Technisch Werken

Werktijden en arbeidsduur voor werknemers en stagiairs volgens Arbeidstijdenwet

In Nederland kan iemand op verschillende manieren bij een bedrijf werkzaamheden uitvoeren. Er bestaat een mogelijkheid dat iemand als werknemer in dienst gaat bijvoorbeeld als uitzendkracht, tijdelijke kracht of op basis van een contract voor onbepaalde tijd. Ook stages zijn mogelijk. Stage en BBL is in feite een leer-werkplek voor een leerling of aankomend vakkracht. Als iemand aan de slag gaat als werknemer of een stage gaat volgen is daaraan wet- en regelgeving verbonden. Tjerk van der Meij heeft deze wet- en regelgeving onderzocht tijdens zijn opleiding Human Resource Management waarvan hij de stage heeft gevolgd bij Technicum uitzendbureau. Deze informatie heeft hij verwerkt in deze tekst.

Kaders
De wet- en regelgeving omtrent de arbeidstijden en arbeidsduur is een belangrijk aspect van de functie. Deze vormen de kaders waarbinnen iemand zijn of haar werkzaamheden uitvoert en waaraan een werkgever zich moet houden. De wet- en regelgeving omtrent de arbeidstijden en arbeidsduur is voor stagiairs hetzelfde als reguliere arbeidskrachten. Voor jongeren tot 18 jaar geldt dat ze geen arbeid mogen verrichten tussen de uren van 23:00 tot 06:00, nachtdienst is dus uitgesloten. De verantwoordelijkheid van het naleven op de wet- en regelgeving ligt bij de werkgever. Wanneer werknemers vermoeden dat de Arbeidstijdenwet (ATW) niet nageleefd wordt, kunnen ze naar de ondernemersraad (OR) stappen en hier melding van maken. (Unique, 2014). Binnen de Arbeidstijdenwet (ATW) zijn regels opgesteld over de werktijden en rusttijden waar een werknemer recht op heeft en een werkgever zich aan dient te houden bij het vaststellen van de arbeidsduur voor de werknemers. De regels staan in de wet genoteerd op basis van leeftijdstroepen. Zo deelt de ATW de werknemers in 3 groepen namelijk:

  • Werknemers boven de 18 jaar
  • Werknemers van 16 t/m 17 jaar
  • Werknemers onder de 16 jaar

Per leeftijdscategorie is de ATW hieronder toegelicht.

Regels voor werknemers boven de 18 jaar:

  • Werknemers in deze leeftijdsgroep mogen maximaal 12 uren per dag werken
  • Maximaal gemiddeld over 4 weken 55 uren per week werken, met een maximum van 60 uur
  • Maximaal gemiddeld over 16 weken 48 uur met bovenstaande maxima
  • Na het verrichten van arbeid minimaal 11 uren rust, mogelijkheid om eenmaal per week 8 uur te handteren
  • 36 uren rust naar het voltooien van 36-urige werk week
  • Langer werken dan 36 uren is toegestaan, mits er 72 uren rust volgt
  • Vanaf 5,5 gewerkte uren per dag heeft een werknemer recht op 30 of 2 x 15 minuten pauze
  • Bij diensten langer dan 10 uren, maakt een werknemer aanspraak op 45 minuten pauze
  • Werken op zondag is nooit verplicht, tenzij dit door werknemer en werkgever is overeengekomen, of als de bedrijfsomstandigheden dit vereisen
  • Minimaal 13 x vrij op zondag
  • Niet meer dan 10 uren werken in een nachtdienst
  • Na het werken van een nachtdienst (na 2:00), volgt er een rust van minimaal 14 uren
  • Een werknemer mag 12 uren werken in een nachtdienst, met een maximum van 5 x per 2 weken
  • Na 3 nachtdiensten volgt er een rusttijd van 46 uur
  • Per 16 weken maximaal 36 ’s nachts werken
  • Maximaal 7 aaneensluitende nachtdiensten

Een werkgever kan van deze regels afwijken wanneer dit in de cao staat. (Ministerie SZW, 2011)

Regels voor werkenden onder de 18
Voor het werken onder de 18 jaar heeft de algemene bond uitzendonderneming (ABU) in 2017 een brochure opgesteld over de wet- en regelgeving. De ABU vermeldt expliciet dat de regelgeving niet van toepassing is op stagiairs. De wet- en regelgeving omtrent het werken onder de 18 is alleen op toepassing op werknemers met een arbeidsovereenkomst, dit zijn vaak vakantiekrachten of jongeren met een bijbaan. (ABU, 2017)

Getagd met , ,
Geplaatst in Arbeidsvoorwaarden

Europese Unie wil energie-efficiëntie verbeteren voor 2030

De Europese Unie wil dat de energie-efficiëntie wordt verhoogd tot 32,5 procent tegen 2030. Daarnaast is het mogelijk dat deze doelstelling in 2023 na een herziening verder omhoog wordt bijgesteld. Hierover is volgens de Europese Commissie een akkoord bereikt tussen Europese Commissie, het Europees Parlement en de EU-lidstaten. Op dit moment is er in Europa een doel voor 2020 opgesteld waarin is vastgelegd dat de energie-efficiëntie in dat jaar op 20 procent moet staan.

Energie-efficiëntiedoelen veranderen
De Europese Commissie had in november 2016 al een voorstel ingediend voor het verhogen van het energie-efficiëntiedoel. Deze zou volgens de commissie op 30 procent in 2030 moeten kome te liggen. Inmiddels is de doelstelling al hoger. Bedrijven en consumenten moeten efficiënter met energie omgaan aldus de Europese overheden. Om dit te bereiken moet energie-efficiënt wonen en werken aantrekkelijker worden. Mensen moeten bovendien een beter inzicht krijgen in de energie die ze verbruiken en verspillen.

Klimaatakkoord
De Europese Unie moet voldoen aan de afspraken die in 2015 in het klimaatakkoord van Parijs zijn vastgelegd. Daaruit vloeit ook een energietransitie voort. Fossiele brandstoffen zoals aardgas, aardolie en steenkool moeten worden vervangen door hernieuwbare energiebronnen en energiedragers. In 2030 zal 32 procent van alle energie die in Europa wordt verbruikt uit hernieuwbare bronnen moeten komen. Hoewel de doelstellingen inmiddels zijn verhoogd is nog lang niet iedereen blij met deze doelstellingen.

Doelstellingen omhoog
Volgens sommige partijen zijn de doelstellingen van Europa matig en niet ambitieus. D66-Europarlementariër Gerben Jan Gerbrandy geeft in een tweet aan dat de nieuwe doelstellingen niet genoeg zijn. Daarnaast geeft hij aan dat hij hierover teleurgesteld is. De aanpak van Europa wordt door hem een ”minimalistische aanpak” genoemd. Als de doelstellingen in 2023 worden geëvalueerd moet het doel flink naar boven worden bijgesteld als het aan de Europarlementariër ligt.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Gemiddelde pensioenleeftijd lag in 2017 vijf maanden hoger dan in 2016

De gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gingen ging in 2017 vijf maanden omhoog ten opzichte van 2016. Daardoor kwam de gemiddelde pensioenleeftijd in 2017 op 64 jaar en 10 maanden te liggen. Dat werd woensdag 20 juni 2018 gemeld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Aan het begin van deze eeuw, zo rond het jaar 2000, lag de gemiddelde pensioenleeftijd nog onder de 61 jaar. Vanaf dat moment heeft de overheid verschillende maatregelen ingevoerd die er voor moeten zorgen dat het aantrekkelijker wordt om langer door te werken. Bovendien heeft de overheid ook de AOW-leeftijd omhoog gedaan waardoor langer werken voor veel werknemers een verplichting wordt of noodzakelijk is.

Na 2006 is de gemiddelde pensioenleeftijd behoorlijk omhoog gegaan in Nederland. In 2016 gingen nog negen van de tien Nederlandse werknemers met pensioen voor hun 65ste verjaardag. Inmiddels zijn dat nog maar vier van de tien werknemers. Werknemers die stoppen met werken op 59 jaar of eerder zijn er bijna niet. In 2017 kon slechts vier procent van de werknemers deze keuze maken. Tien jaar geleden kon gemiddeld vijfentwintig procent van de Nederlanders dit doen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

CPB: milieuschade van bedrijven bepalen in aanloop naar circulaire economie

De overheid is voorstander van het invoeren van een circulaire economie. In een circulaire economie worden nauwelijks nieuwe grondstoffen verwerkt in de productieketen. In plaats daarvan wordt duurzaam omgegaan met grondstoffen. Grondstoffen die in producten zijn verwerkt worden zoveel mogelijk hergebruikt. Door het beperken van de instroom van nieuwe grondstoffen wordt de natuur gespaard. Bedrijven moeten volgens de overheid worden gestimuleerd om zich in te zetten voor een circulaire economie. Daarvoor is het belangrijk om de prijs van de milieuschade die een bedrijf veroorzaakt te bepalen. Als deze prijs bekend is kan men deze prijs in rekening brengen bij de vervuilers.

Milieuvervuiling
Het Centraal Planbureau (CPB) is voorstander van het doorberekenen van de milieuschade aan de veroorzaker van deze schade. Momenteel vindt er nog veel milieuvervuiling plaats door Nederlandse bedrijven. Deze vervuiling is het gevolg van een slecht werkende markt aldus het CPB. Vervuilende bedrijven zorgen nu wel voor schade aan het milieu maar hoeven hiervoor niet geld te betalen. Veel soorten milieuschade blijven daardoor onbestraft. Hierbij kun je denken aan processen waarbij luchtvervuiling ontstaat of vervuilende stoffen ontstaan die niet gerecycled worden.

Belasting vervuilende bedrijven
Bedrijven zouden doormiddel van extra belastingen op vervuilende processen moeten worden gedwongen om efficiënter om te gaan met grondstoffen. Volgens het CPB zijn in 2018 nog te weinig bedrijven bezig met het verduurzamen van hun processen en het reduceren van de afvalstroom. Bij het streven naar een circulaire economie moeten bedrijven meer inspanningen verrichten. Volgens het CPB is er nog een grote inhaalslag te behalen door vervuilende bedrijven harder aan te pakken.

Overstap naar circulaire economie
De overstap naar een circulaire economie is volgens het CPB niet snel te realiseren. Er moeten zorgvuldige stappen worden gezet. Door de overstap naar een circulaire economie te snel te doen worden onnodig extra kosten gemaakt waardoor bedrijven in financiële moeilijkheden kunnen komen. We moeten voorkomen dat bedrijven failliet gaan en dat er beroepen gaan verdwijnen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Overheid wil toezicht op sollicitaties en werving vanaf 2018

De overheid wil dat iedereen evenveel kans heeft op werk en eerlijk wordt behandeld tijdens sollicitatieprocedures. Inmiddels lijkt de overheid overtuigd dat discriminatie op de arbeidsmarkt niet zozeer van uitzendbureaus en andere intermediairs afkomstig is maar meer vanuit de opdrachtgevers en de reguliere bedrijven die specifieke eisen stellen aan kandidaten.

Uitzendbureaus en bedrijven
Er wordt gesproken over discriminatie op de arbeidsmarkt. Toch is de omvang van deze discriminatie niet duidelijk in beeld. Er zijn wel onderzoeken gedaan op basis van steekproeven waarbij uitzendbureaus bewust door een acteur of mystery guest zijn benaderd met discriminerende verzoeken. Uit deze onderzoeken werden voorbarige conclusies getrokken dat een aantal intercedenten van uitzendbureaus wel bereid zouden zijn om de discriminerende verzoeken te laten meewegen in de werving en selectie van kandidaten. Het is echter te kort door de bocht om daar uit te concluderen dat de gehele uitzendorganisatie of de gehele uitzendsector discrimineert.

Inspectie SZW
De overheid ervaart ook dat het moeilijk is om precies in kaart te brengen hoe bedrijven en organisaties sollicitanten selecteren en waar ze op letten tijdens sollicitatieprocedures. Om die reden wil de overheid toezicht op sollicitaties en werving. Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aan het onderzoeken hoe Inspectie Sociale Zaken en werkgelegenheid oftewel de Inspectie SZW het toezicht op werving- en sollicitatieprocedures met betrekking tot discriminatie het beste kan uitvoeren.

Mystery calls en mystery guests

Waarschijnlijk worden de teksten van de vacatures van bedrijven en uitzendbureaus doormiddel van steekproeven gecontroleerd. Ook zullen er gesprekken worden aangegaan met uitzendbureaus en bedrijven doormiddel van mystery calls en mystery guests. Deze mystery calls en mystery guests voeren gesprekken met bedrijven om te kijken hoe deze reageren op in dit geval discriminerende verzoeken en opmerking. Hierbij wordt gebruik gemaakt van telefoontjes en bezoeken door acteurs en onderzoekers onder een andere naam.

Discriminatie
Hoewel men bij veel onderzoeken tot nog toe de nadruk legt op etnische achtergrond, ras en huidskleur kan discriminatie ook op andere gronden plaatsvinden. Denk hierbij aan medische aspecten maar ook op basis van leeftijd. Daardoor vallen bepaalde groepen over de zijlijn op de arbeidsmarkt en doen in feite niet mee. Dat is jammer want mensen moeten worden beoordeeld op wat ze kunnen en niet op wie ze zijn of wat voor achtergrond ze hebben. De overheid probeert grip te krijgen op discriminatie op de arbeidsmarkt. De vraag is nog of ze met mystery calls en mystery guests en andere steekproeven wel duidelijk een positief effect kan realiseren op de arbeidsmarkt.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Teslafabriek komt niet in Nederland maar in Duitsland?

Nederland heeft waarschijnlijk niet de primeur als het gaat om de eerste Europese gigafabriek van automaker Tesla. Verschillende Nederlandse bedrijven en overheden spraken eerder de hoop uit voor een Tesla fabriek maar deze komt vermoedelijk in Duitsland te staan. Tesla-baas Elon Musk heeft aangegeven dat Duitsland op de eerste plaats staat als hij een keuze zou moeten maken voor een Europees land waar hij zijn Teslafabriek zou moeten plaatsen. Dit bericht heeft hij op Twitter bekend gemaakt. De nieuwe Teslafabriek zou volgens Musk moeten worden geplaatst in Duitsland maar dan wel in de buurt van de Franse grens en nabij de Benelux-landen. Tesla zou graag in Europa een grote fabriek willen bouwen. Deze fabriek zou moeten worden gebruikt voor de productie elektrische auto’s en accu’s. Voordat Tesla de fabriek gaat bouwen en is deze autoproducent op zoek naar een geschikte bouwlocatie.

De Nederlandse regering heeft zich ook bemoeit met deze ontwikkeling. De overheid van Nederland beloofde eerder dat ze er alles aan zal doen om Tesla te overtuigen om de megafabriek op Nederlandse bodem te bouwen. Er zijn echter ook andere Europese landen en regio’s die graag een Teslafabriek zouden willen hebben. Een Teslafabriek betekent namelijk meer werkgelegenheid en bovendien een impuls voor innovatie in een bepaalde regio. Om die reden willen veel bedrijven en overheden graag een Teslafabriek binnen hun landsgrenzen of gebiedsgrenzen hebben. Verschillende Nederlandse regio’s en steden hebben echter de afgelopen maanden openlijk campagne gevoerd voor de bouw van een nieuwe gigafabriek van Tesla in hun regio. De kans is groot dat deze inspanningen niet het gewenste effect hebben gehad om Musk te overtuigen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Bouwbedrijven draaien meer omzet maar behalen nauwelijks meer winst in 2018

Het gaat goed met de bouw in Nederland. De bouwsector heeft een recordomzet behaald maar ondanks dat blijkt de winstgevendheid nauwelijks toe te nemen. Er zijn meer bouwprojecten in de woningbouw en de utiliteit gestart. De kosten voor bouwondernemingen stijgen echter ook. Niet alleen bouwmaterialen worden duurder, ook het bouwpersoneel verdient iets meer loon omdat er sprake is van een krapte op de arbeidsmarkt met betrekking tot technisch personeel en bouwpersoneel. De oplopende kosten van materiaal en personeel zorgen er voor dat de winstmarges van bouwbedrijven onder druk komen te staan en laag blijven. Dit heeft de ABN AMRO in een rapport over de bouwbranche geschreven.

Installatiebedrijven en de bouw
De bouwsector groeit de afgelopen jaren structureel sterker dan de algemene economie aldus de ABN AMRO. In 2018 komt de omzet in de bouw bijna op het niveau van 2009. In 2009 was er echter sprake van een recordomzet voor de bouwsector. Dat was het jaar vlak voor de economische crisis. De omzetstijging in 2017 en 2018 maakt duidelijk dat de bouwbranche inmiddels de problemen van de economische crisis te boven is gekomen. De orderportefeuilles nemen toe in de bouw. Naast de aannemers krijgen ook onderaannemers en installatiebedrijven veel orders binnen. Volgens de bank waren met name de kleinere bouwondernemingen in de afgelopen jaren erg succesvol.

Bouw en innovatie

Veel bouwbedrijven zijn bezig met innovatie. Doormiddel van prefab productie, automatisering en digitalisering worden veel kosten bespaard. Er kunnen nog flinke stappen worden gemaakt in innovatief bouwen. De komende jaren wordt er veel van de bouwsector vereist. Woningen moeten energieneutraal en CO2 neutraal worden gebouwd. Niet alleen de bouwprocessen maar ook de gebouwen zelf moeten duurzamer worden. Duurzaam bouwen staat hoog op de agenda. De komende jaren zullen er meer projecten worden gebouwd die passiefhuizen en nulwoningen bevatten. Deze woningen zijn vrijwel geheel CO2 neutraal.

Geothermie, stadsverwarming en andere oplossingen
Installatiebedrijven krijgen het druk om hun technische installaties te verduurzamen. Zonnepanelen zijn al een bekend middel waarmee elektrische energie opgewekt kan worden. Hybride warmtepompen en vergistingsinstallaties doen steeds vaker hun intrede op bouwprojecten. Ook worden steeds meer nieuwbouwwijken aangesloten op windmolenparken en grote warmtepompen voor aardwarmte. Deze geothermie installaties kosten echter veel geld waardoor deze aardwarmte installaties alleen aangebracht kunnen worden in grote projecten met veel energieafnemers. Dat is in feite ook het geval bij stadsverwarming en blokverwarming.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Wat is Metalektro?

Metalektro is een is een bedrijfssector waaronder bedrijven in de metaalindustrie en de elektrotechnische industrie en installatie vallen. Dit zijn bedrijven die actief zijn in het bewerken, verwerken en monteren van metaal, halffabricaten, onderdelen, machines, constructies en werktuigen. Naast deze metaalverwerkers, metaalbewerkers en montagebedrijven zijn er ook elektrotechnische bedrijven en installatiebedrijven die onder de metalektro vallen. Dit zijn bedrijven die elektrotechnische componenten, producten of bedrading installeren, onderhouden en reviseren. Ook bedrijven die zich bezig houden met het maken in installeren van toepassingen met betrekking tot internet of things, domotica en andere complexere software-gerelateerde apparatuur vallen meestal onder de metalektro.

Metalektro cao
bedrijven die onder de metalektro vallen volgen de metalektro cao. Deze cao bevat collectieve arbeidsvoorwaarden waaronder werknemers in de metalektro werkzaamheden kunnen verrichten bij de bedrijven die aangesloten zijn bij deze cao. Hierbij kun je denken aan arbeidsvoorwaarden zoals reiskostenvergoeding, verlofregelingen en toeslagen voor overwerk of werk in het weekend. Daarnaast is in de metalektro cao ook informatie te vinden over de loonschalen van de werknemer. Deze informatie is belangrijk voor de werknemers, de leidinggevenden, personeelszaken en de vakbonden en ondernemingsraad (OR) die te maken hebben met de belangen van de werknemers.

Inhoud metalektro cao
Omdat de arbeidsvoorwaarden regelmatig veranderen ten gevolge van overleg tussen werkgevers en werknemers (vakbonden) wordt hier geen specifieke uitleg gegeven over de inhoud van de metalektro cao. Deze informatie kan worden opgevraagd bij de vakbonden die betrokken zijn geweest bij de cao onderhandelingen.

Getagd met ,
Geplaatst in Arbeidsvoorwaarden

Stakingen woensdag 20 juni 2018 bij VDL, Fokker en ASML

Er wordt gestaakt bij een aantal bedrijven in de techniek op woensdag 20 juni 2018. Werknemers van onder andere ASML, VDL en Fokker zullen een 24 uur durende staking gaan houden op woensdag. Dit bericht werd maandag 18 juni bekend gemaakt door de vakbonden. Afgelopen week werden al stakingen uitgevoerd bij de DAF daarnaast was er ook een staking bij Fokker.

Metalektro
Het gaat hierbij om bedrijven en werknemers die actief zijn in de metalektrosector. De metalektro is de metaal- en elektrotechnische industrie. De werknemers en vakbonden willen in de nieuwe metalektro cao een loonsverhoging van 3,5 procent per jaar. Daarnaast willen de werknemers meer zeggenschap en meer werkzekerheid. De metalektro cao is van toepassing op 150.000 werknemers.

Personeelstekort
Het is bekend dat verschillende bedrijven in de metalektrosector grote problemen hebben met betrekking tot het invullen van vacatures. Er staan veel vacatures open in de metaaltechniek maar ook in de installatietechniek en elektrotechniek. Het tekort aan personeel blijft waarschijnlijk de komende tijd voortduren. Dat denkt ook Loes Bezemer-Videler, zij is onderhandelaar van CNV Vakmensen. Ze geeft op de website van de FNV aan dat veel bedrijven dikke winsten maken. Het is volgens haar niet eerlijk dat “werknemers daar onvoldoende van meeprofiteren”.

Stakingen bij metalektrobedrijven

De geplande stakingen zullen plaatsvinden bij bedrijven uit de metalektrosector in het hele land. Er zullen stakingen plaatsvinden bij een aantal dochterbedrijven van VDL waaronder VDL Nedcar in Born. Ook zullen er stakingen worden uitgevoerd bij ASML en Fokker. Verder wordt er ook gestaakt bij Scania in Zwolle en Meppel, Wärtsilä in Zwolle, Damen Shipyard en Heerema Zwijndrecht.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

DNB: aantal vaste banen neemt toe ten opzichte van flexbanen in 2018

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in haar halfjaarlijkse rapport over de economische vooruitzichten van Nederland een aantal ontwikkelingen genoemd met betrekking tot de arbeidsmarkt. Hieruit komt onder andere naar voren dat steeds meer bedrijven ervaren dat het moeilijk wordt om geschikt personeel te vinden voor de openstaande vacatures. De werkdruk neemt toe in de zorg, techniek, bouw en de financiële sector. Bedrijven merken dat er nauwelijks personeel beschikbaar is op de arbeidsmarkt. Er zijn wel werkzoekenden maar die hebben meestal een cv of loopbaan die niet helemaal aansluit bij de vraag die naar voren komt in de vacatures. Er is sprake van een zogenaamde mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Bedrijven krijgen door deze mismatch nauwelijks nieuw personeel binnen en zijn bovendien bang dat een deel van het personeel de organisatie zal gaan verlaten vanwege een aantrekkelijker aanbod van een andere werkgever.

Personeel
Vanwege deze ontwikkeling investeren bedrijven meer in het personeel. Er wordt een grotere vaste kern gevormd. Dit gaat meestal ten koste van de flexibele schil van het personeelsbestand. Veel bedrijven kiezen er voor om meer personeelsleden een vaste baan te geven oftewel een contract voor onbepaalde tijd. Bovendien proberen werkgevers nieuwe personeelsleden aan te trekken door het verstrekken van vaste contracten of door het duidelijk benoemen van de mogelijkheden om op korte termijn bij goed functioneren een vast contract te bemachtigen. Uitzicht op een vast contact is een tekst die steeds vaker staat op de vacatures van bedrijven maar ook op de vacatures van uitzendbureaus.

Uitzendbureaus
Ook uitzendorganisaties worden steeds vaker actief als detacheringsorganisatie waarbij uitzendpersoneel ook regelmatig op contractbasis werkt. Daarbij worden ook vaste contracten verstrekt door uitzendbureaus. Op die manier krijgen ook uitzendkrachten meer zekerheid. De arbeidsmarkt wordt minder flexibel maar personeel krijgt steeds meer zekerheid en daardoor neemt het consumentenvertrouwen toe. Dat kan er voor zorgen dat de uitgaven van consumenten ook omhoog gaan waardoor producenten meer omzet en marge binnen halen. Dat zorgt er voor dat ook het producentenvertrouwen weer omhoog gaat zodat producenten meer gaan investeren in mensen en machines. Dat kan vervolgens de arbeidsmarkt weer aanjagen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

DNB: krapte op de arbeidsmarkt verbreedt zich in 2018

Het tekort aan personeel is op de arbeidsmarkt steeds beter merkbaar. Verschillende bedrijven hadden al moeite met het invullen van hun vacatures met gekwalificeerd personeel. Bedrijven in de bouw en de techniek hebben bijvoorbeeld in 2016 en 2017 al behoorlijke problemen gehad om hun vacatures te voorzien van gekwalificeerd personeel. Ook de zorgsector en het onderwijs merken moeilijkheden evenals de ICT branche als het gaat om het invullen van vacatures met goed personeel. In het halfjaarlijkse rapport over de economische vooruitzichten heeft De Nederlandsche Bank (DNB) aangegeven dan in een groeiend deel van de economie het personeelstekort gaat zorgen voor belemmeringen. Er is sprake van een tekort aan arbeidskrachten en een tekort aan productiemiddelen in bepaalde sector.

Ongeveer twintig procent van de ondernemers heeft in het tweede kwartaal van 2018 aangegeven dat het tekort aan personeel de bedrijfsvoering belemmert. Halverwege 2014 had echter nog geen 3 procent van de ondernemers aangegeven dat het tekort aan personeel de bedrijfsvoering in gevaar bracht. Inmiddels is het aantal bedrijven dat problemen ervaart op dit gebied gestegen naar twintig procent. Momenteel zorgt dit nog niet voor een oververhitte economie, maar ”het begint wel die kant op te gaan”, zegt DNB-directeur Job Swank. In de zakelijke dienstverlening, informatie & communicatie en logistiek is het vinden van geschikt personeel erg lastig. In de sector cultuur, sport en recreatie is het vinden van personeel echter nog geen probleem. Het probleem met betrekking tot het vinden van personeel begint echter wel in een groter deel van de economie merkbaar te worden.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Omscholing vereist een duidelijk doel in 2018

Omscholing is een begrip dat je steeds vaker hoort op de arbeidsmarkt. Steeds meer mensen denken er over na om hun loopbaan een andere richting te geven. Dat kan om verschillende redenen het geval zijn. Sommige mensen zijn toe aan een nieuwe uitdaging terwijl andere mensen merken dat ze met hun opleidingen niet aan het werk kunnen komen of niet kunnen doorgroeien. Bovendien zorgen technologische ontwikkelingen er voor dat er nieuwe functies ontstaan waardoor de interesse van mensen gewekt kan worden.

Langer werken
Werknemers werken langer door omdat de pensioengerechtigde leeftijd opschuift. Om die reden is het belangrijk dat men regelmatig er voor zorgt dat de loopbaan en loopbaanperspectieven van werknemers en werkzoekenden worden geëvalueerd. De mogelijkheden tot omscholing kunnen daarbij aan de orde komen. Het is echter wel belangrijk dat omscholingstrajecten doelbewust worden ingezet.

Loopbaanbegeleiding
Er is ook in 2018 voldoende werk voor loopbaanbegeleiders en loopbaancoaches. Deze ondersteunen werknemers en werkzoekenden bij het vormgeven van hun loopbaan en het maken van keuzes die je verder op weg helpen in je werk. Het is belangrijk dat iemand zorgvuldig met zijn of haar energie omgaat. Werken kost tijd en energie en scholing ook. Als iemand een omscholingstraject wil gaan volgen zal dit daarom doelbewust moeten gebeuren anders gaat er veel energie, tijd en vaak ook veel geld verloren.

Omscholing om kans op werk te vergroten
Werknemers die in een outplacement traject zitten of mensen die werkloos zijn kunnen ook een omscholingstraject volgen. Veel mensen in deze categorieën kiezen bewust voor omscholingstrajecten naar functies en beroepen waarin veel werk is of veel werk wordt verwacht. De techniek en de zorg zijn populaire branches voor omscholingstrajecten omdat in deze sectoren sprake is van een structureel tekort aan personeel. Toch moet je bij omscholing niet alleen kijken naar de kans op werk. Een omscholing en een beroep moet ook bij jezelf passen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Technisch Nederland wijst allround inzetbaarheid aan als belangrijkste marktontwikkeling

Tekort aan technici komt hoger op de agenda in technische branche

Ede, 18 juni 2018 – De allround inzetbaarheid van technici wordt door technisch Nederland gezien als de belangrijkste ontwikkeling van dit moment. Ongeveer 21% van de mensen die werkzaam zijn in de techniek geeft dit aan. Dit blijkt uit de derde editie van de ROVC TechBarometer, een onderzoek uitgevoerd door ROVC, partner in trainingen en opleidingen voor technisch Nederland. In dit rapport geven 969 respondenten uit de technische branche antwoord op vragen over marktontwikkeling, HR-trends en opleidingstrends binnen de techniek.

Naast allround inzetbaarheid is ook het borgen en bijbrengen van kennis en kunde belangrijk binnen de technische branche. Hij het onderzoek komt naar voren dat 20% van de respondenten dat heeft aangemerkt als belangrijke marktontwikkeling. De top drie marktontwikkelingen wordt afgesloten met het tekort aan technici (18%). Voor veel bedrijven begint het tekort aan personeel een probleem te worden. Dit probleem blijkt onder andere uit de grote hoeveelheid vacatures die open staan in de techniek.

Tekort aan technici hoger op de agenda
De afgelopen jaren plaatst de technische branche het tekort aan technici steeds hoger op de agenda. In 2016 vond ruim de helft van de respondenten allround inzetbaarheid van technici de belangrijkste ontwikkeling (55%). Automatisering (18%) en het borgen en bijbrengen van kennis en kunde (15%) stonden toen ook in de top drie. De uitkomsten van 2017 zagen er heel anders uit. Allround inzetbaarheid van technici en het borgen en bijbrengen van kennis en kunde stonden op de gedeelde eerste plaats. Beiden scoorden 21 procent. Automatisering maakt plaats voor het tekort aan technici (13%). Dit jaar wint laatstgenoemde opnieuw terrein als belangrijke ontwikkeling.

John Huizing, directeur bij ROVC: “Het tekort aan technici en allround inzetbaarheid hangen nauw met elkaar samen. Het allround opleiden van technici is in mijn ogen de oplossing om het structurele tekort terug te dringen. Dit verkleint de mismatch. De automatisering en toenemende integratie van intelligente technieken vragen om een nieuw en breder pakket aan vaardigheden. Allround opleiden biedt uitkomst voor bedrijven, omdat technisch medewerkers multi-inzetbaar worden. Het werkt ook positief voor de technicus zelf, want door zijn vaardigheden uit te breiden versterkt hij zijn positie op de arbeidsmarkt.”

Het rapport: de ROVC TechBarometer 2018
De ROVC TechBarometer geeft inzicht in de relevante trends voor de techniek. Het rapport is gratis aan te vragen via de website van het ROVC.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Woningverkoop gedaald in mei 2018

Het gaat niet goed met de verkoop van bestaande woningen in Nederland. Het Kadaster heeft in de maand mei 18.237 verkochte woningen geregistreerd. Dat aantal ligt negen procent lager dan het aantal verkochte woningen in dezelfde maand in 2017. Sinds begin 2018 loopt het aantal woningverkopen in Nederland terug. Dat heeft vooral te maken met het aanbod aan woningen. Dit aanbod loopt terug. In het middensegment komen steeds minder woningen beschikbaar terwijl in het topsegment woningen lang te koop kunnen staan.

Grote oude woningen

Duurdere huizen worden nauwelijks verkocht. Hierbij kun je denken aan luxe villa’s, grote landhuizen en monumentale boerederijen en andere omvangrijke panden. Deze grote gebouwen kosten vaak veel geld in aanschaf. Bovendien zijn er ook kosten aan onderhoud en energie. De energierekening is voor grote woningen vaak veel hoger dan de energierekening voor kleine woningen. Het verduurzamen van een grote woning is ook vaak lastig en kost veel geld.

Nieuwbouw is beter?
Nieuwe huizen zijn vaak een veel betere optie voor veel woningzoekers. Nieuwbouw is er in bijna alle segmenten. Men kan kiezen voor energiezuinige concepten zoals nulwoningen, passiefhuizen en energieneutrale woningen. Het Nederlandse woningaanbod is aan het verduurzamen. Veel mensen die een nieuwe woning kopen weten dat de energietransitie een rol speelt. Geen wonder dat woningen verplicht moeten worden voorzien van een energielabel.

Energielabel

Ook op dit gebied scoren met name de oudere grote woningen slecht. Het energielabel is dikwijls F of G. Dat betekent dat er enorm veel geld en tijd gestoken moet worden in het verduurzamen van de woning. De Nederlandse overheid zal in de toekomst waarschijnlijk doormiddel van wet en regelgeving er voor zorgen dat mensen hun woning moeten verduurzamen. Het alternatief is vaak een nog hogere energierekening.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Technici parttime aan de slag als docent op technische opleiding?

Er is sprake van een grote krapte aan technisch personeel op de arbeidsmarkt. Doekle Terpstra de voorzitter van installatiebedrijvenkoepel Uneto-VNI pleit voor creatieve oplossingen. Volgens hem moet er meer aandacht worden besteed aan het opleiden van nieuw technisch personeel. Alleen hebben veel technische opleidingen te maken met een tekort aan technische docenten. De praktijk moet hiervoor een oplossing bieden. Dat betekent dat bedrijven een bijdrage moeten leveren aan het oplossen van het lerarentekort in de techniek. Concreet pleit Doekle Terpstra voor het uitlenen van technisch personeel aan opleidingsinstituten zodat het technische praktijkonderwijs op niveau blijft.

Parttime technisch docent
In het Financieele Dagblad (FD) geeft Terpstra aan dat het technische personeel parttime moet worden afgestaan door het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven zou daarvoor meer mensen in dienst moeten nemen op korte termijn aldus de voorzitter van Uneto-VNI. Er is volgens hem een soort impasse in de technische branche. In de techniek is er sprake van personeelstekorten. Dat komt omdat er te weinig technisch geschoold personeel op de arbeidsmarkt aanwezig is. Er staan veel vacatures open en de werkdruk is groot.

VNO-NCW
Ondernemersvereniging VNO-NCW is sceptisch over het voorstel van de Uneto-VNI voorzitter. Het tekort aan technisch personeel zorgt er voor dat veel bedrijven eenvoudigweg niet de mogelijkheid hebben om personeel beschikbaar te stellen voor opleidingsinstituten. Veel bedrijven zijn erkend leerbedrijf geworden en ontwikkelen technisch personeel doormiddel van BBL trajecten. Deze BBL oplossing wordt ingezet door bedrijven in de techniek en door technische uitzendbureaus die op deze manier een oplossing bieden voor het tekort aan technisch personeel.

BBL en BOL
BBL en BOL opleidingen zijn beide op MBO-niveau mogelijk. Bij BOL opleidingen zijn leerlingen een groot deel van de week op school aanwezig. BOL is vaak meer theoretisch dan BBL. Dat zorgt er voor dat er voor BOL opleidingen ook meer docenten nodig zijn. Bij BBL opleidingen leren leerlingen doormiddel van werken en leren hun vaardigheden bij een leerbedrijf in de praktijk.

Radicale aanpak
Volgens Uneto-VNI is er echter een grote aanpak nodig op het probleem van het tekort aan technisch personeel op te lossen. Terpstra gaf aan dat “radicale problemen op de arbeidsmarkt vragen om radicale oplossingen”. Daarnaast gaf hij de waarschuwing dat “Als bedrijven niet duurzaam gaan investeren in het onderwijs” ze zichzelf in de voet schieten. Kortom er zijn investeringen nodig vanuit het bedrijfsleven om het tekort aan technisch personeel ook voor de toekomst op te lossen.

Techniekpact
Er zou volgens de voorzitter van Uneto-VNI een techniekpact moeten komen waaraan verschillende partijen op de arbeidsmarkt deelnemen. Het techniekpact zou oplossingen moeten bieden voor het tekort aan technisch personeel. Aan het techniekpact zou de overheid moeten deelnemen maar ook het bedrijfsleven en het onderwijs.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

BBL en werken voor een uitzendbureau

BBL opleidingen worden steeds vaker aangeboden door uitzendbureaus. Met name uitzendbureaus die personeel bemiddelen voor de uitvoerende techniek kiezen er steeds vaker voor om BBL trajecten aan te bieden. In een BBL traject kan een uitzendkracht als een aankomende vakkracht aan de slag bij een erkend leerbedrijf. Het uitzendbureau zoekt vaak het juiste leerbedrijf bij de kandidaat en de opleiding. Zo kan de kandidaat als een uitzendkracht met een BBL opleiding werken en leren.

Is BBL via een uitzendbureau verstandig?
Het volgen van een BBL opleiding is een nuttig middel om kennis en ervaring op te doen in een leer-werktraject. Om die reden wordt een BBL opleiding vaak ingezet om iemand om te scholen of een verdieping te geven ter aanvulling op een opleiding en opleidingsniveau dat iemand al heeft behaald. Het grote voordeel van een BBL-opleiding via een uitzendorganisatie is dat uitzendorganisaties vaak veel bedrijven kennen en daardoor goed het juiste leerbedrijf kan zoeken bij de opleiding en de kandidaat. In feite gebruikt de intercedent van het uitzendbureau zijn of haar ervaring in de arbeidsmiddeling voor het bemiddelen van de BBL-er.

De kosten van een BBL traject via een uitzendbureau
Meestal betalen de uitzendbureaus de kosten die horen bij de BBL opleiding. Daarbij kun je denken aan de kosten voor de opleiding zelf maar ook de kosten voor de boeken en andere materialen die benodigd zijn. Meestal moeten de BBL leerlingen zelf de kosten betalen die verbonden zijn aan het reizen naar de opleiding.

De reiskosten zijn echter variabel en afhankelijk van de afstand tussen de woonplaats van de leerling en de locatie van het opleidingsinstituut waar de lessen voor de BBL opleiding één of een paar keer per week worden gehouden. De reiskosten die de BBL-er maakt naar het leerbedrijf waar hij of zij dagelijks werkt worden over het algemeen door de uitzendorganisatie betaald conform de richtlijnen voor de inlenersbeloning.

BBL in de techniek
De reden waarom er vaak voor een technische BBL-opleiding wordt gekozen heeft te maken met het tekort aan personeel in de techniek en de bouw. In deze sectoren staan veel vacatures open die niet ingevuld kunnen worden met de werklozen die op dit moment op de arbeidsmarkt aanwezig zijn. Veel bedrijven zijn daarom bereid om als erkend leerbedrijf BBL-ers op te leiden tot vakkrachten. Op die manier wordt het tekort aan technisch personeel ook voor de langere termijn opgelost.

Aanmelden voor BBL in de techniek?
Via verschillende kanalen is het mogelijk om je aan te melden voor een BBL opleiding in de techniek. Dat kan ook via deze website. Als je jezelf of iemand anders wil aanmelden voor BBL of hier meer over wilt weten kun je hier klikken of op de knop BBL om je aan te melden.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Braziliaanse huizenbouwer succesvolste ondernemer van 2017

Rubens Menin is de succesvolste ondernemer van de wereld. De Zuid-Amerikaanse huizenbouwer is eigenaar van MRV Engenharia en is actief in de woningbouw van Brazilië. Daar bouwt dit bedrijf op revolutionaire wijze eenvoudige betaalbare woningen voor een groot deel van de arme bevolking in dit land. De 62-jarige Menin kreeg de prijs in Monaco en werd door de jury geprezen vanwege zijn doorzettingsvermogen en zijn inzet voor de arme bevolking van Brazilië.

Menin heeft een bedrijf dat vooral betaalbare huisvesting bouwt waardoor ook de minder rijke bevolking van het land een goed dak boven hun hoofd kunnen kopen. Bovendien gaat zijn manier van bouwen zeer snel. Er kunnen zestien huizen worden gebouwd binnen tien werkdagen. De ondernemer werkt hierbij ook samen met de Braziliaanse overheid. Samen geven ze vorm aan een programma om huizenbezit betaalbaar te maken voor mensen met lage inkomens. Menin heeft in de Amerikaanse krant Financial Times aangegeven dat zijn missie is om woningbezit toegankelijk te maken voor iedereen. “Ontelbare mensen hebben baat bij een gezonde bouwsector. Wij ondernemers kunnen de wereld echt ten goede veranderen” aldus de heer Menin.

Zelf weet Menin dat het voor een groot deel van de bevolking in Brazilië moeilijk is om te ovderwegen. Hij is zelf ook van lagere komaf. In 1979 ging hij met zijn bedrijf van start. Inmiddels heeft hij 24.000 werknemers in dienst. In totaal heeft hij voor meer dan een miljoen Brazilianen een woning gebouwd. Inmiddels is MRV een beursgenoteerd bedrijf. Hij behaalde vorig jaar een winst van 197 miljoen dollar.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Bin2Barrel wil ook kerosine gaan maken van plastic vanaf 2018

Gisteren werden op deze website een aantal artikelen gepubliceerd over de bouw van een fabriek in de haven van Amsterdam waarin plastic dat niet gerecycled kan worden wordt omgezet tot diesel en chemische stoffen. In deze fabriek wordt onder andere dieselbrandstof gemaakt voor de binnenvaart. Dat is in ieder geval een duurzamere oplossing dan de vervuilende brandstof die op dit moment wordt gebruikt. Het blijkt dat er van plastic meer gemaakt kan worden dan alleen maar verpakkingsmaterialen. Door plastic afval te verwerken tot brandstoffen zou er ook een oplossing zijn gevonden voor het feit dat fossiele brandstoffen op den duur opraken. Het zal nog geruime tijd duren voordat de hoeveelheid plastic afval die in de wereld aanwezig is verdwijnt.

Daarvoor moeten er echter veel meer fabrieken worden gebouwd. Bin2Barrel heeft na de bouw van haar eerste fabriek in de haven van Amsterdam al plannen om naar het buitenland uit te breiden. In Duitsland en België zouden binnen 3 jaar tijd ook fabrieken kunnen worden gebouwd als het aan het bedrijf ligt. Bovendien zou er niet alleen diesel moeten gewonnen uit plastic afval, er zouden ook mogelijkheden moeten worden onderzocht waardoor er kerosine zou kunnen worden geproduceerd. Volgens Bin2Barrel is vooral de wet- en regelgeving hierbij een lastig aspect. Kerosine wordt door vliegtuigen als brandstof gebruikt en daar worden enorm hoge eisen aan gesteld. Daar moet men eerst veel mee testen aldus Geeris die één van de oprichters is van Bin2Barrel.

Bovendien zou de diesel naast de binnenvaart ook kunnen worden gebruikt voor vrachtwagens. Ook dan is er een extra vergunning nodig aldus Geeris. In ieder geval blijkt het bedrijf voldoende plannen te hebben voor de toekomst. Het plasticafvalprobleem wordt door deze plannen aangepakt en gereduceerd. Toch is er sprake van een tussenoplossing. In de toekomst zal men afscheid gaan nemen van fossiele brandstoffen waaronder diesel, kerosine en benzine. Deze fossiele brandstoffen zorgen voor een Co2 emissie. Daarom is er nog geen sprake van een klimaatneutrale oplossing. Aan de andere kant wordt er nu nauwelijks wat gedaan met plastic dat niet hergebruikt en niet gerecycled kan worden. De ontwikkelingen die Bin2Barrel in gang zet kunnen in ieder geval als positief worden beschouwd.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Uitbreiding fabrieken voor verwerking niet-recyclebaar plastic vanaf 2018

Het bedrijf Bin2Barrel heeft het startsein gegeven voor de bouw van een innovatieve fabriek in de haven van Amsterdam. In deze fabriek worden van niet-recyclebaar plastic diesel en chemische stoffen gemaakt. Deze diesel zal als brandstof beschikbaar worden gesteld voor de binnenvaartschepen. Deze binnenvaartschepen verbranden momenteel een vervuilender brandstof in hun dieselmotoren.

De oprichters van de Bin2Barrel fabriek zijn Geeris en Harkema. Zij zijn in totaal zes jaar bezig geweest om de fabriek te open en hebben plannen om naar het buitenland uit te breiden. De ondernemers voeren hierover gesprekken met verschillende landen waaronder Duitslang en Berlgië. Nu de eerste fabriek in Nederland is gebouwd kan het snel gaan. Bin2Barrel zou binnen drie jaar tijd de eerste fabrieken willen bouwen in het buitenland. Geeris geeft aan dat er binnen tien jaar over de gehele wereld ongeveer zeventig fabrieken gebouwd moeten zijn waarin diesel wordt geproduceerd van niet-recyclebaar plastic.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Is diesel maken van plastic wel duurzaam?

Gisteren zijn er op technischwerken.nl een paar teksten gepubliceerd over het maken van diesel van niet-recyclebaar plastic. Het innovatieve bedrijf Bin2Barrel gaat een fabriek bouwen waarin plastic dat niet hergebruikt kan worden wordt verwerkt tot chemische stoffen en diesel. Nu kun je jezelf de vraag stellen of dit nu echt een duurzame oplossing is. Diesel is namelijk een brandstof en in de voertuigentechniek probeert men ook een energietransitie te laten plaatsvinden waarin men juist afscheid gaat nemen van de benzinemotor en dieselmotor. In plaats daarvan wordt juist gebruik gemaakt van elektrisch rijden. Toch is het echter zover nog lang niet. Er zijn nog veel te weinig elektrische voertuigen op de Nederlandse snelwegen. Diesel en benzine blijven daardoor noodzakelijk bovendien wordt de diesel die uit de fabriek van Bin2Barrel wordt geproduceerd niet voor auto’s gebruikt maar voor schepen in de binnenvaart.

Plastic verwerken tot diesel

Bin2Barrel zorgt er voor dat plastic dat niet meer gebruikt kan worden wordt ontleed en verwerkt tot producten waar je wel wat mee kunt. Anders zou dit plastic worden verbrand en dat zorgt ook voor CO2 uitstoot net als het verbranden van diesel overigens. Alleen maken dieselvoertuigen nu ook gebruik van diesel. Deze diesel wordt nog steeds uit aardolie gewonnen. Door diesel te winnen uit plastic wat niet meer gebruikt wordt hoeft men in feite minder olie uit de aardbodem te halen. Daarvoor zou men echter wel veel meer fabrieken moeten bouwen waarin men niet-recyclebaar plastic tot deze brandstof verwerkt.

Verduurzaming scheepvaart
Diesel staat momenteel in de automotive onder druk. Toch is dat niet helemaal terecht. Dieselbrandstof zorgt namelijk voor een lagere CO2 emissie dan benzine. Wel zorgt het verbranden van diesel voor meer fijnstof. Dat zorgt er voor dat diesel niet bepaald bekendstaat vanwege de milieuvriendelijkheid van deze brandstof. Hoogleraar duurzaam innoveren Jacqueline Cramer van de Universiteit Utrecht geeft aan dat de ontwikkelingen waarmee Bin2Barrel zich bezige houdt passen in huidige ontwikkeling. Plastic wordt nog in de productie gehouden en wordt nog als grondstof beschouwd. Dit wordt door haar een overgangsfase genoemd. De hoogleraar geeft aan dat de stappen die Bin2Barrel maakt een grote stap vooruit zijn. De brandstof die in de fabriek van Bin2Barrel wordt gemaakt is volgens haar veel milieuvriendelijker dan de brandstof waar de zeescheepvaart op dit moment haar motoren in beweging brengt. De scheepvaart is op dit moment nog lang niet zo actief in de verduurzaming als andere sectoren zoals de automotive. Door innovatieve oplossingen zoals de plannen van Bin2Barrel kan ook de scheepvaartsector stappen maken in de verduurzaming.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws