Wat is arbeidsbemiddeling?

Arbeidsbemiddeling is een woord dat regelmatig op de arbeidsmarkt wordt gebruikt. Het woord arbeidsbemiddeling bestaat uit twee delen ‘arbeid’ en ‘bemiddeling’. Waar het woord arbeid voor staat is duidelijk, meestal wordt het in dit verband vertaald met werk of baan. Met ‘bemiddeling’ worden handelingen bedoelt die er voor zorgen dat vraag en aanbod bij elkaar komen. Arbeidsbemiddeling is het bemiddelen van personeel naar een passende baan. Arbeidsbemiddeling wordt in Nederland op verschillende manieren gedaan. Zo zijn er overheidsinstellingen en re-integratiebureaus die werkzoekenden bemiddelen naar een baan. Daarnaast zijn er ook commerciële instellingen die arbeidsbemiddeling als belangrijkste dienst verlenen aan werkzoekenden en bedrijven.

Commerciële en niet-commerciële arbeidsbemiddeling
Het belangrijkste verschil tussen commerciële en niet-commerciële arbeidsbemiddeling is het financiële aspect. Commerciële arbeidsmiddeling is gericht op het behalen van omzet en winst. Niet-commerciële arbeidsbemiddeling heeft omzet en winst niet als belangrijkste doelen. In plaats daarvan is deze vorm van arbeidsbemiddeling veel meer gericht op het helpen van mensen aan een baan. In de meeste gevallen is niet-commerciële arbeidsbemiddeling bedoelt voor mensen in een uitkeringspositie of voor werkzoekenden die in een uitkeringspositie kunnen raken. De doelstelling van niet-commerciële arbeidsbemiddeling is over het algemeen dat er zo weinig mogelijk mensen in een uitkeringspositie terecht komen.

Commerciële arbeidsbemiddeling is gericht op het behalen van winst. Hierbij wordt ook gezocht naar een ideale overeenstemming tussen de wensen van de werkzoekende en de potentiële werkgevers. De personen die bemiddelt worden kunnen werkzoekenden zijn in een uitkeringspositie maar het is ook goed mogelijk dat er van werk naar ander werk wordt bemiddelt. Dit laatste geval zorgt er voor dat de persoon die bemiddelt wordt op zoek is naar een betere betrekking bij een andere organisatie. De werkzoekende in een uitkering zal veel meer de noodzaak voelen om elke baan te accepteren. In het geval van niet-commerciële bemiddeling door een overheidsinstelling of re-integratiebureau is de persoon in een uitkeringspositie in veel gevallen verplicht om aan de arbeidsbemiddeling mee te werken. Indien de persoon weigert zal dat gevolgen kunnen hebben voor de hoogte van de uitkering of kan een andere sanctie worden opgelegd. Commerciële arbeidsbemiddeling is in de meeste gevallen vrijblijvend.

Varianten van commerciële arbeidsbemiddeling
Commerciële arbeidsbemiddeling neemt een groot aandeel in beslag van de arbeidsbemiddeling op de arbeidsmarkt. Er zijn veel verschillende instanties die gericht zijn op arbeidsbemiddeling met het doel winst te behalen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan uitzendbureaus, detacheringsbureaus, recruitmentbureaus en headhunters. Tussen deze verschillende soorten bedrijven zitten verschillen. Deze manier waarop deze bedrijven met arbeidsbemiddeling omgaan biedt echter ook overeenstemmingen. Hieronder zijn de verschillende soorten bedrijven iets uitgebreider omschreven.

  • Uitzendbureaus. Een uitzendbureau bemiddelt uitzendkrachten. Dit zijn werkzoekenden die over het algemeen ingezet worden op korte projecten om een tijdelijke piek in de productie op te vangen. Daarnaast worden uitzendbureaus ook ingeschakeld voor langdurige projecten. In dat geval wordt een uitzendkracht eerst een periode ingeleend door een bedrijf en na verloop van tijd overgenomen door een bedrijf.
  • Detacheringsbureaus. Een detacheringsbureau bemiddelt werknemers die in dienst zijn bij het detacheringsbureau zelf. Deze werknemers hebben een contract voor bepaalde duur of voor onbepaalde duur bij het detacheringsbureau. Het detacheringsbureau dient ten minste voor de duur van het contract werk te vinden voor de contractmedewerker. Als dit niet gebeurd zit de contractmedewerker thuis en moet het detacheringsbureau hem of haar doorbetalen. Hierdoor zal het detacheringsbureau voortdurend de druk voelen om medewerkers door te plaatsen. In tegenstelling tot een uitzendbureau is bij een detacheringsbureau al het personeel in dienst bij het bureau. Een uitzendbureau heeft over het algemeen ook contractmedewerkers maar deze medewerkers vormen een veel kleiner aandeel van het totale personeelsbestand.
  • Recruitmentbureaus. Een recruitmentbureau is gericht op het werven en selecteren van kandidaten. De eerder genoemde bureaus richten zich ook op recruitment alleen vormt recruitment slechts een klein deel van de werkzaamheden van een uitzendbureau en detacheringsbureau. Een recruitmentbureau heeft het zogenoemde recruiten als hoofdtaak in haar dienstverlening naar de klant. Een recruitmentbureau wordt door een bedrijf benadert en werft vanuit de vacature die door het bedrijf wordt aangeleverd. Het bedrijf is daarbij de opdrachtgever. Een recruitmentbureau zal vervolgens kandidaten zoeken en inschrijven. Hierbij worden profielen van de kandidaten gemaakt. deze worden na een zorgvuldige selectieprocedure voorgelegd aan het bedrijf.
  • Headhunters. Een headhuntersbureau zoekt in de meeste gevallen naar zeer specifieke kandidaten voor vacatures die door opdrachtgevers worden aangeleverd. Deze kandidaten zijn meestal niet werkloos maar zijn juist werkzaam bij bedrijven. Een headhuntersbureau benadert kandidaten die al werkzaam zijn en zal proberen de kandidaten te overtuigen om bij de opdrachtgever te werken die het headhuntersbureau heeft ingeschakeld. Vervolgens wordt een gesprek gehouden op het headhuntersbureau en wordt een profiel opgesteld. Dit wordt voorgelegd aan de opdrachtgever zodat er een kennismakingsgesprek kan plaatsvinden.

De meeste uitzendbureaus, detacheringsbureaus, recruitmentbureaus en headhunters zijn gericht op een specifiek marktsegment. Dit kan bijvoorbeeld de overheid zijn, de financiële dienstverlening, de zorg of de techniek. Met name de techniek is een zeer brede sector waarbinnen verschillende sectoren actief zijn. Iemand die bemiddelt in deze sector moet goed weten welke specifieke technische aspecten aan de orde komen bij bepaalde functies. Recruitment in de techniek is niet eenvoudig omdat er veel kennis aan de orde komt. Technisch recruitment wordt over het algemeen gedaan door arbeidsbemiddelaars die ervaring hebben in de techniek of daar een opleiding voor hebben gevolgd.

Technische uitzendbureaus en technische detacheringsbureaus hebben meestal een specifieke technische richting waarbinnen ze personeel bemiddelen zoals bijvoorbeeld de werktuigbouwkunde, installatietechniek, elektrotechniek, bouw, offshore en telecom. Het bemiddelen van personeel in deze sectoren vereist kennis van de branche.

Arbeidsbemiddeling door bedrijven zelf
Het is ook mogelijk dat bedrijven zelf actief zijn in de arbeidsbemiddeling. In dat geval kan er sprake zijn van corporate recruitment. Hierbij zoekt een afdeling van het bedrijf zelf actief naar personeel voor bepaalde functies. Deze afdeling heeft uiteraard veel verstand van het bedrijf en de werkzaamheden die daar worden uitgevoerd. Hierdoor kan nog gerichter personeel worden geworven. Een corporate recruitmentafdeling zal echter net als andere arbeidsbemiddelingsinstanties ook gebruik maken van de volgende wervingsmiddelen:

  • Personeelsadvertenties in kranten
  • Personeelsadvertenties op vacaturesites
  • Social media

Daarnaast maken corporate recruitmentafdelingen ook gebruik van de dienstverlening van recruitmentbureaus, headhunters en uitzendbureaus. Dit zullen bedrijven echter pas op het laatste moment inzetten om geschikte kandidaten te vinden omdat het inzetten van deze bureaus extra kosten met zich mee brengt voor bedrijven. Daarnaast besparen deze bureaus veel tijd voor een bedrijf omdat ze veel werk uit handen nemen van de interne recruiters.

Klimaatverandering moet spoedig worden opgelost

Het VN-klimaatpanel IPCC heeft gewaarschuwd dat er in de wereld snel maatregelen moeten worden genomen om de opwarming van de aarde te stoppen. Honderden wetenschappers hebben in een rapport beschreven dat de opwarming van de aarde onomkeerbaar wordt als deze opwarming op korte termijn niet met probate middelen en oplossingen wordt vertraagd of gestopt.  De gevolgen van de opwarming van het aardoppervlak zijn volgens de onderzoekers zeer ernstig. In het rapport werd aangegeven dat alle continenten op de wereld al te maken hebben met opwarming van de aarde. De effecten daarvan zijn op elk continent op de aarde al merkbaar.

De klimaatverandering zorgt voor verschillende nadelige effecten in de wereld. Zo zijn de gevolgen onder andere te merken in de voedselproductie. De onderzoekers geven aan dat de wereld nog onvoldoende voorbereid is op de verwachte veranderingen. De chef van de Wereld Meteorologische Organisatie van de VN geeft aan dat veel mensen uit onwetendheid schade hebben toegebracht aan het klimaat. Hij geeft aan dat onwetendheid niet langer meer als een excuus kan worden gebruikt voor vervuiling. Mensen weten nu welke vervuiling er voor zorgt dat de aarde opwarmt.

Het onlangs gepubliceerde rapport van het VN-klimaatpanel IPCC is het tweede deel van het IPCC-rapport dat iedere zeven jaar naar buiten wordt gebracht. In de maand september van 2013 werd het eerste deel gepubliceerd. Dit deel ging met name over het stijgen van de zeespiegel ten gevolge van het smelten van de ijskappen op de poolgebieden. Het tweede deel is met name gericht op de gevolgen van de klimaatveranderingen voor mensen, dieren en de overige natuur.

Reactie van Technisch Werken
Klimaatverandering gaat met verhoudingsgewijs kleine stappen. Daardoor lijken de gevolgen van de klimaatverandering gering. Dit is echter niet het geval. De gevolgen van een structureel veranderen van het klimaat heeft grote gevolgen. Aan de ene kant stijgt de zeespiegel. Dit zorgt er voor dat lager gelegen gebieden zoals bijvoorbeeld grote delen van Nederland goed beschermd moeten worden tegen een hogere zeewaterstand. Dijken en overige deltawerken moeten worden versterkt.

Daarnaast  zorgt een hogere temperatuur er voor dat bepaalde gebieden sneller uitdrogen. Dit lijdt tot woestijning. Om dit te voorkomen zullen boeren er alles aan moeten doen om water naar hun akkers te brengen. Dit vereist extra inspanningen en zorgt er daarnaast voor dat in bepaalde delen van de wereld water nog schaarser wordt. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat voedsel daar ook schaarser wordt.

De aarde is de enige planeet waar mens, dieren, planten en bomen kunnen leven zonder dat daarvoor kunstmatige systemen voor hoeven worden aangelegd. De aarde is door God voor dit doel geschapen. Voor mensen is het een uitdaging om daar verantwoord mee om te gaan. De aarde is niet uit zichzelf ontstaan en wordt ook niet uit zichzelf vernietigd. De mensen hebben daar invloed op. Niet alleen zijn ze de veroorzaker van heel veel problemen met betrekking tot vervuilding, ze hebben ook de mogelijk om oplossingen te bieden. Technici over de hele wereld zijn zich daar gelukkig van bewust. Daarnaast zijn veel bedrijven en landen aan het investeren in duurzaamheid. De vraag is of dit voldoende is om de klimaatverandering tegen te gaan. De toekomst zal een antwoord op deze vraag geven.

Wat is deeltijd-WW precies en hoe vraag je dit aan?

De deeltijd-WW is de opvolger van de regeling werktijdverkorting. Een deeltijd-WW kan worden aangevraagd door bedrijven als ze onvoldoende opdrachten hebben om hun eigen personeel aan het werk te houden. Een werknemer met deeltijd-WW blijft officieel in dienst bij het bedrijf. Hij of zij zal echter minder uren bij het bedrijf werken dan in de arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd. De contracturen van werknemers kunnen door een bedrijf tot maximaal vijftig procent worden verminderd door gebruik te maken van deeltijd-WW. Een werknemer krijgt de uren die hij bij het bedrijf aanwezig is gewoon in loon uitbetaald. De uren dat hij in deeltijd-WW zit krijgt hij van de WW.

Waarvoor wordt de deeltijd-WW gebruikt?
De deeltijd-WW is een regeling die bedacht is voor de economische crisis. De deeltijd-WW brengt minder verplichtingen met zich mee dan bij de reguliere WW het geval is. De regeling is een noodoplossing die door een bedrijf kan worden aangewend. Een bedrijf kan met de deeltijd-WW veel loonkosten besparen omdat de uren van de werknemer worden afgestemd op de projecten en opdrachten van het bedrijf.

Nadelen van de deeltijd-WW
Deeltijd-WW klinkt als de ideale oplossing voor bedrijven die het in de economische crisis moeilijk hebben. Toch is deeltijd-WW niet zo aanlokkelijk als deze regeling op het eerste oog lijkt. Misbruik van de deeltijd-WW wordt bestraft. Ook krijgen bedrijven een boete als medewerkers tijdens de deeltijd-WW alsnog worden ontslagen. Deze boete is ook van toepassing als een werknemer een paar weken na de deeltijd-WW wordt ontslagen. De medewerker moet na de periode van deeltijd-WW nog minimaal één derde deel van de totale periode van deeltijd-WW bij het bedrijf in dienst blijven. De minimale duur hiervan is drie maanden. Als hieraan niet wordt voldaan zal het bedrijf hiervoor een boete krijgen.

Daarnaast zal een bedrijf de kosten moeten betalen van medewerkers die geen WW-rechten hebben. Werknemers die in de deeltijd-WW zitten merken de gevolgen daarvan in de WW-rechten die ze hebben opgebouwd. Daarnaast worden over de gekorte uren geen extra WW-rechten opgebouwd. Een bedrijf hoeft echter niet voor deeltijd-WW te kiezen als het moeite heeft om het personeel aan het werk te houden. Er zijn namelijk ook andere oplossingen.

Voorwaarden voor deeltijd-WW
Er zijn verschillende voorwaarden gesteld aan het gebruik van deeltijd-WW. Onder personeel moet voldoende draagvlak zijn voor het gebruiken van deze regeling. Daarom moet de vertegenwoordiging van het personeel instemmen met het besluit over deeltijd-WW. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. Daarbij moet worden aangegeven hoe groot de omvang is van de deeltijd-WW. Ook andere afspraken over bijvoorbeeld scholing of detacheringsmogelijkheden dienen schriftelijk vast te worden gelegd. Met detacheringsmogelijkheden worden mogelijkheden bedoelt die het bedrijf kan benutten om haar eigen personeel bij andere bedrijven onder te brengen zodat ze aan het werk kunnen blijven.

Veel bedrijven in onder andere de techniek gaan samenwerkingsverbanden aan met andere bedrijven. Aan de periode van werktijdverkorting is een minimum duur verbonden. Deze minimale duur moet in ieder geval 26 weken zijn. Daarnaast moet de werktijd van de werknemer tenminste met 20 procent worden ingekort door de deeltijd-WW. Een werknemer moet ook daadwerkelijk de afgesproken periode hebben gewerkt. Uren die het bedrijf gebruikt voor deeltijd-WW mogen niet worden gebruikt om te werken. Als dit toch gebeurd wordt dat beschouwd als misbruik van de deeltijd-WW. Op dit misbruik staan sancties. Als er fraude wordt geconstateerd mag het bedrijf geen gebruik meer maken van de deeltijd-WW. Daarnaast moet het bedrijf de totale vergoeding van alle uitkeringen terugbetalen. Verder kan de deeltijd-WW niet worden gebruikt voor werknemers die een tijdelijk arbeidscontract hebben dat in de periode van de deeltijd-WW afloopt.

Hoe kun je deeltijd-WW aanvragen?
Bedrijven kunnen deeltijd-WW aanvragen bij het UWV. Bij de aanvraag moet een kopie worden verstrekt van de afspraken die zijn overeengekomen met de vertegenwoordigers van de medewerkers. Als bijlage dienen de scholingsafspraken per medewerker te worden aangegeven. Verder wenst het UWV een ‘werkgeversverklaring vergoeding WW’ van het bedrijf te ontvangen. Pas wanneer dit allemaal is gelukt zullen de medewerkers van het bedrijf de deeltijd-WW kunnen aanvragen. Deze wordt vervolgens door de werkgever verzonden.

Wat is een mobiliteitsbureau en wat is een mobiliteitscentrum?

De term mobiliteitscentrum wordt regelmatig gebruikt wanneer er ontslagen vallen bij grote bedrijven. Massaontslagen hebben grote gevolgen voor werknemers en de werkgelegenheid in een bepaalde regio. Het aanbod van werkzoekenden op de arbeidsmarkt wordt door faillissementen of het verdwijnen van banen aanzienlijk vergroot op de arbeidsmarkt. Er komen meer mensen beschikbaar en als daar niet binnen afzienbare tijd werk voor wordt gevonden zal het aantal mensen dat gebruik maakt van een uitkering stijgen. Dit zorgt er voor dat het UWV meer uitkeringen moet verstrekken.

Snel nieuw werk vinden
De overheid wil het aantal mensen in een uitkering zoveel mogelijk beperken. Daarom moet er alles aan gedaan worden om mensen uit de uitkering te houden. Het vinden van een passende baan voor ontslagen werknemers is daarbij de meest ideale oplossing. Hiervoor kan door een mobiliteitsbureau een mobiliteitscentrum worden opgericht. Dit gebeurd meestal in opdracht van een bedrijf waar werknemers worden ontslagen.

Sociaal plan
De afspraken en regelingen over het plaatsen van medewerkers bij andere bedrijven staan meestal in een sociaal plan. Een werkgever kan zelf proberen om de werknemers op de arbeidsmarkt een andere functie te laten vinden. Meestal is hiervoor expertise nodig die niet binnen het bedrijf aanwezig is. Daarom kan een bedrijf er voor kiezen om een mobiliteitsbureau in te zetten om de ontslagen medewerkers een andere baan te laten vinden buiten het bedrijf. Een mobiliteitsbureau kan een mobiliteitscentrum oprichten.

Mobiliteitsbureau
Een mobiliteitsbureau is een instantie die werknemers en bedrijven ondersteund bij ontslagprocedures. Verder biedt een mobiliteitsbureau ondersteuning aan bedrijven die werktijdverkortingen toepassen of gebruik willen maken van deeltijd-WW. Een mobiliteitsbureau wordt over het algemeen ingezet wanneer bedrijven problemen hebben met het aan het werk houden van hun eigen personeelsbestand.

Mobiliteitscentrum
Een mobiliteitscentrum is een ruimte die door een bedrijf of andere instantie beschikbaar wordt gesteld. Een bedrijf stelt een mobiliteitsbureau in om een mobiliteitscentrum in te richten. In deze ruimte kan de werknemer op zoek gaan naar vacatures via bijvoorbeeld internet, telefoon of andere middelen. De werknemer wordt tijdens deze zoektocht begeleid door het mobiliteitsbureau. Dit bureau heeft meestal een mobiliteitscentrum in een bedrijf ingericht op een wijze die bij het bedrijf en het personeel past.

Doelstelling van mobiliteitscentrum
De belangrijkste taak van het mobiliteitscentrum is het begeleiden van werknemers naar een andere baan. Hierbij werkt het mobiliteitscentrum samen met alle belanghebbende partijen. Uiteraard wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de personeelsleden die beschikbaar komen. Het opleidingsniveau, de werkervaring en de competenties van de werknemers worden goed in kaart gebracht zodat een passende functie voor de werknemers kan worden gevonden. De werknemer zal in eerste instantie zelf actief op zoek moeten gaan naar een andere baan. Het mobiliteitscentrum is daarbij een faciliteit die hij of zij kan gebruiken. Daarnaast zijn er meestal verschillende personen die ondersteuning kunnen bieden aan de werkzoekende. In veel gevallen zal de werkzoekende zelf contact moeten opnemen met deze dienstverleners.

Dienstverlening van een mobiliteitsbureau
Het inrichten van een mobiliteitscentrum is niet de enige taak van een mobiliteitsbureau. Een mobiliteitsbureau kan een zeer divers takenpakket hebben dat is afgestemd op de behoeften van het bedrijf en de personeelsleden die worden ontslagen. Een mobiliteitsbureau kan aan ontslagen werknemers verschillende testen aanbieden die de werknemers kunnen helpen bij hun oriëntatie op de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen trainingen worden geboden op het gebied van solliciteren. Dit kunnen bijvoorbeeld trainingen zijn op het gebied van het opstellen van een cv, het schrijven van een sollicitatiebrief en het voeren van sollicitatiegesprekken.

Daarnaast is het mogelijk voor de werkzoekenden om advies te krijgen over hun eigen loopbaanontwikkeling. Soms is bijscholing of omscholing noodzakelijk om de kans op werk te vergroten. Ook hierbij speelt een mobiliteitsbureau een belangrijke rol. Een mobiliteitsbureau weet door de samenwerkingsverbanden die dit bureau heeft met verschillende instanties goed waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt. Dit is informatie die belangrijk is bij een loopbaankeuze of opleidingsrichting.

Samenwerkingsverbanden
De in de eerste alinea hierboven maakt duidelijk dat er veel verschillende instanties belang hebben bij het zo snel mogelijk vinden van werk voor werknemers die door massaontslagen en faillissementen zonder werk zijn geraakt. Mobiliteitscentrums werken samen met verschillende partijen. Hierbij kan gedacht worden aan het UWV WERKbedrijf, gemeenten, bedrijven en verschillende andere publieke en private partijen.

Meer duidelijkheid nodig over keurmerken duurzaamheid

Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp de afgelopen jaren. Veel bedrijven doen er alles aan om hun producten te promoten als duurzaam en milieubewust. Voor praktisch alle productgroepen zijn duurzaamheidskeurmerken ontwikkeld. Hierdoor is de afgelopen een enorme toename ontstaan op het gebied van duurzame keurmerken. Dit kan verwarrend zijn voor consumenten daarom heeft Milieu Centraal een website gemaakt waarop wordt uitgelegd welke duurzaamheidskeurmerken er zijn en waar deze voor worden toegepast.

Website Milieu Centraal
De website van Milieu Centraal wil duidelijkheid creëren voor consumenten op het gebied van duurzaamheidskeurmerken. Op de website staat een groot aantal keurmerken. De keurmerken die er op staan kunnen onderling met elkaar worden vergeleken op het gebied van milieuvriendelijkheid, dieren welzijn of eerlijke handel. Hierdoor kan de consument een bewustere keuze maken voor bepaalde producten die zijn voorzien van een specifiek keurmerk. De website keurmerkenwijzer.nl behandeld informatie over 170 keurmerken en bijbehorende logo’s. Dit zorgt voor transparantie op de markt.

Toename aan keurmerken
De afgelopen anderhalf jaar heeft er in Nederland een grote groei plaats gevonden op het gebied van keurmerken. Milieu Centraal geeft aan dat in deze periode meer dan 90 nieuwe duurzaamheidskeurmerken en duurzaamheidslogo’s op de markt zijn gebracht.

Reactie van Technisch Werken
Duurzaamheid is een belangrijk promotiemiddel voor bedrijven. Als een bedrijf producten verkoopt die duurzaam zijn vormt dat een bepaalde aantrekkingskracht voor potentiële klanten. Er zijn echter zeer veel duurzaamheidskeurmerken. Dit is niet alleen verwarrend voor consumenten, het is ook lastig om na te gaan op welke onderwerpen het keurmerk gericht is. Deze onderwerpen zijn verschillend. Daarnaast is ook de controle van producten niet bij elk keurmerk even streng. Een keurmerk verliest daardoor zijn betekenis op de markt. Dit moet worden tegengegaan door transparantie. Deze transparantie kan bijvoorbeeld worden geboden door de website van Milieu Centraal.

Wat is een beroepskeuzetest of een beroepentest?

Een beroepskeuzetest of een beroepentest is een test die kan worden gedaan door een persoon die meer inzicht wil krijgen in zijn of haar ambities en loopbaan. Op de arbeidsmarkt is een grote diversiteit aan functies aanwezig. Het is onmogelijk om van alle beroepen precies te weten welke taken en aspecten aan de orde komen. Daardoor is het voor sommige mensen lastig om te kunnen kiezen welke beroepen geschikt zijn en welke beroepen of werkzaamheden aansluiting bieden bij iemand zijn of haar unieke profiel. Voor het verkrijgen van dit inzicht kan een loopbaangesprek een nuttig middel zijn. Daarnaast wordt ook regelmatig gebruik gemaakt van een beroepskeuzetest of een beroepentest.

Waarom een beroepskeuzetest?
Een beroepskeuzetest is over het algemeen eenvoudig in te vullen en is een relatief goedkoop middel om inzicht te krijgen in loopbaanwensen. Op internet zijn verschillende beroepskeuzetesten te vinden. Een aantal van deze testen zijn kosteloos of tegen slechts een geringe vergoeding te maken. Over het algemeen komen uit een beroepskeuzetest voorkeuren voor bepaalde vakgebieden of beroepsrichtingen. Meestal komen er geen concrete beroepen uit naar voren. De persoon die de test heeft gemaakt zal de uitslag van de test moeten gebruiken om verdere keuzes te maken in de loopbaan. Dit kan bijvoorbeeld door te gaan solliciteren of juist door scholing te gaan volgen in de gewenste beroepsrichting. Een belangrijke reden om een beroepskeuzetest te volgen is de interessegebieden inzichtelijk te maken van degene die de test maakt. Deze interessegebieden vormen een belangrijk fundament voor verdere stappen in de loopbaan.

Voor wie zijn beroepskeuzetesten bedoelt?
Beroepskeuzetesten worden door verschillende mensen gemaakt. Dit kan al beginnen op de basisschool. Op de basisschool kunnen leerlingen een beroepskeuzetest maken om duidelijkheid te krijgen over de interessegebieden. Deze interessegebieden zijn belangrijk voor het bepalen van de opleidingsrichting. Over het algemeen is het belangrijk om een opleiding te volgen die aansluit bij de interesse van de leerling. De leerling moet daarvoor wel een bepaald beroepsbeeld hebben.

Daarnaast wordt ook op het voortgezet onderwijs regelmatig gebruik gemaakt van een beroepskeuzetest. Hierbij kan nog concreter worden gekeken naar de interessegebieden van de leerling. Vaak worden de testen begeleid door een ervaren studiekeuzeadviseur of decaan.

Beroepskeuzetesten worden niet alleen aan leerlingen aangeboden. Ook in het bedrijfsleven worden ze veel gebruikt om de loopbaankoers van werknemers in kaart te brengen. Dit kan onder andere aan de orde komen bij outplacementtrajecten.

Ook werkzoekenden maken regelmatig gebruik van beroepskeuzetesten. Hierbij kunnen ze duidelijkheid krijgen over hun wensen op de arbeidsmarkt. Daarbij wordt ook het cv vaak als reverentiekader gebruikt.

Beroepsbeeld en beroepskeuzetest
De vragen in een beroepskeuzetest zijn vaak gericht op bepaalde aspecten van beroepen. In de uitslag zijn de antwoorden op de vragen verwerkt. Het is echter goed mogelijk dat uit een beroepskeuzetest een heel ander overzicht van beroepen naar voren komt dan men in eerste instantie had verwacht.

Het beroepsbeeld is een zeer belangrijk aspect van iemand zijn of haar loopbaanoriëntatie. Het is verstandig om je zorgvuldig te verdiepen in beroepen. In Nederland zijn er zeer veel verschillende beroepen die men kan uitvoeren. Ondanks dat blijkt in de praktijk dat veel mensen zich richten op beroepen waar ze een duidelijk en positief beeld bij hebben. Andere beroepen die onbekender zijn worden terzijde geschoven en komen bij de loopbaan oriëntatie niet of nauwelijks in beeld. Een beroepskeuzetest kan er voor zorgen dat iemand ook naar andere beroepen kan kijken.

Hierbij is het echter wel belangrijk dat iemand er voor open staat om ‘out of the box’ te denken. Bestaande beeldvorming van beroepen zal regelmatig moeten worden bijgesteld. Daarnaast kunnen nieuwe beroepen in beeld komen die ook interessant kunnen zijn.

Informatie over beroepen
Een beroepskeuzetest is niet de uiteindelijke oplossing voor iemand zijn of haar loopbaankeuze. Er zijn zeer veel verschillende beroepskeuzetesten en uit elke test kan een andere uitslag komen. Daardoor kan veel onduidelijkheid ontstaan. Het is niet de beroepskeuzetest die bepaald welk beroep iemand moet gaan uitvoeren of welke opleiding iemand moet gaan volgen. Uiteindelijk bepaald de persoon zelf wat hij of zij met de uitslag van de test gaat doen.

Over het algemeen is het verstandig om de uitslag van de test te gebruiken als richtlijn om meer informatie over beroepen in te winnen. Iemand die graag technisch bezig is en van sleutel houdt zou in de autotechniek aan de slag kunnen maar ook in de staalconstructie of machinebouw. De manier waarop een werknemer sleutelt in deze technische vakgebieden is erg verschillend. Ook de arbeidsomstandigheden en risico’s zijn verschillend. Deze belangrijke informatie wordt over het algemeen niet of nauwelijks behandeld in de beroepskeuzetest. Iemand zal zelf op zoek moeten naar informatie over beroepen.

Uitzendbureaus en detacheringsbureaus
Het is natuurlijk belangrijk dat iemand een beroep kiest waar daadwerkelijk vraag naar is op de arbeidsmarkt. Over het algemeen is oriëntatie op de arbeidsmarkt van groot belang. Uitzendbureaus en detacheringsbureaus hebben een goed beeld van de arbeidsmarkt en weten aan welke beroepen behoefte is bij hun opdrachtgevers. De meeste uitzendbureaus en detacheringsbureaus zijn gericht op een specifiek markt segment. Er zijn bureaus die zich richten op de zorg, financiële dienstverlening, overheid, beveiliging en de techniek. De techniek is een sector die zeer divers is. Ook de bemiddelingsbureaus in de techniek zijn divers. Er zijn technische uitzendbureaus, technische detacheringsbureaus en er zijn bureaus die zich richten op technisch recruitment. Al deze verschillende bureaus hebben informatie over specifieke technische sectoren. Voor een goede beeldvorming over de mogelijkheden in de techniek is het verstandig om deze bureaus te bezoeken. Dit geld uiteraard ook voor bemiddelingsbureaus die zich op andere marktsegmenten richten.

Nederlandse sociale huurwoningen moeten duurzamer worden

Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp voor alle sectoren in Nederland. Niet alleen bedrijven moeten duurzamer worden ook particulieren raken in toenemende mate bewust van het belang van duurzaamheid. Door verschillende subsidiemaatregelen hebben woningbezitters de afgelopen maanden hun huizen aanzienlijk energiezuiniger kunnen maken. Hierbij kan gedacht worden aan investeringen met betrekking tot isolatie van de woning. In veel gemeenten in Nederland hebben woningbezitters oude woningen voorzien van nieuwe isolatie in de vorm van dakisolatie, muurisolatie en dubbele beglazing. Daarnaast hebben woningbezitters ook geïnvesteerd in zonnepanelen zodat ze een deel van de energie zelf op kunnen wekken doormiddel van zonne-energie.

Sociale huurwoningen
Niet alleen woningeigenaren hebben geïnvesteerd in duurzaam wonen. Er zijn ook verschillende woningbouwcorporaties die investeringen hebben gedaan in huurwoningen zodat deze energiezuiniger worden. Zo nam onder andere het aantal sociale huurwoningen met zonnepanelen toe in 2013. In 2012 hadden nog 4675 huurwoningen zonnepanelen in 2013 is dit aantal gestegen naar 8185. Verder nam ook het aantal  corporatiewoningen dat gebruik maakt van een zonneboiler toe. Meer dan de helft van de sociale huurwoningen in Nederland had door deze ontwikkelingen in 2013 een groen energielabel volgens de koepel van woningcorporaties Aedes.

Daarnaast hebben ruim 67.000 woningen in 2013 een hoger energielabel gekregen door investeringen met betrekking tot de energiezuinigheid van de woning. Door deze ontwikkelingen is het aantal woningen met een A-label gestegen naar bijna dertig procent. Op dit moment hebben de meeste woningen nog een C-label.

Convenant over energiezuinige woningen
Vanwege het feit dat veel woningen nog een C-label hebben is er nog veel dat er verandert moet worden met betrekking tot de energiezuinigheid van huurwoningen. In juni 2012 is hierover middels een  convenant afgesproken dat de corporatiewoningen aan het einde van 2020 een beter energielabel moeten hebben. Het gemiddelde energielabel van deze woningen moet in dat jaar op een B-label staan.

Woningcorporaties moeten nog veel werk verrichten om deze doelstelling te behalen. Ze moeten er voor zorgen dat woningen sneller energiezuiniger worden gemaakt. Als dat niet gebeurd worden de doelstellingen die in het convenant zijn vermeld niet gehaald. De woningcorporaties vrezen dat ze de deadline niet kunnen halen. Dit komt volgens hen door de slechte financiële situatie waarin de corporaties zitten. De investeringen in energiezuinigheid brengen vaak behoorlijke kosten met zich mee.

Reactie van Technisch Werken
Het is goed dat ook woningcorporaties aandacht moeten hebben voor de energiezuinigheid van hun woningen. Dit is niet alleen goed voor het milieu het is ook gunstig voor de huurders. Misschien is het een idee om huurders te vragen of ze zelf misschien ideeën hebben over het energiezuiniger maken van de woning waarin ze verblijven. Uiteindelijk bespaart een goede isolatie de huurder veel geld aan energielasten. Grote dakoppervlaktes kunnen misschien worden voorzien van zonnepanelen zodat een groot gezamenlijk rendement kan worden behaald. De woningbouwcorporaties kunnen in samenwerking met verschillende partijen effectiever omgaan met energiebesparing.

Meer diverse energie in Europa volgens Obama

Woensdag 26 maart 2014deed de Amerikaanse president Barack Obama in Brussel een oproep aan Europa. Volgens hem is de Europese Unie op dit moment veel te afhankelijk van Russisch gas en olie. Volgens de Amerikaanse president moet de EU er voor zorgen dat de energievoorziening diverser wordt. Na deze oproep had Obama een topoverleg met EU-president Herman Van Rompuy. Bij dit topoverleg was ook de José Manuel Barroso de voorzitter van de Europese Commissie aanwezig.

Volgens Obama zijn de Verenigde Staten gezegend met een gevarieerd aanbod aan energie. Dit zou Europa ook moeten hebben volgens hem. Hij noemde het zelfs een noodzaak voor Europa om de energie diverser te maken. Elke energieborn heeft volgens Obama een keerzijde. Daardoor is er geen goedkope of eenvoudige energiebron die gebruikt kan worden. volgens Obama moeten er keuzes worden gemaakt door Europa. Amerika heeft volgens hem die keuzes al gemaakt. Obama noemde daarbij het winnen van schaliegas als een belangrijke optie. Europa staat echter niet eenduidig achter het winnen van schaliegas omdat op dit moment onduidelijk is welke risico’s verbonden zijn aan het winnen van dit gas.

Reactie van Technisch Werken
Het is natuurlijk lastig om voor een ander contingent te bepalen hoe de energievoorziening moet worden geregeld. Amerika is duidelijk bereid om meer risico’s te nemen dan Europa doet. Dat deze risico’s door veel landen op dit moment onaanvaardbaar zijn is logisch. Men moet eerst goed onderzoeken of schaliegaswinning echt gevaarlijk is voor de directe omgeving op korte en lange termijn.

Verder is met name duurzame energie een belangrijk punt. Europa moet hierin wereldwijd een voortrekkersrol vervullen. Dat zou een goede spiegel kunnen vormen voor het energiebeleid van Amerika. Energieproblemen los je niet op door meer risico’s aan te gaan. Energieproblemen worden opgelost door innovaties en nieuwe ontwikkelingen.

Hiervoor zijn hoogopgeleide technici nodig. Bedrijven zijn op dit moment op zoek naar ingenieurs die met nieuwe innovaties de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven verbeteren. Het zou mooi zijn als er nog meer geïnvesteerd zou worden in de ontwikkeling van duurzame oplossingen. Hoogopgeleide technici kunnen daarvoor worden opgeleid in Europa of ze kunnen door head hunters en technische recruitmentbureaus uit het buitenland worden aangetrokken.

Technisch recruitment in 2014

De technische branche maakt een aardige groei aan het begin van 2014. Verschillende bedrijven in de techniek zijn positief over hun financiële toekomst. Deze positieve instelling hebben ze niet alleen door de gunstige berichten in het nieuws over het stijgend consumentenvertrouwen. De bedrijven merken zelf ook daadwerkelijk een stijgende vraag naar producten. Dit zorgt er voor dat bedrijven meer offertes uitschrijven.

Met name in de staalconstructie vindt een ware veldslag plaats op het gebied van offertes. Opdrachtgevers zetten hun vraag uit bij verschillende constructiebedrijven. Dit zorgt er voor dat bedrijven onderling op het gebied van prijs met elkaar concurreren. Het schrijven van offertes zorgt er voor dat diverse bedrijven in de werktuigbouwkunde te maken hebben met een administratieve druk op het middenkader. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat bedrijven in het middenkader extra mensen nodig hebben. In veel gevallen kiezen bedrijven er voor om tijdelijk personeel in te lenen. Dit zijn gedetacheerden, uitzendkrachten en zzp-ers. Enkele bedrijven kiezen er voor om tijdelijke contracten te verstrekken.

Technisch recruitment belangrijk
Recruitment voor technische bedrijven wordt belangrijker. Veel bedrijven willen zo snel mogelijk goed personeel in het middenkader en specialistische technische functies. In veel gevallen kunnen bedrijven zelf niet zo snel ‘schakelen’. Daarom hebben ze een technisch recruitmentbureau nodig met een uitgebreid netwerk en voldoende kennis van de markt. Technisch recruitment wordt daardoor belangrijker.

Piek in de productie
Na het schrijven van offertes breekt voor een bedrijf een spannende tijd aan. Bedrijven hopen natuurlijk dat zoveel mogelijk offertes door hun potentiële klanten worden ondertekend. Dit zorgt er namelijk voor dat bedrijven meer werk krijgen. De klant is echter koning en zal daarom duidelijke eisen stellen aan de bedrijven die de opdrachten mogen uitvoeren. Hierbij speelt naast geld ook tijd een belangrijke rol. Er moet niet alleen goedkoop geleverd worden, het moet ook snel.

In een aantal gevallen is het goed mogelijk dat meerdere opdracht tegelijk moeten worden uitgevoerd om aan de wensen van de klant te voldoen. Dit zorgt voor een piekproductie. Bedrijven kunnen meestal een kleine piek die kort duurt oplossen met eigen personeel. Men kiest er dan voor om over te werken. Wanneer een piekproductie echter te lang duurt is overwerken meestal geen optie. Overwerk biedt namelijk geen structurele oplossing.

Technisch uitzendpersoneel
Technische uitzendkrachten kunnen voor bedrijven in de techniek de ideale oplossing zijn om pieken in de productie weg te werken. Uiteraard moeten deze technische flexwerkers over voldoende opleiding en ervaring beschikken om meteen productie te draaien. Tijd voor een inwerktraject is er meestal nauwelijks. Daarom moeten bedrijven vertrouwen op het technisch recruitment van technische uitzendbureaus. Deze uitzendbureaus staan onder druk. Ze moeten snel goed technisch personeel leveren aan bedrijven. De concurrentie onder technische uitzendbureaus is groot.

Recruitment in de techniek in 2014
Als het herstel van de economie voort blijft zetten is er nog veel werk voor technische recruitmentbureaus en uitzendbureaus. Het begin van 2014 oogt in eerste instantie gunstig. Toch is er een hoop onrust in de wereld. Westerse landen leggen sancties op aan Rusland terwijl dat land juist verantwoordelijk is voor een groot deel van de gasleveringen in Europa. De gasprijzen hebben invloed op de productiekosten van bedrijven. Dit zorgt er voor dat veel bedrijven de gevolgen zullen merken als de gasprijs omhoog gaat.

Een gunstige ontwikkeling met betrekking tot de energieprijzen is de investering in duurzame energie. Energie die uit zon, wind en water wordt gewonnen is voortdurend aanwezig. Echter verschilt de mate van de intensiteit wel per periode en seizoen. Er zal gezocht moeten worden naar structurele oplossingen op het gebied van duurzame energie. Dit is één van de gebieden waar nieuwe technici voor nodig zijn die innovatieve oplossingen kunnen bedenken.

Ook op andere gebieden moet Nederland investeren in nieuwe technologie. Internationaal lijkt Nederland achterop te raken op het gebied van innovatie. Daarom is er veel aandacht voor bètavakken op school en wordt er veel aandacht besteed aan het enthousiasmeren van leerlingen voor een opleiding in de techniek.

Het bedrijfsleven vraagt ook om hoog opgeleid technisch personeel. Dit personeel komt van opleidingen af of kan gevonden worden bij andere bedrijven. Het werven van technici  is door social media niet meer aan landsgrenzen gebonden. Dit biedt ook uitdaging voor technisch recruitment. Technische uitzendbureaus en detacheringsbureaus halen kandidaten over de grenzen heen om hun opdrachtgevers te voorzien van geschikte ingenieurs en constructeurs. Recruitment in de techniek blijft een uitdagend vakgebied waarin specialisme een belangrijke rol zal blijven spelen.

Wat is recruitment en wat doet een recruiter?

Recruitment of recruiten zijn alle werkzaamheden die verband houden met het zoeken, selecteren en werven van kandidaten voor vacatures. De doelstelling ven recruitment is het selecteren van de meest geschikte kandidaat voor een vacature. De vacature kan zowel een tijdelijke functie betreffen als een functie voor vast dienst verband. Bedrijven schakelen een recruitmentbureau in wanneer ze zelf moeilijk kandidaten kunnen vinden voor hun vacatures. Een recruitmentbureau heeft over het algemeen een groot netwerk van potentiële kandidaten.

Verschillende recruitmentbureaus
Vanwege de diversiteit aan functies en beroepen op de arbeidsmarkt zijn veel recruitmentbureaus gespecialiseerd in bepaalde marktsegmenten. Zo zijn er recruitmentbureaus die zich richten op functies in de zorg, financiële dienstverlening, non-profit en overheidsinstellingen. Ook zijn er recruitmentbureaus in de techniek. Technisch recruitment vereist net als de andere recruitmentbranches kennis van het marktsegment. Daarover is in onderstaande alinea meer informatie weergegeven.

Diversiteit in technisch recruitment
Recruitment in de techniek is niet eenvoudig. Binnen de techniek zijn zeer veel verschillende technische functies en disciplines. Een aantal voorbeelden van de vakgebieden of deelgebieden binnen de techniek zijn:

  • Werktuigbouwkunde
  • Installatietechniek
  • Elektrotechniek
  • Civiele techniek
  • Scheepsbouw
  • Jachtbouw
  • Offshore
  • Voedingsmiddelenindustrie
  • Procesindustrie
  • Telecom

Deze deelgebieden verschillen onderling in meer of mindere mate. Scheepsbouw en jachtbouw lijken op het eerste oog wel op elkaar maar in de praktijk is er een verschil in het afwerkingsniveau, het materiaal en de aanwezige installaties. Een technisch recruiter moet daarmee rekening houden. Een ander voorbeeld is de werktuigbouwkunde, dit is een zeer breed segment waaronder verschillend segmenten kunnen vallen zoals:

  • Constructie
  • Machinebouw
  • Leidingbouw
  • Verspaning
  • Plaatbewerking

Een bureau dat zich richt op technisch recruitment zal zich meestal specialiseren op een specifiek technisch vakgebied. Door deze specialisatie kan de recruiter beter aan de vraag van de opdrachtgevers voldoen. Daarnaast zorgt specialisatie er voor dat een goed netwerk opgebouwd kan worden dat ook goed kan worden onderhouden. Er zal regelmatig personeel geworven moeten worden voor dezelfde functiegebieden en technische specialisaties. Dit zorgt er voor dat de contactpersonen in het netwerk actief worden benaderd en de contacten niet ‘verwateren’. Een netwerk is van groot belang voor effectief recruiten.

Wat doet een recruiter?
Een recruiter is een functie bij een arbeidsbemiddelingsbureau. Recruiters kunnen werkzaam zijn bij een recruitmentbureau maar ook bij een uitzendbureau of headhuntersbureau. Daarnaast hebben detacheringsbureaus meestal ook recruiters in dienst voor het werven van goed personeel.

Een recruiter is meestal gespecialiseerd in één of enkele vakgebieden. De recruiter zal voortdurend op de hoogte moeten zijn en blijven van de ontwikkelingen in de vakgebieden waarvoor hij of zij verantwoordelijk is. Hierbij wordt met name de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt bedoelt in bepaalde sectoren en functiegroepen.

Recruiters houden hun netwerk goed op orde door regelmatig telefonisch contact te hebben met kandidaten en bedrijven. Ze bezoeken ook netwerkbijeenkomsten en andere bijeenkomsten waarop personeel en bedrijven samenkomen. Recruitment is voortdurend in ontwikkeling. Een recruiter zal daarom ook regelmatig nieuwe vaardigheden op het gebied van recruitment moeten aanleren. Social media en verschillende andere digitale mediabronnen worden door recruiters regelmatig bezocht voor nieuwe kandidaten die ze kunnen bemiddelen.

Recruiters nemen meestal eerst telefonisch of per mail contact op met kandidaten. Daarna volgt over het algemeen een oriënterend gesprek waarin de recruiter de wensen en het profiel van de kandidaat in kaart probeert te brengen. Dit profiel kan hij of zij dan voorleggen aan bedrijven die vacatures hebben uitgezet bij het recruitmentbureau. Als het profiel van de kandidaat in overeenstemming is met de vacature noemt men dit een match. Het maken van een match is één van de belangrijkste onderdelen van recruitment.

Uiteraard zal de recruiter ook actief bedrijven moeten benaderen voor vacatures. Dit wordt ook wel acquisitie genoemd. Het benaderen van bedrijven waar regelmatig contact mee is wordt ook wel ‘warme’ acquisitie genoemd en het benaderen van nieuwe onbekende bedrijven wordt ‘koude’ acquisitie genoemd. Een recruiter moet bij zijn of haar klantenbestand goed duidelijk maken wat de diensten zijn van het recruitmentbureau en welke vergoedingen daarvoor in rekening worden gebracht. Een recruiter heeft daarom een commerciële, dienstverlenende houding nodig.

Verschillende soorten recruitment
In de praktijk kan de functie recruitment op verschillende manieren worden uitgevoerd. De manier waarop men recruit is afhankelijk van het verband waarin men de functie uitoefent. Grofweg bestaan er vier verschillende varianten van recruitment. Deze varianten zijn als volgt:

  • Intercedenten zijn in dienst van uitzendbureaus en voeren regelmatig werkzaamheden als recruiter uit voor hun klanten.
  • Corporate recruiters zijn recruiters die in dienst zijn van een grote organisatie. Voor de organisatie werven ze personeel in diverse functies. Corporate recruiters werken over het algemeen op een HR-afdeling.
  • Headhunters zijn over het algemeen actief als recruiter voor hogere leidinggevende functies of het middenkader. Deze recruiters worden niet voor niets ‘hunters’ genoemd omdat ze als het ware op jacht gaan naar kandidaten.
  • Recruitment consultants zijn werkzaam bij een bureau die zich specifiek richt op recruitment. Deze recruitmentbureaus werven en selecteren kandidaten voor bedrijven die vacatures bij het bureau hebben uitgezet.

Technisch recruiter
Een technisch recruiter is actief in technisch recruitment. Deze recruiters hebben over het algemeen verstand van de technische branche waar het recruitmentbureau haar dienstverlening op richt. Een technisch recruiter is goed op de hoogte van de verschillende opleidingen in de techniek en weet daarnaast ook welke werkzaamheden bij zijn of haar klantenbestand worden uitgevoerd. Deze kennis is belangrijk voor een gericht recruitment.

Technisch recruitment is dynamisch omdat de techniek voortdurend verbetert door nieuwe innovaties en technologieën. Hierdoor is er een groeiende vraag naar goede technische vakkrachten die een bijdrage kunnen leveren aan de optimalisering van bedrijfsprocessen en producten. Een technisch recruiter houdt de ontwikkelingen in zijn of haar vakgebied goed bij door het lezen van nieuws over de techniek en door in contact te treden met bedrijven en opleidingsinstituten.

In de praktijk zijn er echter grote verschillen tussen technische recruiters. Hierdoor wordt aan technisch recruitment op verschillende manieren gestalte gegeven.

Wat is sanitair en welke installaties vallen hieronder?

Sanitair is een breed begrip dat onder andere in de installatietechniek regelmatig wordt gebruikt. Met sanitair worden alle installatieonderdelen bedoelt die in gebouwen worden geïnstalleerd voor de verzorging voor het menselijk lichaam. Sanitaire installaties kunnen onder andere worden geplaatst in ruimtes zoals badkamers, slaapkamers, het toilet en andere ruimtes. Met sanitair bedoelt men over het algemeen installaties die op de waterleiding zijn aangesloten en die daarnaast een afvoer hebben. In feite is een sanitaire installatie aangesloten tussen waterleiding en riool.

Waar treft men sanitaire installaties aan?
Sanitaire installaties worden zowel in woningen geplaatst als in de utiliteit. De omvang van de sanitaire ruimtes is verschillend. Grote bedrijfspanden en fabrieken kunnen omvangrijke toiletruimtes hebben terwijl appartementencomplexen verschillende kleine toiletruimtes hebben. Daarnaast kunnen de eisen aan sanitaire installaties ook verschillen. Ziekenhuizen en zorginstellingen kunnen hoge eisen stellen aan sanitaire installaties op het gebied van veiligheid en gebruiksgemak. In de woningbouw kunnen esthetische aspecten en prijs een belangrijke rol spelen.

Ontwikkelingen in sanitair
Er zijn door de jaren heen zeer veel verschillende sanitaire installaties ontwikkelt. Hierbij speelt ook het milieu een belangrijke rol. Verspilling van water moet worden tegengegaan en daarnaast moet de installatie ook gebruiksvriendelijk blijven. Door de verandering in de eisen en normen die aan sanitair worden gesteld komen er steeds modernere installaties op de markt. Niet alleen de milieuvriendelijkheid per product kan verschillen, ook de prijs en het materiaalgebruik verschilt.

Wat valt er onder sanitair
Sanitair is een erg breed begrip waar verschillende producten en materialen onder vallen. Als men de sanitaire installaties volledig zou beschrijven ontstaat er een lange lijst. Hieronder volgt een korte opsomming van belangrijke onderdelen van een sanitaire installatie:

  • Baden
  • Badmeubelen
  • closets
  • closetzittingen
  • bidets
  • douchecabines en douchebakken
  • kranen
  • spoelsystemen
  •  systeembaden
  •  urinoirs
  •  wastafels

Kinderopvang en de economische crisis in 2013 en 2014

De economische crisis is merkbaar in verschillende sectoren. Één van de sectoren waar de crisis goed gemerkt wordt is de kinderopvang. Verschillende kinderdagverblijven moesten hun deuren noodgedwongen sluiten in 2013. Daarnaast waren er ook verschillende dagverblijven waar pedagogische medewerkers of ander personeel werden ontslagen. Deze ontslagen zijn onder andere het gevolg van het feit dat in 2013 minder ouders hun kinderen bij de kinderopvang brachten. Ook het gemiddelde aantal uren dat een kind op de kinderopvang aanwezig was daalde. Ondanks dat bleef het aantal kinderdagverblijven in Nederland ongeveer gelijk ten opzichte van de jaren daarvoor.

Kinderopvangtoeslag
Ouders die hun kinderen op een erkende kinderopvang plaatsen kunnen daarvoor van de overheid een toeslag krijgen. Deze kinderopvangtoeslag dekt een deel van de kosten van de kinderopvang. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen en het aantal uren dat een kind op de opvang is ondergebracht.

In 2013 maakten minder ouders gebruik van de kinderopvangtoeslag. In totaal is het gebruik van deze toeslag met achttien procent gedaald.  Dit bericht werd bekend gemaakt door minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA). Hij bracht de Tweede Kamer van deze ontwikkeling op de hoogte doormiddel van een brief.

Minder aanvragen kinderopvangtoeslag
De daling in het gebruik van de kinderopvangtoeslag heeft verschillende oorzaken. Zo werd voor minder kinderen aanspraak gemaakt op de kinderopvangtoeslag. Hierdoor daalde het gebruik van de toeslag met tien procent. De bezuinigingen zijn voor een belangrijk deel de veroorzakers van de daling in het aantal aanvragen voor kinderopvangtoeslag. Zo kunnen ouders met een gezamenlijk inkomen van meer dan 118.189 euro geen aanvraag voor kinderopvangtoeslag indienen voor hun eerste kind.

Arbeidsparticipatie daalt
Een andere belangrijke oorzaak van de daling in het aantal kinderopvangtoeslagen heeft te maken met de arbeidsmarkt. De arbeidsparticipatie is gedaald door de economische crisis. Er zijn in 2013 verschillende ontslagen gevallen in diverse sectoren. De ontslagen vielen in alle leeftijdscategorieën, waardoor ook jonge ouders ontslagen werden. In veel gevallen bleef de vader of moeder thuis om voor de kinderen te zorgen tijdens de werkloosheid.

Afname van kinderopvanguren
De kinderopvangsector verandert mee met de ontwikkelingen in de economie. Steeds meer kinderopvangorganisaties bieden aan hun klanten flexibele opvang. Tot voor kort factureerden kinderopvanginstellingen een volledige dag aan de ouders ook wanneer het kind eerder werd opgehaald. Tegenwoordig wordt steeds vaker het daadwerkelijke aantal opvanguren gefactureerd. Deze facturatie per uur zorgde voor een daling in het aantal opvanguren. Deze daling was 8 procent.

Reactie van Technisch Werken
De kinderopvang is een sector die zeer nauw verbonden is met de economie. Als er meer jonge ouders ontslagen worden neemt het aantal aanvragen op de kinderopvang af. Daarnaast zorgt het herstel van de arbeidsmarkt er voor dat er juist meer ouders aan het werk gaan. Hierdoor neemt het aantal kinderen op de dagverblijven toe. Aan het begin van 2014 lijkt de arbeidsmarkt van Nederland zich langzamerhand te herstellen.

Op de kinderdagverblijven nemen de aanvragen langzamerhand toe. Uiteraard is de kinderopvang ook een sector die te maken heeft gehad met de bezuinigingen. Vooralsnog lijkt deze sector de eerste bezuinigingen redelijk te overleven. Als er echter meer bezuinigingen volgen kan dat er voor zorgen dat verschillende dagverblijven in moeilijkheden komen.

Wat is transitievergoeding en wanneer kom je daarvoor in aanmerking?

De arbeidsmarkt verandert voortdurend. Daardoor verandert de wet en regelgeving over de arbeidsmarkt ook regelmatig. Aan het overleg over de veranderingen op de arbeidsmarkt nemen verschillende partijen deel. Dit zijn de werkgeversverenigingen en de vakbonden. Uiteraard is de overheid ook betrokken omdat deze er voor zorgt dat er nieuwe wet en regelgeving wordt opgesteld en geïmplementeerd. Als de partijen tot overeenstemming met elkaar komen over de wijzigingen ontstaat er een zogenoemd ‘sociaal akkoord’.

In dit sociaal akkoord staande afspraken waaraan de werkgevers en de werknemers zich in de toekomst op de arbeidsmarkt moeten houden. Het kabinet ze de afspraken om in de wetgeving. Hierdoor is wettelijk vastgelegd waaraan de deelnemers op de arbeidsmarkt moeten voldoen. De wet bepaald wat wel of niet geoorloofd is in arbeidsgeschillen.

Kantonrechtersformule als ontslagvergoeding
Er kan veel door een sociaal akkoord veranderen. De ontslagvergoeding van werknemers die door een bedrijf ontslagen worden is veranderd. In het verleden kreeg men een ontslagvergoeding op basis van de kantonrechtersformule. Hierin was vastgelegd dat de medewerkers bij een, niet aan de medewerker verwijtbaar, ontslag van een bedrijf een bepaalde vergoeding meekregen op basis van het aantal dienstjaren dat ze bij het bedrijf hadden gewerkt. In de regel kreeg een medewerker bij zijn of haar ontslag een maandsalaris per gewerkt jaar als vergoeding mee van de werkgever die de ontslagprocedure in werking zette. Deze regeling is echter door het sociaal akkoord geschrapt. In plaats daarvan wordt in de toekomst de transitievergoeding gebruikt.

Transitievergoeding als ontslagvergoeding
De transitievergoeding is over het algemeen beduidend lager dan de kantonrechtersformule. Het bedrag dat de ontslagen werknemer meekrijgt bestaat uit een derde van een maandsalaris per gewerkt jaar als de werknemer een dienstverband heeft tot tien jaar bij dezelfde werkgever. Als een werknemer langer dan tien jaar bij een bedrijf heeft gewerkt zal hij of zij over de overige jaren een half maandsalaris per gewerkt jaar ontvangen. Aan de transitievergoeding is ook een maximum verbonden. Dit maximum is vastgesteld op € 75.000. Een werknemer met een inkomen boven de € 75.000 kan maximaal een jaarsalaris meekrijgen bij zijn of haar ontslag. Afwijken van deze regels mag alleen als de werkgever of de werknemer zeer verwijtbaar zijn met betrekking tot het ontslag.

Transitievergoeding na 2 jaar dienstverband
De transitievergoeding zal volgens het sociaal akkoord ook aan werknemers moeten worden toegekend die twee jaar in dienst zijn bij een bedrijf. Het maakt daarbij niet uit of de werknemer een vast contract had of niet. Ook bij tijdelijke contracten zal de werknemer een transitievergoeding krijgen wanneer zijn of haar dienstverband niet wordt verlengd door de huidige werkgever. Deze vergoeding is uitsluitend bedoelt voor het zo spoedig mogelijk vinden van een passende baan. De vergoeding moet alleen worden besteed aan opleidingen, omscholing, bijscholing, trainingen en andere middelen die de kans op werk vergroten.

Geen transitievergoeding
Er zijn ook gevallen waarin een werkgever niet verplicht is om een transitievergoeding te betalen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan werknemers die door ernstig verwijtbaar  of nalatig handelen worden ontslagen. Dit dient echter wel aangetoond te worden. Verder is een bedrijf niet verplicht om een transitievergoeding te betalen als de medewerker jonger is dan achttien jaar en niet meer dan twaalf uur per dag heeft gewerkt. Werknemers die op de pensioengerechtigde leeftijd zijn tijdens hun ontslag hoeven ook geen transitievergoeding van het bedrijf te ontvangen. Ook bij een faillissement van het bedrijf, of surseance van betaling zal in veel gevallen het bedrijf niet verplicht worden om de transitievergoeding te betalen. Dit geld ook voor bedrijven die in de schuldsanering zitten.

Bedrijvigheid eurozone maart 2014

Het Britse onderzoeksbureau Markit heeft onderzoek gedaan naar de bedrijvigheid in Europa in maart 2014. Op maandag 24 maart 2014 bracht dit bureau de cijfers naar buiten die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen. Hieruit blijkt dat de bedrijvigheid in de eurozone tussen de maanden februari en maart nagenoeg gelijk is gebleven. In de samengestelde inkoopmanagersindex zijn de cijfers over de dienstensector en de industrie verwerkt. In februari stond deze index op 53,3 en in maart is dit indexcijfer gedaald naar 53,2. Dit is geen noemenswaardig verschil. Verschillende economen hebben de verwachting uitgesproken dat de bedrijvigheid zich zou stabiliseren in deze maanden. Dat is in deze maanden dus ook gebeurd.

Het onderzoeksbureau Markit benoemde bij het bekendmaken van de cijfers dat de economie in de eurozone een sterke groeifase meemaakt. Deze groeifase is de grootste sinds 2011. De orderontvangst nam ook toe in Europa. De onderlinge verschillen tussen de landen zijn groot. In Frankrijk nam de bedrijvigheid toe en in Duitsland nam de bedrijvigheid juist af. Ondanks dat is Duitsland de belangrijkste factor in het economische herstel van Europa. In Duitsland zal de economie verder groeien. Het onderzoeksbureau verwacht in het eerste kwartaal van 2014 een economische groei van 0,7 procent.

Reactie Technisch Werken
De bedrijvigheid neemt toe in Europa. Dat is in Nederland ook te merken. Veel bedrijven zijn positief over hun vooruitzichten. Deze positieve instelling wordt ondersteund door de toename in het aantal offertes die bedrijven uitschrijven. Verder merken bedrijven op de werkvloer ook een piek in de productie. Klanten willen producten snel geleverd krijgen en zetten daardoor bedrijven onder druk om zo snel mogelijk te produceren.

Daardoor werkt het personeel van veel technische bedrijven ook buiten de gangbare tijden om de pieken in de productie weg te werken. Dit lukt maar tot op een zeker niveau. Op een gegeven moment wordt een bedrijf voor de keuze gesteld of het meer personeel in dienst neemt of gebruik maakt van flexwerkers zoals uitzendkrachten, zzp’ers en gedetacheerd personeel.

Veel bedrijven kiezen er dan voor om flexwerkers in te zetten. Hierdoor blijven de risico’s voor het bedrijf beperkt. Als de productie na verloop van tijd afneemt heeft het bedrijf niet de verplichting om het personeel door te betalen. Bij gedetacheerd personeel neemt het detacheringsbureau deze verantwoordelijkheid op zich. Uitzendkrachten die tewerk zijn gesteld onder uitzendbeding zullen na het project weer nieuw werk moeten zoeken. Hierbij kunnen ze uiteraard gebruik maken van verschillende uitzendbureaus. Hoe flexibeler de instelling van het personeel hoe groter de kans op het vinden van een nieuw project.

Wat zijn de verschillen tussen taai en bros materiaal?

Een materiaal is bros als het materiaal zonder rekken zal breken wanneer er kracht op wordt uitgeoefend. Men maakt onderscheid tussen een taaie breuk en een brosse breuk. De soort breuk is afhankelijk van het materiaal en de kracht die daarop wordt uitgeoefend. Bros materiaal kan in tegenstelling tot taai materiaal met weinig energie worden gebroken. Vooral in scheepsbouw en in de offshore-industrie is het belangrijk dat de toegepaste materialen over voldoende taaiheid beschikken. In de offshore en in de scheepvaart worden namelijk grote krachten uitgeoefend op constructies. Deze constructies dienen daarom niet breekbaar of bros te zijn maar juist taai.

Kerfslagwaarde en taaiheid
De taaiheid van materiaal is een belangrijke materiaaleigenschap. In de praktijk wordt de taaiheid van materiaal aangegeven met een kerfslagwaarde. Hiervoor maakt men gebruik van een kerfslagproef. Hierbij wordt kracht uitgeoefend om een staafje materiaal te breken. Deze proef wordt gebruikt om de breuktaaiheid van een materiaal in kaart te brengen. Taaie materialen hebben een hoge kerfslagwaarde en brosse materialen hebben een lage kerfslagwaarde. Wanneer een bedrijf voor bepaalde constructies de materiaaleisen heeft bepaald kan men bij het bestellen van materiaal ook de kerfslagwaarde aangegeven.

Invloed van temperatuur
Men geeft de kerfslagwaarde aan bij een bepaalde temperatuur. De kerfslagproef wordt dan gedaan bij een specifieke temperatuur. De temperatuur is namelijk van invloed op het materiaal. Hoe lager de temperatuur hoe minder taai het materiaal zich gedraagt. Een hogere temperatuur zorgt er voor dat het materiaal taaier wordt. Men kan niet de kerfslagwaarde van een materiaal omrekenen van een bepaalde temperatuur naar een hogere of lagere temperatuur.

Trek-rek-kromme
Daarnaast kan men gebruik maken van een trek-rek-kromme. Dit wordt ook wel een spanning-rekdiagram genoemd. Dit is een schematische weergave van de manier waarop materiaal reageert op een bepaalde kracht. Met de curve in de diagram kan men bepalen of materiaal taai of bros is. Een klein oppervlak onder een curve geeft aan dat het materiaal bros is. Bij bros materiaal treed er geen insnoering op. Daarnaast zal bros materiaal niet of nauwelijks plastisch vervormen wanneer er kracht op uitgeoefend wordt.  Een trek-rek-kromme wordt niet alleen voor metalen gebruik. Deze schema’s worden ook gebruikt voor niet-metalen zoals bijvoorbeeld polymeren.

Wat is insnoering en wanneer ontstaat insnoering?

Insnoering is een situatie die kan ontstaan bij het vervormen van elastisch materiaal. Elastisch materiaal kan plastisch deformeren. Insnoering ontstaat wanneer elastisch materiaal zover wordt opgerekt dat het bijna breekt. In feite is insnoering het moment dat vlak voor de breuk ontstaat. Insnoering kan daardoor alleen ontstaan bij materiaal dat opgerekt kan worden. Bros materiaal kan niet insnoeren.

Hoe ontstaat insnoering?
Een taai materiaal kan men oprekken door een bepaalde kracht op het materiaal uit te oefenen. Hierdoor wordt het materiaal vervormt. Het materiaal zal eerst elastisch vervormen, dit houdt in dat het materiaal oprekt. Als er meer kracht op het materiaal wordt uitgeoefend dan zal het materiaal plastisch vervormen. Plastische vervorming ontstaat wanneer er meer kracht op het materiaal wordt uitgeoefend dan de vastgestelde treksterkte. Een plastische vervorming houdt in dat het materiaal blijvend van vorm is verandert en na het wegnemen van de kracht niet meer in de oorspronkelijke vorm zal terugkeren. Nadat de plastische vorming is ingetreden zal het materiaal gaan vloeien als de kracht op het materiaal aanwezig blijft. Vlak daarvoor vindt de insnoering plaats.

Insnoering ontstaat wanneer de vloeigrens zijn intrede doet.  De oppervlakte van het materiaal dat loodrecht ten opzichte van de kracht staat wordt kleiner. Vanaf dat moment wordt het materiaal dunner en is er minder kracht nodig om het materiaal nog verder op te rekken. Als de vloeigrens wordt overschreden zal het materiaal langer en dunner worden. Dit wordt ook wel vloeien genoemd. Als het vloeien niet wordt gestopt door het wegenemen van de belasting of kracht zal het materiaal ernstig verzwakken en uiteindelijk breken.

Insnoering en constructie
Een constructeur ontwerpt machines en constructies in de werktuigbouwkunde en metaaltechniek. Werknemers in deze functies hebben over het algemeen veel verstand van de eigenschappen van materialen. Deze informatie is van groot belang voor het ontwerpen van constructies, casco’s, frames en machines. Het materiaal waaruit deze objecten bestaan mag niet boven de vloeigrens belast worden omdat de gevolgen dan zeer ernstig kunnen zijn. Hoe hoger de vloeigrens van een metaal hoe taaier het materiaal is.

Constructeurs en engineers hebben veel kennis van de eigenschappen van metalen. Mochten ze echter meer informatie nodig hebben dan kunnen ze over het algemeen contact zoeken met een expert. Dit is meestal een metallurg. De metallurgie is gericht op het onderzoeken en beschrijven van de eigenschappen van metalen. Een metallurg weet daardoor de eigenschappen van metalen goed te benoemen zodat de constructeur hiermee rekening kan houden in zijn of haar ontwerpen.

Huizenprijzen in februari 2014 gedaald?

De daling van de huizenprijzen is nog niet gestopt. In de maand februari van 2014 zijn de huizenprijzen gedaald ten opzichte van de maand februari in 2013. De daling in de huizenprijzen is 1,7 procent volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vrijdag 21 maart 2014 bracht het CBS cijfers naar buiten over de ontwikkelingen op de woningmarkt. Tussen de hoogte van de huizenprijzen in de maand januari en februari is geen noemenswaardig verschil, deze prijzen bleven nagenoeg gelijk.

De prijzen lagen in februari 2014 op dezelfde hoogte als de huizenprijzen elf jaar gelden toen de crisis nog niet was begonnen. In 2008 vond er nog een piek plaats op de woningmarkt. Toen waren de woningen meer dan twintig procent duurder dan de prijzen aan het begin van 2014.

Meer woningverkopen
De prijzen dalen maar het aantal woningverkopen neemt toe. In totaal zijn in de maanden januari en februari 34 procent meer woningen verkocht dan het jaar daarvoor. De totale verkoop in deze maanden was bijna negentienduizend. Een deel van dit verschil heeft te maken met de aanscherping van de hypotheekregels die per 1 januari 2013 van kracht zijn gegaan. Daardoor werden aan het begin van 2013 verhoudingsgewijs weinig woningen verkocht.

Februari was een goede verkoopmaand als deze maand wordt vergeleken met de woningverkopen in de maand daarvoor. Het Kadaster gaf aan het begin van de week al aan dat er meer dan vijfentwintig procent meer woningtransacties werden geregistreerd in de maand februari 2014 dan in dezelfde maand een jaar geleden. De woningtransacties in februari 2014 waren volgens het Kadaster in totaal 10.030, in februari 2013 kwam dit aantal op 7.897 verkochte woningen.

Huizen ‘onder water’
Sinds het begin van de crisis is het aantal huizen dat ‘onder water’ staat drie keer zo hoog geworden. Een huis staat ‘onder water’ wanneer de huidige marktprijs/ verkoopprijs beduidend lager is dan de oorspronkelijke aanschafwaarde van het huis. De hypotheek van de woningeigenaren is daardoor op een verhoudingsgewijs te hoge prijs berekend. Bij de verkoop leid de woningeigenaar daarom verlies.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was de hypotheekschuld van 1,4 miljoen huishoudens in 2013 hoger dan de daadwerkelijke verkoopwaarde van het huis op dat moment. Begin 2013 kwam het aantal huizen dat ‘onder water’ stond op 34 procent. In 2008 was dat percentage nog 13 procent. Met name jonge woningbezitters hebben verhoudingsgewijs hoge hypotheken. Zij krijgen wanneer ze hun woning verkopen te maken met onderwaarde omdat ze hun woning vlak voor de crisis hebben gekocht toen de woningprijzen nog hoog waren.

Reactie van Technisch Werken
De huidige woningmarkt is een ideale markt voor starters. Deze kunnen tegen een relatief lage prijs een woning aanschaffen zonder dat ze een huis moeten verkopen. De doorstromers op de huizenmarkt hebben het moeilijker want die zullen in veel gevallen een woning met verlies moeten verkopen voordat ze een nieuwe woning kunnen aanschaffen. De oudere woningverkopers hebben in die situatie meestal een gunstiger uitgangspositie omdat ze een woning hebben gekocht in een tijd dat de prijzen nog laag waren. Dit was met name in de ‘guldentijd’. Deze woningen kunnen zelfs anno 2014 nog met winst worden verkocht als is die winst minder hoog dan vlak voor de crisis het geval zou zijn bij een woningverkoop.

Voor wie is de opleiding Deskundig Leidinggevende Projecten DLP bestemd?

In Nederland is het water en de bodem niet overal even schoon. In sommige gevallen zullen werkzaamheden uitgevoerd moeten worden in een verontreinigde bodem of in verontreinigd water. De wet en regelgeving in Nederland heeft bepaald dat deze werkzaamheden volgens bepaalde voorschriften uitgevoerd moeten worden. Het toezicht op de werkzaamheden dient te worden gedaan door een Deskundig Leidinggevende Projecten (DLP). Deze dient continue aanwezig te zijn bij de werkzaamheden. Voordat iemand een Deskundig Leidinggevende Projecten is zal hij of zij daarvoor een opleiding moeten volgens bij een gecertificeerde instelling. De opleiding duurt over het algemeen een paar dagen. Hieronder is meer informatie weergegeven over de doelgroep en de inhoud van de opleiding Deskundig Leidinggevende Projecten.

Doelgroep Deskundig Leidinggevende Projecten
De doelgroep voor de opleiding DLP bestemd is breed. Over het algemeen nemen leidinggevenden aan de opleiding deel. Hierbij kan gedacht worden aan toezichthouders en projectleiders. Daarnaast volgen ook uitvoerders, werkvoorbereiders, milieudeskundigen en veiligheidsadviseurs de opleiding DLP. De leidinggevenden die de opleiding DLP volgen hebben over het algemeen in de praktijk met regelmaat te maken met projecten in of rondom een verontreinigde bodem of verontreinigd water. Ook machinisten die werken op een kraan kunnen de opleiding volgen omdat ze graafwerkzaamheden kunnen verrichten in vervuilde grond. Verder nemen zelfs archeologen deel aan de opleiding omdat ook deze mensen regelmatig in verontreinigde grond werkzaamheden kunnen uitvoeren als ze opgravingen verrichten.

In welke sectoren is een DLP werkzaam?
In de vorige alinea zijn een aantal verschillende functies genoemd van mensen die een opleiding Deskundig Leidinggevende Projecten moeten volgen voor de uitoefening van hun functie. Deze mensen werken echter bij verschillende bedrijven in verschillende sectoren. Deze sectoren zijn zeer divers. Hier volgt een kleine opsomming van sectoren waar DLP-ers werkzaam kunnen zijn:

  • Kabelbedrijven en leidingbedrijven (beheerders en aannemers)
  • Bouwbedrijven
  • GWW bedrijven Grond-, weg- en waterbouwbedrijven
  • Bodemonderzoekbureaus
  • Bodemsaneerders
  • Archeologische bureaus

Inhoud van de opleiding DLP
Het opleidingsniveau voor de opleiding DLP is mbo. Deelnemers dienen minimaal over dit opleidingsniveau te beschikken wanneer ze aan de opleiding deelnemen. Tijdens de opleiding komt een uitgebreide theorie aan de orde waarbij onder andere wordt ingegaan op de verantwoordelijkheden en risico’s die  verbonden zijn aan werken in verontreinigd water of een verontreinigde bodem. Er wordt informatie verstrekt over de verschillende partijen die betrokken zijn bij bodemsanering en welke verantwoordelijkheden deze partijen hebben. Het BRL 7000 en protocol 7001 komt aan bod en de wateronderzoeknormen en bodemonderzoeknormen ook. Daarnaast wordt uitleg gegeven over de interpretatie van deze normen. De hoofdlijnen van de volgende wetten en besluiten komen aan bod:

  • Wet bodembescherming (Wbb)
  • Waterwet (Wtw)
  • Arbeidsomstandighedenwet (arbowet)
  • Wet milieubeheer (Wm)
  • Besluit en regeling bodemkwaliteit (Bbk/Rbk)
  • Activiteitenbesluit

Verder worden relevante onderdelen van de standaard RAW bepalingen benoemd. De bodem kan ook verontreinigd zijn door asbest. Dit asbest moet herkend worden voordat men met de werkzaamheden gaat beginnen. Daarom wordt in de opleiding DLP ook aandacht besteed aan asbestherkenning. Ook over de overige soorten water- en bodemverontreinigingen krijgt de deelnemer informatie.  Verder worden de eigenschappen van de verschillende verontreinigingen benoemt en wordt aangegeven hoe men hiermee om dient te gaan. De maatregelen die door de DLP-er moeten worden genomen worden in de opleiding op een praktische manier besproken.

Het gasmeten wordt theoretisch besproken en daarnaast wordt aangegeven welke apparaten daarvoor gebruikt moeten worden. De werking van de apparatuur wordt behandelt en de meetstrategie komt aan de orde. Verder leert de deelnemer tijdens de opleiding DLP welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden bij bepaalde soorten verontreiniging. Tijdens de opleiding wordt aangegeven hoe de beschermingsmiddelen werken en hoe ze gebruikt moeten worden. Het opstellen van een V&G-plan komt zowel met betrekking tot de ontwerpfase en uitvoeringsfase aan de orde. Ook het gebruik van een logboek voor het werken in een verontreinigde bodem of verontreinigd water wordt geleerd.

Geldigheid DLP
Na afloop van de opleiding DLP moet de deelnemer een examen volgen. Dit examen kan bestaan uit multiple-choice vragen en vragen die worden gesteld over een omschreven casus. Het examen moet met een voldoende resultaat worden behaald. Het succesvol behalen van het examen zorgt er voor dat de deelnemer een DLP certificaat krijgt. Dit certificaat is vijf jaar geldig. Na het aflopen van het certificaat dient de persoon een herhalingscursus DLP te volgen. Door het behalen van de herhalingscursus wordt het eerder behaalde DLP certificaat weer geldig.

Werkloosheid en arbeidsmarkt februari 2014

In de maand februari 2014 zijn er ongeveer dertienduizend werklozen in Nederland bijgekomen volgens cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek. Als de cijfers van het CBS worden uitgesmeerd over de hele maand februari kan men de conclusie trekken dat er gemiddeld 430 werklozen per dag bij zijn gekomen. Door het aantal nieuwe werklozen in februari is het totaal aantal werklozen in Nederland gestegen. Aan het einde van de maand stond het aantal werkzoekenden in Nederland op 691.000. Dit aantal is bijna net zo hoog als het aantal werkzoekenden in de zomer van 2014. In totaal is bijna negen procent van de beroepsbevolking van Nederland werkloos.

Werkloosheid ten opzichte van 2013
Ten opzichte van 2013 zijn er tweeëntwintig procent meer mensen die gebruik maken van  WW-uitkeringen. Dit komt doordat een toenemend aantal werklozen  in een uitkering terecht komt. De dertienduizend nieuwe werklozen in Nederland hebben in de maand februari geresulteerd in achtenveertigduizend nieuwe WW-aanvragen. Daarnaast is van hetzelfde aantal uitkeringsgerechtigden de WW-uitkering stopgezet. Het stopzetten van de WW-uitkering had verschillende redenen. Sommige werklozen zijn uit de WW geraakt omdat ze werk hadden gevonden anderen zijn uit deze uitkering geraakt omdat het recht op de uitkering kwam te vervallen.

Aantal WW-uitkeringen blijft in 2014 gelijk
Het aantal mensen dat gebruik maakt van een WW-uitkering is niet gestegen. Net als in de maand januari was het aantal mensen dat in Nederland gebruikt maakte van een WW-uitkering totaal ongeveer 460.000. Met name mensen in de leeftijd van 45 jaar en ouder vroegen een WW-uitkering aan. Daarnaast daalde het aantal jongeren met een WW-uitkering.

Werkloosheid stijgt niet meer zo snel
In 2013 steeg de werkloosheid in Nederland sneller dan in 2014. Ondanks dat zal de werkloosheid vermoedelijk aan het begin van 2014 nog wel toenemen. De economie begint langzamerhand te herstellen. De werkloosheid ijlt echter na op de economische ontwikkelingen. Minister Lodewijk Asscher erkent dit probleem. Volgens hem is de werkloosheid een probleem omdat deze niet meteen verbeterd als de economie hersteld. Het kabinet hoopt op de steun van bedrijven bij het aanpakken van de werkloosheid in Nederland. Daarvoor maakt het kabinet geld beschikbaar.

Bedrijven schrijven meer offertes
Bedrijven krijgen echter meer aanvragen van klanten en schrijven daardoor meer offertes uit. Klanten denken over het algemeen lang na voordat ze daadwerkelijk een handtekening zetten onder een opdracht. Wanneer ze de handtekening zetten moeten projecten over het algemeen zo snel mogelijk worden afgerond. Dit zorgt er voor dat veel bedrijven flexibel personeel moeten inzetten om aan de vraag van klanten te voldoen. In eerste instantie proberen ze doormiddel van overwerk de pieken in de productie op te vangen maar dat biedt geen structurele oplossing en vergt veel van de flexibiliteit van hun huidige personeelsbestand.

Consumentenvertrouwen
Het vertrouwen van consumenten neemt toe. Dit blijkt niet alleen uit de toename in offertes die bedrijven uitschrijven. Ook de huizenmarkt krabbelt steeds verder overeind. Dat zijn goede tekeningen die wijzen op een economisch herstel. In de maand maart van 2014 staat het consumentenvertrouwen van Nederlandse consumenten op min 7. Ondanks deze stijging is het aantal mensen dat pessimistisch is over de economie nog altijd groter dan het aantal optimisten. Dit is echter al sinds 2007 het geval. De koopbereidheid is in bepaalde sectoren gestegen zoals de woningmarkt. In andere sectoren is de koopbereidheid juist gelijk gebleven. Met name winkels hebben het moeilijk om voldoende omzet te draaien om uit de kosten te komen.

Reactie van Technisch Werken
Het herstel van de werkgelegenheid gebeurd nooit met enorme sprongen. Dat is logisch want een bedrijf moet zekerheid hebben of er ook op de lange termijn werk is voor het personeel dat wordt aangenomen. Veel bedrijven kiezen er daarom voor om gebruik te maken van flexwerkers. Deze flexwerkers kunnen bijvoorbeeld uitzendkrachten of zzp’ers zijn. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van detacheringspersoneel.

Het kabinet lijkt deze ontwikkeling niet wenselijk te vinden. Ze willen liever dat bedrijven werknemers rechtstreeks contracten bieden omdat dit volgens het kabinet meer zekerheden bied aan de werknemer. De praktijk blijkt echter anders te zijn. Werknemers die contracten hebben bij bedrijven worden ook ontslagen als het bedrijf economisch ten onder dreigt te gaan.

De arbeidsmarkt zal structureel hervormd moeten worden. De veranderingen zorgen er echter voor dat er altijd praktijen zijn op de arbeidsmarkt die benadeeld worden. De vraag is of de regering in staat is om voor een optimale balans te zorgen.

Waarvoor wordt een aderhulstang of een adereindhulstang gebruikt?

De adereindhulstang valt  onder de krimp- en perstangen. De tang wordt door een elektromonteur gebruikt voor het aanbrengen van een beschermende huls rondom de soepele koperen kern van een installatiedraad. De adereindhulstang wordt veel gebruikt in de scheepsbouw en in de overige industrie. In deze industrieën wordt veel gebruik gemaakt van installatiedraad met een soepele kern omdat in deze technische omgevingen veel resonantie en trillingen aanwezig kunnen zijn. De resonantie en trillingen kunnen invloed hebben op een installatie. Daarom wordt gebruik gemaakt van flexibele draad.

Flexibele draad
Installatiedraad met een flexibele kern kan ten opzichte van standaard installatiedraad gemakkelijker krimpen en uitzetten. Deze draad is daardoor elastischer en flexibeler. Daarom wordt deze toegepast in een omgeving die aan verandering onderhevig is. Vroeger werd de adereindhuls met een schroef vastgedraaid. Tegenwoordig zit achter de schroef een lipje. Dit lipje drukt op de soepele kern zodat deze niet beschadigd wordt en wel klem komt te zitten.

Voorbereiding op persen
Voordat de huls rondom de koperen kern van de installatiedraad kan worden aangebracht dient men de aderisolatie te verwijderen met een daarvoor bestemde striptang. Deze striptangen zijn er in verschillende soorten en maten. Een bekend merk striptang is Weidmüller, deze tang kan ingesteld worden.

Adereindhulstang gebruiken
De adereindhulstang kan ingesteld worden. Dit is afhankelijk van de doorsnee van de soepele kern. De adereindhulzen zijn van verschillende lengtes en diameters. De bevestiging bepaald de lengte van de adereindhuls. De gestripte draad, oftewel de blanke kern, wordt voorzien van een huls. Deze huls wordt doormiddel van de adereindhulstang om de kern een geperst. Hierdoor is de soepele kern beschermd. Als men dit heeft gedaan kan men de beschermde draad gebruiken om deze te verbinden aan een onderdeel van de installatie. Wanneer bijvoorbeeld een schroefverbinding wordt gebruikt moet de flexibele kern worden beschermd door een adereindhuls zodat deze niet kan beschadigen als de schroef wordt aangedraaid.

Machinaal adereindhulzen aanbrengen
Er zijn machines die het strippen en persen van adereindhulzen in één keer doen. De kabel wordt in de machine gedrukt. Eerst wordt de kabel dan gestript en vervolgens in dezelfde machine voorzien van een huls.