Werkloosheid eurozone in februari 2015 gedaald

Het Europese statistiekbureau Eurostat maakte dinsdag 31 maart 2015 cijfers bekend over de werkloosheid in de eurozone. Deze werkloosheid is in de maand februari gedaald naar 11,3 procent. In januari was de werkloosheid nog 11,4 procent. Hierdoor is de werkloosheid op het laagste niveau beland sinds mei 2012. In februari waren er in de eurozone 18,2 miljoen mensen werkloos. Dit is 49.000 minder werklozen ten opzichte van de maand januari 2015. De werkloosheid in de Europese Unie is totaal 9,8 procent. Dit percentage is het laagste sinds september 2011. In de Europese Unie kwam het totaal aan werklozen on februari op ongeveer 23,9 miljoen.

Verschillen in werkloosheid tussen landen in de EU
Er zijn grote verschillen tussen landen in de EU op het gebied van de arbeidsmarkt. Er zijn landen die verhoudingsgewijs weinig werkloosheid hebben en landen met een grote werkloosheid. De landen die het goed doen op het gebied van werkloosheidsbestrijding zijn Duitsland en Oostenrijk. Landen zoals Spanje en Griekenland hebben daarnaast een hele hoge werkloosheid.

Reactie van Technisch Werken
Als je het nieuws mag geloven gaat het uitstekend met de werkgelegenheid in verschillende landen. De werkloosheid zou dalen en het consumentenvertrouwen neemt toe. Toch zijn veel mensen sceptisch over de vooruitzichten. Als je geen werk hebt is het toch meestal lastig om werk te vinden. Bedrijven vangen piekdrukte dikwijls met overwerken op. Anders spreiden ze opdrachten over een langer tijdsbestek. Hierdoor is er meestal geen behoefte aan personeel. Er wordt hooguit gebruik gemaakt van tijdelijk personeel in de vorm van uitzendkrachten en detacheringspersoneel. Veel mensen vinden in 2015 werk via een uitzendbureau. Uitzendbureaus blijk ook dit jaar weer een belangrijke schakel op de arbeidsmarkt.   

Trekt de economie in 2015 en 2016 verder aan?

Er zijn verschillende financiële instellingen zowel nationaal als internationaal die uitspraken doen over de ontwikkelingen in de economie voor de komende jaren. Ook de Rabobank spreekt regelmatig haar verwachtingen uit over de economie. Volgens deze bank zal de economie van Nederland in 2015 en 2016 gestaag verder groeien. De Rabobank benoemt dat de export weer groeit en daarnaast de consumentenbestedingen in eigen land weer toenemen na een periode van krimp.

Rabobank sectorprognose 2015
De voorspellingen van de Rabobank werden dinsdag 31 maart 2015 gepubliceerd in de sectorprognose 2015. Hierin staat ook dat het bruto binnenlands product (bbp) in 2015 en 2016 zal groeien met 1,75 procent. Dat is een behoorlijke toename ten opzichte van 2014 toen de bbp uit kwam op 0,8 procent. De voorspellingen van de sectorprognose van de Rabobank komen overeen met de voorjaarsraming van het Centraal Planbureau (CPB). In deze raming wordt door het CPB voor 2015 een groei verwacht van 1,7 procent en voor 2016 een groei van 1,8 procent.

Sectoren
De Rabobank geeft aan in haar prognose dat alle sectoren van de Nederlandse economie zullen gaan profiteren van het herstel in de economie. Over de exportbranche is de bank zeer positief deze zal sterk aantrekken met wel 5,25 procent in 2015 en 5 procent in 2016. De consumentenuitgaven zullen stijgen met 1,25 procent in 2015 en voor het jaar 2016 verwacht de bank hetzelfde groeipercentage. Hiervoor zullen sectoren die afhankelijk zijn van de binnenlandse vraag gaan groeien.

Consumentenbestedingen nemen toe
In de economische crisis werden veel consumenten in Nederland voorzichter met het uitgeven van geld. Dit is niet verwonderlijk want de economie en de arbeidsmarkt hebben een stevig verband met elkaar. Als het slecht gaat met de economie merkt men dat op de arbeidsmarkt. Er worden meer mensen ontslagen en het vinden van een nieuwe baan is niet eenvoudig. Veel mensen merken aan hun eigen situatie of aan de situatie van familieleden of vrienden dat het lastiger wordt om rond te komen. Daarom beperken veel consumenten hun uitgaven of kiezen ze er voor om hun lening zoal bijvoorbeeld een hypotheek af te lossen.

Nu de economie wat begint te verbeteren verwacht de Rabobank dat consumenten meer geld zullen uitgeven. De prijsdalingen de afgelopen tijd in veel producten zorgt er voor dat het voor veel consumenten aantrekkelijker wordt om tot koop over te gaan. Dit is niet alleen bij eenvoudige producten zo, ook hoge uitgaven zoals de aanschaf van een woning nemen toe. Dit merkt men in de huizenmarkt die langzamerhand gaat herstellen van de economische tegenslagen de afgelopen jaren.

De werkloosheid gaat in Nederland iets achteruit. Dit houdt in dat er minder mensen ontslagen worden en meer mensen dus inkomenszekerheid hebben. In 2015 komt de werkloosheid in Nederland uit op 6,75 procent van de totale beroepsbevolking. In 2016 verwacht men dat de werkloosheid uit zal komen op 6,5 procent. Vorig jaar was het aantal werklozen in Nederland nog 7,4 procent. Ook deze ontwikkeling is positief voor het consumentenvertrouwen in Nederland.

Reactie van Technisch Werken
De economie blijkt volgens veel berichten in het nieuws aan te trekken. Dit is natuurlijk fantastisch nieuws na een periode van economische krimp. Ondanks deze positieve berichten blijken veel bedrijven echter nog grote moeite te hebben om economisch rendabel te blijven. Tijdens de economische crisisjaren hebben veel bedrijven hun reserves moeten aanspreken om rond te kunnen komen. De reserves beginnen nu langzamerhand op te raken.

Verder kunnen met name laagopgeleiden moeilijk een baan vinden omdat er enorme concurrentie is op de arbeidsmarkt. Hoger opgeleiden verdringen lager opgeleiden op de arbeidsmarkt. Daardoor kunnen bepaalde groepen moeilijk werk vinden. Dit heeft ook gevolgen voor de bestedingsruimte van deze mensen. Veel mensen hebben dus nog niet het gevoel dat de economie echt aantrekt.

Wat voor materiaal is eboniet en waar wordt dit voor gebruikt?

Eboniet is een materiaal dat ook wel hardrubber, vulcaniet of pararubber wordt genoemd. Als aanduiding voor eboniet gebruikt men ook wel de afgekorte variant van pararubber namelijk ‘para’. Eboniet wordt gemaakt van rubber. Hieraan wordt een overmaat aan zwavel toegevoegd. Het percentage zwavel in eboniet is dertig tot vijftig procent. Eboniet ontstaat doormiddel van het vulkaniseren van rubber met zwavel.  Hierdoor ontstaan dwarsverbindingen tussen verschillende monomeerketens. Door het vulkaniseren ontstaat een hard en stug materiaal. In deegachtige toestand wordt het materiaal gewalst tot staven of platen.

Eigenschappen van eboniet
Eboniet is een bros en hard materiaal. Het materiaal kan goed worden bewerkt. Daarnaast is het materiaal niet gevoelig voor basen en zuren. Eboniet kan wel een bepaalde uitslag krijgen door de inwerking van licht. Door licht ontstaat aan de oppervlakte van het materiaal zwavelzuur. Hierdoor gaat eboniet groen, grauw of wit uitslaan.

Eboniet is een thermoharder. Dit houdt in dat het materiaal onder invloed van een hoge temperatuur hard wordt. Daarnaast is eboniet een goede isolator, het materiaal heeft een hoge weerstand tegen elektrische stroom. Daardoor geleid het materiaal elektrische stroom nauwelijks. De doorslagvastheid is zeer hoog (20-30 kV/mm). Verder is het materiaal goed bestand tegen zwavelzuur.

Waar wordt eboniet voor gebruikt?
Eboniet is een materiaal dat in verschillende producten wordt verwerkt. Zo wordt het materiaal onder andere toegepast in elektrotechnische installaties en schakelborden. Ook wordt het materiaal gebruikt ter ondersteuning van klemmen. Ook accubakken kunnen van eboniet worden gemaakt omdat het materiaal goed bestand is tegen zuren zoals accuzuur. Verder wordt eboniet ook als hoofdbestandsdeel toegepast van gummiknuppels. Eboniet wordt ook toegepast in mondstukken van muziekinstrumenten zoals saxofoons.

Werkzoekende EU-migrant krijgt geen uitkering als deze niet heeft gewerkt in het gastland

Het verstrekken van uitkeringen aan EU-migranten is al een tijd een punt van discussie in de Europese Unie. Veel Europese landen zijn bang dat er EU-migranten zich gaan vestigen om vervolgens te profiteren van uitkeringen van het desbetreffende land. Deze EU-migranten worden ook wel onder de naam ‘uitkeringstoerisme’ geschaard. Uitkeringstoerisme kost bepaalde EU landen veel geld. Daarom willen deze landen dat er wat aan deze ontwikkeling gedaan wordt.

De advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie heeft daarom een advies opgesteld aan de EU. Dit advies is donderdag 27 maart 2015 uitgebracht. In dit advies is aangeven dat lidstaten van de Europese Unie mensen uit andere EU-landen geen uitkering hoeven te verstrekken als deze mensen niet in het gastland werkzaamheden tegen betaling de betaling van loon hebben verricht.

Volgens de advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie zorgt het zoeken naar werk in een ander EU-land er nog niet voor dat de desbetreffende persoon ook het recht op een uitkering kan claimen. Het advies dat gegeven is door advocaat-generaal Melchior Wathelet is niet bindend. Ondanks dat is het advies wel zwaarwegend. De rechters in Europese landen hebben de verplichting om met het advies rekening te houden als ze vonnissen uitspreken in situaties waarbij dit aan de orde komt.

Uitspraak van Europese Hof
Aan het einde van 2014 deed het Europese Hof al een uitspraak over dit onderwerp. Hierin werd duidelijk dat Europese landen niet zomaar financiële bijstand hoeven te verlenen aan migranten die uit andere Europese lidstaten afkomstig zijn. Toen werd echter nog door de rechters aangegeven dat EU-landen alleen maar een uitkering mogen weigeren als de migranten niet de intentie hebben om in het gastland werk te vinden. Het advies dat donderdag 27 maart 2015 werd aangegeven door de advocaat-generaal van het Europees Hof gaat dus verder dan de uitspraak aan het einde van 2014.

Reactie van Technisch Werken
Dit is een goede ontwikkeling in Europa. Veel rijkere Europese landen merken dat er migranten vanuit armere Europese landen graag in aanmerking willen komen voor een uitkering. Hierdoor worden de reserveringen voor uitkeringen van de rijkere Europese landen niet alleen aan de eigen bevolking betaald maar ook aan migranten die niet eerder binnen de landsgrenzen van het desbetreffende land hebben gewerkt.

Als men aanspraak wil maken op een uitkering zal men daarvoor echter ook werk moeten hebben verricht om de reserveringen voor de uitkeringen van het gastland op te bouwen. Het is bij deze ontwikkeling belangrijk dat men wel duidelijk een minimale duur aan moet geven dat een arbeidsmigrant in het gastland moet werken om in aanmerking te komen voor een uitkering. Daarnaast moet (vermoedelijk)  misbruik hard worden aangepakt. Als de hiervoor genoemde termijn bijvoorbeeld is verstreken is het verdacht dat de arbeidsmigrant meteen in een uitkeringspositie geraakt. Er dienen meer controles te worden verricht door overheden. Misbruik van uitkeringen kosten landen veel geld.

Flexwerkers ervaren veel onzekerheid op de arbeidsmarkt

Werknemers die te maken hebben met wisselende, korte dienstverbanden ervaren veel onzekerheid op de arbeidsmarkt. Men heeft het hierbij over flexwerkers die via uitzendbureaus werkzaam zijn. Deze groep arbeidskrachten heeft moeite om rond te komen. Arbeidskrachten met een vast contract hebben een betere financiële positie.

Tijdens een onderzoek zijn duizend flexwerkers benadert. Hierbij werden onder andere vragen gesteld over de verdiensten van flexwerk. Ongeveer veertig procent van de ondervraagden gaf hierbij aan dat ze onvoldoende geld verdienen om goed te kunnen leven. Werknemers met een vast contract zijn aanzienlijk positiever over hun verdiensten. Onder deze groep arbeidskrachten geeft slechts twintig procent aan dat ze onvoldoende verdienen om goed te kunnen leven.

Onderzoek door FNV
Bovengenoemde resultaten komen naar voren uit een onderzoek dat de vakbeweging FNV heeft uitgevoerd. De resultaten werden op donderdag 26 maart 2015 overhandigd aan minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken. De FNV benoemde dat negen van de tien flexwerkers liever een vast contract heeft.

Betaalbare huurwoning
Tijdens het onderzoek van de FNV werd ook gekeken naar de kans dat een oproepkracht en een uitzendkracht een betaalbare huurwoning kunnen vinden. Hierbij gaf dertig procent van de oproepkrachten aan dat ze moeite hebben om een betaalbare huurwoning te vinden. Ongeveer veertig procent van de uitzendkrachten ervaart hetzelfde probleem. Slechts tien procent van de vaste werknemers ondervindt moeite bij het verkrijgen van een betaalbare huurwoning.

Minder dan het minimumloon
Het onderzoek van het FNV maakt verder duidelijk dat ongeveer vijftien procent van de werknemers, die op flexibele basis werken, minder verdient dan het minimumloon. Daarbij ongeveer vijfentwintig procent van de werknemers met flexwerk te maken krijgen met gewerkte uren die niet betaald worden door de werkgever. Regelmatig dienen flexwerkers ook buiten de betaalde uren beschikbaar te zijn voor werkzaamheden aldus het onderzoek.

Reactie van Technisch Werken
Bovengenoemde onderzoeksresultaten schetsen een somber beeld van de flexkrachten op de arbeidsmarkt. Nu heb ik de context van het onderzoek niet gelezen en ik weet ook niet of deze in de onderzoeksresultaten is benoemd. Uiteraard is een belangrijke context de economie die nu op dit moment nog niet hersteld is van de economische crisis. Veel bedrijven nemen alleen uitzendkrachten en andere flexwerkers aan als er geen andere oplossing is. Wanneer er om wat voor reden dan ook minder productie gedraaid hoeft te worden zullen de uitzendkrachten en overige flexwerkers  meestal als eerste de organisatie moeten verlaten.

In een tijd van economische crisis en een zwak economisch herstel is inkomenszekerheid van belang. Dat hebben vaste krachten. Geen wonder dat deze groep zich zekerder en beter voelt op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt door dit onderzoek de beeldvorming geschetst dat flexwerk voor veel werknemers ongewenst is omdat ze liever vast werk willen hebben.

Echter is uitzendwerk niet zelden de springplank naar vast werk. Veel flexwerkers komen als uitzendkracht of tijdelijke kracht bij een organisatie binnen om vervolgens door te groeien naar een vaste positie. Uitzendwerk en andere vormen van flexwerk zijn zeer belangrijk voor de economie. De meeste mensen vinden hun eerste werk ook via een uitzendbureau. Flexwerk is ook belangrijk voor bedrijven omdat ze met flexkrachten mee kunnen veren op de economische ontwikkelingen.

Wat is een skid en wat is skidbouw?

Een skid is een installatie voor de procestechniek/ procesindustrie. Hierbij is de installatie op een frame gemonteerd. Een skid is voor veel bedrijven in de procesindustrie een ideale oplossing omdat een complete installatie op een frame sneller kan worden geïnstalleerd dan alle losse componenten op de locatie zelf assembleren. Hierdoor heeft een productieproces minder lang onderbroken te worden. dit scheelt tijd en zorgt er voor dat het productieniveau zo goed mogelijk kan worden gehandhaafd.

Wat is een skid?
Een skid is een onderdeel van de procestechniek. Op het frame van de skid kunnen echter verschillende componenten worden gemonteerd. Dit kunnen bijvoorbeeld warmtewisselaars, pompen, tanks en onderdelen van leidingen zijn. Daarnaast is het ook mogelijk om op een frame een totale installatie te monteren met daarbij de meet- en regeltechniek. Hierdoor kan een skid een apparaat zijn maar ook een complete installatie.

Wat is skidbouw?
Skidbouw is het bouwen van skids. Er zijn verschillende bedrijven die skids bouwen. Dit zijn veelal gespecialiseerde bedrijven die ervaring hebben met hoogwaardige techniek. Een skid bestaat meestal uit een redelijk eenvoudig gedeelte en een complex gedeelte. Het frame is bijvoorbeeld eenvoudig. De frames worden meestal van roestvast staal gemaakt omdat dit materiaal een hoge weerstand heeft tegen corrosie. Voor de stevigheid kan een frame worden gelast. Een lasverbinding is een onuitneembare verbinding. Dit zorgt er voor dat het frame niet eenvoudig uitelkaar genomen kan worden en getransporteerd. Het is echter ook mogelijk om een uitneembare verbinding te gebruiken door bijvoorbeeld bouten en moeren toe te passen.

Het complexe deel van de skid is de daadwerkelijke installatie of procesonderdeel dat binnen het frame of op het frame wordt gemonteerd. Dit kunnen pompen zijn maar ook onderdelen van leidingen en tanks. Hierbij kan sprake zijn van verschillende lasverbindingen maar ook van flensverbindingen. Leidingen en apparaten kunnen verschillende vormen hebben en daarnaast kunnen er verschillende eisen worden gesteld aan de installatie. Zo kan men bijvoorbeeld eisen stellen aan de druk die de desbetreffende installatie aan moet kunnen. Ook kan men eisen stellen aan de hygiëne en corrosievastheid. Binnen het frame kunnen ook meetcomponenten worden geplaatst die bepaalde grootheden kunnen meten.  Deze meetinstrumenten kunnen digitaal maar ook analoog zijn. Daarnaast kunnen ook regeltechnische componenten worden aangebracht. Deze componenten bestaan meestal uit zowel hardware als software.

Functie in de skidbouw
De combinatie van hardware, software, leidingen en constructie zorgt er voor dat een skid een complex geheel kan vormen. Daarom werken specialisten aan de bouw van een skid. Dit kunnen mensen met uiteenlopende functies zijn. Voor het maken van een frame worden assemblagemedewerkers, samenstellers en lassers ingezet. Daarnaast worden voor de installatie van de componenten meestal assemblagemonteurs ingezet met een elektrotechnische, mechanische of mechatronische achtergrond. Goed tekening kunnen lezen is voor de boven genoemde functies van groot belang. Meet- en regeltechnici en inbedrijfstellers zijn monteurs die in de assemblagefase maar ook vaak op locatie er voor zorgen dat de installatie op de skid zo wordt geprogrammeerd dat de gewenste bewerking in het proces wordt uitgevoerd.

Versnelde verhoging van AOW-leeftijd is ongunstig voor werknemers

Vanaf januari 2013 wordt de leeftijd waarop men recht heeft op AOW verhoogd met een maand. Mensen die in januari 2013 de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt krijgen daardoor in februari hun eerste AOW-uitkering. Vanaf januari 2013 ontstaat er iedere maand een nieuwe groep mensen die 65 wordt en later een AOW-uitkering krijgt. Deze mensen rekenden echter op een AOW-uitkering vanaf het moment dat ze 65 zijn geworden. Door het verhogen van de AOW-leeftijd komt een behoorlijke groep mensen in een zogenoemd ‘gat’ te zitten op het gebied van hun inkomsten.

Versnellen AOW-leeftijd is ongunstig
De versnelde verhoging van de AOW-leeftijd lijkt een ongunstige uitwerking te hebben op de arbeidsmarkt. Daarnaast zorgt het verhogen van de AOW-leeftijd voor inkomensproblemen. De vakcentrales FNV en CNV waarin de werknemers verenigd zijn hebben daarom hun kritiek op deze ontwikkeling geuit. De gaven bij de Tweede Kamer aan dat het verhogen van de AOW-leeftijd onzinnig is. Ze roepen leden van de Tweede Kamer op om niet akkoord te gaan met het nieuwe wetsvoorstel.

Nieuwe wetsvoorstel voor verhoging AOW leeftijd
De vakbonden doelen op de kabinetsplannen om de AOW-leeftijd vanaf 2016 versneld te verhogen. In 2018 moet de AOW-leeftijd op 66 jaar uitkomen en in 2021 moet deze leeftijd op 67 jaar uitkomen. Hierdoor moet een grote groep werknemers langer werken. In het huidige tempo zou de AOW-gerechtigde leeftijd pas in 2023 op 67 jaar uitkomen.   Daarnaast zou in 2022 per jaar worden bekeken of de AOW-leeftijd verder ophoog moet. De gemiddelde levensverwachting wordt daarbij in ogenschouw genomen.

Veel werkloosheid en krappe arbeidsmarkt
De FNV-pensioenbestuurder Gijs van Dijk gaf in zijn reactie op de ontwikkelingen aan dat er veel werklozen zijn in Nederland. Daarnaast heerst er krapte op de arbeidsmarkt. Volgens hem is het daarom niet verstandig om meer mensen langer te laten werken.

Reactie van Technisch Werken
De mensen leven langer dan vroeger. Men zou daaruit de conclusie kunnen trekken dat de evolutietheorie juist is en dat de mensen steeds gezonder en sterker worden. De evolutietheorie klopt niet en deze redenering is eveneens onjuist. De levensverwachting van mensen neemt niet toe omdat mensen gezonder en sterker worden. Men kan mensen langer laten leven omdat er meer (medische) voorzieningen zijn om de maximale leeftijd op te rekken. In het Westen zijn deze mogelijkheden ruimschoots aanwezig. In Tweede Wereldlanden en Derde Wereldlanden zijn deze voorzieningen minder aanwezig en haalt men een veel lagere maximale leeftijd dan in het westen.

Werknemers die tot hun 67ste doorwerken zullen  daarnaast een ander productieniveau hebben dan jongere werknemers. Ook is de kans op verzuim onder deze groep werknemers groter dan bij jongere arbeidskrachten. Het oprekken van de pensioenleeftijd is inderdaad onzinnig.

Wat is arbeidsongeschiktheid en wanneer ben je arbeidsongeschikt?

Arbeidsongeschikt is een aanduiding die wordt gebruikt om duidelijk te maken dat iemand niet geschikt is om arbeid te verrichten met een erkende economische meerwaarde. Dit houdt in dat iemand die arbeidsongeschikt is niet in staat is om werk te verrichten dat echt bijdraagt aan het bedrijfsproces. Arbeidsongeschiktheid is een gevolg van verschillende ziekten, lichamelijke en geestelijke beperkingen.

Wanneer ben je arbeidsongeschikt?
Arbeidsongeschiktheid kan verschillende oorzaken hebben daarom zijn personen die arbeidsongeschikt zijn vaak moeilijk met elkaar te vergelijken. Zo kan de ene persoon bijvoorbeeld psychische beperkingen hebben terwijl een andere persoon juist lichamelijke klachten heeft. Het is voor een buitenstaander of leek vaak moeilijk om in te schatten in welke mate een persoon in staat is om bepaalde werkzaamheden te verrichten. De beoordeling of iemand arbeidsongeschikt is of niet moet men aan een ter zake kundige arts of bedrijfsarts overlaten. Een bedrijfsarts kan aan de hand van verschillende gesprekken en onderzoeken bepalen of iemand arbeidsongeschikt is en in welke mate hij of zij arbeidsongeschikt is. Dit wordt nauwkeurig vastgelegd in rapporten die desgewenst (gedeeltelijk) voor een werkgever inzichtelijk gemaakt kunnen worden.

Arbeidsongeschiktheid vanuit verschillende invalshoeken
Arbeidsongeschiktheid is een woord waarnaar men op verschillende manieren kan kijken. Een werkgever kan bijvoorbeeld een werknemer arbeidsongeschikt beschouwen wanneer deze op de werkvloer meer kost dat hij of zij oplevert. Een werknemer kan hier echter een hele andere mening over hebben en vindt het bijvoorbeeld belangrijk om een bijdrage te leveren aan het arbeidsproces en productieproces van het bedrijf. Het kan maatschappelijk een meerwaarde hebben om een arbeidsongeschikt persoon aan het werk te houden.

Deze persoon hoeft geen of slechts gedeeltelijk een uitkering te ontvangen en blijft in het werkproces. Dit laatste is in een aantal gevallen van arbeidsongeschiktheid een belangrijk aspect om er voor te zorgen dat iemand weer kan re-integreren. Ondanks het maatschappelijke aspect zijn economische motieven vaak erg belangrijk en regelmatig doorslaggevend om iemand arbeidsongeschikt te noemen. De overheid probeert echter te stimuleren dat werkgevers ook werknemers inzetten met een handicap of beperking. Een aantal bedrijven geeft hieraan gehoor maar meestal moeten dan wel speciale voorzieningen worden gecreëerd.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
Als een werknemer in Nederland door een bedrijfsarts is afgekeurd voor het uitvoeren van werkzaamheden dan kan hij of zij in aanmerking komen voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Deze wet behoort tot de werknemersverzekeringen en zorgt er voor dat arbeidsongeschikten een uitkering kunnen ontvangen. Ook zelfstandige ondernemers kunnen in Nederland er voor kiezen om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.

Welke werknemersverzekeringen zijn er in Nederland?

Werknemersverzekeringen zijn publiekrechtelijke verzekeringen voor werknemers en mensen die aan hen gelijk gesteld zijn. Deze verzekeringen zijn in Nederland opgelegd om er voor te zorgen dat werknemers een uitkering kunnen ontvangen wanneer er sprak is van arbeidsongeschiktheid of een andere vorm van onvrijwillige werkloosheid. De werknemersverzekeringen zijn in Nederland in de wet vastgelegd. Werknemersverzekeringen zijn een verplichting voor werknemers. Dit houdt in dat werknemers geen vrijwillige keuze hebben om wel of niet verzekerd te worden. Werknemers zijn in Nederland dus verplicht verzekerd via de werknemersverzekeringen. De werknemersverzekeringen horen bij de publiekrechtelijke verzekeringen deze verzekeringen worden ook wel sociale verzekeringen genoemd.

Werknemersverzekeringen in Nederland
In het Europese deel van Nederland, dus niet beslist in de overzeese gebieden, zijn een aantal werknemersverzekeringen verplicht. Dit zijn de volgende verzekeringen:

  • Werkloosheidswet deze wet wordt ook wel afgekort met WW. Deze wet zorgt er voor dat een voormalig werknemer bij onvrijwillige werkloosheid een uitkering kan ontvang. Deze uitkering zorgt voor een inkomensvoorziening.
  • Ziektewet, afgekort met ZW. De ZW is ingevoerd om een inkomensvoorziening te verschaffen wanneer een werknemer ziek raakt en daardoor ongeschikt is om arbeid te verrichten. Dit wordt ook wel arbeidsongeschiktheid genoemd. Doordat werkgevers nu (in 2015) twee jaar lang het loon dienen door te betalen bij ziekte is het bereik van de Ziektewet aanzienlijk verminderd.
  • Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, afgekort met WIA.  De WIA is een wet die er voor zorgt dat langdurige arbeidsongeschikten een inkomensvoorziening hebben in geval men over geruime periode niet in staat is om te kunnen werken.
  • Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, afgekort met WAO. Deze wet is de voorloper van de bovengenoemde WIA. De WAO is van toepassing op werknemers die ten tijde van de invoering van de WIA een uitkering uit de WAO ontvingen.

Japan bouwt in 2015 sterke en behendige octopusrobot

Wetenschappers in Japan zijn al een tijd bezig met het ontwikkelen van een moderne robot die ingezet kan worden tijdens rampen om werkzaamheden te doen die niet door mensen kunnen worden uitgevoerd. De ramp bij kerncentrale Fukushima maakte duidelijk dat mensen niet alle werkzaamheden kunnen doen tijdens rampen. Daarom ontstond er behoefte aan machines die de mensen kunnen ondersteunen. Kikuchi Corporation ontwikkelde een nieuwe robot die sterk en behendig is. De Waseda University maakte in een persbericht bekend dat de robot is ontwikkelt en benoemde daarbij tevens de technische eigenschappen van de robot.

Technische specificaties en eigenschappen
De Japanse robot heeft vier armen en zes rupsbanden. Door de unieke vormgeving kan de robot over verschillende terreinen worden voortbewogen.  De vier armen van de robot kunnen tegelijkertijd worden gebruikt. Daarnaast zijn de armen van de robot sterk. Per arm kan een gewicht van maximaal 200 kilo worden getild en verplaatst. De robot weegt 70 kilogram en kan daardoor met gemak zijn eigen lichaamsgewicht optillen. Dit is effectief want daardoor kan de robot op zeer ruw terrein zichzelf optillen om op een hoger niveau te komen. Daarnaast kunnen de armen tevens puin wegzetten zodat de weg vrij wordt gemaakt voor de robot. Ook kan de robot worden ingezet om brandjes te blussen en radioactief materiaal te verplaatsen. Verder kan de robot tevens worden uitgerust met een laser die door steen kan snijden. De robot draagt vanwege zijn uitzonderlijke vorm de naam ‘De Octopus’. De robot wordt nu nog door twee mensen bestuurd. Men verwacht dat men de robot zo kan ontwikkelen dat hij op termijn nog maar door één persoon bestuurd hoeft te worden.

Reactie van Technisch Werken
Rampen zorgen er vaak voor dat mensen na gaan denken over het voorkomen van rampen en het beperken van de gevolgen van rampen. Vooral de factor mens is dan van belang. De schade voor mensen moet zo klein mogelijk blijven. Daarom is het goed dat men gaat kijken naar het vervangen van menselijke hulpverleners door machines. Met name in een gebied dat schadelijk is voor het menselijk lichaam, zoals een radioactieve omgeving, is het goed dat mensen worden vervangen voor machines. De ontwikkelingen in Japen zijn daarom zowel goed voor de techniek als de mensheid.

Wat is overwerk of wat zijn overuren?

Overwerk en overuren zijn twee woorden die regelmatig worden gebruikt als men het over werktijd buiten de ‘normale arbeidsuren’ heeft. Werknemers en werkneemsters hebben in Nederland meestal een schriftelijke arbeidsovereenkomst of contract met hun werkgever gesloten. In het contract is over het algemeen het aantal arbeidsuren opgenomen dat de desbetreffende persoon in een werkweek voor de werkgever zal werken. Er zijn echter ook nul-urencontracten en andere contractvormen waarin het aantal arbeidsuren minder duidelijk is afgebakend.

Overwerk en overuren
De afbakening van het aantal arbeidsuren is belangrijk wanneer men helderheid wil verschaffen over het aantal afgesproken uren dat iemand werkzaam is geweest en het aantal extra uren dat iemand eventueel heeft gewerkt. Als men uitgaat van een fulltime functie dan heeft men het in Nederland meestal over een contract van 40 uur. In een werkweek zal een werknemer of werkneemster in een fulltime functie normaal gesproken 40 uur werkzaam zijn voor zijn of haar werkgever. Het kan echter voorkomen dat de werkgever verlangd dat er meer uren door zijn personeel wordt gewerkt. In dit geval worden de extra uren gezien als overwerk of overuren. Dit zijn dus de uren die extra worden gewerkt bovenop de uren die in het contract zijn vastgelegd.

Nederlandse Arbeidstijdenwet (ATW)
Een werkgever kan van een werknemer of werkneemster verlangen dat hij of zij meer uren gaat werken dan in het contract is opgenomen. Het desbetreffende personeelslid is echter in de meeste gevallen niet verplicht om gehoor te geven aan de oproep van de werkgever. Een werkgever is ook aan regels gebonden met betrekking tot overwerk. In Nederland wordt bijvoorbeeld vaak verwezen naar de Arbeidstijdenwet (ATW). In deze wet is beschreven welke maximale arbeidsduur iemand mag werken in een bepaalde periode maar het woord overwerk wordt niet gedefinieerd. In de ATW staat echter wel duidelijk omschreven hoeveel uren een arbeidskracht mag werken. Daarbij kijkt men over het algemeen naar een werkweek.

Een belangrijke regel is bijvoorbeeld dat een arbeidskracht maximaal 12 uur per dienst mag worden ingezet en maximaal 60 uur per week mag werken. Als een fulltimer echter 60 uur wordt ingezet zal dat in de praktijk betekenen dat fulltimer 20 uren overwerkt. Dit is een behoorlijk aantal overuren. Met de ATW wil de overheid voorkomen dat werkgevers hun personeel langdurig in overuren laten werken. Daarom is vastgelegd dat een werkgever over een periode van vier weken een werknemer gemiddeld maximaal 55 uur per week mag laten werken. Als een werkgever een werknemer over een periode van 16 weken wil laten overwerken is de werkgever geboden aan een maximale arbeidsduur van 48 uur per werkweek dat een werknemer mag overwerken.

Overwerk betaald niet altijd extra
Overwerk wordt niet altijd extra betaald door een werkgever. In een contract worden over het algemeen de afspraken omtrent overwerk en de uitbetaling van overwerk vastgelegd. In verschillende contracten is vastgelegd dat voor overwerk geen extra vergoeding wordt betaald. Bij deze contracten wordt er meestal vanuit gegaan dat overwerken bij de functie hoort.

Vergoeding voor overwerken
Als er voor overwerken wel een vergoeding wordt betaald is dit eveneens in een contract vastgelegd. De hoogte van de vergoeding voor overwerk wordt meestal uitgedrukt in een percentage van het loon. Daarnaast zijn er meestal verschillende treden ingebouwd in het contract. Zo kunnen bijvoorbeeld de eerste twee overuren worden uitbetaald tegen 125 procent van het basis loon en de daarop volgende uren tegen 150 procent. Het percentage voor overwerk is meestal ontleent aan cao afspraken. Er zijn verschillende cao’s in Nederland. Daarom kunnen de percentages die bedrijven hanteren voor overwerkloon ook verschillen.

Wat wordt bedoelt met een werkweek?

Werkweek is een wordt dat wordt gebruikt voor het aantal dagen waarop een werknemer of werkneemster werkzaam is. Een werkweek is in feite het totaal van alle werkdagen in een week dat iemand werkzaam is. De omvang van een werkweek kan men overigens aanduiden in zowel uren als werkdagen. Men zou dus kunnen aangeven dat een werkweek bestaat uit vijf werkdagen, maar men kan ook zeggen dat een werkweek bestaat uit veertig uren.

Fulltime of parttime werken
In Nederland wordt met een volledige baan een werkweek bedoelt van 36 tot 40 uur. Als men parttime werkt zal men een rooster hebben van slechts een deel van dit aantal uren. Een parttimer kan echter wel vijf dagen werken alleen zal vervolgens geen 40 werken maar bijvoorbeeld halve dagen. Functies en personeelsbezetting worden door werkgevers uitgedrukt in een aantal fte’s.

De afkorting fte wordt bijna nooit voluit geschreven, fte staat voluit voor fulltime-equivalent. Bedrijven rekenen het aantal functies of uren waarbinnen personeel ingezet kan worden om in fte. Ook hierbij gaat men meestal uit van een fulltime werkweek van 40 uur maar men kan onder een fulltime functie ook een functie van 38 uur verstaan. Dit is afhankelijk van de cao en de afspraken die de werkgever met de werknemers maakt.

Groot zonnepark in Emmen moet klaar in 2017

Het bedrijf SolarEnergyWorks heeft met een gemeente in Drenthe een samenwerkingsovereenkomst gesloten over het plaatsen van een zonnepark bij Emmen. Dit zonnepark wordt zeer omvangrijk, ongeveer 38 voetbalvelden groot. Deze oppervlakte wordt voorzien van een grote hoeveelheid zonnepanelen. Deze zonnepanelen moeten een totaal elektrisch vermogen opleveren van ongeveer 11 megawatt. Dit vermogen moet voldoende elektrische stroom leveren voor zo’n drieduizend huishoudens.

De grond die nodig is voor de bouw van het zonnepark wordt geleverd door de gemeente Emmen. Deze gemeente zorgt er voor dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning spoedig wordt afgehandeld. De kosten voor de aanleg van het zonnepark bedragen 11 miljoen euro.

Grootste zonnepark
Het zonnepark in Emmen zal nog groter worden dan het grootste zonnepark dat op dit moment in Nederland aanwezig is. Volgens het energiebedrijf SolarEnergyWorks heeft het grootste zonnepark op dit moment een vermogen van 2,3 megawatt. De omvang van het zonnepark in Emmen is enorm maar ondanks dat is het zonnepark in Emmen niet het grootste zonnepark dat Nederland in de toekomst zal hebben. Er zijn verschillende plannen ontwikkelt om elders in Nederland grotere zonneparken te ontwikkelen. Deze zullen vermoedelijk eerder zijn voltooid dan het zonnepark in Emmen. Het park in Emmen moet namelijk opgelevert worden in 2017.

Reactie van Technisch Werken
Zonneparken lijken wel sneller in opmars dan windmolenparken. Zonneparken zorgen voor minder horizonvervuiling en daarnaast heeft men bij zonneparken ook niet te maken met een groot schaduweffect en geluidsoverlast. Dit heeft men wel bij grote windmolenparken waarbij de wieken van de molens voor zogenoemde slagschaduw zorgen. Daarnaast maken de windturbines ook lawaai. Zonneparken hebben al deze negatieve effecten niet.

Waar staat fte voor als men het heeft over personeelsbezetting?

De afkorting fte staat voor fulltime-equivalent. Dit zijn twee woorden waarbij het word fulltime vertaald kan worden met voltijd en equivalent slaat op gelijkwaardig. Fulltime-equivalent wordt gebruikt om aan te duiden hoeveel mensen fulltime binnen een bedrijf kunnen worden ingezet en worden ingezet. Kortom het gaat om het aantal beschikbare arbeidsplaatsen als men het heeft over de personeelsbezetting.

Wie zijn geïnteresseerd in fte’s?
Managers, werkgevers en personeelsfunctionarissen hebben het regelmatig met elkaar over de planning en de personeelsbezetting in bedrijven. Daarbij wordt het aantal personeelsleden vergeleken met het aantal beschikbare arbeidsplaatsen en de te verwachten productie. Er wordt hierbij gestreefd naar een goede balans tussen zowel het personeel als de arbeidsplaatsen en de te verwachten werkzaamheden. Daaruit komt een aantal fte’s. Men kan kijken hoeveel fte’s een bedrijf op een bepaald moment heeft vervuld en hoeveel personeel men eventueel zou kunnen aannemen om op het gewenste aantal fte’s te komen. Over het algemeen hebben werkgevers en personeelsfunctionarissen het over fte’s.

Wat is fulltime werk?
In de eerste alinea is aangegeven dat fte staat voor fulltime-equivalent. Het woord fulltime is hierbij belangrijk omdat men bij het bepalen van het aantal fte’s terugrekend naar fulltime functies. Iemand heeft in Nederland een fulltime functie wanneer de desbetreffende werknemer of werkneemster tussen de 36 uur en 40 uur per week werkzaam is bij een werkgever. Het gaat hierbij om betaald werk.

Wanneer men minder dan 36 uur werkzaam is voor een bedrijf (en meer dan 12 uur) dan spreekt men van deeltijd werk. Dit wordt ook wel parttime werk genoemd. Men rekent parttimers ook mee in de fte berekening. Als men bij een bedrijf een fulltime werkweek heeft van 38 uur dan rekent men bij een functie van 0,6 fte als volgt: 0,6 x 38 = 22,8 uur per week werk. In dit geval is men dus parttime aan het werk. Werknemers die parttime werken worden ook wel parttimers genoemd en mensen die fulltime werken worden fulltimers genoemd. 

Kartelvorming verleidelijk voor bouwbedrijven in Nederland

De prijzen in de bouw staan onder druk. Bouwbedrijven zoeken daarom naar mogelijkheden om rendabel te blijven. Het maken van onderlinge prijsafspraken is voor bouwbedrijven een verleidelijk middel om er voor te zorgen dat men elkaar niet kapot beconcurreerd. Er zijn op dit moment echter geen signalen dat er ook daadwerkelijk prijsafspraken worden gemaakt tussen bouwbedrijven.

Directeur Daan Sperling van bouwbedrijf TBI heeft een interview gehad met het Financieele Dagblad waarin hij de ontwikkelingen in de bouwsector besprak. TBI is op het gebied van omvang het vierde bouwbedrijf in de Nederlandse bouwwereld.

Directeur Sperling gaf aan dat verschillende bouwbedrijven met hele lage marges rekenen als ze zich inschrijven op opdrachten. Ook zijn bedrijf gaat daar soms in mee. De vrij markt is voor sommige bouwbedrijven een bedreiging. Ze zijn bang dat de concurrentie tussen bouwbedrijven er voor zorgt dat de marges nog verder onder druk komen te staan. Er zijn op dit moment nog verschillende bouwbedrijven die met verlies draaien.

Reactie van Technisch Werken
De bouwsector is nog niet hersteld van de gevolgen van de economische crisis. Als bouwbedrijven het moeilijk hebben zullen ze gaan kijken naar oplossingen. Samenwerken is daarbij belangrijk maar het maken van onderlinge prijsafspraken is verboden omdat daardoor de marktwerking wordt verstoord en er een oneerlijke concurrentiestrijd ontstaat. Ik hoop dat Nederland veel heeft geleerd van de bouwfraudezaak.

De bouwsector is echter wel een branche waar de overheid naar mijn mening meer aandacht aan mag geven. De financiële sector en met name de banken hebben in de crisistijd veel  aandacht gekregen van de overheid maar de bouwbedrijven niet. Dit terwijl de banken meer verantwoordelijk zijn geweest voor de economische crisis dan de bouwsector. De bouwsector merkte de ingrijpende gevolgen van een teleurstellende woningmarkt. Terwijl de banken hun financiële buffers versterkten maakten bouwbedrijven hun financiële buffers juist op om het hoofd boven water te houden. Dit is voor veel bouwbedrijven uiteindelijk de nekslag geweest en dat is jammer want veel mooie bedrijven zijn in de bouw verdwenen. Daarnaast zijn ook veel vakmensen ontslagen zonder dat ze daar zelf wat aan konden doen. De werkloosheid neemt toe onder bouwpersoneel en dat moet de overheid toch zorgen baren.

Wat is fulltime of voltijd werk?

Fulltime werk wordt ook wel voltijd  werk genoemd. Fulltime is een term die over het algemeen wordt gebruikt om aan te duiden om wat voor soort functie het gaat in het kader van tijdsbestek dat men werkt. Hierbij wordt gekeken naar een werkweek. Iemand die fulltime werkt heeft een dienstverband van 36 tot 40 uur per week. Fulltime wordt in verschillende vormen gebruikt. Zo spreekt men wel van een fulltime baan of fulltime job. Daarnaast wordt iemand die fulltime werkt ook wel fulltime genoemd. De tegenhanger van fulltime werk is parttime of deeltijd werk. Bij parttime werkt men minimaal 12 uur en maximaal 36 uur omdat men boven de 36 uur fulltime werkt en onder de 12 uur volgens het CBS niet tot de werkzame beroepsbevolking behoort.

Fulltime-equivalent FTE
De afkorting FTE wordt ook door bedrijven, leidinggevenden en personeelsfunctionarissen gebruikt. Deze afkorting staat voor fulltime-equivalent. FTE is een rekeneenheid waarin de omvang van personeelsbezetting of dienstverband in kaart kan worden gebracht. Zo wordt FTE gebruikt om helderheid te verschaffen over het aantal arbeidsuren dat binnen een bedrijf beschikbaar is. Hierbij rekent men meestal het aantal beschikbare arbeidsuren per week. Als men het heeft over één FTE dan heeft men het over het aantal arbeidsuren dat één personeelslid per volledige week kan werken. Dit komt in de praktijk neer op 36 tot 40 uur afhankelijk van de dienstverbanden en bedrijfsbeleid binnen de desbetreffende organisatie.

Kan een werknemer meer werken dan fulltime?
Het kan voorkomen dat werknemers meer uren maken dan 40 uur per week. De uren die extra bovenop de 40 uur worden gewerkt noemt men ook wel overuren. Meestal krijgen werknemers een toeslag over deze uren uitbetaald. Deze toeslagen zijn over het algemeen ontleend aan cao’s en worden vastgelegd in contracten en andere schriftelijke arbeidsovereenkomsten zoals uitzendovereenkomsten. Meer werken dan 40 uur mag maar men dient zich wel te houden aan de arbeidstijdenwet. Hierin is onder andere vastgelegd dat men maximaal 12 uur per dienst mag werken en 60 uur per week. De arbeidstijdenwet staat boven de cao. Dit houdt in dat er in de cao geen afspraken mogen worden gemaakt waarmee de arbeidstijdenwet wordt overtreden.

Wat is parttime of deeltijd werk?

Parttime of deeltijd zijn woorden waarmee de duur van het dienstverband van een werknemer of werkneemster wordt aangeduid. Parttime werk is de tegenhanger van fulltime werk.  Een fulltime baan of fulltime functie is een functie waarbij een werkweek bestaat uit 36-40 uur. In een deeltijdfunctie of parttime baan werkt men minder dan 36 uur maar wel meer dan 12 uur per week. De reden waarom men in ieder geval 12 uur of meer moet werken om parttimer genoemd te worden ligt in het feit dat het CBS iemand als werkende definieert wanneer hij of zij 12 uur per week of meer werkt. Dit wordt ook in hun statistieken verwerkt.

Redenen om parttime te werken voor werkgevers
Er zijn verschillende redenen waarom iemand parttime kan of moet werken. Deze redenen kunnen worden onderverdeeld in twee groepen. Deze groepen zijn gebaseerd op de persoon of instantie waar het initiatief vandaan komt. Zo kan het initiatief van de werkgever komen of de werknemer. Een werkgever kan parttimefuncties creëren omdat er weinig werk is waardoor een werknemer niet fulltime werkzaamheden kan verrichten. Ook kan een bedrijf slechts beperkt open zijn waardoor medewerkers automatisch parttime moeten werken indien ze bij het bedrijf aan de slag willen.

Redenen om parttime te werken voor werknemers
Vaak ligt echter het initiatief om parttime te gaan werken bij de werknemer of werkneemster zelf. Meestal kiest deze om privéredenen voor een parttime of deeltijd functie. In Nederland kiezen veel jonge moeders voor een deeltijd of parttime baan zodat ze naast hun werk ook tijd aan hun gezin en kinderen kunnen besteden. In de praktijk blijkt het vaak moeilijk om als een gezin twee fulltime werkende ouders te hebben. Dit komt omdat kinderen ook aandacht en opvoeding nodig hebben van hun eigen ouders. Daarnaast zijn veel scholen en kinderopvangcentra nog niet zo flexibel ingericht dat deze hun openingstijden aanpassen aan de werkroosters van de werkende ouders. Veel ouders kiezen er daarom voor om één van beide ouders parttime te laten werken.

Gaat Porsche over de 200.000 auto’s verkopen in 2015?

Porsche is een Duitse sportwagenfabrikant die onder andere de bekend 911 heeft geproduceerd. Het bedrijf maakt luxe sportwagens en terreinwagens (SUV’s) en boekt de afgelopen tijd veel verkoopsuccessen. In 2014 wist het bedrijf een recordverkoop te behalen van 190.000 auto’s. Dit verkoopaantal ligt 17 procent hoger dan 2013. Porsche maakt onderdeel uit van het Volkswagenconcern. Het bedrijf had in 2014 een operationele winst van 2,7 miljard euro. Dit was een stijging van vijf procent ten opzichte van 2013. Ook de omzet nam met twintig procent toe tot 17,2 miljard euro.

In 2015 hoopt het bedrijf voor het eerst de grens van 200.000 verkochte auto’s te overschrijden.  De directeur Lutz Meschke van Porsche gaf vrijdag 13 maart 2015 op een jaarlijkse persconferentie aan dat het bedrijf verwacht dat de verkoop van Porsche zal toenemen in 2015.

Macan
De Macan is een compacte SUV die door Porsche in 2014 op de markt is gebracht. Deze compacte wagen blijkt bij veel klanten in trek. In totaal werden in 2014 van deze auto 45.000 exemplaren verkocht. Ongeveer vijfenzeventig procent van deze verkopen was aan klanten die daarvoor nog niet eerder een Porsche hadden gereden. Daarnaast heeft Porsche ook succes met verschillende hybride modellen. Door Porsche worden drie modellen aangeboden die een elektrische aandrijving hebben naast een verbrandingsmotor. Dit zijn de inmiddels uitverkochte 918 Spyder, de Cayenne en de Panamera.

Wat is de Wet van Moore met betrekking tot geïntegreerde schakelingen?

De Wet van Moore is een wet die vernoemd is naar Gordon Moore. Deze scheikundige is een van de oprichters van chipfabrikant Intel. Gordon Moore deed in 1965 een voorspelling over de technologische vooruitgang van het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling. De Wet van Moore draait om de voorspelling dat:

“elke twee jaar het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling wordt verdubbelt door de technologische vooruitgang”.

Houdbaarheid van de Wet van Moore
De Wet van Moore is de afgelopen jaren verandert. Toen Gordon Moore zijn voorspelling in 1965 deed ging hij nog uit van een verdubbeling van het aantal transistors per 12 maanden. Vijf jaar later, in 1970, had Gordon Moore zijn voorspelling bijgesteld. Vanaf dat moment zou het groeitempo volgens hem vertragen naar een verdubbeling van het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling per 24 maanden. Deze voorspelling hield stand tot 2011. Aan het einde van 2006 gaf de inmiddels gepensioneerde Gordon Moore al aan dat de wet niet voor altijd van toepassing zou zijn.

Volgens deskundigen zal de ontwikkeling in het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling de komende jaren minder snel toenemen. Het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling is namelijk niet alleen afhankelijk van technologische vooruitgang. Ook fundamentele fysische barrières spelen een belangrijke rol bij de verwezenlijking van de voorspelling in de Wet van Moore.

Wat is een geïntegreerde schakeling of Integrated Circuit (IC)?

Geïntegreerde schakelingen worden ook wel in het Engels Integrated Circuit genoemd, dit wordt afgekort met IC. Een geïntegreerde schakeling is een samenstel waarbij diverse elektronische componenten op een enkel stuk halfgeleidermateriaal worden geplaatst. Als het een grote IC betreft wordt deze ook wel microchip of chip genoemd. IC’s worden in heel veel verschillende elektrische machines en apparaten ingebouwd. Hierbij kan gedacht worden aan mobiele telefoons, computers, wasmachines en voertuigen waarin elektronica is ingebouwd.

Geïntegreerde schakelingen zijn elektronische schakelingen die zoals de naam aangeeft geïntegreerd zijn. Deze schakelingen zijn geïntegreerd en gefabriceerd op een plakje silicium (Si). Dit plakje silicium wordt vervolgens in een keramische behuizing geluimd of in een plastic behuizing gegoten. Deze behuizing heeft metalen pootjes waarmee de schakeling bevestigd kan worden. Een geïntegreerde schakeling is dus een compact geheel. Hiermee verschilt een geïntegreerde schakeling van losse componenten die op printplaten worden aangebracht.

Chip
Als men het heeft over geïntegreerde schakelingen gebruikt men ook vaak de term ‘chip’. Het woord chip is een afgeleide van het materiaal dat voor deze schakeling wordt gebruikt. dit materiaal is, zoals eerder genoemd, een plakje silicium. Dit plakje silicium wordt gefabriceerd uit zuiver zand; SiO2. Het plakje heeft een doorsnede van bijvoorbeeld 200 of 300 mm.

Elektronische schakelingen
In veel machines en apparaten maakte men gebruik van dezelfde elektronische schakelingen. Hierdoor werden algemene printplaten ontwikkeld die een specifieke functie hadden. Deze algemene printplaten werden samengesteld uit losse componenten die op de printplaat werden aangebracht. Daarnaast werden op deze printplaten ook weerstanden direct op de print aangebracht. Door de weerstanden direct op de print aan te brengen ontstond een hybride schakeling. De hybride schakeling is een voorloper van de geïntegreerde schakeling die later werd ontwikkeld.

Ontwikkeling geïntegreerde schakeling
De geïntegreerde schakeling werd ontwikkeld omdat er in toenemende mate gebruik werd gemaakt van transistors. Deze transistors werden dikwijls in dezelfde elektronische schakeling gebruikt waardoor een geïntegreerde schakeling een gunstige oplossing werd. De transistors werden gezamenlijk met de weerstanden gefabriceerd op één halfgeleiderplaatje. In eerste instantie werden deze schakelingen geplaatst in een metalen behuizing.

Op een gegeven moment gebruikte men kunststoffen voor de behuizing van geïntegreerde schakelingen. Tegenwoordig worden nog steeds geïntegreerde schakelingen in kunststof behuizingen gegoten. Doordat geïntegreerde schakelingen een zeer compacte vorm hebben konden er nieuwe ontwikkelingen worden doorgevoerd in elektronische apparatuur. De compacte schakelingen zorgden er voor dat elektronische apparatuur veel compacter gemaakt kan worden.

De eerste geïntegreerde schakeling
Op 12 september 1958 werd de eerste werkende geïntegreerde schakeling gepresenteerd door Jack Kilby van Texas Instruments. Ongeveer vier maanden later werd een soortgelijke uitvinding gedaan door Robert Noyce van Fairchild Semiconductor. Er ontstond een patentenstrijd tussen de twee personen. Robert Noyce was weliswaar later da n Jack Kilby maar kreeg toch het patent op zijn naam in 1969.