Technisch Werken

Imago van techniek en technische opleidingen

Jarenlang heeft de techniek weinig aantrekkingskracht gehad onder jongeren. Dit heeft er toe geleid dat er in de techniek een vergrijzing is opgetreden en er een te kort aan personeel dreigt te ontstaan. Binnen veel technische bedrijven ligt de gemiddelde leeftijd van uitvoerend technisch personeel ruim boven de dertig jaar. Deze oudere ervaren technische medewerkers zijn voor bedrijven zeer waardevol omdat ze over praktijkkennis beschikken en goed weten hoe ze technisch werk efficiënt en snel moeten uitvoeren.

Een te kort aan jonge arbeidskrachten in de techniek zorgt er voor dat de ervaren oudere technici hun kennis niet kunnen overdragen. Wanneer oudere ervaren technische medewerkers een bedrijf, om wat voor reden dan ook, moeten verlaten nemen ze belangrijke kennis mee die ze tijdens hun pensioen misschien wel nooit meer gaan toepassen. Dat is natuurlijk zonde en kan een bedrijf op termijn geld kosten. De techniek is voor jongeren een aantrekkelijke en uitdagende branche. Nu moeten verschillende onderdelen van de maatschappij er voor zorgen dat jongeren ook gemakkelijk de stap kunnen nemen om voor de techniek te kiezen en daarvan hun beroep te maken.

De vergrijzing als imagoprobleem voor de techniek
De vergrijzing vormt een probleem voor het imago van de techniek. Jongeren willen in de regel graag met leeftijdsgenoten werken en niet in een bedrijf werken met medewerkers die tientallen jaren ouder zijn en in een hele andere levensfase zitten dan zijzelf. Je moet een band met je collega’s ontwikkelen op de werkvloer en een belangrijk element van deze band is gezamenlijke interessegebieden. Jonge medewerkers voelen zich daarom vaak niet thuis in een bedrijf met een flinke vergrijzing in het personeelsbestand. De vergrijzing is een veel groter probleem dan wordt gedacht. De uitwerking van de vergrijzing ijlt echter na. Daarom wordt meestal pas ingegrepen wanneer het vergrijzingsprobleem al is geëscaleerd.

Opleidingsinstituten een oplossing voor imago van de techniek?
Opleidingsinstituten zijn gericht op het bieden van kennis aan leerlingen en studenten. Op de basisschool zijn veel leerlingen bezig met een oriëntatie op beroepen en scheppen ze een beeld van hun toekomst. De manier waarop dit beeld tot stand wordt gebracht heeft invloed op de verdere loopbaankeuzes van een leerling. Veel basisscholen zijn vooruitstrevend op het gebied van computers en digitale media. Hierdoor raken leerlingen automatisch geïnteresseerd in de wereld van computers en ICT. Wanneer je daaraan het gamegedrag toevoegt van veel kinderen zijn de eerste stappen gezet richting beroepen die draaien om het gebruik van computers. In deze beroepen dreigt dan ook een overschot aan personeel te ontstaan in de toekomst.

Hoe anders is dat met de technische branche. De techniek wordt op de meeste basisscholen nauwelijks behandelt. Een groot technieklokaal met verschillende machines is kostbaar en moet onderhouden worden. Toch moet techniek net als ICT voor kinderen visueel worden gemaakt en niet alleen uit boeken worden geleerd. Leerkrachten hebben zelf op de Pabo ook weinig te maken gehad met uitvoerende technieken. Wanneer een leerkracht zelf nauwelijks wat weet over de techniek kan hij of zij dit moeilijk overbrengen op de leerlingen. Iemand met een passie voor techniek kan er voor zorgen dat leerlingen met technisch inzicht dit verder kunnen ontwikkelen. Wanneer reeds op jonge leeftijd technische kennis wordt ontwikkelt kunnen leerlingen zich later specialiseren. Aan technisch specialisten is juist behoefte op de arbeidsmarkt.

De techniek is op veel basisscholen en het voortgezet onderwijs te theoretisch. Bètavakken zijn voor veel leerlingen niet interessant als ze van te voren niet weten waarom deze kennis zo belangrijk is. Een praktijkruimte waarin de technische branche kan worden gevisualiseerd en toegepast, is noodzakelijk voor een basisschool om leerlingen actief met de techniek bezig te laten zijn. Daarmee ben je er nog niet. Ook docenten moeten over voldoende technische kennis beschikken om de machines van het technieklokaal te gebruiken en de leerlingen te laten zien wat voor mooie dingen gemaakt kunnen worden in de uitdagende technische branche. Op deze wijze kunnen basisscholen het imago van de techniek verbeteren. De basisscholen en het voortgezet onderwijs kunnen dit echter niet alleen doen.

De media en het imago van de techniek
De media beïnvloed ons allemaal. Ook ons beeld van de techniek wordt door de media beïnvloed. De Nederlandse media geeft van de techniek nauwelijks een goed beeld. Reclames van uitzendbureaus en opleidingsinstituten over technisch personeel zijn soms zelfs denigrerend. Er worden karikaturen geschetst van bouwvakkers en metaalarbeiders. Jongeren die deze reclames zien denken wel drie keer na voordat ze de keuze maken voor de techniek. Ook in films en cartoons zijn technische mensen vaak degenen die saai zijn of nauwelijks contact kunnen maken met mensen.

De Amerikaanse televisiezenders Discovery Channel en National Geographic maken een hoop goed. Deze zenders hebben naast interessante programma’s over de bouw van machines, constructies en voertuigen ook programma’s waarin doormiddel van experimenten de techniek op een komische wijze voor leken inzichtelijk wordt gemaakt. Dit maakt techniek toegankelijk en leuk. Het kan de interesse voor de techniek wekken bij jonge kijkers.

De media in Nederland zou er goed aan doen om meer technische programma’s uit te zenden. Uiteraard moet dat voor de mediasector wel geld op leveren en daarnaast hebben ze een grote concurrentie van de Amerikaanse zenders. De overheid is ook een belangrijke factor bij het ontwikkelen van interesse voor de techniek bij jongeren.

De overheid en de techniek
De overheid geeft duidelijk aan dat de techniek van groot belang is voor de concurrentiepositie van Nederland in de wereldeconomie. Nederland wordt door veel landen nog gezien als doorvoerhaven van producten, een transportland met een grote zuivelindustrie en mooie tulpen. Wanneer men over de wereld aan verschillende landen zou vragen om een land op te noemen die vooruitstrevend is in de techniek zullen er niet veel landen zijn die Nederland noemen en al helemaal niet als eerste land.

De techniek is in Nederland nog niet populair genoeg. De overheid bestaat niet uit technici en de beleving voor techniek is mede daardoor binnen de Nederlandse regering gering. De overheid begrijpt dat de techniek belangrijk is maar men begrijpt niets van techniek. De overheid zou er goed aan doen om meer samenwerkingsverbanden aan te gaan met de technische sector. Ook op het gebied van duurzaamheid moet Nederland ten opzichte van Duitsland en andere landen een inhaalslag maken. Het zou goed zijn wanneer de Nederlandse overheid met deze landen in contact zou treden om kennis te delen.

Wanneer de financiële sector op omvallen staat trekt de overheid grootmoedig de beurs en besteed ze het geld van haar burgers aan het overeind houden van de banken. Geld pompen in de techniek gebeurd in veel mindere mate, dit terwijl de technische sector een maaksector is. Wanneer er niet wordt geïnnoveerd raakt Nederland technisch achterop ten opzichte van opkomende economieën.  Producten in Nederland raken veroudert en de hoge productiekosten, waaronder loonkosten, maken de producten van Nederland daarnaast duur. Er zijn weinig landen die interesse hebben in dure verouderde producten die ook nog eens uit een ander land moeten worden getransporteerd.

Jongeren kunnen met hun energie en creativiteit een belangrijke bijdrage leveren aan het vernieuwingsproces en innovatieproces dat nodig is om de technische branche van Nederland te laten groeien. De overheid moet de techniek daarnaast meer waarderen. Technici die bijzondere prestaties hebben geleverd en speciale oplossingen hebben bedacht voor technische problemen moeten (nog) meer de aandacht krijgen in de media en als inspiratiebron dienen voor de jeugd.

Bedrijfsleven en de techniek
Bedrijven zijn ook heel belangrijk bij de ontwikkeling van een positief imago over de techniek. Jongeren die een stageplek zoeken moeten binnen bedrijven de mogelijkheid krijgen om kennis en werkervaring op te doen. Bedrijven moeten in de jongeren investeren. Dit kost natuurlijk tijd en geld maar is wel belangrijk voor de toekomst van de techniek en het bedrijf. Ook BBL trajecten moeten worden geboden om BBL-ers de mogelijkheid te geven om te werken en te leren. Een jonge arbeidskracht kan prima samenwerken met een oudere ervaren kracht. Een ervaren kracht beschikt over de kennis en een jongere over fysieke kracht en snelheid. Door het maken van goede combinaties op de werkvloer kunnen de oudere en de jongere medewerker elkaars kwaliteiten versterken en zal de productie daar nauwelijks onder leiden.

Bedrijven zullen jongere medewerkers ook de kans moeten geven om in een bedrijf en in de werkzaamheden te kunnen groeien. Wanneer jongeren van een technische opleiding komen weten ze vaak nog niet de vertaalslag te maken naar de praktijk. Dit is niet alleen voor een bedrijf frustrerend maar ook voor de jongere zelf. Niets is slechter voor het zelfvertrouwen van een jongere dan dat hij na een korte werkperiode wordt ontslagen omdat hij of zij de kennis en de werkzaamheden niet snel genoeg eigen maakt. Bedrijven staan natuurlijk onder druk om zo snel mogelijk tegen zo laag mogelijke kosten te produceren. Toch is met het inwerken van nieuwe jonge arbeidskrachten veel geduld gemoeid. Uiteindelijk wordt dit geduld terugverdient.

Jongeren en de techniek
Ook jongeren moeten rekening houden met de eisen die bedrijven aan technisch personeel stellen. De techniek is heel breed daarom is het belangrijk om van te voren goed na te gaan welke technische sector het beste bij je past als je in de techniek wilt gaan werken. Je kunt op internet verschillende informatiebronnen raadplegen maar ook contact zoeken met bedrijven waar je later misschien zou willen werken. Binnen technische bedrijven zijn vaak mensen aanwezig die graag vertellen over de techniek en hun vakgebied. Van deze informatie kun je een hoop leren. Mensen die zelf in de techniek werken zijn vaak eerlijk over de voor- en nadelen van hun vak. Een opleidingsinstituut heeft meestal zelf een commercieel belang bij het advies over opleidingen. Opleidingsinstituten moeten namelijk zoveel mogelijk studenten werven omdat ze daarmee inkomsten binnen halen. Wanneer je met een opleidingsinstituut contact opneemt moet je dat goed in de gaten houden.

Technisch werken en de techniek
Wanneer je bovenstaande tips en adviezen hebt gelezen kun je misschien de vraag stellen wat de website technischwerken.nl doet aan het imago van de techniek. Natuurlijk is dit een website en zal men de informatie die daarop staat alleen via internet kunnen raadplegen. Dit is behoorlijk eenzijdig. Toch probeert technisch werken doormiddel van Facebook en linkedIn zoveel mogelijk contact te onderhouden met haar volgers. Op de kennisbank en op het onderdeel nieuws wordt informatie verstrekt over de techniek en de ontwikkelingen die daarin plaatsvinden. Technisch werken wil de techniek ook voor leken begrijpelijk maken. Daarom zijn de teksten toegankelijk geschreven zodat mensen die nauwelijks over technische kennis beschikken de teksten en de inhoud daarvan kunnen begrijpen.

Deel dit artikel!

Als senior intercedent bij een groot technisch uitzendbureau is Pieter Geertsma verantwoordelijk voor het bemiddelen van personeel in het marktsegment werktuigbouwkunde. Daarnaast is hij landelijk aanspreekpunt voor vragen over dit marktsegment en de ontwikkelingen die daarin plaatsvinden. Door intensieve samenwerking met interne en externe collega’s heeft hij een goed beeld van de totale technische markt. Hierdoor krijgt hij naast nieuws over techniek, innovaties en arbeidsmarkt ook actuele vacatures binnen.

Getagd met , , , , , , ,
Geplaatst in Opleiding
Like ons op Facebook!