de Nederlandse economie nog niet sterk genoeg is om van een stevig herstel te spreken.

Het UWV verwacht dat er in 2015 een toename zal zijn van 38.000 arbeidsplaatsen. In deze toename zijn niet het aantal arbeidsplaatsen voor zzp’ers en zelfstandigen opgenomen. Als men deze groepen op de arbeidsmarkt meerekent kan het aantal banen in Nederland zelfs met 73.000 toenemen volgens het UWV. Deze vooruitzichten werden gepubliceerd in de jaarlijkse arbeidsmarktprognose van de uitkeringsinstantie.

Werkgelegenheid neemt niet in elke sector toe
De werkgelegenheid neemt in veel sectoren toe in Nederland. Toch kan niet elke sector profiteren van de opleving in de economie. Sectoren die het de komende tijd zwaar hebben zijn de financiële dienstverlening, de industrie en de zorg. Ook bij de overheid zullen vermoedelijk veel banen verdwijnen. Deze banen verdwijnen vermoedelijk doordat veel werkzaamheden digitaal worden verricht. Ook de automatisering zorgt in de industrie voor het verdwijnen van banen.

Uitzendbranche maakt groei door
De uitzendbranche zal de komende tijd groeien. Dit komt doordat veel bedrijven de pieken in de productie in eerste instantie trachten op te vangen met flexwerkers. De bouwsector zal ook meer banen bieden aan werknemers. Uitzendbureaus en andere arbeidsbemiddelingsbureaus zoals headhunters hebben op dit moment grote moeite om ervaren onderhoudsmonteurs, ICT-programmeurs, docenten, wijkverpleegkundigen, opticiens en registeraccountants te vinden op de arbeidsmarkt. Ook naar jonge hoog opgeleide technici is veel vraag. Vacatures in deze beroepen zijn zeer moeilijk in te vullen.

Reactie van Technisch Werken
Het duurde een paar jaar maar in 2015 lijkt vrijwel elke instantie en onderzoeksbureau een positieve kijk te hebben op de economie en de werkgelegenheid. Deze twee factoren zijn natuurlijk aan elkaar verbonden. Het gaat al een tijd beter met de economie en gelukkig lijkt de arbeidsmarkt hierin mee te bewegen. Vervolgens zullen consumenten hun koopkracht zien toenemen en bereid zijn om meer investeringen te doen. De binnenlandse bestedingen gaan dan omhoog waardoor bedrijven meer omzet draaien en meer personeel kunnen aannemen. De cirkel is dan weer rond en de positieve spiraal in de economie is weer in werking gezet. Dit klinkt allemaal te mooi om waar te zijn maar na jaren van pessimisme is men bereid om in elk sprankje hoop te geloven.

Noorwegen wordt vanaf 2015 een steeds belangrijker olieleverancier voor Nederland

Nederland importeert steeds meer ruwe olie uit Noorwegen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte dinsdag 2 juni 2015 bekend dat in het laatste kwartaal van 2014 meer olie uit Noorwegen werd geïmporteerd dan uit Rusland. Hierdoor is Noorwegen in plaats van Rusland de belangrijkste olieleverancier geworden voor Nederland.

In 2008 liet Nederland ongeveer een derde van de ruwe aardolie nog importeren uit de Russische Federatie. In 2014 slonk dit percentage tot ongeveer vijfentwintig procent. Daarnaast werd de olie-export van Noorwegen naar Nederland bijna verdrievoudigd. De piek in de olie-import vanuit Noorwegen is vooral zichtbaar in het laatste kwartaal van 2014. In de overige periode van 2014 leverde Rusland wel in verhouding meer olie aan Nederland dan andere landen.

Olie is een belangrijk invoerproduct voor Nederland
Voor Nederland is ruwe aardolie het belangrijkste invoerproduct. In 2014 werd volgens het CBS maar liefst  57 miljard kilo ruwe aardolie ingevoerd. Dit komt neer op een bedrag van 36 miljard euro. Rusland en Noorwegen waren voor Nederland de belangrijkste leveranciers van die ruwe aardolie. Het grootste deel van de geïmporteerde olie wordt in Nederland verwerkt tot geraffineerde aardolieproducten. Deze aardolieproducten worden vervolgens weer naar andere landen geëxporteerd.

Toename in de olie-invoer
Als men de periode tussen 2008 en eind 2014 bekijkt dan ziet men een behoorlijke toename in de invoer van ruwe aardolie naar Nederland. In totaal is er sprake van een groei van ongeveer dertien procent. Er werd in 2014 niet alleen meer olie uit Noorwegen geïmporteerd. Ook andere landen zoals Irak en Nigeria leverden meer ruwe olie aan Nederland dan de zes jaar daarvoor.

Reactie van Technisch Werken
Er wordt in het artikel niet ingegaan op de gespannen relatie tussen Rusland en Nederland als één van de oorzaken dat Rusland niet meer de belangrijkste olieleverancier lijkt te worden voor Nederland. Verder zijn er in het Midden-Oosten veel spanningen die doorwerken in de olie-industrie. Ook Amerika heeft veel ambities in de oliemarkt met schalieolie. Al deze factoren zorgen er voor dat de oliemarkt in beweging blijft. Nederland als belangrijk exportland/ importland zal hierin meebewegen.