Wat is een aardebaan in de civiel bouw?

Een aardebaan kan worden aangelegd om als ondergrond voor wegen. De aardebaan is een onderdeel van een weglichaam en wordt gebruikt om de krachten van verkeer af te dragen aan de ondergrond. Een aardebaan wordt tevens gebruikt voor het ophogen van de grond. Zo kan een aardebaan worden gebruikt om de grond op de gewenste hoogte boven het maaiveld te brengen. Een aardebaan is echter nog niet hard genoeg om het verkeer te dragen. Daarom wordt op een aardebaan verharding of bovenbouw aangebracht. Tussen deze lagen kan eventueel een funderingslaag worden gelegd zodat de weg nog meer druk kan verdragen.

Draagkrachtige bodem
Het is belangrijk dat de bodem voldoende draagkrachtig is voordat een aardebaan wordt aangelegd. Als dit niet het geval is zal de bodem en daarmee de aardebaan verzakken. Dit heeft gevolgen voor het wegdek en zal hinder opleveren voor het verkeer dat zich over het wegdek verplaatst. De aardebaan kan daardoor alleen worden aangebracht op een voldoende draagkrachtige bodem. Verder kan een aardebaan worden aangebracht als vervanging van een ondergrond die niet of onvoldoende draagkrachtig is. In dat geval zal men de grond eerst gaan afgraven. Door het graven van een sleuf ten behoeve van een zandlichaam of aardebaan ontstaat een cunet. 

Grond in een aardebaan
Een aardebaan bevat meestal een mengsel van zand en puin. Het puin is grofkorrelig steenachtig materiaal en zorgt er voor dat water voldoende wordt doorgelaten. Als er veel verkeer over de aardebaan gaat rijden wordt deze steeds harder en compacter. Toch is een aardebaan in feite een wegverharding die ongebonden is in tegenstelling tot bijvoorbeeld asfalt.

Wat is een bestek in het kader van de bouwkunde?

In de bouwkunde wordt het woord bestek regelmatig gebruikt. Voordat men een gebouw gaat bouwen is het belangrijk dat het bouwbedrijf en de opdrachtgever precies weten wat er gebouwd gaat worden en hoe het gebouwd moet worden. Daarom wordt een bestek opgesteld. Dit bestek is een omschrijving van het bouwwerk en de bijbehorende werkzaamheden. Daarnaast zijn ook alle technische en juridische bepalingen aangeven. De materialen en de uitvoeringsvoorwaarden zijn ook in het bestek beschreven zodat de aannemer precies weet wat er gebouwd moet worden en wat er verder van de aannemer wordt verwacht.

In een bestek wordt het geplande gebouw ook gevisualiseerd. Dit gebeurd aan de hand van tekeningen. De bestektekeningen zorgen samen met de technische beschrijving voor de basis van het bestek. Een bestek kan op verschillende manieren worden vormgegeven. Zo kan een bestek een functionele beschrijving of een prestatiebeschrijving zijn. Daarnaast kan een bestek ook een volledige beschrijving zijn van het bouwproject. Op basis van het bestek kan meestal een goede indicatie worden gegeven van de prijs.

Stichting STABU
Een bestek moet duidelijk zijn en volledig daarom is het belangrijk dat een bestek wordt opgesteld volgens een besteksystematiek die voor alle bedrijven in de bouwnijverheid herkenbaar is. De stichting STABU is een samenwerkingsverband van grote organisaties in de Nederlandse bouwnijverheid en gevestigd in Ede. De naam STABU is een afkorting die staat voor Standaardbestek Utiliteitsbouw. Deze stichting is opgericht op 13 oktober 1976 en houdt zich bezig met het uitgeven en beheren van de gestandaardiseerde besteksystematiek. Deze besteksystematiek wordt gebruikt voor zowel de woningbouw als de utiliteitsbouw.

Opbouw van een bestek
Het eerste deel van een bestek bevat een algemene omschrijving van het bouwproject. Hierin staan algemene gegevens over het project en worden de bepalingen genoemd over de werkzaamheden van derden. Verder staan er regelingen met betrekking tot aanbesteding en inschrijving.

Na deze algemene omschrijving is aangeven welke voorschriften en voorwaarden van toepassing zijn. de bepalingen over tekeningen en berekeningen komen aan bod. Hierbij wordt onder andere ingegaan op verantwoordelijkheden en verzekeringen. Verder worden bepalingen benoemd over verrekeningen van wijzigingen en de kosten van meerwerk en minderwerk. Bepalingen omtrent arbeidsomstandigheden en bouwplaatsvoorzieningen komen eveneens aan bod.

Na deze algemene beschrijvingen en toelichtingen worden de werkzaamheden in onderdelen beschrijven. Hierin worden ook de materialen benoemd en de specificaties. Als er bepalingen zijn die afwijken van de STABU worden deze duidelijk benoemd.

UAV 2012
Voor de administratieve basis van een bestek UAV 2012 gebruikt. Deze afkorting staat voor Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012. De nieuwe UAV 2012 is aangepast aan het Burgerlijk Wetboek 7 titel 12 aanneming van werk. De UAV 2012 zijn op 30 januari 2012 bij ministeriële beschikking vastgesteld. Onder een bestek wordt volgens lid 1 van paragraaf 1 “Aanduidingen, begripsbepalingen” van de UAV 2012 het volgende verstaan:

  • de beschrijving van het werk;
  • de daarbij behorende tekeningen;
  • de voor het werk geldende voorwaarden;
  • de nota van inlichtingen;
  • het proces-verbaal van aanwijzing.

Wat is bouwgrond of een bouwkavel?

Bouwgrond of een bouwkavel is een stuk grond waarop woningen of utiliteitspanden mogen worden gebouwd. Op deze grond mogen bouwbedrijven een gebouw of een aantal gebouwen plaatsen conform het bestemmingsplan dat van toepassing is op het desbetreffende kavel. Dit bestemmingsplan is door de gemeente goedgekeurd. Over het algemeen zijn bouwkavels eigendom van gemeenten en projectontwikkelaars. Deze partijen kunnen bouwkavels verkopen aan bedrijven of particulieren.

In sommige gebieden van Nederland is er een tekort aan bouwkavels. Daardoor ontstaan wachtlijsten. Het kan voorkomen dat bepaalde mensen voorrang hebben in de wachtlijst. Meestal zijn dit inwoners van de desbetreffende gemeente. Daarnaast kunnen bouwkavels ook doormiddel van loting worden toegewezen aan belangstellenden.

Een bouwkavel is meestal bouwrijp gemaakt. Dit houdt in dat de grond klaar is voor de bouw van een woning of utiliteitscomplex. De grond is meestal voorbelast en begroeiing en grote stenen zijn verwijdert. Het daadwerkelijke bouwen kan beginnen. De eigenaar van een bouwkavel is meestal niet vrij om zelf te bepalen wat voor gebouw er op het bouwkavel wordt gezet. Hiervoor zijn richtlijnen die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan van de wijk of het industrieterrein.

Deze richtlijnen worden in de ontwerpfase van de woning of utiliteitscomplex verwerkt in tekeningen door de architect. Nadat dit is gebeurd start men met de bouw. In eerste instantie is dit de ruwbouw waarbij het casco van de woning wordt gebouwd. Daarna volgt de afbouwfase. Als er sprake is van een turnkeyproject heeft de opdrachtgever al het werk uit handen gegeven aan een aannemer of aannemers.

Die zorgen er voor dat het project perfect wordt afgerond zodat de eigenaar alleen maar de sleutel hoeft om te draaien voordat hij of zij het pand in gebruik kan nemen. Een turnkeyproject zorgt voor een complete woning die alleen maar gemeubileerd hoeft te worden. Alle afwerking zoals: verf, vloerbedekking, behang en betegeling is reeds aangebracht door de aannemer. Dat zorgt er voor dat een opdrachtgever weinig zorgen heeft. Turnkeyprojecten zijn daardoor over het algemeen wel duurder dan gewone bouwprojecten.

Wat is een cunet en waarvoor wordt een cunet gegraven?

Een cunet is een uitgraving in een natuurlijke ondergrond. Een cunet wordt gemaakt in een niet draagkrachtige grondlaag. Hierin wordt meestal zand aangelegd. Dit zand wordt goed aangedrukt en is een stevige ondergrond. Het zand in een cunet wordt ook wel een dragend lichaam of een zandlichaam genoemd. Dit dragend lichaam is een stevige ondergrond voor opstelterreinen, kabels en nutsleidingen ten behoeve van elektriciteit en gas.

Een zandlichaam wordt ook in een cunet aangebracht om voldoende draagkracht te bieden voor een fundering die er later op wordt geplaatst. Daarnaast is zand een goed materiaal voor een cunet omdat het ontgraven van zand eenvoudiger is dan het ontgraven van kleigrond en zwarte grond. Ook bij regen en temperaturen vlak onder het nulpunt kan men zand makkelijker ontgraven dan de meeste andere bodemsoorten.

Zandlichaam in een cunet
Voor het aanleggen van een cunet wordt meestal gebruik gemaakt van een graafmachine. Een smalle cunet kan eventueel door een grondwerker met een spade worden uitgegraven. Na het graven van een cunet wordt er met de hand of machinaal zand in de cunet gebracht. Dit zand wordt gelijkmatig over het cunet verdeeld. Als zand in een cunet wordt geschept is het nog los en daarnaast zit er nog veel lucht tussen het zand. Daardoor is het zand nog niet geschikt om als fundament te dienen. Zand kan echter met een trilplaat worden aangetrild. Hierdoor verdwijnt de lucht uit het zand en gaat het zand beter zetten. Het aan trillen van zand zorgt voor een primaire zetting. Deze zetting is een goed fundament voor de verharding die erop wordt aangebracht.

De dikte van de zandlaag in en cunet kan verschillen. Dit heeft te maken met de benodigde draagkracht. Een drukke autosnelweg heeft meer draagkracht nodig dan een voetpad of fietspad. Daarom heeft een autosnelweg een dikker zandpakket nodig dan wegen die minder zwaar worden belast.

Wat verstaat men onder bouwrijp maken van bouwgrond?

Bouwrijp maken is een term die wordt gebruikt voor het bewerken van het maaiveld voordat men start met het daadwerkelijk bouwen van een gebouw. Het maaiveld wordt ook wel aangeduid met de afkorting ‘mv’ en is de hoogte van het grondoppervlak. Het bouwrijp maken van een kavel wordt gedaan voordat men een nieuwe woonwijk of utiliteitscomplex gaat bouwen. Ook voor het aanleggen van wegen wordt de grond bouwrijp gemaakt.

Werkzaamheden tijdens bouwrijp maken
Voordat een grond bouwrijp is worden er vaak verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Zo kan men eerst de grond ophogen. Ook kan men de grond verbeteren en begroeiing verwijderen. Oude bouwwerken en fundamenten worden gesloopt. Ook betonresten, stenen en andere ongewenste elementen kunnen indien nodig uit de bodem verwijdert worden.

Verder kan men tijdens het bouwrijp maken watergangen en waterpartijen graven en aanleggen. Men graaft ook stroken voor kabels en leidingen. Daarnaast worden er sleuven gegraven voor  rioleringssystemen. Nadat dit is gebeurd worden de rioleringen ook daadwerkelijk aangelegd.

Er worden cunetten  uitgegraven voor wegen. Een cunet is een uitgegraven stook in een grondlaag die niet voldoende draagkrachtig is. In een cunet wordt materiaal aangebracht dat voor voldoende draagkracht zorgt. Meestal kiest men hiervoor zand of een combinatie van zand en puin. Hier kan men indien nodig stelconplaten of grote metalen platen overheen leggen zodat een tijdelijke bouwweg ontstaat.

Voorbelasten van grond
Als grond onvoldoende draagkracht heeft kan men de grond voorbelasten. Dit wordt vaak ook geëist omdat zettingen door de toekomstige bovenbelastingen zo klein mogelijk moeten zijn. Voorbelasten wordt onder andere gedaan door op de bouwgrond veel zand of grond te plaatsen. Dit zorgt voor veel druk op de bouwgrond. De bouwgrond wordt in elkaar gedrukt en zal daardoor verdichten. De grootste grondzakkingen hebben dan voor de bouw plaatsgevonden. Dit zorgt er voor dat na de bouw minder grondzakkingen optreden. Voorbelasten is daardoor een belangrijk onderdeel van het bouwrijp maken van bouwgrond.

Leidingen en kabels in de grond
Het bouwrijp maken van grond bestaat voor een groot deel uit graafwerk. Ook voor leidingen en kabels wordt veel graafwerk verricht. Deze leidingen worden in cunetten gelegd. Deze cunetten worden over het algemeen voorzien van een stevige laag zand zodat de leidingen stevig op hun plaats blijven en niet of nauwelijks gaan verzakken. De leidingen en kabels worden aangelegd voor nutsvoorzieningen en voor riolering. Doordat men leidingen en kabels aanlegt in de bouwrijpfase hoeft men in een later bouwstadium niet veel graafwerk meer te verrichten. De grond kan dan mooi op zijn plek blijven en dit komt de stevigheid van de bouwgrond ten goede.

Sollicitatietraining voor werklozen tussen 50 en 55 jaar

De Nederlandse regering voert verschillende maatregelen door om de werkgelegenheid in Nederland te verbeteren. Een betere werkgelegenheid is goed voor de economie omdat er minder uitkeringen betaald hoeven te worden door de overheid. Daarnaast gaat de koopkracht van Nederlandse consumenten in de lift als er meer mensen aan het werk zijn. De werkgelegenheid blijft daardoor voor het kabinet een speerpunt.

Veel werklozen tussen de 50 en 55 jaar hebben de afgelopen jaren veel moeite gehad om weer aan het werk te komen vanuit een positie van werkloosheid. Het kabinet heeft gekeken naar mogelijkheden om deze groep werklozen weer aan het werk te helpen. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher (PvdA) maakte donderdag 26 juni 2014 bekend dat voor werklozen in de leeftijd 50 tot 55 jaar ook in aanmerking kunnen komen voor ondersteuning. Tot voor kort konden alleen 55-plussers aanspraak maken op een budget voor scholing en sollicitatietraining. Lodewijk Asscher wil dat werkzoekenden vanaf 50 jaar al aanspraak kunnen maken op scholing en sollicitatietraining zodat deze groep sneller aan een baan wordt geholpen.

Voor het bestrijden van werkloosheid onder ouderen maakt Asscher totaal 34 miljoen extra vrij. In 2013 was hiervoor al een bedrag van 67 miljoen euro beschikbaar gesteld. De arbeidsmarktpositie van 50-plussers is echter nagenoeg gelijk aan de positie die 55-plussers hebben op de arbeidsmarkt. Daarom wordt de regeling door Asscher uitgebreid.

Reactie van Technisch Werken
De werkloosheid zal de komende jaren zeer belangrijk zijn voor het regeringsbeleid. De werkgelegenheid moet worden verbetert. De vraag is alleen hoe dat het beste kan worden gedaan. Het blijkt voor het kabinet erg lastig om effectieve maatregelen te bedenken. Er is een nieuw sociaal akkoord tot stand gekomen waarmee men tracht de positie van werknemers op de arbeidsmarkt te verbeteren. Voor bedrijven moet het aantrekkelijker worden om mensen in dienst te nemen. De vraag is of dit met het nieuwe sociaal akkoord wordt bereikt.

Ook de ruimere regeling met betrekking tot sollicitatietrainingen en scholing voor vijftigplussers zal zich in de praktijk moeten bewijzen. Scholing kost over het algemeen veel geld. Dit geld moet nuttig besteed worden aan opleidingen die daadwerkelijk meerwaarde hebben op de arbeidsmarkt.

Wat is afbouw of de afbouwfase in de bouwsector?

De afbouw of afbouwfase is de bouwfase die volgt op de ruwbouwfase. In de ruwbouwfase wordt het casco van een gebouw geplaatst en aan het einde van deze fase wordt het gebouw wind- en waterdicht gemaakt. Nadat dit gebeurd is treed over het algemeen de afbouwfase in. In de afbouwfase wordt een gebouw klaar gemaakt voor gebruik of bewoning. Een gebouw kan worden gebruikt als woning maar kan ook worden gebruikt voor een bedrijf of kantoorcomplex. Als men een gebouw gebruikt als woning spreekt men over het algemeen van woningbouw. Ook appartementen worden door de meeste bouwbedrijven onder de naam woningbouw geplaatst. Grote fabriekspanden, ziekenhuizen en kantoorcomplexen worden onder de naam utiliteit geplaatst.

De eisen met betrekking tot de afbouw van woningen zijn over het algemeen anders dan de eisen die aan kantoorruimtes en andere bedrijfspanden worden gesteld. In de utiliteit worden in de afbouwfase bijvoorbeeld systeemplafonds geplaatst en worden de ruimtes zo ingedeeld dat de werknemers er in de toekomst veilig en effectief kunnen werken. Tevens wordt er inbouwverlichting geplaatst conform de voorschriften en richtlijnen die daarvoor gelden. In de woningbouw worden huizen en appartementen meer voor ontspanning gebruikt en wordt veel aandacht besteed aan gebruiksgemak van de toekomstig bewoners.

Turnkey en afbouw
Turnkey is een term die tegenwoordig steeds vaker in de bouwsector wordt genoemd. Als men het woord ‘turnkey’ letterlijk uit het Engels naar het Nederlands vertaald betekent dit zoiets als ‘sleutel omdraaien’. Bij een turnkeyproject is een gebouw zover afgebouwd dat de toekomstig eigenaar alleen de sleutel maar hoeft om te draaien en vervolgens het gebouw in gebruik kan nemen. Bij een turnkeyproject is de afbouw van een woning of utiliteitspand tot in de finesses uitgevoerd. Het stucwerk en schilderwerk is aangebracht. Ook de vloerbedekking, keuken, badkamer en toiletten zijn geplaatst evenals de bijbehorende betegeling en verlichting.

Een opdrachtgever kan er voor kiezen om een ‘kaal’ gebouw als turnkeyproject aan te bieden aan een afbouwbedrijf. Een afbouwbedrijf maakt dan met de opdrachtgever afspraken over de afbouwfase en de manier waarop het gebouw ingericht en opgeleverd moet worden.  

Aandachtspunten voor de afbouwfase
De afbouwfase is de bouwfase na de ruwbouwfase en is de laatste fase voor de oplevering en de ingebruikname. Tijdens de afbouw kunnen verschillende technische mankementen aan het licht komen die in de ruwbouwfase zijn misgegaan. In de afbouwfase werkt men een pand nauwkeurig af en zorgt men er voor dat de toekomstige gebruikers van het pand zorgeloos kunnen wonen of werken. Het is belangrijk dat technische problemen voor de daadwerkelijke afwerking worden opgelost. Als men namelijk al tegels heeft aangebracht en muren heeft bekleed met verf of behang is het heel vervelend om dit te verwijderen om leidingwerk te repareren die in de muur, plafond of vloer is geplaatst. Fouten die aan het begin van de bouw werden gemaakt komen meestal in een latere fase terug. Toch moeten de fouten wel opgelost worden. Woningen en utiliteitsgebouwen vallen onder garanties zodat de eigenaren zeker zijn van een bepaalde kwaliteit. Als daar door het bouwbedrijf niet aan wordt voldaan zal men na de afbouwfase alsnog fouten moeten herstellen. Na dit herstel zal men dan vervolgens alles weer netjes moeten afwerken.

KOMO-Afbouw keurmerk
Voor de afbouwfase in Nederland is ook een speciaal kwaliteitskeurmerk. Dit is het KOMO-Afbouw keurmerk en wordt beheert en geoptimaliseerd door de Stichting KOMO. Certificerende instellingen brengen in Nederland KOMO-kwaliteitsverklaringen uit aan bedrijven die producten en diensten leveren die aan strenge eisen voldoen. Het KOMO-Afbouw keurmerk maakt duidelijk dat een afbouwbedrijf haar producten en diensten aanbied volgens vastgelegde  beoordelingsrichtlijnen.

Wat is KOMO keurmerk en welke KOMO keurmerken zijn er?

KOMO is een collectief keurmerk dat wordt gebruikt voor kwaliteitseisen in de Nederlandse bouw. Deze instantie is in 1962 tot stand gekomen op basis van een initiatief van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De afkorting KOMO staat voor Keuring en Onderzoek van Materialen voor Openbare werken. In de beginjaren van KOMO stond het  kwaliteitskenmerk voor veel verschillende materialen. Tegenwoordig is de Stichting KOMO voornamelijk actief in processen en producten in de bouwsector. KOMO is verantwoordelijk voor het beheren, het ontwikkelen, het uitbouwen en optimaliseren van verschillende bestaande keurmerken die vallen onder de merknaam KOMO.

Zowel in de burgerlijke bouw als utiliteitsbouw zijn sectoren waarin KOMO keurmerken worden gebruikt. Ook in de  grond-, weg- en waterbouw (GWW) worden KOMO keurmerken gebruikt. Er zijn verschillende KOMO keurmerken die gericht zijn op specifieke vakgebieden in de bouw. Deze keurmerken worden allemaal beheert door de Stichting KOMO.

KOMO-kwaliteitsverklaringen
Certificerende instellingen brengen zogenoemde KOMO-kwaliteitsverklaringen uit. Deze erkende kwaliteitsverklaringen tonen aan dat een bedrijf voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit en het Besluit Bodemkwaliteit. Een instelling wordt geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Deze raad bepaald of een instelling bevoegd is om KOMO-kwaliteitsverklaringen uit te brengen.

KOMO-certificaathouders
In totaal zijn er in Nederland ongeveer 7000 KOMO-certificaathouders die een certificaat hebben ontvangen van een certificerende instelling. Dit certificaat is gebaseerd op beoordelingsrichtlijnen die schriftelijk zijn vastgelegd. Een bedrijf met een KOMO certificaat mag een KOMO keurmerk op haar producten of diensten aanbrengen wanneer dit product of deze dienst precies conform de vastgelegde  beoordelingsrichtlijnen is gemaakt of uitgevoerd.

College van Deskundigen
De beoordelingsrichtlijnen waaraan een product of dienst moet voldoen worden opgesteld door een College van Deskundigen. De Raad voor Accreditatie toetst van te voren of het College van Deskundigen bestaat uit een onafhankelijke evenredige vertegenwoordiging.

Verschillende soorten KOMO keurmerken
Er zijn verschillende KOMO keurmerken. Deze keurmerken zijn allemaal gericht op een specifiek vakgebied in de bouw. De volgende KOMO keurmerken worden gebruikt:

  • KOMO keurmerk voor de bouwsector
  • KOMO-Instal keurmerk, deze is bedoelt voor kwaliteitsaanduiding in de installatietechniek
  • KOMO-Afbouw keurmerk
  • KOMO-Klimkeur, dit is een keurmerk voor de arbeidsmiddelen die worden gebruikt voor tijdelijke werkzaamheden die op hoogte worden uitgevoerd.

Inkomen huishoudens stijgt in 2014 voor het eerst in 2 jaar

In het eerste kwartaal van 2014 is het netto reëel beschikbaar inkomen van Nederlandse huishoudens gestegen. Het netto reëel beschikbaar inkomen is een verzameling van verschillende inkomstenbronnen zoals lonen, uitkeringen en inkomsten uit vermogens.

De inkomensstijging in kwartaal 1 van 2014 is de eerste stijging in de afgelopen twee jaar tijd. Naast het stijgen van het inkomen van consumenten is ook de schuld van consumenten gereduceerd. Dit nieuws werd op woensdag 25 juni 2014 bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de eerste drie maanden van 2014 lag het gemiddelde inkomen voor Nederlandse huishoudens 0,2 procent hoger dan in 2013.

Reactie van Technisch Werken
De inkomensstijging in het eerste kwartaal van 2014 klinkt positief. Toch zijn er verschillende inkomstenbronnen in deze stijging opgenomen. De inflatiecorrectie heeft  men er niet eens vanaf getrokken. Als men dat wel zou doen is de bestedingsruimte van veel huishoudens juist lager geworden aan het begin van 2014. De bestedingsruimte van huishoudens moet verder omhoog. Als dat lukt gaan consumenten meer geld besteden en stijgen de binnenlandse bestedingen. Dit is gunstig voor bedrijven die dan meer gaan afzetten en omzetten. Als er meer wordt verkocht gaat de productie van bedrijven omhoog en kunnen bedrijven er voor kiezen om meer personeel aan te nemen. Hierdoor daalt de werkloosheid in Nederland en dat bevordert weer het economisch herstel.

Dertig procent van de woningen heeft te hoge hypotheek

Hoewel de huizenmarkt tekenen van herstel vertoont is een definitief herstel nog ver weg. Er staan in Nederland nog veel huizen spreekwoordelijk onder water. Dit houdt in dat de hypotheek van deze huizen hoger is dan de daadwerkelijke huidige verkoopwaarde. President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) vermelde dinsdag 24 juni 2014 in de Tweede Kamer dat één op drie woningen in Nederland een hogere hypotheek heeft dan de marktwaarde van de woning. Deze situatie zal volgens Knot de economische groei van Nederland de komende vijf tot tien jaar nadelig beïnvloeden.

Hypotheek aflossen is belangrijk
Dertig procent van de huizen die ‘onder water’ staan hebben een aanzienlijk verschil met de marktwaarde van de huizen op dit moment. De situatie voor deze huizeneigenaren ziet er volgens Knot ”best griezelig” uit. Als deze woningen verkocht moeten worden blijft er een aanzienlijke restschuld over. Zolang de huizeneigenaren de hypotheekaflossing trouw betalen is er nog geen sprake van een groot probleem. Pas als dat niet gebeurd ontstaan er problemen voor huizeneigenaren en hypotheekverstrekkers.

Door de Nationale Hypotheek Garantie zijn de financiële risico’s voor banken en huizenverkopers lager geworden. De schade die ontstaat door de dalende huizenprijzen komt daardoor meestal niet terecht bij banken. In plaats daarvan hebben de dalende prijzen rechtstreeks gevolgen voor de economie. Woningeigenaren die een huis hebben dat onder water staat zullen extra letten op hun uitgaven. Deze huishoudens zullen minder geld besteden. De binnenlandse bestedingen gaan daardoor omlaag. Dit is weer ongunstig voor bedrijven die Nederland als afzet gebied hebben voor hun producten.

Volgens Knot had de huizenmarkt nooit zo uit de hand moeten lopen als de periode voor de crisis. De huizenprijzen gingen veel te lang en te snel omhoog. De economische groei zal door het herstellen van de woningmarkt tien tot vijftien jaar minder sterk zijn.

Reactie van Technisch Werken
De aanschaf van een woning is voor de meeste mensen in Nederland de duurste aanschaf die men in zijn of haar leven doet. Als men een te hoge hypotheek heeft zal men daar de gevolgen van merken als men het huis verkoopt. Zolang men niet een woning hoeft te verkopen is er niets aan de hand. Pas als men een woning moet verkopen omdat men de financiële lasten niet meer kan dragen ontstaan er problemen. De NHG zal een eventuele rest schuld kunnen afdekken maar daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. De woningmarkt is nog niet hersteld. Er moet nog een hoop ‘lucht’ uit. Voor starters wordt de woningmarkt wel steeds interessanter. Echter, de starters moeten wel langs de bank of hypotheekverstrekker om de financiering rond te krijgen. Deze financiële instellingen stellen tegenwoordig veel strengere eisen dan in de periode voor de kredietcrisis.

Het stellen van eisen bij het verstrekken van een hypotheek is echter wel noodzakelijk. Consumenten moeten in sommige gevallen tegen zichzelf worden beschermd. Een te hoge schuld kan een leven lang een probleem vormen voor woningeigenaren. Daarnaast is bescheidenheid ook verstandig. Als men een hoog hypotheekbedrag kan lenen kan men er ook voor kiezen om toch een kleinere woning te kopen. Een tophypotheek hoeft niet. Het is vaak de hebzucht, status en geldingsdrang die er voor zorgt dat mensen té dure dingen aanschaffen. Als men deze houding verandert ontstaat er een gezonder economisch klimaat in Nederland. Er worden dan minder schulden opgebouwd en men koopt alleen wanneer men het geld ook daadwerkelijk heeft.

Wat zijn stelconplaten en waar worden deze platen voor gebruikt?

Stelconplaten zijn grote rechthoekige platen die gemaakt zijn van beton. Deze betonplaten zijn voorzien van een niet constructieve betonbewapening.  Stelconplaten zijn gemaakt van C50/60 beton. Dit is constructieve beton die zeer goed bestand is tegen druk. Voor het bevorderen van de slijtvastheid van de toplaag zijn stelconplaten voorzien van een deklaag. Deze deklaag is gemaakt van graniet of kwarts. Deze steensoort is zeer hard en slijtvast. Daarom zijn stelconplaten zeer slijtvast en duurzaam.

Men kan er voor kiezen om gladde stelconplaten te gebruiken of stelconplaten die ruwer zijn. De ruwe stelconplaten worden ook wel platen genoemd met een gebezemd oppervlak. De hoeken van stelconplaten kunnen afbrokkelen. Om dit tegen te gaan kunnen  stelconplaten worden voorzien van een stalen hoekrand. Stelconplaten die geen hoekrand hebben worden over het algemeen voorzien van vellingkanten.

Voor het verplaatsen van stelconplaten zijn hijslussen aangebracht. Hieraan kunnen de platen worden opgetild, getransporteerd en op de plaats worden gelegd.

Welke stelconplaten zijn er?
Stelconplaten zijn er in verschillende soorten en maten. Over het algemeen zijn de volgende afmetingen gebruikelijk:

  • 199,5 x 199,5
  • 199,5 x 149,5
  • 199,5 x 99,5

De dikte van de stelconplaten bepaald in belangrijke mate de druk die de plaat kan dragen. De druk wordt aangegeven in aslast. Stelconplaten van 14 cm dik kunnen bijvoorbeeld een aslast van 15 ton dragen. De aslast is afhankelijk van het beton, de wapening en de dikte van de stelconplaat. Daarnaast is de aslast ook afhankelijk van andere factoren zoals de ondergrond waarop de stelconplaten worden gelegd. Daarom zijn er legvoorschriften voor het plaatsen stelconplaten.

Waar worden stelconplaten voor gebruikt?
Stelconplaten worden in de bouw op verschillende manieren gebruikt. Het feit dat de druk die stelconplaten kunnen verdragen in aslast wordt aangegeven maakt duidelijk dat deze betonplaten vooral worden gebruikt in situaties waarin er (vracht)auto’s overheen kunnen rijden. Stelconplaten worden daarom vaak gebruikt als bestrating van treinen bij bedrijventerreinen, fabrieken en bouwplaatsen. Ook voor parkeerplaatsen kunnen stelconplaten goed worden gebruikt. Stelconplaten kunnen met een kraan vrij snel worden verwijdert. Daarom worden stelconplaten ook wel gebruikt als tijdelijke bestrating voor bouwverkeer.

Duitse windmolenparken leveren nog weinig stroom

De afgelopen tijd heeft Duitsland veel geïnvesteerd in windenergie. Met name op zee zijn verschillende commerciële windmolenparken geplaatst. Deze windmolenparken moeten elektrische energie opwekken en deze vervolgens naar de vaste wal transporteren. Hierdoor zou Duitsland meer duurzame energie gebruiken. In de praktijk blijken de Duitse windmolenparken op zee echter niet optimaal te worden benut. Dit komt doordat een aantal van deze windmolenparken niet kan worden aangesloten op het stroomnet van het vasteland. Daarnaast hebben een aantal windmolenparken te maken met storingen.

Eerste Duitse commerciële windmolenpark op zee
Het eerste commerciële windmolenpark levert nog geen stroom aldus het Duitse weekblad Der Spiegel. Dit weekblad melde in een bericht op zondag 22 juni dat het windmolenpark BARD1 de komende tijd nog geen stroom kan leveren aan de vaste wal. Bard1 ligt negentig kilometer voor het Duitse Waddeneiland Borkum en kampt met voortdurende technische problemen. Deze technische problemen zijn sinds de officiële inbedrijfstelling in augustus 2013 nog niet structureel opgelost.

In maart 2014 was er nog brand in het windmolenpark. Hierna is het park compleet stilgelegd. Vanaf juni 2014 zou het windmolenpark weer in gebruik genomen worden. Volgens Der Spiegel is de hervatting van de stroomproductie nu uitgesteld.

Andere Duitse windmolenparken
Het gaat niet alleen moeizaam met het Duitse windmolenpark BARD1, ook andere Duitse windmolenparken hebben te kampen met moeilijkheden. Windmolenpark Trianel is tot in juni 2014 nog niet aangesloten op het stroomnet. Het is nog onduidelijk wanneer dat windmolenpark wel aangesloten wordt. Windmolenpark Riffgrad is na een behoorlijke vertraging wel aangesloten op het stroomnet van de Duitse vaste wal.

Reactie van Technisch Werken
Investeren in wondmolenparken is een investering in de toekomst. Het bouwen van windmolens is echter de eerste stap. Deze stap moet weloverwogen worden genomen. Windmolens moeten de energie die ze opwekken ook kunnen transporteren. Als dat niet of onvoldoende gebeurd gaat er een hoop duurzame energie verloren.

Windenergie is een belangrijke energiebron, toch dienen er verschillende hindernissen te worden overwonnen voordat windenergie daadwerkelijk een substantieel deel van de energievoorziening in Europa voor zijn rekening gaat nemen.

Ook in Nederland wordt er volop gespeculeerd over windenergie en de effectiviteit daarvan. Windenergie is niet constant aanwezig in tegenstelling tot de energie die wordt opgewekt in kolencentrales. Door kolen en biomassa te verbranden in kolencentrales kan men de hoeveelheid energie die men nodig heeft reguleren. Windmolens zijn afhankelijk van weersomstandigheden. Als er weinig wind is ontstaan er ‘black-outs’ in het elektriciteitsnet. Deze black-outs moeten worden opgevangen door kolencentrales. Daardoor moeten kolencentrales altijd door blijven stoken en komt er nog steeds CO2 emissie in de lucht.

Duurzame energie is pas echt duurzaam als er geen vervuilende kolencentrales hoeven te draaien om black-outs op te vangen.

Wat is gewapend beton en waarmee wordt beton gewapend?

Beton wordt tegenwoordig vrijwel overal toegepast op de bouw. In zowel het fundament, de vloeren als de muren van woningen en utiliteit wordt beton gebruikt. Beton kan goed drukkrachten weerstaan maar heeft een geringe trekkracht. Beton bestaat onder andere uit korrels van grind en zand die bij elkaar worden gehouden door cement.  Het cement vormt als het ware het bindmiddel of de lijm van het betonmengsel. De sterkte van de lijm bepaalt tevens de trekkracht van het beton. Voor bepaalde (dragende) constructies heeft normaal beton te weinig trekkracht. Daarom kan men er voor kiezen om beton te wapenen. Gewapend beton is beter bestand tegen trekkrachten.

Beton bewapening
De wapening die in beton wordt aangebracht bestaat meestal uit betonnetten die gemaakt zijn van betonstaal. Staal is geschikt voor betonbewapening omdat staal goed trekkrachten kan opnemen. Voor een goede cohesie tussen staal en beton wordt het beton doormiddel van walsen voorzien van ribbels. Hierdoor ontstaat ‘torstaal’ of ‘torwastaal’. Deze stalen staven bevatten spiraalvormige ribbels, waardoor torstaal eengroter oppervlak heeft dan glad betonstaal. Dit grotere spiraalvormige oppervlak zorgt er tevens voor dat het beton beter aan het staal hecht.

Betonstaal is meestal roestig waardoor het een stoef oppervlak heeft ter bevordering van de hechting met beton. Men kan er echter ook voor kiezen om gegalvaniseerd staal te gebruiken voor de bewapening.  Gegalvaniseerd staal is weliswaar gladder maar is beter bestand tegen roesten. Hierdoor kan betonrot beter worden voorkomen. Om de hechting te optimaliseren kan men grote ronde of rechte haken buigen aan de uiteinden van de stalen staven. Deze haken zorgen er voor dat de staven niet uit het beton getrokken kunnen worden wanneer er trekkrachten op het beton worden uitgeoefend.

De diameter van de wapeningsstaven is verschillend en varieert tussen de 6 mm en 40 mm. Dit gebeurd in stappen van 2 mm.

Drukwapening
Naast het opvangen van trekkrachten kan betonbewapening ook worden gebruikt voor het opvangen van drukkrachten. Dit wordt ook wel drukbewapening genoemd. Drukbewapening wordt meestal toegepast in dunne constructiedelen die van beton zijn gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij kolommen die van beton zijn gemaakt.

Hoeveelheid betonbewapening
Over het algemeen hoeft men niet veel bewapening te gebruiken om de gewenste treksterkte van betonelementen te realiseren. Als men een betonelement loodrecht doorsnijd kan men zien hoeveel betonbewapening daadwerkelijk is gebruikt. Deze doorsnede gebruikt men ook als uitgangspunt voor het bepalen van de hoeveelheid betonbewapening voor een element. Gemiddeld is de betonbewapening voor de meeste platen en balken 1 procent ten opzichte van het beton in de loodrechte doorsnede. Dit percentage kan oplopen tot wel 6 procent voor bepaalde dragende kollommen.

Wat is bekisting en waar wordt betonbekisting voor gebruikt?

Bekisting is een vorm of mal die onder andere kan worden gebruikt bij het storten van beton. De bekisting wordt gemaakt voordat het beton wordt gestort. De bekisting vormt de begrenzing waarbinnen het beton kan vloeien. Hierdoor houdt de bekisting het vloeibare beton op zijn plaats tijdens het uitharden. Het beton wordt in vloeibare toestand gestort in de bekisting. Het uithardingsproces kan echter enkele uren, dagen, weken of zelfs maanden in beslag nemen.

Voor de stevigheid kan men in de betonbekisting betonbewapening plaatsen. Dit zijn meestal netten die van betonstaal zijn gemaakt. Deze betonbewapening wordt in de bekisting op zijn plaats gehouden zodat de wapening tijdens het gieten en uitharden goed op zijn plaats blijft.

Materiaal betonbekisting
Bekisting voor beton kan van verschillende materialen worden gemaakt. Veelgebruikte materialen zijn hout, staal en kunststof. Betontriplex of betonplex is speciaal plaatmateriaal dat is ontwikkelt voor betonbekisting. Betonplex bevat een epoxy afwerklaag die waterafstotend is. Hierdoor neemt de plaat geen water op uit het beton. Het beton blijft hierdoor langer zijn vochtigheid behouden. Dit komt het uithardingsproces ten goede. Als bekisting wordt gemaakt van betonplex is nabehandeling van beton in veel gevallen niet noodzakelijk.

Betontimmermannen
Op de bouw en de civiele techniek worden regelmatig constructies geplaats van beton. Deze constructies zijn meestal voorzien van betonbewapening die doormiddel van ijzervlechters of betonstaalvlechters is aangebracht. De bekisting wordt op bouwprojecten meestal aangebracht door gespecialiseerde timmerlieden. Deze timmerlieden worden ook wel betontimmermannen genoemd. Deze timmermannen hebben verstand van verschillende bekistingsmaterialen en bevestigingsmethodes. Daarnaast weten betontimmermannen ook goed hoe beton in de bekisting wordt aangebracht. Ze houden rekening met de manier waarop beton zich in de bekisting verspreid. Ook zorgen ze er voor dat er voldoende opening in de bekisting aanwezig is om het beton in te brengen. Bekisting kan permanent zijn. Deze bekisting wordt na afloop van het betonstorten niet verwijdert. Permanente bekisting wordt ook wel verloren bekisting genoemd en wordt na het uitharden niet verwijdert door de betontimmermannen. Sommige betonbekisting kan ook worden hergebruikt. In dit geval demonteren de betontimmermannen de betonbekisting na het uitharden van het beton. De betonbekisting wordt dan door de betontimmermannen weer hergebruikt. Meestal is betonbekisting die wordt hergebruikt glad en niet of nauwelijks poreus zodat het beton zich niet goed hecht aan de bekistingelementen.

Toepassing betonbekisting
Betonbekisting wordt op verschillende manieren toegepast in de bouw. De toepassing van betonbekisting is afhankelijk van de eisen die aan het beton en de bekisting worden gesteld. Er wordt bekisting gebruikt voor fundamenten, vloeren, muren, parkeergarages en liftschachten. Ook voor bruggenhoofden en cellencomplexen worden betonbekistingsystemen gebruikt.

Verloren betonbekisting wordt onder andere gebruikt voor de bekisting van vloerranden. Ook voor paalkopbekistingen en bekisting voor stalen buispalen wordt gebruik gemaakt van verloren bekisting. Ook funderingsbekisting die van polystyreen (PS) schuim is gemaakt wordt niet hergebruikt en behoort daardoor tot de verloren betonbekisting.

Er zijn ook constructies op de bouw die worden voorzien van bekisting die hergebruikt kan worden. Voorbeelden hiervan zijn tunnelbekisting en rondbekisting. Systeembekisting en traditionele houten bekisting kan meestal ook weer opnieuw worden gebruikt. Voor sommige betonelementen worden ontkistinghoeken gebruikt.

Welke nabehandelingstechnieken worden toegepast bij beton?

Beton wordt in vloeibare toestand gegoten in een mal of bekisting. Nadat beton gegoten is in de gewenste vorm zal het beton uitharden. Tijdens het uitharden vormt zich cementsteen tussen de korrels. Het water raakt gedurende dit proces langzaam op. Het verhardingsproces verloopt enkele maanden. Tijdens deze periode wordt het beton steeds harder, sterker en dichter. Het harden van beton is daardoor zeer belangrijk voor de kwaliteit van het beton. Het uitharden van beton moet niet te snel gebeuren omdat daardoor de kwaliteit van beton achteruit kan gaan. Daarom worden na het storten van beton verschillende nabehandelingstechnieken toegepast.

Wanneer is nabehandeling van beton belangrijk?
Beton moet niet te snel drogen omdat daarmee het uithardingsproces te snel verloopt. Omgevingsfactoren kunnen het uithardingsproces versnellen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan beton dat is gestort in een omgeving waar een hoge temperatuur aanwezig is. Ook beton in de felle zon zal verhoudingsgewijs te snel drogen. Een harde wind en een lage luchtvochtigheid zijn eveneens van invloed op de kwaliteit van het uithardingsproces van beton. Met deze omgevingsinvloeden is nabehandeling van beton noodzakelijk of zeer gewenst. Dit is afhankelijk van de kwaliteitseisen die aan het beton worden gesteld. Deze kwaliteitseisen worden op de bouw vaak bepaald door een bouwkundig constructeur.

Nabehandelingstechnieken voor beton
Voor het nabehandelen van beton worden verschillende nabehandelingstechnieken gebruikt. Deze nabehandelingstechnieken hebben verschillende voordelen en nadelen. Hieronder volgen de meest gebruikte soorten nabehandeling voor beton.

  • Beton in bekisting laten zitten. Beton wordt op de bouw meestal in een bepaalde vorm gegoten. Deze vorm is gemaakt van een bekisting, dit wordt ook wel een betonbekisting genoemd. Voor betonbekisting worden verschillende materialen gebruikt zoals staal, hout en kunststof. Bij sterk drogend weer moeten onbeklede platen en planken voor het storen van beton goed nat worden gemaakt en gehouden. Het beton moet door krimp niet loskomen van de bekisting omdat daardoor uitdroging kan optreden.
  • Afdekken van beton met isolerende folie. Als beton eenmaal gestort is kan met beton ook tegen uitdroging beschermen door isolerend folie over het beton heen te spannen. Als men dit goed aan brengt kan er geen lucht stromen tussen het beton en afdekmateriaal. De folie moet goed afsluiten ook bij overlappingen van folie. Dit zorgt er voor dat het beton niet te snel droogt. Over het algemeen wordt folie van 0,05 mm het meeste toegepast bij deze nabehandelingstechniek.
  • Verneveling. De oppervlakte van beton kan ook vochtig worden gehouden door van buitenaf water op het beton aan te brengen. Dit kan bijvoorbeeld door met een tuinslang water te vernevelen op het beton. Dit moet continu gebeuren om te voorkomen dat door de omgeving teveel vocht wordt onttrokken aan het beton.
  • Curing compound. Dit is een dunne gesloten film die op de oppervlakte van het beton wordt aangebracht. Curing compound is echter nooit helemaal dampdicht. Er zal altijd een deel van het water uit het beton door de compound heen verdampen. Daarom moet de minimale dampdichtheid van de compound 70 procent zijn wanneer men het beton niet te snel wil laten drogen. Als er later nog nieuwe betonlagen over het bestaande beton worden aangebracht dient men een curing compound te gebruiken die de aanhechting van nieuw beton niet belemmert.

CBS: werkloosheid is in mei 2014 gedaald

In de maand mei van 2014 is het aantal werklozen in Nederland gedaald. Dit nieuws bracht het CBS naar buiten. In totaal nam het aantal werklozen in Nederland af met 14.000 volgens het CBS. Als belangrijkste oorzaak noemt het CBS dat steeds meer werklozen een baan vinden op de arbeidsmarkt. Dat is een nieuwe ontwikkeling. Tot voor kort nam de werkloosheid ook af omdat steeds meer mensen de arbeidsmarkt de rug toekeerden. Deze mensen kozen er in de maand maart nog voor om uit de uitkeringspositie te gaan maar hadden feitelijk nog geen werk gevonden. De maand mei in 2014 is een keerpunt. Dit is de eerste maand in 2014 dat de werkloosheid is gedaald doordat werklozen daadwerkelijk een baan hebben gevonden.

Cijfers over werkloosheid
In totaal waren er in mei 673.000 geregistreerde werklozen in Nederland. Dit is 8,6 procent van de totale beroepsbevolking. Vooral werklozen in de leeftijdscategorie 25 tot 45 jaar vonden werk in de maand mei. Als de arbeidsmarkt nog meer aantrekt zal de werkloosheid in Nederland nog verder dalen.

Positieve ontwikkeling
Minister Asscher vindt de cijfers van het CBS positief. Hij vindt het geweldig nieuws dat meer werklozen in Nederland betaald werk hebben gevonden. Hij maakt daarbij wel de opmerking dat de positieve tendens wel moet worden doorgezet. Er zitten namelijk nog steeds te veel mensen in Nederland zonder betaal werk. Volgens Asscher blijf werkloosheidsbestrijding de “absolute topprioriteit” van het kabinet.

Reactie van Technisch Werken
De werkloosheid in Nederland daalt. Verschillende bedrijven nemen weer personeel aan. In veel gevallen worden door bedrijven in eerste instantie flexwerkers ingezet. Deze worden geleverd door uitzendbureaus  en detacheringsbureaus. De uitzendbranche maakt daarom een groei door in de eerste helft van 2014.

De arbeidsmarkt is echter nog niet soepel. Er heerst nog een groot verschil tussen het aanbod van personeel op de arbeidsmarkt en de vraag van bedrijven. Met name technische bedrijven stellen hoge eisen aan personeel. Bedrijven in de techniek maken namelijk verschillende ontwikkelingen door waaronder een verregaande automatisering van productieprocessen. Ook investeren veel technische bedrijven in nieuwe technologieën waarmee de concurrentiepositie van bedrijven kan worden verbetert op de wereldmarkt. Deze ontwikkelingen vereisen hoogwaardig technisch personeel met een stevige opleiding.

Recruitment in de techniek is niet makkelijk. Technische bedrijven zoals ingenieursbureaus zoeken hoog opgeleid technisch personeel via verschillende wervingskanalen. Hiervoor schakelen ze onder andere bureaus in de gericht zijn op technisch recruitment. Deze bureaus zoeken kandidaten voor hun opdrachtgevers via vacaturebanken, jobboards en scholen. Via deze kanalen komen echter lang niet altijd voldoende kandidaten binnen. Daarom moeten recruitmentbureaus ook regelmatig werknemers benaderen die al werkzaam zijn bij andere bedrijven.

Dit zorgt in feite niet voor een vermindering van de werkloosheid in Nederland. In de techniek blijft daardoor in de praktijk een groot aantal lager opgeleide werkzoekenden zonder werk zitten terwijl er een te kort is aan hogere technisch opgeleide personeelsleden.

Fraude bij autoreparaties komt vaak voor

Volgens het Verbond van Verzekeraars wordt door autoschadeherstellers vaak gefraudeerd bij de reparatie van auto’s. Het Verbond van Verzekeraars noemt dit een structureel en omvangrijk probleem. De branchevereniging heeft een steekproef gedaan naar de betrouwbaarheid van autoschadeherstellers. Hieraan namen acht autoverzekeraars deel. In de steekproef werden 500 blikschadereparaties onderzocht die hij verschillende autoherstelbedrijven werden uitgevoerd. Uit de steekproef is gebleken dat bij meer dan 10 procent van de autoreparaties gefraudeerd was door de schadehersteller.

Onderzoek naar autoreparaties
De uitkomst van de steekproef wordt door het Verbond van Verzekeraars “schokkend” genoemd. De streekproef is zorgvuldig uitgevoerd. Hierbij werden 500 auto’s onderzocht die door autoschadeherstellers waren gerepareerd. Het Verbond van Verzekeraars liet deze auto’s door schadeherstellers controleren. Tijdens deze controle werd beoordeeld of de kosten die door de autoschadeherstellers in rekening waren gebracht daadwerkelijk overeenkwamen met de daadwerkelijke herstelkosten.

Te veel in rekening gebracht
Gemiddeld bleken de herstelkosten bij de fraudegevallen 18 procent lager te liggen dan de rekening die door de autoschadehersteller werd ingediend. Er waren daarbij uitschieters van 50 procent! Dit houdt in dat een autoschadehersteller het dubbele bedrag in rekening bracht van de daadwerkelijk gemaakte herstelkosten.

Fraude in herstelwerkzaamheden aan auto’s
De schade-experts die door de verzekeraars waren ingezet constateerden verschillende misstanden. Zo werden er door bepaalde autoschadeherstellers onderdelen ik rekening gebracht die niet daadwerkelijk werden gebruikt of vervangen. Daarnaast werden sommige werkzaamheden niet verricht of slechts beperkt verricht terwijl deze wel op de factuur stonden. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het uitdeuken van plaatwerk terwijl de autoschadehersteller op de factuur heeft gezet dat het plaatwerk was vervangen. Daarnaast bleek ook op het gebied van spuitwerk te zijn gefraudeerd. Veel spuitwerk dat op de factuur stond werd niet daadwerkelijk uitgevoerd door de autoschadehersteller. De betrokken verzekeraars zullen waarschijnlijk de frauderende autoschadeherstellers om opheldering vragen en indien nodig aangifte doen.

Fraude leid tot hogere premies
Verzekeraars willen dat de misstanden in de autoherstelbranche zo spoedig mogelijk worden opgelost. De verzekeraars zijn niet alleen de dupe van de fraude door schadeherstelbedrijven. Ook de consument zal de gevolgen van de fraude merken. Verzekeraars moeten rendabel blijven in de markt en zullen daardoor de kosten van de reparaties moeten doorberekenen in de premies die consumenten moeten betalen voor hun verzekering. Als de reparatiekosten door fraude omhoog gaan zullen de premies ook omhoog gaan voor autoverzekeringen. Uiteindelijk zullen de consumenten die een autoverzekering hebben dus voor de fraude opdraaien.

Reactie van Technisch werken
Autoschade moet worden hersteld door een expert. Het belangrijkste aspect is veiligheid daarom moet autoschade zorgvuldig worden gerepareerd. De consument en de verzekeraar moeten er op kunnen vertrouwen dat de reparatie aan de auto vakkundig gebeurd en dat er geen kosten in rekening worden gebracht die niet zijn gemaakt. Dit vertrouwen blijkt in de praktijk echter vaak te worden beschaamd. Het is goed dat nu door een officieel onderzoek aan het ligt komt dat fraude zeer regelmatig plaatsvind.  Het is echter onmogelijk om elke auto na afloop van een reparatie compleet technisch te keuren om na te gaan of er gefraudeerd is door de autoschadehersteller. De verzekeraar zal hiervoor een oplossing moeten verzinnen.

Bij overige controles zoals APK en een ‘grote beurt’ voor auto’s wordt er ook regelmatig misbruik gemaakt van het vertrouwen van de consument. Een consument staat echter nog zwakker ten opzichte van een garage. Hierdoor is het voor een malafide garage betrekkelijk eenvoudig om een consument op te lichten. Ook hiervoor zal een oplossing bedacht moeten worden. Dit is echter ook niet eenvoudig. Voor een consument is het bijvoorbeeld niet te controleren of er oude olie is verwijdert en nieuwe olie is ingebracht. Ook het vervangen van verborgen onderdelen is een kwestie van vertrouwen.

Veel onderdelen in een auto zijn voor een leek moeilijk te herleiden. Een garage kan daardoor relatief eenvoudig meer werkzaamheden en onderdelen in rekening brengen dan de daadwerkelijke kosten. Ook is het voor een consument moeilijk in te schatten of een onderdeel daadwerkelijk vervangen of hersteld moet worden. In een aantal gevallen zal herstel of vervanging geheel niet noodzakelijk zijn en worden de kosten onnodig door het garagebedrijf opgedreven om maar zoveel mogelijk te verdienen. Er zijn echter ook garage die het goede voor hebben met de consument.

Wat is stansen en waar wordt deze bewerking voor gebruikt?

Stansen wordt met name in de plaatbewerking toegepast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een stansmachine. Met deze machine kunnen vormen uit plaat worden gehaald. Met een stansmachine worden delen van het plaatmateriaal uit de basisplaat geslagen. Dit kan men over het algemeen toepassen bij dunne plaat. Daarnaast kan men de plaat in een bepaalde vorm of hoek zetten doormiddel van stempels.

Stempels
Voor het vervormen van plaat doormiddel van een stansmachine worden stempels in de stansmachine geplaatst. Deze stempels worden door gereedschapsmakers of stempelmakers gemaakt doormiddel van verspanende technieken zoals draaien en frezen. Daarnaast worden onderdelen van stempels nauwkeurig aan elkaar bevestigd doormiddel van verschillende verbindingstechnieken zoals lassen en schroefdraadverbindingen. Bij het stansen maakt men gebruik van een bovenstempel en een onderstempel. Deze stempels moeten goed op elkaar aansluiten wanneer men de stansmachine in werking zet.

Een stempel wordt met grote zorgvuldigheid gemaakt omdat de vorm van het stempel in het plaatmateriaal wordt geslagen. Het stansen gebeurd meestal seriematig. Er worden van een bepaalde vorm meerdere exemplaren gemaakt met behulp van een stansmachine. Een stansmachine wordt in de praktijk meestal gebruikt voor het aanbrengen van verschillende vormen in metalen plaat. Daarom zijn in een metaalbedrijf meestal meerdere stempels aanwezig die in de stansmachine kunnen worden geplaatst. Als men weer de dezelfde producten wil fabriceren kan men de stempels weer opnieuw gebruiken. Hierdoor hoeft een metaalbedrijf niet voor elke productieserie opnieuw stempels te laten maken. Het maken van stempels is namelijk zeer kostbaar omdat het werk specialistisch is.

Toepassing van stansen
Doormiddel van stansen kunnen verschillende producten worden gemaakt. Hierbij kan gedacht worden aan metalen bakjes en gereedschapskisten. Ook auto-onderdelen en machineonderdelen kunnen worden gestanst. Daarnaast kunnen de meest uiteenlopende siervormen worden gestanst met een stansmachine. Deze siervormen kunnen worden gebruikt voor bijvoorbeeld hekwerken en woningdecoratie.

Stansen of ponsen
Stansen lijkt op ponsen. De benaming van deze twee bewerkingstechnieken wordt in de praktijk regelmatig doorelkaar heen gebruikt. Over het algemeen bedoelt men met ponsen het slaan van gaten uit een plaatmateriaal. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het ponsen van gaatjes in een blad papier. Ponsen is het aanbrengen van gaten in plaatmateriaal waarbij de plaat het product is en niet de vorm die tijdens het ponsen uit de plaat wordt geslagen of gesneden.

Bij stansen is de vorm die uit het gat komt het product. De plaat waaruit de vorm wordt gestanst is basismateriaal en zal na afloop worden verwijdert. De gestanste vormen worden indien nodig verder in het productieproces bewerkt of verwerkt.

Woningverkoop in mei 2014 weer gestegen

Het gaat goed met de woningverkoop in Nederland. In mei 2014 is het aantal verkopen van woningen in Nederland toegenomen. In vergelijking tot de maand daarvoor is de stijging van het aantal verkopen elf procent. In mei werden in totaal 11.966 verkochte woningen geregistreerd in het Kadaster. Als men dit aantal vergelijkt tot het aantal woningverkopen in mei 2013 dan is de stijging in 2014 ongeveer 44 procent. De stijging van het aantal woningverkopen was in alle Nederlandse provincies merkbaar. In bepaalde provincies was de stijging echter beter zichtbaar dan in andere provincies. De grootste stijging van het aantal woningverkopen speelde zich alf in de provincie Utrecht. In Zeeland werden daarentegen weinig woningen verkocht.

Hoekwoningen zijn populair
Als men de woningverkopen bekijkt ziet men ook verschillen tussen het type woning dat verkocht wordt. Hoekwoningen waren in de maand mei vooral populair op de woningmarkt. Van dit type woning werd bijna de helft meer verkocht dan het aantal verkopen in de periode ervoor.

NVM
De Nederlandse Vereniging voor Makelaars (NVM) houdt de ontwikkelingen op de woningmarkt nauwlettend in de gaten. De makelaarsvereniging is positief over het aantal woningverkopen en melde eerder al een stijging. Makelaars hebben een goed beeld op de ontwikkelingen in de huizenmarkt. Het aantal bezichtigingen in Nederland neemt toe. Er zijn meer potentiële kopers op de markt. Van deze kopers heeft echter een deel nog een eigen woning die ze eerst moeten verkopen. Dit staat een doorstroom op de woningmarkt in de weg.

Reactie van Technisch Werken
De verbetering van de woningmarkt zet door. De huizenprijzen zijn echter wel gedaald ten opzichte van de prijzen die voor de economische crisis voor woningen werden betaald. Hierdoor zitten woningeigenaren niet zelden met een hypotheek die hoger is dan de verkoopprijs van hun woning. Deze woningen staan spreekwoordelijk ‘onder water’. Dit is op zich niet erg behalve wanneer de woning verkocht moet worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een scheiding of een verlies van inkomen door ontslag. Hierdoor kunnen woningeigenaren genoodzaakt zijn om hun woning met verlies te verkopen. Mensen kunnen in die situatie nog verder in financiële problemen raken.

Gelukkig dekt de Nationale Hypotheekgarantie in veel gevallen de restschuld als een woning met verlies moet worden verkocht. Hieraan zijn wel strenge voorwaarden gesteld. Op een gegeven moment zullen mensen die met een overwaarde zitten uit de financiële problemen komen en zal de woningmarkt gezonder worden.

Pas wanneer de restschuldproblemen zijn opgelost en de werkloosheid verminderd zal de woningmarkt ook structureel een herstel laten zien. Schulden en werkloosheid maakt veel potentiële verkopers onzeker. Financiële onzekerheid is niet goed voor het consumentenvertrouwen. De overheid heeft met haar kabinetsplannen ook invloed op de koopkracht en het consumentenvertrouwen van Nederlandse burgers. Er moet minder worden bezuinigd en meer worden geïnvesteerd.

Technisch werk vinden medio 2014

De arbeidsmarkt zit medio 2014 op slot aldus een grote detacheringsorganisatie die onderzoek heeft gedaan naar de arbeidsmarkt in Nederland. Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat de vraag en het aanbod van personeel op de arbeidsmarkt niet aansluit. Deze ontwikkeling is ook merkbaar in de techniek. Er is voldoende technisch personeel op de arbeidsmarkt beschikbaar. Toch vinden veel technische werkzoekenden maar moeilijk een baan. Wat zijn daar de oorzaken van?

Lean management en reorganisatie
Een groot deel van de bedrijven in de techniek heeft de afgelopen jaren nauwelijks geïnvesteerd in het huidige personeelsbestand. Bedrijven legden de focus met name op het overleven in plaats van het investeren. Delen van bedrijven werden afgestoten en er vonden verschillende reorganisaties plaats. Bedrijven voerden lean modellen in om een rendabele afgeslankte organisatie te creëren. Er werd daarbij vooral aandacht besteed aan de kernprocessen. Alles wat daaraan geen directe bijdrage leverde werd nauwkeurig geanalyseerd en indien mogelijk gereduceerd.

Hierdoor lieten veel organisaties vrijwillig of gedwongen personeel vertrekken. Door de reorganisaties en de ontslagen kwamen veel werknemers op straat te staan. Hierdoor nam het aantal beschikbare arbeidskrachten toe op de arbeidsmarkt.

Automatisering
Bedrijven in de industrie en techniek proberen daarnaast het werk van personeel over te nemen door verregaande automatisering van productie- en assemblageprocessen. Eenvoudig technisch werk wordt steeds vaker overgenomen door machines en robots. Hierdoor wordt lager geschoold technisch personeel voor veel bedrijven overbodig. Dit heeft ontslagen tot gevolg en daarnaast komen er meer lager opgeleide technische medewerkers op de arbeidsmarkt beschikbaar.

De vraag naar technische specialisten
De lager opgeleide technische medewerkers vinden moeilijk een baan omdat bedrijven vragen om technisch specialisten. Bedrijven hebben hoog opgeleid technisch personeel nodig om de concurrentiepositie verbeteren. De concurrentie tussen bedrijven vind al lang niet meer binnen landsgrenzen plaats. Bedrijven in de techniek concurreren al jaren met andere bedrijven wereldwijd. Dit zorgt er voor dat bedrijven er alles aan moeten doen om betere, efficiëntere innovaties te ontwikkelen.  Daarvoor is hoog opgeleid technisch personeel nodig.

Gebrek aan hoog opgeleid technisch personeel
De vraag naar hoog opgeleid technisch personeel is overal in de techniek aanwezig. In de werktuigbouwkunde vragen bedrijven om engineers, tekenaars en productontwikkelaars. Ook in de elektrotechniek en elektronica zijn hoog opgeleide technici zeer gewild. Toch komen er maar weinig hoog opgeleide technici van opleidingsinstituten. Bètavakken zijn nog steeds niet in trek bij veel leerlingen. Opleidingsinstituten zouden er goed aan doen als ze leerlingen bewust maken van de gunstige loopbaanperspectieven die er zijn in de techniek voor hoog opgeleiden.

Tot slot
De toenemende beschikbaarheid van lager opgeleid technisch personeel zorgt voor een overschot aan kandidaten voor lagere technische functies. Het gebrek aan hoger opgeleid technisch personeel zorgt er vervolgens voor dat zwaardere technische functies in het middenkader nauwelijks ingevuld kunnen worden. Technische uitzendbureaus, detacheringsbureaus en bureaus die zijn gericht op technisch recruitment hebben moeite met het invullen van zwaardere profielen van klanten. Hoog opgeleide technici blijven tegenwoordig bij hun huidige werkgever omdat de zekerheid van een vast contract in economische onzekerheid erg belangrijk is. De arbeidsmarkt zit nog op slot maar daar kan verandering in komen. Als de hervormingen op de arbeidsmarkt worden ingevoerd zullen en verschuivingen plaatsvinden. De markt is volop in beweging en dat is wederom een teken dat de economie in Nederland aantrekt.