Technisch Werken

Aluminiumprijs daalt 24 april 2018 na mogelijke verlichting Amerikaanse sancties tegen aluminiumproducent Rusal

De Verenigde Staten willen de voorgenomen economische sancties tegen de Russische aluminiumproducent Rusal mogelijk verlichten. Dat betekent dat er voor Westerse landen minder tekort aan aluminium zal ontstaan. Het nieuws heeft er voor gezorgd dat de aluminiumprijzen weer omlaag zijn gegaan. Dat is voor veel bedrijven goed nieuws. Bedrijven kunnen nu tegen lagere prijzen aluminium kopen op de markt. Dat is belangrijk want veel bedrijven in bijvoorbeeld de machinbouw, jachtbouw en automotive maken gebruik van aluminium als grondstof.

Maatregelen tegen aluminiumproducent
Amerika had de maatregel tegen de Russische aluminiumproducent genomen omdat de top van het bedrijf nauwe banden zou hebben met de Russische president Vladimir Poetin. Het zou daarbij onder andere gaan om de oligarch Oleg Deripaska. Hij is een grootaandeelhouder van Rusal. De sancties tegen het bedrijf worden door Amerika opgelegd als een vergelding voor de vermeende beïnvloeding van de Amerikaanse verkiezingen in 2016 en ook vanwege andere ”kwaadaardige activiteiten” die volgens Amerika zijn ondernomen door het Kremlin.

Aluminiumprijs

Wanneer Deripaska bereid is om de controle over Rusal over te dragen is de Amerikaanse overheid bereid om de sancties tegen het bedrijf te verlichten. Bedrijven krijgen daarnaast vijf maanden langer de tijd om de zakelijk relatie die ze hebben met Rusal te stoppen. Dit bericht had meteen een positief effect op de aluminiummarkt. De prijs van aluminium was namelijk kort na het aankondigen van de Amerikaanse sancties enorm gestegen. Verschillende bedrijven, ook in Europa, maakten zich ernstige zorgen of ze wel in staat zouden zijn om tegen de huidige prijzen te kunnen produceren wanneer de grondstof aluminium enorm in prijs zou toenemen. Nu zijn de zorgen gedeeltelijk weggenomen en daalt de prijs van aluminium weer naar een redelijk niveau.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

ACM onderzoekt vertraging aansluiting nieuwbouwwoningen op het gas- en elektriciteitsnet in 2018

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft klachten binnen gekregen over vertraging met betrekking tot het aansluiten van nieuwbouwwoningen op het gas- en elektriciteitsnet. De vertraging zou ontstaan door een tekort aan technisch personeel. Vanwege het tekort aan technici moeten kopers van nieuwbouwwoningen regelmatig weken of zelfs maanden wachten voordat ze de sleutel van de woning in ontvangst kunnen nemen.

Vereniging Eigen Huis
De Vereniging Eigen Huis (VEH) was al eerder op de hoogte van de problemen met betrekking tot de gasaansluiting en aansluiting op het lichtnet. Daarover had de belangenorganisatie al contact opgenomen met minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken. De situatie is volgens de minister ernstig genoeg om te laten onderzoeken door toezichthouder ACM. De minister geeft in een reactie aan dat belangrijke nutsvoorzieningen wettelijk moeten worden aangesloten binnen achttien weken na de aanvraag. Aansluitingen voor gas en elektra behoren tot de belangrijke nutsvoorzieningen. Wanneer de wettelijke termijn regelmatig overschreven wordt “is dat zorgwekkend” volgens de minister.

Tekort aan technisch personeel
De woningbouwsector zit nog steeds in de lift. Er worden meer nieuwe woningen gebouwd maar installateurs en elektromonteurs zijn nauwelijks beschikbaar op de arbeidsmarkt. Deze monteurs zijn vooral in de woningen en utiliteitscomplexen zelf aan het werk. Het probleem dat de ACM onderzoekt heeft te maken met de aansluiting van de woning op het aardgasnet en lichtnet. Zonder deze aansluiting heeft de woning in het geheel geen aardgas of elektrische stroom. Dit is de verantwoordelijkheid van nutsbedrijven zoals de netbeheerders. De netbeheerders en aannemers kunnen de vraag naar nieuwe woningaansluitingen echter niet aan.

Oplevering van de woning
Dat zorgt voor een kettingreactie van problemen. Als de woning namelijk niet aangesloten is op aardgas en elektriciteit mag de woning niet worden opgeleverd. Dat betekend dat de kopers van de woning nog geen gebruik kunnen maken van de woning terwijl hun kosten wel oplopen. Ze moeten bijvoorbeeld wel de huur doorbetalen van hun tijdelijke woning. Of ze krijgen te maken met andere problemen met betrekking tot de kopers met wie ze een koopovereenkomst hebben gesloten over de aanschaf van hun voormalige koopwoning. Vaak moeten de kopers van de nieuwbouwwoning voor een bepaalde tijd hun voormalige woning verlaten. Nieuwbouwkopers kunnen nu geen vergoeding claimen voor de vertraging.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Bedrijven hebben in 2018 nog nauwelijks beeld van de kosten van energietransitie

De energietransitie van vervuilende brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen is belangrijk voor het klimaat. Door hernieuwbare energiebronnen zoals windkracht, zonlicht en aardwarmte te gebruiken wordt de emissie van CO2 verder beperkt. Op die manier wordt de energievoorziening klimaatneutraal. Zover is het echter nog lang niet. Een hoop bedrijven zijn namelijk nog afhankelijk van het aardgas uit de bodem van de provincie Groningen. Dit aardgas is laagcalorisch aardgas met een lagere energiewaarde dan het hoogcalorisch aardgas dat vaak uit het buitenland wordt geïmporteerd. Veel bedrijfsinstallaties zijn zo ontworpen dat ze alleen op laagcalorisch aardgas kunnen functioneren. De komende tijd wordt de aardgasdelving in Groningen echter beperkt en in 2030 geheel stopgezet. Dat zorgt er voor dat veel bedrijven de energietransitie versneld moeten doorvoeren. De vraag is echter of bedrijven daar wel klaar voor zijn.

Kosten energietransitie onduidelijk
Veel bedrijven die sterk afhankelijk zijn van het laagcalorische aardgas hebben nog nauwelijks een idee welke kosten er gepaard gaan met de energietransitie naar schonere verwarmingsbronnen. Op dit moment wordt er druk overleg gevoerd met het ministerie van Economische Zaken. Er is echter nog geen concrete informatie bekend. Vooral grootgebruikers zullen te maken krijgen met de nodige investeringen in de energietransitie. Het gaat hierbij om ongeveer 200 bedrijven die als grootverbruiker van energie bekend staan. Deze bedrijven hebben eerder in 2018 al een brief gekregen van minister Wiebes van Economische Zaken. Deze brief werd toen gestuurd naar aanleiding van zijn besluit om de Groningse gaswinning naar nul terug te schroeven.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

CBS: in 2017 werkte 25 procent van de Nederlandse beroepsbevolking op flexibele basis

Het afgelopen jaar had ongeveer een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking een arbeidsrelatie op flexibele basis. Dit is maandag 23 april 2018 naar voren gekomen uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de periode van 2003 tot en met 2017 is het aantal flexwerkers in Nederland toegenomen met 850.000 personen. Daarnaast is ook het aantal zelfstandigen toegenomen in Nederland. Deze groep bestaat hoofdzakelijk uit zzp’ers dit zijn zelfstandigen zonder personeel.

Jongere flexwerkers
Volgens het CBS is met name onder de groep werknemers tot 25 jaar het aantal flexwerkers toegenomen in de afgelopen jaren. In 2003 werkte ongeveer veertig procent op basis van een flexibel contract of uitzendovereenkomst. In 2017 was dit percentage gestegen naar ongeveer zeventig procent.

Oudere flexwerkers
Niet alleen onder jongere arbeidskrachten is het aantal flexwerkers toegenomen, ook bij oudere werkzoekenden is er sprake van meer flexwerkers ten opzichte van de totale arbeidspopulatie. In de groep 45 plus is er een kleine stijging genoteerd. Het overgrote deel van de 45-plussers werkt nog op basis van een vast contract oftewel een contract voor onbepaalde tijd. Er is onder deze groep werkenden ook een toename merkbaar in het aantal zelfstandigen zonder personeel.

25 Tot 45 jaar
De groep die tussen de hiervoor genoemde categorieën ligt is 25 tot 45 jaar. Bij deze arbeidspopulatie is er een verdubbeling geweest in het aantal flexwerkers tussen 2003 en 2017. Daardoor kwam het totale percentage flexwerkers in deze groep uit op twintig procent.

Uitzendbureaus
Een groot aantal flexwerkers is werkzaam via een uitzendbureau op basis van uitzendbeding of op basis van detachering. De uitzendbranche is een graadmeter voor de economie. Dat betekent dat als de economie hersteld ook de arbeidsmarkt hersteld en de uitzendbranche hiervan de gevolgen merkt. Uitzendbureaus krijgen dikwijls als eerste de nieuwe vacatures van de arbeidsmarkt binnen en plaatsen hier uitzendkrachten en detacheringspersoneel op.

Geen wonder dat er in een economisch herstel in eerste instantie meer flexkrachten aan een baan worden geholpen. Het aantal flexwerkers neemt ook toe omdat veel werkgevers het bieden van een vast contract een groot risico vinden. De arbeidsmarkt zal de komende jaren waarschijnlijk nog flexibeler worden. Dit is natuurlijk afhankelijk van de wet en regelgeving van de overheid.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Milieudefensie wil CO2 belasting invoeren voor burgers en bedrijven vanaf 2018

CO2 belasting is een belasting die moet worden betaald voor de uitstoot van CO2. De aanduiding CO2 is een natuurkundige aanduiding die wordt gebruikt voor koolstofdioxide en wordt ook wel kooldioxide genoemd. De reden waarom CO2 zo vaak in het nieuws is heeft te maken met het feit dat CO2 één van de bekendste broeikasgassen is. Een broekkasgas is een gasvormige stof die in de atmosfeer blijft hangen en de aarde als het waarde omsluit met een gasvormige ‘deken’. Deze ‘deken’ draagt bij aan de opwarming van de aarde want de warmte van het zonlicht kan wel door de broeikasgaslaag heen de aarde bereiken maar de warmte die door het aardoppervlak weer wordt ‘teruggekaatst’ komt nauwelijks door deze laag heen. Kortom de temperatuur onder de laag van broeikasgassen wordt steeds hoger. Dat wordt ook wel de ‘opwarming van de aarde’ genoemd. Vaak heeft men het over de opwarming van de aarde of het voorkomen daarvan wanneer men het over CO2 heeft.

CO2 uitstoot verlagen

Milieudefensie wil de opwarming van de aarde tegen gaan. Alleen kan deze organisatie dat niet alleen. Net als verschillende andere milieuorganisaties neemt Milieudefensie wel initiatieven. Deze zijn onder andere gericht op de energietransitie en het beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen voor het milieu. Milieudefensie kan echter zelf geen beslissingen nemen voor de bevolking en kan puur een advies geven aan bedrijven, overheden en maatschappelijke instellingen. Nederland moet onder andere een energietransitie ondergaan op het gebied van aardgas. Er wordt nog te veel aardgas gebruikt voor onder andere het verwarmen van woningen en utiliteit. Dat moet veranderen vind Milieudefensie. Als er niets verandert is in 2030 slechts 20 procent van de Nederlandse woningen aardgasvrij. Met de plannen van Milieudefensie zou dit volgens de inschatting van deze organisatie ongeveer 80 procent moeten zijn. Daarvoor moeten echter wel maatregelen worden genomen die betrekking hebben op woningbezitters, huurders, verhuurders, overheden en bedrijven.

CO2 belasting
De uitstoot van CO2 wordt al gedeeltelijk belast in Nederland. Zo worden er in Nederland zogenaamde CO2 emissierechten verstrekt aan bedrijven. Dat gebeurd in Europees verband. In feite zijn deze emissierechten een soort inkoopprogramma voor bedrijven om ‘recht’ te hebben op een bepaalde hoeveelheid CO2 uitstoot. Dit ‘recht’ kan echter ook verhandelt worden. Sommige zeer vervuilende bedrijven, die dus veel CO2 uitstoten, krijgen extra CO2 emissierechten toegewezen. Die kunnen deze bedrijven vervolgens weer doorverkopen wanneer ze in de praktijk minder CO2 uitstoten dan waar ze ‘recht’ op hebben. De emissierechtenhandel is een vorm van belasting op CO2. Milieudefensie wil ook in Nederland een CO2-belasting invoeren. Deze belasting zou echter niet alleen voor bedrijven moeten gelden maar ook voor burgers. Met de inkomsten vanuit de CO2-belasting zou de overheid de energietransitie moeten bekostigen.

Energietransitiefonds
Dat betekend dat er als het aan de milieudefensie ligt een energietransitiefonds moet komen waarin de inkomsten vanuit de CO2-belasting moeten worden ingelegd. Op die manier wordt het geld van ‘vervuilers’ geïnvesteerd in de energietransitie naar een schonere energievoorziening. Mensen met minder geld zouden aanspraak moeten kunnen maken op het geld uit het energietransitiefonds om hun woning energiezuiniger en CO2 neutraal te maken. Dit zijn echter plannen van Milieudefensie. De uitvoering hiervan kan deze milieuorganisatie niet regelen. Daarvoor is de overheid noodzakelijk. Die heeft nog geen reactie gegeven op de plannen van Milieudefensie. Toch staat de overheid wel open voor initiatieven waardoor Nederland beter in staat is om haar klimaatdoelstellingen te behalen. Het wordt namelijk ook voor de Nederlandse regering duidelijk dat er maatregelen genomen moeten worden om de energietransitie te bespoedigen.

Getagd met , ,
Geplaatst in Nieuws

Milieudefensie komt met plan om energietransitie naar aardgasloos wonen te versnellen in 2018

Milieudefensie is een organisatie die zich inzet voor het milieu en het klimaat. Het spreekt voor zich dat deze organisatie de energietransitie van vervuilende brandstoffen naar schone, hernieuwbare energiebronnen met veel belangstelling volgt en stimuleert. De organisatie is van mening dat Nederland zo snel mogelijk het gebruik van aardgas moet reduceren. Daarvoor zouden onder andere woningen aardgasloos moeten worden gemaakt.

Aardgasloos of aardgasvrij wonen
Wanneer er nu, in 2018, geen ingrijpende veranderingen worden doorgevoerd zal in 2030 slechts 20 procent van de Nederlandse woningen aardgasloos zijn. Met deze inschatting is Milieudefensie niet gerustgesteld. De organisatie heeft daarom een waaier ontwikkeld met daarop plannen die er voor moeten zorgen dat de energietransitie van aardgas naar schone energie wordt bespoedigd. Milieudefensie geeft aan dat met haar plannen een nieuwe impuls kan worden gegeven met betrekking tot het aardgasloos of aardgasvrij wonen. Als de plannen worden doorgevoerd zullen over 12 jaar ongeveer tachtig procent van de woningen aardgasloos zijn.

Voorstellen van Milieudefensie
Milieudefensie heeft verschillende plannen en voorstellen beschreven waarmee de energietransitie van aardgas naar schone energiebronnen moet worden bespoedigd. Zowel huizenbezitters, huurders, sociale huurders en mensen in de bijstand moeten worden betrokken bij de uitvoering. Ook gemeenten en het rijk moeten een bijdrage leveren. Daarvoor is een breed draagvlak nodig met betrekking tot de energietransitie. Er zou bijvoorbeeld een lagere rente moeten worden betaald voor het deel van de hypotheek dat wordt gebruikt voor de verduurzaming van de woning.

Daarnaast zou de onroerendezaakbelasting voor duurzame huizen moeten worden verlaagd. Er zou gebruik gemaakt kunnen worden van stadsverwarming, blokverwarming of andere warmtenetten waarmee de restwarmte van industrie kan worden gebruikt voor de verwarming van woningen. Ook aardwarmte en het collectief gebruik van zonneboilers zou een oplossing kunnen zijn om warmte te halen uit duurzame warmtebronnen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Slechts 20 procent van de Nederlandse woningen is gasloos in 2030 als er niets verandert

Nederland is op dit moment sterk afhankelijk van aardgas met betrekking tot de verwarming van woningen en bedrijfspanden. Veel woningen hebben nog een centrale verwarming ook utiliteitscomplexen en fabriekspanden hebben vaak een dikwandige centrale verwarmingsinstallatie waarin aardgas wordt verstookt om warmte te verkrijgen. Hoewel deze installaties een steeds hoger warmterendement hebben neemt dat niet weg dat er nog steeds aardgas moet worden verstookt om warmte te realiseren.

Hybride ketel en hybride warmtepomp
Er wordt tegenwoordig net als in de voertuigentechniek ook gekeken naar hybrideoplossingen. Daarbij kun je denken aan een hybride warmtepomp die gebruikt wordt in combinatie met een gasgestookte cv-ketel. Men spreekt ook wel van een hybride ketel. Deze hybride oplossing zorgt er voor dat er minder aardgas wordt verstookt. De hybride warmtepomp zal namelijk bij een warmtebehoefte in eerste in eerste instantie worden ingeschakeld. Wanneer deze hybride warmtepomp te weinig warmte of hitte kan realiseren, omdat de vraag naar warm water bijvoorbeeld te groot is, zal ook de cv-ketel aanslaan. Een dergelijke hybride oplossing zorgt voor een reductie van het aardgasgebruik. Toch kun je in dit geval niet spreken van een volledig gasloze oplossing. Woningen met een hybride warmtepomp of een hybride ketel zijn dus niet volledig aardgas vrij.

Nulwoningen, balanswoningen en passief huizen
Veel Nederlanders hebben er geen problemen mee om geen aardgas te gebruiken. Zo zijn er al verschillende Nederlanders overgestapt op elektrische kooksystemen zoals inductie. Daarnaast plaatsen ook veel Nederlanders warmtepompen, pelletkachels, pelletketels en andere installaties om hun woningen te verwarmen. Er worden meer balanswoningen, nulwoningen en passief huizen gebouwd in Nederland. Deze woningen zijn grotendeels klimaatneutraal en energieneutraal. Dat is natuurlijk goed maar het is niet voldoende. De energietransitie is nog maar net op gang en moet veel effectiever en sneller worden doorgevoerd. De meeste woningen hebben nog een aardgasaansluiting en kunnen hier op het gebied van verwarming nog niet zonder. De nieuwe technieken zijn er echter wel maar worden nog niet op grote schaal ingezet.

Energietransitie en aardgasloos wonen
Als men kijkt naar de huidige ontwikkelingen dan zal in 2030 maar slechts 20 procent van de woningen in Nederland gasloos zijn. Dit is de inschatting die de Milieudefensie heeft gemaakt. In 2030 zal de gaswinning in Groningen helemaal worden stilgelegd. Vanaf dat moment is Nederland vrijwel geheel afhankelijk van aardgas uit het buitenland. Dat maakt Nederland politiek en economisch afhankelijk en dat is geen prettige positie. Niet alleen vanuit dit oogpunt moet Nederland de energietransitie in de aardgassector snel en succesvol maken. Ook vanuit het oogpunt met betrekking tot het klimaat is het belangrijk dat de energietransitie succesvol verloopt. De wereldwijde klimaatverdragen zorgen er tevens voor dat de energietransitie geen keuze is maar een verplichting. Niet alleen een verplichting op basis van een verdrag maar ook een verplichting aan de komende generaties.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Tekort aan technisch personeel zorgt voor vicieuze cirkel in 2018

Dat er een tekort is aan technisch personeel is duidelijk. In de installatietechniek, elektrotechniek maar ook de werktuigbouwkunde is een groot tekort aan vakkrachten. Dit merkt men ook in de ICT sector. Stijn Ettes van het kennisplatform mijnzakengids geeft aan dat er duidelijk iets moet worden gedaan om de gevolgen van het personeelstekort te beperken. Als men geen effectieve oplossingen voor het personeelstekort bedankt dan zal dit probleem blijven bestaan. Het personeelstekort houdt zichzelf namelijk in stand. Hoe dat komt lees je in de volgende alinea.

Personeelstekort houdt zichzelf in stand
Personeelstekorten zorgen voor een hogere werkdruk voor de overige personeelsleden. Wanneer er te weinig werknemers zijn zal de werkdruk dus over een beperkt aantal werknemers worden verdeeld. Dat zorgt er voor dat er een hoger ziekteverzuim kan ontstaan. Dit hogere ziekteverzuim zorgt er vervolgens voor dat er weer uitval is en de werkdruk toeneemt. Daardoor is de vicieuze cirkel rond. Ivo Poulissen, public policy manager bij Nederland ICT, geeft daarbij aan dat Nederland zich zorgen moet gaan maken over de competitie met het buitenland als de personeelstekorten blijven bestaan.

Nederland heeft capaciteit nodig voor research en development en moet nieuwe producten ontwikkelen en produceren. Daarvoor is gekwalificeerd personeel nodig. Poulissen geeft aan dat als Nederland geen innovatieve producten bedenkt andere landen dat wel doen. Met de juiste werknemers en engineers kun je “de meest vernieuwende vooruitgang boeken.”

Vraag en aanbod op elkaar afstemmen
Nederland doet het volgens Poulissen op de internationale markt goed als het gaat om innovatie. Dit zou echter snel kunnen veranderen voegt hij er aan toe. Het is belangrijk dat er voortdurend wordt geinvesteerd in nieuwe kennis en innovatie. Op die manier kan een land voorop lopen in de wereldwijde kenniseconomie. Een personeelstekort is daarbij niet wenselijk. Dat zorgt er voor dat het mkb veel tijd kwijt is met het bedenken van oplossingen om door te groeien met een tekort aan de juiste werknemers en specialisten. Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zouden beter op elkaar moeten worden afgestemd. Als dat gebeurd “zouden we als land sneller vooruitgang kunnen boeken” aldus Poulissen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Research & development voor innovatief ‘kamp van de toekomst’ in 2018

Onderzoek en ontwikkeling of research & development krijgt wereldwijd steeds meer aandacht. In een kenniseconomie hangt er veel af van onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe machines, producten, vervoersmiddelen en andere producten. Ook in het kader van de energietransitie wordt er veel geld besteed aan research & development. Er worden nieuwe energiebronnen gevonden en er wordt apparatuur bedacht waarmee mensen energie uit zonlicht, waterkracht, windkracht en aardwarmte kunnen halen. Allemaal belangrijke ontwikkelingen voor de economie en maatschappij. In de techniek zijn verschillende bedrijven en technische (hoge) scholen actief in het ontwikkelen van innovatieve oplossingen. Daarnaast zijn ook overheidsinstellingen op dit gebied actief. Denk hierbij ook aan defensie.

Smartbase
Zo heeft defensie een gedeelte op de voormalige vliegbasis Soesterberg waar geëxperimenteerd wordt met nieuwe technologie. Geruime tijd was deze vliegbasis in gebruik door onder andere Amerikaanse militairen die hier waren gestationeerd. Tegenwoordig is vliegbasis Soesterberg een natuurgebied. Een gedeelte van de voormalige vliegbasis wordt door Defensie gebruikt om daar een militair kamp van de toekomst te ontwikkelen. Dit kamp van de toekomst wordt ook wel een ‘smartbase’ genoemd door defensie.

Defensie en technologie
Een krijgsmacht kan niet zonder technologie. Een technische voorsprong is van groot belang in gevechten maar ook in vredesmissies. Daarom worden testen gedaan met nieuwe technieken. Hierbij kun je denken aan opblaasbare tenten die tocht scherfwerend en kogelwerend zijn. Ook wordt er gewerkt aan specialistische opsporingsapparatuur waarmee wapens en explosieven tot op moleculair niveau kunnen worden opgespoord. Verder wordt er elektrische stroom opgewekt met behulp van een vlieger. Dat zorgt er voor dat defensie geen generator op diesel hoeft te gebruiken wat per jaar ongeveer 150.000 liter diesel bespaard.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Amerikaans sancties tegen Russische aluminiumproducent treffen ook Europa in 2018

De Verenigde Staten zijn onder leiding van de Amerikaanse president Donald Trump druk bezig om aan andere wereldmarkten sancties en hoge invoerrechten op te leggen. Zo heeft Trump eerder al met China strijd geleverd over hoge invoerrechten op Chinees staal en aluminium. Inmiddels hebben de Verenigde Staten twee weken geleden maatregelen getroffen tegen Rusland. Het gaat hierbij onder anderen om sancties tegen aluminiumproducent Rusal. Deze sancties dreigen ook de Europese economie hard te treffen. Dat werd zaterdag 21 april 2018 bekend gemaakt door de Britse krant Financial Times zaterdag.

Aluminiumprijs omhoog
De nieuwe sancties werden op zes april aangekondigd door de VS. Het zou hierbij gaan om maatregelen tegen zeven Russische oligarchen en een tiental prominente Russische bedrijven. Amerika geeft aan dat de strenge maatregelen een reactie zijn op de Russische cyberactiviteiten en andere vormen van inmenging van Rusland in het Westen. Met name de sancties tegen Rusal heeft een groot effect op de aluminiummarkt in de wereld.

Rusal is namelijk na China de grootste aluminiumproducent. De waarde van het bedrijf daalde weliswaar op de beurs maar de prijs van aluminium schoot omhoog. Verschillende Europese landen hebben al hun zorgen geuit. De landen Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Italië zijn van plan om in Washington een gezamenlijk pleidooi te houden. Het doel van dit pleidooi is Amerika te overtuigen om de sancties af te zwakken. ”De bevoorrading van aluminium is aan het haperen en brengt de hele keten in een zodanig groot gevaar dat verschillende grote productiesites met sluiting bedreigd worden,” zeggen de landen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Wereldbank wil flexibele arbeidsmarkt vanaf 2018 als alternatief voor robotisering

Automatisering, robotisering en andere innovatieve processen zorgen er voor dat machines en software steeds meer functies overnemen van werknemers. De aanschaf van robots en geavanceerde machines is kostbaar maar over het algemeen worden deze investeringen op termijn ruim terugverdiend. Dat heeft alles te maken met de loonkosten van werknemers. De salarissen van werknemers vormen over het algemeen de grootste kostenpost van bedrijven en organisaties. Het vervangen van personeel door robots wordt daardoor vooral in productiebedrijven steeds interessanter. Veel productiebedrijven werken al met machines die doormiddel van PLC en SCADA worden geprogrammeerd om bepaalde functies uit te voeren. Dit zal in de toekomst nog veel meer het geval zijn.

Automatisering, robotisering en werkgelegenheid
Deze ontwikkeling heeft uiteraard grote gevolgen voor de werkgelegenheid. Veel overheden en werknemersorganisaties zoals vakbonden zijn daarom bezorgd over de toekomst van werk waar je weinig of geen opleiding voor nodig hebt. Het seriematige en productiematige werken zal in de toekomst steeds meer door machines worden gedaan om kosten te besparen. Werkgevers zouden in de toekomst wel werknemers voor eenvoudig werk willen blijven inzetten maar dan moeten bedrijven een grotere mate van vrijheid hebben. Zo moeten bedrijven eenvoudiger werknemers kunnen aannemen maar ook ontslaan. De arbeidsmarkt moet flexibeler. Dat heeft de Wereldbank aangegeven volgens de Britse krant The Guardian. In het najaar van 2018 zal er een rapport verschijnen over de wereldwijde arbeidsmarkt.

Wetgeving arbeidsmarkt versoepelen
Verschillende aanbevelingen zijn speciaal gericht op de situatie in ontwikkelingslanden. De overheden in die landen zou het bedrijfsleven moeten verlossen van drukkende wetgeving. Dan heeft men het over wetgeving die het moeilijk maakt om werknemers aan te nemen en wetgeving die het moeilijk maakt om werknemers te ontslaan. Het rapport van de Wereldbank gaat ook over automatisering en de bedreiging daarvan voor de menselijke arbeid. Door de hoge minimumlonen en de strikte arbeidsverhoudingen op basis van arbeidscontracten worden werknemers duur ten opzichte van robots volgens de Wereldbank.

Kritiek op rapport van de Wereldbank
De informatie en aanbevelingen uit het rapport van de Wereldbank werden echter niet door iedereen met veel lof ontvangen. Er zijn verschillende organisaties die de aanbevelingen van de Wereldbank een stap terug vinden. Zo werd in de Guardian felle kritiek geuit door internationale werknemersorganisaties. Deze organisaties noemen de bevindingen schadelijk en bovendien een stap terug. Daarmee doelen ze op een afschakeling van de rechten die werknemers de afgelopen decennia hebben weten te bemachtigen. Door de macht weer bij de industriëlen neer te leggen ga je terug naar de industriële revolutie en de postindustriële revolutie. Toen hadden werknemers het echter lang niet zo goed als in de 21ste eeuw. De Internationale Arbeidsorganisatie van de VN is de ILO en heeft ook een reactie gegeven op de aanbevelingen. Daarin wordt duidelijk aangegeven dat de ILO vind dat de Wereldbank voorbijgaat aan de rechten van de werknemers. Volgens de ILO worden in de visie die in het rapport door de Wereldbank geschetst wordt de werkgevers machtiger en mogen ze werknemers betalen wat ze willen. Daarnaast zouden werkgevers ook willekeurig werknemers kunnen ontslaan zonder dat iemand hen zou kunnen beletten. Dat is volgens de ILO niet gewenst.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Nissan gaat in 2018 honderden banen schrappen in Britse autofabriek

Autoproducent Nissan is van plan om honderden banen te schrappen in de grootste Britse autofabriek in Sunderland. Deze beslissing zou het gevolg zijn van een teruglopende vraag naar dieselvoertuigen. In Europa is na het dieselschandaal van Volkswagen steeds minder vraag naar dieselvoertuigen. Vanwege de teruglopende vraag worden er door verschillende autoproducenten minder dieselvoertuigen gemaakt.

Ook Nissan zal minder dieselvoertuigen gaan produceren. In de autofabriek in Sunderland worden door Nissan de modellen Qashqai en Juke geproduceerd. Bepaalde fabriekslijnen zullen worden gereduceerd door de autoproducent. Het bedrijf heeft echter geen reactie gegeven op het persbericht van Reuters. Volgens Nissan heeft de keuze om personeel te ontslaan niets te maken met de brexit. Verder wil de autoproducent voor de Qashqai- en Juke-modellen gewoon weer nieuwe generaties gaan produceren. Dat zou de vraag naar deze voertuigen moeten stuwen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Kwantificeren van personeelstekort in techniek is complex in 2018

Het personeelstekort in de techniek en ICT in Nederland is moeilijk in kaart te brengen. In onderstaande tekst legt Stijn Ettes van het kennisplatform mijnzakengids.nl uit waarom. Het kwantificeren van een probleem is over het algemeen een goed begin om een vraagstuk te voorzien van een probate oplossing. Het tekort aan technisch personeel en ICT-personeel waar de Nederlandse arbeidsmarkt mee te maken heeft is echter moeilijk te kwantificeren. Dat geeft Ivo Poulissen aan van public policy manager bij Nederland ICT. Doormiddel van het aantal openstaande vacatures zou men een beeld kunnen krijgen van de personeelstekorten in bepaalde functiegroepen. Een voorbeeld hiervan wordt geboden door de 165 leden van FEDA. Dit is de branchevereniging voor aandrijf- en automatiseringstechniek. Gezamenlijk hebben de leden die aangesloten zijn bij deze vereniging ongeveer 1000 vacatures openstaan.

Niet alle vacatures zijn inzichtelijk
Ook staan er veel vacatures open voor functies in de ICT. Het aantal vacatures dat in deze sector wordt gepubliceerd is echter niet representatief voor het totale tekort aan personeel in de ICT. Er zijn namelijk ook werkgevers die niet de moeite nemen om vacatures voor personeel online open te zetten. Er zijn werkgevers die het openzetten van vacatures via internet niet effectief vinden. In plaats daarvan gaan bedrijven rechtstreeks naar scholen om daar leerlingen te werven voor hun vacatures. Een groot deel van het vacatureaanbod is dus verborgen.

Internationale arbeidsmarkt
Er zijn ook andere factoren van invloed op de Nederlandse arbeidsmarkt. Met name de ICT sector werkt internationaal. Veel ICT-banen zijn wereldwijd ondergebracht. Dat kan betekent dat een ICT werkgever in Nederland er voor kan kiezen om zelf personeel aan te nemen in Nederland maar ook opdrachten kan uitbesteden aan ICT personeel buiten de landsgrenzen. Er is sprake van een “hele internationale markt” aldus Poulissen. Zowel multinationals als bedrijven in het mkb- segment werken internationaal.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Tekort aan technisch personeel treft maatschappij in 2018

Bedrijven in de technische sector en in de ICT branche hebben te maken met een groot tekort aan technisch personeel. Stijn Ettes van het kennisplatform mijnzakengids.nl heeft onderstaande tekst aangeleverd aan Technisch werken. Hierin wordt benadrukt wat het effect is van het tekort aan technisch personeel op de maatschappij. Arbeidskrachten met een opleiding in de techniek en ICT merken dat ze volop kans hebben op werk. Er zijn voldoende vacatures voor technische werknemers en ICT-ers. Doekle Terpstra de voorzitter van UNETO-VNI geeft aan:
“Op een bijeenkomst voor de installatiebranche krijgt een student installatietechniek zo van vier verschillende bedrijven een baan aangeboden, nog voordat hij of zij het diploma op zak heeft”.

Effect van tekort aan technici
UNETO-VNI is de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de technische detailhandel in Nederland. Het tekort aan personeel is geen nieuws maar er vloeien wel bepaalde problemen uit voort die een grote gevolgen hebben voor de maatschappelijke ontwikkelingen. De maatschappij is gericht op verduurzaming. Diverse domeinen in de samenleving lopen in toenemende mate in elkaar over. Dat zorgt er voor dat ICT-toepassingen in verschillende sectoren zijn geimplementeerd. Zowel in de energiesector is ICT aanwezig maar ook in de zorg en de sector mobiliteit. Geen enkele sector kan meer zonder de techniek aldus de heer Terpstra. Daardoor noemt hij de techniek de ruggengraad van de maatschappij. Dat zorgt er voor dat een tekort aan technisch personeel een effect heeft op de meeste sectoren waaruit de maatschappij bestaat. Het tekort aan technisch personeel is niet alleen een brancheprobleem maar een probleem voor Nederland. Daarom moet gezamenlijk naar oplossingen worden gezocht.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Verbod op gasaansluitingen nieuwbouwwoning in 2019 roept vragen op in bouwsector

In 2019 zou er volgens het kabinet een verbod moeten komen op gasaansluitingen in nieuwbouwwoningen. Op die manier hoopt het kabinet het gebruik van aardgas terug te dringen en de energietransitie in Nederland verder te bevorderen. Het streven wordt daarnaast ook extra urgent vanwege de problemen met de gaswinning in Groningen. Door de aardbevingen die daar ontstaan ten gevolge van de gaswinning is de gaskraan verder dichtgedraaid. Dat betekend dat er in de toekomst steeds minder aardgas beschikbaar komt. voor bouwbedrijven is er echter veel onzekerheid met betrekking tot het verbod op gasaansluitingen in nieuwe woningen. Daar moet duidelijkheid over ontstaan aldus NVB-Bouw. Deze organisatie behartigd de belangen van bouwondernemers en aannemers in Nederland.

Verbod op aardgasaansluitingen in nieuwbouwwoningen
Komende zomer zal er een wetswijziging doorgevoerd worden door de overheid. Vanaf dat moment zijn bouwbedrijven niet meer verplicht om woningen aan te sluiten op het gasnet. Dit was tot die tijd wel verplicht. NVB-Bouw vind het wegvallen van de verplichting onduidelijk. Een algemeen verbod biedt volgens NVB-bouw meer duidelijkheid voor bouwbedrijven. Na de zomer van 2018 kunnen bepaalde gemeenten besluiten dat er geen aardgasaansluitingen worden toegepast terwijl andere gemeenten nog wel woningen laten bouwen met aardgasaansluitingen. Volgens voorzitter Piet Adema moet een gelijk speelveld worden gemaakt in de markt. Daarbij geeft hij aan dat er een groot maatschappelijk draagvlak aanwezig is voor het afscheid nemen van aardgas. Dit draagvlak wordt mede gevoed door de zorgen met betrekking tot de aardbevingsschade in Groningen ten gevolge van de aardgaswinning. Door duurzame energiebronnen te gebruiken wordt de emissie van CO2 beperkt en worden klimaatdoelstellingen meer haalbaar.

Nulwoningen en passiefhuizen
NVB-Bouw vertegenwoordigd ongeveer tachtig procent van alle bouwondernemingen. Een groot aantal leden is al bezig met het bouwen van aardgasloze woningen. Hierbij kun je denken aan nulwoningen, balanswoningen of passiefhuizen. Er moet nu echter doorgepakt worden aldus Adema. Er moeten meer passiefhuizen en nulwoningen worden gebouwd om de woningvoorraad klimaatneutraler te maken. De afgelopen jaren zijn er flink wat meer woningen gebouwd in Nederland. Er is meer aandacht voor duurzaam bouwen. De bijbehorende energietransitie is in volle gang.

Tekort aan technisch personeel
Er ontstaat een tekort aan technisch personeel. Veel installatiebedrijven hebben al een aanzienlijk tekort aan elektromonteurs en installatiemonteurs. Deze technici zijn naast de standaard woninginstallaties ook van groot belang voor de energietransitie. Zo zijn er ervaren installateurs nodig voor het installeren van hybride warmtepompen en aardwarmtepompen. Ook voor het plaatsen van zonnepanelen en slimme meters zijn elektromonteurs van groot belang. Aan dit personeel is een groot tekort. Daarom starten bedrijven BBL trajecten om leerlingen tot vakkrachten te ontwikkelen. Deze vakkrachten zijn van groot belang om de energietransitie in de zin van de omschakeling van aardgas naar andere warmtebronnen te maken.

Getagd met , ,
Geplaatst in Nieuws

Voor- en nadelen BOL en BBL

Binnen het middelbaarberoepsonderwijs of MBO kan een student kiezen tussen twee onderwijsvormen: BOL (Beroeps opleidende leerweg) en BBL (Beroepsbegeleidende leerweg). Er zijn grote verschillen tussen deze onderwijsvormen. De BOL opleidingsvorm vindt hoofdzakelijk op school plaats in een combinatie met stages. De BBL vorm vindt plaats bij een bedrijf, men noemt dit dan ook wel werken en leren. Tijdens een BBL opleiding is de student veelal vier dagen aan het werk in een erkend leerbedrijf en gaat hij of zij een dag naar school. Sommige opleiding worden uitsluitend in een BBL of BOL vorm gegeven, bij andere opleidingen kan men een keuze maken tussen deze opleidingsvormen. Dit verschilt niet alleen per opleiding maar ook per opleidingsinstituut. Vee BBL en BOL opleidingen worden gegeven op een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) maar er worden ook BBL opleidingen gegeven op het Agrarisch Opleidingscentrum (AOC).

Kiezen voor BBL of BOL
Om een keuze te maken moet de student goed afweging welke opleidingsvorm het beste aansluit bij zijn of haar toekomstvisie. Hierin kan een (toekomstige) student ook de voor- en nadelen van de twee opleidingsvormen in overweging nemen. De voor- en nadelen staan niet vast, maar zijn opgesteld naar de mening van Tjerk van der Meij, student HRM aan de NHL, schrijver van deze tekst.

Voor- en nadelen BOL
Zoals in voorgaande tekst werd uitgelegd, vindt de scholing van een BOL student hoofdzakelijk plaats op een opleidingsinstituut. Het is een opleiding van theoretische aard die wordt gegeven in combinatie met stages om de student van praktijk ervaring te voorzien.

Voordelen van een BOL opleiding:

  • Student krijgt veel theorie mee op school en kan daardoor een theoretische verdieping krijgen in de leerstof.
  • Student krijgt de kans stages te lopen bij een organisatie van zijn of haar keuze.
  • Student heeft recht op studiefinanciering, wanneer hij of zij 18 jaar of ouder is.
  • Door de stages of beroepspraktijkvorming heeft de student mogelijkheden om bij meerdere werkgevers te werken.
  • Naast de studiefinanciering heeft de student recht op een studentenreisproduct, vaak in de vorm van een OV-kaart.
  • Het is met een BOL-opleiding vaak eenvoudiger om door te stromen naar een hogere opleiding omdat die op het gebied van leervorm beter aansluiten dan de praktijkgerichte BBL-vorm.

Zo kent een BOL opleiding ook enige nadelen ten opzichte van de BBL opleidingen:

  • Student krijgt minder praktijk ervaring en leert vaak in mindere mate de ‘fijne kneepjes van het vak’.
  • Er zijn kosten verbonden aan de opleiding, zoals: boeken, lesgeld, etc.
  • De student weet minder van de arbeidsmarkt en minder van de werkprocessen.
  • In tegenstelling tot de BBL-variant is de beroepspraktijkvorming vaak onbetaald. Bij een BBL-opleiding ontvangt de BBL-er vaak salaris over de uren dat hij of zij werkt bij een erkend leerbedrijf.
  • En BOL-leerling of student heeft verhoudingsgewijs een korte praktijkervaring met een beroepspraktijkvorming en heeft daardoor minder ervaring met bedrijven en bedrijfscultuur.

Voor- en nadelen BBL
In tegenstelling tot de BOL opleidingen, is de student tijdens een BLL opleiding werkzaam bij een organisatie. Dit maakt BBL een opleidingsvorm van praktische aard.

Voordelen van een BBL opleiding:

  • De leerling doet veel werkervaring op bij een erkend leerbedrijf.
  • De leerling kan meteen geld verdienen tijdens het werken bij het erkend leerbedrijf.
  • School wordt in het algemeen gefinancierd door de organisatie waar de leerling werkt. Dit kan bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau zijn maar ook het erkend leerbedrijf.
  • Leerling wordt begeleid in het werk- en leerproces door een praktijkbegeleider en door school.
  • De leerling zal veel kennis opdoen van de werkprocessen, arbeidsmarkt en organisatiecultuur

Ook BBL kan nadelen hebben:

  • Doordat er (in het algemeen) maar één dag per week school is voor de leerling, vindt er minder theoretische scholing plaats. Het leren vanuit theorie wordt beperkt.
  • Bovenstaande heeft tot gevolg dat het doorstromen naar hogere theoretische opleidingen vaak een grote stap is voor BBL-ers.
  • De leerling heeft geen recht op studiefinanciering.
  • De leerling heeft geen recht op een studenten reisproduct. Eventueel kan de leerling wel reiskostenvergoeding krijgen voor het woon-werkverkeer naar het erkend leerbedrijf.
  • Er zijn weinig mogelijkheden om bij meerdere werkgevers werkzaam te zijn. De BBL-er heeft vaak een overeenkomst met het erkende leerbedrijf om daar gedurende de opleiding en een bepaalde periode daarna aan de slag te blijven.

Samenvattend
Er is dus een groot verschil in BOL- en BBL opleidingen. Het grootste verschil zit hem in de mate van praktische en theoretische scholing. Een (aankomend) student die besluit een MBO opleiding te gaan volgen kan voor deze keuze komen te staan. Het is dan van belang dat er een weloverwogen keuze wordt gemaakt, voor nu en de toekomst. Wanneer een (aankomend) student niet uit de keuze kan komen, kan hij of zij de site van het dichtstbijzijnde opleidingsinstituut raadplegen. Ook kan men contact opnemen met de scholeninstellen, deze kunnen vaak helpen bij het maken van een keuze. Er zijn verschillende technische uitzendbureaus die ook advies bieden aan (aankomende) BBL-ers. Een voorbeeld hiervan is het uitzendbureau Technicum. Met dit uitzendbureau heeft Technischwerken.nl een samenwerkingsverband gesloten. Als je een BBL-opleiding wil gaan doen kun je dat kenbaar maken door het invullen van het contactformulier of het doen van een aanmelding op de hoofdpagina via de knop ‘BBL Technicum).

Getagd met , , , , , , , , , , , ,
Geplaatst in Opleiding

Beroepsbegeleidende leerweg BBL

De beroepsbegeleidende leerweg wordt ook wel afgekort met de hoofdletters BBL of met bbl en is een praktijkgerichte vorm van het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleiding grotendeels werkzaam is in de praktijk bij een erkend leerbedrijf. BBL opleidingen worden aangeboden door Regionale OpleidingsCentrums (ROC) en Agrarische OpleidingsCentrums (AOC). Tijdens een BBL-opleiding werkt de leerling ongeveer 80 procent van zijn of haar tijd bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig procent van de tijd is de leerling aanwezig op het opleidingsinstituut voor theorielessen, praktijklessen, toetsen en examens.

Werkend leren?
BBL is een combinatie tussen werken en leren. Dat betekend dat er op deze praktijkgerichte opleiding een bepaalde balans is tussen leren in de praktijk en leren op school. Dat is voor bepaalde leerlingen ideaal omdat niet iedereen het beste uit zichzelf haalt op school. Sommige mensen leren beter door te doen. Dat betekent dat deze mensen liever in de praktijk vaardigheden en competenties toepassen in een beroep. Het werkend leren is vooral interessant in echte doe-beroepen waarin assistenten of BBL-ers worden opgeleid tot vakmensen of vakvolwassen werknemers. Bovendien werkt men in de praktijk vaak anders dan in de theorie op school wordt aangegeven. Ervaren krachten hebben in de uitvoering van hun werk vaak vaardigheden en technieken aangeleerd die ze kunnen overbrengen op BBL-ers en andere aankomende vakkrachten. Dat zorgt er voor dat werken en leren in de vorm van BBL er voor zorgt dat er ook technische- en praktijkvaardigheden worden geleerd die niet eens in de theorie vermeld zijn.

Vooropleiding voor BBL
BBL-opleidingen zijn er op verschillende niveaus. Meestal kan je een BBL opleiding in een bepaalde richting volgen van niveau 1 tot en met niveau 4. Voor het instroomniveau is meestal geen vooropleiding vereist. Dit instroomniveau is niveau 1 en zorgt er voor dat je een assistent bent in een bepaalde beroepsgroep. Na niveau 1 volgen de hogere niveaus waarvoor een vmbo opleiding of een Havo opleiding als vooropleiding is vereist. Als je precies wilt weten welke vooropleiding je voor een bepaalde BBL-opleiding nodig hebt kun je dat vragen aan een ROC of AOC waar de desbetreffende BBL-opleiding wordt gegeven.

BBL in de techniek
Technischwerken.nl is een website met informatie over de techniek en de technische arbeidsmarkt. Geen wonder dat op deze website vooral wordt gekeken naar technische BBL opleidingen hoewel er ook andere BBL opleidingen zijn. In de techniek is vooral in de installatietechniek, elektrotechniek en de werktuigbouwkunde een groot tekort aan technisch personeel. De overheid en bedrijven proberen daarom leerlingen te werven voor BBL-trajecten zodat er voor de toekomst meer technisch personeel wordt opgeleid. Daarbij zijn ook vaak technische (VCU) uitzendbureaus aangesloten.

VCU uitzendbureaus en BBL
Technische uitzendorganisaties zoals Technicum leveren BBL opleidingen aan hun uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Daarvoor heeft Technicum opleidingscoördinators in dienst die adviezen geven over BBL trajecten en de BBL-ers ook daadwerkelijk begeleiden. Technicum heeft daarnaast ook een groot netwerk aan erkende leerbedrijven waar ze haar BBL-ers aan de slag laat gaan om te werken aan hun vakkennis en praktijkvaardigheden. Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband met Technicum op het gebied van BBL. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject kun je via het contactformulier je gegevens naar de websitebeheerder sturen of het BBL aanmeldformulier invullen. Dit aanmeldformulier voor BBl kan worden gevonden op de hoofdpagina van de website onder het knopje ‘BBL Technicum’.

Getagd met , , , , , , , , , , , , , , ,
Geplaatst in Opleiding

Personeelsplanning en strategische personeelsplanning (SPP)

Binnen een organisatie vindt veel planning plaats. Bedrijven worden doormiddel van een planning bestuurd, zodat ze hun afnemers of klanten tijdig van het gewenste aanbod kunnen voorzien. Er zijn verschillende soorten planning. Een voorbeeld hiervan is de productieplanning. Een ander soort planning dat iedere (middel)grote organisatie kent is de personeelsplanning. Deze soort planning is een stuurmechanisme op drie niveaus:

• Strategisch niveau, op lange termijn
• Tactisch niveau, op middellange termijn
• Operationeel niveau, op korte termijn

Strategische planning vind plaats in de top van een organisatie. Tactische planning op het middenkader niveau en operationele planning vindt men terug op het uitvoerende niveau. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij, student HRM aan de NHL te Leeuwarden. Hieronder zijn de verschillende niveaus van planning door hem nader beschreven.

Strategisch niveau

In dit artikel wordt de strategische personeelsplanning uitgelegd, dus de planning op langere termijn. Binnen een organisatie worden plannen gesteld voor langere termijn. Dit zijn de missie, visie en strategie. De strategische personeelsplanning zal dus aan moeten sluiten bij de (strategische) toekomstplannen van de organisatie. Hierin wordt gekeken waar de organisatie over een aantal jaren wil zijn en hoe deze plannen worden mogelijk gemaakt. Met een oog op strategische personeelsplanning betekend dit dus over welk personeel moet een organisatie beschikken om haar missie, visie en doelstellingen waar te maken en te behalen.
Kort gezegd is een SPP de combinatie van personeelsplanning en strategische organisatieplanning op langere termijn (3 tot 5 jaar). Binnen een organisatie is strategische personeelsplanning een bedrijfsproces waar verschillende lagen van de organisatie zich mee bemoeien, namelijk directie, HR en management of MT.

Tactisch niveau
Personeelsplanning werkt in een trechtermodel. Zoals in voorgaande alinea werd omschreven wordt door de organisatie, binnen de strategische top, plannen gemaakt op langere termijn. Vervolgens worden deze plannen op tactisch niveau in middellange termijn doelstellingen omgezet (1 jaar). Binnen het tactisch niveau wordt een personeelsplanning dan ook vaak aan een jaarplan gekoppeld.

Operationeel niveau
Om de plannen daadwerkelijk in werking te zetten, worden deze in uitvoering gezet op het operationeel niveau. Dit is bijvoorbeeld de planning van de dagelijkse taken. Welke werknemers moeten bijvoorbeeld aanwezig zijn? Binnen het SPP wordt er op het operationeel niveau een match gelegd tussen vraag van de klant en het personeel binnen de organisatie. Is er voldoende (competent) personeel binnen de organisatie om de klant van aanbod te voorzien.

Getagd met , , , , , ,
Geplaatst in Management

Energiebedrijf Vattenfall wil marktleider worden in laadpalen voor elektrische auto’s vanaf 2018

Het Zweedse energieconcern Vattenfall wil een stevige marktpositie krijgen in oplaadpunten voor elektrische auto’s. De komende jaren zullen steeds meer elektrische auto’s op de Europese wegen deelnemen aan het verkeer. Langzaam maar zeker worden de vervuilende dieselvoertuigen en benzine voertuigen vervangen door auto’s die volledig elektrisch aangedreven zijn of hybride voertuigen die gedeeltelijk elektrisch zijn aangedreven. Dat is het gevolg van de energietransitie die ook plaatsvind in de voertuigentechniek.

Elektrisch rijden is de toekomst
Het elektrische rijden zorgt er ook voor dat er meer aandacht moet worden besteed aan oplaadpunten voor elektrische voertuigen. De infrastructuur van oplaadpunten moet worden uitgebreid en dat wordt door verschillende energiebedrijven gezien als een gat in de markt. Vattenfall wil om die reden meer investeren in laadpalen. Het moederbedrijf van het Nederlandse Nuon is van plan om marktleider te worden in Noordwest-Europa met betrekking tot laadpalen voor elektrisch aangedreven voertuigen.

Oplaadpunten voor elektrische auto’s
Daarvoor heeft Vattenfall een nieuw bedrijfsonderdeel opgezet. Dit onderdeel is gericht op het uitbouwen van de marktpositie van Vattenfall op het gebied van oplaadpunten voor elektrische auto’s. Bij dit bedrijfsonderdeel werken nu ongeveer zestig werknemers. Op dit moment heeft Vattenfall ongeveer 8800 oplaadpunten verspreid over een aantal Europese landen. Zo zijn er oplaadpunten van Vattenfall in:

  • Duitsland
  • Nederland
  • Zweden

Het energiebedrijf is echter van plan om nieuwe markten aan te boren in andere landen zoals Groot-Brittannië, Frankrijk en Noorwegen. De ambitie van Vattenfall is het jaarlijks verdubbelen van het netwerk en de omzet van het bedrijf op het gebied van laadpalen. Uiteindelijk moet dit leiden tot een omzet van omgerekend ongeveer een 100 miljoen euro over vijf jaar.

Elektrische bedrijfswagens
Vattenfall wil zelf ook duidelijk maken dat natuur en milieu voor de organisatie belangrijk zijn. Daarom wil deze organisatie zelf ook meer elektrische auto’s inzetten. Daarvoor wil het bedrijf haar vloot van 3500 bedrijfsauto’s gaan vervangen voor elektrische modellen. Dit proces zou in 2022 voltooid moeten worden. Het is de bedoeling dat men binnen één generatie de energietransitie kan voltooien van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik van duurzame energiebronnen. Althans dit is de ambitie waar het bedrijf zich voor inzet.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws

Huizen duurder en langer te koop begin 2018

De huizenmarkt in Nederland zit op slot. Er worden steeds minder woningen verkocht en woningen zijn bovendien duurder geworden. Dit komt naar voren uit de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft gepubliceerd over de huizenmarkt in het eerste kwartaal van 2018. Voor het eerst in een periode van vier jaar zijn er minder huizen van eigenaar gewisseld in de vier grote steden van Nederland. In de grote steden was de prijsstijging van woningen ook bovengemiddeld aldus het CBS.

Woningprijzen omhoog in grote steden
De grootste prijsstijging voor woningen werd genoteerd in Rotterdam daar werden de woningen in een jaar tijd gemiddeld 15 procent duurder. In de meetperiode viel het aantal woningverkopen echter met drie procent terug. Ook in Amsterdam werden de woningen aanzienlijk duurder. Hier stegen de huizenprijzen met ongeveer 12 procent. Het aantal transacties op de woningmarkt liep echter met ongeveer 8 procent terug. Verder werden in Den Haag ook minder woningen verkocht. In deze stad liep de woningverkoop maar liefst met 13 procent terug. De prijs van woningen lag daar echter wel 12 procent hoger. De woningen werden in de stad Utrecht ongeveer 11 procent duurder. Daar viel de verkoop van woningen met ongeveer 8 procent terug.

Woningtypen en woningaanbod
De prijzen van alle verschillende woningtypen zijn omhoog gegaan. Gemiddeld waren bestaande woningen ongeveer 9 procent in prijs gestegen ten opzichte van een jaar gelden. Prijzen van appartementen zijn met ongeveer 12,5 procent gestegen. Een rijtjeshuis werd gemiddeld ongeveer 9 procent duurder. Twee-onder-een-kappers en vrijstaande woningen werden ongeveer 8 procent duurder. In sommige regio’s is er sprake van een tekort aan woningen waardoor de prijzen van bestaande woningen omhoog gaan. Het woningaanbod is in veel stedelijke regio’s laag terwijl de vraag naar woningen juist in die regio’s hoog is. in landelijke gebieden of krimpregio’s is het aanbod aan woningen vaak beter afgestemd op de vraag. De prijzen van woningen stijgen in die gebieden daarom ook minder explosief. Bovendien is het vaak in landelijke gebieden beter mogelijk om nieuwe woningen te bouwen.

Getagd met
Geplaatst in Nieuws
Like ons op Facebook!