Technisch Werken

Metro Noord/Zuidlijn wordt technisch getest in april en mei 2018

In de maanden april en mei in 2018 wordt de Noord/Zuidlijn in Amsterdam getest. Er worden dan door vervoersbedrijf GVB een aantal testen uitgevoerd. Daarbij worden verschillende situaties nagebootst op de metrolijn. Er worden verschillende technische problemen bewust veroorzaakt om te kijken hoe men hier het beste op kan anticiperen. Hierbij kun je denken aan een kapot metrostel. Verder worden ook normale testritten uitgevoerd zonder dat er bewust technische problemen worden veroorzaakt.

Voor het testen van de metrolijn zijn echter wel mensen nodig die als passagiers meespelen in de metro. In het echt zullen er namelijk ook mensen gebruik maken van de metro wanneer er zich problemen voordoen. Deze mensen moeten dan gekalmeerd worden en op een veilige manier worden vervoerd bij de eventuele calamiteit vandaan. Dat vereist vluchtroutes en andere veiligheidsvoorzieningen.

De GVB heeft het over de laatste testfase. Als deze testen goed verlopen dan zou de metrolijn op 22 juli geopend moeten worden. Voordat het zover is moet men eerst wel zeker zijn dat de metrolijn veilig is. Er zullen echter meerdere aanmeldingen komen voor mensen die als zogenaamde testreiziger mee willen doen. Er zijn namelijk nog steeds aanmeldingen en het aanmelden kan nog steeds. De GVB zou in totaal ongeveer tienduizend testreizigers nodig hebben. De Noord/Zuidmetrolijn is bijna af maar daarmee is men er nog niet. Er zullen echter nog een aantal testen moeten worden gedaan met betrekking tot het onderhoud en het beheer. Dit bericht werd bekend gemaakt door de AT5 en de regionale omroep NH.

Getagd met ,
Geplaatst in Nieuws

Arbeidsparticipatie in Utrecht het hoogst in 2017

Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft afgelopen vrijdag geconcludeerd dat het goed gaat met de arbeidsparticipatie in Nederland maar dat de arbeidsdeelname in Nederland nog niet op het niveau is beland van 2008. Dat jaar was de arbeidsparticipatie het hoogste in Nederland en in 2004 het laagste van de afgelopen jaren. Het CBS heeft ook gekeken naar de arbeidsparticipatie in de grote steden van Nederland. Hieruit komt naar voren dat de arbeidsdeelname in Utrecht het hoogste was. Hier werd een percentage van 70,5 procent genoteerd door het CBS.

Daarnaast is de arbeidsparticipatie in Amsterdam ook bovengemiddeld hoog. Daar werd een percentage genoteerd van 67,1 procent. De staat Den Haag behaalde in 2017 een arbeidsparticipatie van 61,6 procent. Daarnaast kwam de stad Rotterdam uit op 60,6 procent. Dat is wel aanzienlijk lager dan de stad Utrecht. Alleen de stad Amsterdam had in 2017 ongeveer dezelfde arbeidsdeelname als aan het begin van de economische crisis.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Arbeidsparticipatie in verschillende Nederlandse regio’s op recordniveau in 2017

De arbeidsparticipatie is in heel Nederland nog niet op het niveau van 2008. In dat jaar was de arbeidsparticipatie in Nederland op een hoog niveau beland. Alleen was daarna het effect van de economische crisis goed merkbaar in de arbeidsdeelname in Nederland. Sinds het dieptepunt in de arbeidsparticipatie is er echter wel een herstel merkbaar. Dit herstel was ook goed merkbaar het afgelopen jaar toen de arbeidsparticipatie volgens het CBS ongeveer 66,7 procent. Dat is altijd meer dan het dieptepunt op het gebied van arbeidsparticipatie dat werd bereikt in 2004 toen er door het CBS 64,9 werd genoteerd.

Verschillen tussen regio’s
Het valt op dat de arbeidsparticipatie in bepaalde regio’s van Nederland meer toeneemt dan andere regio’s. Zo is in vier van de veertig Nederlands regio’s in 2017 de arbeidsparticipatie op het niveau van 2008 gekomen. Dit zijn de regio’s Zuidwest-Drenthe, IJmond, Zeeland (exclusief Zeeuws-Vlaanderen) en de agglomeratie Haarlem. Van alle regio’s was de regio Zuidwest-Drenthe de grootste stijger. In deze regio steeg de arbeidsparticipatie 2008 en 2017 met 0,3 procentpunt. Daarnaast zijn er ook regio’s die het op dit gebied niet goed doen. De regio’s die nog niet in de buurt van 2008 zijn beland zijn de regio’s Flevoland, de agglomeratie ‘s-Gravenhage, Zuidoost-Drenthe en Alkmaar en omgeving. In deze gedeelten van Nederland komt men nog niet in de buurt van 2008 als het gaat om de arbeidsparticipatie.

Arbeidsparticipatie Noord-Overijssel
In Noord-Overijssel kwam de netto-arbeidsdeelname in 2017 uit op 69,5 procent. Daarmee was in deze regio de arbeidsdeelname het hoogste van alle regio’s in Nederland. Als men deze regio opdeelt dan zijn de gemeenten Dalfsen en Staphorst met percentages van ruim 71 procent het meest succesvol geweest op dit gebied.

Getagd met ,
Geplaatst in Nieuws

Arbeidsparticipatie in 2017 nog niet op het niveau van 2008

De arbeidsparticipatie of arbeidsdeelname was vorig jaar in meeste Nederlandse regio’s nog niet zo groot als het niveau van voor de economische crisis. Dat wil zeggen dat in 2008 de arbeidsparticipatie in veel Nederlandse gebieden hoger lag dan in 2017.

Arbeidsparticipatie nog niet op topniveau
De Nederlandse economie is aan het herstellen. Dat zorgt er voor dat bedrijven het drukker krijgen en er meer vacatures open komen te staan. Dat is goed nieuws voor de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid. Toch is de werkgelegenheid in Nederland niet dusdanig aan het toenemen dat de arbeidsparticipatie op het niveau van voor de crisis is gekomen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan de netto-arbeidsdeelname in 2017 uit op 66,7 procent. Dit bericht heeft het CBS vrijdag 16 februari 2018 bekend gemaakt. deze arbeidsparticipatie is nog steeds iets lager dan in 2008 toen een arbeidsdeelname van 67,9 procent werd bereikt. Die arbeidsdeelname in 2008 was echter wel het hoogste punt van de afgelopen decennia.

Berekening arbeidsparticipatie
De berekening van dit cijfer wordt door het CBS gedaan. Hiervoor wordt het aantal werkenden vergeleken met het totaal aantal personen in de leeftijd tussen de 15 en 75 jaar. Het landelijke dieptepunt in de arbeidsparticipatie werd overigens niet in de economische crisis bereikt. Dit dieptepunt was namelijk in 2004 toen bereikte de landelijke arbeidsparticipatie een historisch laag cijfer namelijk 64,9. Vanaf dat moment neemt de arbeidsdeelname weer toe.

Getagd met , ,
Geplaatst in Nieuws

Consortium wil drie Turkse elektrische auto’s voor Turkije ontwikkelen vanaf 2018

Er zijn een aantal bedrijven die gezamenlijk werken aan de eerste volledig Turkse auto. Deze bedrijven hebben zich verenigd in een consortium en willen drie elektrische voertuigen gaan lanceren. Dat heeft het consortium bekend gemaakt aldus de Turkse krant Hürriyet. Deze Turkse krant heeft ook aangegeven dat de automodellen een platform gaan delen en op middellange termijn in productie worden genomen. De auto’s die worden ontwikkeld zullen in eerste instantie worden ingezet op de thuismarkt in Turkije. Na deze eerste fase wordt gekeken welke automodellen geschikt zouden kunnen zijn voor de export naar de rest van de wereld.

Samen werken aan elektrische auto
In november van 2017 hadden een aantal Turkse bedrijven aangekondigd dat ze zouden gaan samenwerken aan de ontwikkeling van een Turkse auto. De bedrijven die aan dit consortium deelnemen zijn bedrijfswagenfabrikant BMC, telecombedrijf Turkcell en de holdings Anadolu, Kıraça en Zorlu. Deze bedrijven gaan een samenwerkingsverband met elkaar aan voor de ontwikkeling en productie van een Turkse auto. In 2019 zou het eerste prototype voor de Turkse markt moeten worden gelanceerd. Daarnaast zou deze productie in de komende jaren moeten groeien tot er in 2021 een massaproductie mogelijk is van Turkse auto’s.

Hybride en elektrische auto’s
In Turkije heeft men goed in de gaten dat er in de toekomst steeds meer vraag ontstaat naar elektrische auto’s en hybride auto’s. De energietransitie in de voertuigentechniek is namelijk in volle gang. Recep Tayyip Erdoğan heeft daarom aangegeven dat er vooral aandacht moet worden besteed aan de ontwikkeling van elektrische auto’s en hybride auto’s. Daarom richten de ontwikkelaars zich vooral op de bouw van hybride voertuigen en volledig-elektrische auto’s. Het Turkse ministerie van Wetenschap, Industrie en Technologie had in 2017 al een beetje bekend gemaakt dat het land bezig is met de ontwikkeling van een plug-in hybride met een volledig elektrische actieradius van ongeveer 100 kilometer.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Technisch uitzendbureau heeft een hectische februarimaand in 2018

Uitzendbureaus in de techniek merken dat er veel dynamiek is in de technische arbeidsmarkt begin 2018. Er staan deze periode net als vorig jaar veel vacatures open in zowel de bouw als de techniek. De krapte op de arbeidsmarkt neemt toe door de stijgende vraag naar vakspecialisten en een krimp in het aanbod daarvan. Veel bedrijven halen de samenwerkingsverbanden met uitzendbureaus aan om er voor te zorgen dat er zoveel mogelijk kandidaten worden geworven voor de vacatures die open staan.

Werven van uitzendkrachten
Uitzendbureaus in de techniek hebben echter ook moeite met het vinden van geschikte kandidaten. Ze gebruiken hiervoor hun eigen netwerk en CRM-systeem en daarnaast de vele jobboards en andere digitale vacaturebanken. Ook onderhouden veel uitzendbureau nauwe samenwerkingsverbanden met technische scholen en het UWV. Op die manier kan de instroom van jonge krachten worden vergroot maar ook de instroom van ervaren krachten die momenteel werkzoekend zijn.

VCU uitzendbureau
De technische arbeidsmarkt is een markt van specialisten. Dat houdt in dat er op de technische arbeidsmarkt complexe vacatures aanwezig zijn die niet door elke werkzoekende kan worden opgevuld. Uitzendbureaus moeten daarom naast de focus op de werving ook een hele goede selectie hanteren. VCU uitzendorganisaties letten naast opleiding en werkervaring ook vaak extra op veiligheidscertificaten en veilig werken. Daarom zijn de intercedenten van een VCU uitzendbureau in bezit van een VIL VCU certificaat.

Werkdruk en veiligheid
Veiligheid en werkdruk zijn echter twee aspecten die in de praktijk moeilijk samengaan. De werkdruk zorgt er voor dat de veiligheid dikwijls in het gedrang komt. Vooral nu het technisch personeel zo schaars is wordt de werkdruk hoog. Bouwbedrijven en uitzendorganisaties moet er echter voor zorgen dat het uitzendpersoneel net als het reguliere personeel wordt voorzien van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en de juiste veiligheidsinstructies.
Uitzendbureaus hebben hiervoor wettelijk de doorgeleidingsplicht waarbij ze de veiligheidsvoorschriften bij technische (bouw) bedrijven moeten opvragen en doorgeven aan uitzendkrachten. Op die manier kunnen uitzendkrachten veilig werken.

Verantwoordelijkheid van het uitzendbureau
Uitzendbureaus dragen ondanks de hectiek en dynamiek wel de verantwoordelijkheid om goede uitzendkrachten te werven en te selecteren voor hun opdrachtgevers. Concessies op het gebied van veiligheid en gezondheid mogen niet worden gedaan. Ook dienen uitzendkrachten over voldoende kennis en opleidingsniveau te beschikken om de technische werkzaamheden naar behoren uit te voeren. Door de schaarste op de arbeidsmarkt zorgt dat er voor dat uitzendbureaus snel en effectief moeten opereren op de arbeidsmarkt.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Minister Koolmees komt in 2018 met een soberder ouderschapsvoorstel dan de SER

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft vandaag een voorstel gedaan om het ouderschapsverlof aan te passen in Nederland. Dit ouderschapsvoorstel werd ook door minister Koolmees in ontvangst genomen maar de minister zal het ouderschapsvoorstel van de SER niet geheel overnemen. De minister komt wel heel binnenkort met een voorstel om het ouderschapsverlof in Nederland aan te passen. In het ouderschapsvoorstel van Sociaal-Economische Raad werd gepleit voor een ouderschapsverlof voor beide ouders voor een duur van zes weken. Dit ouderschapsverlof moest volgens de SER doorbetaald worden door de overheid om de werkgevers te ontlasten.

Minister Koolmees wil echter niet zo ver gaan. In plaats daarvan werkt hij aan een wijziging waarin een wettelijke regeling voor de partner van de moeder is opgenomen. Deze partner zou zes weken ouderschapsverlof kunnen krijgen waarvan slechts een week 100 procent doorbetaald zou worden. De overige vijf weken zou de partner 70 procent van het loon doorbetaald krijgen. De minister wil daarnaast niet dat het ouderschapsverlof wordt betaald door de overheid. Het geld moet volgens hem niet uit de belasting worden betaald.

In plaats daarvan vindt de minister dat werkgevers en werknemers de regeling via premies moeten financieren. In het regeerakkoord had het kabinet afgesproken dat er een partnerverlof moest komen van zes weken. Op dit moment loopt Nederland ten opzichte van andere Europese landen achter op het gebied van ouderschapverlof. Om die reden is het belangrijk dat het kabinet wijzigingen doorvoert.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Akzo Nobel investeert in een waste-to-chemistryinstallatie in 2018

Akzo Nobel Specialty Chemicals gaat investeren in een consortium voor een zogenaamde waste-to-chemistryinstallatie in Rotterdam. Bij dit consortium zijn ook de ondernemingen Air Liquide en Enerkem en het Havenbedrijf Rotterdam aangesloten. De waste-to-chemistryinstallatie zou een duurzaam alternatief kunnen gaan bieden voor afvalverbranding. Het principe van de installatie is gericht op het vormen van nieuwe grondstoffen uit plastic en gemengd afval. Deze grondstoffen zouden vervolgens weer door de industrie kunnen worden gebruikt. Dit werd vrijdag 16 februari 2018 door Akzo Nobel gemeld.

Waste-to-chemistryinstallatie
De waste-to-chemistryinstallatie vereist in eerste instantie een investering van 9 miljoen euro. Het consortium is nog in overleg met de deelnemende bedrijven en streeft ernaar om de uiteindelijke beslissing over de investering 200 miljoen euro later dit jaar te kunnen nemen. In Europa is nog niet eerder een waste-to-chemistryinstallatie gebouwd wat dat betreft krijgt Nederland de primeur. Er worden welk vaker installaties gebouwd waarmee afval kan worden gerecycled maar deze unieke installatie kan ook afval recyclen dat verder niet recyclebaar is. het afval wat niet recyclebaar is zal worden verwerkt tot methanol door de waste-to-chemistryinstallatie.

Methanol

Methanol is een belangrijke grondstof voor een groot aantal producten. Zo wordt deze stof gebruikt als duurzame transportbrandstof. Door methanol uit afval te winnen hoeft het afval niet te worden verbrand dat zorgt er voor dat er niet alleen een grondstof wordt gewonnen maar ook dat de CO2 emissie wordt gereduceerd. Daardoor is de installatie en het gebruik van de waste-to-chemistryinstallatie een kilmaatverantwoorde beslissing.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Nuon gaat groene stroom afnemen van Nederlandse zonneparken in 2018

Nuon gaat groen energie inkopen van drie zonneparken in Nederland. Het energiebedrijf is onderdeel van Vattenfall en heeft voor de aankoop van groene stroom een aantal overeenkomsten gesloten met de zonneparken. In totaal zou de groene stroom van de zonneparken voldoende elektrische energie opleveren voor ongeveer 10.000 woning in Nederland. Dit bericht werd vrijdag 16 februari 2018 bekend gemaakt door Nuon.

Zonneparken
Door deze overeenkomsten gaat het energiebedrijf voor het eerst groene stroom afnemen van zonneparken in Nederland. De leveranciers van groene stroom voor Nuon zijn de zonneparken in:

  • Middelburg met 55.000 zonnepanelen en een capaciteit van 14 megawatt
  • Emmeloord met 43.500 zonnepanelen en een capaciteit van 12 megawatt
  • Uden. Hier is een zonnepark in aanbouw waarbij de Nederlandse Vattenfall-dochter Powerpeers is betrokken. Dit zonnepark zal 43.000 panelen bevatten en is goed voor een capaciteit van 12 megawatt.

De productie van zonne-energie is reeds gestart in Emmeloord. Ook in Middelburg zal de productie van zonne-energie op korte termijn worden gestart. Verder zal in Uden de productie van elektriciteit uit het zonnepark in de zomer van start gaan.

Energietransitie
De CEO van Nuon, Peter Smink, is tevreden over de overeenkomsten die zijn gesloten met de zonneparken. Door deze investering worden de klanten van Nuon minder afhankelijk van energie die gebaseerd is op de verbranding van fossiele brandstoffen. Nuon levert met de keuze voor groene stroom van zonneparken een belangrijke bijdrage aan de energietransitie.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

SER: zes weken betaald ouderschapsverlof voor beide ouders

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft aangegeven dat ze wil dat ouders in de toekomst meer ouderschapsverlof kunnen krijgen bij de geboorte van een kind. Bovendien moet dit ouderschapsverlof ook nog 100 procent worden doorbetaald. In een unaniem advies van de SER aan het kabinet staat dat beide ouders in de toekomst recht moeten hebben op zes weken ouderschapsverlof met honderd procent doorbetaling van het salaris. Dit salaris moet worden betaald door de overheid volgens de SER. Op die manier krijgen de werkgevers geen extra lasten.

Tekort aan arbeidskrachten
De SER denkt dat er door de wijziging in het ouderschapsverlof meer vrouwen aan het werk blijven en op die manier zullen de kosten van het doorbetaalde ouderschapsverlof worden gecompenseerd. De belastinginkomsten zullen toenemen volgens SER-voorzitter Marjet Hamer. Zij gaf haar toelichting op het voorstel in het NOS Radio 1 Journaal. De arbeidsmarkt heeft te maken met een personeelstekort. Dat zorgt er voor dat er meer mensen actief moeten worden op de arbeidsmarkt. De ouders zouden nu de zorg voor hun kind met elkaar moeten delen zodat ook de vrouw langer kan blijven werken. Het is echter wel zo dat het ouderschapsverlof in het eerste jaar van het kind moet worden opgenomen. Dan is het ouderschapsverlof volgens de SER-voorzitter het hardst nodig. Daarnaast worden in het eerste jaar van het kind de zorgtaken verdeeld. Deze verdeling blijft in de periode daarna grotendeels in stand.

Ouderschapsverlof en zwangerschapsverlof
Het ouderschapsverlof komt bovenop het zwangerschapsverlof van zestien weken dat moeders al krijgen. Misschien wordt in de toekomst het nieuwe ouderschapsverlof tot zestien weken uitgebreid. Dan zou Nederland het advies opvolgen van de Europese Commissie. De huidige ouderschapsregeling kan wat betreft de SER ook van kracht blijven. Deze regeling houdt in dat ouders in de eerste acht jaar na de geboorte van het kind een periode minder gaan werken. Dit minder werken zorgt echter wel voor inkomstenderving want ouders moeten dit zelf blijven betalen.

Getagd met ,
Geplaatst in Nieuws

Industrie behaalde in 2017 voor het eerst sinds 2011 hogere jaaromzet

Producenten in de industrie hebben in 2017 in totaal 7,5 procent meer omzet weten te behalen ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat maakt 2017 het eerste jaar sinds het jaar 2011 dat de jaaromzet in de industrie is toegenomen. In het laatst kwartaal van 2017 nam de omzet van producenten met 6,7 procent toe. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag 16 februari 2018 laten weten.

Dit is het vijfde kwartaal achter elkaar dat de producenten hun omzet hebben zien toenemen. De binnenlandse omzet groeide echter minder hard dan de buitenlandse omzet. Dit was de twee voorafgaande kwartalen ook al het geval. Ook de afzetprijzen stegen in het vierde kwartaal van 2017. In dat kwartaal vielen de afzetprijzen 3,8 procent hoger uit. Over heel 2017 vielen de afzetprijzen 5,9 procent hoger uit.

Vrijwel alle industriële branches draaiden in het laatste kwartaal van vorig jaar meer omzet dan een jaar gelden. Vooral de transportmiddelenindustrie viel op. In deze industriële branche groeide de omzet met 14 procent het hardst. Als men kijkt naar deze industrie dan waren het vooral de autoproducenten die zorgden voor een enorme stijging. Deze producenten hadden een plus van 27,7 procent. Naast de autoproductie lieten ook de textielindustrie, kledingindustrie en leerindustrie een behoorlijke omzetstijging zien van gemiddeld 12,8 procent. De meubelindustrie liet als enige industriële sector een daling in de omzet zien.

Getagd met ,
Geplaatst in Nieuws

Uitzendkrachten hebben meer kans op vast werk in 2018

Werken via een uitzendbureau is voor veel werkzoekenden de ideale opstap naar een tijdelijk contract of zelfs een vaste baan. Vooral jonge werkzoekenden die net van school komen kunnen bij een uitzendbureau goed in beeld krijgen wat voor functies er allemaal zijn op de arbeidsmarkt en wat nu echt de waarde is van hun cv. Ook voor oudere werkzoekenden is een uitzendbureau een effectieve partner in de zoektocht naar werk. Dat komt omdat uitzendbureaus niet alleen kijken naar opleidingen en opleidingsniveau maar ook naar werkervaring. Uitzendbureaus weten deze werkervaring vaak goed op waarde te schatten. Dat zorgt er voor dat uitzendbureaus in feite voor alle leeftijden een effectief middel zijn om aan een baan te komen.

Technische uitzendkrachten
De meeste bedrijven in Nederland lenen uitzendkrachten in of hebben wel eens uitzendkrachten of andere flexwerkers aan het werk gehad. Uitzendkrachten vormen vaak een ideale oplossing om de piekdrukte in een bedrijf op te vangen. Nu echter de meeste bedrijven uit de economische crisis zijn geraakt wordt een piekproductie vaak ook langer of een structurele productietoename. In dat geval is de kans groot dat uitzendkrachten rechtstreeks een tijdelijk contract of zelfs een vast contract krijgen bij een opdrachtgever.

VCU en VIL VCU
Bij bedrijven in de bouw en techniek is een steeds grotere behoefte aan vakkrachten. Er staan bij installatiebedrijven, bouwbedrijven en metaalbedrijven enorm veel vacatures open die worden gedeeld met bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau. Deze uitzendbureaus zijn technische specialisten en hebben vaak ervaren VIL VCU gecertificeerde intercedenten in dienst die hun opdrachtgevers begrijpen en zo goed mogelijk van (tijdelijk) personeel kunnen voorzien.

Inleentermijn van een uitzendbureau
Vaak hebben technische uitzendbureaus in hun algemene voorwaarden een bepaalde uitzendduur opgenomen waarvoor de uitzendkrachten moeten worden ingeleend. Deze uitzendduur was tot voor kort vaak nog 1040 gewerkte uren. Dat is ongeveer een gewerkt half jaar. Daarna mochten opdrachtgevers de uitzendkracht een rechtstreeks contract aanbieden en zou de uitzendkracht dus vertrekken bij de uitzendonderneming. Omdat bouwpersoneel en technisch personeel steeds schaarser wordt hebben veel uitzendbureaus de minimale inleentermijn verlengd naar 1560 uur of zelfs nog langer. Op deze manier hopen uitzendbureaus dat ze langer technisch personeel aan hun kunnen binden.

Overname van uitzendkrachten
De inleentermijn van technische uitzendkrachten wordt tegenwoordig vaker verlengd door technische uitzendbureaus maar ook door andere uitzendbureaus. Toch ontstaat op een gegeven moment de situatie dat de inleentermijn is afgerond of is afgekocht met een bepaalde afkoopsom. In dat geval kan de inlener de uitzendkracht desgewenst in dienst nemen. Natuurlijk is dat ook afhankelijk van de wens van de uitzendkracht.

De meeste uitzendkrachten willen echter graag een rechtstreeks contract hebben bij hun inlener omdat ze dan denken dat ze beter aan hun loopbaan kunnen werken. Dit is echter lang niet altijd het geval. Veel uitzendbureaus kiezen er namelijk ook voor om aan loopbaanbegeleiding te doen. Deze professionele uitzendbureaus bieden loopbaantrajecten en opleidingstrajecten aan hun uitzendkrachten en detacheringspersoneel. Ook bij een uitzendbureau kun je een vast contract krijgen. Omdat technisch personeel steeds schaarser wordt zal men op de arbeidsmarkt steeds meer naar het personeel moeten luisteren. Dat is goed voor de positie van de techneut op de arbeidsmarkt. Die kan beter onderhandelen met uitzendbureaus en met reguliere technische bedrijven.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Ondernemers zijn positief over de toename werkgelegenheid in 2018

Niet alleen het ondernemersvertrouwen is toegenomen aan het begin van 2018. Het Centraal Bureau voor de Statistiek de Kamer van Koophandel en de VNO-NCW geven ook aan dat veel ondernemers positief zijn over de toename in de werkgelegenheid bij hun eigen onderneming. De werkgelegenheid bij veel bedrijven neemt toe maar aan de andere kant blijven veel vacatures ook lang open staan. Er blijkt namelijk een groot tekort te zijn ontstaan aan vakkrachten in verschillende sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven.

Meer personeel nodig
In het vierde kwartaal van 2017 had 27 procent van de bedrijven meer personeel in dienst dan in het voorgaande kwartaal. Daarnaast had tien procent van de bedrijven juist minder mensen werkzaam op de werkvloer. Dat maakt duidelijk dat bij de meeste bedrijven juist een toename in de werkgelegenheid merkbaar was. In 2018 zal bij ongeveer 16 procent de werkgelegenheid verder toenemen.

Werkgelegenheid in de bouw
Vooral in de bouwsector is er sprake van een toename in de werkgelegenheid. In 2018 verwacht 35 procent van de bouwbedrijven dat er meer personeel nodig zal zijn het komende jaar. Het invullen van de openstaande vacatures wordt voor veel bouwbedrijven een uitdaging. Ze schakelen technische uitzendbureaus en VCU uitzendbureaus in om hun te ondersteunen bij de zoektocht naar geschikt personeel. Ook deze uitzendondernemingen hebben moeite met het vinden van geschikte kandidaten in de bouw en de techniek. De arbeidsmarkt raakt oververhit.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Ondernemersvertrouwen op hoogste niveau ooit begin 2018

In Nederland is het ondernemersvertrouwen aan het begin van 2018 op het hoogste niveau ooit beland. De ondernemersvertrouwensindicator kwam aan het begin van het eerste kwartaal van 2018 uit op 18,1 punten. Deze hoge stand heeft het vertrouwen van ondernemers in Nederland nog niet eerder bereikt.

Indexcijfers
Het indexcijfer 18,1 is de hoogste waarde sinds de start van de metingen in 2008. Dit bericht werd donderdag 15 februari 2018 bekend gemaakt door de Kamer van Koophandel, de VNO-NCW en Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In het laatste kwartaal van 2017 kwam de indicator voor het ondernemersvertrouwen nog uit op een stand van 13,4 opgetekend. Dat was lager dan het begin van 2017 tot de stand nog uit op 14,7.

Ondernemersvertrouwen in de bouw
Met name in de bouwsector is het ondernemersvertrouwen groot. Dat is niet verwonderlijk want in de bouw is sprake van een grote groei sinds het einde van de economische crisis. Dat blijkt ook aan de toename in de werkgelegenheid in de bouw. Veel bouwbedrijven zetten vacatures open voor extra personeel. Alleen blijkt het moeilijk om nieuw personeel aan te trekken. Technische uitzendbureaus proberen bouwbedrijven te ondersteunen bij hun zoektocht naar nieuwe bouwvakkers, installatiemonteurs en elektromonteurs. Deze vakkrachten zijn echter moeilijk te vinden. Dat weet ook UNETO VNI de brancheorganisatie voor de installatietechniek. Juist dit tekort aan personeel blijkt een belangrijke rem te vormen voor de productie in de bouw.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Aardgasloos bouwen wordt makkelijker vanaf 2018

Aardgasloos bouwen is de toekomst. Tenminste als het aan de Nederlandse regering ligt. Nederlandse woningen moeten van het aardgas af. Dat houdt in dat er in de toekomst steeds meer woningen worden gebouwd zonder aardgasaansluiting. Deze woningen zullen dan op een andere manier moeten worden verwarmd bijvoorbeeld door warmtepompen of aardwarmte.

Nieuwe afspraken over aargasloos bouwen
Door nieuwe afspraken kunnen er in de toekomst sneller nieuwbouwwijken worden gebouwd zonder gasaansluitingen. In 2018 is het eigenlijk nog steeds zo dat nieuwe woningen een aardgasaansluiting moeten hebben. Deze aardgasaansluiting wordt meestal aangesloten op kooktoestellen en centrale verwarmingsinstallaties met een zogenaamde cv-ketel. In de toekomst is deze situatie niet meer vanzelfsprekend. Toch zijn nog vrijwel alle woningen in Nederland voorzien van een centrale verwarming en cv-ketel. In de volgende alinea wordt kort uitgelegd hoe de centrale verwarming doormiddel van een gasgestookte cv-ketel werkt.

Hoe werkt een centrale verwarming?
De cv-ketel verbrand aardgas en creëert zo warmte waarmee het water van de cv leidingen wordt verhit. Dit warme cv-leidingwater stroomt vervolgens door radiatoren die de warmte afgeven aan de omgeving waarna het afgekoelde cv-leidingwater weer naar de ketel stroomt om vervolgens weer opgewarmd te worden.

Hybride warmtepomp en een cv-ketel

Tegenwoordig maakt men echter gebruik van zogenaamde hybrideketels en hybride warmtepompen. Die zorgen er voor dat er naast het verstoken van aardgas ook warmte wordt gewonnen door een hybride warmtepomp. Deze hybride warmtepomp kan de warmte bijvoorbeeld uit de lucht onttrekken. Een hybrideketel of een hybridewarmtepomp is al een aanzienlijk verbetering dan alleen een cv-ketel gebruiken omdat op die manier al veel aardgas wordt bespaard. Toch is deze verwarmingstechniek niet geheel aardgas vrij. Daardoor vormen hybride verwarmingen een tijdelijke oplossing.

Pelletkachels of pelletketels
Als men van het aardgas af gaat zal dat gevolgen hebben voor de verwarmingtechnieken voor een woning. Een woning moet dan op andere manieren worden verwarmt. Een pelletkachel of pelletketel is dan een oplossing. Daarbij worden meestal houten pellets verbrand om warmte te creëren waarmee ook water kan worden verhit voor een centrale verwarming. Deze centrale verwarming bevat dan echter geen cv-ketel maar een pelletkachel als centraal punt in de verwarming. Alleen moet men bij deze verwarming wel houten pellets inkopen en verwerken. Dit is ook niet geheel CO2 neutraal want bij het verbranden van houten pellets komt ook CO2 vrij.

Aardgasloos bouwen
Voor het aardgasloos bouwen zijn wel verschillende technische oplossingen te bedenken maar men kan niet zonder de wetten en de regels van de overheid. Deze wetten die onder andere in het Bouwbesluit staan vormen namelijk de kaders waarbinnen bouwbedrijven moeten opereren. Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft tijdens een presentatie van een akkoord tussen kabinet, gemeenten, provincies en waterschappen benoemd dat aardgasloosbouwen in de toekomst beter mogelijk is. De verschillende overheidsinstellingen die dit akkoord met elkaar hebben gesloten gaan een samenwerking aan voor de komende jaren met betrekking tot het vergroten van de mogelijkheden voor aardgasloos bouwen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Woningmarkt voor monumenten minder krap dan reguliere koopwoningen in 2018

Monumentale woningen hebben over het algemeen een hogere prijs dan reguliere koopwoningen. Toch is de markt voor monumentale woningen wel meer in evenwicht dan de overige koopwoningen die verkocht worden. In 2017 werd gemiddeld 481.000 voor een monumentale koopwoning betaald. Als men kijkt naar de totale woningmarkt dan werd het afgelopen jaar gemiddeld 260.000 euro voor een woning betaald. Dit bericht werd woensdag 14 februari 2018 bekend gemaakt door het Restauratiefonds en de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM).

Monumentale panden worden duurder
Daarnaast worden monumentale panden steeds duurder. Zo werd in 2017 in totaal 9,5 procent meer betaald per vierkante meter voor een monumentale woning ten opzichte van 2016. De totale woningmarkt had echter een prijsstijging van 7,8 procent per vierkante meter in 2017. Sjoerd Slagter van het Restauratiefonds geeft aan dat veel mensen de meerwaarde inzien van monumenten. Mensen die een monumentaal pand kopen worden zogenaamd “rentmeester” van een “uniek stukje Nederlands erfgoed”. Er is daarom een bepaalde aantrekkingskracht van monumenten voor woningkopers. Echter is het aanbod van monumenten redelijk hoog en de vraag ook hoog waardoor de prijzen van monumentale woningen hoger worden op de woningmarkt. Elk monumentaal pand heeft een unieke geschiedenis en een uniek karakter. Woningkopers denken langer na over de koop van een monumentaal pand maar zijn dan vaak ook bereid om meer te betalen.

NVM krapte-indicator
De NVM hanteert een zogenaamde krapte-indicator. Deze toont het aantal keuzemogelijkheden oftewel het aanbod van waaruit huizenkopers op de woningmarkt kunnen kiezen. Deze krapte-indicator kwam eind 2017 uit op 6,8 voor monumentale woningen. Voor de reguliere woningmarkt kwam deze indicator uit op 4,3. Dat maakt duidelijk dat er meer aanbod is aan monumentale woningen op de woningmarkt. In totaal stonden er in de maand februari op de website van Funda 2.452 monumenten en monumentale panden in de verkoop. Gemiddeld worden monumentale panden pas na 153 dagen verkocht. Voor reguliere koopwoningen is dit 58 dagen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

CO2-uitstoot 2,2 procent gedaald in vierde kwartaal 2017

De CO2-uitstoot in Nederland is eind 2017 gedaald ten opzichte van 2016. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam de CO2 emissie in Nederland in het vierde kwartaal van 2017 zo’n 2,2 procent lager uit ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Dit heeft het CBS op woensdag 14 februari 2018 bekend gemaakt. De daling in de CO2 emissie is onder andere het gevolg van de relatief hoge temperatuur in de winterperiode aan het einde van 2017. Vanwege die hogere wintertemperatuur werd er minder aardgas verstookt voor de verwarmingsinstallaties (cv-installaties) van gebouwen. Als men de hoge wintertemperatuur buiten beschouwing laat dan is er nog steeds sprake van een daling van 0,2 procent volgens het CBS.

Minder aardgas en steenkool verbrand
Veel verwarmingsinstallaties in Nederland verbruiken direct of indirect fossiele brandstoffen. Hierbij kun je denken aan aardgas en steenkool. De bekende centrale verwarming wordt gestookt op aardgas. Daarnaast zijn er ook elektriciteitscentrales waarin steenkool wordt verbruikt. Elektrische kachels kunnen daardoor indirect toch op steenkool gestookt zijn. Echter maken steeds meer kolencentrales gebruik van biomassa die wordt bijgestookt om de hoeveelheid steenkool die verstookt wordt te reduceren. Naast steenkoolcentrales zijn er ook gascentrales die elektriciteit opwekken door aardgas te verbranden. Bij het verbranden van aardgas komt minder CO2 vrij dan bij het verbranden van steenkool.

Energietransitie
Er wordt door de overheid steeds meer aangestuurd op de energietransitie waardoor het aandeel van windmolens in het opwekken van elektrische energie alleen maar groter wordt. Verder maken ook veel bedrijven en particulieren de keuze om meer zelfvoorzienend te zijn op het gebied van energie. In de bouw worden meer duurzame toepassingen verwerkt in nieuwe woningen. Men kan hierbij denken aan isolatie en de kierdichtheid van woningen. Ook energie neutralewoningen zoals nulwoningen, passiefhuizen en andere duurzame woonconcepten worden steeds meer gebouwd in Nederland. Al deze ontwikkelingen hebben een duurzaam positief effect in de reductie van de CO2 uitstoot in Nederland.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Ruim 14.000 extra vacatures in kwartaal 4 van 2017

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er in het vierde kwartaal van 2017 behoorlijk wat extra vacatures op de Nederlandse arbeidsmarkt ontstaan. In totaal zouden in dit kwartaal 14.000 extra vacatures zijn verschenen. Het aantal werklozen daalde in hetzelfde kwartaal met meer dan 29.000. Verder nam het aantal banen toe met 57.000, deze banengroei is de sterkste banengroei sinds 2008. Dit maakt 2017 het vierde jaar op rij dat er een groei is in het aantal banen in Nederland. In totaal zouden er in Nederland ruim een half miljoen extra banen zijn ontstaan in 2017. In totaal waren er in het vierde kwartaal van 2017 in Nederland 10,3 miljoen banen aanwezig op de arbeidsmarkt.

Uitzendbranche en werkgelegenheid
Ongeveer de helft van alle banen die er de afgelopen jaren bij zijn gekomen zijn ontstaan in de uitzendbranche. De uitzendsector heeft 834.000 werknemersbanen. Daarmee wordt duidelijk dat de uitzendbranche een grote invloed heeft op de werkgelegenheid en banengroei in Nederland. Veel werkzoekenden vinden een baan via het uitzendbureau. Dit is meestal uitzendwerk maar kan na verloop van tijd ook werk worden op basis van detachering of zelfs een rechtstreeks dienstverband met de opdrachtgever of inlener. Uitzendbureaus vormen een sleutelpositie in de arbeidsbemiddeling.

Vast dienstverband
Ook het aantal werknemers met een vast dienstverband neemt toe op de arbeidsmarkt. In het laatste kwartaal van 2017 lag het aantal werknemers met een vast dienstverband in totaal 112.000 dienstverbanden hoger dan een jaar eerder. Het aantal werknemers dat werkzaam was op basis van een flexibele arbeidsrelatie groeide met 63.000.

Gewerkte uren
In 2017 hebben alle werknemers en zelfstandigen gezamenlijk meer dan 13 miljard uur gewerkt. Dit zijn alle gewerkte uren dus ook de uitzenduren en de uren die zzp’ers hebben gewerkt. In het jaar 2000 was het aantal gewerkte uren nog 12 miljard. Het afgelopen jaar was daarom een recordjaar op het gebied van gewerkte uren van werknemers in Nederland.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Arbeidsmarkt gespannen in 2017 en 2018

De Nederlandse arbeidsmarkt was in het laatste kwartaal gespannen. Dat wil zeggen dat de vraag naar arbeid bovengemiddeld hoog is terwijl het aanbod aan arbeidskrachten verhoudingsgewijs laag is. In Nederland was de arbeidsmarkt voor het laatst gespannen tijdens de hoogconjunctuur in de periode tussen 2007 en 2008. Dit bericht werd woensdag 14 februari 2018 bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2017 en 2018 is de krapte op de arbeidsmarkt echter nog niet zo groot als in 2008. In dat jaar waren er 1,3 werklozen per openstaande vacature. In 2017-2018 zijn dat gemiddeld nog 1,8 werklozen per vacature die open staat op de Nederlandse arbeidsmarkt. Toch is er sprake van een steeds grotere krapte op de arbeidsmarkt. Sinds het einde van de economische crisis liep de spanning op de arbeidsmarkt in Nederland op. Deze ontwikkeling was vanaf het tweede kwartaal van 2014 al merkbaar. Maar vanaf het laatste kwartaal van 2017 spreekt het CBS pas echt van een gespannen arbeidsmarkt. Daarvoor maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruik van een zogenaamde spanningsmeter arbeidsmarkt.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Chemiebedrijf DSM merkt stijgende vraag in 2018

DSM is een specialistisch chemiebedrijf dat vooral in de laatste maanden van 2017 heeft weten te profiteren van een sterke vraag naar chemieproducten. Dit zorgde er voor dat de prijzen voor chemieproducten omhoog gingen waardoor ook een positief effect zichtbaar werd in de omzet van DSM. Het chemiebedrijf heeft in het vierde kwartaal van 2017 een omzet behaald van 2,2 miljard euro. Dat bedrag is 8 procent hoger dan in dezelfde periode werd behaald in 2016. Als men de nadelige wisselkoerseffecten niet meeneemt in de omzetgroei dan zou de groei in de omzet 12 procent zijn geweest.

Ebitda
Het bedrijfsresultaat, geschoond voor eenmalige posten, oftewel de ebitda van DSM kwam uit op 359 miljoen euro. Dit is een stijging van 14 procent. Dit was het gevolg van een toenemende vraag naar materialen en voedingsingrediënten. DSM verwacht dat de positieve ontwikkelingen in de markt ook in 2018 blijven voortzetten. Aan het einde van dit jaar verwacht het chemieconcern haar eigen verwachtingen te overtreffen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws
Like ons op Facebook!