Wat is de vergoeding als werkgever te laat een aanzegging doet?

Werkgevers in Nederland dienen zich vanaf 1 januari 2015 te houden aan de aanzegtermijn volgens de Wet Werk en Zekerheid. De aanzegtermijn is van toepassing op alle contracten met een looptijd van zes maanden of langer. Een werkgever dient uiterlijk een maand voor de afloopdatum van het contract bij de werknemer aan te geven of het contract wordt verlengd of niet. Dit dient de werkgever schriftelijk te doen en aan te kunnen tonen indien daarom wordt gevraagd. De aanzegging kan daarom het beste door een bedrijf aangetekend naar de werknemer worden verzonden.

Voortzetten dienstverband
Bij het voortzetten van het dienstverband van de werknemer dient de werkgever eveneens tijdig de aanzegging te versturen. Daarbij dient de werkgever duidelijk aan te geven onder welke voorwaarden het dienstverband van de werknemer kan worden voortgezet. Hierdoor weet de werknemer wat de werkgever met hem of haar voor ogen heeft. Dat schept een bepaalde zekerheid.

Niet voortzetten van het dienstverband
Het kan om verschillende redenen voorkomen dat een contract na de afloopdatum niet wordt verlengd. De desbetreffende medewerker zal na de afloopdatum van het contract meestal opnieuw de arbeidsmarkt op moeten om een nieuwe baan te vinden. Een werknemer dient echter minimaal een mand van te voren te weten of zijn of haar dienstverband wordt verlengd. Als dat niet het geval is kan de werknemer voorbereidingen treffen en eventueel via social media of andere kanalen bekend maken dat hij of zij weer beschikbaar komt voor werk. Ook bij het niet voortzetten van het dienstverband dient de werkgever tijdig de aanzegging te versturen aan de werknemer. De aanzegging dient uiterlijk een maand voor de daadwerkelijke einddatum van het contract in handen te zijn van de desbetreffende werknemer.

Vergoeding als de werkgever de aanzegging niet doet
Een werknemer kan aanspraak maken op een vergoeding als de werkgever de aanzegging niet doet. Ook als de aanzegging te laat in handen is van de werknemer kan de werknemer aanspraak maken op een vergoeding. De vergoeding die een medewerker kan ontvangen is één maandsalaris als de werkgever in het geheel geen aanzegging heeft verzonden. Als de werkgever de aanzegging te laat heeft verzonden wordt de vergoeding naar ratio berekend. Doormiddel van de verplichting om een vergoeding te verstrekken aan de werknemer bij een te laat of geheel niet verstrekken van een aanzegging hoopt de overheid aan werkgevers een extra prikkel te verschaffen om zich te houden aan de aanzegtermijn.

Vergoeding bij niet nakomen aanzegtermijn terwijl contract wordt verlengd
De vergoeding dient aan de werknemer te worden verstrekt als de werkgever de aanzegging te laat heeft gedaan of geheel niet heeft gedaan. Ook bij een voortzetting van het dienstverband kan een werknemer aanspraak maken op een vergoeding. Dit is wel naar rato en kan maximaal 1 maandsalaris bevatten. Stel dat de werkgever 2 weken te laat heeft aangezegd, dan heeft de medewerker recht op 2 weken salaris. Hij of zij kan hier aanspraak op maken maar de vraag is echter of een medewerker de arbeidsverhouding met zijn werkgever op scherp wil zetten omdat aan hem of haar immers een nieuw contract is aangeboden.

Uitzenduren in derde kwartaal 2014 sterk gestegen!

Vrijdag 28 november 2014 maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat in het derde kwartaal van 2014 het aantal uitzenduren sterk is toegenomen. De stijging in het derde kwartaal kwam uit op 2,5 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van 2014. Deze procentuele stijging in het aantal uitzenduren is de hoogste stijging sinds 2010.

Uitzenduren in detachering  en payrolling
Er is een verschil in het aantal uitzenduren tussen langlopende en kortlopende contracten. Met name bij langlopende contracten i het aantal uitzenduren behoorlijk toegenomen. De groei in uitzenduren bij langlopende contracten is 3,5 procent. Ook het aantal uitzenduren voor kortlopende flexibele dienstverbanden nam toe. Voor kort lopende contracten van uitzendkrachten nam het aantal uitzenduren toe met 1,4 procent in het derde kwartaal. Dit een zeer gunstige ontwikkeling op de arbeidsmarkt omdat de ontwikkelingen in kortlopende contracten bij uitzendbureaus meestal vooraf gaan op de ontwikkelingen in de werkgelegenheid op de arbeidsmarkt.

Omzet in de uitzendbranche stijgt
Het gaat ook goed met de omzet in de uitzendbranche. Voor het zesde kwartaal op rij is de omzet van de Nederlandse uitzendbranche gestegen. De omzet van de uitzendbranche was in het zesde kwartaal van 2014 in verhouding tot de afgelopen twee jaar het meest gestegen. Bijna 40 procent van de bedrijven heeft in het derde kwartaal van 2014 een omzetstijging gehad van 20 procent op jaarbasis. Deze groei is aanzienlijk groter dan in 2013.

Reactie van Technisch Werken
De uitzendbranche wordt ook wel de graadmeter genoemd van de economie. De uitzendbranche is echter niet alleen de graadmeter van de economie, het is vooral de graadmeter van de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt is onlosmakelijk verbonden met de economie en reageert indirect op de toename van binnenlandse bestedingen en het consumentenvertrouwen.

De uitzendbranche heeft voor 2015 echter wel een uitdaging. Er worden door het kabinet verschillende veranderingen doorgevoerd om de flexwerkers op de arbeidsmarkt een steviger positie te geven. De wet werk en zekerheid stelt verschillende verplichtingen aan uitzendbureaus en andere bedrijven die werknemers op flexbasis inlenen of uitlenen. Equal pay is één van de voorbeelden.

Doormiddel van de richtlijn omtrent equal pay zijn uitzendbureaus verplicht om uitzendkrachten minimaal het loon uit te betalen als een werknemer in een gelijkwaardige functie bij de inlener. Als uitzendbureaus zich net aal de wetgeving omtrent equal pay houden heeft dit gevolgen.

Voor verschillende werkgevers wordt het er in 2015 niet veel duidelijker op. Bedrijven zoeken naar adviserende partijen die informatie kunnen geven op het gebied van aanzegtermijnen, contracten, dienstverbanden, equal pay en andere aspecten die een rol spelen in arbeidsrelaties tussen flexkrachten en werkgevers. Uitzendbureaus kunnen als adviserende partij naar hun (potentiële) klanten optreden. Dat is een mooie kans voor uitzendbureaus om hun band met de bedrijven in hun netwerk te verstevigen en hun netwerk tevens te vergroten.

Omzet in de bouw daalt in derde kwartaal 2014 maar de bouwsector houdt vertrouwen

In het derde kwartaal van 2014 is de omzet in de bouwsector gedaald ten opzichte van de cijfers van hetzelfde kwartaal van 2013. De daling komt uit op 1,5 procent. Dit bericht werd bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens dit bureau is dit het tweede kwartaal dat de omzet in de bouwsector daalt. De daling van de omzet in de bouwsector is voor een belangrijk deel te wijten aan het feit dat het slechter gaat met de bouwbedrijven die zich richten op utiliteit en woningbouw. In die sector daalde de inkomsten in totaal met gemiddeld 4 procent.

De bouwsector houdt vertrouwen
Het vertrouwen in de bouwsector neemt ondanks de daling in de omzet toe. Volgens het CBS is het vertrouwen in deze sector op het hoogste niveau sinds het jaar 2009. Het Centraal Bureau voor de Statistiek deelt dit vertrouwen en is positief over de toekomst voor de bouwsector in Nederland. Een positieve indicator is dat de totale waarde van verleende bouwvergunningen voor woningen is gestegen in de eerste negen maanden van 2014. Deze stijging kwam uit op ongeveer 35 procent.

Economisch Instituut voor de Bouw (EIB)
Vanaf 2015 zal de bouwsector volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) weer gaan groeien. Dit instituut verwacht dat in de periode 2015 tot en met 2019 een groei zal worden gerealiseerd van gemiddeld 4 procent per jaar.

Reactie van Technisch Werken
Na de bouwvak in 2014 daalde de omzet in de bouwsector. Na een aantal maanden van groei zwakte de groei in de bouwsector af. Het consumentenvertrouwen en de investeringsbereidheid van banken is nog niet structureel op een voldoende hoog niveau om het herstel van de bouwsector door te laten zetten. De politiek speelt hier een belangrijke rol in. Het kabinet zou er goed aan doen om de mogelijkheden voor consumenten om een woning te kopen te herzien. Met name starters moeten meer worden ondersteund.

De ontwikkelingen in de woningbouw zijn echter ook sterk gekoppeld aan de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Met de wet werk en zekerheid probeert het kabinet de positie van flexwerkers te verstevigen door onder andere equal pay in te voeren en werkgevers te verplichten om werknemers na 24 maanden een vast contract aan te bieden bij een voortzetting van het dienstverband.

Door equal pay tracht het kabinet het inkomen van flexwerkers te verhogen waardoor hun koopkracht verbetert en door de werkgever te verplichten om eerder een vast contract aan werknemers te verstrekken hoopt het kabinet dat meer werknemers sneller een vast contract krijgen. Daardoor kunnen werknemers bij banken en andere hypotheekverstrekkers betere afspraken maken over een hypotheek. Deze ontwikkelingen kunnen er voor zorgen dat werknemers sneller een huis kunnen komen waardoor de woningbouw zal aantrekken.

Dit klinkt allemaal heel mooi maar het is nog maar afwachten of dit echt zo gaat werken in de praktijk. Met name op het gebied van equal pay zal veel controle moeten worden uitgevoerd op uitzendbureaus en andere arbeidsbemiddelaars die flexkrachten onder brengen bij opdrachtgevers. Als de bouwsector daarnaast niet voldoende aantrekt zullen daar weinig vast contracten worden aangeboden aan werknemers. Deze zullen dan na twee jaar dienstverband op straat komen te staan. In andere sectoren waar het economische herstel moeizaam verloopt zal het zelfde beleid worden gehanteerd. Hierdoor wordt het er voor de werknemers niet veel beter op.

Wat wordt bedoelt met een prototype?

In de wereld van innovatie wordt regelmatig het woord prototype gebruikt. Dit woord wordt onder ander gebruikt door tekenaars, engineers en constructeurs. Deze mensen kunnen onder andere werkzaam zijn op een R&D afdeling. De afkorting R&D staat voor Research and Development. Dit kan in het Nederlands worden vertaald met onderzoek en ontwikkeling. Voordat daadwerkelijk een product in de markt wordt gebracht moeten er meestal eerst verschillende onderzoeken worden gedaan. Hierbij kan aandacht worden besteed aan de materialen, de vormgeving, de toepassing en de constructie.

Daarbij worden verschillende tekeningen gemaakt en documenten geschreven. Op een gegeven moment maakt men echter een proefmodel. Een proefmodel wordt ook wel een prototype genoemd. Dit is nog niet het daadwerkelijke product maar dient als voorbeeld. Een prototype kan met de hand worden vervaardigd maar kan ook doormiddel van machines worden gemaakt. Een voorbeeld hiervan is het maken van prototypes met behulp van een 3D printer dit wordt ook wel rapid prototyping genoemd omdat deze prototypes heel snel worden gemaakt.

Waarom zijn prototypes belangrijk?
Een prototype maakt een ontwerp visueel. Daarom zijn prototypes een belangrijk element in een ontwerpproces. Als men bijvoorbeeld een prototype maakt van een werktuig dan kan men dit werktuig gaan testen en kijken of het sterk en functioneel genoeg is. Ook kan men kijken hoe het product er in de praktijk ongeveer uit komt te zien. Deze informatie is belangrijk in het ontwikkelingsproces naar een eindproduct. Een prototype is namelijk nog niet het eindproduct en kan dus indien nodig worden aangepast zodat het product wordt geoptimaliseerd. Er kunnen van een bepaald product meerdere prototypes worden gemaakt tijdens het ontwikkelingsproces.

Prototyping
In veel productieprocessen wordt het ontwikkelen en het maken van prototypes alleen door het bedrijf gedaan die verantwoordelijk is voor het ontwikkelingsproces. Het is echter ook mogelijk dat men prototyping toepast. Dit is een proces waarbij de eindgebruikers en opdrachtgevers eerder in contact komen met het prototype zodat ze het prototype kunnen gebruiken en hun ervaring kunnen delen met de ontwikkelaars van het product. Prototyping zorgt er voor dat in de beginfase van het ontwikkelingsproces al belangrijke feedback naar voren komt van de eindgebruikers. Dit is van groot belang voor het leveren van maatwerkproducten aan klanten. Niet elk product is geschikt voor prototyping. Het proces wat bij prototyping hoort wordt onder andere veel toegepast in de ICT sector voor softwareprogramma’s.

Wat is prototyping?

Prototyping is een term die wordt gebruikt voor het ontwikkelen van nieuwe producten en toepassingen. In de term prototyping is het woord prototype verwerkt. Een prototype is een proefmodel van een werktuig of product. Dit kan met de hand worden gemaakt of door middel van rapid prototyping waarbij gebruik wordt gemaakt van een 3D printer.

Prototyping is een interactief proces waarbij verschillende tussentijdse prototypes van een product worden vervaardigd en geëvalueerd. Doormiddel van prototyping worden de ervaringen van gebruikers en opdrachtgevers optimaal verwerkt. Dit komt omdat de gebruikers en opdrachtgevers al in het ontwikkelingsstadium van het product bijsturing kunnen bieden door hun gebruikerservaring en feedback te benoemen aan de ontwikkelaars van het product.

De ontwikkelaars van de producten kunnen de ervaringen van de gebruikers verwerken in bestaande of nieuwe prototypes. Hierdoor worden de prototypes steeds beter op de wensen van de daadwerkelijke gebruikers afgestemd.

Daarnaast kunnen gebruikers ook nieuwe oplossingen en ideeën aandragen. Ook dit is waardevolle input voor het ontwikkelingsproces. Prototyping is dus een proces waarbij er sprake is van communicatie van verschillende kanten. Deze informatie wordt gezamenlijk verwerkt tot een nieuw prototype tot uiteindelijk het gewenste product ontstaat.

In oktober 2014 is de verkoop van bedrijfswagens in Europa gestegen

In oktober 2014 is de verkoop van bedrijfswagens in de Europese Unie gestegen. De stijging in de verkoop is 10,8 procent in vergelijking tot het aantal verkopen in 2013. Deze informatie werd donderdag 27 november 2014 bekend gemaakt door de Europese brancheorganisatie ACEA. Het gaat goed met de verkoop van bedrijfswagens in Europa. In de eerste tien maanden van 2014 is de verkoop van bedrijfswagens toe genomen met 9,8 procent op jaarbasis.

In oktober 2014 werden in totaal 176.913 bedrijfswagens verkocht in Europa. Hierbij worden met  bedrijfswagens vrachtwagens, touringcars en bestelbusjes bedoelt. De verkoop van bedrijfswagens verschilde per land. In Spanje was sprake van een grote toename van plus 41,2 procent in de autoverkoop. Ook het Verenigd Koninkrijk deed het zeer goed met een groei van plus 27,1 procent. Italië liet een groei zien van plus 16,3 procent en Duitsland plus 9,6 procent. In Frankrijk viel de verkoop van bedrijfswagens laag uit en kwam uit op min 6,4 procent.

In 2014 zijn tot en met de maand oktober in totaal 1,5 miljoen voertuigen verkocht. In een periode van tien maanden groeide de Nederlandse markt met ongeveer 1,2 procent. Dit kwam neer op een aantal van 53.500 voertuigen die verkocht werden. In Nederland was de maand oktober wel heel succesvol de verkoop kwam in die maand op 5,3 procent hoger uit dan in de periode van 2013. In oktober werden 5.400 voertuigen verkocht in Nederland.

Reactie van Technisch Werken
De verkoop van bedrijfswagens is een goed teken voor de Europese economie. Als er meer bedrijfswagens worden verkocht zegt dat wat over de ontwikkelingen die bedrijven in Europa door make. Bedrijven hebben meer geld om te investeren in materieel. Daarnaast zorgt de verkoop van bedrijfswagens er ook voor dat autofabrikanten het goed doen in de markt. Dat is weer goed voor de werkgelegenheid.

Wat wordt bedoelt met aanzegtermijn in de Wet Werk en Zekerheid?

De Wet Werk en Zekerheid zorgt voor een aantal belangrijke veranderingen in de arbeidsmarkt. Doelstelling van de wet werk en zekerheid is het verstevigen van de positie van flexwerkers op de arbeidsmarkt. Een aantal veranderingen gaan in per 1 januari 2015 een voorbeeld hiervan is de aanzegtermijn.  De aanzegtermijn is een nieuwe verplichting voor werkgevers die voor 1 januari 2015 nog niet was opgenomen in het Nederlandse arbeidsrecht.

Tot 1 januari 2015 eindigde een arbeidsovereenkomst van rechtswegen op de datum die in de arbeidsovereenkomst was vastgelegd. Werkgevers waren juridisch gezien niet verplicht om werknemers op de hoogte te brengen of het dienstverband na het aflopen van het contract werd voortgezet of niet.

Veel werkgevers gaven in de praktijk meestal ruim van te voren bij hun werknemers aan wat er met het dienstverband zou gebeuren zodra het bepaalde tijd contract zou aflopen, maar een aantal werkgevers maakte dit pas vlak voor het aflopen van de contracttermijn bekend. Dit zorgde voor onzekerheid bij desbetreffende werknemers. Het kabinet probeert deze onzekerheid weg te nemen door werkgevers te verplichten om een aanzegtermijn te hanteren.

Wat is de aanzegtermijn?
De aanzegtermijn is een verplichting waar de werkgever zich aan dient te houden bij contracten die aan werknemers worden versterkt waarbij de contractuur langer is dan zes maanden. De aanzegtermijn houdt in dat een werkgever uiterlijk 1 maand voor de daadwerkelijke einddatum van het contract aan de werknemer duidelijk maakt of het dienstverband wordt voortgezet of niet. Dit dient de werkgever op schrift vast te leggen en te overhandigen aan de werknemer. Daarbij dient de werkgever, in het geval van een voortzetting van het dienstverband, ook duidelijk te maken onder welke voorwaarden de werkgever het dienstverband wil voortzetten.

Wat gebeurd er als de werkgever de aanzegging niet tijdig doet?
Het hanteren van een aanzegtermijn is een verplichting waar een werkgever zich moet houden. Als de werkgever dat niet doet heeft dat gevolgen. De aanzegtermijn is minimaal een maand voor de einddatum van het contract. Als de werkgever heeft verzuimd om tijdig op schrift aan de werknemer duidelijk te maken wat zijn voornemen is met betrekking tot het dienstverband van de werknemer zal hij aan de werknemer een vergoeding moeten betalen. Deze vergoeding is 1 maandsalaris als de werkgever geheel heeft verzuimd om de aanzegtermijn te hanteren. Als de werkgever een aanzegtermijn heeft gehanteerd die korter is dan 1 maand zal de verschuldigde vergoeding naar ratio worden bepaald.  In beide gevallen blijft echter de einddatum van het contract wel staan en is de arbeidsovereenkomst gewoon afgelopen op de einddatum die in het contract is opgenomen.

Belangrijk
De aanzegtermijn is van toepassing op alle tijdelijke contracten die tussen werkgevers en werknemers worden gesloten na 1 januari 2015. Daarnaast is de aanzegtermijn ook van toepassing op alle contracten die voor 1 januari 2015 zijn gesloten indien deze een einddatum hebben op of na 1 januari 2015.

Omdat de werkgever moet kunnen aantonen dat hij de werknemer daadwerkelijk op tijd op de hoogte heeft gebracht over het voortzetten van zijn of haar dienstverband na afloop van het contract, doet de werkgever er verstandig aan om de aanzegging aangetekend naar de werknemer te versturen.

Derde Monitor Duurzaam Nederland: meer innovatie en meer duurzaamheid

In Nederland is, volgens de Derde Monitor Duurzaam Nederland, een hoge levensstandaard die er voor zorgt dat er een grote milieudruk wordt gelegd op de rest van de wereld. Vooral op de ontwikkelingslanden zou de milieudruk hoog zijn aldus het CBS die de Derde Monitor Duurzaam Nederland heeft geschreven. Deze monitor is in opdracht van het kabinet geschreven en vergelijkt de duurzaamheid van Nederland met de duurzaamheid van andere Europese landen. In de monitor komt onder andere naar voren dat Nederland in verhouding tot andere Europese landen veel energie importeert. Daarnaast importeert Nederland ook veel biomassa en mineralen.

Nederland importeert ook producten buiten de Europese landen. Ook tijdens het productieproces van die producten worden broeikasgassen zoals CO2 en methaan uitgestoten.

CBS stuurt aan op meer innovatie
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek moet Nederland meer aandacht besteden aan innovatie. Volgens het CBS is het huidige overheidsbeleid vooral gericht op het behalen van de energiedoelen en klimaatdoelen die voor 2020 zijn opgesteld. Over de periode daarna zijn geen concrete doelen opgesteld. Hierdoor wordt het lastig om op de langere termijn aan de duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen.

Maatschappelijke acceptatie van nieuwe technieken
De maatschappelijke acceptatie van nieuwe ontwikkelingen in de techniek is van groot belang. De maatschappelijke acceptatie bepaalt namelijk in belangrijke mate het succes van de invoering van de innovatie. Het opwekken van energie uit de kracht van de wind stuit bijvoorbeeld op weerstand van de bevolking omdat hiervoor windmolenparken worden aangelegd. Deze windmolenparken vinden veel mensen een vorm van horizonvervuiling. Windmolenparken op zee stuitten echter op minder kritiek van de bevolking. Ook zonne-energie zorgt voor minder weerstand onder de bevolking omdat zonnepanelen over het algemeen weinig van het zicht ontnemen en geen lawaai produceren. Het draagvlak van de bevolking blijft belangrijk bij het invoeren van nieuwe technologieën aldus het CBS.

Reactie van Technisch Werken
De maatschappelijke acceptatie van nieuwe innovatieve oplossingen is belangrijk en biedt bij bepaalde innovaties een uitdaging. Als windmolens op het land niet worden geaccepteerd door de bevolking zal men nieuwe oplossingen moeten bedenken. Windmolenparken op zee zijn een voorbeeld van een oplossing maar deze ontwikkeling is echter zeer kostbaar.

Daardoor komt de vraag naar boven of een windmolenpark op zee wel voldoende rendement oplevert. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat men nieuwe concepten kan ontwikkelen om het rendement van windmolenparken op zee te verhogen. Ook kan men kijken naar andere oplossingen. Al deze ontwikkelingen zorgen er voor dat er in de techniek nog voldoende bedacht kan worden.

Het werk van constructeurs en engineers blijft de komende jaren zeer belangrijk ook afdelingen die gericht zijn op R & D zullen een grote bijdrage blijven leveren aan innovaties in de toekomst.

Nederlandse uitzendmarkt is gegroeid in oktober 2014

Het gaat goed met de werkgelegenheid voor uitzendkrachten in Nederland. Dinsdag 25 november maakte de brancheorganisatie ABU cijfers bekend over de ontwikkelingen in de uitzendbranche in Nederland. Hieruit komt naar voren dat de vier weken na 6 oktober 2014 de uitzendmarkt verder is aangetrokken. Er bleek zowel een groei te zijn in het daadwerkelijke aantal uitzenduren als in de behaalde omzet in de uitzendbranche. De toename in uitzenduren en omzet is nagenoeg gelijk en komt op 9 procent uit op jaarbasis.

De technische uitzendbranche doet het goed
In de technische sector was er een grote toename in het aantal uitzenduren dat technische uitzendkrachten hebben gewerkt. De daadwerkelijke toename kwam in deze sector op 19 procent. De omzet nam in de technische sector toe met ongeveer 16 procent. In de industriële sector nam het aantal uitzenduren toe met 7 procent en nam de omzet toe met 6 procent.

Herstel uitzendmarkt zet door
Sinds het najaar van 2013 is er een redelijk stijgende lijn in de omzet en het aantal uitzenduren in de uitzendbranche. Dit is een gunstige ontwikkeling omdat sinds het begin van 2012 bijna onophoudelijk een daling was te zien in de ontwikkelingen in de omzet en uitzenduren in de uitzendbranche. In 2013 kwam aan de daling een einde en sinds het najaar van dat jaar werd de daling omgezet in een stijging.

Reactie van Technisch Werken
De uitzendbranche doet het goed de afgelopen maanden dat is duidelijk te merken in het aantal aanvragen bij uitzendbureaus. Vooral technische uitzendbureaus merken een toenemende vraag naar technische specialisten. Toch sluit de vraag op de arbeidsmarkt niet altijd aan op het aanbod van de technische arbeidsmarkt.

Er is een stijgende vraag naar technisch specialisten maar die zijn niet altijd beschikbaar of willen niet wisselen van werkgever. Hierdoor blijven veel aanvragen open staan en komen ze bij meerdere uitzendbureaus terecht. Daardoor lijkt er een toename in het aantal vacatures maar zijn er in feite veel dubbele vacatures op de arbeidsmarkt.

Desondanks is er wel sprake van een toename in het aantal uitzenduren in de techniek. Verschillende bedrijven kiezen er voor om de groei in de markt eerst op te lossen met uitzendkrachten. De ontwikkelingen op het gebied van wetgeving zoals de transitievergoeding en equal pay zorgen bij veel bedrijven voor vraagtekens en onzekerheid voor 2015.

Verschillende uitzendbureaus spelen hier goed op in door als adviseur op te treden naar bedrijven die een potentiële inlenende partij kunnen vormen. Deze partijen krijgen met name informatie over de regels omtrent equal pay en welke gevolgen er zijn voor de inleners als uitzendbureaus zich aan de richtlijnen van equal pay gaan houden.

Wat is een VAR-verklaring en hoe kun je deze aanvragen?

VAR-verklaringen zijn van toepassing op arbeidsrelaties die freelancers, zzp’ers, interim-managers en andere zelfstandigen aangaan met hun opdrachtgever. Doormiddel van een VAR-verklaring wordt duidelijkheid verschaft over afdrachten en loonheffingen die de opdrachtgever moet inhouden op de inkomsten van deze ingeleende zelfstandigen. De afkorting VAR staat voor Verklaring arbeidsrelatie. De VAR is dus een verklaring. Deze verklaring dient te worden ingevuld en wordt verstrekt aan de Belastingdienst. De Belastingdienst beoordeelt vervolgens of de opdrachtgever van de freelancer (of zzp’er) verplicht is om sociale premies en loonbelasting te betalen over de werkzaamheden die door de ingeleende zelfstandigen worden uitgevoerd.

Welke soorten VAR zijn er?
Als de VAR goed is ingevuld en aan de Belastingdienst is verstrekt neemt de Belastingdienst het document in behandeling. Het duurt gemiddeld ongeveer acht weken voordat de Belastingdienst duidelijkheid heeft verschaft over het type VAR dat van toepassing is. De volgende soorten VAR zijn er:

  • VAR-wuo: winst uit onderneming
  • VAR-loon: loon uit dienstbetrekking
  • VAR-dga: inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van uw vennootschap
  • VAR-row: resultaat uit overige werkzaamheden

Hoe vraag ik een VAR aan?
Een VAR kan worden aangevraagd bij de Belastingdienst. Dit kan online via de website van de Belastingdienst. Dit zorgt voor veel gemak omdat zzp’ers en freelancers hierdoor de VAR aanvraag vanuit huis kunnen sturen. Het is echter ook mogelijk om een VAR formulier te downloaden via de website van de Belastingdienst. Dan kan het VAR formulier worden uitgeprint en met een pen worden ingevuld en retour gezonden naar de Belastingdienst. De Belastingdienst beoordeelt het VAR formulier op een aantal punten. Zo wordt er gekeken of de zzp’er of freelancer:

  • vervangbaar is door een andere arbeidskracht;
  • financieel risico loopt;
  • vrijheid heeft om zelf te bepalen hoe de opdracht mag worden uitgevoerd.

Al deze aspecten hebben invloed op de VAR verklaring die aan de zzp’er of freelancer wordt verstrekt.

Hoe lang is een VAR geldig?
Nadat een VAR aanvraag is goedgekeurd door de belastingdienst wordt deze verstrekt aan de desbetreffende zzp’er of freelancer. De geldigheidsduur van de VAR verklaring is één kalenderjaar. De geldigheidsduur kan echter langer zijn als de opdracht van de zzp’er of freelancer langer doorloopt dan 1 januari van het daarop volgende kalenderjaar. Het is mogelijk om vanaf 1 september een aanvraag te doen voor het volgende kalenderjaar.

Biobrandstoffen ter discussie

Wereldwijd is er sprake van een toenemende vraag naar biobrandstoffen. Dit heeft er toe geleid dat er bijvoorbeeld in 2009 in totaal 1,5 miljoen barrels per dag aan vloeibare biobrandstof werden geproduceerd. Dit kwam neer op 1,8 procent van de totale wereldproductie aan vloeibare brandstof. In 2004 was dit nog 500.000 barrels per dat en dat betrof toen 0,6 procent van de totale vloeibare brandstof die wereldwijd werd geproduceerd. Dit lijkt hoopgevend voor het milieu maar toch is het maar de vraag of biobrandstoffen echt zo goed zijn voor het beperken van de CO2 uitstoot.

In verschillende landen gaat men meer suikerriet, soja en andere gewassen verbouwen om meer biobrandstof te produceren. Daarvoor wordt bijvoorbeeld in Azië en Brazilië veel ongerepte natuur verbrand zoals regenwouden en oerwouden. De schade die hiermee aan de natuur wordt toegebracht is vermoedelijk groter dan de voordelen die de extra productie van biobrandstoffen oplevert voor het milieu. Naast het verliezen van kostbare natuur komt er nog een nadeel bij: de regenwouden en oerwouden zorgen er juist  voor dat CO2 wordt omgezet. Verder zorgt het platbrand van regenwouden juist voor meer CO2 in de lucht. Deze effecten worden echter niet in de ERoEI opgenomen.

Biobrandstoffen zorgen er daarnaast voor dat veel voedsel wordt aangewend voor brandstof in plaats van voor voeding. Dit roept het ethische vraagstuk op of het wel verantwoord is om mais tot biobrandstof te verwerken terwijl er in sommige landen sprake is van voedseltekorten.

Biobrandstoffen kunnen wel degelijk een goede ontwikkeling zijn zolang daarbij verstandige keuzes worden gemaakt waarmee mens en natuur in acht worden genomen.

Wat wordt bedoelt met de term energiebalans in de natuurkunde en duurzame energie?

De term energiebalans wordt zowel in het kader van de duurzame energie gebruikt als in de natuurkunde. Met energiebalans wordt de verhouding bedoelt tussen de energie die ergens in wordt gestopt en de energie die er uit wordt gehaald. Er worden voor het woord energiebalans een aantal afkortingen gebruikt. Zo wordt energiebalans afgekort met ERoEI.

ERoEI Dit is een afkorting die staat voor de Engelse woorden Energy Returned on Energy Invested. Hierbij wordt gedoeld op het rendement. Bij een ERoEI groter dan 1 is er sprake van een zekere winstgevendheid. Als de ERoEI kleiner is dan 1 moet ergens meer energie in worden geïnvesteerd dan er wordt uitgehaald. Dit houdt in dat het productieproces meer energie kost dan het daadwerkelijk oplevert.

Biobrandstoffen De wereld moet duurzamer worden. Hierbij kijkt men onder andere naar middelen om de CO2 uitstoot te beperken. De keuze van de meest CO2 neutrale brandstoffen is echter lastig te maken. Dit komt omdat verschillende biologische brandstoffen of biobrandstoffen met veel moeite kunnen worden aangewend. Zogenoemde biobrandstoffen haalt men onder andere uit plantaardige oliën. Er zijn echter grote verschillen in het productieproces en verwerkingsproces van planten en vruchten tot daadwerkelijke bio-ethanol. Zo heeft bijvoorbeeld:

  • Bio-ethanol uit maïs een ERoEI van 1,3
  • Bio-ethanol uit suikerriet een ERoEI van 8,0.
  • Biodiesel die wordt geproduceerd uit koolzaad een ERoEI van 2,5

Welke grondstoffen worden gebruikt voor biodiesel?

Biodiesel is een brandstof die wordt gewonnen uit dierlijk vet of plantaardige olie. Voor biodiesel worden geen fossiele brandstoffen gebruikt. Fossiele brandstoffen zijn ontstaan uit plantaardige en dierlijke resten die duizenden jaren samengedrukt in de grond zijn omgezet tot olie en gassen. Biodiesel is een biobrandstof. Deze brandstof wordt uit planten en dierenresten gewonnen die veel korter geleden zijn gestorven. Over het algemeen wordt biodiesel toegepast in een mengvorm met diesel die uit aardolie is verkregen. Als men pure biodiesel gebruikt noemt men dir B100. De mengvorm wordt ook wel B5 of B20 genoemd. B5 is 5% biodiesel of B20 bij 20% bijmenging. Biodiesel kan tot de duurzame energiebronnen behoren dit is echter afhankelijk van de methode waarop de grondstoffen worden verkregen.

Grondstoffen voor biodiesel
Biodiesel wordt gemaakt van een  korte keten alcohol zoals (bio)methanol en (bio)ethanol  en natuurlijke oliën en natuurlijke vetten. Voor de natuurlijke oliën en vetten kunnen verschillende grondstoffen worden aangewend. De grondstoffen die worden gebruik voor biodiesel zijn afhankelijk van de grondstoffen die beschikbaar zijn. De beschikbaarheid van grondstoffen verschilt per werelddeel en is onder andere afhankelijk van het klimaat en de vruchtbaarheid van de grond.  Sommige planten leven in bepaalde klimaatgebieden hoge olieopbrengsten op. In België en Nederland is de olieopbrengst van plantaardige oliën vrij laag. In deze landen wordt voornamelijk koolzaad geplant.

Hieronder staan nog een aantal voorbeelden van plantaardige oliën die gebruikt worden in verschillende klimaatstreken.

  • sojaolie wordt bijna wereldwijd gewonnen uit plantages.
  • maïsolie wordt onder andere in de Verenigde Staten gewonnen.
  • palmolie wordt in tropische landen gebruikt.
  • Jatropha-olie wordt gehaald uit de purgeernoot (Jatropha curcas) in India en andere sub-tropische landen.
  • Karanj wordt vooral India gebruikt.
  • Eucalyptusolie in onder andere Thailand.

Verder worden ook algen gebruikt. Hiervoor worden algen gekweekt in grote waterbakken. Dit wordt ook wel algendiesel genoemd en is de derde generatie biobrandstof. Dierlijke vetten kunnen echter ook worden gebruikt als grondstof voor biodiesel.

Wat wordt bedoelt met de afkortingen PWB, PCB of PCBA voor printplaten?

In de wereld van de elektronica en mechatronica ontkomt men vaak niet aan printplaten. Printplaten zijn onder andere aanwezig in machines, computers en consumentenelektronica. Een printplaat of print is een drager van verschillende elektronische componenten. Deze elektronische componenten verschillen in vorm kleur en functie. De printplaat zelf is gemaakt van epoxy, glasvezel of kunststof en bevat verschillende koperen bedradingen. Deze koperen bedradingen worden ook wel sporen genoemd en worden doormiddel van freestechnieken en etstechnieken aangebracht tussen de verschillende componenten. De koperen bedrading geleid de elektrische stroom tussen de verschillende componenten.

Welke componenten zijn op printplaten bevestigd?
De componenten op de printplaat zorgen er vervolgens voor dat er bewerkingen worden uitgevoerd. Zo kunnen weerstandjes er voor zorgen dat de elektrische stroom wordt afgezwakt en kan een condensator er voor zorgen dat elektrische stroom wordt verzamelt en afgestoten. Naast de condensator en weerstandjes zijn er echter nog verschillende andere componenten die op een printplaat kunnen worden aangebracht. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan thyristor, diodes, zenerdiodes, transistors, ledjes en IC’s.

Preppen  en bestukken van printplaten
Het preppen van printplaten is het voorbereiden van componenten op het plaatsen op de printplaten. Het woord preppen is afgeleid van de Engelse term: ‘to prepare’ wat voorbereiden of voorbereiding betekend. Het daadwerkelijke plaatsen van de componenten op de printplaat wordt ook wel bestukken of bestucken genoemd. Het bstukken kan op twee manieren worden gedaan:

  • Doormiddel van Surface Mount Technology SMT, plaatsen van een SMD Surface Mounted Device. Het direct solderen van componenten op de printplaat. Dit wordt meestal gedaan bij kleine componenten doormiddel van machines. Deze machines worden ook wel pick-and-place machines genoemd of P&P.
  • Through-hole bestukken. Hierbij worden de componenten doormiddel van bevestigingspinnetjes door gaatjes in de printplaat aangebracht. Dit gebeurd vooral bij  experimenteerprintplaten en kan zowel met de hand of met behulp van speciale machines worden gedaan.

Afkortingen PWB en PCB voor printplaten
In de mechatronica en elektronica worden veel Engelse termen gebruikt. Ook voor printplaten worden verschillende Engelse termen gebruikt. In de Nederlandse taal wordt een printplaat ook wel gedrukte bedrading genoemd of gedrukte schakeling. In het Engels zijn er ook verschillende termen voor printplaten. In het Engels wordt een printplaat normaal gesproken een printed circuit board genoemd. Dit wordt ook wel afgekort met PCB. Daarnaast wordt ook de Engelse term printed wiring board (PWB) genoemd voor printplaten, deze term is echter minder gebruikelijk.

Verschil tussen PWB en PCB
IPC is de beroepsorganisatie die zich inzet voor standaardisatie in de elektronica industrie. Deze instantie heeft verschillende vestigingen over de hele wereld waaronder een aantal vestigingen in Europa in Zweden in de plaats Stockholm. IPC  probeert onder  andere duidelijkheid te verschaffen in de elektronica door omschrijvingen en definities te bieden over de componenten en technieken die worden gebruikt in de elektronica.  Het IPC beschrijft bijvoorbeeld het onderscheid tussen een printed wiring board (PWB) en een printed circuit board (PCB). Het verschil tussen een PWB en een PCB wordt door het IPC uitgelegd op basis van het doel waar de desbetreffende printplaat wordt gebruikt:

  • Een printed wiring board of een PWB is een printplaat die alleen wordt gebruikt als doorverbindend element.
  • Een Printed Circuit Board of een PCB is een printed wiring board alleen bevat deze naast doorverbindingen ook elektronische functies.

Wat betekent de afkorting PCBA?
De afkorting PCBA wordt in het Engels als volgt omschreven Printed Circuit Board Assembly. Dit is een Printed Circuit Board met daarop gesoldeerde componenten. Na het bestukken van een printplaat heeft men een PCBA echter spreekt men in de praktijk vrijwel altijd van een PCB oftewel een printed circuit board.

Wat is de Europese Detacheringsrichtlijn of RICHTLIJN 96/71/EG?

In het Europese Verdrag (EU-verdrag) zijn  vier vrijheden vastgelegd voor Europese landen. Het gaat hierbij om een vrij verkeer van:

  • Goederen
  • Diensten
  • Kapitaal
  • Personen

Het vrij verkeer van personen maakt arbeidsmigratie tussen verschillende landen mogelijk omdat hieronder ook het vrij verkeer van werknemers valt. Verder valt onder vrij verkeer van personen ook de bedrijfs- en beroepsuitoefening. Het vrij verkeer van werknemers zorgt er voor dat werknemers uit de Europese landen vrij zijn om (tijdelijk )naar andere landen te reizen om daar werkzaamheden uit te voeren voor een lokale werkgever. Met de Detacheringsrichtlijn heeft Europa getracht een wettelijk kader te scheppen tussen de sociale bescherming van werknemers aan de ene kant en het vrij verkeer van diensten en werknemers aan de andere kant.

Wat is vastgelegd in de Detacheringsrichtlijn: Richtlijn 96/71/EG?
In de Europese Detacheringsrichtlijn is onder andere vastgelegd dat de Europese lidstaten er op toe moeten zien dat werknemers die tijdelijk in een andere lidstaat worden gedetacheerd de belangrijkste arbeidsvoorwaarden van het land waar ze werken ontvangen. Het gaat hierbij onder andere om de volgende arbeidsvoorwaarden:

  • Het loon van de arbeidsmigranten mag niet lager zijn dan het minimum loon dat wettelijk is vastgelegd in het land waar ze werken.
  • De maximale werktijden van arbeidsmigranten mogen niet langer zijn dan de werktijden die wettelijk zijn vastgelegd in het land waar ze werken.
  • Arbeidsmigranten hebben recht op het minimum aantal vakantiedagen dat is vastgelegd in het land waar ze werken.

Deze aspecten zijn vastgelegd in de Richtlijn 96/71/EG, die ook wel Europese Detacheringsrichtlijn wordt genoemd. Deze Europese wetgeving kwam tot stand in 1996 en moet er volgens Europa voor zorgen dat er een goed arbeidsklimaat ontstaat voor werknemers die gedetacheerd worden over de grenzen van EU lidstaten.

Detacheringsrichtlijn en de WAGA
De Europese lidstaten vertalen en verwerken de Europese wetgeving meestal in eigen wetten waarin de Europese richtlijnen zijn opgenomen. De Europese Detacheringsrichtlijn is bijvoorbeeld in Nederland op 2 december 1999 opgenomen in  de Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid. Deze wet wordt ook wel afgekort met WAGA. In de WAGA is onder andere vastgelegd in Artikel 3 dat de bepalingen die door cao’s algemeen verbinden zijn verklaard ook moeten worden toegepast op arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door vreemd recht.

In de WAGA wordt in het zesde lid duidelijkheid gegeven over de bepalingen van de cao’s die van toepassing zijn op arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door een ander recht dan het Nederlandse recht. Hierin worden richtlijnen genoemd waaraan de werkgevers en detacheringsbureaus zich moeten houden die werknemers ter beschikking stellen die uit een andere Europese lidstaat komen dan Nederland. De volgende bepalingen zijn hierin opgenomen:

  • De minimale rusttijden en maximale werktijden die werknemers mogen werken;
  • Het minimum aantal vakantiedagen waarop de werknemers recht hebben en de werkgever verplicht is om het loon door te betalen.
  • De minimumlonen waarop de werknemers recht hebben. Deze lonen zijn inclusief vergoedingen voor overwerk.
  • De voorwaarden met betrekking tot het ter beschikking stellen van werknemers.
  • Voorwaarden met betrekking tot de gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk.
  • Daarnaast zijn beschermende maatregelen opgenomen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden voorkinderen, jongeren en van zwangere werkneemsters of werkneemsters die pas bevallen zijn.

Uit de bovenstaande opsomming komt duidelijk naar voren dat de wetgeving vanuit de Europese Detacheringsrichtlijn is verwerkt in de WAGA. Werknemers uit andere Europese landen dienen conform deze richtlijnen behandelt te worden in Nederland. Hierdoor tracht men uitbuiting van arbeidsmigranten te voorkomen. Ook oneerlijke concurrentie tussen arbeidsmigranten en de werknemers in het land waar de werkzaamheden worden verricht tracht men te voorkomen. De vraag is echter of deze wetgeving daarvoor toereikend is.

SEO: arbeidsmigranten zorgen voor oneerlijke concurrentie op arbeidsmarkt in 2014

De discussie over arbeidsmigranten houdt de Nederlandse arbeidsmarkt de afgelopen jaren bezig. Ook in 2014 trekt men de conclusie dat de arbeidsmigratie van Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland voor oneerlijke concurrentie zorgt op de arbeidsmarkt. Het SEO Economisch Onderzoek heeft een onderzoek uitgevoerd in opdracht van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit onderzoek was gericht op het inventariseren van de neveneffecten van de Europese arbeidsmarkt.

Sectoren die te maken hebben met oneerlijke concurrentie
Uit het onderzoek van de SEO komt naar voren dat werknemers in verschillende sectoren van de Nederlandse economie te maken hebben met oneerlijke concurrentie door medewerkers uit Midden-Europese en Oost-Europese landen. De sectoren die vooral getroffen worden zijn de tuinbouw, de bouw, de voedingsmiddelenindustrie en de transportsector.

Toename buitenlandse werknemers
Het SEO heeft de periode tussen 2001 en 2011 onderzocht. In deze periode is het aantal buitenlandse werknemers op de Nederlandse arbeidsmarkt toegenomen van 4,9 procent in 2001 tot 7,7 procent in 2011. In die periode is er echter geen sprake geweest van een enorme toename in de werkloosheid onder de Nederlandse werknemers. Wel zijn in de periode veel Nederlandse werknemers aan de slag gegaan als zzp’er of hebben ze op een andere manier werk gezocht als zelfstandig ondernemer. Dit gebeurde vooral in de bouwsector en de landbouwsector.

Waarom is er sprake van oneerlijke concurrentie?
Buitenlandse werknemers worden gezien als oneerlijke concurrenten voor Nederlandse werknemers. Dit komt vooral doordat buitenlandse werknemers goedkoper zijn dan Nederlandse werknemers. Het verschil is ontstaan door de Europese detacheringsrichtlijn. In deze richtlijn staat onder andere dat er geen pensioenpremies en sociale premies betaald hoeven te worden voor buitenlandse werknemers. Dit zorgt er voor dat deze werknemers ‘voordeliger’ zijn voor werkgevers die ze inhuren.

Wie worden getroffen door de oneerlijke concurrentie?
Door de oneerlijke concurrentie worden verschillende groepen in Nederland getroffen. Over het algemeen worden volgens het SEO vooral jongeren getroffen en werkzoekenden met een lage opleiding. Daarnaast worden ook allochtonen in Nederland door de oneerlijke concurrentie van arbeidsmigranten benadeeld op de arbeidsmarkt.

Lagere lonen en flexibiliteit
Werknemers uit Oost-Europa nemen genoegen met lagere lonen dan werknemers in Nederland. Het uitgavepatroon van Oost-Europese werknemers is anders omdat ze vaak in hun eigen land meer met het geld kunnen kopen dan in Nederland. Verder zijn Oost-Europese werknemers gewend aan flexibiliteit en zijn ze bereid om langer te werken. het SEO constateert dat de arbeidsvormen in Nederland flexibeler worden. Dit is volgens het SEO vooral het geval bij werk waar de Nederlandse taal minder belangrijk is zoals bij bepaalde vormen van laaggeschoold werk en arbeidsintensief werk.

Wet aanpak schijnconstructies
Het onderzoek van het SEO geeft volgens minister Asscher aan dat de aanpak van oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt nog steeds hoof op de agenda moet staan van de Nederlandse regering. Daarom stuurt de minister binnenkort een wetsvoorstel Wet aanpak schijnconstructies naar de Tweede Kamer sturen. Verder zal de minister een voorstel doen om de wet voor het minimumloon aan te scherpen.

Reactie van Technisch Werken
Oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt is slecht voor de Nederlandse economie omdat het de werkgelegenheid van Nederlandse werknemers altijd op een bepaalde manier beperkt. Er zijn weliswaar geen grote veranderingen geweest in de werkloosheid onder Nederlandse werknemers maar er is ook geen sprake geweest van een opleving van de werkgelegenheid. Dit terwijl de economie langzaam maar zeker lijkt te herstellen. Vooral laaggeschoolde werknemers en jongeren vinden moeilijk een baan evenals 55 plussers.

Deze groepen dienen ondersteund te worden. Door oneerlijke concurrentie van werknemers die ‘over de grens’ vandaan komen krijgen de Nederlandse werknemers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt het alleen maar moeilijker. Het is goed dat minister Asscher hiervoor oplossingen probeert te vinden. Toch is dit probleem vooral een Europees probleem. Landen in Oost-Europa krijgen al extra geld van Europa. Dit wordt onder andere betaald door landen zoals Nederland. Als de Oost-Europese landen vervolgens ook nog hun werknemers laten werken in onze landen wordt het er voor Nederland niet beter op.

Als het zo doorgaat komt er nivellering op grote schaal in Europa. Dit houdt in dat landen die het altijd goed hebben gedaan hun rijkdom en gunstige marktpositie voor een deel moeten afstaan aan landen die vroeger achter het IJzeren gordijn lagen. Deze landen kunnen door de nivellering in een paar jaar hun marpositie aanzienlijk verstevigen ten koste van de landen die al decennia lang hun marktpositie met moeite hebben weten uit te bouwen. Als dat de toekomst is van Europa wordt het voor Nederland niet echt een ‘goede deal’.

Werkloosheid in oktober 2014 nauwelijks gedaald

In Nederland is de werkloosheid in de maand oktober van 2014 nauwelijks gedaald. Het aantal werklozen in Nederland is nu ongeveer 627.000, dit is ongeveer 8 procent van de totale beroepsbevolking. Het aantal geregistreerde werklozen nam in oktober af met 1000 personen. De daling in het aantal werklozen verliep aan het begin van 2014 steeds sneller. Echter tegen het einde van het jaar blijkt de daling in het aantal geregistreerde werklozen steeds langzamer te gaan.

De ontwikkelingen in de werkloosheidscijfers zijn enigszins vertekenend. Dit komt doordat de afgelopen jaren verschillende mensen de arbeidsmarkt hebben verlaten zonder dat ze een WW uitkering aan hadden gevraagd. Tegen het einde van 2014 zijn er steeds meer mensen die zich wel op de arbeidsmarkt aanbieden als werkzoekende en zich daarvoor laten registreren. Deze mensen zorgen er echter voor dat de werkloosheid niet daadwerkelijk daalt ondanks het feit dat een toenemend aantal mensen wel betaald werk lijkt te vinden aan het einde van 2014. Volgens het CBS zijn de afgelopen drie maanden gemiddeld 13.000 werkzoekenden per maand de arbeidsmarkt op gekomen. Hierdoor is ook de totale omvang van de werkzame beroepsbevolking toegenomen.

WW-uitkeringen
Het aantal WW-uitkeringen is echter nagenoeg gelijk gebleven in oktober. In totaal hebben in Nederland in de maand oktober ongeveer 419.000 mensen een uitkering. Het valt op dat in de maand oktober meer jongeren een WW-uitkering hebben gekregen dan de maand er voor. Er was sprake van een stijging van 3 procent onder jongeren die een WW-uitkering hebben. Deze stijging komt mede doordat de zomerperiode voorbij is. Daarom zijn veel vakantiebaantjes verdwenen en is seizoenswerk in de landbouwsector en horeca voorbij. De jongeren die veelal in deze sectoren actief zijn kwamen zonder werk te zitten en vroegen een WW-uitkering aan. Naast jongeren vroegen verhoudingsgewijs veel 55-plussers een uitkering aan.

Reactie van Technisch Werken
De werkloosheid neemt in Nederland nog niet enorm af. Dit heeft onder andere te maken met de grote onzekerheid voor bedrijven. De binnenlandse bestedingen blijven achter en de industriële sector maakt een kleine krimp door aan het einde van 2014. Daarnaast zorgen de internationale politieke conflicten voor onzekerheid en onduidelijkheid. De hervormingen van het kabinet met betrekking tot de arbeidsmarkt scheppen ook niet echt veel vertrouwen voor bedrijven in Nederland.

Veel bedrijven weten niet waar ze aan toe zijn en voor personeel is de onduidelijkheid vaak al even groot. Deze onzekerheid zorgt er voor dat zowel bedrijven als consumenten hun investeringen uitstellen. Het beperken van de investeringen zorgt er voor dat de omzet en de marge van bedrijven niet toeneemt. Daardoor hebben bedrijven meestal geen behoefte of financiële mogelijkheden voor extra capaciteit in de vorm van personeel.

De toename in de automatisering in de industrie zorgt er ook voor dat banen verdwijnen. Hierdoor verdwijnen vooral eenvoudige productiefuncties voor laag geschoold personeel. Deze werkzaamheden worden door machines en robots overgenomen. Voor het onderhoud en de assemblage van robots zijn echter technische specialisten nodig. Deze technische specialisten zullen een achtergrond in bijvoorbeeld werktuigbouwkunde, elektronica of mechatronica nodig hebben. Opleidingen die gericht zijn op deze technische deelgebieden worden steeds belangrijker op de arbeidsmarkt. Daarnaast zullen technische bedrijven, uitzendbureaus, detacheringsbureaus en bureaus die gericht zijn op technisch recruitment steeds meer zoeken naar ervaren vakkrachten in de techniek.

Uitzendbureaus schenden recht op privacy van uitzendkrachten?

Uit een onderzoek van het College bescherming persoonsgegevens (CBP) is gebleken dat een aantal uitzendbureaus in Nederland de privacyrechten van hun uitzendkrachten schenden. Volgens het onderzoek is dat in ieder geval aan de orde bij de uitzendbureaus Adecco en Randstad. Hieronder worden in het kort een aantal misstanden genoemd die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen.

Wat doen de uitzendbureaus volgens het onderzoek verkeerd?
Volgens het onderzoek van het CBP voeren de uitzendbureaus een aantal activiteiten uit die in strijd zijn met de privacywetgeving. Zo maken uitzendbureaus regelmatig een kopie van het paspoort bij de inschrijving van potentiële uitzendkrachten. Een kopie van een paspoort of ander legitimatiebewijs mag echter pas gemaakt worden wanneer de desbetreffende kandidaat daadwerkelijk via het uitzendbureau aan de slag gaat omdat het uitzendbureau dan pas echt de werkgever van de uitzendkracht is.

Verder sturen sommige uitzendbureaus de kopieën van de identiteitsbewijzen door naar de opdrachtgevers, dit zijn de inleners van de uitzendkrachten. Deze werkwijze zorgt er voor dat inleners meer achtergrondinformatie over een kandidaat krijgen dan strikt noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. Inleners kunnen uitzendkrachten door deze informatie gaan selecteren op geboorteland of uiterlijk.

Persoonsgegevens worden te lang bewaard
Het College bescherming persoonsgegevens constateerde tevens dat de persoonsgegevens van uitzendkrachten en kandidaten die zich hebben ingeschreven veel te lang worden bewaard door de uitzendbureaus. Sommige uitzendbureaus bewaren de persoonsgegevens meer dan tien jaar. Volgens het college mogen de persoonsgegevens van uitzendkrachten niet langer worden bewaard dan strikt noodzakelijk is volgens de belastingdienst. Als die termijn is verstreken dienen de gegevens van de uitzendkrachten en overige inschrijvingen te worden vernietigd.

Wet op de loonbelasting
Uitzendbureaus hebben een reactie gegeven in een editie van de Volkskrant. Hieruit komt naar voren dat uitzendbureaus vanuit de Wet op de loonbelasting de verplichting hebben om een kopie van het identiteitsbewijs in de administratie op te nemen. Het is volgens de uitzendbureaus onwerkbaar om op het laatste moment deze administratie nog allemaal te regelen.

Registratie van de oorzaak en aard van de ziekte van uitzendkrachten
Uitzendbureaus registeren in hun systeem wanneer uitzendkrachten ziek zijn. Dit is volgens de wet goed alleen mogen uitzendbureaus echter niet de aard van de ziekte en de oorzaak van de ziekte registreren volgens het College bescherming persoonsgegevens. Deze gegevens raken namelijk per definitie de privacy aldus het college. Werkgevers, dus ook uitzendbureaus, mogen alleen aan werknemers vragen hoe lang het verzuim gaat duren en of de werknemer in staat is om aangepaste werkzaamheden te verrichten.

Sancties
De uitzendbureaus die tijdens het onderzoek zijn onderzocht zijn Adecco en Randstad. Deze uitzendbureaus dienen hun werkwijze aan te passen volgens het College bescherming persoonsgegevens. Als de uitzendbureaus dat niet doen volgen er mogelijk sancties.

Reactie van Technisch Werken
Uitzendbureaus hebben net als andere werkgevers te maken met een diversiteit aan wetten en wetgeving waar ze zich aan moeten houden. Daarbij moet echter de effectiviteit van de dienstverlening niet uit het oog worden verloren. In de praktijk is het voor uitzendbureaus vaak lastig om alle richtlijnen uit de wetgeving exact uit te voeren omdat sommige richtlijnen in strijd zijn met de effectiviteit. Een goed voorbeeld hiervan is de Wet op de loonbelasting.

Verder hebben uitzendbureaus ook een verzuimbeleid en daarbij wordt van de intercedenten verlangt om empathie te tonen aan de uitzendkrachten wanneer deze zich ziekmelden. Daarbij wordt regelmatig doorgevraagd op het ziekteverzuim en de aard daarvan. Dit wordt ook regelmatig geregistreerd door verschillende uitzendbureaus. Het is nog maar de vraag of een werkgever, die de zieke werknemer door moet betalen, niets mag weten van de aard van het ziekteverzuim.

Het onderzoek van het College bescherming persoonsgegevens zet in ieder geval iets in beweging bij twee grote uitzendbureaus in Nederland. Deze uitzendbureaus zullen ongetwijfeld in gesprek blijven met het college en trachten tot een effectieve oplossing te komen die voor andere uitzendbureaus als richtlijn zal gaan dienen.

Wat is affakkelen van gassen in de aardgaswinning en aardolieproductie?

Affakkelen is een term die wel voorkomt in de petrochemische sector. Met affakkelen wordt het verbranden van gassen genoemd die bij het winnen van aardgas, de productie van olie en olieraffinage vrijkomen. Het gaat hierbij om de gassen propaan, ethaan en methaan die tijdens de processen aanwezig zijn. deze gassen worden ook wel “dry gasses” genoemd. Ze kunnen worden hergebruikt als raffinage-brandstof in dat geval spreekt men ook wel van de Engelse term refinery fuel. Bij een teveel aan ethaan, propaan en methaan worden deze gassen in sommige landen nog terplekke verbrand op het boorplatform of bij een raffinaderij. Door het verbranden van deze gassen ontstaan grote vlammen die ook wel flares worden genoemd. Deze flares zijn soms te zien op raffinaderijen.

Affakkelen is verboden in Europa
Het affakkelen van gassen is in Europa verbonden. De reden van dit verbod zit in de luchtverontreiniging die door affakkelen wordt veroorzaakt. Door het verbranden van gassen komt onder andere kooldioxide (CO2) vrij in de lucht. Deze emissie draagt bij aan het broeikaseffect in de atmosfeer. Daarom mogen deze gassen tijdens het winnen en bewerken van olie en gas niet worden verbrand. In sommige gevallen worden gassen echter toch afgefakkeld omdat het zeer onpraktisch of zelfs gevaarlijk is om de vrijgekomen gassen met een andere methode te verwijderen.

Affakkelen van aardgas
In sommige landen en gebieden die ver van de bewoonde wereld liggen wordt aardgas afgefakkeld tijdens het proces van olie winnen. Aardgas wordt dan gezien als een bijproduct van het winnen van olie uit de aardlagen.  Het transporteren van aardgas is niet altijd mogelijk of niet altijd effectief omdat aardgas het beste kan worden getransporteerd in vloeibare toestand. Hiervoor moet aardgas in cryogene toestand worden gebracht. Aardgas dat in cryogene toestand is gebracht wordt ook wel in het Engels liquid natural gas genoemd en afgekort met lng.

Het volume van vloeibaar aardgas is in cryogene toestand 600 maal geringer dan aardgas in atmosferische druk en onder atmosferische temperatuur. Voordat aardgas echter in cryogene toestand is gebracht moet het sterk worden afgekoeld. Daarvoor moeten speciale voorzieningen worden aangebracht en speciaal transport worden geregeld. Dit is echter niet altijd mogelijk daarom kiest men er in sommige landen helaas nog te vaak voor om aardgas af te fakkelen.

Affakkelen of gassen laten ontsnappen in de atmosfeer
Aardgas bestaat voor een groot deel uit methaan. Als men methaan niet affakkelt en gewoon in de atmosfeer laat ontsnappen is methaan echter schadelijker voor de atmosfeer dan wanneer men het wel affakkelt. Methaan heeft namelijk een bijdrage aan het broeikaseffect die ongeveer 25 keer zo hoog is als kooldioxide (CO2).

Wat wordt met energiedichtheid bedoelt?

Met het woord energiedichtheid bedoelt men de hoeveelheid energie, uitgedrukt in een massa-eenheid of volume-eenheid, die is opgeslagen in een bepaalde stof. Deze stof kan bijvoorbeeld een brandbare stof zijn zoals afvalhout, houtpallets, papier of een ander materiaal dat uit een natuurlijk basisproduct kan worden gewonnen. Er zijn echter ook fossiele brandstoffen zoals aardolie en aardgas. Deze stoffen worden uit de aardkorst gehaald en zijn vaak zeer brandbaar.

Als een stof verband moet worden om een bepaalde energie te verkrijgen beoordeeld men de calorische waarde. Zo wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt tussen laagcalorisch gas een hoogcalorisch gas. Het gas dat in de gasvelden van Groningen wordt gewonnen bestaat voor een groot deel uit laagcalorisch gas. Uit dit gas kan dus in verhouding tot hoogcalorisch gas weinig energie worden gewonnen. In Nederland heeft men voor het gasgebruik van de huishoudens hoogcalorisch gas nodig. Nederland exporteert veel van haar laagcalorisch gas naar het buitenland terwijl Nederland vanuit het buitenland juist hoogcalorisch gas importeert.

Chemische energie en kernenergie
Naast energie die doormiddel van verbranding vrijkomt zijn er ook vormen van energie die door andere processen vrijkomen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan chemische energie die vrij komt bij de potentiaalverschillen tussen stoffen in een accu. Daarnaast zijn er kernbrandstoffen waar men kernenergie onder een gecontroleerd proces kan winnen.