Wat is betonrot en hoe ontstaat betonrot?

Beton is een mengsel van verschillende bestandsdelen. Het bestaat uit cement, zand, grind, puin, kalk en water. De toevoeging van water zorgt er voor dat beton een deegachtig mengsel wordt dat gegoten kan worden of gestort. Het storten van beton wordt meestal in een bepaalde vorm gedaan. Daarvoor wordt een bekisting gebruikt. Een bekisting kan van hout of andere elementen worden gemaakt. Om beton extra stevigheid te bieden kan gebruik worden gemaakt van stalen matten of stalen saven. Deze matten en staven zorgen er voor dat er een stevige structuur in het beton aanwezig is. Wanneer de stalen maten echter niet goed zijn aangebracht bestaat er de kans dat het beton ernstig word beschadigd. Er is dan een kans op betonrot. Hierover is hieronder meer te lezen.

Wat is betonrot?
Betonrot kan alleen voorkomen wanneer in het beton metalen elementen zijn geplaatst die kunnen roesten. Hierdoor komt betonrot alleen voor in beton dat gewapend is met ijzer of betonstaal. Het roestproces van deze metalen zorgt er voor dat er rondom het metaal een dikke roestlaag gevormd word. Roest zet uit en zorgt er voor dat er druk op het beton wordt uitgeoefend. Uiteindelijk zal het beton barsten. Wanneer betonrot eenmaal de wapening van beton heeft aangetast heeft dit gevolgen voor het betonelement waarin de aangetaste bewapening aanwezig is. Wanneer één betonelement is aangetast heeft dat echter weer gevolgen voor de gehele betonconstructie. Betonrot komt voor in betonelementen die door geweld van buitenaf zijn beschadigd of door een jarenlang slijtageproces. Ook het onjuist samenstellen van beton kan de kans op betonrot vergroten. Het ontwerp van beton moet echter ook goed zijn. Beton moet een minimale dekking hebben rondom het wapeningsstaal. Wanneer deze dekking om wat voor reden dan ook te dun is kan betonrot door inwerking van onder andere CO2 ontstaan. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over het ontstaan van betonrot.

Hoe ontstaat betonrot?
Betonrot begint met het roesten van de ijzeren wapening die in het beton is geplaatst. Dit roestproces kan worden veroorzaakt doordat kooldioxide CO2 van de lucht indringt in het beton. Dit gebeurd via de poriën van beton. Wanneer beton in water staat kan CO2 moeilijker in beton doordringen omdat de poriën dan vol water staan. Ook de inwerking van chloriden kunnen het roesproces bevorderen. Chloriden zijn zouten. Deze komen voor in een omgeving in de buurt van de zee. Ook het strooien van zout in bijvoorbeeld de winter kan zorgen voor de indringing van chloriden in beton.

Verhardingsversneller
Wanneer in bepaalde betonsoorten de hoeveelheid verhardingsversneller word overschreden kan ook betonrot ontstaan. Een verhardingsversneller is calciumchloride, dit word ook wel aangeduid met CaCl2. Dit is feitelijk ook een chloridesoort. De toepassing van calciumchloride is nu verboden in de bouw. Hierdoor duurt het uithardingsproces van beton wel langer maar is het beton wel van betere kwaliteit.

Carbonatatiediepte
Door de inwerking van chloriden en CO2 word de ijzeroxide die rondom de betonbewapening aanwezig is afgebroken. Er ontstaat roest waardoor er druk in het beton word opgebouwd en er barsten ontstaan in het beton. Om dit te voorkomen moet er voldoende beton rondom de bewapening aanwezig zijn. Dit word ook wel de carbonatatiediepte genoemd. Hier zijn richtlijnen voor. De omgeving die de grootste kans geeft op doordringen van CO2 is in de buitenlucht en beschut tegen regen.

Wanneer er voldoende beton rondom de bewapening is aangebracht en er rekening is gehouden met carbonatatiediepte zal het beton er voor zorgen dat de bewapening is beschermd. De basische omgeving die door het beton word gecreëerd zorgt er voor dat de bewapening voldoende word beschermd. Wanneer er veel CO2 in beton aanwezig is word ook wel gesproken van  gecarbonateerd beton. In beton met teveel koolstof daalt de ph waarde. Hierdoor word de beschermlaag rondom de metalen bewapening aangetast. Chloriden zorgen er voor dat de beschermlaag van de bewapening oplost en uit beton verdwijnt als FeCl3 oftewel ijzerchloride.

Wat is beton, waaruit bestaat beton en hoe word beton toegepast?

Beton word veel gebruikt op de bouw. Bijvoorbeeld voor vloeren en elementen. Het is niet verwonderlijk dat beton veel word toegepast. Beton is een zeer duurzame en harde bouwstof en is daarnaast gunstig geprijsd. Ook is beton eenvoudig te verwerken. Beton is een kunstmatig materiaal dat veel uiterlijke eigenschappen heeft van steen. Wanneer men beton extra stevigheid wil bieden kan er voor gekozen worden om beton te wapenen. Beton word veel toegepast in traditionele bouw. Hieronder is uitgelegd waarom beton een belangrijke rol inneemt bij traditionele bouw. Daarna is beschreven waar beton uit bestaat.

Wat is de rol van beton in traditionele bouw?
Traditionele bouw houd in dat een woning traditioneel en bijna volledig op de bouw word gebouwd. Hierbij word veel gebruik gemaakt van steen en beton. Er kunnen systeembouwelementen worden toegepast die bijvoorbeeld in een loods zijn vervaardigd onder optimale omstandigheden. Een traditioneel gebouwde woning bevat een betonnen vloer op de begane grond. Daarnaast worden de verdiepingen ook voorzien van betonnen vloeren. Deze verdiepingsvloeren moeten natuurlijk steunen op stevige muren. Daarom zijn deze tussenmuren vaak ook gemaakt van betonblokken. De betonelementen worden met grote vrachtwagens naar de bouw gebracht en doormiddel van grote kranen op de gewenste plaats gelegd.  

Een traditioneel gebouwde woning is zeer stevig en duurzaam gebouwd. De betonnen vloeren zorgen voor een goede isolatie tegen kou en tegen geluid. Een andere manier van bouwen is houtskeletbouw. Daarbij word meestal veel minder gebruik gemaakt van beton.

Waaruit bestaat beton?
Beton bestaat uit meerdere bestandsdelen. Een belangrijk onderdeel van het betonmengsel is cement. Dit vormt het bindmiddel. Daar wordt granulaat aan toegevoegd. Granulaat dat voor beton wordt gebruikt bestaat uit grind en zand. Ook gruis, puin en zelfs hoogovenslak kunnen aan het betonmengsel worden toegevoegd. Daarnaast is ook kalk een belangrijk vulmiddel voor het mengsel. De bovengenoemde stoffen zijn allemaal droge stoffen. Door de toevoeging van de juiste hoeveelheid water ontstaat een deegachtige substantie. Deze substantie moet van de juiste verhoudingen worden voorzien om optimaal beton te maken. Hoe deze verhouding er precies uitziet is afhankelijk van de eisen die aan het beton zijn gesteld en de toepassing van beton in een bepaalde omgeving. Uiteindelijk zal het water er ook voor zorgen dat de aaneengebonden substantie verhard tot een steenachtige massa.

Hoe word beton toegepast?
Beton kan op verschillende manieren worden toegepast. Voordat men beton gaat gebruiken moet men goed weten waarvoor men het wil gebruiken. Wanneer beton eenmaal op zijn plek is gebracht kan het niet eenvoudig meer worden verwijderd. Beton moet worden voorzien van de juiste verhoudingen van de eerder genoemde bestandsdelen. Het moet goed gegoten kunnen worden zodat er geen luchtbelletjes ontstaan tussen het grind. Daarnaast moet het beton goed gemengd worden. Daarvoor kan een mengwagen of betonmolen worden gebruikt. Beton word meestal in een vorm gegoten. Hiervoor kan men een bekisting maken van bijvoorbeeld hout. Een bekisting is in feite een met hout afgebakende vorm. Het vloeibare beton word in deze bekisting gegoten. Men kan er voor kiezen om beton te wapenen. Hiervoor gebruikt men ijzeren staven of gevlochten ijzeren matten. Deze structuren zorgen er voor dat beton nog sterker word. Nadat het beton gegoten is zorgt het chemische proces er voor dat beton uithard. Dit komt met name door het bestandsdeel cement. Het chemische proces van uitharding blijft oneindig lang voortduren. Dit zorgt er voor dat beton na verloop van tijd net zo duurzaam kan worden als sommige natuurlijke steensoorten.

CO2 uitstoot van Europese auto’s moet omlaag

Vrijdag 29 november 2013 hebben de lidstaten van de Europese Unie gestemd over de verlaging van de CO2-uitstoot van Europese auto’s. Na afloop van het stemmen maakte de voorzitter van de Europese Unie bekend dat de maximale uitstoot van CO2 door Europese auto’s omlaag wordt gebracht. Er komen strengere normen voor Europese auto’s met betrekking tot de CO2 uitstoot.

Het duurt nog wel een aantal jaren voordat de strengere normen ingaan. Vanaf 2021 moet het verbruik van auto’s in Europa flink zijn verlaagd. Vanaf dat jaar mogen voertuigen per 100 kilometer nog maar 3,9 liter brandstof gebruiken. Dit komt neer op 95 gram CO2 uitstoot per gereden kilometer. Het huidige akkoord over de CO2 uitstoot is geldig tot en met 2020. In dit akkoord is overeengekomen dat van alle nieuwe auto’s die geproduceerd worden ongeveer 95 procent al onder deze normen moeten vallen.

Veel landen waren voor dit beleid. Duitsland wilde echter deze normen vier jaar later van kracht laten gaan. Nederland maakt zich hard voor een lagere CO2 uitstoot. Binnen de landsgrenzen van Nederland word veel aandacht besteed aan het verlagen van de CO2 en het zorgvuldig gebruik van brandstoffen. Wilma Mansveld de Nederlandse staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu was na afloop van het overleg teleurgesteld over de EU-afspraken. Zij vind dat de strengere eisen met betrekking tot de CO2 uitstoot voor personenauto’s een jaar eerder moeten ingaan. In 2020 zouden de personenauto’s al onder strengere CO2 eisen moeten vallen volgens haar. Hoe eerder deze normen ingaan hoe meer het milieu word gespaard. Daarnaast zijn de eisen ook gunstig voor de automobilisten omdat een laag verbruik ook brandstofkosten scheelt. Auto’s met een lage CO2 uitstoot zijn zuinig. Wilma Mansveld zal er alles aan doen om de CO2 norm zo streng mogelijk te maken voor nieuwe auto’s die in productie worden genomen.

Reactie van Technisch Werken
De autotechniek is de afgelopen jaren enorm verbeterd op het gebied van zuinig rijden. Veel auto’s zijn lichter geworden waardoor minder brandstof verbrand hoeft te worden om de auto in beweging te krijgen. Daarnaast is het rendement van veel motoren vergroot waardoor met dezelfde hoeveelheid brandstof meer kilometers afgelegd kunnen worden. Zuinige auto’s zijn minder schadelijk voor het milieu. Daarnaast zorgen zuinige auto’s er voor dat de fossiele brandstoffen minder snel op raken. Alternatieve manieren om een auto aan te drijven worden op dit moment volop onderzocht. Zo wordt gekeken naar mogelijkheden om verbrandingsmotoren te vervangen of te combineren met elektrische aandrijving. Dit gebeurd met hybride auto’s. Er is voor technici in de automotive nog volop uitdaging.

Wat is een tweetaktmotor en hoe werkt een tweetaktmotor?

Een tweetaktmotor is een eenvoudige motor en bevat net als een viertaktmotor cilinders en zuigers. De werking van de tweetaktmotor is grotendeels vergelijkbaar met de viertaktmotor. Alleen maken de zuigers bij een viertaktmotor vier slagen en bij een tweetaktmotor twee slagen. Daarom wordt een tweetaktmotor ook wel een tweeslagmotor genoemd. Deze zuigermotor is ook afhankelijk van de toevoer van brandstof. Een tweetaktmotor is daardoor een verbrandingsmotor. Deze motor levert arbeid wanneer de zuiger in de cilinder naar beneden wordt gestuwd. Een viertaktmotor levert arbeid bij elke tweede keer dat de zuiger naar beneden wordt gestuwd.

Hoe werkt een tweetaktmotor?
Tweetaktmotoren kunnen gebruik maken van diesel of benzine. Tussen deze twee varianten bestaan verschillen. Dit heeft onder andere te maken met de manier waarop de brandstof in de cilinder wordt gebracht. Bij een tweetaktbenzinemotor wordt dit gedaan door de carburateur die aan de lucht die door de motor word aangezogen brandstof toevoegt. Bij een tweetaktdieselmotor wordt dit gedaan door een inspuitpomp. Deze zorgt er voor dat de brandstof op het juiste moment doormiddel van een verstuiver word ingespoten in de cilinder.

Hier is uitgelegd hoe een tweetakt motor werkt die op benzine draait. Een tweetaktmotor bevat in tegenstelling tot een viertaktmotor geen kleppen. In plaats van kleppen bevat de tweetaktmotor een aantal openingen in de zijkanten van de cilinders. Deze openingen worden ook wel poorten genoemd. In totaal zijn er drie poorten: de inlaatpoort, de uitlaatpoort en de spoelpoort. De tweetaktmotor komt in beweging doordat de zuiger zich van boven naar beneden beweegt in de cilinder. Deze beweging ontstaat door de verbanding van een brandstofmengsel. Dit brandstofmengsel komt door de inlaatpoort in de carter. De carter is de ruimte in de cilinder die onder de zuiger aanwezig is. Deze ruimte wordt ook wel krukkast genoemd omdat daarin ook de krukas aanwezig is.

Op het moment dat het brandstofmengsel via de inlaatpoort in de carter wordt aangezogen beweegt de zuiger zich van het onderste dode punt naar boven. De zuiger zuigt daardoor de brandstof via de inlaatpoort de carter in. Via de spoelpoort komt het brandstofmengsel uit de carter in de ruimte boven de zuiger. Hier wordt het brandstofmengsel tijdens de compressieslag door de zuiger samengeperst. Wanneer de zuiger op het bovenste dode punt is brengt een bougie doormiddel van een vonk het brandstofmengsel tot ontbranding. Hierdoor wordt de zuiger naar beneden gestuwd. Doordat de zuiger naar beneden gestuwd word wordt de uitlaatpoort geopend en kan het deels verbrande brandstofmengsel uit de cilinder verdwijnen. De zuiger komt hierdoor weer op het onderste dode punt terecht.

Tijdens de op en neergaande beweging brengt de zuiger de krukas in beweging. Hierdoor begint de krukas te draaien en kan deze as verschillende andere onderdelen in beweging brengen. Tweetaktmotoren kunnen in verschillende posities werken,  zowel staand, liggend als over de kop. Dit zorgt er voor dat deze motoren op verschillende manieren kunnen worden toegepast.

Waar worden tweetaktmotoren toegepast?
Tweetaktmotoren kunnen zowel benzine als benzine als brandstof gebruiken. De benzinevariant van de tweetaktmotor wordt veel gebruik in machines waarbij gewichtsbesparing belangrijker is dan het brandstofverbruik. Hierbij kan gedacht worden aan motorkettingzagen, bosmaaiers, grasmaaiers en buitenboordmotoren van boten. Ook voor voertuigen worden tweetaktmotoren gebruikt die draaien op benzine. Voorbeelden hiervan zijn karts, scooters, brommers , racemotoren en karts. Tweetaktmotoren die gebruik maken van benzine worden ook wel tweetaktbenzinemotoren genoemd.

Ook dieselmotoren kunnen werken doormiddel van het tweetaktprincipe. Grote scheepsmotoren die worden gebruikt om schepen aan te drijven zijn tweetaktmotoren. Dit worden ook wel tweetaktdieselmotoren genoemd. Tweetaktdieselmotoren worden ook wel toegepast in bepaalde treinen en vrachtwagens. De meeste dieselmotoren die echter worden toegepast in de techniek zijn viertaktmotoren. Ook auto’s bevatten tegenwoordig vrijwel allemaal een viertaktmotor. De viertaktmotor is voor is voor de automotive de belangrijkste motor. De tweetaktmotor word in de autotechniek niet toegepast.

Wie is verantwoordelijk voor de ziektekosten van uitzendpersoneel?

Woensdagavond 27 november 2013 verscheen er op het NOS-journaal een korte rapportage over de ontwikkelingen omtrent de Ziektewet. Tijdens deze rapportage werd ingegaan op de risico’s voor een bedrijf die verbonden zijn aan ziekte en arbeidsongeschiktheid van werknemers. Door deze rapportage ontstond onduidelijkheid over wie nu daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de ziekte van uitzendkrachten wanneer deze worden ingeleend door een bedrijf. Is in die situatie nu de inlener verantwoordelijk of het uitzendbureau?

Wie betaald de ziektekosten van uitzendkrachten?
In het nieuws van de NOS werd ten onrechte de indruk gewekt dat inlenende bedrijven door de vernieuwing van de Ziektewet in 2014 verantwoordelijk worden gehouden voor de financiële risico’s die zijn verbonden aan de ziekte en arbeidsongeschiktheid van uitzendkrachten. Dit is onjuist volgens de Algemene Bond Uitzendondernemingen ABU . Het gaat er bij de beoordeling van het risico om wie het loon aan de uitzendkracht betaald. Uitzendkrachten zijn formeel in dienst bij een uitzendbureau. Daarom is een uitzendbureau verantwoordelijk voor het doorbetalen van de uitzendkracht tijdens de ziekte periode. Een bedrijf is verantwoordelijk voor het doorbetalen van loon bij ziekte wanneer het bedrijf zelf een rechtstreeks een medewerker op basis van een tijdelijk of onbepaald dienstverband heeft aangenomen. Dit risico word door de uitzendonderneming overgenomen wanneer de uitzendkracht via een uitzendbureau bij een bedrijf word ingeleend.

Hoe groot is het risico voor een bedrijf?
De ABU bracht als reactie op de NOS rapportage naar buiten dat bedrijven grote risico’s lopen wanneer ze zelf medewerkers tijdelijke contracten bieden. De loonsom waarvoor werkgevers verantwoordelijk zijn bij ziekte of arbeidsongeschiktheid van medewerkers is € 300.000. Ook na afloop van het contract is de (voormalig) werkgever verplicht om de werknemer gedurende de ziekte of arbeidsongeschiktheid door te betalen. Dan moet er natuurlijk wel sprake zijn van een doorlopende ziekmelding. Het bedrijf moet twee jaar ziekte doorbetalen en is verantwoordelijk voor tien jaar lang Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten oftewel WGA.

Hoe groot is het risico voor uitzendbureaus?
Uitzendbureaus dragen dezelfde risico’s als bedrijven. Wanneer uitzendkrachten ziek worden is een uitzendbureau ook verplicht om twee jaar ziekte door te betalen. Ook de tien jaar WGA zijn voor uitzendbureaus precies hetzelfde. Een uitzendbureau draagt dit risico wanneer een uitzendkracht bij een bedrijf te werk word gesteld. Een bedrijf kan met inschakeling van een uitzendbureau de financiële risico’s overdragen die verbonden zijn aan de ziekte van een medewerker.

Reactie van de uitzendbranche
Het betreft op dit moment nog een wetsvoorstel. De ABU heeft samen met de VNO/MKB en AWVN haar ongenoegen geuit over dit voorstel. Ook werkgevers zijn niet gerust bij deze wetsontwikkelingen. Werkzoekenden die te kampen hebben met gezondheidsproblemen hebben door de aanpassingen aan de Ziektewet een verminderde kans om werk te vinden. De overheid bespaard dan echter wel geld in de ziektekosten maar zal ook merken dat bepaalde medewerkers moeilijk uit een uitkeringspositie kunnen worden gehaald.

Uitzendbureaus zullen daarnaast naar mogelijkheden zoeken om de kosten die aan het ziekterisico verbonden zijn door te berekenen aan klanten. Hierdoor zal het uurtarief van uitzendkrachten waarschijnlijk stijgen. Bedrijven betalen daardoor meer voor uitzendkrachten zonder dat de kwaliteit en kwantiteit van de werkzaamheden van uitzendkrachten toenemen.

Reactie van Technisch Werken
Het wetsvoorstel zal vermoedelijk averechts werken voor de arbeidsmarkt. Juist de arbeidskrachten die afhankelijk zijn van uitzendbureaus zullen moeilijkheden ondervinden om aan een baan te komen. De overheid wil natuurlijk de kosten beperken van ziekte-uitkeringen. Dat is begrijpelijk want de kosten voor de gezondheidssector zijn enorm. Toch is het niet verstandig om deze rekening door te schuiven naar uitzendbureaus en andere bedrijven. Deze partijen zullen er namelijk voor moeten zorgen dat de risico’s zoveel mogelijk worden beperkt. Met name malafide uitzendbureaus zullen naar slinkse manieren zoeken om deze risico’s geheel af te schuiven op de uitzendkracht of andere partijen. Professionele uitzendbureaus zullen ook de mazen van de wet opzoeken. Daarnaast zullen bedrijven en uitzendbureaus van te voren een helder beeld eisen van een sollicitant over diens medische status. Dit tast de privacy van een werkzoekende aan. Kortom een slecht plan met grote gevolgen voor de arbeidsmarkt.

Uitzendkrachten hebben meer kans op werk!

De Algemene Bond Uitzendondernemingen ABU gaf deze week al eerder aan dat de uitzendbranche langzamerhand uit het dal omhoog klimt. Vandaag, op vrijdag 29 november 2013, heeft ook het Centraal Bureau voor de Statistiek CBS positieve berichten over deze branche kenbaar gemaakt. Het CBS is in tegenstelling tot de ABU onafhankelijk van de uitzendbranche. Daarom is de berichtgeving van het CBS belangrijk voor een objectieve kijk op de ontwikkelingen in de uitzendwereld.

Volgens het CBS is het aantal uitzenduren gestegen in het derde kwartaal van 2013. Dit was de eerste stijging sinds de afgelopen vijf kwartalen. Het aantal uitzenduren dat uitzendkrachten hebben gewerkt nam toe. Deze toename van het aantal uitzenduren vond plaats bij flexibele uitzendkrachten in Fase A maar ook in de contractfasen B en C.

Naast het aantal uitzenduren steeg ook het aantal vacatures op de arbeidsmarkt. Het aantal vacatures nam voor het eerst toe in twee jaar tijd. Hierdoor zijn er niet alleen meer mogelijkheden voor uitzendkrachten. Ook werkzoekenden maken een grotere kans op het vinden van een passende vacature.

Reactie van Technisch Werken
De uitzendbranche hersteld zich langzaam. Van een structurele groei is nog geen sprake. Toch zijn de eerste tekenen van herstel hoopgevend. Verschillende bedrijven hebben zo lang mogelijk gewacht met het aannemen van uitzendkrachten. Hierdoor moest het eigen personeel binnen het bedrijf harder of langer werken. Dit kan wel voor korte duur een oplossing bieden. Voor langere termijn zal er toch opgeschakeld moeten worden met personeel. Uitzendkrachten zijn dan een goede oplossing. In 2014 zal blijken of de groei in werkgelegenheid voor uitzendkrachten ook structureel zal toenemen.

Wat is een viertaktmotor of ottomotor en hoe werkt deze motor?

Tegenwoordig zijn veel auto’s nog voorzien van een verbrandingsmotor. Een verbrandingsmotor verband brandstoffen en zet deze om in bewegingsenergie oftewel mechanische energie. Hiervoor worden meestal fossiele brandstoffen gebruikt. Deze zijn verwerkt in benzine en diesel. Deze brandstoffen wordt gebruikt om een motor in beweging te krijgen. Een veelgebruikte motor waarbij dit proces plaatsvind is de viertakt-ottomotor. Deze motor word in ongeveer tachtig procent van alle personenauto’s toegepast.

Wat is een viertaktmotor of ottomotor?
Ottomotor of viertaktmotor is een verschillende benaming voor het dezelfde motor. Deze motor werd uitgevonden in 1876 door Nikolaus Otto. Hij bedacht de viertaktmengselmotor omdat hij deze motor had bedacht werd de motor ook wel Ottomotor genoemd. De viertaktmotor werd later dat jaar door Wilhelm Maybach verbeterd. Aan het einde van het jaar 1876 werd de viertaktmotor in grote aantallen geproduceerd.

De viertaktmotor is een verbrandingsmotor en bevat zuigers. Deze zuigers worden in beweging gebracht door de verbranding van brandstof. De brandstof die voor een viertaktmotor kan worden gebruikt is divers. Een veelgebruikte brandstof is benzine, daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van aardgas of LPG. De viertaktmotor word tegenwoordig in bijna alle auto’s toegepast.

Hoe werkt een viertaktmotor?
Hiervoor werd aangegeven dat een viertaktmotor zuigers bevat. Deze zuigers worden in beweging gebracht door de verbranding van een brandstofmengsel. De zuiger word door deze verbranding naar beneden gestuwd. Omdat de zuigers bevestigd zijn aan een krukas wordt deze ook in beweging gebracht. De zuiger in de viertaktmotor brengt tijdens de zogenoemde arbeidsslag de krukas in beweging en zorgt er voor dat deze as twee omwentelingen maakt. Er word bij een viertaktmotor gebruik gemaakt van verschillende ‘slagen’ die door de zuiger worden gemaakt. Deze zogenoemde slagen zijn in de volgende alinea behandeld.

Slagen van een viertaktverbrandingsmotor
Bij een viertaktmotor maken de cilinders elk vier slagen. Daar is de naam viertaktmotor ook van afgeleid. De slagen van deze motor zijn als volgt:

  • Inlaatslag. Dit is de eerste slag die door de zuiger word gemaakt. De uitlaatklep is afgesloten en de zuiger zakt naar beneden. Hierdoor ontstaat een aanzuigkracht. Door deze zuigkracht word een lucht-brandstofmengsel aangetrokken via de inlaatklep in de cilinder.
  • Compressieslag. Dit is de tweede slag die word gemaakt door de zuiger. Hierbij komt de zuiger doormiddel van de krukas weer naar boven. Daarbij drukt de zuiger het brandstofmengsel samen. Dit wordt ook wel compressie genoemd. Vandaar de naam compressieslag.
  • Arbeidsslag. Dit is de derde slag die door de zuiger wordt gemaakt. De zuiger bevind zich op zijn hoogste niveau in de cilinder. Het brandstofmengel, dat in de vorige slag werd gecomprimeerd, word ontstoken door een bougievonk. Door deze verbranding ontstaat een ontploffing en word druk gerealiseerd. De zuiger wordt met deze druk naar beneden gebracht en brengt de krukas in beweging. De krukas maakt twee omwentelingen.
  • Uitlaatslag. De vierde slag die door de zuiger wordt gemaakt is de uitlaatslag. Het verbrande brandstofmengsel moet ook weer de cilinder verlaten. Hiervoor zorgt de uitlaatslag. De zuiger bevind zich aan het begin van deze slag onderaan de cilinder. De zuiger komt weer omhoog door de draaibeweging van krukas en stuwt daardoor de verbrandingsgassen door een uitlaatklep uit de cilinder. De uitlaatslag is de laatste slag die wordt gemaakt in een viertaktmotor. Daarna begint het proces weer opnieuw.

De viertaktmotor zorgt er voor dat de krukas in beweging wordt gebracht. Hierdoor kan een voertuig worden aangedreven. De viertaktmotor moet hiervoor wel voortdurend worden voorzien van nieuwe brandstof. Deze brandstof zorgt er tijdens de verbranding voor dat CO2 wordt uitgestoten. Deze CO2 uitstoot is schadelijk voor het milieu. Daarom word in de autotechniek gekeken naar alternatieve brandstoffen en milieuvriendelijker motoren. Ondanks dat wordt de viertaktmotor nog veel toegepast binnen de automotive.

Wat is autotechniek en welke aspecten komen bij autotechniek aan de orde?

Auto’s, vrachtwagens, bussen en andere vervoersmiddelen zijn tegenwoordig niet meer weg te denken van de Nederlandse wegen. Voor veel functies hebben medewerkers een rijdbewijs nodig en eigen vervoer. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn in onze economie van groot belang. De eisen die gesteld worden aan deze bereikbaarheid worden groter. Daarnaast worden de eisen die gesteld zijn aan de voertuigen ook zwaarder. Voertuigen moeten voldoen aan verschillende wettelijke richtlijnen met betrekking tot veiligheid en zuinigheid. Daarnaast zijn er ook andere aspecten die een rol spelen bij de techniek van auto’s oftewel de autotechniek. Autotechniek valt onder de automotive.

Wat is automotive?
De automotive is een grote sector die verbonden is aan het ontwikkelen en ontwerpen van auto’s. Daarnaast behoort ook de productie en de verkoop van auto’s onder de automotive sector. Auto’s moeten echter ook worden onderhouden en gerepareerd. Hier houd de automotive zich ook mee bezig. De automotive sector is daarom erg breed. Er vallen verschillende bedrijven onder deze sector. Hierbij kan gedacht worden aan ontwerpstudio’s voor auto’s. De fabrikanten en onderhoudsbedrijven worden ook onder deze sector geplaatst. Ook importeurs en autoverkopers horen bij de automotive. Naast de commerciële aspecten die in deze sector een rol spelen is ook de techniek uitermate belangrijk. Wanneer auto’s technisch van hoogstaande kwaliteit en veiligheid zijn kunnen auto’s goed worden verkocht aan de gebruikers. In de automotive wordt daarom veel aandacht besteed aan technologie. Deze technologie wordt ontwikkelt en onderhouden door de autotechniek. Hierover is in de volgende alinea meer informatie weergegeven.

Wat is autotechniek?
Autotechniek draait, zoals de naam al doet vermoeden, om de auto. Een auto kan worden definieert als een rijtuig dat zelfstandig voortbeweegt om mensen, dieren en objecten te verplaatsen. De term automobiel is afgeleid van het Griekse woord ‘auto’ dit betekend ‘zelf’. Het woord ‘mobiel’ is afgeleid van het Latijnse woord ‘mobiles’ dat staat voor beweeglijk. Een automobiel bevat vaak een verbrandingsmotor om in beweging te worden gebracht. Een verbrandingsmotor verbrand brandstoffen. De meeste brandstoffen die hiervoor worden gebruikt zijn fossiel zoals benzine en diesel. Daarnaast zijn er niet-fossiele brandstoffen zoals koolzaad. Deze niet-fossiele brandstoffen worden minder toegepast en zijn nog volop in ontwikkeling. Ook zijn er gecombineerde aandrijvingen die ook wel hybride worden genoemd. Elektrische aandrijvingen komen ook wel voor. Hierbij wordt gebruik gemaakt van accu’s of brandstofcellen die moeten worden opgeladen. Autotechniek gaat om veel meer technische aspecten. Dit kun je in de volgende alinea lezen.

Autotechniek is een breed vakgebied
Autotechniek gaat niet alleen over de motoren en andere energiebronnen waarmee een auto in beweging kan worden gebracht. Het techniek waarop autotechniek is gericht is veel breder. Er word binnen de autotechniek ook aandacht besteed aan de veiligheid van auto’s en de manieren waarop deze veiligheid kan worden geoptimaliseerd. Daarnaast moeten auto’s aan strenge milieueisen voldoen. Deze eisen worden door verschillende internationale verbanden vastgelegd in verdragen met betrekking tot de CO2 uitstoot. Auto’s moeten lichter worden gemaakt om zuiniger te kunnen rijden. Daarvoor moet gelet worden op de materialen waaruit een auto bestaat. Metalen worden in toenemende mate vervangen door kunststoffen. Deze kunststoffen zorgen er ook voor dat de auto minder belastend is voor het wegennet omdat auto’s minder gewicht hebben. Materiaalgebruik is een belangrijk aspect van autotechniek.

Daarnaast moet het rendement van de motor zo hoog mogelijk zijn. De brandstoffen die worden verbrand in de verbrandingsmotor moeten zoveel mogelijk beweging creëren. Deze beweging is in feite mechanische energie waardoor de auto voortbewogen kan worden. Het gebruik van brandstoffen draagt echter wel bij aan de CO2 uitstoot. Deze uitstoot moet worden verlaagd volgens verschillende onderzoeksinstanties. Een te hoge CO2 uitstoot zorgt voor een opwarming van de aarde. Daarom wordt tegenwoordig in de autotechniek ook gezocht naar andere energiebronnen zoals elektriciteit.

Het ontwerp van de auto is ook belangrijk. Dit is niet alleen belangrijk voor de uitstraling. Een goed ontwerp besteed ook aandacht aan de veiligheid van het omringende verkeer. Er mogen geen scherpe of harde delen aan auto’s bevestigd zijn waardoor andere weggebruikers en voetgangers kunnen worden verwond. Ook moet een auto aerodynamisch zijn. Er moet rekening worden gehouden van de luchtweerstand die ontstaat wanneer een auto zich over de weg voortbeweegt. Ook dit komt bij autotechniek aan de orde.

Daarnaast moet een auto ondanks alle bovengenoemde eisen ook nog goed geproduceerd en gerepareerd kunnen worden. Een auto moet in een fabriek op een veilige en deugdelijke manier worden gemaakt. Auto’s bestaan uit verschillende onderdelen en tijdens de fabricage moet aandacht worden besteed aan de volgorde waarin de onderdelen aan de auto worden bevestigd. Wanneer een auto eenmaal in gebruik is genomen kunnen er natuurlijk defecten, slijtage en andere vormen van schade ontstaan. Deze schade moet goed kunnen worden verholpen. Een auto moet niet alleen goed in elkaar worden gezet, het voertuig moet ook weer gedemonteerd kunnen worden. Autotechniek besteed daarom aandacht aan de fabricage van auto’s.

Definitie van autotechniek
Autotechniek is, zoals hiervoor te lezen is, een divers vakgebied. Verschillende technische aspecten komen in het vak autotechniek bij elkaar samen. Naast technische aspecten spelen ook financiële aspecten en maatschappelijke aspecten een belangrijke rol. Wanneer we autotechniek zouden moeten definiëren dan zou de definitie als volgt kunnen zijn:

Autotechniek is het totaal van alle processen die zijn verbonden aan het bedenken, ontwerpen, testen, produceren, onderhouden en repareren van auto’s.

Wat is het verschil tussen gereedschappen en materialen?

De techniek is een belangrijke sector in het Nederlandse bedrijfsleven. Zonder de technische sector worden geen nieuwe machines, apparaten en producten ontwikkeld en gefabriceerd. Daarnaast kan zonder de technische sector niets worden gebouwd. De technische sector is heel breed. Er worden in deze sector oplossingen bedacht, ontwikkelt en uitgetekend. Daarnaast worden de ontworpen producten in uitvoerende techniek vervaardigd en geproduceerd. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. In de techniek word gebruik gemaakt van gereedschappen en materialen. Hieronder zijn de begrippen gereedschap en materiaal nader omschreven.

Wat zijn materialen
Voor het vervaardigen van producten kan gebruik worden gemaakt van verschillende soorten materialen. Materialen hebben specifieke eigenschappen die er voor zorgen dat materiaal geschikt is voor bepaalde toepassingen. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de elasticiteit en de sterkte van materialen. Ook de hardheid en de corrosiebestendigheid speelt een rol bij de keuze van materialen. Daarnaast zijn bepaalde materialen heel kostbaar. Goed en zilver zijn bijvoorbeeld goed bestand tegen corrosie en geleiden elektriciteit goed. Deze materialen zijn daardoor geschikt voor verschillende toepassingen. De prijs van deze edelmetalen zorgt er echter voor dat goud en zilver niet overal in de techniek worden toegepast. Vaak wordt gekeken naar goedkopere vervangers die wel zoveel mogelijk dezelfde eigenschappen hebben als de kostbare materialen. Doormiddel van legeringen kunnen de eigenschappen van metalen worden geoptimaliseerd. Een goed voorbeeld hiervan is roestvaststaal. Wanneer roestvaststaal aan zeer hoge kwaliteitseisen met betrekking tot corrosievastheid moet voldoen worden Duplex roestvaststaalsoorten gebruikt. Een legering kan de eigenschappen van verschillende metalen verbeteren. Voor het bevestigen en bewerken van materialen worden gereedschappen gebruikt. In de volgende alinea is informatie weergegeven over gereedschappen.

Wat zijn gereedschappen?
Gereedschap is een algemeen begrip voor verschillende hulpmiddelen waarmee materialen en werkstukken kunnen worden bewerkt en bevestigd. Met gereedschappen worden bewerkingen uitgevoerd door mensen maar ook door machines en dieren. Men spreekt van een instrument wanneer men het heeft over een zeer specialistisch gereedschap. De term werktuig wordt over het algemeen gebruikt voor grotere en zwaardere gereedschappen. De vervaardiging daarvan wordt ook wel de werktuigbouw genoemd. In de werktuigbouwkunde wordt aandacht besteed aan de manier waarop werktuigen ontworpen en vervaardigd kunnen worden. Hiervoor worden onder andere gereedschappen gebruikt.

De mens heeft door de eeuwen heen een grote diversiteit aan gereedschappen ontwikkelt voor diverse doeleinden. Gereedschappen waren in de steentijd eenvoudige krabbers, bijlen en hamers die van vuursteen werden vervaardigd. De bronstijd zorgde er voor dat het gieten van gereedschap in een bepaalde vorm mogelijk was. De komst van de ijzertijd was de eerste grote doorbraak. Door ijzer te gebruiken konden nog meer gereedschappen worden vervaardigd. IJzer is sterker dan brons en daarnaast ook nog smeedbaar.

Tot de toepassing van elektriciteit werden gereedschappen door de mensen zelf in beweging gebracht of werden dieren ingezet. Dit koste veel inspanning. Met de toepassing van elektriciteit kon de mens gereedschap elektrisch aandrijven waardoor de mens minder fysieke inspanning hoefde te leveren. Er ontstond een verschil tussen elektrisch gereedschap en niet-elektrisch gereedschap. Daarnaast zijn er tegenwoordig ook gereedschappen die op luchtdruk werken. Dit zijn pneumatische gereedschappen. Ook oliedruk word toegepast bij gereedschappen. Dit worden ook wel hydraulische gereedschappen genoemd. Gereedschap kan op verschillende manieren worden ingedeeld. Meestal word de indeling van gereedschap gedaan op basis van de toepassing van gereedschap of de sector waar het gereedschap wordt gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn meetgereedschappen, tuingereedschappen en schildersgereedschappen. Daarnaast kan gereedschap, zoals eerder genoemd, worden ingedeeld op basis van aandrijving. Gereedschap dat doormiddel van fysieke kracht van de mens met de hand in beweging word gebracht word ook wel handgereedschap genoemd. Handgereedschappen behoren tot de eenvoudigste gereedschappen. Er zijn zeer veel verschillende handgereedschappen door de mens ontwikkeld.

Wat is het verschil tussen materialen en gereedschappen?
Gereedschap word gebruikt om materialen te bewerken of te bevestigingen. Een gereedschap word na het montageproces weer verder gebruikt om andere werkstukken te maken. Een gereedschap word dus niet in het werkstuk zelf verwerkt. Materiaal daarentegen word wel in een werkstuk verwerkt. Materialen worden verbruikt en dienen daarom voortdurend te worden aangevoerd wanneer meerdere werkstukken moeten worden gemaakt. Een werkstuk is in feite het totaal van de materialen die gebruikt zijn om het werkstuk te vervaardigden. Daarbij kan ook een deel van het materiaal niet worden gebruikt. Dit wordt beschouwd als afval of kan eventueel als materiaal dienen voor andere werkstukken. Gereedschappen worden niet verbruikt maar juist gebruikt. Dit is een belangrijk verschil.

Waarom is het onderzoeken van eigenschappen van materialen belangrijk?

Voor het vervaardigen van producten zijn materialen nodig. Een materiaal is een stof die op natuurlijke of kunstmatige wijze geproduceerd is. Elk materiaal bevat unieke eigenschappen. Deze materiaaleigenschappen zorgen er voor dat een materiaal geschikt of juist ongeschikt is voor een bepaalde toepassing. Een aantal eigenschappen waarop word gelet bij de keuze van materialen zijn de volgende:

  • De mechanische eigenschappen.
  • Elektriciteit en magnetisme
  • Thermische eigenschappen
  • Chemische eigenschappen
  • Akoestische eigenschappen
  • Traagheid
  • Eigenschappen met betrekking tot vormgeving
  • Radioactiviteit
  • Oppervlakte

Wanneer de eigenschappen zijn bepaald waaraan materiaal moet voldoen kan men verder naar de volgende stap in het ontwerpproces. Hierbij word een keuze gemaakt voor de gewenste materiaalsoort. Deze keuze is afhankelijk van de beschikbaarheid en de prijs van het materiaal. Ook de levertijden kunnen invloed hebben op de materiaalkeuze. Tegenwoordig neemt ook de rol van milieuaspecten toe bij de keuze van materialen. Wanneer ook deze eisen in kaart zijn gebracht kan men daadwerkelijk de materiaaleigenschappen verwerken in een ontwerp. De constructeur weet welke eigenschappen het materiaal heeft en houd hiermee rekening bij het ontwerp van een constructie.

Eigenschappen van materialen zijn belangrijk
Het is erg belangrijk dat voor de juiste materialen wordt gekozen bij de ontwikkeling en het samenstellen van een constructie. Wanneer de materialen over onvoldoende sterkte beschikken heeft dat gevolgen voor de constructie. Door de invloed van druk van buitenaf of het gewicht van de onderdelen van de constructie zelf kunnen bepaalde delen van de constructie zwaarder belast worden dan andere delen van de constructie. Een constructeur kan op basis van de mechanische eigenschappen van een materiaal sterkte berekeningen maken. Deze sterkte berekeningen zorgen er voor dat de constructeur goed weet welk materiaal hij of zij moet gaan verwerken in het ontwerp. Ook de dikte van het materiaal en de vorm daarvan is belangrijk om in een ontwerp te verwerken. Bepaalde profielvormen zoals bijvoorbeeld H-balken zorgen er voor dat een constructie extra stevig kan worden gemaakt zonder veel extra materiaal toe te passen.

Metallurgie
Binnen de metaalbranche of werktuigbouwkunde zijn specialisten werkzaam die veel kennis hebben van de samenstelling van metalen. Het gebruik van metalen in de werktuigbouwkunde komt veelvuldig voor. Een metallurg kan de samenstelling van metalen en metaallegeringen onderzoeken zodat de eigenschappen van het metaal zo goed mogelijk in kaart kunnen worden gebracht. Naast de mechanische eigenschappen bestudeert een metallurg ook de corrosiebestendigheid en de elektrische geleidbaarheid van metalen. Het vakgebied waarin een metallurg werkzaam is noemt men metallurgie.

Wat is NOGEPA en wat betekend deze organisatie voor de olie en gas industrie?

Het winnen van gas en olie uit de Nederlandse aardbodem is geen eenvoudig werk. Er zijn verschillende partijen betrokken bij dit proces. Niet alleen de landelijke en lokale overheden oefenen invloed uit op de manier waarop deze fossiele brandstoffen worden gewonnen. Er zijn verschillende technische bedrijven en instanties die zich inzetten voor een verantwoorde manier van olie en gas winnen. NOGEPA is één van de instanties die bij dit proces betrokken is.

NOGEPA
De afkorting van NOGEPA wordt als volgt voluit geschreven: Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie. De organisatie is opgericht in 1974. NOGEPA is een organisatie die verschillende bedrijven vertegenwoordigd. De bedrijven die door NOGEPA worden vertegenwoordigd hebben vergunningen voor het opsporen van olie en gas en het winnen van deze fossiele brandstoffen. Het gaat hierbij om werkzaamheden binnen de grenzen van Nederland en het deel van de Noordzee wat onder Nederland valt. NOGEPA streeft er naar dat er zorgvuldig met de olievoorraden en gasvoorraden van Nederland wordt omgegaan. NOGEPA vind het belangrijk dat gas en olie efficiënt en veilig uit de aardbodem worden gehaald. Daarnaast moet ook het milieu volgens NOGEPA als belangrijke factor niet uit het oog worden verloren.

NOGEPA en belangenpartijen
NOGEPA vertegenwoordigd in dit proces de maatschappijen in Nederland die zich bezig houden met de productie van olie en gas en daarvoor vergunningen hebben. Deze organisaties hebben bepaalde belangen die moeten worden afgestemd op andere belangenpartijen die verbonden zijn aan het winnen van olie en gas. NOGEPA betrekt verschillende overheden en andere belangenorganisaties bij de plannen voor het winnen van olie en gas. Hierbij staat deze organisatie voor een goede communicatie die gebaseerd is op een open dialoog.

Er zijn verschillende maatschappelijke belangen verbonden aan het winnen van fossiele brandstoffen.  De locatie waar de olie en gas uit de grond wordt gehaald heeft natuurlijk lokale bewoners. Deze kunnen zich zorgen maken om hun veiligheid en gezondheid. Deze vragen probeert NOGEPA te beantwoorden namens de partijen waarvan ze de belangen behartigen. Dat hierbij ook overleg wordt gepleegd buiten de landsgrenzen van Nederland is belangrijk. Het uiteindelijke doel van NOGEPA is het winnen van olie op een veilige, efficiënte en milieuverantwoorde manier. Dit doel moet worden bereikt zonder de maatschappelijke context uit het oog te verliezen. Daarbij kijkt NOGEPA ook naar de positie die het Nederlandse gas inneemt als bijdrage voor de energiebehoefte van de Nederlandse bevolking en het Nederlandse bedrijfsleven.

Duurzaamheid en milieu
Duurzaamheid en milieuverantwoord beleid nemen een steeds belangrijker plaats in bij het ontwikkelen van plannen door ondernemingen in Nederland. Deze onderwerpen komen ook aan de orde bij het winnen van olie en gas. Er moet gestreefd worden naar een beleid dat economisch aantrekkelijk is en daarnaast aandacht heeft voor duurzaamheid. Tussen deze onderwerpen moet een balans worden gevonden. NOGEPA zet zich in om een bijdrage te leveren aan een beleid waarmee deze balans kan worden gerealiseerd.

Er word door NOGEPA gekeken naar verschillende mogelijkheden om gas en olie te winnen. De exploitatie en productie  van gas en olie kan op verschillende manieren gebeuren. NOGEPA onderzoekt zowel naar traditionele als onconventionele oplossingen voor vraagstukken omtrent deze productie en exploitatie. Ook wordt door NOGEPA onderzocht hoe de lege gasvelden en olievelden kunnen worden hergebruikt. De beïnvloeding en het overleg dat door NOGEPA wordt gevoerd is breed.

Schijnconstructies op de arbeidsmarkt worden nog harder aangepakt vanaf januari 2014

Lodewijk Asscher is de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland. Hij maakt zich hard voor de positie van werknemers op de arbeidsmarkt. In een brief aan de Tweede Kamer maakt hij duidelijk dat de schijnconstructies op de arbeidsmarkt hard worden aangepakt. Het is de bedoeling dat  niet alleen werkgevers verantwoordelijk worden gehouden voor het niet betalen van een juist cao loon aan de werknemers. Ook aannemers en opdrachtgevers kunnen in de toekomst aansprakelijk worden gesteld wanneer werknemers niet conform een cao-loon uitbetaald krijgen. Opdrachtgevers kunnen de verantwoordelijkheid hiervoor niet alleen afschuiven op onderaannemers die ze in dienst nemen of uitzendbureaus. De opdrachtgevers worden bij misstanden ook aangepakt evenals de bedrijven die de benadeelde werknemers zelf in dienst hebben.

Wat zijn schijnconstructies precies?
Volgens Lodewijk Asscher zouden opdrachtgevers die weten dat personeel niet voldoende betaald krijgt daarvoor ook medeverantwoordelijk moeten worden gehouden. Hiervoor wil hij een nieuwe wet invoeren. Deze wet moet in 2014 vorm krijgen. Met de nieuwe wet moeten buitenlandse werknemers meer tegen uitbuiting worden beschermd. Een deel van het minimumloon wordt door sommige werkgevers en uitzendbureaus doormiddel van onkostenvergoedingen gecompenseerd. Hierdoor is het loon dat betaald wordt verhoudingsgewijs laag maar krijgt de medewerker netto wel een redelijk salaris. Een medewerker kan bijvoorbeeld een netto salaris krijgen van 600 euro per maand. Daarnaast worden aan de medewerker extra onkosten vergoedingen geboden voor bijvoorbeeld huisvesting, voedsel en reiskosten waardoor het totale nettobedrag per maand voor de medewerker op 1200 kan komen.

Door dit beleid betalen bedrijven minder sociale premies. De overheid loopt hierdoor inkomsten mis. Daarnaast worden werknemers die doormiddel van deze verkeerde constructies aan het werk worden geholpen in feite onderbetaald. Dit zorgt er voor dat deze medewerkers goedkoper zijn dan medewerkers die wel een eerlijk salaris conform de cao krijgen.

Omdat verhoudingsgewijs veel buitenlandse medewerkers doormiddel van schijnconstructies aan het werk worden geholpen kunnen medewerkers met een Nederlands paspoort moeilijk aan het werk komen. Ze worden in feite verdrongen door buitenlandse medewerkers. Hiervoor zijn de buitenlandse medewerkers niet verantwoordelijk. De verantwoordelijkheid voor de schijnconstructies ligt bij malafide uitzendbureaus en opdrachtgevers die deze constructies toelaten. Lodewijk Asscher is wel voor een vrij verkeer van werknemers binnen de landen die onder de Europese Unie vallen. De ongewenste gevolgen hiervan moeten echter wel worden aangepakt volgens hem. De hiervoor genoemde schijnconstructies zijn daar volgens hem een voorbeeld van.

Schijnconstructies in de uitzendbranche
Lodewijk Asscher geeft aan dat de uitzendbranche op dit moment goed word gecontroleerd op het naleven van de wet. Volgens hem maakten verschillende malafide uitzendbureaus gebruik van schijnconstructies. Hierbij werden buitenlandse werknemers tegen een lager loon aan het werk gezet dan Nederlandse werknemers die in dezelfde functie werkten en dezelfde werkzaamheden verrichten. Deze scheefgroei zorgde voor veel onenigheid op de arbeidsmarkt. Een Nederlandse arbeider was voor werkgevers en opdrachtgevers te duur wanneer er ook gekozen kon worden voor een goedkope buitenlandse arbeidskracht. Daarnaast konden bedrijven die gebruik maakten van goedkope, onderbetaalde buitenlandse krachten goedkoper produceren dan hun concurrenten die zich wel aan de wet hielden. De schijnconstructies zorgden er voor dat niet alleen de arbeidsmarkt oneerlijk werd ook de concurrentiestrijd tussen bedrijven zorgde er voor dat veel bedrijven genoodzaakt waren om in deze malafide praktijken mee te gaan.

Reactie van Technisch Werken
Het is voor de arbeidsmarkt en de concurrentie tussen bedrijven uitstekend dat de schijnconstructies worden aangepakt. Dit had eigenlijk al veel eerder en veel intensiever mogen gebeuren. Malafide uitzendbureaus worden eenvoudig opgericht. Ze zetten hun misdadige praktijken voort totdat ze worden betrapt. Dan houden de oprichters zich even rustig en na verloop van tijd richten ze een nieuw uitzendbureau op en gaan ze gewoon verder met de malafide praktijken. De boetes die door de overheid worden opgelegd worden vaak door de malafide eigenaren van deze uitzendbureaus ingecalculeerd. Het kabinet zal in de toekomst naar middelen moeten grijpen waardoor veroordeelde eigenaren niet opnieuw een uitzendbureau kunnen oprichten.

Ook het aanpakken van aannemers en opdrachtgevers is een belangrijke stap die nu eindelijk word gemaakt. Het is belangrijk dat aannemers en opdrachtgevers van te voren weten dat de werknemers die ze inlenen op de juiste manier worden behandelt en beloond. Dit kan niet op goed vertrouwen. De vraag is hoe deze controle geborgd kan worden en kan worden aangetoond aan controlerende instanties zoals de arbeidsinspectie. Lodewijk Asscher zal ook hier een structurele oplossing voor moeten vinden.

Wat is een aandrijving en welke soorten aandrijvingen zijn er?

Machines en machineonderdelen worden in beweging gebracht door aandrijvingssystemen. Een aandrijving is de kracht waarmee een machine of toestel wordt voortgestuwd. Er zijn in de techniek verschillende aandrijfsystemen. De volgende aandrijfsystemen worden in de techniek toegepast:

  • Mechanische aandrijvingen
  • Elektrische aandrijvingen
  • Pneumatische aandrijvingen
  • Hydraulische aandrijvingen

Hieronder worden de verschillende soorten aandrijvingen toegelicht. In de laatste alinea is ook informatie weergegeven over gecombineerde aandrijvingen.

Mechanische aandrijving
Voorbeelden van mechanische  aandrijfsystemen zijn verbrandingsmotoren. Verbrandingsmotoren voor auto’s zorgen er voor dat zuigers krukassen in beweging brengen. Om deze beweging te realiseren moeten de zuigers doormiddel van druk naar beneden worden gestuwd. Deze druk ontstaat door het verbranden van een brandstof. Verbrandingsmotoren kunnen ook worden gebruikt om schoepen in beweging te brengen. Hierdoor kan bijvoorbeeld een as gaan draaien.

Elektrische aandrijving
Een elektrische aandrijving zorgt er voor dat elektrische energie wordt omgezet in mechanische energie. Hierdoor kunnen onderdelen van werktuigen in beweging worden gebracht. Elektromotoren worden in de techniek veelvuldig toegepast. Het grote voordeel van elektromotoren is dat ze aangesloten kunnen worden op een elektriciteitsnet. Daarnaast is het mogelijk om machines die elektrisch worden aangedreven te voorzien van een accu. Hierdoor kunnen machines en werktuigen die elektrisch aangedreven worden bijna overal worden ingezet. De mogelijkheid om zonne-energie om te zetten in elektrische energie zorgt er voor dat elektrisch aangedreven machines met geringe energiekosten in beweging kunnen worden gebracht.

Hydraulische en pneumatische aandrijvingen
Voor het in beweging brengen van losse componenten wordt ook wel gebruik gemaakt van hydraulische en pneumatische systemen. Een hydraulische aandrijving brengt componenten in beweging doormiddel van vloeistofdruk. Hiervoor wordt meestal gebruik gemaakt van hydrauliekolie. Pneumatische aandrijvingen brengen componenten in beweging doormiddel van luchtdruk.

Hybride aandrijvingen
Het is ook mogelijk om verschillende aandrijfsystemen met elkaar te combineren. Zo kan een hydraulisch-hybride aandrijving worden toegepast in de auto-industrie. Bij deze variant van een hybride aandrijving wordt gebruikt gemaakt van verbrandingsmotor en word daarnaast gebruik gemaakt van een aandrijving met hydrauliekolie.

De meest voorkomende variant van een hybride aandrijving in de auto-industrie is de variant waarbij een aandrijving doormiddel van een verbrandingsmotor wordt gecombineerd met een aandrijving doormiddel van een elektromotor. Deze elektromotor ontleend haar stroom uit een accu. Om voldoende vermogen te leveren is een hybrideauto voorzien van een grote accu die een behoorlijke capaciteit kan leveren. Deze accu zorgt er echter voor dat de auto wel zwaarder is. daarom moet er meer vermogen worden geleverd om de auto in beweging te brengen.

Werkgelegenheid voor technische uitzendkrachten stabiliseert

Dinsdag 26 november 2013 melde de ABU dat de werkgelegenheid voor uitzendkrachten stabiliseert. De ABU is de brancheorganisatie voor uitzendondernemingen en houdt zich onder andere bezig met de ontwikkelingen in de werkgelegenheid voor uitzendkrachten op de arbeidsmarkt. Bij een vergelijking van tussen het aantal uitzendkrachten dat aan het werk was in oktober 2013 en het aantal uitzendkrachten dat aan het werk was in oktober 2012, kan worden geconcludeerd dat er een stabilisering is opgetreden.

Administratieve sector
Deze stabilisering is echter niet in elke branche van Nederland even groot. Sommige branches maakten zelfs een groei door. Dit is het geval bij de administratieve sectoren. In deze sectoren nam het aantal uren dat door uitzendkrachten werd gewerkt juist toe. Over een periode van 7 oktober tot 3 november 2013 nam het aantal uitzenduren in de administratieve sector toe met drie procent.

Gezondheidszorg
De gezondheidszorg doet het met betrekking tot uitzenduren zeer slecht. Wanneer gekeken word naar het verschil tussen 2012 en 2013 in het aantal uitzenduren dan is een daling zichtbaar van negenentwintig procent.

Technische sector
De technische sector is de sector waarin een stabilisering daadwerkelijk is opgetreden. Er kwam geen extra uitzenduren in de techniek bij en er gingen ook geen uitzenduren in de technische branche er af. De uitzenduren in de instructie namen wel af. Hierbij is er een sprake van een krimp van één procent in de uitzenduren.

Werkgelegenheid voor uitzendkrachten
Sinds 2012 nam het aantal uitzenduren af. Dit had te maken met een dalende werkgelegenheid voor uitzendkrachten. In de tweede helft van 2013 werd de krimp in het aantal uitzenduren wel kleiner. Langzamerhand raakte de uitzendbranche uit de ‘vrije val’. In oktober 2013 hebben een aantal uitzendbureaus een kleine stijging weten te creëren in de omzet.  De totale omzetstijging was twee procent. Deze stijging was met name van toepassing bij uitzendbureaus die uitzendpersoneel bemiddelen in administratieve sectoren. Ook bij de industrie en de techniek was sprake van een kleine opleving. De medische sector wist echter niet uit het dal te klimmen. In deze sector bleef de omzet dalen.

Reactie van Technisch Werken
Deze positieve berichtgeving over uitzendbureaus is niet onverwacht. De economische ontwikkelingen in Nederland tonen aan dat de economische krimp minder sterk is dan eerder dit jaar. Verschillende nieuwsberichten proberen duidelijk te maken dat in 2014 de krimp in de economie stabiliseert. De uitzendbranche loopt zoals vanouds op de ontwikkelingen in andere branches vooruit. Daarmee is de uitzendbranche een belangrijke graadmeter voor de economie. Het is echter nog te vroeg om van een structureel herstel te spreken. De economie is nog ver verwijdert van een structurele opgaande lijn. De winter komt er weer aan en dat zorgt over het algemeen voor een daling in het aantal uitzenduren voor verschillende sectoren waaronder de techniek. De vraag is echter of deze daling even groot is als de daling in de technische sector in de winter van 2012-2013. Hierin kan een positief verschil optreden. Dit positieve verschil zou een mooi begin zijn van 2014. Nu is het hopen dat de regering van Nederland er voor zorgt dat er geen verstikkende bezuinigingen meer over de Nederlandse bevolking en het Nederlandse bedrijfsleven worden uitgestort.

Waarvoor wordt een plaatschaar gebruikt en welke verschillende plaatscharen zijn er?

Plaatscharen worden gebruikt voor de bewerking van metalen platen. Er zijn verschillende plaatscharen die door de metaalbewerker kunnen worden gebruikt. De keuze van de plaatschaar is afhankelijk van de dikte van de plaat die geknipt moet worden. Daarnaast is het ook belangrijk om van te voren goed te weten over welke lengte metaal geknipt moet worden. De vormen die uit metalen platen kunnen worden gehaald kunnen onderling verschillen. Sommige vormen kunnen prima met een plaatschaar worden geknipt terwijl andere vormen beter doormiddel van een lasersnijder uit de plaat kunnen worden gesneden.

Plaat knippen machinaal of met de hand?
Het is belangrijk dat de juiste plaatschaar wordt gebruikt voor de juiste plaatdikte. Wanneer een plaatschaar wordt gebruikt voor materiaal dat te dik is voor de schaar kan de schaar beschadigen. Er zijn verschillende mogelijkheden op metalen platen te knippen. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan met een handplaatschaar die met de hand wordt bediend. Daarnaast is het ook mogelijk om gebruik te maken van een elektrische plaatschaar. Voor dikke platen wordt ook wel gebruik gemaakt van zware plaatscharen die mechanisch aangedreven zijn. De voordelen van een mechanische plaatschaar zijn vooral van toepassing bij dikke platen en grote platen waar grote rechte vormen uit moeten worden gehaald. Een mechanische plaatschaar zorgt er voor dat het werk van de metaalarbeider aanzienlijk wordt verlicht. Daarnaast kan met een mechanische plaatschaar nauwkeurig worden gewerkt. Deze nauwkeurigheid kan ook worden bereikt met de gewone plaatschaar, of blikschaar maar dan is de kwaliteit wel sterk afhankelijk van de vaardigheid van de metaalarbeider.

Verschillende soorten handscharen voor plaatstaal
Er zijn verschillende scharen die kunnen worden gebruikt door de metaalarbeider om metalen platen te knippen. Elke schaar heeft voordelen en nadelen. Deze specifieke eigenschappen maken een schaar geschikt voor een specifieke toepassing. Hieronder is informatie weergegeven over de volgende scharen:

  • Plaatschaar blikschaar
  • Zinkschaar
  • Doorloopschaar
  • Rondbekschaar
  • Gatschaar
  • Vingerschaar
  • Stokschaar
  • Hefboomplaatschaar of hefboomschaar

De scharen die hieronder zijn behandelt zijn divers. Alle scharen zijn met de hand te bedienen en niet elektrisch, pneumatisch of hydraulisch aangedreven. Deze scharen moeten daardoor in beweging worden gebracht door de metaalarbeider zelf. Dit vereist vaardigheid en daarnaast moet de metaalarbeider goed opletten dat hij of zij niet met zijn of haar vingers of hand tussen de messen van deze scharen komt. Veiligheid is zeer belangrijk bij het knippen van metaal. Metaal knippen is een metaalbewerking die niet tot de verspaning wordt gerekend. Er komen geen spanen van het metaal af tijdens het knippen. Het metaal zelf is echter wel heel scherp en kan ook tot verwondingen leiden wanneer er onvoorzichtig mee word omgegaan. Wanneer deze veiligheidsaspecten goed in acht worden genomen kunnen met onderstaande knipgereedschappen prachtige producten worden vervaardigd.

Plaatschaar blikschaar
Wanneer veel kleine rechte stroken moeten worden geknipt dan is een plaatschaar of blikschaar geschikt. Deze schaar wordt met de hand bediend en is geschikt voor dunne plaat. De naam blikschaar wordt veel voor deze schaar gebruikt. De term ‘blik’ geeft al aan dat deze schaar geschikt is voor dunne plaat. Wanneer een plaat te dik is kan de plaat beter mechanisch of elektrisch op maat worden geknipt. Met een blikschaar of plaatschaar kunnen goed rechte vormen worden geknipt. Het is echter moeilijk om ronde vormen met deze handschaar te knippen. Dit komt doordat de messen van de blikschaar recht zijn. De plaat die geknipt word moet tijdens het knippen met de hand worden omgebogen.

Zinkschaar
Voor het knippen van zinken plaat word door dak- en zinkwerkers ook gebruik gemaakt van een zinkschaar. Dit is een schaar die voorzien is van dubbele scharnieren. Daarnaast is een zinkschaar voorzien van een veermechanisme. Dit veermechanisme zorgt er voor dat de zinkschaar automatisch weer open gaat nadat de benen van de schaar zijn ingeknepen. Het knippen met een zinkschaar gaat hierdoor lichter dan het knippen met een blikschaar.

Doorloopschaar
Het gebruik van een doorloopschaar is zeer geschikt voor het knippen van plaatstaal. In tegenstelling tot de blikschaar hoeft bij een doorloopschaar de plaat die geknipt wordt niet aan beide kanten gebogen te worden. Dit komt omdat bij het gebruik van een doorloopschaar de plaat onder de schaar doorloopt, vandaar de naam doorloopschaar. Voor de afvalkant moet de plaat wel met regelmaat worden opgebogen. Het gebruik van een doorloopschaar is zeer geschikt voor het knippen van rechte stukken plaat. Het knippen van ronde vormen is met deze scharen niet eenvoudig.

Rondbekschaar
Voor het knippen van ronde vormen kan beter voor een andere soort handschaar worden gekozen. De schaar die voor ronde vormen word gebruikt heeft een rond mes aan de onderzijde en wordt daarom rondbekschaar genoemd. Deze ronde vorm zorgt er voor dat het afgeknipte deel van de metalen plaat goed onder het mes kan verdwijnen. De rondbekschaar is geschikt om in één richting rond te knippen.

Gatschaar
Een gatschaar heeft in tegenstelling tot de rondbekschaar twee ronde bekken. Hierdoor kan de gatschaar worden gebruikt om in alle richtingen rond te knippen. Daarnaast kan de gatschaar, zoals de naam al doet vermoeden, gebruikt worden om gaten te knippen in metalen platen.

Vingerschaar
Voor heel dun plaatmateriaal kan men gebruik maken van een vingerschaar. Met vingerscharen kan daarnaast ook pakkingmateriaal en isolatiemateriaal worden geknipt. De meskanten zijn scherp en voorzien van kartels. Deze kartels zorgen er voor dat het materiaal dat geknipt moet worden niet wegglijd tijdens het knippen. Het is belangrijk dat bij vingerscharen niet te dik materiaal word geknipt omdat dan de schaar ernstig kan beschadigen of bot kan worden.

Stokschaar
Wanneer dikkere plaat met de hand moet worden geknipt kan gekozen worden voor de stokschaar. In tegenstelling tot de hiervoor genoemde scharen wordt bij de stokschaar aan één kant geklemd in de bakschroef. Hierdoor blijft de schaar goed op zijn plek wanneer de plaat tussen de bek word  gedaan en de lange kant naar beneden wordt gebracht om te knippen. Deze lange kant is het lange schaarbeen en wordt ook wel de stok genoemd. Hierop kan meer druk worden uitgeoefend. Door deze vergroting van druk kan meer knipkracht worden gerealiseerd. Dit zorgt er voor dat de stokschaar geschikt is om dikkere plaat te knippen.

Hefboomplaatschaar of hefboomschaar
Deze schaar is geschikt voor dikkere plaat dan de bovengenoemde soorten plaatscharen. Met een hefboomplaatschaar kan men platen doorknippen tot een maximum van 3 millimeter. De hefboomplaatschaar wordt aan de werkbank bevestigd doormiddel van een aantal bouten. Het ondermes staat hierdoor vast. Het bovenmes kan in beweging worden gebracht doormiddel van een hefboom die scharniert en daarbij het bovenmes naar beneden drukt. Door deze constructie staat deze schaar stevig vast en kan men sneller platen knippen dan met de gewone handschaar die voor plaatstaal wordt gebruikt. Daarnaast kan met de hefboomplaatschaar vaak nauwkeuriger worden gewerkt. De hefboomplaatschaar is alleen geschikt voor recht knippen van materiaal. Ronde vormen kunnen met deze schaar niet worden geknipt. Met de hefboom kan wel een grote knipkracht worden uitgeoefend. Het is belangrijk dat de plaat die tussen het bovenmes en het ondermes wordt aangebracht niet draait en tussen de messen kantelt. Daarom is er een plaatsteun aangebracht op de hefboomplaatschaar. Wanneer deze niet wordt gebruikt moet de metaalbewerker de plaat extra stevig vast houden en de hefboom voorzichtig naar beneden brengen.

Hoe knip je met plaatscharen?
Het is belangrijk dat de scharen die worden gebruikt voor het knippen van plaatstaal op de juiste manier worden gehanteerd. Hierbij moet gelet worden op de plaatdikte en de vorm van de schaar. Wanneer je rechtshandig bent wordt de schaar met de rechterhand vastgehouden. De schaar word aan de handgrepen vastgehouden. Met de linkerhand wordt de plaat vastgehouden die geknipt moet worden. Het is belangrijk dat de hand die de plaat vasthoud tijdens het knippen niet tussen de messen kan komen. Plaatscharen zijn zeer scherp en kunnen ernstige verwondingen toebrengen. De lijn waarlangs geknipt moet worden moet altijd goed te zien zijn voor de bek van de schaar.

Wat is Beroepspraktijkvorming BPV en is het volgen daarvan verplicht?

In Nederland zijn verschillende opleidingsinstituten die Mbo-opleidingen aanbieden aan leerlingen. Het aantal verschillende Mbo-opleidingen in Nederland is groot. Ook in de techniek zijn veel verschillende opleidingen door leerlingen te volgen. Er zijn bijvoorbeeld opleidingen die gericht zijn op elektrotechniek, werktuigbouwkundige installaties, mechatronica en constructiebankwerken. Mbo staat voor Middelbaar Beroepsonderwijs. Op deze opleidingen leren leerlingen een beroep. Een beroep leer je echter niet alleen in de schoolbanken. Daarvoor is ook praktijkkennis nodig. Deze praktijkkennis komt onder andere aan de orde in de Beroepspraktijkvorming BPV. De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB heeft een belangrijk invloed op de BPV.

Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB
Binnen Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB worden afspraken gemaakt tussen onderwijs en de bedrijven. De SBB is een stichting. Hierin zijn de sociale partners, VNO-NCW, MKB-Nederland, Colo en de MBO Raad verenigd. De SBB is in januari 2012 opgericht en werkt sinds de oprichting met steeds meer bedrijven en opleidingsinstanties samen. Op dit moment zijn er ongeveer zeventig onderwijsinstellingen die Mbo-opleidingen aanbieden. Hieronder vallen de regionale opleidingscentra en Agrarische opleidingscentra. Daarnaast zijn er in Nederland meer dan 200.000 erkende leerbedrijven. Waar Mbo-leerlingen hun beroepspraktijkvorming kunnen volgen. Er worden afspraken gemaakt binnen SBB met bedrijven en onderwijs over de beroepspraktijkvorming.

Wat is Beroepspraktijkvorming BPV?
Vanuit de SBB zijn richtlijnen naar voren gekomen voor Mbo-opleidingen. Hierin wordt onder andere het belang genoemd van het afstemmen van de leerstof op de praktijk. Mbo-opleidingen moeten leerlingen datgene leren wat in de praktijk wordt toegepast. Dit is niet alleen de wens van opleidingsinstituten, ook het MKB (het Midden en Klein Bedrijf) pleit voor het opdoen van praktijkervaring door Mbo-leerlingen in het bedrijfsleven. Daarom is het belangrijk dat de kennisoverdracht op een Mbo-opleiding praktijkgericht is.

Op een Mbo-opleiding wordt niet alleen gekeken naar de theoretische aspecten van een beroep. Ook de praktische aspecten zijn van groot belang. Deze praktijkkennis komt onder andere aan de orde tijdens stages. Deze stages worden Beroepspraktijkvorming genoemd. Dit word ook wel afgekort met BPV. Elke Mbo-opleiding maakt gebruik van een BPV.

Twee soorten Beroepspraktijkvorming BPV
Er zijn  twee verschillende soorten Beroepspraktijkvorming BPV. De eerste variant is de variant die wordt gedaan bij de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dit wordt ook wel werkplekleren genoemd. Bij deze BPV-vorm werkt een leerling voornamelijk binnen het leerbedrijf. Dit is de meest praktijkgerichte vorm van MBO en wordt veel toegepast in de techniek. Daarnaast is er en tweede vorm van BPV. Dit is de vorm die wordt gedaan bij de beroepsopleidende leerweg (BOL). De BPV tijdens een BOL-opleiding is korter en wordt ook gedaan in een leerbedrijf.

Is het volgen van een BPV verplicht?
Het volgen van een BPV is voor Mbo-leerlingen verplicht. Het MKB wil dat opleidingsinstituten de leerlingen zoveel mogelijk ondersteunen bij de Beroepspraktijkvorming. De werkgevers willen hiervan zo weinig mogelijk administratieve last van ondervinden. Ondanks de taken die een Mbo-opleidingsinstituut overneemt kunnen niet alle bedrijven Mbo-leerlingen inzetten om hun BPV af te ronden. Alleen bij erkende leerbedrijven mogen Mbo-leerlingen hun Beroepspraktijkvorming volgen.

Erkende leerbedrijven
Niet alle bedrijven voldoen aan de richtlijnen die aan een leerbedrijf worden gesteld. Voordat een bedrijf een erkend leerbedrijf is moet aan een aantal eisen worden voldaan. Of een bedrijf aan de eisen voldoet is ter beoordeling van een kenniscentrum voor beroepsonderwijs bedrijfsleven. Er zijn in Nederland verschillende kenniscentra aanwezig. Voor de techniek is het kenniscentrum Kenteq. Dit is het Kennis- en adviescentrum voor technisch vakmanschap. Kenteq beoordeelt of een bedrijf aan de voorwaarden voldoet om een leerling op te leiden in een bepaald beroep of vak. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de deskundigheid van de praktijkopleider die de leerlingen het vak moet leren. Daarnaast word aandacht besteed aan de leeromgeving. De leeromgeving moet veilig zijn voor de leerling en moet daarnaast voldoende mogelijkheden bieden om het vak uit te kunnen oefenen. De werkzaamheden die worden uitgevoerd moeten passen bij de opleiding en het niveau van de leerling.

Opleiding Banksman Offshore Installations wat kun je er mee?

Op offshore installaties zoals boorplatformen is het van groot belang dat lasten op een veilige en efficiënte manier worden verplaatst. De Crane Operator is de kraanmachinist op een boorplatform en is verantwoordelijk voor het verplaatsen van lasten op een boorplatform. Hierbij wordt de Crane Operator geassisteerd door verschillende collega’s op het dek. De collega’s die normaal gesproken een Crane Operator assisteren zijn de Crane Assistents en de Roustabouts.

Het is belangrijk dat de Roustabouts en Crane Assistents goed weten welke gevaren er zijn verbonden aan het werken met kranen en het aanslaan van lasten. Ze moeten van te voren duidelijk geïnstrueerd worden welke technische en veiligheidsaspecten hierbij aan de orde komen. Hiervoor is een opleiding Banksman Offshore Installations ontwikkelt.

Banksman Offshore Installations
Tijdens de opleiding Banksman Offshore Installations leert een deelnemer in paar dagen tijd de veiligheidsaspecten die horen bij het assisteren van de Crane Operator. Hierbij wordt aandacht besteed aan de veiligheidsregels die van toepassing zijn in de offshore. Omdat op een boorplatform vaak zware lasten worden verplaatst met kranen is het belangrijk dat de lasten goed zijn aangeslagen. De lasten moeten goed bevestigd worden omdat de lasten anders naar beneden kunnen vallen. Hierdoor kan enorme schade ontstaan aan het boorplatform en de machines die daarop aanwezig zijn. Daarnaast kunnen ook de medewerkers op het boorplatform ernstig gewond raken door vallende lasten. Tijdens de opleiding Banksman Offshore Installations leert een assistent van de Crane Operator waar hij of zij op moet letten. Hieronder wordt informatie weergegeven over de inhoud van de opleiding Banksman Offshore Installations.

Inhoud opleiding Banksman Offshore Installations
Hierboven is het belang van de veiligheidsaspecten weergeven die verbonden zijn aan het aanslaan en verplaatsen van lasten op een boorplatform. Buiten deze veiligheidsaspecten is ook de communicatie tussen de Crane Operator en zijn assistenten van groot belang. De afstand tussen de Crane Operator en de assistenten op het dek is vaak groot. Daarom vormen de assistenten op het dek een belangrijke informatiebron die de Crane Operator kunnen helpen bij het veilig verplaatsen van lasten. De opleiding Banksman Offshore Installations is bedoelt voor alle medewerkers die betrokken zijn bij hijsactiviteiten die worden uitgevoerd op een offshore installatie. In de opleiding komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Benoeming van hijsgereedschappen en hoe deze moeten worden gebruikt.
  • Hijsinstallaties en de manier waarop hiermee veilig en vakkundig kan worden omgegaan.
  • Aanslaan van lasten op een veilige manier.
  • Communiceren met de Crane Operator.
  • Seinen met handen en armen.
  • Hoe lasten veilig kunnen worden verplaatst.
  • Veiligheidsvoorschriften die zijn verbonden aan de werkzaamheden als assistent van een Crane Operator.

Vakbekwaamheidscertificaat banksman Offshore Installations
Een opleiding Banksman Offshore Installations duur meestal een dag of drie. Hierbij komt zowel de theorie als de praktijk aan de orde die verbonden is met het werk als assistent Crane Operator aan dek van een offshore installatie. Wanneer deelnemers de trainingsdagen hebben doorlopen volgt er een praktijktoets en een theorietoets. Wanneer deze door de deelnemer met positief resultaat zijn afgerond ontvangt hij of zij het vakbekwaamheidscertificaat: “banksman Offshore Installations”. De geldigheidsduur van het vakbekwaamheidscertificaat is vier jaar conform de vastgestelde richtlijn van het Certificate of Expertise & Registration.

Olieprijs daalt maandag 25 november 2013

Maandagochtend 25 november 2013 berichten verschillende media dat de prijs van olie is gedaald. De daling van de olieprijs is het gevolg van de positieve onderhandelingen die met Iran hebben plaatsgevonden. Deze onderhandelingen gingen over het kernprogramma van Iran. De wereld wil er zeker van zijn dat Iran geen kernwapens gaat produceren. Afgelopen weekend is er een akkoord gesloten met Iran. In dit akkoord staat Iran toe dat er internationale controle mag plaatsvinden met betrekking tot het kernprogramma van het land. Het toestaan van deze controle zorgt er voor dat verschillende landen in de wereld gerustgesteld zijn over de bedoelingen die Iran heeft met haar kernprogramma.

Het akkoord heeft een positieve uitwerking op de olieprijs omdat de internationale sancties tegen Iran worden versoepelt. Hiervan was de afgelopen weken nog geen sprake. Daarom steeg de olieprijs in de wereld. Het akkoord zorgde voor een positief effect. De prijs van olie daalde flink omdat verwacht wordt dat er meer olie op de internationale markt zal komen door de versoepeling van de sancties tegen Iran. Maandagochtend daalde de prijs van een vat Brentolie in de termijnmarkt. De daling was ongeveer drie procent. Hierdoor kost een vat Brentolie 108 dollar. Ook de prijs van Amerikaanse olie ging omlaag. De daling van Amerikaanse olie was 1,6 procent. Hierdoor is de prijs van een vat Amerikaanse olie 93,30 dollar per vat.

Ondanks het feit dat de Amerikaanse en Europese handelssancties voor een belangrijk deel van kracht blijven wordt verwacht dat de olieprijs nog verder zal dalen. Iran heeft door de internationale sancties te maken gekregen met een grote inflatie. De waarde van de Iraanse munt daalde ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Ook de olie-export van Iran daalde enorm. Iran kan door de versoepeling van de sancties internationaal meer olie exporteren. Hierdoor zal er nog meer olie op de markt worden aangeboden. Hoe meer olie aangeboden wordt hoe lager de olieprijs. Het akkoord dat gesloten is met Iran is nog geen definitief akkoord. De komende tijd wordt gekeken of Iran zich aan de richtlijnen van het akkoord houdt. Wanneer dit gebeurd wordt er een definitief akkoord gesloten. Veel landen in de wereld zijn positief maar Israël is nog sceptisch over het akkoord dat met Iran is gesloten.

Reactie van Technisch Werken
Een daling van de olieprijs is goed nieuws voor alle landen en bedrijven die veel gebruik maken van deze fossiele brandstof. De daling van de olieprijs moet wel even doorzetten om ook een daling van de brandstofprijs ‘aan de pomp’ te realiseren. De Nederlandse consumenten zullen de daling daarom niet snel in hun eigen beurs voelen. Daarnaast is het zo dat het akkoord met Iran nog geen definitief akkoord is. Wanneer Iran zich niet houdt aan de afspraken kan het akkoord alsnog verbroken worden met alle gevolgen van dien. De olieprijs kan dan net zo hard weer stijgen. Handel blijft voor een belangrijk deel emotie. De prijzen van olie en andere brandstoffen zijn sterk gebonden aan lokale en internationale politieke ontwikkelingen.

Wat is de opleiding Beroepsgekwalificeerd Assistent BKA en wat kun je er mee?

Na het afronden van een opleiding Arbeidsmarktgekwalificeerd Assistent (AKA) kunnen leerlingen doorstromen naar de arbeidsmarkt of naar een naar de opleiding Beroepsgekwalificeerd assistent (BKA). Deze opleiding is specifieker gericht op een beroepenveld dan de AKA opleiding. De AKA opleiding wordt gezien als een vrij brede assistentenopleiding om leerlingen te kwalificeren voor de arbeidsmarkt. De opleiding Beroepsgekwalificeerd Assistent BKA is een smalle opleiding. Wanneer leerlingen aan de toelatingseisen voldoen kunnen leerlingen ook rechtstreeks instromen op de BKA opleiding. De meeste leerlingen die een BKA opleiding willen volgen hebben een duidelijk beeld van beroepen. Hieronder is meer informatie weergegeven over de opleidingen tot Beroepsgekwalificeerd Assistent BKA.

Beroepsgekwalificeerd Assistent opleiding
De Beroepsgekwalificeerd Assistent opleiding is geschikt voor leerlingen die een goed beeld hebben van het beroep dat ze later willen uitvoeren. Deze BKA opleidingen zijn bedoelt om leerlingen verschillende vaardigheden aan te leren om als beginnend beroepsbeoefenaar op de arbeidsmarkt uit te stromen. Daarnaast is het mogelijk om door te stromen naar een MBO niveau 2 opleiding. Leerlingen kunnen vaardigheden leren voor verschillende sectoren van de arbeidsmarkt. De sectoren waar de Beroepsgekwalificeerde assistentenopleidingen onder vallen zijn: Landbouw, Zorg & Welzijn, Economie en Techniek. Door deze specifieke sectoren en specifieke beroepsrichtingen onderscheid de BKA opleiding zich van de AKA opleiding. De AKA opleiding wordt ook wel de brede assistentenopleiding genoemd. De BKA is de tegenhanger daarvan en wordt de smalle assistentenopleiding genoemd.

Wat kun je met een Beroepsgekwalificeerd Assistent opleiding?
Leerlingen die een BKA opleiding hebben afgerond hebben vaardigheden aangeleerd in een specifiek vakgebied. Wanneer ze niet besluiten om verder te leren kunnen leerlingen met een BKA opleiding aan de slag in de praktijk. Met een technisch profiel kunnen ze aan de slag in een technisch bedrijf. Bij deze technische bedrijven zullen Beroepsgekwalificeerde Assistenten in eerste instantie als assistent aan de slag gaan. Ze ondersteunen ervaren collega’s bij het uitvoeren van technische werkzaamheden. Hierbij kan gedacht worden aan het aangeven van materialen en gereedschappen en het op maat zagen van leidingen. Ook draadsnijden in bijvoorbeeld de installatietechniek kan door een beroepsgekwalificeerd assistent worden gedaan. Daarnaast kan een assistent ook prima gaten boren en leidingen beugelen.

Ervaren collega belangrijk voor assistent
Voor een beroepsgekwalificeerd assistent is het belangrijk dat hij of zij een ervaren collega heeft die goed in staat is om de kennis en kunde die bij het vak hoort over te dragen. Wanneer de collega de tijd neemt om zijn assistent het vak goed te leren kan de assistent na verloop van tijd meer taken zelfstandig uitvoeren en kan zijn of haar werkervaring groeien. Deze werkervaring is belangrijk voor de toekomst van de assistent op de arbeidsmarkt. Een ervaren collega van een technisch bedrijf weet hoe werkzaamheden in de praktijk het beste uitgevoerd moeten worden. Dit verschilt regelmatig met de werkwijze die opleidingen hanteren wanneer ze de leerlingen vaardigheden van een bepaald beroepenveld aanleren. Een ervaren technische collega kan het verschil in werkzaamheden goed uitleggen aan zijn of haar assistent. Dit is belangrijke kennis en informatie waardoor de assistent kan groeien in zijn of haar professionaliteit.  erschilt regelmatig met de werkwijze die opleidingen hanteren wanneer ze de leerlingen vaardigheden van een bepaald beroepsveld

Beroepspraktijkvorming en de praktijk
Een deel van de praktijkkennis wordt al tijdens de BKA opleiding opgedaan tijdens de stage die ook wel Beroepspraktijkvorming BPV wordt genoemd. Het echte werk gebeurd natuurlijk in de praktijk wanneer de beroepsgekwalificeerd assistent daadwerkelijk in loondienst is bij een bedrijf. Dan moet er echt gepresteerd worden en moet de assistent zich goed houden aan de werktijden en (veiligheids)regels van een bedrijf. Uiteindelijk is de praktijk natuurlijk ook de mooiste gelegenheid voor de assistent om zijn of haar meerwaarde op de arbeidsmarkt te vergoten.

Wat is avionica en waar wordt avionica gebruikt?

Avionica is een woord dat is samengevoegd uit de woorden aviatiek en elektronica. Aviatiek is een ander woord voor luchtvaart en elektronica is een technisch vakgebied. De betekenis van deze twee woorden in de samenvoeging maakt duidelijk waar avionica voor staat. Met avionica word de toepassing elektronica in de luchtvaart bedoelt. Doordat avionica met name om de toepassing van elektronica gaat in de luchtvaart gaat is het een technisch vakgebied dat als subonderdeel van elektrotechniek kan worden beschouwd.

Waar wordt avionica gebruikt?
Avionica wordt zowel in de burgerluchtvaart als in de militaire luchtvaart gebruikt. in de luchtvaart voor burgers wordt avionica met name gebruikt voorde vluchtinstrumenten. Hierbij kan gedacht worden aan de middelen waarmee het vliegtuig kan navigeren. Daarnaast zijn er aan boord van een vliegtuig verschillende communicatiemiddelen aanwezig om in het vliegtuig te communiceren en te communiceren met andere vliegtuigen en met de luchthavens op de grond. Bij deze verschillende vluchtinstrumenten wordt veel gebruik gemaakt van elektronica.

Voor de militaire luchtvaart wordt nog meer elektronica toegepast. Dit heeft met name te maken met het tijdig ontdekken van vijandige projectielen en vliegtuigen. Daarom wordt bij de militaire luchtvaart ook aandacht besteed aan elektronische systemen die gebruikt worden om de omgeving van het vliegtuig in de gaten te houden. Hierbij kan gedacht worden aan radarsystemen en andere optische systemen om bijvoorbeeld in het donker de bewegingen van de vijand op de grond in de gaten te houden. Wanneer vijandelijke objecten het vliegtuig naderen zijn er verschillende zelfbeschermingssystemen aan boord van het militaire vliegtuig aanwezig om de projectielen uit de lucht te schieten of van het vliegtuig weg te leiden. Bij al deze systemen wordt veel gebruik gemaakt van elektronica.

Wat is een avionica technicus?
Een technisch medewerker die bevoegd is om te werken aan de avionica draagt een grote verantwoordelijkheid. In de functie van avionica technicus kan hij of zij werken aan verschillende elektrische systemen ten behoeve van de navigatiesystemen en vluchtleidingsystemen van verschillende vliegtuigen. De systemen waarmee vliegtuigen zijn uitgerust kunnen onderling verschillen. Er zijn niet alleen verschillen tussen militaire vliegtuigen en burgervliegtuigen, ook onderling verschillen de vliegtuigen. Een avionica technicus moet van te voren goed op de hoogte zijn van de verschillende technische systemen van het vliegtuig waar hij of zij verantwoordelijk voor is. Hiervoor worden vaak specifieke trainingen gevolgd. Een avionica technicus heeft een belangrijke technische functie in de luchtvaarttechniek.

Waar werkt een avionica technicus?
Een avionca technicus werkt in veel gevallen in een team bij een groot bedrijf. Hierbij kan gedacht worden aan grote vliegtuigmaatschappijen of aan een Maintenace Repair Organisation voor vliegtuigen. In een dergelijk bedrijf zijn verschillende technische specialisten aanwezig die elkaar kunnen ondersteunen om de werkzaamheden aan vliegtuigen zo goed mogelijk uit te voeren. Wanneer deze werkzaamheden niet goed worden uitgevoerd kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. Wanneer vliegtuigen niet goed kunnen communiceren omdat de elektronica niet goed is aangelegd kan het zijn dat de vliegtuigen niet duidelijk kunnen aangegeven welke koers ze hanteren. Met name bij drukke luchthavens moet de koers van vliegtuigen goed op elkaar worden afgestemd omdat anders botsingen kunnen ontstaan met fatale gevolgen.

Daarnaast zijn in de cockpit van de vliegtuigen verschillende meters en displays aanwezig. Deze laten informatie aan de piloot zien over de positie en het functioneren van verschillende technische aspecten van het vliegtuig. Wanneer deze displays en meetinstrumenten niet werken mist de piloot belangrijke informatie om het vliegtuig veilig te besturen. Aan alle displays en instrumenten zitten elektrotechnische componenten verbonden.  Een avionica technicus heeft meestal niet verstand van alle elektronica aan boord van een vliegtuig. De hoeveelheid elektronica aan boord van een vliegtuig is ook enorm. Daarom is het belangrijk dat een avionica technicus goed overlegd met andere vliegtuigtechnici. In een team bij een groot bedrijf wordt zeer professioneel samengewerkt. De taken en verantwoordelijkheden worden onderling goed verdeeld. In de volgende alinea worden een aantal taken van de avionica technicus genoemd.

Wat doet een avionica technicus?
Een avionica technicus heeft een breed takenpakket. Hij of zij werkt aan verschillende elektrotechnische systemen aan boord van vliegtuigen. Dit kan zowel in de cockpit van het vliegtuig zijn als op andere werkplekken in het vliegtuig. Een avionica technicus bereid zijn of haar taken goed voor. Er worden storingen in de apparatuur gezocht. Over deze storingen worden rapporten geschreven. Daarnaast worden de storingen door de avionica technicus vakkundig verholpen. Ook wanneer er geen storingen zijn aan de elektronica van een vliegtuig word de avionica technicus ingezet. Er worden namelijk ook regelmatig onderhoudsinspecties uitgevoerd aan vliegtuigen. Hierbij wordt gekeken naar het functioneren van het vliegtuig en de technische systemen die aan boord van het vliegtuig aanwezig zijn. Ook hierover worden rapporten geschreven. Deze worden goed geadministreerd. Het takenpakket van een avionica technicus is zeer divers en niet zuiver technisch uitvoerend. Gezamenlijk met andere technici is hij of zij er voor verantwoordelijk dat het vliegtuig veilig en deugdelijk is om gebruikt te worden voor de doeleinden waarvoor het is ontworpen: het vervoeren van mensen en goederen.