Wat is een Prestaventiel, Sclaverandventiel of Frans ventiel?

Voor het inlaten van lucht in fietsbanden worden verschillende soorten ventielen gebruikt. Bekenden ventielen zijn het Schrader ventiel dat ook wel Amerikaans ventiel wordt genoemd en het Hollands ventiel. Naast deze twee verschillende soorten ventielen is er ook nog het Prestaventiel dit ventiel wordt ook wel een Sclaverandventiel genoemd. In de Nederlandse vakhandel noemt men het Prestaventiel ook wel Frans ventiel in België gebruikt men de naam Belgisch ventiel. Dit ventiel heeft een mechanisme dat er voor zorgt dat de lucht niet uit het ventiel kan ontsnappen wanneer het eenmaal in de band is gepompt. Bij een Amerikaans ventiel maakt men gebruik van een pin die in het midden van het ventiel is geplaatst. Deze pin laat lucht in en uit wanneer deze ingedrukt wordt. Bij een Prestaventiel zal men voor het oppompen van een band eerst een moertje los moeten draaien. Hierdoor kan er lucht door het ventiel getransporteerd worden.

Een Prestaventiel heeft een belangrijk voordeel ten opzichte van andere ventielen. Buiten het terugslagmechanisme (dat vrijwel elk ventiel heeft) is het Prestaventiel verhoudingsgewijs klein. Het Prestaventiel heeft een 2 millimeter kleinere diameter dan gemiddelde fietsventielen. Door de diameter van 6,5 millimeter kan het Prestafietsventiel worden toegepast op smalle velgen. Vanwege dit voordeel worden Prestaventielen veel toegepast op ventielen van banden voor racefietsen.

Als men via een Prestaventiel een band wil oppompen met een Nederlandse fietspomp (met knijper) dan zal men een verloopnippel moeten gebruiken voor dit type ventiel. Een Prestaventiel past wel in een normale fietsvelg maar een Hollands ventiel of Amerikaans ventiel past niet in een velg die gemaakt is voor Prestaventielen. Het is echter niet aan te bevelen om binnenbanden met Prestaventielen te plaatsen in velgen met een groter ventielgat. Door het oppompen van de binnenband kan het ventiel in het gat heen en weer schuiven en dus beschadigen. Ook kan de binnenband hierdoor beschadigen. Men dient dus de juiste binnenband te hanteren voor een bepaald ventielgat.

Wat is een Schraderventiel of Amerikaans ventiel?

Een Schraderventiel wordt ook wel een Amerikaans ventiel genoemd. Dit is een speciaal soort ventiel dat men name bij mountainbikes wordt toegepast. Verder wordt dit ventiel ook bij speciale andere fietsen toegepast en sommige kinderwagens met luchtbanden. Het Schraderventiel of Amerikaans ventiel wordt ook veel toegepast bij brommers. Omdat dit ventiel vrijwel bij alle auto’s wordt toegepast noemt men het Schraderventiel naast Amerikaans ventiel ook wel autoventiel of autobandventiel. Soms noemt met dit type ventiel ook wel brommerventiel.

Hoe werkt een Schraderventiel
De werking van het Schraderventiel is gebaseerd op de werking van een terugslagventiel. Dit houdt in dat het ventiel slechts in één richting lucht (gas) zal doorlaten en als dit gas tracht terug te stromen zal het ventiel zich sluiten. Deze terugslag van gas wordt tegengehouden vandaar de naam terugslagventiel. Het ventiel zelf ziet er uit als een brede cilinder. Deze cilinder is bijvoorbeeld breder dan een Hollands ventiel dat nog steeds bij veel fietsen wordt toegepast.

In het midden van het ventiel zit een klein pennetje dat ingedrukt kan worden. Als men dit doet zal men merken dat het ventiel zich opent en kan er dus wel lucht uit tegengestelde richting het ventiel uitstromen. Men kan op deze manier de band leeg laten lopen.

Voor een Schraderventiel zijn speciale pompen ontwikkeld. Deze pompen zorgen er voor dat het ventiel zich tijdens het oppompen van de band zal openen. Daardoor kan men met voldoende druk de band oppompen. De Nederlandse fietspomp (met knijper) past niet op dit ventiel. De opening van de fietspomp is te smal om te passen rondom het Schraderventiel/ Amerikaanse ventiel. Daarom wordt er een speciale verloopnippel toegepast die doormiddel van een schroefdraad op het Schraderventiel/ Amerikaanse ventiel wordt gedraaid.

Het Schraderventiel heeft wereldwijd een bredere toepassing dan het Hollandse ventiel.

Wat zijn terugslagventielen, terugslagkleppen en keerkleppen?

Terugslagventielen zijn ventielen die worden gebruikt om gas, poeder, water of granulaat in één bepaalde richting door te laten. Hierbij duwt over het algemeen de stof die doorgelaten moet worden tegen de klep als het er doorheen stroom. Bij het terugstromen zorgt de zwaartekracht of een veer er voor dat de klep zich sluit. Ook kan de stof zelf er voor zorgen dat het ventiel of de klep wordt gesloten.  Hierdoor kan het materiaal slechts in één richting door het ventiel stromen. Daarom wordt een terugslagventiel ook wel een terugstroombeveiliger genoemd. Als er sprake is van een soort klep die de terugstroom keert dan heeft men het ook wel over een keerklep of een terugslagklep.

Terugslagventielen of terugslagkleppen
Men heeft het over terugslagventielen wanneer men doormiddel van een pomp lucht (gas) door een ventiel van bijvoorbeeld een autoband of fietsband pompt. In hydraulische circuits past men ook wel terugslagkleppen toe die kunnen zowel gestuurd zijn als niet gestuurd.

Keerkleppen
Bij apparaten die aangesloten zijn op het waterleidingnet maakt men gebruik van keerkleppen. De apparaten waarbij keerkleppen toegepast worden zijn bijvoorbeeld vaatwassers en wasmachines. Deze keerklep is een soort beveiliging die er voor zorgt dat verontreinigd water uit het apparaat niet kan terugstromen in de waterleiding waardoor het leidingwater zou kunnen vervuilen. Keerkleppen hebben een belangrijke functie en moeten daardoor regelmatig worden gecontroleerd.

Het maximale hypotheekbedrag moet omlaag in 2018

In Nederland kan men verhoudingsgewijs veel lenen voor de aanschaf van een woning. Daardoor hebben Nederlandse woningbezitters in verhouding tot woningbezitters in andere landen een hoge hypotheek. Het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) heeft een adviesrapport uitgebracht waarin is aangegeven dat het  maximale bedrag dat mensen moeten kunnen lenen voor de aanschaf van een huis naar beneden moet. In 2015 kunnen woningkopers nog 103 procent van de totale koopsom van de woning lenen. In 2018 moet dit bedrag worden verlaagd naar maximaal 100 procent.

Het Financieel Stabiliteitscomité wil graag dat het kabinet nog strenger wordt. Als het aan deze instantie zou liggen dan zou de hypotheeklimiet ieder jaar moeten worden verlaagd totdat het maximale hypotheekbedrag op 90 procent zou komen te liggen. Deze aanbeveling sluit aan bij de aanbevelingen die eerder zijn benoemd door het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Daling in de vraag naar woningen
Het verlagen van de financiële lasten van Nederlanders is een goed streven maar het verlagen van het maximale hypotheekbedrag zorgt ook voor onrust. Het Centraal Planbureau (CPB)is hier niet direct een groot voorstander van. De verlaging van de hypotheeklimiet kan er voor zorgen dat er minder doorstroom op de woningmarkt plaatsvind omdat minder mensen een woning kunnen kopen die bij hun gezinssituatie past. Een daling in de vraag naar woningen zorgt er voor dat de woningprijzen zullen verlagen. Dit is niet goed voor de huizenbranche en de bouwsector.

Reactie van Technisch Werken
Het afsluiten van een hoge hypotheek was voor de economische crisis de normaalste zaak in Nederland. Kosten koper werden door veel mensen standaard meegefinancierd met een hoge hypotheek. Toen dacht men dat er geen einde zou komen aan de stijging in de huizenprijzen. De economische crisis bracht verandering in die denktrant. De huizenprijzen zijn gezakt en het afsluiten van te hoge hypotheken wordt aan banden gelegd. Mensen die een woning willen kopen zullen zelf daarvoor ook eigen geld moeten inbrengen. Dit is heel logisch maar voor veel mensen komt dit als een verassing.

De nieuwe werkwijze rondom het verstrekken van hypotheken zorgt er voor dat Nederland economisch gezonder gaat worden. Dit heeft inderdaad effect op de woningmarkt en dat is jammer. Toch denk ik dat de overheid dit effect voor een deel voor lief neemt. Als men de woningmarkt en de financiële sector wil veranderen dan zal dat ook nadelige effecten met zich meebrengen. Dat is niet anders. 

Metaalsector gaat in staking op vrijdag 29 mei 2015

Op vrijdag 29 mei 2015 wordt er een staking gehouden in de metaalsector in Nederland. Tot deze staking is besloten nadat de onderhandelingen over een nieuwe cao niet zijn gelukt. Niet bij elk bedrijf wordt in staking gegaan. Er zullen onder andere acties plaatsvinden bij de DAF in Eindhoven. Dit werd dinsdag 27 mei ’15 bekend gemaakt. Verder zullen er volgens de vakbonden FNV Metaal en de CNV ook acties worden gehouden in de regio’s Rotterdam, Zeeland en West-Brabant en in Noord-Holland. In deze regio’s zal het werk voor 24 uur worden gestaakt bij een aantal bedrijven.

De vakbonden eisen dat er meer loon wordt betaald aan werknemers in de metaalsector. Ze eisen ook betere regelingen voor werknemers met betrekking tot de invulling van de arbeidstijden. De acties komen niet zonder waarschuwing. De bonden hadden al een tijdje geleden gewaarschuwd dat er acties zouden komen als de werkgevers in zowel de grootmetaal en de kleinmetaal de ultimatums voor een akkoord zouden laten verlopen.

Reactie van Technisch Werken
De metaalsector heeft het zwaar de afgelopen jaren. De crisis is in deze sector zwaar ingeslagen. Geen wonder dat veel werkgevers in deze sector het moeilijk hebben en daardoor aarzelen om op de eisen van de werknemers in te gaan. De werknemers vinden echter dat ze in vergelijking tot andere sectoren niet goed verdienen en daarnaast weinig ruimte hebben om hun arbeidstijden flexibel in te delen. Daar hebben deze werknemers ook gelijk in. In crisistijd is het echter lastig om alle belangen op elkaar af te stemmen.

Pas na 2030 boringen in water rondom Alaska door Shell

Shell zal de komende jaren nog niet beginnen met het winnen van olie in het water rondom Alaska. Dit werd door de productietopman van Shell bekend gemaakt aan de zakenkrant Financial Times. Het zal volgens het olie- en gasconcern pas tot 20130 duren voordat er gestart zal worden met het winnen van olie in de wateren om Alaska.

Eerder nog gaf Shell aan dat ze in de zomer van 2016 al boorwerkzaamheden zou willen uitvoeren in de Chukchi Zee bij Alaska. Deze uitspraak deed Shell nadat ze een voorlopige goedkeuring van de Amerikaanse autoriteiten had ontvangen voor de proefboringen in het gebied. Voor de toekomst van de oliewinning bij Alaska zijn die boringen van cruciaal belang volgens Shell-bestuurder Marvin Odum. Er moet eerst een grote olievondst worden gedaan volgens Marvin Odum. Deze olievondst moet zo groot zijn dat de grote investeringen weer kunnen worden terugverdient. De Amerikaanse geologische dienst is zeer positief over de olievoorraden in het poolgebied. Volgens deze dienst zouden in het poolgebied vele miljarden vaten aan olie worden gewonnen kunnen worden.

Het boren in de wateren rondom Alaska is niet eenvoudig. In 2012 hield Shell ook al een boorcampagne in deze regio. Dit ging gepaard met grote problemen. Door deze problemen kan ook het milieu in gevaar komen volgens milieugroeperingen. Daarom willen deze groeperingen waaronder Greenpeace dat er zo weinig mogelijk wordt geboord naar olie. Het liefst zien deze organisaties dat Shell helemaal gaat stoppen met het ontwikkelen van plannen voor boringen.

Reactie Technisch Werken
Wereldwijd staat het boren naar olie en gas ter discussie. Dat is niet alleen in de omgeving van Alaska het geval. Ook in Nederland in de buurt van Terschelling en in Groningen staat het boren en delven van fossiele brandstoffen ter discussie. Meestal heeft men milieuomstandigheden en de risico’s op een milieuramp als grootste bezwaar voor het boren naar olie en aardgas. Als men de boorwerkzaamheden op land uitvoert heeft men ook nog te maken met het zakken van de bodem waardoor aardschokken kunnen ontstaan. In Groningen zorgt dat voor grote problemen voor de bewoners. Het wordt toch tijd dat men actief bezig gaat met het zoeken en implementeren van vervangers voor fossiele brandstoffen.

Staalfabriek Tata Steel IJmuiden behaalde 350 miljoen euro winst in 2014

Staalfabriek Tata Steel in IJmuiden heeft in 2014 een winst geboekt van ongeveer 350 miljoen euro. Dit werd maandag 25 mei 2015 gemeld door het Financieele Dagblad. Dit dagblad publiceerde de informatie op basis van interne documenten van Tata Steel. Het Indiase moederbedrijf Tata Steel heeft volgens het artikel in 2014 verlies geleden.

Winstuitkering
Een groot deel van de winst van Tata Steel zal bij de personeelsleden van de fabriek terecht komen. De werknemers die bij het bedrijf werken zien een winstuitkering tegemoet van 9,19 procent volgens RTV Noord-Holland. Het bedrijf Tata Steel IJmuiden heeft meer dan negenduizend werknemers in dienst.

Hogere winst
De redenen en oorzaken die er toe hebben geleid dat Tata Steel meer winst maakt zijn divers. Een belangrijke oorzaak van de hogere winst ligt in de kostenbesparingen die het bedrijf heeft doorgevoerd. Verder heeft Tata Steel nieuwe investeringen gedaan. Zo heeft het bedrijf in de periode van de economische crisis bijna 700 miljoen euro in de fabriek geïnvesteerd. Daarnaast zijn er echter ook banen geschrapt vanaf 2009. Vanaf dat jaar zijn er duizenden banen verdwenen bij Tata Steel IJmuiden. Dit leverde een grote kostenbesparing op maar was voor de werkgelegenheid in die regio zeer ongunstig.

Reactie van Technisch Werken
De economische crisis is voor veel bedrijven het moment geweest om veranderingen door te voeren. Bedrijven die de mogelijkheid hadden om zich aan te passen aan de nieuwe situatie deden dat. Andere bedrijven probeerden zo lang mogelijk ‘het hooft boven water te houden’. De economische crisis heeft bij Tata Steel ook sporen nagelaten. Dat er duizenden banen zijn verdwenen doet natuurlijk pijn. Toch is het noodzakelijk geweest voor het voortbestaan van het bedrijf. In 2014 werd er zoals hierboven is beschreven een behoorlijke winst gemaakt. Er wordt in het artikel echter niet gesproken over een aanzienlijke toename in de vraag naar staal. Juist die toenemende vraag is van groot belang voor de structurele opleving van de economie in de staalsector.

Sportwagenfabrikant Spyker is in 2015 voorlopig nog in surseance

Op vrijdag 22 mei 2015 deed de rechtbank in Lelystad uitspraak over  een regeling om schuldeisers van Sportwagenfabrikant Spyker tegemoet te komen.  Omdat de rechtbank niet akkoord ging met de voorgestelde regeling blijft Spyker voorlopig nog in surseance. De reden waarom de surseance aanblijft heeft ge maken met het feit dat één van de schuldeisers niet ingestemd heeft met het voorstel van Spyker. In een zitting krijgt deze schuldeiser de komende weken de kans om zijn bezwaren bekend te maken. De datum hiervoor moet nog worden vastgesteld.

Eind 2014 werd Spyker failliet verklaard. Dit faillissement werd in een hoger beroep vernietigd. In plaats van een faillissement kreeg Spyker uitstel van betaling, wat ook wel  surseance wordt genoemd. Spyker-topman Victor Muller wist op het laatste moment nog een investeerder te vinden. Deze investeerder heeft 4,3 miljoen euro geïnvesteerd in Spyker. Er wordt gekeken naar mogelijkheden om een samenwerking te realiseren tussen Spyker en een Amerikaanse partner. De nieuwe organisatie moet zich dan richten op het fabriceren van elektrische auto’s.

Er werd een voorstel gedaan voor een zogenoemd crediteurenakkoord. Dit voorstel kreeg de steun van de meeste schuldeisers ondanks het feit dat veel crediteuren een behoorlijk deel van hun geld niet zullen ontvangen. Het uitspreken van een faillissement is echter nog minder gunstig voor de schuldeisers omdat in dat geval de meeste schuldeisers helemaal geen geld ontvangen.

Reactie van Technisch Werken
Spyker is een bijzonder automerk met een uniek karakter. Het merk produceerde per jaar maar een paar auto’s in verhouding tot andere grote automerken. Spyker probeerde met de overname van automerk Saab een bredere markt aan te boren maar dat was geen succes. Ook een mislukt avontuur in de Formule 1 zorgde er voor dat het bedrijf veel geld verloor. Elektrische auto’s lijken een redelijke toekomst te hebben maar de productie van elektrische auto’s is nog geen garantie voor succes in de auto-industrie. Als men alleen elektrische auto’s produceert is men in de autobranche ook kwetsbaar als er succesvollere vervangende energiebronnen worden gebruikt voor de aandrijving van auto’s.

Jeugdwerkloosheid onder jongeren in februari en april 2015

Volgens het CBS vonden in de periode februari-april per maand zevenduizend jongeren in de leeftijdscategorie 15 tot 25 een baan.  Van die leeftijdsgroep had 61,4 procent betaald werk in de maand april. Drie maanden daarvoor was dit percentage nog 60,4 procent. Ten opzichten van 2013 daalde het percentage werklozen onder jongeren van 13,2 naar 10,9 procent. Ondanks deze daling noemde minister Lodewijk Asscher het percentage werklozen onder jongeren nog steeds “onwenselijk hoog”. Het bestrijden van jeugdwerkloosheid is volgends de minister een belangrijke prioriteit.

Reactie van Technisch Werken
Het is terecht dat het bestrijden van jeugdwerkloosheid een belangrijk agendapunt is voor de Nederlandse regering. Er zijn jongeren die hun loopbaan beginnen met een zogenoemd ‘gat’ in het cv. Dit slechte begin van een loopbaan kan er voor zorgen dat ze later nog minder makkelijk een baan kunnen vinden. Een gat in het cv is namelijk een reden voor bedrijven om vragen te gaan stellen. Waarom heeft iemand een bepaalde periode niet gewerkt? Is een veel gehoorde vraag. Jongeren die geen werk hebben doen er verstandig aan om zichzelf te blijven ontwikkelen. Zo kunnen ze er voor zorgen dat hun kennisniveau op peil blijft door cursussen en opleidingen te volgen. Ook vrijwilligerswerk en stages kunnen er voor zorgen dat de jongere hun vaardigheden op peil houden en verder ontwikkelen.

Nederlandse werkloosheid in april 2015 stabiel volgens CBS

Donderdag 21 mei 2015 maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers bekend over de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt over de maand april in 2015. Hieruit kwam naar voren dat de werkloosheid in deze maand stabiel is gebleven ten opzichte van de maand daarvoor. In totaal kwam de werkloosheid op 7 procent van de Nederlandse beroepsbevolking. In de periode tussen februari en april kwamen er gemiddeld per maand tweeduizend werkloze werknemers bij. Vooral jongeren in de leeftijd tussen 15 en 25 jaar vonden opvallend sneller een baan.

Het percentage werklozen is in de maand april hetzelfde gebleven als in de maand maart. Ten opzichte van drie maanden geleden is het percentage werklozen in Nederland gedaald. Drie maanden geleden kwam het percentage werklozen nog op 7,2 procent van de beroepsbevolking in Nederland. In de maand april waren er in Nederland 625.000 mensen werkloos. Deze mensen waren beschikbaar voor werk op de arbeidsmarkt maar konden geen werk vinden. Volgens minister Lodewijk Asscher van Werkgelegenheid gaat het in Nederland de goede kant op. Ondanks dat is de werkloosheid in Nederland volgens hem nog steeds veel te hoog.

Reactie van Technisch Werken
Het beging van 2015 leek veelbelovend. Toch blijkt er in de loop van 2015 een stagnatie merkbaar te zijn op de arbeidsmarkt. De vraag naar personeel neemt nauwelijks toe. De arbeidsmarkt krijgt daarnaast ook weinig nieuwe werklozen. Daardoor komt de arbeidsmarkt op ‘slot’ te zitten. Er moet meer doorstroom plaatsvinden voor een gezonde arbeidsmarkt. Sommige werkzoekenden zoeken al jaren naar een baan. Deze groep zal steeds moeilijker een baan vinden terwijl jonge werkzoekenden steeds sneller aan een baan geholpen worden.  

Wat is vakantiegeld en waarom wordt dit betaald aan werknemers?

Vakantiegeld wordt aan Nederlandse werknemers uitbetaald door werkgevers. Het vakantiegeld is in Nederland minimaal acht procent van het bruto loon. In sommige cao’s is echter vastgelegd dat werknemers recht hebben op meer vakantiegeld. Het vakantiegeld wordt eenmaal per jaar uitgekeerd aan de werknemers en dient apart vermeld te worden op de loonstrook. Het vakantiegeld is een toelage die door de werknemer gebruikt kan worden om de extra kosten van een vakantie te dekken. De werknemer is niet verplicht om het vakantiegeld daarvoor te gebruiken. Vakantiegeld is een toelage die los staat van het opnemen van betaald verlof.

Vakantiegeld wordt in Nederland meestal uitgekeerd in de maand mei. Het vakantiegeld wordt door de werknemer opgebouwd in de periode 1 juni tot en met 31 mei. Het vakantiegeld wordt opgebouwd over het brutoloon van de werknemer. Als het brutoloon van de werknemer in een bepaalde periode lager was, bijvoorbeeld 70 procent, dan wordt dit meegenomen in de berekening van het vakantiegeld. Als het dienstverband van de werknemer beëindigd wordt dan houdt de werknemer het recht op vakantiegeld over de periode dat de werknemer nog bij de werkgever in dienst was. Dit opgebouwde vakantiegeld dient door de werkgever bij de laatste salarisbetaling direct uitbetaald te worden.

Uitzendkrachten en vakantiegeld
Uitzendkrachten kunnen hun opgespaarde vakantiegeld door een uitzendbureau laten uitbetalen. Dit kan in overleg met het uitzendbureau op elk gewenst moment. Daarnaast kunnen uitzendkrachten er voor kiezen om een verhoging van 8% op hun loon te ontvangen in elke maand dat ze voor een uitzendbureau werkzaam zijn. Dit laatste komt echter niet vaak voor en het is onduidelijk of de Europese wetgeving dit toelaat. Binnen het kader van de Wet Werk en Zekerheid zijn geen aanvullende afspraken vastgelegd over vakantiegeld.

Equal pay is echter van kracht sinds 30 maart 2015. Uitzendkrachten hebben vanaf dat moment recht op een gelijkwaardig salaris in vergelijking tot werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij het bedrijf. Uitzendbureaus zijn verplicht om zich aan de equal pay regeling te houden. Omdat equal pay een gelijkwaardige beloning inhoudt is het vakantiegeld dat door een uitzendkracht wordt ontvangen ook gelijkwaardig aan personeel dat rechtstreeks bij het bedrijf werkt.

Woningverkoop april 2015 liet stijging zien ten opzichte van 2014

De maand april in 2015 was een goede maand voor de woningverkoop als men de woningverkoop in deze maand vergelijkt met het aantal verkochte woningen in dezelfde maand in 2014. In totaal nam de woningverkoop in deze maand 18,3 procent toe ten opzicht van 2014. Dat is een flinke stijging. Toch is de woningverkoop in april niet zo goed als in de maand maart in 2015. Ten opzichte van deze maand laat de woningverkoop juist een daling zien van bijna vijf procent. Deze informatie werd maandag 18 mei bekend gemaakt door het Kadaster.

In April van 2015 werden in totaal 12.748 woningen verkocht. In dezelfde maand in 2014 kwam dit aantal op 10.780 volgens het Kadaster. Het Kadaster heeft een goed beeld van het aantal woningverkopen omdat deze instantie de transacties registreert op het moment dat de eigendomsoverdracht plaats vindt.

Ten opzichte april van 2014 werden alle woningtypen beter verkocht. Vooral in het segment vrijstaande woningen nam de verkoop toe met maar liefst 20,5 procent. In het segment  van twee-onder-een-kap woningen nam de verkoop verhoudingsgewijs het minste toe namelijk met 13,4 procent. Het aantal hypotheken nam in april 2015 met 14,4 procent toe als men deze vergelijkt met dezelfde periode vorig jaar.

Reactie van Technisch Werken
Ten opzichte van 2014 lijkt bijna alles in de lift te zitten. Dat is goed nieuws maar in 2015 is vanaf januari niet overal een stijgende lijn te zien.  De woningmarkt is nog niet stabiel. De koopkracht van Nederlandse consumenten neemt iets toe waardoor het consumenten vertrouwen verbetert. Toch heerst er veel onzekerheid bij veel mensen over het behoud van hun baan.

Rabobank verwacht stijging in de woningverkopen in 2015 en 2016

De Rabobank publiceerde vrijdag 15 mei 2015 een kwartaalrapport over de woningmarkt in Nederland. In dit kwartaalrapport is aangegeven dat de verwachtingen voor de woningmarkt in Nederland positief zijn. De bank verwacht dat de woningmarkt zal groeien in de komende jaren. Deze verwachtingen worden ondersteund door de boven verwachting positieve resultaten van de woningmarkt in het eerste kwartaal van 2015.

Woningprijzen zullen stijgen
Niet alleen het aantal verkopen zal toenemen in de woningmarkt. De Rabobank verwacht ook dat de prijzen van de woningen in Nederland zullen stijgen ten opzichte van het jaar daarvoor. De prijsstijging komt in 2015 tussen de 1,5 procent en 3,5 procent hoger uit ten opzichte van 2014. Voor 2016 heeft de bank de voorspelling gedaan dat de prijzen in de woningmarkt zullen toenemen met 2 tot 4 procent.

Economie hersteld zich
In 2015 begon de economie in Nederland goed volgens de Rabobank. Volgens de bank zet deze positieve ontwikkeling door. De werkgelegenheid trekt aan waardoor mensen meer te besteden hebben. De toenemende koopkracht zorgt er voor dat het consumentenvertrouwen stijgt. Dit zijn gunstige ontwikkelingen voor de woningmarkt.

Hypotheekrente
De hypotheekrente is in 2015 nog steeds behoorlijk laag. Dit zorgt er voor dat het afsluiten van een hypotheek voor veel mensen aantrekkelijk is in deze tijd. De maandlasten blijven door de lage hypotheekrente verhoudingsgewijs laag. Er zullen in 2015 en 2016 volgens de Rabobank meer hypotheken worden afgesloten. De uitstaande hypotheekschuld zal hierdoor stijgen.

Reactie van Technisch Werken
Dit is weer een positief bericht over de markt. De Rabobank heeft vertrouwen in de toekomst en dat is goed voor consumenten. Het herstel van de economie is nog wel pril. De overheid en de financiële sector zullen er echter alles aan moeten doen om het vertrouwen van consumenten nog verder te verstevigen.

Wat is een perspectiefverklaring en hoe kan deze worden gebruikt voor het aanvragen van een hypotheek?

De term perspectiefverklaring wordt tegenwoordig in het nieuws regelmatig genoemd. Een perspectiefverklaring kan worden gebruikt om een hypotheek aan te vragen voor een flexibele arbeidskracht. Flexibele arbeidskrachten merken dat ze moeilijk een hypotheek kunnen aanvragen bij een hypotheekverstrekker omdat ze geen vast contract hebben. De meeste hypotheekverstrekkers hebben behoefte aan duidelijke gegevens over de inkomenszekerheid van de hypotheekaanvrager. Een vast contract wordt door veel hypotheekverstrekkers geaccepteerd maar een tijdelijk contract of een tijdelijk dienstverband op uitzendbasis via een uitzendbureau zorgt bij de meeste hypotheekverstrekkers voor terughoudendheid.

Flexwerkers krijgen moeilijk een hypotheek
Hypotheekverstrekkers zijn bang dat uitzendkrachten en andere flexwerkers door het wegvallen van de uitzendarbeid of na de einddatum van hun tijdelijke contract geen inkomen meer hebben. Daardoor zou deze groep niet meer aan hun betalingsverplichting voor de hypotheek kunnen voldoen. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat de hypotheekverstrekker langer op het geld moet wachten of uiteindelijk de woning te koop moet laten zetten.

Wat is de perspectiefverklaring?
Bovenstaande situatie is niet ideaal omdat veel hardwerkende flexibele arbeidskrachten lange tijd aan het werk zijn via uitzendbureaus. Er zijn flexwerkers die helemaal nooit in de WW zitten omdat ze goede perspectieven hebben op de arbeidsmarkt. Daarom heeft uitzendorganisatie Randstad de  perspectiefverklaring ontwikkelt. In deze verklaring wordt duidelijk aangeven wat de perspectieven zijn van de desbetreffende flexkracht op de arbeidsmarkt. Deze perspectieven zijn gebaseerd op wat men redelijkerwijs kan verwachten als men naar de volgende eigenschappen kijkt van de flexkracht:

  • Werkervaring
  • Opleidingsniveau
  • Functie
  • Arbeidsmarktsituatie in de regio
  • Mobiliteit (eigen vervoer)
  • Competenties

Doormiddel van een omschrijving van bovenstaande eigenschappen van de flexkracht tracht het uitzendbureau aan de hypotheekverstrekker duidelijk te maken hoe groot de kans is dat de flexkracht de in de toekomst bestendige inkomsten uit arbeid kan verwerven. Hierbij wordt het actuele inkomensniveau van de flexkracht als het minimale uitgangspunt genomen.

Wat kan een flexwerker met de perspectiefverklaring?
De perspectiefverklaring moet een steeds belangrijker document worden bij het aanvragen van een hypotheek. Banken zijn hierin geïnteresseerd maar  het is nog wel even afwachten of het document net zo waardevol wordt geacht als een werkgeversverklaring waarmee wordt aangeduid dat de werknemer een vast contract heeft. Verschillende hypotheekverstrekkers moeten wennen aan het idee dat de perspectieven die iemand op de arbeidsmarkt heeft in veel gevallen belangrijker zijn dan een vast contract bij een werkgever. Veel ervaren werknemers hebben ontslag gekregen tijdens de economische crisis omdat het bedrijf waarvoor ze werkten failliet ging. Werknemers die jaren lang een vast contract hebben gehad maar nauwelijks een ontwikkeling hebben doorgemaakt in hun werk hebben niet altijd een goed perspectief op werk.

Een vast contract is dus niet een garantie dat men altijd aan het werk zal blijven en aan de verplichtingen van een hypotheek kan voldoen. Veel uitzendkrachten hebben tijdens hun loopbaan bij verschillende bedrijven gewerkt. Ze zijn gewend aan diverse opdrachtgevers en kunnen een breed scala aan werkzaamheden uitvoeren. Deze flexwerkers zijn flexibel en passen zich makkelijk aan. Daarom krijgen ze meestal ook sneller een nieuwe baan. Geen wonder dat na de economische crisis vooral uitzendkrachten als eerste profiteren van een stijgende productie.

Wet werk en zekerheid (Wwz) ontaard in een loopgravenoorlog in 2015?

Op woensdag 13 mei 2015 werd een interview in het Financieele Dagblad gepubliceerd waarin bestuurslid Chris Heutink van uitzendorganisatie Randstad zijn visie geeft op de arbeidsmarkt. Hierbij kwamen verschillende onderwerpen aan de orde zoals de nieuwe Wet werk en zekerheid (Wwz) en de mogelijkheden van uitzendkrachten om een hypotheek te kunnen afsluiten bij een hypotheekverstrekker. Over de Wet werk en zekerheid zegt Heutink dat er een discussie ontstaat over flexwerkers op de arbeidsmarkt. Deze discussie dreigt volgens hem te ontaarden in een ‘loopgravenoorlog tussen voor- en tegenstanders van flexwerk. Volgens Heutink moet men “eerst maar eens beginnen met de uitvoering van die wet”.

Wet werk en zekerheid
De Wet werk en zekerheid gaat in per 1 juli 2015. De doelstelling van deze wet is het bieden van meer zekerheid aan werknemers. In de wet zijn verschillende regels opgenomen waaronder de beperking van het bieden van tijdelijke contracten. Ook de transitievergoeding is in de Wet werk en zekerheid vastgelegd. De transitievergoeding moet door de werkgever worden betaald als hij na een twee jaar dienstverband het contract van de werknemer niet verlengd. De equal pay regeling is eveneens ingevoerd. Deze regeling is al sinds het begin van 2015 van kracht. Equal pay houdt in dat uitzendkrachten en andere flexwerkers minimaal hetzelfde loon moeten verdienen als werknemers die rechtsreeks in dienst zijn bij het inlenende bedrijf. Met de Wet werk en zekerheid en alle regels die daaraan verbonden zijn wil de overheid de arbeidsmarkt voor flexwerkers hervormen en verbeteren.

Reactie van Technisch Werken
De Wet werk en zekerheid heeft voor flink wat opschudding op de arbeidsmarkt gezorgd. Voor- en tegenstanders van deze wet bevechten elkaar met argumenten. Als we nauwgezet kijken naar de voordelen van deze wet dan zijn er nauwelijks een paar op te noemen. De werkgevers zijn niet blij met de wet en zullen er in veel gevallen alles aan doen om aan de betaling van de transitievergoeding te ontkomen. Daarnaast zullen werkgevers meestal niet eerder een vast contract verstrekken dan voorheen.

Werkgevers zullen werknemers na een periode van bijna twee jaar dienstverband eerst laten vertrekken om vervolgens na een half jaar dezelfde werknemers weer in dienst te nemen. Voor werknemers is deze handelswijze niet gunstig. Men probeert doormiddel van een meldpunt dit soort situaties in kaart te brengen en te voorkomen maar de praktijk leert dat dit nauwelijks effect heeft. Met de Wet werk en zekerheid houdt de overheid eenvoudigweg te weinig rekening met de belangen van een werkgever.

Daarnaast is het zo dat flexwerk juist heel belangrijk is voor de Nederlandse maatschappij. De uitzendbranche wordt ook wel de graadmeter genoemd voor de Nederlandse economie. Dit komt doordat de effecten van de economie in deze sector het duidelijkste naar voren komen. Als het goed gaat met de economie worden over het algemeen eerst flexwerkers ingezet alvorens er rechtstreekse contracten worden geboden. Als het slecht gaat met de economie worden meestal eerst de uitzendkrachten opgezegd voordat het rechtstreekse personeel wordt ontslagen.

Flexwerk is belangrijk voor de economie. Bedrijven kunnen meestal niet meteen contracten verstrekken omdat de ontwikkelingen in productie grillig verlopen. Ze moeten voortdurend inspringen op de wensen van klanten die orders plaatsen. Daarvoor kan men eenvoudigweg geen vast personeel opschakelen. Men zal dus tijdelijke krachten moeten inzetten om de pieken en dalen in de productie op te vangen. Daarvoor zijn uitzendbureaus en detacheringsbureaus de ideale oplossing. De overheid moet de uitzendbranche leren te waarderen.

Uitzendkrachten moeten makkelijker een hypotheek kunnen afsluiten in 2015

Uitzendkrachten ondervinden de afgelopen jaren veel problemen en weerstand wanneer ze een hypotheek op een woning willen afsluiten. Verschillende uitzendkrachten merken dat het bijna onmogelijk is om bij banken voldoende vertrouwen te kweken om een hypotheekovereenkomst af te sluiten. Het wantrouwen dat veel banken hebben bij het afsluiten van hypotheken met uitzendkrachten lijkt op het wantrouwen dat ze met een andere groep op de arbeidsmarkt hebben namelijk de zzp’ers. Voor zzp’ers wordt ook gekeken naar een oplossing om voor deze groep de mogelijkheden te vergroten om een hypotheek af te sluiten. Voor uitzendkrachten tracht men dit te realiseren met een perspectiefverklaring.

Perspectiefverklaring
De perspectiefverklaring is een nieuw begrip in de hypotheekmarkt. Woensdag 13 mei 2015 werd er een interview in het Financieele Dagblad waarin de perspectiefverklaring aan de orde kwam. Het interview werd gehouden met Chris Heutink. Hij is bestuurslid van uitzendorganisatie Randstad. De perspectiefverklaring is niet hetzelfde als een werkgeversverklaring. Bij een werkgeversverklaring wordt vooral gekeken naar de intentie van de werkgever om de desbetreffende werknemer in dienst te houden. Dit zorgt er voor dat de bank inzage krijgt in de inkomenszekerheid van de hypotheekaanvrager.

Bij de perspectiefverklaring wordt vooral gekeken naar de mogelijkheden die een uitzendkracht heeft om aan het werk te blijven. Hierbij wordt inzage gegeven over de vaardigheden die een uitzendkracht heeft. Deze vaardigheden moeten er voor zorgen dat hij of zij goed bemiddelbaar is voor een uitzendbureau. Als het uitzendbureau iemand goed kan bemiddelen dan zorgt dat er voor dat de uitzendkracht een goed perspectief heeft op (uitzend)werk. De banken zijn volgens Heutink zeer geïnteresseerd. In het verleden keken banken vooral naar een vast contract en het arbeidsverleden van de hypotheekaanvragen. De waarde van deze gegevens wordt volgens Heutink overschat. De toekomstperspectieven van iemand op de arbeidsmarkt zijn veel belangrijker.

Reactie van Technisch Werken
De aanschaf van een woning is voor veel consumenten de grootste en belangrijkste uitgaven in hun leven. Dit zorgt er voor dat de regels omtrent deze aanschaf zo goed mogelijk geregeld moeten worden in wet. In het verleden werden hypotheken door banken vrij gemakkelijk verstrekt maar door de economische crisis zijn veel banken terughoudender in het verstrekken van hypotheken. Banken willen er zo zeker mogelijk van zijn dat de hypotheeknemers in de toekomst hun betalingsverplichtingen kunnen nakomen. Daarbij wordt gekeken naar het inkomen van de hypotheeknemer en de zekerheid dat hij of zij dit inkomen de komende tijd heeft. Flexwerkers konden bij veel banken dit vertrouwen niet aankweken. Met de perspectiefverklaring moet hier verandering in komen. Dat is een goede ontwikkeling maar ondanks de ‘interesse’ van  de banken moeten er wel beslissingen genomen worden. Dat moet zo snel mogelijk gebeuren. Het is nog afwachten of de beslissingen en regels in 2015 al worden aangepast. De praktijk leert dat het veel tijd kost om de plannen om te zetten in een beleid.

Shell kreeg maandag 11 mei 2015 toestemming voor proefboringen in Alaska

Maandag 11 mei 2015 heeft Shell toestemming gekregen van de Amerikaanse regering om proefboringen uit te voeren in het Arctische gebied nabij Alaska. Shell is van plan om proefboringen te doen naar olie en gas. Volgens het Bureau of Energy Management voldoet het voorstel van Shell om proefboringen te doen aan de eisen die gesteld worden om het milieu te beschermen. Er zijn aan de proefboringen wel voorwaarden verbonden. Shell kan met de toestemming nog niet aan de slag met de proefboringen. De organisatie moet namelijk ook verschillende vergunningen aanvragen van de Amerikaanse staten waar de proefboringen worden gedaan. Daarnaast dient ook op federaal niveau het nodige papierwerk nog geregeld te worden.

Shell heeft in januari al bekend gemaakt dat ze in 2015 al weer naar Alaska terug wil keren voor het uitvoeren van proefboringen. Er zijn naast de vergunningen echter ook andere problemen waar Shell mee te maken heeft gekregen. Zo zijn er in 2012 grote problemen ontstaan bij het verslepen van het boorschip Kulluk in 2012. Op oudejaarsdag van 2012 strandde dit boorschip in de buurt van de plaats Kodiak in Alaska. De problemen met Kulluk ontstonden door een storm die er voor zorgde dat de sleepkabels waarmee het boorschip was bevestigd werden losgeslagen. De operatie is sinds die ramp opgeschort maar Shell is vastberaden om door te gaan met proefboringen.

Reactie van Technisch Werken
Het uitvoeren van boringen in een arctisch gebied is niet eenvoudig. De weersomstandigheden zorgen er voor dat men van te voren met verschillende scenario’s rekening moet houden. Er kunnen stormen optreden en daarnaast heeft men te maken met zeer lage temperaturen. De technische voorzieningen aan boord van het boorschip moeten hierop worden aangepast. Daarnaast bestaat er altijd nog de kans dat er een onvoorziene situatie ontstaat door een omslag van het weer. Kortom bij boringen in het arctische gebied is men afhankelijk van de natuur. Maar naast de woeste natuur die daar aanwezig is heeft men ook te maken met de kwetsbaarheid van de natuur. Verschillende milieuorganisaties zoals het Wereld Natuurfonds (WNF) zijn geen voorstander van de proefboringen omdat bij ernstige rampen ook het milieu beschadigd kan worden. Shell dient met al deze factoren rekening te houden. Dat is geen eenvoudige klus. Als er in de toekomst weer rampen ontstaan bij boringen dan zal van verschillende kanten de beschuldigende vinger worden uitgestoken naar Shell.

Nederlandse economie herstelt verder in 2015

Het gaat goed met de economie in Nederland. Het economische herstel gaat in 2015 door. In het eerste kwartaal is de Nederlandse economie volgens economen van de grote banken behoorlijk gegroeid. In die periode wordt de groei van de economie geraamd op 0,5 en 0,8 procent. Met name de exportsector deed het goed maar ook de consumptie liet positieve cijfers zien.

Voorspellingen van banken over de economie
De economen van de grote banken doen hun voorspellingen over de economie in afwachting van de groeicijfers van het CBS. Het CBS zal woensdag namelijk een nieuw economisch groeicijfer bekend maken. Volgens de Rabobank is de economie in Nederland ongeveer met 0,8 procent gegroeid ten opzichte van het laatste kwartaal van 2014. Het groeicijfer blijft dus gelijk en dat is positief. De ING en de ABN AMRO bank zijn minder positief over de verwachte groei. Deze banken gaan uit van 0,5 procent groei en 0,7 procent groei ten opzichte van het laatste kwartaal van 2014.

Consumentenvertrouwen
De export is niet meer de enige sector die het goed doet. De consumptie neemt toe in Nederland. Nederlandse consumenten besteden meer waardoor de binnenlandse bestedingen omhoog gaan en bedrijven ook binnen de eigen landsgrenzen meer afzetten. De consumptiecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over januari en februari bevestigen het groeiende consumentenvertrouwen in Nederland. Dit consumentenvertrouwen heeft voor een belangrijk deel te maken met een verbeterde koopkracht van Nederlandse consumenten.

Autobranche en de woningmarkt
Met de autobranche gaat het ook goed in Nederland. De autoverkoop was in het eerste kwartaal van 2015 hoger dan in dezelfde periode in 2014. Daarnaast is volgens de makelaarsorganisatie NVM het eerste kwartaal van 2015 ook gunstig geweest voor de woningmarkt. De aanschaf van auto’s en woningen zijn voor veel consumenten een behoorlijke kostenpost. Daarom wordt er over het algemeen lang nagedacht voordat men tot kopen overgaat. Een woning of een auto wordt meestal weloverwogen aangeschaft. Daarbij wordt vaak goed gekeken naar de eigen financiële middelen. Bij het afsluiten van een hypotheek kijkt de hypotheekverstrekker in ieder geval naar de inkomenszekerheid van de desbetreffende consument. Als men dan alsnog tot een koop kan overgaan geeft dat blijk van een economisch herstel in de markt.

Zzp’ers krijgen in 2015 nog steeds moeilijk een hypotheek

De Vereniging Eigen Huis (VEH) heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor zzp’ers op een hypotheek af te sluiten. Hiervoor heeft de VEH het Kennis Instituut Zelfstandig Ondernemerschap (KIZO). Dit instituut heeft voor het onderzoek in totaal 851 zzp’ers benaderd. In dit onderzoek werden vragen gesteld aan de zzp’ers over hun ervaringen bij het afsluiten van een hypotheek. Veel zzp’ers merken dat het lastig is om een hypotheek af te sluiten.

Ook in 2015 is het voor deze groep nog niet eenvoudig om het wantrouwen van hypotheekverstrekkers te overwinnen. Sommige zzp’ers hebben de indruk dat ze worden tegengewerkt. In 2015 heeft Nederland ongeveer 810.000 zzp’ers. Dit aantal neemt alleen maar toe omdat flexibeler werken steeds belangrijker wordt op de arbeidsmarkt. Daarom is het belangrijk dat de zzp’ers voldoende mogelijkheden krijgen om hun werk goed uit te voeren. Ook de mogelijkheden om een woning aan te schaffen is belangrijk en dient niet wezenlijk te verschillen met de mogelijkheden van werknemers die in loondienst bij een bedrijf zijn. Toch is de praktijk anders.

Problemen met aanvragen hypotheek voor zzp’ers
De meeste zzp’ers zijn bereid om bij de aanvraag van de hypotheek de benodigde financiële gegevens te verstrekken. Ondanks dat ervaart 82 procent van deze groep dat ze in een moeilijk proces belanden. Daarnaast geven zzp’ers aan dat hypotheekadviseurs aanvullende eisen stellen voor zzp’ers. Hierbij kan gedacht worden aan het inbrengen van eigen geld en de verplichting tot een garantstelling.

Verder betalen zzp’ers regelmatig hoger advieskosten en een renteopslag. Een mogelijkheid om een Nationale Hypotheek Garantie (NHG) te krijgen is er ook niet.

Partnerinkomen doorslaggevend
Het partnerinkomen blijkt van groot belang voor de aanvraag van een hypotheek. Daarbij dient de partner overigens wel een rechtstreeks dienstverband te hebben bij een bedrijf. Als dit het geval is ervaren veel zzp’ers dat de hypotheekverstrekkers bij de hypotheekaanvraag vooral naar dit inkomen kijken. Vier op de tien zzp’ers gaf aan dat de hypotheekverstrekkers hun zzp-inkomen volledig buiten beschouwing laten als er een partner is met een rechtstreeks dienstverband. Een groot deel van de zzp’ers die een eigen huis heeft schafte het huis aan toen ze nog een rechtstreekse baan in loondienst bij een werkgever hadden.

Reactie van Technisch Werken
Zzp’ers zijn regelmatig in het nieuws. Meestal gaat het daarbij om de rechten voor deze groep zelfstandige ondernemers. De rechten van deze groep zijn nog niet gelijkwaardig ten opzichte van werknemers die een lang vast dienstverband hebben bij een bedrijf. Banken en andere hypotheekverstrekkers zien in zzp’ers nog een risicovolle groep om geld aan te verstrekken. Dat is jammer omdat er veel zzp’ers zijn die gedurende lange periodes werk hebben. De hypotheekverstrekkers willen echter zo weinig mogelijk risico lopen. Het onderzoek dat is gedaan in de opdracht van VEH maakt duidelijk dat er nog wat moet veranderen. De vraag is of dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Veel banken en andere hypotheekverstrekkers zullen per individueel geval kijken of een hypotheek kan worden verstrekt of niet.