Nieuwe balans op oliemarkt in 2015?

Econoom Fatih Birol gaf donderdag 26 februari 2015 zijn visie op de oliemarkt namens het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Volgens hem komt er binnen een paar maanden op de oliemarkt een nieuwe balans. Dit heeft te maken met de zeer scherpe daling van de olieprijs de afgelopen maanden. Doordat de prijs laag is val uiteindelijk de vraag naar olie stijgen en zal de olieprijs weer uit het dal omhoog gaan. De econoom noemde een olieprijs van 45 dollar per vat ‘onhoudbaar’.

De IEA gaf eerder in de maand februari 2015 ook al aan dat de olieprijs vermoedelijk zal stijgen aan het einde van 2015. Op donderdag 26 februari 2015 kwam de prijs van een vat Amerikaanse olie (van 159 liter) 1,6 procent lager uit. Hierdoor kwam de prijs van Amerikaanse olie op 50,18 dollar per vat. Een vat Brent olie kwam 0,1 procent hoger uit op 61,66 dollar.

Reactie van Technisch Werken
De olieprijs is sterk onderhevig aan politieke ontwikkelingen. Kenmerkend zijn de beslissingen van de Amerikaanse regering om schalie-olie op de markt te brengen en de productie niet te verlagen. De OPEC en Rusland besloten eveneens om de olieproductie niet te verlagen waardoor het aanbod van olie op de markt groter werd in verhouding tot de vraag. Een lage olieprijs zorgt er echter voor dat veel investeerders besluiten om geen geld te stoppen in de bouw van nieuwe olieproductieplatforms. Daardoor neemt het aanbod op den duur af en komt er weer een balans. De vraag is alleen wanneer dat gebeurd. Er kunnen namelijk nieuwe ontwikkelingen komen waardoor de oliemarkt alsnog een andere kant op gaat.

Hoeveel energie werd er in 2014 in Nederland opgewekt met zonnepanelen?

Zonne-energie is in Nederland erg in trek. Doormiddel van subsidies en andere tegemoetkomingen is het voor veel Nederlandse bedrijven en particulieren de afgelopen jaren aantrekkelijk geworden om zonnepanelen te plaatsen. Het is echter onduidelijk hoeveel zonnepanelen er in Nederland zijn  volgens onafhankelijk onderzoeker Peter Segaar. Volgens deze onderzoeker geven veel bedrijven en particulieren wel door dat ze zonnepanelen hebben maar worden daarbij regelmatig de verkeerde gegevens ingevuld. Doordat men niet precies weet hoeveel zonnepanelen in Nederland gebruikt worden is het ook onduidelijk hoeveel zonne-energie in Nederland wordt opgewekt.

Onderzoek naar zonnepanelen
De netbeheerders brachten aan het begin van februari 2015 gegevens naar buiten over het elektrische vermogen dat doormiddel van zonnepanelen wordt opgewekt in Nederland. Volgens de netbeheerders is er sprake van een toename van 50 procent. Dit klinkt hoopgevend maar onderzoeker Segaar is verbaast over dit percentage. Hij geeft aan dat er onder andere zonnepanelen zijn geregistreerd op locaties waar het niet mogelijk is om zonnepanelen te plaatsen. Hij noemde een voorbeeld van twee nieuwbouwwijken in Almelo waar totaal 135 huizen zijn gebouw en daarnaast een weiland en een zwembad in de buurt liggen. Hier zou volgens de netbeheerders vijf megawatt zonne-energie wordt opgewekt. Dat kan volgens onderzoeker Segaar nooit kloppen.

Reactie van Technisch Werken
Zonne-energie is populair in Nederland maar het rendement van zonnepanelen moet niet overdreven worden. Men moet ondanks de positieve verwachtingen proberen zo objectief mogelijk te kijken naar de technieken die worden gebruikt om energie op te wekken uit zonlicht en wind. Uiteraard dienen in verslagen en rapportages feiten te worden genoemd. Zonder feitelijke informatie kan men geen duidelijke koers uitstippelen voor bepaalde energiebronnen in de toekomst. Men zal in Nederland de focus op duurzame energie moeten blijven houden en daarbij voortdurend op zoek moeten gaan naar nieuwe innovaties die nog meer rendement halen uit de energie die de natuur biedt.

Afdracht omzet JSF-orders in 2015 te hoog volgens industrie

Er zijn verschillende bedrijven in Nederland die deelnemen aan de ontwikkeling en productie van onderdelen van het Joint Strike Fighter (JSF) gevechtsvliegtuig. Deze bedrijven moeten een deel van hun omzet afstaan aan de Nederlandse staat. Volgens directeur Ron Nulkes van de belangenvereniging Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV) vinden veel bedrijven de afdracht van de omzet aan de Nederlandse staat te hoog. Dit bevestigde de heer Nulkes woensdag 25 februari 2015.

Op dit moment moet de industrie twee procent van de opbrengsten van de JSF afdragen aan de ontwikkeling van het toestel. Op den duur zal dit percentage oplopen tot 4,1 procent. Het afdrachtpercentage is volgens bedrijven in de industrie nog steeds hoog. Volgens Nulkes wordt ook de concurrentiepositie van bedrijven geschaad door de hoge omzetafdracht.

Afspraken omtrent omzetafdracht
In 2002 is besloten dat Nederland een bijdrage zou leveren aan de productie en ontwikkeling van een nieuw gevechtsvliegtuig waardoor de bestaande F-16 vervangen zou kunnen worden. Aan de bedrijven die mee wilden doen aan de ontwikkeling en productie van het nieuwe gevechtsvliegtuig werd van te voren bekend gemaakt dat ze een deel van hun omzet zouden moeten afstaan aan de staat. Hoewel de industrie een deel van de omzet moet afstaan aan de staat levert de productie van de JSF ook veel geld op. De totale som die de productie van de JSF bijdraagt aan de industrie is 105 miljoen euro. Donderdag 26 februari 2015 zal de vaste commissie Defensie in de Tweede Kamer opnieuw praten over de JSF. Daarna wordt als alles goed gaat door Nederland het contract ondertekend waarin de aanschaf van de eerste JSF-toestellen wordt bevestigd.

Reactie van Technisch Werken
De JSF is een project dat de Nederlandse staat zeer veel geld kost. Daarnaast levert de productie van de JSF veel bedrijven in de industrie juist geld op. Geen wonder dat de Nederlandse staat een deel van de omzet van de industrie wil ontvangen zodat de kosten van het JSF (beperkt) kunnen worden gedekt. Uiteraard moeten hier wel duidelijke afspraken over worden gemaakt.

Er komt een overgangsregeling voor de transitievergoeding in 2015

Minister Lodewijk Asscher heeft dinsdag 24 februari 2015 aangegeven dat er een overgangsregeling komt om de negatieve effecten met betrekking tot de transitievergoeding voor werkgevers te beperken. Per 1 juli 2015 vervangt de transitievergoeding de huidige ontslagvergoeding.

Wat is de transitievergoeding?
De transitievergoeding wordt bepaald op basis van het aantal dienstjaren en wordt uitgekeerd door de werkgever als de werknemer buiten zijn of haar schuld om de onderneming moet verlaten. Een transitievergoeding wordt uitgekeerd als de werknemer minimaal twee jaar aaneengesloten bij de werkgever heeft gewerkt. De hoogte van de transitievergoeding is een derde van een bruto maandsalaris per dienstjaar. Een onderbreking tussen de contracten moet minimaal 6 maanden zijn, als dat niet het geval is worden de contracten en dienstjaren doorgeteld.

Wat ging er mis met de transitievergoeding?
Door de invoering van de transitievergoeding zouden bedrijven vanaf 1 juli 2015 in de problemen kunnen komen. Dit komt omdat veel bedrijven de afgelopen jaren een onderbreking van 3 maanden hebben toegepast bij het verstrekken van tijdelijke contracten. Bij het bepalen van de transitievergoeding moet de onderbreking echter minimaal een half jaar zijn anders worden de contractperiodes doorgeteld. Werkgeversorganisaties uitten grote zorgen over deze ‘fout’ in de wet. Transitievergoedingen zouden zeer hoog kunnen worden doordat sommige werknemers meerdere keren 3 maanden hun werk moesten onderbreken om te voorkomen dat ze een vast contract zouden krijgen bij de werkgever.

Wat is er verandert aan de transitievergoeding?
Op aandringen van de Kamer , de werkgeversorganisaties en de recreatiesector heeft minister Lodewijk Asscher de transitievergoeding opnieuw bekeken. Hij heeft besloten om tot een overgangsregeling te komen. De minister heeft nu vastgelegd dat bij tijdelijke contracten niet verder teruggerekend hoeft te worden dan 1 juli 2012. Er wordt één uitzondering genoemd. Dit zijn de contract waarbij de oude regels werden gehanteerd van onderbrekingen van maximaal drie maanden.

Geen transitievergoeding
Een andere verandering is dat werkgevers geen transitievergoeding te hoeven betalen als aan de werknemer een garantie kan worden geboden dat hij of zij binnen een half jaar weer aan het werk kan.

Reactie van Technisch Werken
Er verandert in 2015 een hoop voor werknemers en werknemers op de arbeidsmarkt. De transitievergoeding en de regels omtrent Equal Pay zorgen er voor dat werkgevers geregeld informatie inwinnen bij uitzendbureaus en andere partijen die veel informatie hebben over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Werkgevers willen ook duidelijkheid hebben over de financiële risico’s die ze lopen. Het lijkt er op dat de wetswijzigingen van Asscher goed bedoelt zijn maar een averechts effect hebben. Werkgevers lijken eerder voorzichtiger te worden in arbeidsrelaties.

CBS: windenergie in 2014 belangrijkste energiebron voor duurzame elektriciteit

Dinsdag 24 februari 2015 maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat wind in 2014 de belangrijkste energiebron is geweest voor het opwekken van duurzame elektriciteit. De elektriciteitsproductie uit wind was in 2014 ongeveer 8 procent hoger dan in het jaar 2013. Dit is een aanzienlijke groei. De productie van duurzame energie uit biomassa viel echter 16 procent lager uit in 2014 dan het jaar daar voor.

Waarom nam de elektriciteitswinning uit wind toe?
Voor het winnen van energie uit de windkracht heeft men windturbines nodig, deze worden in de volksmond ook wel windmolens genoemd. Omdat men steeds meer investeert in windmolens en nieuwe windmolenparken aanlegt, neemt de capaciteit van deze windmolens toe. In Nederland steeg de capaciteit van windmolens in 2014 met ongeveer 150 megawatt tot ongeveer 2.850 megawatt. Dit kwam doordat er in Nederland verschillende kleine en middelgrote windmolenparken in gebruik werden genomen.

Reactie van Technisch Werken
Windmolens krijgen de afgelopen jaren steeds meer aandacht in het nieuws. Men denkt dat het winnen energie uit wind één van de belangrijkste stappen is om duurzamer te worden. Voordat men echter energie kan winnen uit wind moet men echter grote investeringen doen. Windmolens kosten veel geld en moeten daarnaast ook gefabriceerd worden wat milieubelastend is. Doormiddel van subsidies worden de kosten van windmolens en windmolenparken kunstmatig laag gehouden. Uiteraard zorgt een toename van het aantal windmolens in Nederland voor een toename in de elektriciteit die uit wind wordt gewonnen. Men moet zich echter niet alleen op windenergie blindstaren. Er zullen ook verschillende andere bronnen en technieken moeten worden aangeboord om energie te besparen. De innovatie op dit gebied moet doorgaan.

Hitachi wordt eigenaar van Fyrabouwer AnsaldoBreda?

De Italiaanse treinfabrikant AnsaldoBreda staat op het punt om overgenomen te worden. Het Japanse technologie- en industrieconcern Hitachi is volgens ingewijden bereid om 250 miljard yen voor de Italiaanse treinfabrikant te betalen. Dit bedrag is omgerekend 1,8 miljard euro. Bij AnsaldoBreda werken ongeveer 2300 werknemers. Het bedrijf bestaat uit vier fabrieken en is onderdeel van het het Italiaanse concern Finmeccanica.

AnsaldoBreda en de Fyra
In Nederland is het Italiaanse bedrijf AnsaldoBreda vooral bekend vanwege de fabricage en levering van de Fyra-hogesnelheidstrein. De leveringsduur van de Fyra en de technische staat van deze hogesnelheidstrein zorgden voor grote problemen bij de Nederlandse spoorwegen. Uiteindelijk werd de trein dusdanig slecht bevonden dat men besloot de Fyra in het geheel niet in te zetten op de Nederlandse spoorwegen. Uiteindelijk heeft de Fyra slechts een paar testritten gereden. Er ontstond een enorme juridische rompslomp over de kosten van dit debacle.

Hitachi en Finmeccanica
Het Japanse bedrijf Hitachi had eerder belangstelling getoond in het Italiaanse bedrijf AnsaldoBreda. In 2012 werd door Hitachi ook een poging gedaan om het bedrijf AnsaldoBreda over te nemen maar toen kwam men niet tot overeenstemming. Eind 2014 werd er door Hitachi een nieuw bod uitgebracht op het bedrijf. Dit liet Finmeccanica in november 2014 weten. In het verleden hadden ook andere bedrijven zoals General Electric, Thales en Bombardier laten blijken dat ze interesse hadden in AnsaldoBreda. Het is onduidelijk welke partijen op dit moment allemaal belang hebben bij het bedrijf.

Reactie van Technisch Werken
Het is bijna niet voor te stellen dat een bedrijf met zo’n slechte reputatie als AnsaldoBreda toch de interesse wekt bij een toonaangevend bedrijf als Hitachi. Toch is dit wel de waarheid. Ondanks de grote problemen rondom de Fyra zal het bedrijf AnsaldoBreda over technologie beschikken die interessant is voor het Japanse bedrijf. Uiteraard zullen de kosten een grote rol spelen bij de overname. Net als in 2012 kan de overname alsnog op niets uitlopen.

Wat is een funderingsinspectie en waarom wordt deze uitgevoerd?

In Nederland zijn honderden jaren geleden veel oude gebouwen gebouwd. Deze oude monumentale gebouwen zijn vaak beeldbepalend voor de omgeving van bijvoorbeeld een binnenstad. Ondanks het feit dat deze gebouwen er aan de buitenkant vaak mooi uitzien kan men zonder nauwkeurig onderzoek niets zeggen over de technische staat van deze gebouwen. De bouwtechnieken van honderd of zelfs tweehonderd jaar geleden zijn anders dan tegenwoordig. Ook de materialen zijn tegenwoordig veel beter dan vroeger. In het verleden maakte men vooral gebruik van hout en steen.

Tegenwoordig kan men ook (gewapend) beton en verschillenden metalen en kunststoffen toepassen in de bouw. Deze materialen worden niet alleen voor de buitenkant gebruikt. Ook aan de binnenkant en de onderkant van een gebouw wordt tegenwoordig op een andere manier aandacht besteed dan vroeger. Het fundament is bijvoorbeeld een zeer belangrijk aspect van een bouwwerk.

Waarom funderingen inspecteren
Wanneer een bouwwerk eenmaal staat wordt het fundament door de gebruikers en eigenaren van een gebouw vaak vergeten. Dit komt omdat een fundament over het algemeen niet zichtbaar is. Bij oude panden kan het echter voorkomen dat men twijfels heeft bij de deugdelijkheid van het fundament. Er kunnen scheuren in de muren ontstaan en er kan verzakking optreden.

Veel oude gebouwen zijn nog geplaatst op houten funderingspalen. Deze funderingspalen kunnen rotten als ze in contact komen met zuurstof. Daarnaast kan ongedierte de houten funderingspaal aantasten. Als men twijfels heeft over de deugdelijkheid van de fundering kan men een funderingsinspectie uitvoeren.

Hoe wordt een funderingsinspectie uitgevoerd?
Een funderingsinspectie is visueel. Dit houdt in dat men de fundering daadwerkelijk moet zien om een goede inspectie uit te voeren. Het is daarvoor noodzakelijk dat een deel van de fundering wordt vrijgegraven. Vervolgens gaat een speciaal opgeleide inspecteur de fundering bekijken. Er wordt bij een funderingsinspectie onder andere gelet op de mate waarin schimmels en bacteriën het hout hebben aangetast. Ook de hardheid van het hout en eventuele scheurvorming wordt beoordeeld. Houten delen van het fundament die boven het grondwater hebben gestaan in zogenoemd droogzand zijn extra kwetsbaar voor rotting en andere schade.

Verder wordt er bij de funderingsinspectie ook gekeken naar de algehele bouwwijze van het fundament. De mate van verzakking van het pand en de richting waarin het pand is verzakt wordt eveneens meegenomen in de beoordeling.  Er wordt een rapport opgesteld over de staat van het fundament. Daarbij worden metingen en foto’s toegevoegd. Aan de hand van het rapport kan men conclusies trekken of de fundering nog sterk genoeg is. Indien dat niet het geval is zal men een effectieve oplossing moeten bedenken. Dan worden meestal bouwkundigen en constructeurs ingeschakeld.

Hoe kunnen funderingspalen worden aangebracht in de grond?

Als men besluit om een bouwwerk op een bepaalde ondergrond te plaatsen is het belangrijk dat men de draagkracht van de ondergrond goed bestudeerd. Dit kan doormiddel van een bodemonderzoek gebeuren. Er moet een goede balans zijn tussen het gewicht en de krachten die het bouwwerk uitoefent op de ondergrond. Als de ondergrond onvoldoende draagkrachtig is zal men op een kunstmatige wijze de draagkracht van de ondergrond moeten verbeteren. Voor grote bouwwerken zoals woningen, fabrieken en utiliteit zal men over het algemeen kiezen voor het aanbrengen van heipalen. Deze paalfundering wordt in de grond geheid tot een draagkrachtige bodem is bereikt. Heien is echter slechts één manier om paalfunderingen aan te brengen. Er zijn nog verschillende andere manieren.

Verschillende manieren om paalfunderingen aan te brengen
Het aanbrengen van paalfunderingen kan op diverse manieren gebeuren. De keuze van de methode is afhankelijk van de draagkracht van de bodem, het gewicht van het bouwwerk en de materialen die gebruikt kunnen en mogen worden.

  • Heien is een voorbeeld van grond verdringende werkzaamheden. Hierbij wordt een massieve paal de grond in geslagen. Meestal maakt men gebruik van een hei-installatie met een hei of trilblok. De grond onder de heipaal wordt niet weggenomen maar wordt juist aangeduwd en opzij geduwd. Deze grondverdringing zorgt er voor dat de paal stevig vast komt te zitten in de bodem. Heien zorgt voor veel geluidshinder en  trillingshinder voor de omliggende gebouwen. Deze trillingen kunnen zo hevig zijn dat er zelfs schade ontstaat aan de gebouwen die in de buurt van de hei-installatie staan.
  • Als men gebruik maakt van palen met een holle doorsnede en palen zonder gesloten voet wordt er slechts weinig grond verdrongen tijdens het heien. Deze methode zorgt voor minder trilschade voor de omgeving. Een nadeel van deze methode is dat juist door de geringe grondverdringing en de holle palen er minder draagkracht ontstaat.
  • Door grond te verwijderen met een grondboor kan men een diep gat maken. Dit gat kan men vervolgens voorzien van een (stalen) buis. Indien nodig kan de stalen buis verder de grond in worden geslagen of gedrukt. Vervolgens kan men de buis van wapening voorzien en volstorten met beton. Indien nodig kan men tijdens het betonstorten de stalen buis weer omhoog halen zodat deze eventueel hergebruikt kan worden. Deze methode van het verwijderen van grond zorgt er voor dat er geen of nauwelijks trillingen optreden voor de omgeving. Een nadeel is echter wel dat de grond nauwelijks verdicht.

Wat is een paalfundering en waarvoor is deze fundering geschikt?

Een paalfundering is een specifiek soort fundering waarbij het gewicht van een bouwwerk of kunstwerk wordt overgedragen op palen die onder het bouwwerk of kunstwerk zijn aangebracht. Naast het daadwerkelijke gewicht van het bouwwerk worden de krachten die op dit bouwwerk worden uitgeoefend eveneens overgebracht op de paalfundering. De paalfundering kan geheel onder het maaiveld worden aangebracht of gedeeltelijk er bovenuit steken. Men kiest vaak voor paalfunderingen als de draagkrachtige grond te diep ligt voor een fundering op putringen of op staal.

Houten funderingspalen
Voor een paalfundering kan men verschillende soorten palen gebruiken. Vroeger werden vooral houten palen gebruikt. Tegenwoordig gebruikt men eigenlijk geen houten palen meer in Westerse landen. Dit komt omdat houten palen minder draagkracht hebben dan gewapende betonpalen. Daarnaast ben je voor houten palen afhankelijk van bossen met de juiste houtsoort en de juiste paallengte. Verder kunnen houten palen gaan rotten als ze niet volledig onder het freatisch oppervlak zijn geplaatst. Als houten palen worden gebruikt worden deze meestal zo ver in de grond geplaatst dat ze onder de grondwaterspiegel komen. Vervolgens wordt er alsnog een betonopzetter gebruikt om de afstand tussen het grondwater en het maaiveld te overbruggen.

In sommige landen maakt men echter nog wel gebruik van houten palen. Deze palen worden bijvoorbeeld gebruikt in vissersdorpen in Azië. Hierbij worden de palen in het water geplaatst en worden er eenvoudige woningen boven op deze palen gebouwd. Deze woningen zijn net als de palen van hout gemaakt en voorzien van daken die gemaakt zijn van planken of golfplaten. Houten palen kunnen namelijk niet heel zwaar belast worden. Betonnen heipalen kunnen daarentegen wel zwaar belast worden.

Betonnen heipalen
In Nederland en veel andere Westerse landen maakt men tegenwoordig vooral gebruik van gewapende betonnen palen voor paalfunderingen. Deze betonnen palen worden in speciale fabrieken op een lange maat gemaakt. Hierbij worden de betonpalen gemaakt van gewapend of voorgespannen beton. De kwaliteit van de betonpalen die in fabrieken worden gemaakt is over het algemeen goed omdat in de fabrieken onder optimale omstandigheden kan worden gewerkt.

De maat van een betonpaal moet minimaal 5 keer zo lang zijn als de dwarsdoorsnede van de paal. In de praktijk is de gebruikte paal veel langer. Dit komt omdat de betonpalen net zo ver in de grond worden geheid totdat ze voldoende draagkrachtige grond bereiken. In moerasachtige veengrond kunnen betonpalen diep de grond in worden geheid. Ook bij kleigrond worden heipalen vaak diep de grond in geheid. Bij draagkrachtige zandgrond is het soms minder noodzakelijk om de betonpalen diep de grond in te heien. De heipalen dragen het gewicht van een bouwwerk over op de draagkrachtige ondergrond. Hierdoor wordt het zetten of de verzakking van het bouwwerk beperkt of voorkomen.

Wat is een road train en een Long Combination Vehicle (LCV)?

Het begrip ‘road train’ is Engels en kan in het Nederlands worden vertaald met: ‘trein op de weg’. Een road train lijkt een beetje op een spoortrein alleen bevat een road train een motorwagen of trekker. Daaraan zijn meerder aanhangers of opleggers verbonden. Deze samenstelling van een trekvoertuig en aanhangers is in feite een vrachtwagencombinatie en toont veel gelijkenissen met een locomotief waaraan een aantal wagons is gekoppeld. Road trains worden onder ander gebruikt in Argentinië, Australië, Israël en Mexico.

Long Combination Vehicle (LCV)
Road trains worden ook ingezet in de Verenigde Staten en Canada. Daar worden deze vrachtwagencombinaties ook wel Long Combination Vehicle (LCV). Die term verklaard ook wat voor voertuigcombinatie het betreft. Daarbij benadrukt het woord ‘long’ dat het om lange voertuigcombinaties gaat. De hoeveelheid opleggers en aanhangers die door het trekvoertuig worden getrokken is afhankelijk van het vermogen van het trekvoertuig en het gewicht en de omvang van de aanhangers en opleggers. Ook kunnen landen op bepaalde wegen en in bepaalde gebieden restricties geven over de lengte van de road trains en Long Combination Vehicles. In Canada en de VS bestaan Long Combination Vehicles uit een trekker en twee of drie aanhangers. De maximale lengte is 38 meter en het maximale gewicht is 62,5 ton.

Vrijdag 20 februari 2015 ministers van Financiën van de eurozone beoordelen Grieks voorstel

Op vrijdag 20 februari 2015 wordt er in Brussel overleg gevoerd door de ministers van Financiën van de eurozone. Hierbij wordt het Griekse voorstel beoordeeld. In dit voorstel heeft de Griekse regering benoemd dat ze een verlenging wil van het steunprogramma. Hoewel deze toenadering door de Grieken door veel regeringen in Europa als positief wordt beschouwd is de uitkomst van het overleg tussen de ministers van Financiën onzeker.

Duitsland is de grootste geldschieter uit Europa en heeft Griekenland in het vorige steunprogramma al vele miljarden euro’s aan hulp geboden. Nu de nieuwe Griekse regering niet voornemens is om zich aan de eisen te houden die bij dit financiële hulpprogramma werden opgelegd, is Duitsland zeer terughoudend om een nieuwe financiële injectie te geven. Duitsland reageerde donderdag 19 februari 2015 ook niet enthousiast op het voorstel van de Grieken.

De tijd raakt op voor de Grieken
De euforische houding van de nieuwe Griekse regering wordt langzamerhand minder. In eerste instantie blaakten ze van zelfvertrouwen en wilden ze aan Europa duidelijk laten merken dat de Grieken de bezuinigingen zat zijn. Dit zorgde voor veel steun onder de bevolking binnen de Griekse landsgrenzen. Buiten deze landsgrenzen probeerde de Griekse regering andere landen te overtuigen dat ze de druk op Griekenland moesten verminderen. Zonder stropdas probeerde de minister van financiën op een bijna flamboyante wijze de Europese ministers van financiën voor zijn zaak te winnen. Hoewel hij bijna overal hartelijk werd ontvangen wordt nu duidelijk dat Europa niet valt voor de Griekse ‘charmes’.

Duitsland heeft een belangrijke stem in de nieuwe financiële injectie die nodig is om Griekenland (voorlopig)  te redden.  Het huidige hulpprogramma dat door Europa aan Griekenland is verstrekt is een bedrag van maar liefst 240 miljard euro. Dit programma loopt aan het einde van februari 2015 af. De Grieken zouden nog ‘recht’ hebben op 7 miljard euro van dit hulpprogramma. De vraag is of de Europese ministers van financiën dit bedrag gaan verstrekken. Griekenland beloofd dat het land haar  financiële verplichtingen aan Europa zal nakomen maar zegt daarbij dat ze af wil van de strenge bezuinigingen die door Europa zijn opgelegd. De Grieken bieden geen garanties in hun verzoek en stellen alleen maar de eis dat ze meer geld willen hebben. Als Griekenland geen hulp krijgt van Europa komt het land ernstig in de financiële problemen. Dan zal het land ongetwijfeld de schuld bij Europa neerleggen.

Duitse minister van Financiën Schäuble
De Duitse minister van Financiën Schäuble is een belangrijke factor in het overleg. Duitsland heeft Griekenland al veel geld geboden en wil dat ook terug. De Grieken moeten daarvoor bezuiniging doorvoeren zodat het land minder uitgeeft en hopelijk meer geld overhoud om de afbetaling aan Europa te doen. Deze situatie is echter verre van realistisch. De Duitse minister maakt zich daarom zorgen over de afbetaling van de Europese schuld door de Grieken. Hij benoemde dat het Griekse voorstel geen duurzame oplossing is. Nederland is daarbij ook kritisch over het Griekse voorstel. Naast Nederland en Duitsland zijn er in Europa ook veel landen die gematigd positief zijn over het Griekse voorstel.

Reactie van Technisch Werken
Griekenland is een land dat een moeilijke positie heeft gekregen in Europa. Het land heeft zeer veel geld geleend en moet daarom bezuinigen. Nu blijkt dat dit land niet bereid is om meer te bezuinigen wordt de positie van Griekenland lastiger. Hoe kun je nu aan Europa uitleggen dat je wel het geld van Europa wilt maar dat je over de terugbetaling geen concrete afspraken kunt maken. Verschillende politieke partijen in Europa hebben al in de gaten dat er van afbetaling van de schulden van de Grieken voorlopig geen sprake is, misschien betalen de Grieken hun torenhoge schuld wel nooit meer af. Dit kunnen politieke partijen die de beslissing hebben genomen om Griekenland financieel te steunen natuurlijk moeilijk uitleggen aan hun kiezers.

Daarom proberen ze ondanks de negatieve tendens een positief beeld te schetsen over de bereidheid van de Grieken en het voorstel dat ze donderdag hebben ingediend. Verschillende Zuid-Europese landen zijn ook niet van plan om een harde toon aan te slaan tegenover de Grieken. Dit komt natuurlijk omdat die landen het zelf financieel moeilijk hebben en omdat ze nauwelijks een bijdrage hebben geleverd aan het huidige financiële hulpprogramma aan de Grieken. We wachten vrijdag 20 februari 2015 in spanning af.

Wat is een pantograaf en hoe wordt deze gebruikt bij het maken van tekeningen?

Een pantograaf is een eenvoudig stuk gereedschap dat kan worden gebruikt bij het maken van tekeningen. De vormgeving van een pantograaf is een parallellogram die verstelbaar is. Een pantograaf wordt ook wel tekenaap genoemd of volgens de oude benaming een pentograaf. Pantografen kunnen van verschillende materialen worden gemaakt. Materialen die voor de vervaardiging van pantografen worden gebruikt zijn metaal, hout en plastic.

Hoe wordt een pantograaf gebruikt?
Met een pantograaf worden patronen, afbeeldingen en tekeningen vergroot of verkleind. Hierbij wordt aan het uiteinde van de pantograaf een potlood of stift bevestigd. Daarnaast wordt er eveneens een stift of potlood op het onderste scharnierpunt van de pantograaf bevestigd. Met de pantograaf volgt de tekenaar de omtrekken van een tekening, afbeelding of figuur. Het potlood aan de andere kant van de pantograaf tekent de tekening verkleind of vergroot na.

Toepassing pantograaf tegenwoordig
Door de komst van computers, scanners en kopieermachines is het gebruik van een pantograaf op afbeeldingen te vergroten of verkleinen eigenlijk niet meer nodig. In de meeste graveermachines werkt men met een soort pantograaf. Hierbij volgt een stift de mal en aan het andere uiteinde is een graveermesje of frees gemonteerd. Dit mesje of freesje slijpt de vorm van de mal in een bepaald materiaal zoals metaal, hout of kunststof. Een apparaat dat een frees bevat wordt ook wel een kopieerfrees genoemd.

Hoe wordt een pantograaf als stroomafnemer gebruikt?

Een pantograaf wordt ook wel schaarbeugel genoemd. Een pantograaf is een benaming voor een stroomafnemer die gemonteerd is aan een beweegbaar deel van een elektrische installatie. Het beweegbare deel van deze elektrische installatie is meestal een voertuig zoals een elektrische locomotief. Dit beweegbare deel bevat een stroomafnemer, in de vorm van bijvoorbeeld een pantograaf. Deze pantograaf of schaarbeugel heeft verschillende benamingen zoals  beugel, stra en panto.

Elektrificatiesysteem
In feite vormt een pantograaf een onderdeel van een elektrificatiesysteem. Een elektrificatiesysteem is een elektrisch systeem dat wordt gebruikt om een voertuig extern van stroom te voorzien. De elektrische stroom wordt dus niet in het voertuig zelf opgewekt en er wordt ook geen gebruik gemaakt van accu’s om het voertuig in beweging te brengen. In plaats daarvan wordt de elektrische stroom door een bron buiten het voertuig aangebracht. Bij treinen gebeurd dit doormiddel van een bovenleiding. Een trein moet echter de elektrische stroom van de bovenleiding op kunnen nemen. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van een stroomafnemer. Dit is een pantograaf. Het is echter ook mogelijk dat elektrische stroom doormiddel van een derde rail wordt aangevoerd.  

Rijstroom en retourstroom
De elektrische stroom die doormiddel van de bovenleiding wordt geleverd wordt ook wel de rijstroom genoemd. Dit houdt in dat deze stroomvoeding wordt gebruikt om het voertuig te laten rijden, oftewel in beweging te brengen. Er is echter ook sprake van retourstroom. Deze retourstroom wordt doormiddel van het spoor afgevoerd.

Hoe komt men op de naam pantograaf
De naam pantograaf brengt misschien verwarring. Een pantograaf werd namelijk in de wereld van tekenaars, kunstenaars, wiskundigen en constructeurs gebruikt. Daar werd een pantograaf ook wel een tekenaap genoemd. Dit is een verstelbare parallellogram die gemaakt is van hout, kunststof of metaal. De stroomafnemer die door treinen wordt gebruikt lijkt op het gebied van vormgeving een beetje op een pantograaf die door tekenaars werd gebruikt. Dit komt mede door de scharnierende constructie die een belangrijk onderdeel vormt van de stroomafnemer die gebruikt wordt bij treinen.

Wat is elektrificatie en een elektrificatiesysteem?

Elektrificatie is een term die wordt gebruikt voor het systeem waarmee een voertuig wordt voorzien van elektrische voeding van buitenaf. Meestal wordt elektrificatie toegepast bij treinen die elektrisch worden aangedreven doormiddel van een bovenleiding of een derde rail waarop elektrische spanning staat. Dit gehele systeem wordt ook wel een elektrificatiesysteem genoemd en hierbij kan gelijkspanning of wisselspanning worden toegepast. Verder kan ook een verschillend voltage worden gebruikt. Het vermogen van de motor van het voertuig is belangrijk bij het bepalen van de voedingsspanning die nodig is. Trolleybussen en trams worden bijvoorbeeld met 600 of 750 volt gelijkspanning gevoed. Metrostellen maken gebruik van een voeding tot 1500 volt en bij de treinen voor de spoorwegen kan de spanning oplopen tot 25 000 volt wisselspanning.

Verschillende soorten voeding voor treinen
Elektrische treinen worden over het algemeen gevoed doormiddel van elektrische bovenleiding. De retourstroom stroomt via de treinrails weer terug naar het onderstation. Er zijn vier belangrijke voedingssystemen:

  • Gelijkstroom
  • Draaistroom (drie fasen)
  • Eenfasige wisselstroom met een lage frequentie (16⅔ of 25 Hz)
  • Eenfasige wisselstroom met een normale frequentie (50 of 60 Hz)

De eerste drie voedingssystemen (gelijkstroom, draaistroom en eenfasige wisselstroom met een lage frequentie) werden ontwikkeld en ingevoerd voor de Eerste Wereldoorlog. Het systeem waarbij gebruik wordt gemaakt van wisselstroom op normale lichtnetfrequentie werd ontwikkeld in de periode tussen de twee wereldoorlogen in (interbellum). Pas na de Tweede Wereldoorlog werd dit systeem op grootschalige manier toegepast. Tegenwoordig word dit systeem (wisselstroom op normale lichtnetfrequentie) gezien als het meest ideale elektrificatiesysteem.

Flexwerkers pleegden meer fraude in 2014?

Het Financieele Dagblad meldde woensdag 18 februari 2015 dat de flexibele arbeidsmarkt leidt tot een toename van fraude bij bedrijven waar de flexwerkers werkzaam zijn. Dit komt volgens het artikel omdat flexwerkers minder loyaal zijn aan de werkgevers waar ze worden ingeleend. Het Financieele Dagblad baseert haar conclusies op het jaarlijkse overzicht bedrijfscriminaliteit van de Hoff­mann Bedrijfsrecherche. Het bedrijf Hoffmann behoort tot de grootste onderzoeks- en adviesbureaus van West-Europa op het gebied van beveiliging.

Richard Franken is de directeur van Hoffmann. In een interview met het dagblad gaf hij aan dat er een toenemende onzekerheid is over de verlenging van contracten. Als flexwerkers in de gaten krijgen dat de kans op een contractverlenging gericht is, zijn ze eerder geneigd tot een misstap. Dit is vooral het geval bij de jeugdigen onder de flexwerkers.

Andere ontwikkelingen op het gebied van bedrijfscriminaliteit
Volgens Hoffmann neemt ook het aantal vrouwelijke werknemers toe dat zich schuldig maakt aan frauduleus gedrag. Vanaf maart 2007 is het aandeel van vrouwen die zich schuldig maken aan bedrijfscriminaliteit gestegen van 11 procent naar bijna 30 procent.

Wat is onderzocht door Hoffman?
Het bureau Hoffmann heeft de conclusies gebaseerd op een onderzoek waarbij 2.200 verdachten werden onderzocht. Elk van deze verdachten zou minimaal 10.000 euro aan geld en/of informatie hebben weten te ontvreemden van hun werknemer. Het ging bij het onderzoek dus niet om het onderzoeken van kleinschalige fraude door werknemers. De Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) bood ook ondersteuning doormiddel van een onderzoek. Hoffman deed verder 1500 bedrijfsonderzoeken en trok daarbij nog de conclusie dat in 2014 met name bij grote bedrijven van 100 medewerkers of meer veel fraude werd gepleegd. Het ging hierbij vooral om het lekken van ‘gevoelige’ informatie waar.

Cybercriminaliteit komt veel voor
Fraude op de werkvloer kan op verschillende manieren voorkomen. Het valt op dat cybercriminaliteit verhoudingsgewijs veel voorkomt. Hierbij kan gedacht worden aan het bewust verkeerd registeren van uren zodat de werkgever wordt benadeeld. Ook het versturen van valse facturen en het indienden van vervalste declaraties behoort tot frauduleus gedrag dat regelmatig voorkomt. Het stelen van concurrentiegevoelige gegevens voor eigen doeleinden of voor de verkoop aan andere belanghebbenden komt eveneens voor.

Reactie van Technisch Werken
Het is jammer dat er nog zoveel fraude plaatsvind. De conclusie dat er ook een toename in fraude te merken is onder flexwerkers is erg vervelend. De flexmarkt staat de laatste jaren onder druk. De nieuwe wet en regelgeving van 2015 moet er juist voor zorgen dat flexwerkers eerlijker worden behandelt. Hierbij wordt met name gekeken naar equal pay oftewel de inlenersbeloning. Flexwerkers zouden door de nieuwe wet en regelgeving meer zekerheden moeten krijgen en een betere en eerlijker positie moeten krijgen op de arbeidsmarkt. Deze verbeterde waardering zal er uiteindelijk voor moeten zorgen dat flexwerkers zich meer betrokken voelen bij hun werk en werkgever. Over een jaar of twee zou dan juist minder fraude gepleegd moeten worden door de flexwerkers in Nederland.

Woningverkoop januari 2015 laat kleine stijging zien

In januari 2015 is het aantal woningen dat in Nederland verkocht is gestegen ten opzichte van de maand januari in 2014. De stijging komt neer op een percentage van zes procent. Dit bericht werd bekend gemaakt door het Kadaster op dinsdag 17 februari 2015. In totaal werden in de maand januari 9.437 woningen in Nederland verkocht. De meeste woningtypen maakten een behoorlijke verkoopgroei door alleen de twee-onder-een-kapwoningen bleven in de groei achter. Vooral appartementen maakten een flinke verkoopstijging door. In januari 2015 werd bijna 13 procent meer verkocht ten opzichte van januari 2014 in het woningsegment appartementen.

Er waren ook grote verschillen in de woningverkoop tussen de provincies. Een provincie die het in januari 2015 goed deed was Flevoland. In deze provincie werden maar liefst 29 procent meer woningen verkocht dan in dezelfde maand in 2014. Provincies die het minder goed deden in de woningverkoop waren de provincies Zeeland, Drenthe en Overijssel. In deze provincies daalde de verkoop in januari. De daling per provincie is verschillend, de provincie Zeeland maakte de grootste daling door met ruim 14 procent.

Daling ten opzichte van december 2014
Als men de woningverkopen van december 2014 vergelijkt de met woningverkopen van januari 2015 dan is er sprake van een flinke daling. De daling in het aantal woningverkopen tussen deze twee maanden komt op 63 procent. Het Kadaster geeft aan dat dit verschil duidelijk uitgelegd kan worden vanwege het feit dat met name in de laatste maand van het jaar de meeste akten worden aangeboden. Verder was de tijdelijke verhoging van de schenkingsvrijstelling tot 100.000 euro een belangrijke factor. Deze schenkingsvrijstelling diende te worden gebruikt voor de aanschaf of verbouwing van een woning. Omdat deze schenkingsvrijstelling niet meer van toepassing zou zijn in 2015 kozen veel mensen er voor om aan het einde van 2014 nog een investering te doen in een woning.

Reactie van Technisch Werken
De huizenprijzen zijn van zeer veel verschillende factoren afhankelijk. Het einde van 2014 was bijzonder positief voor de woningmarkt maar dat had ook duidelijke oorzaken. Nu 2015 begonnen is wordt de normale lijn weer opgepakt van de woningverkoop. Hierdoor is een enorme stijging niet meer aan de orde. Wel is er nog een positieve lijn zichtbaar in het aantal woningverkopen ten opzichte van 2014. Het is maar net waarmee de cijfers worden vergeleken. Als je positief naar de verkoopcijfers kijkt zie je dat een stijgende lijn wordt voortgezet. Iemand die negatief naar de cijfers kijkt ziet dat er wel sprake is van ‘kunstgrepen’ om de woningmarkt op pijl te houden.

Wat is een locomotief en welke soorten locomotieven zijn er?

Locomotieven worden gebruikt voor het aandrijven van treinen. Er zijn twee verschillende manieren waarop een trein in beweging kan worden gebracht. De eerste manier is het trekken van treinen en de tweede manier is het duwen van treinen. Een locomotief trekt de wagons als er sprake is van getrokken treinen. Als men trek-duwtreinen gebruikt kan de locomotief ook worden ingezet op de rijtuigen vooruit te duwen. In dat geval wordt de locomotief vanuit een stuurstandrijtuig bestuurd.

Hoe kunnen locomotieven worden ingedeeld?
Locomotieven kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Men zou bijvoorbeeld de locomotieven kunnen indelen op basis van bouwjaar of fabrikant. Ook op basis van vermogen kunnen locomotieven worden ingedeeld. De meest gebruikelijke indeling is op basis van het werkingsprincipe van de locomotief. Hierbij wordt het onderscheid gemaakt door de brandstof of ‘voeding’ die de locomotief nodig heeft om in beweging te komen. Als men hier naar kijkt dan kunnen locomotieven in drie hoofdgroepen worden ingedeeld.

  • Stoomlocomotief. Dit is het oudste type trein dat mechanisch in beweging wordt gebracht. Een stoomlocomotief gebruikt, zoals de naam al doet vermoeden, stoomkracht of stoomdruk om in beweging te komen. Een stoomlocomotief bevat een stoomketel met een aangebouwde vuurkist. Het vuur zorgt er voor dat het water in de stoomketel wordt omgezet in stoom. De daardoor ontstane druk wordt doormiddel van stoomverdeling overgebracht op cilinders die in beweging komen en de trein in beweging zetten.
  • Diesellocomotief. Een diesellocomotief is een locomotief die een dieselmotor als krachtbron bevat. Deze locomotieven worden in beweging gebracht door de explosieve druk die ontstaat bij de verbranding van diesel. De overbrenging bij diesellocomotieven kan doormiddel van elektrische, hydraulische of mechanische techniek gebeuren.
  • Elektrische locomotief. Elektrische locomotieven hebben elektriciteit als energiebron. Deze locomotieven worden ook wel aangeduid met de afkorting eloc. Elektrische locomotieven ontvangen de benodigde elektrische energie via een bovenleiding die boven het treinspoor is gespannen. De elektrische stroom wordt door de trein opgenomen door een zogenoemde pantograaf in de vorm van een schaarbeugel. Dit is een stroomafnemer waarmee de rijstroom van de bovenleiding wordt afgetapt.

Wat is een handheld device of elektronisch handapparaat?

Tegenwoordig hoor je steeds vaker de Engelse term ‘handheld device’ of de verkorte versie: ‘handheld’. In het Nederlands kan deze term worden vertaald met ‘handapparaat’ of ‘apparaat dat in de hand gebruikt kan worden’. In feite is een handheld device een elektronisch apparaat dat met de hand bediend kan worden. Kenmerkend voor een handheld device is de compactheid waardoor het apparaat in één hand kan worden gehouden. Voor de bediening van het apparaat kan echter ook de andere hand worden gebruikt.

Waarvoor wordt een handheld device gebruikt?
Toestellen of apparaten die onder de categorie ‘handheld device’ vallen zijn over het algemeen ontworpen voor communicatiedoeleinden. Hierbij staan de gebruiksvriendelijkheid en effectiviteit voorop. Daarnaast wordt er bij het ontwerp ook veel aandacht besteed aan de uitstraling van het product. Een handheld device kan een statussymbool zijn voor de gebruiker of eigenaar. Daarom worden deze elektronische apparaten regelmatig vervangen voor modernere apparaten met nog meer mogelijkheden of een nog mooiere vormgeving. Er zijn wereldwijd veel bedrijven die handheld elektronica ontwikkelen. Meestal in de vorm van telefoons of compacte computers.

Voorbeelden van handheld elektronica
Er zijn tegenwoordig zeer veel apparaten ontwikkelt die tot de elektronische handapparaten behoren. Deze producten worden gebruikt voor communicatie en moeten dus goed informatie kunnen uitwisselen via een zichtbaar of onzichtbaar netwerk. Bedrijven ontwikkelen specifieke merknamen voor hun producten waardoor het aanbod op de markt heel breed is. Hieronder zijn een aantal voorbeelden genoemd van producten die onder de handheld elektronica vallen:

  • Mobiele telefoon (ook wel mobieltje)
  • Smartphone
  • Iphone
  • tablet-pc
  • phablet
  • personal digital assistant (pda)
  • draagbare spelcomputer ( zoals PlayStation Portable, Nintendo DS, PlayStation Vita).

Wat is een apparaat en wat is apparatenbouw?

Het woord apparaat kan op verschillende manieren worden gedefinieerd. De definitie of omschrijving van ‘apparaat’ is afhankelijk van de toepassing en de context waarin het woord wordt gebruikt. Over het algemeen volstaat de algemene omschrijving:

Een apparaat is een object of werktuig dat samengesteld is uit verschillende onderdelen.

Synoniemen voor het woord apparaat zijn toestel, machine, werktuig en zelfs het woord gereedschap wordt als synoniem voor het ‘apparaat’ gebruikt.

Apparaten ingedeeld op basis van aandrijving
Er zijn zeer veel verschillende soorten apparaten. Er kan bijvoorbeeld een indeling worden gemaakt in de manier waarop een apparaat in beweging wordt gebracht. Vroeger werkte een groot deel van de apparaten die werden gebruikt op spierkracht of op stoomdruk. De meeste fitnessapparaten  worden tegenwoordig doormiddel van spierkracht in beweging gebracht maar verder wordt spierkracht van mensen nauwelijks nog benut. Er zijn bijna ook geen boeren meer die kracht van paarden en andere lastdieren gebruiken om apparaten aan te drijven. De komst van stoom heeft voor grote veranderingen gezocht. Er ontstond een industriële revolutie en landbouwmechanisatie. De toepassing van elektriciteit heeft er voor gezorgd dat er nieuwe apparaten ontstonden.

Huishoudelijke apparaten zijn tegenwoordig bijna allemaal voorzien van een stekker zodat ze op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een koffiezetapparaat of een mixer. Ook zijn er apparaten die op elektrische stroom uit baterijen werken.  Voorbeelden hiervan zijn een fotoapparaat en een gehoorapparaat. Het laatste voorbeeld maakt duidelijk dat ook in de medische wereld gebruik wordt gemaakt van apparaten.

Apparaten in de toekomst
Apparaten worden steeds belangrijker voor mensen omdat apparaten werkzaamheden voor mensen verlichten, overnemen of nauwkeuriger uitvoeren. Relatief nieuw is de mogelijkheid om apparaten met elkaar te laten communiceren of doormiddel van een interface te laten communiceren met mensen. Apparaten worden steeds geavanceerder en zullen in de toekomst een grotere rol gaan spelen bij productieprocessen en verschillende processen binnen defensie, wonen, werken en de zorg.

Wat is apparatenbouw?
Het aantal verschillende soorten apparaten in de wereld is enorm. De omvang, de toepassing en de aandrijving van apparaten is uiteenlopend. De wensen van particulieren en bedrijven veranderen voortdurend waardoor ook de eisen die aan de apparaten worden gesteld steeds zwaarder en uitgebreider worden. Engineers, constructeurs en tekenaars houden zich bezig met het ontwerpen, ontwikkelen en tekenen van apparaten. Deze werknemers zetten zich in voor de apparatenbouw. De daadwerkelijke apparatenbouw is het samenstellen van apparaten op basis van constructietekeningen. Omdat er zeer veel verschillende apparaten bestaan zijn er ook verschillende apparatenbouwers in de wereld. Meestal zijn deze apparatenbouwers gericht op een specifieke sector en ontwikkelen ze een bepaald type apparaten. Dit is door de jaren heen zo gegroeid omdat het bouwen van apparaten steeds specialistischer is geworden.

Minister boos op werkgeversorganisaties over flexwet

Zaterdag 14 februari 2015 was PvdA minister Lodewijk Asscher op een bijeenkomst in Amsterdam. Tijdens deze bijeenkomst liet hij zijn ongenoegen blijken over zijn veronderstelling dat sommige werkgevers tegen vaste contracten ageren en tegen loondoorbetaling bij ziekte zijn. Volgens de minister zijn sommige werkgevers zelfs aan het ageren tegen de cao van de desbetreffende sector waarin het bedrijf actief is. Minister Asscher benoemde dat de lobby van werkgevers een ondermijning kan vormen voor werknemersrechten.

Volgens de minister is het onverstandig dat de werkgevers zich tegen de regels en  tegen werknemersrechten afzetten. Volgens hem zorgt de houding van de werkgevers voor onzekerheid en stress bij werknemers. Dit werkt volgens de minister ziekte in de hand waardoor er meer verzuim kan ontstaan in bedrijven. Hierdoor gaan de kosten voor een bedrijf juist omhoog.

Minister Asscher benoemde nog de ideale situatie dat werknemers graag naar hun werk gaan en met liefde hun werk moeten uitvoeren. Werknemers moeten zich gewaardeerd voelen door de werkgever.

Reactie Technisch Werken

De minister doet zijn oproep vermoedelijk om de flexwerkers te beschermen. Hij komt er achter dat veel werkgevers geen risico’s willen aangaan door werknemers vaste contracten aan te bieden. In plaats van het verkleinen van de risico’s voor werkgevers blijft de minister hameren op de belangen van de werknemers. De belangen van zowel de werkgevers als de werknemers zijn nauw met elkaar verbonden. Daarom moet de minister voor de oplossingen van de weerstand over de flexwet goed de belangen van de werkgevers in de gaten houden. Hierbij moet zowel naar reguliere werkgevers gekeken worden als naar uitzendbureaus en detacheringsbureaus. Via uitzendbureaus en detacheringsbureaus vinden veel jonge werkzoekenden hun eerste werk. Dat is niet schadelijk voor de arbeidsmarkt, het is juist een ideale oplossing. Het kabinet zou er goed aan doen om flexwerk als aantrekkelijk te promoten.